Tag: bijgeloof

  • In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In sommige delen van India zijn heksenjachten nog aan de orde van de dag. Vroeger werd deze wrede praktijk grotendeels ingegeven door bijgeloof, vandaag de dag wordt ze vooral ingezet als middel om vrouwen te onderdrukken. ‘Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?’

    Ze duwden de jonge vrouw hun huis binnen en sloten de deur achter haar. ‘Je bent een heks!’ schreeuwde een vrouwelijke aanvaller. Ze sloeg en trapte de zesentwintigjarige vrouw in haar buik, gezicht en borst. Haar ouders en haar oom deden mee.

    Toen de afranseling na bijna twee uur eindelijk was afgelopen, werd de jonge vrouw aan haar haren naar buiten getrokken, door haar dorp gesleept en bewusteloos naast een tempel gedumpt. Haar kleren bedekten haar gehavende lichaam nauwelijks.

    Deze mishandeling vond plaats in 2021 in de oostelijke Indiase deelstaat Jharkhand. Nog altijd heeft India moeite om het eeuwenoude kwaad van de heksenjacht uit te roeien, ondanks een reeks van wetten en andere initiatieven.

    Het brandmerken van heksen werd eeuwenlang vooral door bijgeloof gedreven. Als een oogst mislukte, een bron droogviel of een familielid ziek werd, zochten de dorpelingen iemand uit – bijna altijd een vrouw – die ze de schuld gaven van het kwaad, waarvan ze de oorzaak niet begrepen.

    Heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen

    Nog steeds is het bijgeloof niet verdwenen. Maar vaak zijn de aantijgingen van hekserij nu gewoon een middel geworden om vrouwen te onderdrukken, aldus mensen die de slachtoffers steunen. Het motief kan zijn om een stuk land te bemachtigen of een rekening te vereffenen. Of heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen.

    Over de zaak in Jharkhand zegt Durga Mahato, de aangevallen jonge vrouw, dat de problemen begonnen toen ze de seksuele avances van een prominente man in het dorp afwees. Hij, zijn broer, zijn vrouw en hun dochter verklaarden vervolgens dat Mahato een heks was, lokten haar naar hun huis en vielen haar aan.

    Mahato, haar echtgenoot Nirmal en een plaatselijke politieagent gaven een beschrijving van de aanranding. De vooraanstaande man dreigde haar ook te verkrachten, vertelt ze. De man en zijn broer zijn op borgtocht vrijgelaten na enkele maanden in de gevangenis te hebben doorgebracht. Voor Mahato eindigde de heksenjacht niet met de afranseling. Ze mocht niet meer baden in het meertje in het dorp en mocht geen water meer halen uit de dorpspomp. Rond haar huis werd een houten hek gebouwd om te voorkomen dat ze het dorp in zou gaan. 

    Dorpsbewoners geven haar de schuld van ongeluk, zoals de dood van een koe. Slechts enkele mensen praten nog met haar. Ze heeft nog steeds pijn in haar middel en haar rug.

    ‘Wat heb ik misdaan dat God mij zo vreselijk straft?’ zegt ze op een avond, gezeten op een knalgele charpoy – een geweven bed – buiten haar stenen huis. ‘Van mij mogen ze me heks noemen, als ze dat zo graag willen,’ voegt ze eraan toe, terwijl ze in huilen uitbarst. ‘Ik heb drie jonge kinderen. Ik durf geen zelfmoord te overwegen.’

    Heksenjachtpreventieteams

    De heksenjacht bestaat nog in een tiental Indiase staten. De praktijk komt vooral voor in het midden en oosten van het land, in gebieden waar inheemse stammen wonen, aldus deskundigen. Veel deelstaten hebben wetten tegen dergelijke praktijken aangenomen. In sommige staten, waaronder Assam, zijn de straffen verscherpt – daar kunnen nu levenslange gevangenisstraffen worden opgelegd. Andere staten, waaronder Odisha, hebben aan hun wetgeving initiatieven toegevoegd om bewustzijn te creëren. Zo worden er bij de politiebureaus gedenktekens opgericht voor slachtoffers.

