Tag: Bijen

  • Hoe Imkers in Jemen een oude nomadische traditie nieuw leven inblazen

    Hoe Imkers in Jemen een oude nomadische traditie nieuw leven inblazen

    Om de productiviteit van hun bijenkorven te verhogen, hebben Jemenitische imkers klassieke nomadische gebruiken overgenomen. Ze migreren door het land om de bloeiperiodes van verschillende planten te kunnen benutten.

    Toen imker Mosad Al-Humairi zag hoe zijn truck met 48 bijenkorven plotseling scheef kwam te staan, de rechterwielen in de modder wegzakten en het dak overhelde richting de afgrond, stond de tijd even stil. De 288 kilometer lange reis van Ibb, in Centraal-Jemen, naar Al-Usaymat in de noordelijke provincie Amran was bedoeld om de voortplanting van zijn bijen te bevorderen en de beestjes productiever te maken. Maar door zware regenval was de onverharde weg veranderd in een grote modderpoel, en hing zijn broodwinning opeens aan een zijden draadje. ‘Het moment leek oneindig lang te duren en ik stond daar maar, als de dood dat mijn halve bijenkolonie verloren ging, terwijl mijn drie zoons de truck weer recht probeerden te zetten,’ vertelt hij over die noodlottige septembernacht.

    Al-Humairi had al een week extra gewacht op mooier weer, zodat hij de bijenkorven van de hooglanden in Ibb, waar hij sinds maart verbleef, kon verplaatsen naar Al-Usaymat. Daar was namelijk de bloeitijd van de inheemse sidr-boom begonnen. Die zeven dagen zijn van onschatbare waarde in het korte leven van de kostbare sidr-bloem, die van half september tot half november bloeit en waar Jemenitische honing wereldwijd om bekendstaat. Hij wilde niet nog meer kostbare tijd verliezen, dus laadde hij al zijn bijenkorven in en ging hij door weer en wind de weg op. Hij moest ’s nachts rijden, omdat de bijen dan allemaal weer in hun korven zitten.

    Seizoensmigratie

    Deze eeuwenoude seizoensmigratie, ook wel de Tazeeb genoemd, is een belangrijk onderdeel van het Jemenitische leven. Veel Jemenieten zijn rundveehouders, en zijn eraan gewend om als nomaden het dorre landschap af te reizen om hun vee te laten ­grazen. Door de klimaatverandering stijgt de temperatuur en valt er in Jemen, een van de droogste landen ter wereld, nog minder regen. Daarom hebben Jemenitische imkers sinds kort deze nomadische gebruiken overgenomen om zo meer bloeiende ­bloemen te vinden en het diverse maar fragiele ecosysteem in het land optimaal te gebruiken. 

    Volgens experts en imkers hebben de mobiele bijenstallen een grote invloed gehad op bijenpopulaties en hun productiviteit. Alleen al in de periode 2017-2020 zijn er minstens honderdduizend bijenkorven bij­gekomen, aldus het Jemenitische ministerie van Landbouw. 

    ‘In 2010 heb ik 61 bijenkorven geërfd van mijn vader. Na vijf jaar goede zorg waren dat er 67,’ zegt Al-Humairi. ‘En toen begon ik met de Tazeeb. In 2024 zat ik op 97 korven. Dat komt doordat we altijd de bloeiende bloemen opzoeken; zo bieden we de bijen het hele jaar door vruchtbare en gezonde omstandigheden.’

    Door habitatverlies, landbouwgif en klimaatverandering daalt de wereldwijde bijenpopulatie schrik­barend snel

    Door habitatverlies, landbouwgif en klimaatverandering daalt de wereldwijde bijenpopulatie schrik­barend snel, maar de migrerende bijenstallen in Jemen vormen een natuurlijke methode om de populatie snel te doen stijgen. ‘Vóór de Tazeeb kreeg ik wel langzaam meer bijen, maar het tempo kon nooit op tegen de sterfte tijdens koude of juist hete periodes, waarin er minder eten is,’ legt Al-Humairi uit.

    Volgens Abdulaziz Al-Junaid, hoofd veevoorzieningen bij het ministerie van Landbouw in Sanaa, vervoert naar schatting 80 procent van de honderdduizend imkers in Jemen zijn bijen­korven seizoensmatig om de bloei van verschillende planten te kunnen benutten. Een van de belangrijkste migraties is die tijdens de bloeiperiode van de sidr-boom. Deze grote, doornige bomen groeien in heel Jemen en bloeien maar een heel korte periode. Sidr-honing kan tot wel 140 euro per kilo opleveren en wordt geprezen om zijn medicinale eigenschappen. 

    ‘Als de sidr-bloemen beginnen te vallen en de vruchtvorming begint, trekken de meeste imkers naar een gebied met veel bomen,’ aldus imker Mabrouk Al-Muntasir. Er is dan van september tot november een toestroom aan imkers naar Hadramaut in het oosten, Hajjah in het noorden, en sommige delen van Ibb, Dhamar en Taiz.

