Tag: bloemen

  • Japan: het bloemenfestijn Fuji Shibazakura Festival gaat weer van start

    Japan: het bloemenfestijn Fuji Shibazakura Festival gaat weer van start

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italiaans kustdorp kampt met ‘invasie’ van pauwen

    » Israël: gokkers zetten journalist onder druk om zijn nieuwsbericht te wijzigen

    Het festijn verandert het gebied rondom de berg Fuji in een roze tapijt

    Japan is een van de meest spectaculaire plekken om in de lente te bezoeken. Mensen reizen van over de hele wereld om de sakura (kersenbloesem) in volle bloei te bewonderen, maar er is nog een ander seizoensgebonden evenement dat minstens zo adembenemend is. Het Fuji Shibazakura Festival verandert het landschap aan de voet van de berg Fuji in een levendige zee van roze.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In het Fuji Motosuko Resort in Japan bloeien van half april tot eind mei zo’n 500.000 shibazakura, ook wel moss phlox genoemd, in oogstrelende tinten roze, paars en wit. Anders dan kersenbloesems groeien ze op de grond en vormen zo een tapijt dat wekenlang blijft liggen. 

    My Modern Met beschrijft de bloemenvelden die ongeveer 15.000 vierkante meter beslaan, vergezeld door kunstinstallaties zoals de reflecterende Sparkling Flower Drop Mirror en het Door to Happiness-uitkijkpunt dat de Mount Fuji omlijst. De overgefotografeerde berg wordt vanaf de bekendste instagramhoek afgeschermd voor het toerisme met een groot zwart scherm.

  • Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, een van de grootste Hollandse stillevenschilders uit de zeventiende en achttiende eeuw, is nu een voetnoot in de kunstgeschiedenis. Destijds was ze beroemder dan Rembrandt en Vermeer.

    ls het schilderen van stillevens gelijkstaat aan het vastleggen van verval, dan is het niet meer dan logisch dat Rachel Ruysch uitgroeide tot een van de grootste stillevenschilders in de kunstgeschiedenis. Haar vader, Frederik Ruysch, was een internationaal beroemde balsemer. Hij kon het lijk van een door een kogel doorboorde admiraal transformeren tot het ‘verse karkas van een baby’, zei Samuel Johnson ooit. Hij kon dode kinderen veranderen in de meest serene versie van zichzelf, zozeer dat mensen ze wilden kussen, zoals Peter de Grote ooit deed.

    Bloemen
    Rachel Ruysch, Vaas met bloemen, 1700

    Rachel Ruysch (1664-1750) wijdde zich aan het meest conventioneel mooie object in de natuur: de bloem, en groeide uit tot een van de beste bloemenschilders van Europa. Gedurende haar bijna zeventigjarige carrière schuwde Ruysch radicale vernieuwing en experimenten en koos ze voor de subtielste variaties op een thema. Geen grootse gebaren of avantgardistische manoeuvres. Alleen verfijning, focus en perfectie. Enkel bloemen en fruit.

    Vruchten
    Rachel Ruysch, Vruchten en Insecten, 1711.

    Tegen de tijd dat Ruysch in de twintig was, werden er al gedichten over haar geschreven. Ze werd geprezen als een ‘bloemengodin’, beter dan Maria van Oosterwijck (een gevierd bloemenschilder in Amsterdam). In de dertig werd Ruysch de eerste vrouw die werd toegelaten tot de Confrerie Pictura, het schildersgilde in Den Haag. In de veertig werd ze persoonlijk uitgekozen als hofschilder voor Johann Wilhelm, keurvorst van het Heilige Roomse Rijk en een hooggeplaatste Duitse hertog. In de vijftig won Ruysch de loterij – letterlijk, met een bedrag van 75.000 gulden (vs. 8000 voor een herenhuis aan de gracht destijds).

    Bloemen 3
    Rache Ruysch, Vaas met Bloemen, 1716.

    Maar makkelijk was haar leven niet. Uitgesloten van Latijnse scholen, universiteiten en beroepsgilden had ze geen schildergenre kunnen nastreven dat haar aansprak – de bloemstillevens waren waarschijnlijk een keuze van haar vader, vanwege haar geslacht. Ondertussen baarde ze tien kinderen van wie er slechts zes de volwassen leeftijd haalden.