    Bij vrouwen die tot heks werden verklaard, werden de nagels uitgetrokken. Ze werden gedwongen om uitwerpselen te eten, naakt tentoongesteld of bont en blauw geslagen. Sommige komen op de brandstapel of worden gelyncht. Volgens het Nationaal Bureau voor registratie van Criminaliteit werden in India tussen 2010 en 2021 meer dan vijftienhonderd mensen vermoord na beschuldigingen van hekserij.

    Heksenjachten komen vaak voor in Jharkhand, een staat die rijk is aan mineralen maar waar armoede heerst en waar inheemse stammen ongeveer een kwart van de bevolking uitmaken. De aanval op Mahato was een van de 854 gevallen van hekserij die in 2021 in de deelstaat werden geregistreerd, waarvan 32 een dodelijke afloop hadden.

    Jharkhand heeft gekozen voor een praktische aanpak om de plaag uit te roeien. Onder de naam Project Garima heeft de overheid zo’n vijfentwintig ‘heksenjachtpreventieteams’ opgezet, die met straattheater het bewustzijn trachten te vergroten. Beschermingscomités op dorpsniveau geven steun aan overlevenden van geweld. Er zijn centra voor juridische bijstand opgericht waar slachtoffers korte tijd kunnen verblijven. Medewerkers van een helpdesk bellen met overlevenden om op de hoogte te blijven van hun psychologische en economische toestand.

    Maar de rechtshandhaving is nog niet streng genoeg. Madhu Mehra, oprichter van een juridische hulpgroep voor vrouwen, zegt dat haar organisatie bij een onderzoek naar heksenjachten in drie staten, waaronder Jharkhand, heeft vastgesteld dat de politie meestal alleen optreedt in geval van moord of poging tot moord. Dat, en de moeilijkheid om diepgewortelde overtuigingen te veranderen, heeft ertoe bijgedragen dat de praktijken blijven bestaan, zeggen activisten.

    De staat had 2023 als streefjaar gesteld voor het uitroeien van de heksenjacht, maar volgens ambtenaren wordt dat nu met minstens drie jaar opgeschoven. 

    Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren

    In het geval van Mahato kwam de belangrijkste hulp niet van de regering, maar van een ander slachtoffer van de heksenjacht, Chhutni Mahato. Haar inspanningen om de praktijken uit te bannen worden door de Indiase regering erkend en gesteund. Een tante van Durga Mahato had gehoord over het werk van Chhutni Mahato (de twee vrouwen zijn geen familie van elkaar). Nadat ze twee weken in het ziekenhuis had gelegen kreeg Durga wekenlang onderdak in het lemen huis van Chhutni.

    De gebroken tanden van Chhutni Mahato getuigen van de verschrikkingen die ze heeft ondergaan nadat dorpelingen haar de schuld hadden gegeven van de ziekte van een jong meisje. Ze ging ervandoor en begon jaren later te werken voor een niet-gouvernementele organisatie. Regelmatig valt ze politiebureaus binnen om actie te eisen tegen heksenjachten en aan de telefoon scheldt ze dorpshoofden uit. Slachtoffers komen via mond-tot-mondreclame bij haar terecht en inmiddels heeft ze meer dan honderdvijftig vrouwen in de staat geholpen.

    Een van hen is Dukhu Majhi, die in een pittoresk dorpje woont op een paar honderd kilometer afstand. Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren. Dorpelingen vroegen zich af hoe een ‘normale vrouw’ alleen met haar jonge kinderen diep in het bos kon leven, terwijl haar man weg was voor zijn werk. Uiteindelijk bestempelden ze haar tot heks.

    ‘Heeft iemand buikpijn of hoofdpijn, dan krijg ik de schuld. Ze stonden voor mijn huis te roepen: “Zij is de heks die ons al deze ellende bezorgt”,’ zegt Majhi. ‘Ik reageerde met “Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?”’ 