    Uitputting

    Tijdens het sidr-seizoen werken de bijen keihard, alsof ze zich ervan bewust zijn dat er maar weinig tijd is, merkt Al-Muntasir op. ‘Ze putten zichzelf uit, dus brengen we ze naar groenere gebieden, zodat ze kunnen aansterken en zich kunnen voortplanten,’ zegt hij, ter verklaring van de periode van acht maanden in het graasland. Deze bijenmigratie zorgt voor verschillende types honing, aangezien verschillende planten de nectarvoorraad beïnvloeden.

    Het ministerie van Landbouw in Jemen, dat onder de Houthi-regering in Sanaa valt, schat in dat de honingproductie in de laatste tien jaar fors is gestegen. Alleen al in 2024 produceerde Jemen 7000 ton honing, waaronder sidr-honing en andere soorten. In 2017 was dit nog 2500 ton. 

    Net als elders ter wereld zijn imkers in Jemen in gevaar. Wereldwijd onderzoek heeft aangetoond aan dat pesticiden een drastische invloed hebben op het voortplantingsvermogen van bijen. In Jemen zijn sommige imkers door chemische besproeiing een kwart van hun korven verloren, aldus Al-Junaid. ‘Pesticiden veroorzaken massale bijensterfte,’ zegt hij. Volgens hem heeft dit geleid tot conflicten tussen imkers en malaria­bestrijdingsteams die die met pesticiden werken, recentelijk nog in Ibb, in april.

    Al-Junaid zegt dat het ministerie van Landbouw er bij het ministerie van Volksgezondheid op heeft aangedrongen om bij het plannen van de besproeiing rekening te houden met de Tazeeb-routes, maar dit wordt weinig gehandhaafd. ‘Soms beginnen ze zonder aankondiging aan een campagne, en dat leidt dan tot ­conflicten,’ vertelt hij. 

    ‘Zonder samenwerking tussen boeren en imkers zal de bijenpopulatie steeds meer gevaar lopen’

    Het illegaal kappen van sidr-bomen vormt ook een groot probleem. Vanwege de economische crisis in Jemen, die door bijna tien jaar oorlog alleen maar is verergerd, is het kappen van bomen voor houtskool en brandhout fors toegenomen. ‘Ontbossing is voor sommigen hun broodwinning geworden,’ zegt Al-Junaid. ‘Ze vellen niet meer alleen de dode bomen; ze hakken ook levende bomen om, laten ze drogen en maken er houtskool van.’ Gesprekken met lokale autoriteiten om ontbossing tegen te gaan hebben weinig resultaat opgeleverd en de sidr-bossen blijven krimpen, voegt hij toe. 

    De klimaatverandering zorgt voor extra obstakels. De Tazeeb begon ooit als oplossing voor een verandering in weerpatronen, maar door toenemende woestijnvorming, overstromingen en habitatverlies hebben de migratie nog noodzakelijker gemaakt, zegt Al-Junaid. ‘Imkers uit gebieden zoals Shabwa in het zuiden en Tihama in het westen hebben hun geboortegrond verlaten en trekken het hele jaar rond om hun bijen van voedsel te kunnen voorzien,’ zegt hij. Volgens Al-Junaid zijn er in Jemen nu naar schatting 1,3 miljoen bijenkorven; dat waren er drie jaar geleden nog 1,197 miljoen. De Tazeeb is naar zijn mening cruciaal geweest bij het behouden en uitbreiden van de bijenpopulaties. Bijenonderzoeker Abdulsalam ­Al-Samawi merkt op dat ontbossing, voedsel­gebrek in de winter en onbegrensd pesticidegebruik de voordelen van de Tazeeb het meest in de weg zitten. ‘Zonder samenwerking tussen boeren en imkers zal de bijenpopulatie steeds meer gevaar lopen,’ waarschuwt hij. 

    Inspanning

    De Tazeeb is een fysieke zware inspanning, waarbij regelmatig wordt gereisd en waarbij minstens twee volwassenen nodig zijn om de korven constant in de gaten kunnen houden. Dat is het dagelijks leven van de twintigjarige Montaser Al-Harazi, die dag in, dag uit de bijen­korven nauwkeurig monitort. ‘Er hoeft maar één hoornaar binnen te komen en het valt allemaal in duigen,’ zegt hij. ‘Zo’n beest kan niet alleen heel veel bijen doden, maar de kolonie kan ervan op de vlucht slaan.’ 

    Om de korven te beschermen plaatst hij vallen voor slangen en andere roofdieren. Ook heeft hij een zelfgemaakte katapult bij zich, in elkaar geknutseld van rubber en ijzer, om elke vorm van bedreiging mee te bekogelen. Hij is steeds ervarener geworden in het jagen op dieren die het op zijn bijen hebben gemunt.