    Druiven
    Rachel Ruysch, Stilleven met druiven, steenvruchten en een vlieg, 1686.

    Ruysch voltooide haar laatste werk toen ze drieëntachtig was. Een klein doek dat meer tederheid ademt dan haar monumentale boeketten: een aarzelende tulp, een bescheiden meloen, losse wilde bloemen die op het moment dat ze geschilderd verheven worden tot het belangrijkste ter wereld wat er maar bestaat.

    Wat kan een bloem zich nog meer wensen?

    Bloemen 2
    Rachel Ruysch, Bloemen in een glazen vaas, ca. 1700.

    Dit is een ingekorte versie van The Woman who Perfected Flower Painting van Zachary Fine.

  • Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Nederland is een van de weinige landen die een uitgewerkte strategie heeft om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    In de zomer is Utrecht op verschillende plaatsen een waar kleurenfestijn: wilde bloemen in talloze tinten oranje, rood, geel en paars staan dan te bloeien in de zon. Deze veldjes wilde bloemen zijn er niet alleen voor het oog: ze zijn onderdeel van een heel scala aan Nederlandse initiatieven ten behoeve van bestuivende insecten, die allemaal onderdeel zijn van een ambitieus overheidsprogramma om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    Nederland is een van de weinige landen met een uitgewerkte strategie om de afname van bestuivers te stuiten. Deze Nationale Bijenstrategie, gelanceerd in 2018, omvat doorlopende programma’s en formuleert heldere en meetbare maatstaven voor succes. Deze strategie blijkt nu al een voorbeeld voor andere landen die hun bestuivers willen beschermen.

    ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk’

    In Nederland begon het belang van bestuivers de afgelopen tien jaar door te dringen, nadat de bijenpopulaties vanaf halverwege de jaren veertig steeds verder waren afgenomen. Wilde natuur en landelijke gebieden waren veranderd in landbouwgrond en stedelijk gebied, waarbij ook steeds meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt, zodat nu meer dan de helft van de bijna 360 bijensoorten bedreigd is. ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk,’ zegt Marten Schoonman van het Naturalis Biodiversiteitscentrum in Leiden.

    Al ruim tien jaar geleden begon Nederland, de op een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, met beschermingsmaatregelen. In 2013 lanceerde de overheid het Actieprogramma Bijengezondheid, dat zich richtte op honingbijen. In 2016 richtte Nederland samen met dertien andere landen Promote Pollinators op, een samenwerkingsverband van landen (inmiddels zijn het er dertig) die kennis delen over de bescherming en het behoud van bestuivers.

    Lustoord

    Maar met de Nationale Bijenstrategie onderscheidt Nederland zich van alle andere landen. Vanaf de start in 2018 zijn er rond de zeventig initiatieven geweest die Nederland tot een lustoord voor bestuivende insecten moeten maken, onder andere door meer nestelplekken te creëren en het voedselaanbod voor bestuivers te vergroten. ‘Er is in het verleden veel biodiversiteit vernietigd,’ zegt Nicky Kruizinga, projectleider van de strategie. ‘We hebben een grote achterstand in te halen.’

    De Nationale Bijenstrategie omvat op dit moment 120 initiatieven, zowel in binnensteden als in landbouwgebieden. De programma’s worden opgezet en uitgevoerd door de deelnemers zelf, waarbij het gaat om non-profit-organisaties, collectieven, gemeentes en provincies. Zij volgen de algemene richtlijnen waar het gaat om het bieden van voedsel en nestelmogelijkheden aan bestuivers. 

    Geerpark Vlijmen Insecten hotel
    Insectenhotel Geerpark in Vlijmen.  © Wikimedia CC

    ‘Er wordt veel energie gestoken in de strategie, en dat is een grote verandering in vergelijking met tien jaar geleden,’ zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Universiteit van Wageningen, die betrokken was bij het formuleren van de doelen. ‘Door de Nationale Bijen-strategie is er aandacht gekomen voor bestuivers; mensen zijn zich ervan bewust geworden hoe die in aantal teruglopen en zijn gemotiveerd geraakt om daar iets aan te doen. Nu zijn er meer dan honderd initiatieven. In die zin is de strategie een groot succes.’

