Tag: blanke suprematie

  • Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    In democratische landen worden mensen nog altijd getagd, gelabeld of bestempeld op basis van hun huidskleur of afkomst. In Mexico is het palet wel erg uitgebreid. ‘Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid en Europese moslims bestaan?’

    ‘Kom binnen, güerita, wat zal het zijn, wat is er van je dienst?’ Het woord güera/o wordt niet in alle landen gebruikt, maar in het mijne, Mexico, worden er blonde personen of personen met een witte huid mee bedoeld. De enige uitzondering zijn de marktkooplieden, die de gewoonte hebben iedere vrouw güerita (‘blondje’) te noemen, of ze er nou uitziet als een Barbie met platinablond haar of een chocoladekleurige huid heeft. Ik neem aan dat deze gewoonte oorspronkelijk een vorm van vleierij was, want eeuwenlang, en nog steeds, worden mensen met een lichte huid gezien als mensen met macht, als bazen en eigenaren. Als je op de markt in Mexico deel uitmaakt van de clientèle ben je dus vanzelf güerita

    Deze merkwaardige uitzondering daargelaten beschikt de Mexicaanse kleurenwaaier, net als die in andere landen van Latijns-Amerika, over enkele hulpmiddelen om onze kleurverschillen aan te geven, waarbij de lichte huid, die wij ‘wit’ noemen, altijd als vertrekpunt geldt. Wie over een lichte huid beschikt is güera/o, al ben je óók güera/o als je al dan niet geverfd blond haar hebt. En van wit naar boven – of naar beneden, het is maar hoe je het bekijkt – beschrijven de mensen zichzelf aan de hand van bepaalde schakeringen: je kunt een gezonde roze, een tarwekleurige, een kastanjebruine of een gebronsde huidskleur hebben. Het woord moreno wordt doorgaans afgezwakt met de toevoeging ‘licht’. Met de donkere huid heeft men meer moeite, vandaar dat de verkleinvorm wordt gebruikt: de pasgeboren baby is morenito; net iets donkerder en het wordt prietito, en alleen iemand met een heel donkere huid is mulato. In bepaalde kringen, met name als je behoort of wilt behoren tot een sociaal-economische of culturele middenklasse of bovenlaag, typeren maar weinigen zichzelf als moreno of ‘zwart’. Nu ja, in grappen en beledigingen komt het woord ‘zwart’ veelvuldig voor.

    Ik ben opgegroeid in een geschoold arbeidersgezin in het Mexico van de jaren zeventig en ging dus op de markt door voor güerita, op school – een nonnenschool met veel meisjes uit Spaanse gezinnen – voor wit, en bij de kapper voor kastanjebruin. Eigenlijk ben ik het een noch het ander, ik ben wit noch güera: ik heb donker kastanjekleurig haar en een kaneelkleurige huid. Maar in de denkbeeldige klasse uit mijn kindertijd en jeugd was ik een wit Mexicaans meisje dat op een particuliere school zat, een buitenlandse naam had en bovendien Engels sprak. 

    Brown, white en latina

    Om te profiteren van die twee laatste eigenschappen pakte ik in 2004 mijn biezen en ging in de Verenigde Staten wonen. Eenmaal in Los Angeles duurde het geen jaar voor het tot me doordrong dat ik helemaal niet was wat ik dacht dat ik was en dat ik ook nog eens van alles was waarvan ik me niet bewust was. Al stond het in mijn Mexicaanse paspoort – in die tijd werd in je paspoort je huidskleur vermeld –, wit was ik niet, want in de VS is white voorbehouden aan Angelsaksische Noord-Amerikanen. Ik was niet güera, wat dat staat gelijk aan blonde, en ik heb mijn haar nooit willen blonderen. Ik had niet langer een buitenlandse naam – al bleven ze hem bij Starbucks verkeerd spellen – en wat ik beschouwde als een behoorlijk goed niveau Engels viel vies tegen, want één ding is films zonder ondertiteling begrijpen, schrijven over het uitgavenbudget van Californië is andere koek. Wat nog het meeste indruk op me maakte was dat het feit dat ik Mexicaans was niet zo belangrijk leek, want toen ik in de Verenigde Staten kwam, veranderde ik prompt in ‘brown’ en in ‘latina’: Brown, immigrant, latina, who writes in Spanish and speaks English with a funny heavy accent.’

    Yup, that was me.

    Terwijl ik bezig was me een nieuwe identiteit aan te meten, had ik vooral moeite om de vinger achter het etiket ‘latina’ te krijgen. Strikt genomen is iedereen latino – voornamelijk mensen afkomstig uit Europa en Midden- en Zuid-Amerika – die een van het Latijn afgeleide taal spreekt. Spanjaarden, Italianen en Fransen zijn dus latinos, en natuurlijk ook Mexicanen, Colombianen, Argentijnen en Peruanen. En omdat we met zovelen zijn kwam iemand op het idee om de latinos van het Amerikaanse continent onder één noemer te brengen en ons Latijns-Amerikanen te noemen. Tot zover is het min of meer duidelijk. Het wordt pas problematisch als het etiket daadwerkelijk wordt gebruikt.  

    Alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos

    In het dagelijks leven van de Verenigde Staten gebruikt men ‘latino’ voor iedereen die uit een Latijns-Amerikaans land afkomstig is. De bepaling ‘Amerikaans’ wordt uiteraard weggelaten, want degenen die in de VS wonen beschouwen alleen zichzelf als Amerikanen. (Bolívar draait zich om in zijn graf.) ‘Latino’ wordt ook gebruikt als synoniem voor ‘brown’: je bent ‘moreno’, je bent ‘latino’. En het wordt door elkaar gehaald met ‘hispano’, wat de benaming is voor degenen die afkomstig zijn uit landen die het Spaans als officiële taal hebben: alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos. Op officiële papieren vallen beide categorieën onder het kopje ‘etnische groepering’. 

    Wat het kopje ‘race’ betreft bieden genoemde formulieren vier opties: wit, zwart, Aziatisch of Native American, die laatste om de inheemse volkeren van het continent aan te duiden. Wat een onzin, opnieuw. Want ik ben niet wit, maar ook niet zwart of een van de andere opties. Als het om kleur gaat past brown me het best. Maar brown geldt als synoniem van latino, wat een etnische categorie is. Toen ik in 2010 mijn bedenkingen kenbaar maakte aan de mensen van het Census Bureau, opperden ze om Race: white. Ethnicity: latinain te vullen. Maar hoor eens: in dit land ben ik zelfs op de markt niet white

    Nationalisme en witte suprematie

    Als het voorgaande niet genoeg is om iemand in zijn identiteit te laten verstrikken, zal ik je vertellen wat me overkwam toen ik na 17 jaar Verenigde Staten besloot in Spanje te gaan wonen. Het eerste wat ze vragen als ze horen waar ik vandaan kom, is wat ik vind van de Amerikaanse politiek. Ik zou kunnen antwoorden: van welke van de 35 landen van Amerika? Ik doe het niet, want ik weet best wat ze bedoelen: Amerikanen, dat zijn de inwoners van de VS (Bolívar draait zich nog eens om). Ze zeggen toch dat zij, de Spanjaarden, Amerika, de Amerikanen dus, hebben ‘veroverd’? Denken ze soms dat Hernán Cortés tot Manhattan is gekomen? Maar het mooiste komt nog: als met ‘Amerikanen’ de inwoners van de Verenigde Staten worden bedoeld, wat zijn wij dan? Het antwoord: latinos. In Spanje gebruiken de Spanjaarden, dus de oorspronkelijke latinos die ons een Latijnse/Romaanse taal hebben opgelegd, het woord ‘latino’ om ons, de Mexicaanse, Ecuadoriaanse of Peruaanse immigranten, aan te duiden. En de Spanjaarden? Dat zijn witte Europeanen. 