    Maar de Tazeeb eist zijn tol. ‘Ik leef nu net als de bijen: ik reis altijd rond en blijf nooit op één plek,’ zegt hij. ‘Zoals de ­klimaatverandering de stabiliteit van de bijen heeft aangetast, hebben de oorlog en de strijd om te overleven onze stabiliteit weggenomen.’ 

  • Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Nederland is een van de weinige landen die een uitgewerkte strategie heeft om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    In de zomer is Utrecht op verschillende plaatsen een waar kleurenfestijn: wilde bloemen in talloze tinten oranje, rood, geel en paars staan dan te bloeien in de zon. Deze veldjes wilde bloemen zijn er niet alleen voor het oog: ze zijn onderdeel van een heel scala aan Nederlandse initiatieven ten behoeve van bestuivende insecten, die allemaal onderdeel zijn van een ambitieus overheidsprogramma om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    Nederland is een van de weinige landen met een uitgewerkte strategie om de afname van bestuivers te stuiten. Deze Nationale Bijenstrategie, gelanceerd in 2018, omvat doorlopende programma’s en formuleert heldere en meetbare maatstaven voor succes. Deze strategie blijkt nu al een voorbeeld voor andere landen die hun bestuivers willen beschermen.

    ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk’

    In Nederland begon het belang van bestuivers de afgelopen tien jaar door te dringen, nadat de bijenpopulaties vanaf halverwege de jaren veertig steeds verder waren afgenomen. Wilde natuur en landelijke gebieden waren veranderd in landbouwgrond en stedelijk gebied, waarbij ook steeds meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt, zodat nu meer dan de helft van de bijna 360 bijensoorten bedreigd is. ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk,’ zegt Marten Schoonman van het Naturalis Biodiversiteitscentrum in Leiden.

    Al ruim tien jaar geleden begon Nederland, de op een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, met beschermingsmaatregelen. In 2013 lanceerde de overheid het Actieprogramma Bijengezondheid, dat zich richtte op honingbijen. In 2016 richtte Nederland samen met dertien andere landen Promote Pollinators op, een samenwerkingsverband van landen (inmiddels zijn het er dertig) die kennis delen over de bescherming en het behoud van bestuivers.

    Lustoord

    Maar met de Nationale Bijenstrategie onderscheidt Nederland zich van alle andere landen. Vanaf de start in 2018 zijn er rond de zeventig initiatieven geweest die Nederland tot een lustoord voor bestuivende insecten moeten maken, onder andere door meer nestelplekken te creëren en het voedselaanbod voor bestuivers te vergroten. ‘Er is in het verleden veel biodiversiteit vernietigd,’ zegt Nicky Kruizinga, projectleider van de strategie. ‘We hebben een grote achterstand in te halen.’

    De Nationale Bijenstrategie omvat op dit moment 120 initiatieven, zowel in binnensteden als in landbouwgebieden. De programma’s worden opgezet en uitgevoerd door de deelnemers zelf, waarbij het gaat om non-profit-organisaties, collectieven, gemeentes en provincies. Zij volgen de algemene richtlijnen waar het gaat om het bieden van voedsel en nestelmogelijkheden aan bestuivers. 

    Geerpark Vlijmen Insecten hotel
    Insectenhotel Geerpark in Vlijmen.  © Wikimedia CC

    ‘Er wordt veel energie gestoken in de strategie, en dat is een grote verandering in vergelijking met tien jaar geleden,’ zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Universiteit van Wageningen, die betrokken was bij het formuleren van de doelen. ‘Door de Nationale Bijen-strategie is er aandacht gekomen voor bestuivers; mensen zijn zich ervan bewust geworden hoe die in aantal teruglopen en zijn gemotiveerd geraakt om daar iets aan te doen. Nu zijn er meer dan honderd initiatieven. In die zin is de strategie een groot succes.’

    Positieve populatieontwikkeling

    Het bredere doel van de Nationale Bijenstrategie is dat ‘een aantal bijensoorten in 2023 en 2030 een stabiele of positieve populatieontwikkeling laat zien’. Dit doel is verder ontleed in meetbare targets voor die jaren. Het doel voor 2023 is om het aantal soorten dat een neergaande trend vertoont met 30 procent te verkleinen en het aantal soorten dat een stijgende trend vertoont met 30 procent te vergroten, ten opzichte van een nulmeting uit 2012. In 2030 blijft het brede doel hetzelfde als in 2023, maar de target gaat omhoog naar 50 procent vergeleken met de nulmeting uit 2012.

    Kleijn: ‘Een van de frustrerendste dingen bij het evalueren van een strategie is wanneer er geen concrete doelen zijn gesteld. In dit geval zijn de doelen meetbaar, zodat onderzoekers kunnen nagaan of ze worden bereikt.’