    Positieve populatieontwikkeling

    Het bredere doel van de Nationale Bijenstrategie is dat ‘een aantal bijensoorten in 2023 en 2030 een stabiele of positieve populatieontwikkeling laat zien’. Dit doel is verder ontleed in meetbare targets voor die jaren. Het doel voor 2023 is om het aantal soorten dat een neergaande trend vertoont met 30 procent te verkleinen en het aantal soorten dat een stijgende trend vertoont met 30 procent te vergroten, ten opzichte van een nulmeting uit 2012. In 2030 blijft het brede doel hetzelfde als in 2023, maar de target gaat omhoog naar 50 procent vergeleken met de nulmeting uit 2012.

    Kleijn: ‘Een van de frustrerendste dingen bij het evalueren van een strategie is wanneer er geen concrete doelen zijn gesteld. In dit geval zijn de doelen meetbaar, zodat onderzoekers kunnen nagaan of ze worden bereikt.’

    Tot de meer dan negentig deelnemers aan de strategie behoren zeven van de twaalf provincies en een aantal gemeenten, die verschillende maatregelen hebben genomen: het aanleggen van veldjes met wilde bloemen, het plaatsen van insectenhotels en van groene daken, en het instellen van een verbod op het gebruik van pesticiden in openbaar groen.

    Lokaal

    Andere deelnemers zijn heel lokaal, zoals De Fruitmotor, een coöperatie die cider maakt van ‘lelijke’ appels die niet te verkopen zijn omdat ze misvormd zijn of plekken hebben. ‘Wat de coöperatie verdient, wordt geïnvesteerd in het zaaien en planten van stuifmeel en nectar producerende planten, om zo een bestuivervriendelijke zone te creëren rond de Betuwe,’ zegt Henri Holster, oprichter van De Fruitmotor. ‘Deze planten bloeien op verschillende momenten in het jaar, van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar, en leveren daarmee een constante voedselvoorziening voor bijen en andere insecten.’

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers’

    Zelfs initiatieven van individuele particulieren kunnen deelnemen aan de Nationale Bijenstrategie, zoals de Honey Highway, een onderneming van bijenliefhebber Deborah Post die met gemeenten samenwerkt om wilde bloemen langs snelwegen, spoorlijnen en waterwegen te zaaien. Zo worden stukken land waar geen biodiversiteit meer was, bestuiverrijke zones. 

    Nationale Bijenstrategie Tekening Theory of Change
    Infographic Nationale Bijenstrategie

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers,’ zegt projectleider Kruizinga. In 2018 en 2019 organiseerde de Nationale Bijenstrategie een grote bijeenkomst waar deelnemers elkaar konden ontmoeten en van elkaar konden leren. ‘Wat echt goed werkt, is dat onze partners op verschillende niveaus zijn gaan samenwerken, waardoor er heel veel kennis wordt gedeeld.’

    Diversiteit en rijkdom

    De Nationale Bijenstrategie stelt zich ten doel om zo veel mogelijk deelnemers en bestuivervriendelijke initiatieven te activeren. Naturalis, waar Schoonman werkt, is als kennispartner van de strategie betrokken bij de uitrol ervan. ‘Mensen bewust maken van de diversiteit en rijkdom van bestuiversoorten speelt een belangrijke rol in het behoud van die soorten. Daarom is de bijentelling zo belangrijk.’ Hij heeft het over de jaarlijkse telling door mensen in het land, die Naturalis organiseert.

    Dit jaar vond de vijfde editie van de bijentelling plaats. In een weekend in april telden bijna vierduizend vrijwilligers uit het hele land een halfuur lang bijen in hun tuin. Bovenaan de lijst met waargenomen soorten stond ook dit jaar weer de honingbij. De gehoornde metselbij bleek nog steeds een van de meest voorkomende wilde bijensoorten in tuinen te zijn, terwijl die tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was in Nederland. 