    Het punt is dat deze Europeanen die Spaans spreken, en in veel gevallen niet blond zijn en ook geen blauwe ogen hebben, als ze in de Verenigde Staten aankomen, etiketten krijgen opgeplakt als immigrant, latino, en in sommige gevallen brown. Ook al zijn ze geboren in Europa. Ook al beheersen ze het Engels. Kunt u zich de verwarring voorstellen?

    Welkom in mijn wereld.

    Aan welke kant van de Atlantische Oceaan je je ook bevindt, nationalisme en witte suprematie plegen de troef van de kleurenkaart te spelen: zeg me hoe donker je huid is en ik zal je zeggen hoe weinig je waard bent voor je land en je samenleving. Dat is hetzelfde in Mexico ten aanzien van de inheemse bevolking uit Oaxaca of van immigranten uit Honduras of Haïti, en in de Verenigde Staten als er sprake is van Mexicanen, Midden-Amerikanen of Afro-Amerikanen, en in Spanje als er mensen ten Zuiden van de Sahara, moros oftewel Noord-Afrikanen of zigeuners in het spel zijn: in het dagelijks leven word je onophoudelijk geconfronteerd met uitingen van latent of expliciet, niet-aflatend, heftig racisme, waarin het wemelt van de etiketten. En dat in landen die er prat op gaan tot het democratische deel van de wereld te horen.

    Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten wat wij zijn?

    Ik schrijf dit vanuit Barcelona, een paar uur na de Spaanse verkiezingscampagne die uiteindelijk in de media werd gedomineerd door een racistische belediging aan het adres van een zwarte voetballer, die ‘aap’ werd genoemd. Na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen bleken rechts en extreemrechts in het hele land belangrijke winst te hebben geboekt, zowel wat het aantal zetels als het aantal gemeenten betreft. Heel wat leden van die partijen zinspelen heimelijk of zelfs openlijk op hun witte huid of Europese afkomst als een van de waarden die hun programma voorstaat. 

    En hier wordt het opnieuw ingewikkeld. Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid, Europese moslims, latinos die Spaans noch Amerikaans zijn of niet-nationalistische witten bestaan, als het ons soms moeite kost de anderen én onszelf te zien als zwarte Latijns-Amerikanen, als Noord-Amerikanen die Spaans spreken, als Latijns-Europeanen, als niet-witte Spanjaarden, als niet-Noord-Amerikaanse Amerikanen, als Native Americans? Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen en recht doen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten – of te accepteren – wat wij zijn? 

  • Spreekbuis rassenpolitiek komt tot andere inzichten

    Spreekbuis rassenpolitiek komt tot andere inzichten

    De massale schreeuw om herstel van blank Amerika is gehoord en beloond. Maar er is altijd hoop en kans op herbezinning. Lees het ongelofelijke verhaal van Derek Black, spreekbuis van het blankesuprematiebeginsel, die door discussies met medestudenten langzaam maar zeker aan zijn eigen logica begint te twijfelen.

    Hun openbare bijeenkomst wordt verstoord door een demonstratie en een bommelding, dus besluiten de white nationalists op een geheime locatie te vergaderen. Ze glippen langs politieagenten en demonstranten een hotel binnen in het centrum van Memphis. Het is november 2008, een paar dagen nadat Amerika voor het eerst in de geschiedenis een zwarte president heeft gekozen. Tientallen vooraanstaande racisten van over de hele wereld willen hun strategie voor de komende jaren bepalen. ‘De aftrap van de strijd voor het herstel van een blank Amerika’, staat er op de agenda.

    De ruimte is voor een groot deel gevuld met voormalig Ku Klux Klan-aanvoerders en prominente neonazi’s, maar een van de keynotesprekers is een student uit Florida, een jongen van nog maar net negentien. Derek Black heeft al een eigen radioprogramma. Hij is een white nationalist-website voor kinderen begonnen en is op lokaal niveau politiek actief in Florida. ‘Het lichtende voorbeeld van onze conferentie’, zo luidt zijn introductie. En dan neemt Derek plaats achter het spreekgestoelte. ‘Dé manier om iets te bereiken is via de politiek,’ zegt hij. ‘We kunnen infiltreren. We kunnen ons land terugveroveren.’

    Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader

    Jaren voordat Donald Trump een verkiezingscampagne voert die deels is gebaseerd op een politiek van raciale ongelijkheid en verdeeldheid, is een groep openlijke white nationalists al bezig de weg voor hem te effenen en zijn opkomst mogelijk te maken, door het racistische gedachtengoed steeds meer weg te halen uit de hoek van het extremisme en onder te brengen bij rechtse, zeer conservatieve partijen. Veel van de aanwezigen in Memphis hebben een ontwikkeling doorgemaakt van Klan-lid naar aanhanger van het blankesuprematiebeginsel naar ‘raciaal-realist’, om hun eigen terminologie te gebruiken. Derek Black staat voor een volgende stap in die evolutie.

    Hij doet nooit racistische uitspraken. Hij roept niet op tot geweld of tot het overtreden van de wet. Hij is verkozen binnen een Republikeinse commissie in Palm Beach County, Florida (waar Trump ook een huis heeft), zonder ooit de term ‘white nationalism’ in de mond te hebben genomen. In plaats daarvan spreekt hij over de ongekende schade die wordt aangericht door politieke correctheid, positieve discriminatie en een ongebreidelde instroom van hispanics.

    Erfgenaam

    Derek Black is niet alleen een spreekbuis van de rassenpolitiek, hij is er ook een voortbrengsel van. Zijn vader, Don Black, is de oprichter van Stormfront, het eerste en grootste internetforum van de white nationalists, met meer dan 300.000 leden – een aantal dat nog altijd groeit. Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader. Derek is opgegroeid in de voorste gelederen van de beweging, en sommige white nationalists noemen hem dan ook ‘de erfgenaam’.

    Hier, in Memphis, spreekt Derek over de toekomst van hun ideologie. ‘De Republikeinse partij moet ofwel ten val worden gebracht, ofwel worden overgenomen,’ zegt hij. ‘Ik ga ervan uit dat de Republikeinen hun rol als blanke partij zullen oppakken en waarmaken.’

    Een paar toehoorders beginnen te klappen, vervolgens beginnen er een paar te fluiten, en het duurt niet lang of de hele zaal applaudisseert. ‘Dit is ons moment,’ zegt Derek, want in deze zaal heerst tenminste consensus. Men is ervan overtuigd dat het white nationalism een politieke revolutie in gang zal zetten. Ook is men ervan overtuigd, in ieder geval op dat moment, dat Derek die beweging mede zal aanvoeren. ‘Over vele jaren zullen we terugkijken op deze tijd,’ zegt hij. ‘De grote intellectuele beweging om de blanken te redden is vandaag in gang gezet.’

    Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek

    Acht jaar later zal de toekomst die ze op dat moment voor zich zien eindelijk gestalte krijgen, met de presidentsverkiezingen van 2016. Donald Trump retweet de blanke racisten. Hillary Clinton houdt toespraken over de toenemende haat onder blanken en citeert David Duke, die zelf een campagne is begonnen om een Senaatszetel in de wacht te slepen.