    Afgelopen juli zaten dorpelingen haar achterna met bijlen en stokken. Ze rende haar huis binnen; de dorpelingen bonkten op de deur en probeerden die open te breken. ‘Ik hield mijn kinderen dicht tegen me aan gedrukt. We zaten allemaal te trillen van angst,’ vertelt Majhi.

    Zij en haar man gingen naar de politie om een klacht in te dienen, maar Pintu Mahato, een plaatselijke politiefunctionaris, bagatelliseert de zaak. Mahato zei onlangs, gezeten op een plastic stoel buiten het politiebureau, dat de zaak door de dorpsoudsten was opgelost en dat iedereen weer harmonieus samenleefde. Hij was duidelijk niet op de hoogte, want kort na de aanval verliet Majhi haar huis. Zij kon met haar familie enkele dagen bij Chhutni Mahato schuilen, waarna ze een kamer vond in de buurt van een grotere stad. Haar man heeft een nieuwe baan gevonden.

    Af en toe bezoeken ze hun huis in het bos, om te zien hoe hun schamele bezittingen en hun moestuin erbij staan, en om hun kinderen de kans te bieden even lekker op de bedden van charpoy te gaan liggen.

    Lees ook:

  • Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Onlangs vloog een verdachte ballon boven de Verenigde Staten en recenter werden unidentified flying objects waargenomen. Is er te veel verkeer in de stratosfeer? Spionage? Verhoogde buitenaardse belangstelling? De waarheid ligt niet ergens daarbuiten, maar diep in onszelf.

    De terechte vraag hoe buitenaardse wezens zullen reageren als ze als eerste mens uitgerekend Kurt Waldheim gaan horen, die hun in een enigszins Oostenrijks Engels (‘Greedings!’) de hartelijke groeten van de aarde overbrengt, werd door Tim Burton in 1996 al beantwoord in zijn film Mars Attacks!: het zal ze vermoedelijk veel hoofdbrekens kosten.

    Ruim vijfenveertig jaar geleden, op 5 september 1977, werd de ruimtesonde Voyager I het heelal in geschoten. De nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten was die herfst de discoversie van Star Wars Theme. Dit stuk muziek stond helaas niet op de gouden plaat waarmee de Voyager op zijn verre reis werd gestuurd; wel bevatte die een boodschap van de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, evenals vijfenvijftig begroetingen in evenveel talen (met interessante variaties: in het Duits klinkt een eenvoudig ‘Hartelijke groeten aan iedereen’, maar in het Mandarijn een al bijna joviaal ‘We hopen dat het jullie allemaal goed gaat. We denken aan jullie allemaal. Kom alsjeblieft hierheen en bezoek ons, als jullie tijd hebben.’)

    Men achtte het anno 1977 dus niet volkomen uitgesloten dat de Voyager ooit eens op intelligente levende wezens met platenspelers zou stuiten. Een andere wereld werd voor mogelijk gehouden. Maar het gouden tijdperk van de ufologie was op dat moment allang voorbij.

    Het onderscheid tussen feit en fictie is moeilijk te maken; maar dat is juist de lol ervan

    Dit klassieke tijdperk was op 24 juni 1947 begonnen met een rondvlucht van hobbypiloot Kenneth Arnold boven Mount Rainier in de Amerikaanse staat Washington. Arnold zag toen negen ongeïdentificeerde vliegende objecten in de vorm van boemerangs, die zich voortbewogen als ‘schotels die over het water ketsen’. Dat werd journalistiek ingekort tot ‘vliegende schotels’ – een beeld dat zich in het collectieve geheugen grifte als een pick-upnaald in de groef van een plaat. Alleen al in de tweede helft van 1947 registreerden de autoriteiten in de VS nog 850 andere ufomeldingen, evenals een vermoedelijk ongeval van een buitenaards ruimteschip ten noorden van het stadje Roswell in New Mexico. 