    De bijentelling helpt om trends in de bestuiverpopulaties bij te houden, maar kent haar beperkingen. Zo kan het programma zich niet bezighouden met onderwerpen als het gebruik van pesticiden of industriële vervuiling. ‘Hoe krijgen we boeren zover dat ze minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat bestuivende insecten daar niet door worden aangetast?’ vraag Kruizinga zich af. Het veranderen van denkpatronen en gedrag kost tijd, zeker als er commerciële belangen meespelen. ‘Boeren zijn gewend op economisch voordelige of tijdbesparende wijze te werken,’ zegt hoogleraar Kleijn. Volgens hem kunnen boeren met subsidies worden gestimuleerd om moeilijke maar belangrijke maatregelen te nemen. Maar daarvoor is wel een omvangrijk budget nodig.

    ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur’ 

    Ondertussen maakt ook de EU werk van de aanpak van pesticiden. In 2013 werd het gebruik van drie neonicotinoïden – bestrijdingsmiddelen waarvan bekend is dat ze uiterst schadelijk zijn voor bestuivende insecten – op bloeiende gewassen al verboden. In 2018 werd dat verbod uitgebreid naar gebruik op alle gewassen. En in juni van dit jaar nam de Europese Commissie voorstellen aan om voor 2030 het gebruik van pesticiden in de hele EU met 50 procent te verminderen. Maar er is nog steeds veel werk te doen om die doelen te behalen.

    Een andere beperking van de Nationale Bijenstrategie is dat die voornamelijk van de deelnemers afhankelijk is voor het creëren van bestuivervriendelijke landschappen. ‘Je kunt je afvragen of dat genoeg is om werkelijk iets te veranderen,’ zegt Kleijn. Maar Kruizinga blijft optimistisch over het effect van de Strategie: ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur.’ 

  • Wereldbeeld: 3 miljoen bloemen in ‘Keukenhof’ van Sjanghai

    Wereldbeeld: 3 miljoen bloemen in ‘Keukenhof’ van Sjanghai

    GettyImages 610470162 kopie 2 1

    De China Flower Expo is een overweldigend bloemenspektakel dat zijn gelijke niet kent in de wereld. In het Flower Expo Park in Sjanghai is een bloementapijt van 2480 vierkante meter met 3 miljoen bloemen te zien. Verder zijn ongeveer 200 tuinen voor de gelegenheid ingericht. Binnen zijn meer dan 20.000 verschillende soorten bloemen te bewonderen, waaronder meer dan duizend nieuwe soorten.

    Volgens de officiële informatie die door de China Flower Expo is vrijgegeven, bedraagt het aantal bezoekers tot nu toe 1.635.521, onder wie 448 mensen die kaartjes voor drie of meer bezoeken hebben gekocht.

    De Chinese ‘keukenhof’ is open van 21 mei tot 2 juli.

  • Bloemen rotten weg door brexit | Korea stopt steun overtreders

    Bloemen rotten weg door brexit | Korea stopt steun overtreders

    Gordon Ramsay verliest € 66.000.000

    Tv-kok Gordon Ramsay, die wereldwijd 35 restaurants bezit, zegt dat de lockdowns zijn Britse restaurants £ 57 miljoen, circa € 66 miljoen, aan omzet hebben gekost. Hij bezit achttien restaurants in Londen en wil er in 2021 nog vijf openen, schrijft Business Insider.

    Alleen al in december zou hij € 11,5 miljoen aan boekingen in zijn restaurants in Groot-Brittannië hebben verloren.


    Bloemen rotten weg door brexit

    De grootste narcissenkwekerij ter wereld, in het Britse Cornwall, ziet zich gedwongen bloemen ter waarde van honderdduizenden euro’s weg te laten rotten vanwege problemen met het aannemen van personeel sinds brexit, meldt The New European.

    Varfell Farms, dat narcissen levert aan alle Britse supermarkten en exporteert naar Europa, de VS en Dubai, produceert jaarlijks 500 miljoen bloemen en heeft zevenhonderd arbeiders nodig om ze te plukken. Sinds corona en het einde van het vrije verkeer door brexit kan het bedrijf nog slechts over zo’n 400 bloemenplukkers beschikken.