    Het white nationalism heeft zich inmiddels op grove wijze een pad gebaand naar het centrum van de Amerikaanse politiek, maar een van de mensen die de ideologie als geen ander kent, is in geen velden of wegen meer te bekennen. Derek is net 27 geworden ten tijde van de campagnes voor de verkiezingen van 2016. In plaats van de beweging aan te voeren, doet hij verwoede pogingen zich ervan los te maken. En dan niet alleen van de landelijke beweging, maar ook van een leven waar hij zich niet langer een voorstelling bij kan maken.

    Dat leven heeft zich, vanaf het allereerste begin, afgespeeld in de geïsoleerde wereld van blanke racisten, een wereld waarin geen seconde wordt getwijfeld aan de positie van de blanken binnen de Amerikaanse samenleving. Derek heeft met de paplepel ingegoten gekregen dat Amerika is bedoeld voor blanke Europeanen en dat alle anderen uiteindelijk zullen moeten vertrekken. Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek. Zijn ouders halen hem in groep drie van zijn school in Palm Beach, omdat ze zijn zwarte leraar ‘ain’t’ horen zeggen. Derek is dan een van de weinige blanke kinderen in een klas met voornamelijk hispanics en Haïtianen. Zijn ouders besluiten dat hij thuis beter af is.

    ‘Het is verschrikkelijk hoeveel blanke geesten worden verpest binnen het schoolsysteem’, schrijft Derek niet veel later op de Stormfront-site voor kinderen, die hij maakt wanneer hij tien is. ‘Ik word nu niet langer belaagd door groepen niet-blanken. Ik leer trots te zijn op mezelf, mijn familie en mijn volk.’

    Derek Black in 2008. De zoon van voormalig Ku-Klux-Klan-wizard Don Black is op zijn 19e verkozen in de Republikeinse commissie in Palm Beach County. – © Hollandse Hoogte
    Derek Black in 2008. De zoon van voormalig Ku-Klux-Klan-wizard Don Black is op zijn 19e verkozen in de Republikeinse commissie in Palm Beach County. – © Hollandse Hoogte

    Omdat hij thuisonderwijs krijgt, kan racisme een speerpunt van zijn scholing worden. Thuisonderwijs betekent ook dat hij de vrijheid heeft om op pad te gaan met zijn vader, die elk jaar een paar weken afreist naar het Diepe Zuiden om te spreken op congressen van white nationalists. Don Black komt uit Alabama, waar hij zich in de jaren zeventig aansluit bij de White Youth Alliance, die wordt geleid door David Duke, die op dat moment nog is getrouwd met Chloe. Dat huwelijk loopt uiteindelijk stuk en jaren later komen Don en Chloe elkaar weer tegen. Ze trouwen en in 1989 wordt Derek geboren.

    Ze nemen hun intrek in Chloe’s geboortehuis in West Palm Beach waar ze Derek samen met de twee dochtertjes van Chloe grootbrengen. Verderop in de straat wonen immigranten uit Guatemala en in een flat vlakbij komen gepensioneerde joden wonen. ‘Indringers,’ zegt Don soms, maar Chloe wil niet weg bij haar oude moeder in Florida, dus berust Don uiteindelijk in de langdurige uitstapjes naar het blankste deel van het Zuiden.

    Tijdens die uitstapjes verblijven Don en Derek altijd bij Dons vrienden uit de white power-beweging, waar Derek hun vele verhalen hoort. Zoals het verhaal over zijn vader die, op zijn zestiende, in de borst wordt geschoten terwijl hij in Georgia campagne voert voor rassenscheiding. Of over de dag in 1981 waarop Don met acht andere extremisten plannen smeedt om aan boord te gaan van een boot, met tassen vol dynamiet, automatische wapens en een nazivlag. Hun plan, operatie Rode Hond geheten, is om het piepkleine Caribische eilandstaatje Dominica in te nemen. Maar Don wordt gesnapt, ingerekend en tot drie jaar cel veroordeeld. In de gevangenis leert hij een beetje programmeren en in 1995 maakt hij de Stormfront-website, met als motto: White Pride World Wide.

    In de loop der jaren trekt zijn website allerhande extremisten aan: skinheads, burgerwachtbewegingen, terroristen en Holocaustontkenners. Volgens het Southern Poverty Law Center, dat haat in kaart brengt, is in de loop der jaren een handvol van de mensen die berichten op Stormfront plaatsen ook daadwerkelijk overgegaan tot het plegen van hate crimes, waaronder ook moorden.

    Een van de mensen die geregeld berichten op het forum plaatst, pleegt in 1999 een aanslag op een crèche in Los Angeles, waarbij hij drie kinderen verwondt. Een ander vermoordt in 2000 zijn joodse buurman, in een plaats niet ver van Pittsburgh. ‘We trekken te veel psychopaten aan’, post Don. Hij besluit tot een gematigder toon, om Stormfront een breder draagvlak te geven.

    Satanskind

    Stormfront is inmiddels uitgegroeid tot een dagtaak, hoewel Don er weinig aan verdient en het gezin moet zien rond te komen van Chloe’s salaris als secretaresse. Zij gaat elke ochtend naar haar werk en Don neemt thuis plaats achter zijn overvolle bureau, vanwaar hij probeert alt-rightschrijvers en -wetenschappers [onlinegemeenschap die in korte tijd een leger volgers verzamelde dat zich achter Trump schaart] over te halen om op zijn website te publiceren. In 2008 besluit hij beledigingen, nazisymbolen en fysieke dreigementen van de website te weren, hoewel zijn eigen taalgebruik goeddeels onveranderd blijft. Hij heeft geen vrienden maar ‘kameraden’. Men is ‘tegen ons’ of ‘voor ons’, men is ofwel een ‘sympathisant’ ofwel een ‘vijand’. Derek versterkt de band met zijn vader door zijn belangrijkste ideologische bondgenoot te worden.

    Derek leert programmeren en maakt de Stormfront-website voor kinderen. Hij wordt geïnterviewd over haatzaaien door Nickelodeon, diverse talkshows, HBO en USA Today. ‘Satanskind,’ noemt Don hem soms, met trots en liefde in zijn stem.

    Maar Don leest ook verschrikkelijke mails die zijn zoon krijgt van onbekenden die aanstoot nemen aan de Stormfront-website voor kinderen. Don begint zich zorgen te maken over de dertienjarige die maar al te vertrouwd raakt met de wisselwerking tussen vooroordelen en haat. ‘Je zult branden in de hel’, staat er in een van de mails, uit 2002. ‘Ik zou willen dat je nu hier bij me was’, schrijft iemand anders. ‘Je zou de rest van je leven alleen nog maar door een slangetje kunnen eten, vuile ellendeling.’

    Don zegt tegen Derek dat hij de berichten niet meer moet lezen. Later zal hij zich afvragen: ‘Heb ik hem dit opgedrongen? Doet hij het alleen voor mij?’ Hij vraagt Derek of hij wil stoppen met de kinderwebsite, maar Derek zegt dat hij geen last heeft van de mails. Het is de vijand. Wat doet het ertoe wat die vindt?

    Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit’

    Vanaf dat moment kijkt Don met andere ogen naar zijn zoon. Hij ziet niet langer een kind dat binnen de beweging ter wereld is gekomen, hij ziet een leider in de dop, hij ziet iemand met een gedrevenheid en een overtuiging die volkomen vanuit hemzelf komen. Don heeft meer dan veertig jaar gewacht op blanken die de rassenkwestie in Amerika weer op de kaart kunnen zetten, en langzaam begint bij hem het besef te dagen dat de puber die onder zijn eigen dak woont weleens als katalysator zou kunnen fungeren. ‘Al mijn kracht, maar dan zonder mijn zwakten,’ zal Don later zeggen over de Derek van toen. ‘Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit.’

    Velen binnen de beweging worden gevoed door woede en angst, maar Derek staat heel erg open voor de mensen die hij ontmoet, ongeacht hun huidskleur. Hij beroept zich niet op emoties maar op logica en wetenschap om zijn kijk op de wereld te onderbouwen. Hij leest rapporten van conservatieve denktanks, over de biologische verschillen tussen de rassen, over verschillen in IQ en over het aantal misdrijven dat wordt gepleegd door zwarten, afgezet tegen het aantal dat wordt gepleegd door blanken. Derek begint een dagelijks radioprogramma waarin hij zijn ideeën uiteenzet, en Don telt 275 dollar per week neer voor zendtijd op een AM-zender in de buurt van Lake Worth. Op de radio draagt Derek eraan bij dat het idee van genocide op de blanken weerklank vindt – het idee dat blanken hun cultuur en tradities wordt afgenomen door een golf van niet-blanke immigranten. ‘Als wij het maar vaak genoeg blijven herhalen – “Genocide op het blanke ras! We raken de greep op ons land kwijt!” – zullen politici het uiteindelijk overnemen,’ zegt hij. Hij herhaalt het in interviews, in berichten op Stormfront en tijdens zijn speech op de conferentie in Memphis, waar hij meer dan ooit overtuigd is van zijn gelijk.

    Derek maakt zijn middelbare school af, gaat studeren en stelt zich kandidaat voor een Republikeinse commissie. Hij weet het zittende lid te verslaan, met 60 procent van de stemmen. Hij besluit middeleeuwse Europese geschiedenis te gaan studeren en schrijft zich in op het New College of Florida, een opleiding die hoog staat aangeschreven en waar veel geschiedenisvakken worden aangeboden. ‘We willen dat je niet alleen geschiedenis studéért, maar ook geschiedenis schríjft,’ brengen Don en Chloe hem soms in herinnering.

    New College behoort tot de vrijzinnigere opleidingen in de staat. ‘Ze doen niet moeilijk over wiet, ze doen niet moeilijk over homoseksualiteit,’ licht Don toe in zijn radioprogramma. Voor sommige white nationalists is het dan ook een onbegrijpelijke keuze. Don wordt een keer tijdens de uitzending door een van zijn vrienden gevraagd of het hem geen zorgen baart dat zijn zoon studeert in een ‘culturele smeltkroes’, waarop Don in lachen uitbarst. ‘Als íémand daardoor wordt beïnvloed, dan zijn het al die anderen,’ zegt hij. ‘Over niet al te lange tijd zal zowel de docenten als de studenten duidelijk worden wie ze in hun midden hebben.’

    Aanvankelijk weet niemand iets van Derek, en dat wil hij graag zo houden. New College is in Sarasota, op drie uur rijden, en Derek is voor het eerst van zijn leven het huis uit. Hij woont een introductiemiddag bij over diversiteit en begrijpt dat hij er meteen uit zal liggen als hij laat blijken dat hij een racist is. Hij besluit het onderwerp white nationalism op de campus uit de weg te gaan, of er in ieder geval mee te wachten totdat hij een paar vrienden heeft gemaakt.

    Dereks vader, Don Black, geflankeerd door veiligheidsagenten tijdens een bijeenkomst van de extreem racistische organisatie Ku-Klux-Klan in Winnsboro, Texas. – © Bettmann Archive
    Dereks vader, Don Black, geflankeerd door veiligheidsagenten tijdens een bijeenkomst van de extreem racistische organisatie Ku-Klux-Klan in Winnsboro, Texas. – © Bettmann Archive

    De meeste anderen in zijn studentenhuis komen net van de middelbare school, terwijl Derek, die eenentwintig is, al een auto heeft en oud genoeg is om legaal aan bier te komen. Precies die dingen die hem ooit tot een buitenbeentje maakten – het rode haar tot over zijn schouders, zijn cowboyhoed, zijn enthousiasme voor middeleeuwse re-enactment – maken dat hij uitstekend past op New College, waar vrijwel alle achthonderd studenten wel iets aparts hebben. Met Halloween maakt Derek zelf een harnas en gaat verkleed als ridder. Hij kijkt naar zombiefilms met de andere jongens uit zijn studentenhuis, onder wie een Peruviaanse immigrant en een orthodoxe jood.

    Misschien zijn het indringers, zoals zijn vader zegt, maar Derek mag ze ook wel. Hij houdt zijn overtuigingen nog altijd voor zich, maar gaandeweg voert hij steeds meer een innerlijke strijd. Wanneer een medestudent vertelt dat hij op een website die Stormfront heet een stuk heeft gelezen over de racistische aspecten van The Lord of the Rings, doet Derek of zijn neus bloedt.

    Ondertussen belt hij elke doordeweekse ochtend naar de radiozender om zijn bijdrage aan het programma te leveren. Hij zegt tegen zijn vrienden dat hij zijn ouders belt, en in zekere zin is dat ook zo. Elke ochtend zijn Derek en zijn vader te beluisteren, ingeleid door muziek: ‘I’m a White Boy’ van Merle Haggard. Derek herhaalt met grote regelmaat zijn opvatting dat blanken worden weggevaagd – ‘een genocide in ons eigen land’, noemt hij het. Hij houdt de luisteraars voor dat het probleem schuilt in een ‘golf van niet-blanke immigranten’. Hij noemt Obama een ‘anti-blanke radicaal’. Hij zegt dat blanke kiezers ‘met smart wachten op een politicus die gewoon durft te benoemen op welke manieren blanken allemaal in de verdrukking raken’. Hij zegt dat het om ‘de belangrijkste strijd van ons bestaan’ gaat.
    Vervolgens hangt hij op en gaat terug naar het studentenhuis waar hij op zijn gitaar nummers van Taylor Swift speelt of met een van de boten van New College gaat zeilen op Sarasota Bay.

    Na een semester gaat hij een tijdje in Duitsland studeren, omdat hij de taal wil leren. Hij houdt contact met New College via een messageboard voor studenten, ‘het forum’ genoemd. Hij krijgt automatisch updates via de mail.

    Op een avond in april 2011 ziet Derek een bericht voor alle studenten, gepost om vier minuten voor twee ’s nachts. Het is geschreven door iemand die Derek niet kent – een ouderejaars die online onderzoek doet naar terroristische groeperingen en daarbij op een bekend gezicht is gestuit. ‘Kent iemand deze man?’ luidt het bericht. Onder de woorden een foto die geen enkele twijfel laat. Het rode haar. De cowboyhoed. ‘Derek Black: blanke suprematist, radiomaker… student aan New College???’ staat er. ‘Hoe gaan we hier als gemeenschap mee om?’

    Tegen de tijd dat Derek het volgende semester weer op de campus komt, zijn er meer dan duizend reacties geplaatst. Het is de langste thread in de geschiedenis van een school waar Derek nu het liefst verre van blijft. Hij keert terug naar Sarasota, verzoekt om toestemming om buiten de campus onderdak te zoeken en huurt een kamer een paar kilometer verderop.