    De US Air Force richtte daarop de ufowerkgroep ‘Project Blue Book’ op, misschien ook onder invloed van de Koude Oorlog en de bijbehorende, ietwat paranoïde veiligheidspolitiek – tot het gewoon te veel werd. Tegen het eind van de jaren zestig zorgden ufomeldingen en waarnemingen van aliens – als onderdeel van de populaire mediacultuur intussen alom aanwezig – steeds weer voor hysterische taferelen. Dus werd er iets tegen ondernomen: in 1969 stelde een commissie onder leiding van natuurkundige Edward Condon een laatste bericht op voor het ‘Blue Book’-project, waarin men tot de conclusie kwam dat verder onderzoek naar ufo’s niet in het belang was van de wetenschappelijke vooruitgang. Basta.

    Pseudowetenschap

    Het bericht van Condon werd het worstcasescenario van de ufologie en verwees de bloeiende pseudowetenschap linea recta naar het rijk der complottheorieën. Niet dat ze daar niet prachtig verder bloeide. Het menselijk verlangen naar aandacht is groot, en als die aandacht ook nog buitenaards is: des te opwindender. Daarbij kwamen in de loop der jaren een verhoogde sensibiliteit voor onverklaarbare fenomenen en een steeds betere waarnemingstechnologie (alleen de camera’s van mobieltjes laten het bijna altijd afweten als het erop aankomt). In de afgelopen weken was deze fundamentele bereidheid om onverklaarbare dingen als buitenaards te interpreteren weer eens heel duidelijk waarneembaar. Uiteindelijk achtten ook serieuze instanties het mogelijk dat weggewaaide weerballonnen en verroeste metalen boeien sporen van buitenaardse intelligentie bevatten. Zelfs in Oostenrijk werden in het voorjaar dertig ufowaarnemingen gemeld, onlangs bijvoorbeeld in de omgeving van Knittelfeld.

    Florian Freistetter, astronoom en ‘science buster’, maakt over dit onderwerp een nuchtere rekensom: ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven. Als dat bij een op de miljoen planeten het geval was, dan zou het in het heelal heel vaak voorkomen. Ligt de waarschijnlijkheid bij een op een triljard, dan zou het ook kunnen dat wij het enige geval zijn. Dat zouden we dan ook weer raar en saai vinden.’ 

    Omdat hij een prominent astronoom is, krijgt Freistetter steeds weer meldingen van ufowaarnemingen. ‘Er is aan de hemel inderdaad heel erg veel te zien: er zijn sterren, er zijn planeten, vallende sterren, satellieten, en je hebt het ruimtestation ISS. Het probleem is dat verreweg de meeste mensen niet weten wat er allemaal aan de hemel te zien is. Veel mensen komen dus in situaties waarin ze iets waarnemen wat ze niet kunnen plaatsen. In de late herfst, als het weer vroeg donker wordt, is Venus vaak in de avondschemering al heel goed te zien. En die planeet kan extreem helder zijn. Maar de meeste mensen weten dat niet en zien een heel helder licht. Dan krijg je een hoop meldingen.’ En teleurstellingen.

    ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven’

    Want niets is zo deprimerend als een geheim dat er helemaal geen blijkt te zijn. We willen zo graag geloven. In 1980 publiceerden de pseudowetenschappelijke auteurs Charles Berlitz (De Bermudadriehoek) en William L. Moore (Het Philadelphia-experiment) het boek The Roswell Incident, over die allang vergeten gebeurtenis in de woestijn van New Mexico. Vermeende ooggetuigen en insiders vertellen in het boek over de vondst van een buitenaards ruimtevaartuig met bemanning, en de daaropvolgende doofpot op last van hoogst geheime kringen. Roswell werd het codewoord, en het boek een brontekst voor de nieuwere ufologie, tot en met de mysterieserie The X-Files. In de slipstream daarvan werd het nachtprogramma van commerciële tv-zenders volgestopt met autopsieën van aliens en complotdocu’s. De waarheid is ergens daarbuiten.