    ‘We kunnen de bloemen niet oogsten, we hebben niet genoeg plukkers om ze te plukken’

    ‘We kunnen de bloemen niet oogsten, we hebben niet genoeg plukkers om ze te plukken. We verliezen honderdduizenden ponden’, verklaart eigenaar Alex Newey.

    Zijn hoop dat arbeiders uit Cornwall de plukkers zouden vervangen die voorheen uit de EU kwamen, is weg. ‘We hebben aanzienlijke wervingsacties gedaan voor lokale werknemers.’ De gedachte was dat die vanwege corona en de hoge werkloosheidscijfers wel zouden komen. ‘Maar het is zwaar om drie maanden lang voorovergebogen narcissen te plukken’, aldus Newey.


    De rijkste man van Rusland

    De Russische mijnbouwreus Norilsk Nickel kreeg deze maand een boete van € 1,63 miljard opgelegd vanwege een enorme diesellekkage in mei vorig jaar. In het Russische Noordpoolgebied stroomde meer dan 20.000 ton diesel meren en rivieren in, nadat een brandstofreservoir was ingestort dat eigendom is van het bedrijf. 

    Norilsk Nickel zal niet schrikken van de miljardenboete, want door de aanhoudende prijsstijgingen van metalen als nikkel en palladium blijven de aandelen maar stijgen, afgelopen jaar met liefst 40 procent. Het bedrijf is ’s werelds grootste producent van palladium en een van de grootste van nikkel. Vooral de vraag naar nikkel, dat wordt gebruikt in elektrische voertuigen, groeit wereldwijd.

    Oligarch Vladimir Potanin bezit ruim een derde van de aandelen en door de stijgende koersen heeft zijn fortuin nu de drempel van $ 30 miljard, zo’n € 25 miljard, overschreden, een record voor een Russische ondernemer. Het maakt hem de rijkste man van Rusland, aldus The Moscow Times.


    Kaalslag bij musea in VS

    Het Whitney Museum in New York heeft opnieuw 15 werknemers ontslagen. Kort na de lockdown, vorig jaar april, moesten al 76 medewerkers weg. Destijds verwachtte directeur Adam Weinberg een tekort van zo’n € 6 miljoen, maar in een toelichting op de huidige ontslagen schrijft hij dat de inkomsten uit de kaartverkoop met 80 procent zijn gedaald, waardoor er al bijna € 19 miljoen verlies is geleden.

    Hij verwacht nog ‘aanzienlijke’ verdere verliezen. ‘Het toerismebureau van New York voorspelt dat het tot 2025 kan duren voordat het aantal bezoekers terug is op het niveau van voor de pandemie’, aldus Weinberg tegen het New Yorkse ArtNet News.

    Uit onderzoek door de American Association of Museums blijkt dat Amerikaanse musea mogelijk bijna € 25 miljard hebben verloren en dat bij ruim de helft van de musea ontslagen zijn gevallen. Bijna 30 procent van de musea acht de kans aanzienlijk binnen een jaar te moeten sluiten, of niet zeker te weten nog open te kunnen gaan.


    Korea stopt steun overtreders

    Koreanen die de coronaregels schenden, komen niet in aanmerking voor de volgende ronde van een financieel hulpprogramma waarmee de regering vorig jaar begon. Dat liet premier Chung Sye-kyun van Zuid-Korea deze week weten volgens Korea Herald.

    Hij waarschuwde voor strenge maatregelen, na aanwijzingen dat winkels, restaurants en andere bedrijven in het land de regels overtreden. ‘Buiten het zicht worden regelmatig sociale verplichtingen genegeerd’, aldus de premier.

    Als voorbeeld noemde hij nachtclubs in Seoul die zich niet houden aan de coronaregels, zoals het dragen van mondkapjes, het bijhouden van logboeken en beperking van het aantal aanwezigen. Bedrijven die worden betrapt op het overtreden van de regels zullen worden uitgesloten van de lijst met begunstigden voor de vierde ronde van hulpgelden die in maart worden uitgekeerd.

    De regering en de regerende Democratische Partij zijn overeengekomen om de eerste financiële steunmaatregelen van dit jaar toe te wijzen aan zelfstandigen en eigenaren van kleine buurtwinkels.