    Overwinnen met argumenten

    Een paar vrienden uit het vorige jaar mailen om te zeggen dat ze zich verraden voelen. Op de campus steken onbekenden van veilige afstand een middelvinger naar hem op. Derek probeert zich zo min mogelijk in het openbaar te vertonen; de andere studenten kijken hem voornamelijk vuil aan of laten hem links liggen, hoewel er op het forum nog altijd druk wordt gespeculeerd.

    ‘Misschien probeert hij zich los te maken van een leven waar hij niet voor heeft gekozen.’

    ‘Hij heeft ervoor gekozen zich in het openbaar als racist te profileren. Wij hebben ervoor gekozen hem in het openbaar als racist te bestempelen.’

    ‘Ik wil alleen maar dat hij een pijnlijke dood sterft, en zijn hele familie erbij. Is dat te veel gevraagd?’

    ‘Ik zou willen dat Derek Black eens een keer reageerde…’

    In plaats van te reageren leest Derek de berichten op het forum en gebruikt die als motivatie om een congres voor white nationalists te beleggen in East Tennessee. ‘Overwinnen met argumenten: verbale tactieken voor iedereen die wit en normaal is’, schrijft hij in de uitnodiging. Hij heeft op diverse congressen gesproken, onder meer die ene keer in Memphis, maar pas nu voelt hij zich geroepen weer een bijeenkomst te organiseren, nu het gedachtengoed van de white nationalists steeds meer opgang maakt. Het idee van genocide op de blanken, dat hij altijd heeft omarmd, is niet meer weg te denken van rechtse radiozenders. David Duke probeert banden aan te knopen met ‘onze vrienden en bondgenoten binnen de Tea Party’. Donald Trump heeft de gemoederen binnen alt-right verhit door Obama’s geboorteakte in twijfel te trekken, en volgens een opiniepeiling gelooft slechts 38 procent van de Amerikanen ‘oprecht’ dat Obama is geboren in de Verenigde Staten.

    ‘Een cruciaal moment om onze beweging meer bekendheid te verlenen,’ zegt Derek op de radio. Hij zorgt voor honderdvijftig inschrijvingen en regelt toespraken van zijn vader, Duke en andere separatistische kopstukken. Een andere student van New College krijgt lucht van het congres en plaatst de details op het forum, waar geleidelijk een nieuwe houding lijkt te ontstaan.

    ‘We bereiken er niets mee om Derek buiten te sluiten’, schrijft een van de studenten.

    ‘Dit is onze kans om echt iets te veranderen, om invloed uit te oefenen op een van de leiders van de blanke suprematisten in Amerika. Ik overdrijf niet. De burgerrechten zouden zegevieren.’

    ‘Wie is slim genoeg om iets te bedenken dat hem van gedachten kan doen veranderen?’

    Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten

    Een van de mensen die Derek kent uit het eerste jaar heeft misschien een idee. Hij verdiept zich in Stormfront en luistert naar Dereks radioprogramma. Eind september stuurt hij Derek een sms’je. ‘Wat doe je vrijdagavond?’ schrijft hij.

    Matthew Stevenson geeft wekelijks een sabbatsetentje bij hem thuis. Hij is ermee begonnen vlak nadat hij zich in 2010 heeft ingeschreven op New College. Hij is de enige orthodoxe jood op een opleiding waar vrijwel geen enkele joodse infrastructuur is, dus besluit hij elke vrijdagavond op zijn studentenkamer te koken voor een klein groepje vrienden. Matthew drinkt altijd uit een kiddoesjbeker en zegt de traditionele gebeden, maar zijn gasten zijn voornamelijk christenen, atheïsten, zwarten of hispanics – iedereen die ruimdenkend genoeg is om naar een paar joodse zegenspreuken te luisteren. In het najaar van 2011 nodigt Matthew ook Derek uit om te komen eten.

    Matthew heeft er een paar weken over gedubd of het een goed idee is. Derek en hij zaten ooit vlak naast elkaar in het studentenhuis, maar ze hebben elkaar niet meer gesproken sinds Derek op het forum is ontmaskerd. Matthew, die vrijwel altijd een keppeltje draagt, heeft in zijn leven genoeg met antisemitisme te maken gehad om weet te hebben van de KKK, David Duke en Stormfront. Hij leest nog een paar berichten van Derek uit 2007 en 2008: ‘Joden zijn níét blank.’ ‘Joden proberen op slinkse wijze de macht over onze maatschappij in handen te krijgen.’ ‘Ze moeten weg.’

    Matthew besluit dat hij de meeste kans maakt om Dereks denken te beïnvloeden wanneer hij hem opneemt in zijn kring, meer dan wanneer hij hem blijft negeren of de confrontatie aangaat. ‘Misschien kent hij nog helemaal geen joden,’ herinnert Matthew zijn overweging.


    Het is de eerste keer dat Derek ergens voor wordt uitgenodigd sinds zijn terugkeer naar de campus, dus hij besluit te gaan. Eerder waren er weleens acht tot tien mensen bij het sabbatsmaal, maar dit keer komen er maar een paar. ‘Laten we niet anders tegen hem doen dan tegen wie ook,’ zegt Matthew tegen de aanwezigen.

    Derek komt met een fles wijn. Niemand begint over de white nationalists of het forum, uit respect voor Matthew. Derek is stil en beleefd. De week daarop komt hij weer, en de week daarop ook. Na een paar maanden voelt niemand zich meer echt bedreigd en is de sabbatsgroep weer net zo groot als voorheen.

    De zeldzame keren dat Derek aan tafel een onderwerp aansnijdt, gaat het over de eigenaardigheden van de Arabische grammatica, dieren die in zee leven of de middeleeuwse wortels van het christendom. Hij maakt een intelligente en nieuwsgierige indruk, en hij luistert voornamelijk. Hij luistert naar een Peruviaanse student die vertelt over zijn middelbare school, waar 90 procent hispanics op zaten. Hij vraagt Matthew hoe hij denkt over het conflict tussen Israël en Palestina. Ze zijn allebei nog enigszins op hun hoede: Derek vraagt zich af of Matthew hem dronken wil voeren en hem probeert te verleiden aanstootgevende dingen te zeggen die hij vervolgens op het forum kan plaatsen; Matthew vraagt zich af of Derek vriendschap probeert te sluiten met een jood om zich te verweren tegen aantijgingen van antisemitisme. Maar ze mogen elkaar ook, en ze gaan samen poolen in een kroeg niet ver van de campus.

    Gaandeweg vragen mensen uit de sabbatsgroep Derek weleens naar zijn opvattingen, die hij in 2011 en 2012 incidenteel toelicht in een gesprek of een mail. Hij zegt dat hij voor abortus is. Hij zegt dat hij tegen de doodstraf is. Hij zegt dat hij niet gelooft in geweld of in de KKK of in het nazisme of zelfs maar in de blanke suprematie – wat iets heel anders is dan white nationalism, benadrukt hij. Hij schrijft in een e-mail dat hij zich alleen zorgen maakt dat de ‘golf van immigranten en de gedwongen integratie’ zullen resulteren in een genocide op de blanken. Hij zegt dat hij gelooft in de rechten van alle rassen, maar dat hij van mening is dat mensen beter af zijn in hun eigen land, apart van elkaar.