    Tot de meer dan negentig deelnemers aan de strategie behoren zeven van de twaalf provincies en een aantal gemeenten, die verschillende maatregelen hebben genomen: het aanleggen van veldjes met wilde bloemen, het plaatsen van insectenhotels en van groene daken, en het instellen van een verbod op het gebruik van pesticiden in openbaar groen.

    Lokaal

    Andere deelnemers zijn heel lokaal, zoals De Fruitmotor, een coöperatie die cider maakt van ‘lelijke’ appels die niet te verkopen zijn omdat ze misvormd zijn of plekken hebben. ‘Wat de coöperatie verdient, wordt geïnvesteerd in het zaaien en planten van stuifmeel en nectar producerende planten, om zo een bestuivervriendelijke zone te creëren rond de Betuwe,’ zegt Henri Holster, oprichter van De Fruitmotor. ‘Deze planten bloeien op verschillende momenten in het jaar, van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar, en leveren daarmee een constante voedselvoorziening voor bijen en andere insecten.’

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers’

    Zelfs initiatieven van individuele particulieren kunnen deelnemen aan de Nationale Bijenstrategie, zoals de Honey Highway, een onderneming van bijenliefhebber Deborah Post die met gemeenten samenwerkt om wilde bloemen langs snelwegen, spoorlijnen en waterwegen te zaaien. Zo worden stukken land waar geen biodiversiteit meer was, bestuiverrijke zones. 

    Nationale Bijenstrategie Tekening Theory of Change
    Infographic Nationale Bijenstrategie

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers,’ zegt projectleider Kruizinga. In 2018 en 2019 organiseerde de Nationale Bijenstrategie een grote bijeenkomst waar deelnemers elkaar konden ontmoeten en van elkaar konden leren. ‘Wat echt goed werkt, is dat onze partners op verschillende niveaus zijn gaan samenwerken, waardoor er heel veel kennis wordt gedeeld.’

    Diversiteit en rijkdom

    De Nationale Bijenstrategie stelt zich ten doel om zo veel mogelijk deelnemers en bestuivervriendelijke initiatieven te activeren. Naturalis, waar Schoonman werkt, is als kennispartner van de strategie betrokken bij de uitrol ervan. ‘Mensen bewust maken van de diversiteit en rijkdom van bestuiversoorten speelt een belangrijke rol in het behoud van die soorten. Daarom is de bijentelling zo belangrijk.’ Hij heeft het over de jaarlijkse telling door mensen in het land, die Naturalis organiseert.

    Dit jaar vond de vijfde editie van de bijentelling plaats. In een weekend in april telden bijna vierduizend vrijwilligers uit het hele land een halfuur lang bijen in hun tuin. Bovenaan de lijst met waargenomen soorten stond ook dit jaar weer de honingbij. De gehoornde metselbij bleek nog steeds een van de meest voorkomende wilde bijensoorten in tuinen te zijn, terwijl die tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was in Nederland. 

    De bijentelling helpt om trends in de bestuiverpopulaties bij te houden, maar kent haar beperkingen. Zo kan het programma zich niet bezighouden met onderwerpen als het gebruik van pesticiden of industriële vervuiling. ‘Hoe krijgen we boeren zover dat ze minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat bestuivende insecten daar niet door worden aangetast?’ vraag Kruizinga zich af. Het veranderen van denkpatronen en gedrag kost tijd, zeker als er commerciële belangen meespelen. ‘Boeren zijn gewend op economisch voordelige of tijdbesparende wijze te werken,’ zegt hoogleraar Kleijn. Volgens hem kunnen boeren met subsidies worden gestimuleerd om moeilijke maar belangrijke maatregelen te nemen. Maar daarvoor is wel een omvangrijk budget nodig.

    ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur’ 

    Ondertussen maakt ook de EU werk van de aanpak van pesticiden. In 2013 werd het gebruik van drie neonicotinoïden – bestrijdingsmiddelen waarvan bekend is dat ze uiterst schadelijk zijn voor bestuivende insecten – op bloeiende gewassen al verboden. In 2018 werd dat verbod uitgebreid naar gebruik op alle gewassen. En in juni van dit jaar nam de Europese Commissie voorstellen aan om voor 2030 het gebruik van pesticiden in de hele EU met 50 procent te verminderen. Maar er is nog steeds veel werk te doen om die doelen te behalen.

    Een andere beperking van de Nationale Bijenstrategie is dat die voornamelijk van de deelnemers afhankelijk is voor het creëren van bestuivervriendelijke landschappen. ‘Je kunt je afvragen of dat genoeg is om werkelijk iets te veranderen,’ zegt Kleijn. Maar Kruizinga blijft optimistisch over het effect van de Strategie: ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur.’