    Zou het? Waarom gelooft men in aliens, waarom hoopt men op ufo’s? Wellicht speelt eenzaamheid een rol: die van de mensheid in het oneindige universum, maar ook die van de lichtjarenlang reizende buitenaardse wezens op weg naar ons. Dat denkbeeld maakt een oeroud gevoel wakker dat ons ontvankelijk maakt voor mythen. Uit ufologie ontstaat gemakkelijk religie. De centrale geloofsbelijdenis uit het boek van [de Zwitserse schrijver] Erich von Däniken was: buitenaardse wezens hebben de menselijke beschaving gesticht. Dat is zo ongeveer ook wat de Raëlianen geloven, de volgelingen van de Fransman Claude Vorilhon, alias Raël, die ervan uitgaan dat de buitenaardse ‘Elohim’ iets meer dan twintigduizend jaar geleden de mens geschapen hebben naar hun beeld.

    Uitstekende biotoop

    George Knapp op zijn beurt, een onderzoeksjournalist uit Las Vegas, ziet de zaak duidelijk pragmatischer: wij zijn misschien een soort landbouwproject van een buitenaardse intelligentie – onwetenden in de Hof des Heren. Het internet heeft zich bewezen als een uitstekende biotoop voor bloeiende theorieën van het griezelige soort. Het onderscheid tussen feit en fictie is daarbij in principe moeilijk te maken; maar dat is geen probleem, het is juist de lol ervan. ‘Toen je nog complottheoreticus moest zijn om erin te geloven, was alles mooi en goed,’ schreef de in ufo’s geïnteresseerde Oostenrijkse auteur Clemens J. Setz in een essay voor het Hamburgse weekblad Die Zeit. Hij zinspeelde daarmee op een opmerkelijke ontwikkeling: ufo’s worden de laatste tijd weer serieus genomen, bijna té serieus zelfs.

    UFO-meldingen

    Het zijn niet de minsten die ufo’s zien. Op een formulier van het International UFO Bureau in de Jimmy Carter Presidential Library beschrijft de oud-president hoe hij in het stadje Leary in Georgia een lichtbal zag ‘die gedurende 10 tot 12 minuten veranderde van grootte, helderheid en kleur’. Vorig jaar werden in Engeland 411 en in Schotland 52 meldingen van ufo’s gedaan volgens de Britse krant The Mail.
    Serieuze Amerikaanse kranten en bladen als The New Yorker en het beroemde actualiteitenprogramma 60 Minutes hebben uitgebreid aandacht geschonken aan het fenomeen. Het Amerikaanse leger heeft vorig jaar zelfs bevestigd dat soldaten onverklaarbare dingen zien.

    In december 2017 berichtte The New York Times dat het Pentagon al sinds jaren een ufo-onderzoeksteam heeft. Prominente senatoren zoals de Republikein Marco Rubio en de Democraat Harry Reid speculeerden daarop in het openbaar over de mogelijkheid van buitenaardse bezoeken, er werden vage opnames gepubliceerd van geheimzinnige vliegende objecten, gefilmd door gevechtsvliegtuigen van de VS. In een persbericht van het Pentagon uit juni 2021 werden 144 meldingen van ufowaarnemingen geanalyseerd en in verschillende categorieën ondergebracht: geheime vliegende objecten van eigen of buitenlandse makelij, weersverschijnselen, atmosferische troep en ‘overigen’ – zeg: aliens? 

    De ufologie beleeft op dit moment haar scientific turn, ze wordt ‘mainstream’ en bevrijd van het gefantaseer – en daarmee verliest ze helaas ook iets van haar romantische aura. Waar eerst vliegende schotels waren, dwarrelen nu spionageballonnen. De lucht boven ons hoofd is weer een beetje dunner geworden. Maar niettemin: hartelijke groeten aan iedereen!

    Schrijver Sebastian Hofer griezelde in zijn jeugd bij The X-Files en heeft, mogelijk daardoor
    aangestoken, ook echt een keer een ufo gezien. Die kon overigens snel worden geïdentificeerd:
    de plaatselijke disco had een nieuwe skybeamer aangeschaft.