    ‘Je hebt het nooit benoemd, Derek’, schrijft een van zijn sabbatsvrienden. ‘Je hebt nooit gezegd: “Hé, jongens, dit is waar ik in geloof en dit is waar ik niet in geloof.” Het is niet aan degene die bang/geïntimideerd zou kunnen zijn om op de ander af te stappen om vast te stellen of diegene echt eng of intimiderend is.’

    ‘Ik geloof dat ik alleen waarde hecht aan de mening van mensen die ik ken’, schrijft Derek terug. Inmiddels rekent hij zijn sabbatsvrienden tot de mensen die hij kent en respecteert. ‘Jullie hebben natuurlijk gelijk dat ik mijn eigen rol bagatelliseer,’ schrijft hij.

    Afgezwakt

    Aan het begin van zijn laatste jaar aan New College besluit Derek eindelijk een reactie op het forum te plaatsen. Hij wil dat zijn vrienden op de campus zich niet langer ongemakkelijk voelen, ook al is hij van mening dat voor sommigen van hen hun thuisland elders is. Hij gaat naar een koffietentje en begint aan zijn bericht, zwakt met elke nieuwe versie zijn eigen ideologie wat meer af. Hij is niet langer van mening dat het eindstation van white nationalism een gedwongen deportatie van niet-blanken is, maar geleidelijke zelfdeportatie, waarbij niet-blanken uit eigen verkiezing zouden vertrekken. Hij gelooft niet in zelfdeportatie per direct, in ieder geval niet waar het zijn vrienden betreft, maar uiteindelijk, ooit, in theorie. ‘Mij is duidelijk gemaakt dat sommige mensen bang zijn geworden, of zijn geïntimideerd, of zich zelfs bedreigd voelen, door dingen die over mij zijn gezegd’, begint hij. ‘Ik wil graag openlijk op die zorgen ingaan, aangezien ze totaal onnodig zijn. Ik ben niet voor onderdrukking van mensen op grond van ras, geloof, overtuiging, gender, sociaal-economische positie en dergelijke.’

    Het bericht, enkel bedoeld voor het College, wordt doorgespeeld aan het Southern Poverty Law Center (SPLC), dat een openbaar dossier bijhoudt over Derek en andere racistische kopstukken. De groep stuurt Derek een mail waarin ze hem om opheldering vragen. Heeft hij het white nationalism afgezworen? ‘Je opvattingen lijken heel anders dan veel mensen denken’, staat er in de mail.

    Derek krijgt het bericht terwijl hij op vakantie is in Europa, met de Kerst. Hij logeert bij Duke, die zijn radioprogramma verzorgt vanuit een deel van Europa waar de wetgeving op het gebied van de vrijheid van meningsuiting zeer soepel is. ‘Dankzij de Tea Party worden enkele van onze opvattingen nu breed gedeeld,’ heeft hij een paar dagen eerder gezegd. Zelfs Derek vindt enkele van de dingen die Duke zegt overtrokken, of zelfs onrustbarend, maar de man is en blijft zijn peetvader. Derek schrijft terug, gezeten op de bank in Dukes woonkamer.

    ‘Alles wat ik [op het forum] heb gezegd is waar’, schrijft hij. ‘Ik geloof ook in white nationalism. Mijn bericht en mijn raciale ideologie bijten elkaar niet.’

    Maar in werkelijkheid is Derek meer en meer in verwarring over wat hij nou precies vindt. Soms scrolt hij wat door de berichten op Stormfront, in de hoop zijn ideologische overtuiging te sterken, maar de threads over Obama’s geboorteakte of over DNA-tests die zijn staatsburgerschap moeten bevestigen, komen hem inmiddels voor als krankzinnig of paranoïde. Hij post geen berichten meer op Stormfront. Hij verzint excuses om onder zijn radioprogramma uit te komen, laat zijn vader elke ochtend in zijn eentje op zender gaan om uit te leggen waarom Derek niets van zich laat horen. Derek zou zich voorbereiden op een examen. Derek zal die linkse hoogleraren eens wat laten zien. In werkelijkheid gaat Derek echter vaak met zijn kajak naar het strand, om alleen te zijn en te kunnen nadenken.

    Hij heeft zijn opvattingen altijd gebaseerd op feiten, maar de laatste tijd wordt zijn logica steeds vaker onderuitgehaald door e-mails van zijn vrienden. Ze sturen hem links naar onderzoeken die aantonen dat raciale verschillen in IQ voor een groot deel kunnen worden verklaard uit externe factoren als prenatale voeding en onderwijsmogelijkheden. Ze geven hem wetenschappelijke artikelen over de effecten van discriminatie op de bloeddruk, prestaties op het werk en geestelijke gezondheid. Hij leest artikelen over de bevoorrechte positie van blanken en over het feit dat minderheden niet evenredig zijn vertegenwoordigd in het journaal. Een vriend mailt: ‘De geNOcide op blanken is onvoorstelbaar, diep kwetsend, en een schande in het licht van de werkelijke, waargebeurde en aan den lijve ondervonden genocide op joden, Rwandezen, Armeniërs, et cetera.’

    ‘Ik haat niemand vanwege zijn of haar ras of religie’, laat Derek op het forum weten. ‘Ik geloof niet in blanke suprematie’, schrijft hij. ‘Ik vind niet dat mensen omwille van ras, religie of wat ook hun huis zouden moeten verlaten, uit elkaar gehaald moeten worden of hun vrijheid moeten inleveren.’

    ‘Derek,’ antwoordt een van zijn vrienden, ‘ik heb het gevoel dat je de spreekbuis bent van een beweging waar je nauwelijks achter staat. Je moet je toch echt in meer dan een vijftigste van een bepaalde overtuiging kunnen vinden om te kunnen zeggen dat je die overtuiging deelt.’


    Don Black in pak. Achter hem de zogenaamde Klansmen met hun puntmutsen. – © Bettmann Archives
    Don Black in pak. Achter hem de zogenaamde Klansmen met hun puntmutsen. – © Bettmann Archives

    Tijdens zijn laatste jaar aan New College verdiept Derek zich in de joodse geschriften en het Duitse multiculturalisme, hoewel zijn onderzoek zich nog altijd voornamelijk richt op het middeleeuwse Europa. Hij komt tot de ontdekking dat West-Europa niet is begonnen als een grootse samenleving van mensen die genetisch superieur zijn, maar als een plek die in technologisch opzicht achterliep op de islamitische cultuur. Hij verdiept zich in het tijdperk van de achtste tot de twaalfde eeuw, in een poging de oorsprong van hedendaagse concepten als (het blanke) ras en huidskleur te achterhalen, maar het levert niets op. We hebben het min of meer zelf verzonnen, luidt zijn conclusie.

    ‘Breek ermee’, mailt een van zijn sabbatsvrienden een week na Dereks afstuderen in mei 2013. Hij dringt erop aan dat Derek in het openbaar het white nationalism afzweert. ‘Breek ermee voordat het nog meer onherstelbare schade toebrengt aan een deel van je toekomst.’

    Derek blijft na zijn afstuderen in de buurt van de campus. Hij past op het huis van een hoogleraar. In die periode overweegt hij een verklaring uit te brengen. Hij gelooft niet langer in white nationalism en is van plan om afstand te doen van zijn verleden door een deel van zijn naam te veranderen en zijn opleiding elders voort te zetten. Zijn gevoel zegt hem dat hij er het beste stilletjes tussenuit kan knijpen, maar zijn uitingen zijn altijd openbaar geweest – hij laat een hele reeks radioprogramma’s, internetberichten en tv-optredens na, plus het jaarlijkse congres over raciale tactieken.

    Hij heeft de knoop nog altijd niet doorgehakt wanneer hij later die zomer naar zijn ouders gaat. Zijn vader volgt de opkomst van white nationalism op de televisie en zijn ouders hebben het over ‘vijanden’ en ‘kameraden’ in de ‘oorlog die woedt’. Het klinkt Derek nu bespottelijk in de oren. Ze zijn de hele dag samen bezig raamkozijnen te maken, een van Dereks merkwaardige hobby’s die zijn ouders altijd hebben aangemoedigd. Zijn ouders hebben zijn gitaar betaald en meegedaan aan zijn middeleeuwse re-enactments. Ze hebben zijn studie betaald aan het college waar hij de sabbatsmaaltijden bijwoonde. Maar bovenal hebben ze hem geleerd om zelfstandig en kritisch na te denken, en om uit te komen voor zijn mening, ook wanneer dat op verzet stuit.

    Die avond gaat hij de deur uit, naar de kroeg. Hij neemt zijn laptop mee en begint aan een verklaring.

    ‘Een groot deel van de gemeenschap waarin ik ben opgegroeid gelooft sterk in white nationalism, en leden van mijn familie, voor wie ik immens veel respect heb, al helemaal voor mijn vader, zijn sinds jaar en dag fervent aanhanger van die beweging. Ik was niet bereid het risico te nemen me van hen te vervreemden.

    Na lang wikken en wegen ben ik tot de conclusie gekomen dat het voor iedereen beter is dat ik eerlijk toegeef dat ik me geleidelijk maar onmiskenbaar heb losgemaakt van het gedachtengoed van white nationalism. Ik kan me niet achter een beweging scharen die me verbiedt vrienden te zijn met wie ik wil, of die voorschrijft dat ik iemand in een bepaald licht moet zien vanwege zijn of haar ras, of moet wantrouwen wat hij of zij doet.

    Niet alleen door wat ik heb gezegd, maar ook door wat ik heb gedaan, heb ik anderen geschaad – mensen met een andere huidskleur, joden, activisten die streven naar kansen en gelijkheid voor iedereen. Ik betreur de schade die ik heb berokkend.’

    Hij schrijft nog een paar alinea’s en stelt vervolgens een mail op aan het SPLC, de instelling die zijn vader veertig jaar lang als zijn voornaamste vijand heeft beschouwd. ‘Onverkort publiceren’, luidt Dereks instructie. Vervolgens voegt hij de brief toe als bijlage en klikt op ‘verzenden’.

    ‘Je bent gehackt’

    Don zit de volgende dag te googelen en ziet ineens een balkje met Dereks naam in beeld verschijnen. Don tikt al een jaar of tien een paar keer per week ‘Stormfront’ en ‘Derek Black’ in de zoekbalk om de opkomst van zijn zoon binnen de white nationalism-beweging te volgen. Wat nu in beeld verschijnt, is een bericht dat afkomstig is van het SPLC, door Don steevast het ‘Paleis van de Armoede’ genoemd. ‘Activistische zoon van vooraanstaand racistenleider keert white nationalism de rug toe’, staat er. Don leest de brief en stuit op termen als ‘structurele onderdrukking’, ‘geprivilegieerd’, ‘kansarm’ en ‘gemarginaliseerde groepen’ – het zalvende taalgebruik van de liberalen waar Don en Derek op de radio geregeld de draak mee hebben gestoken.

    ‘Je bent gehackt,’ herinnert Don zich dat hij tegen Derek zegt, zodra die de telefoon opneemt.

    ‘Nee, het is echt,’ zegt Derek, en hij hoort zijn vader de verbinding verbreken.

    Een paar uur lang weet Don domweg niet wat hem overkomt. Misschien haalt Derek een geintje met hem uit. Misschien gelooft hij nog altijd in white nationalism maar verlangt hij naar een simpeler bestaan.

    Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten. Ze geeft de telefoon aan Don, wiens stokkende stem is verstikt door tranen. Derek heeft hem nog nooit zo gehoord. ‘Ik kan nu niet praten,’ zegt hij en hangt weer op.

    Later die nacht logt Don in op het messageboard van Stormfront. ‘Dit zal zich vast snel verspreiden, op internet en in de lokale media, dus wil ik hier beginnen’, schrijft hij, en hij plaatst een link naar Dereks brief. ‘Ik wil niet met hem praten. Hij zegt dat hij niet begrijpt dat wij ons verraden voelen enkel omdat hij zijn “persoonlijke overtuigingen” kenbaar heeft gemaakt aan onze aartsvijanden.’

    ‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’

    De eerste paar dagen hierna kan Don het niet opbrengen om nog meer berichten te plaatsten. ‘Ik was al licht depressief, maar op dat moment wilde ik gewoon de stekker eruit trekken,’ zegt hij later over deze tijd. ‘Wat heeft het allemaal nog voor zin? Ik was een dag of tien echt tot niets in staat. Het is het ergste wat me als volwassene is overkomen.’

    Een week later logt hij weer in op Stormfront. ‘Na een verschrikkelijke week moet ik even stoom afblazen’, schrijft hij. ‘Ik weet alleen wat Derek me heeft verteld, en dat is niet te bevatten. Ik ben inmiddels van mening dat hij serieus in dat gelul gelooft. Derek heeft herhaald dat voor hem familiebanden losstaan van politiek. Ik heb gezegd dat dat natuurlijk niet geldt voor een familie waarin alles draait om politiek activisme.’

    Al snel worden er honderden berichten geplaatst. Sommige mensen condoleren Don. Anderen zeggen dat Derek een verrader is, of dat Don zelf ook niet meer te vertrouwen is. Don reageert op een paar berichten, waarin hij soms voor Derek opkomt en soms afstand van hem neemt. Na een paar weken kan hij het niet langer opbrengen. ‘Ik sluit deze thread af’, schrijft Don uiteindelijk. Hij noemt het ‘een open wond’.

    Een paar weken later komt Derek naar huis voor zijn vaders verjaardag, al hebben zijn moeder en zijn halfzussen hem gevraagd weg te blijven. ‘Ik denk dat ze me gaan verstoten’, heeft Derek een studievriend geschreven. Maar hij staat op het punt om naar elders te verhuizen om daar verder te gaan studeren, en hij wil in ieder geval even afscheid nemen.

    Hij gaat naar het huis van zijn oma, waar de verjaardag wordt gevierd, en later zal hij vertellen hoe vreemd het was dat zijn halfzussen deden alsof ze hem helemaal niet kenden. Zijn moeder is beleefd maar afstandelijk. Don probeert Derek mee naar binnen te krijgen, maar de rest van de familie wil dat hij weggaat. ‘Ik was ongewenst op mijn eigen feestje,’ zegt Don later. ‘Als ik Derek wilde spreken, moesten we maar allebei vertrekken, kreeg ik te horen.’

    Ze gaan samen een eindje rijden, eerst naar het strand en later naar een restaurant, waar ze aan een tafeltje bijna helemaal achterin gaan zitten. Derek heeft nog altijd hetzelfde droge gevoel voor humor. Hij heeft nog dezelfde scherpe kijk op politiek en geschiedenis. ‘Hij is nog precies dezelfde Derek,’ concludeert Don na een paar uur, tot zijn eigen verbazing. Zijn verdriet was zo intens geweest dat hij had verwacht dat het verlies ook echt zichtbaar zou zijn. In plaats daarvan vergeet hij soms een paar minuten lang dat Derek ‘nu aan de andere kant staat’.

    Voormalig KKK-leider David Duke spoort de blanke bevolking aan om op Donald Trump te stemmen. Een stem op de tegenkandidaat noemt hij ‘verraad aan ons erfgoed’. – © Gerald Herbert
    Voormalig KKK-leider David Duke spoort de blanke bevolking aan om op Donald Trump te stemmen. Een stem op de tegenkandidaat noemt hij ‘verraad aan ons erfgoed’. – © Gerald Herbert

    Don vraagt Derek naar de theorieën die op het messageboard van Stormfront terecht zijn gekomen. Doet hij zich gewoon anders voor omdat hij een ongecompliceerder bestaan wil? Is dit zijn manier om zich af te zetten tegen zijn ouders?

    Als Derek ontkennend antwoordt, begint Don over het idee waar hij zelf steeds meer in is gaan geloven – de theorie die David Duke heeft gepost in de eerste paar uur na de plaatsing van Dereks brief: het stockholmsyndroom. Derek is gegijzeld door linkse intellectuelen en is vervolgens sympathie voor hen gaan koesteren.

    ‘Dat is wel heel neerbuigend,’ herinnert Derek zich zijn eigen reactie. ‘Hoe kan ik aantonen dat dit echt mijn mening is?’

    Hij probeert Don een paar uur lang te overtuigen, in het restaurant. Hij praat over de bevoorrechte positie van blanken en vertelt over de wetenschappelijke onderzoeken naar geïnstitutionaliseerd racisme. Hij noemt de grote islamitische samenlevingen die de wiskunde hebben ontwikkeld en die een maansverduistering voorspelden. Hij zegt dat hij zich inmiddels verantwoordelijk voelt voor de opmars van het white nationalism in de politiek. ‘Ik had het niet alleen maar bij het verkeerde eind,’ zegt hij. ‘Ik heb ook echt schade aangericht.’
    ‘Ik kan nauwelijks geloven dat ik uitgerekend met jou over rassenleer discussieer,’ zegt Don.

    Het restaurant gaat dicht en nog altijd zijn ze niet veel dichter tot elkaar gekomen. Derek gaat bij zijn oma slapen. Hij wordt vroeg wakker en gaat in zijn eentje op weg.

    Vanaf die dag doet Derek alle mogelijke moeite om zijn verleden achter zich te laten. Hij woont nog altijd ver van zijn ouders, ook nu hij zijn studie heeft afgerond, en hij leert Arabisch om zich te kunnen verdiepen in de geschiedenis van de vroegste islam. Hij heeft geen enkele white nationalist meer gesproken sinds hij de beweging de rug heeft toegekeerd, afgezien van een paar telefoontjes naar zijn ouders. In plaats daarvan besteedt hij zijn tijd aan het bijspijkeren van zijn kennis van de populaire cultuur, die hij heeft geleerd te verafschuwen: hij leest columns in linkse kranten, luistert naar rap en gaat naar de film. Hij is een bewonderaar van president Obama. Hij besluit de Amerikaanse overheid niet langer te wantrouwen. Hij begint kraanwater te drinken. Hij boekt goedkope vluchten naar Barcelona, Parijs, Dublin, Nicaragua en Marokko en dompelt zich onder in zo veel mogelijk verschillende culturen.

    Hij is lid geworden van een nieuw internetforum, dit keer voor couchsurfers. Hij biedt onbekenden tijdelijk onderdak in zijn tweekamerappartement. Hij is steeds beter in staat om anderen te vertrouwen – om anderen tegemoet te treden zonder vooroordelen of vooringenomenheid – en hij voelt meer en meer afstand tot de Derek die hij ooit was.

    Onder leiding van de conservatieve activiste Hedy Aldina gaan aanhangers van Trump voor hun kandidaat de straat op in Manhattan, New York. – © Getty Images
    Onder leiding van de conservatieve activiste Hedy Aldina gaan aanhangers van Trump voor hun kandidaat de straat op in Manhattan, New York. – © Getty Images

    Maar dan komt de verkiezingscampagne van 2016 op gang, en ineens vormt het white nationalism dat Derek zo graag achter zich wil laten de onvermijdelijke ondertoon van nationale debatten over vluchtelingen, immigratie, Black Lives Matter en de verkiezingen zelf. Eind augustus kijkt Derek thuis op de bank naar Hillary Clinton die een serieuze toespraak houdt over het opkomende racisme. Ze zegt dat de aanhangers van de blanke suprematie zichzelf hebben omgedoopt tot white nationalists. Ze verwijst naar Duke en het idee van ‘genocide op de blanken’, dat mede dankzij Derek opgang heeft gemaakt. Ze heeft het over Trump die een campagneleider in de arm heeft genomen die banden heeft met alt-right. ‘De Republikeinse partij is de facto overgenomen door een splintergroepering,’ zegt ze.

    Het is het gedachtengoed dat Derek een groot deel van zijn leven heeft aangehangen, maar nu vreest hij voor de toekomst van zijn land, voelt hij zich medeverantwoordelijk. ‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’, schrijft hij een van zijn sabbatsvrienden.

    Hij vraagt zich ook af of hij zijn verleden ooit echt achter zich zal kunnen laten, aangezien er zo veel in de openbaarheid is gekomen. Studiegenoten herkennen hem nog altijd af en toe als die voormalige racist, hij staat nog altijd vermeld in het testament van een man met wie hij bevriend is geraakt via het white nationalism, hij is nog altijd de peetzoon van Duke, nog altijd de zoon van Chloe en Don.

    Aan het eind van de zomer gaat hij voor het eerst in jaren weer naar Florida om hen op te zoeken. In een tijd van steeds fellere polemieken is hij benieuwd naar de mening van zijn vader. Binnen, op de bank, praten ze wat over Dereks studie en over Dons nieuwe Duitse herder. Maar na een poosje komt het gesprek toch weer uit op ideologische kwesties, het onderwerp dat altijd al hun voorkeur heeft gehad.
    Don, die normaal gesproken niet stemt, zegt dat hij dit keer Trump zal steunen.

    Derek zegt dat hij een online-enquête heeft ingevuld en dat zijn standpunten voor 97 procent overeenkomen met die van Hillary Clinton.
    Don zegt dat het inperken van immigratie een goed begin is.

    Derek zegt dat hij juist voor meer immigratie is, omdat hij zich heeft verdiept in de sociale en economische voordelen van diversiteit.
    Don is van mening dat dat zal uitmonden in een ‘genocide op de blanken’.

    Derek vindt ras sowieso een onzinnig concept.

    Ze zitten tegenover elkaar, zoeken naar manieren om de kloof te overbruggen. De baai is één blok verderop. Aan de overkant is Mar-a-Lago, waar Trump regelmatig verblijft en van zijn vakantie geniet, en waar hij zelfs ooit een 25 meter hoge mast heeft laten plaatsen voor een gigantische Amerikaanse vlag.

    ‘Wie had ooit kunnen denken dat hij het tot gemeengoed zou maken?’ zegt Don. Op dit moment van ongekende verdeeldheid is deze verwondering het enige waarin ze elkaar vinden.

    Auteur: Eli Saslow
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Beeld bovenaan: Derek Black vlak na zijn uitverkiezing in de Republikeinse commissie in Palm Beach. – © Palm Beach Post

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.