    Laatste Juma-man sterft aan corona

    Aruká Juma, een inheemse Braziliaan, was tussen de 86 en 90 jaar oud toen hij vorige week stierf aan corona, bericht El País. Aruká was de laatste man van het Juma-volk. Als jonge man overleefde hij met zes andere Juma’s een bloedbad op last van handelaren die geïnteresseerd waren in hun rubberbomen en kastanjes.

    Opgejaagd als wilde dieren, werden destijds zestig Juma gedood. Het was de laatste poging tot massale uitroeiing van de stam, die midden twintigste eeuw werd ontdekt. De drie dochters die Aruká achterlaat, zijn nu de laatsten van het volk dat in de achttiende eeuw zo’n vijftienduizend leden telde.


    Soedan wil dat VN ingrijpt

    Een voormalig lid van het Soedanese team dat met Ethiopië onderhandelt over de controversiële Grand Ethiopian Renaissance Dam in de Nijl, beweert dat Soedan eigenaar is van het land waarop de dam is gebouwd. Volgens Ahmed Al-Mufti heeft Soedan het land in 1902 aan Ethiopië overgedragen op voorwaarde dat het geen waterwerken zou verrichten zonder goedkeuring van Khartoem, schrijft Middle East Monitor.

    Hij wil dat de Veiligheidsraad ingrijpt om te verhinderen dat Ethiopië in juli het tweede reservoir van de dam vult, want daarmee zouden ruim 20 miljoen Soedanezen gevaar lopen. Soedan en Egypte, beiden afhankelijk van de Nijl, vrezen watertekorten door de nieuwe dam.

  • Orchideeënstroperij: hoe een bloeiende onlinehandel deze zeldzame bloemen bedreigt

    Orchideeënstroperij: hoe een bloeiende onlinehandel deze zeldzame bloemen bedreigt

    Toen een Britse plantenverzamelaar in 1818 een doos vol exotische planten vanuit Brazilië naar Engeland verscheepte, was dat het startpunt van de ‘orchideeëngekte’. Inmiddels speuren obsessieve verzamelaars overal ter wereld naar zeldzame soorten en is er een snelgroeiende en destructieve onlinehandel ontstaan.

    In zijn boek Orchid Fever: A Horticultural Tale of Love, Lust and Lunacy (2000) geeft de Amerikaanse reisauteur Erik Hansen een levendig verslag van de complexe wereld van obsessieve bloemverzamelaars, onversaagde jagers en hebberige plantensmokkelaars.

    Hansen begint zijn boek in de jungle van Borneo, een gebied dat bijzonder rijk is aan orchideeën. Hij fungeert er, samen met leden van de seminomadische Penan-stam, als gids voor twee Amerikaanse orchideeënkwekers. Het tweetal wil dolgraag de Paphiopedilum sanderianum fotograferen, een zeldzame orchideesoort die endemisch is op het eiland. Deze soort is volgens Hansen ‘de heilige graal onder de orchideeën, een bloem die slechts enkele tientallen botanici ooit in het wild hebben gezien’.

    Orchideeëngekte

    De orchideeëngekte begon in 1818 in Engeland, nadat de Britse plantenverzamelaar William Swainson een doos vol exotische planten, waaronder orchideeën, uit Brazilië naar Engeland had verscheept. Niet lang daarna trotseerden obsessieve verzamelaars aanvallen van tijgers en werden ze soms gedood of levend verbrand in de verste uithoeken van de aarde, waar de gewilde plant te vinden was.

    Twee eeuwen later is Zuidoost-Azië nog steeds een van de topbestemmingen voor orchideeënliefhebbers. In Azië heeft Indonesië er, met meer dan ruim vierduizend endemische soorten, waarschijnlijk het meest, gevolgd door Maleisië, waar meer dan drieduizend soorten vandaan komen. De Filipijnen kennen elfduizend soorten en Myanmar 1040, volgens een inventarisatie van botanisch tijdschrift PhytoKeys uit 2020.

    Destructief aspect

    Nieuw Maleisisch onderzoek werpt nu ook licht op een minder bekend, maar zeer destructief aspect van deze botanische interesse: de verborgen, snelgroeiende onlinehandel in zeldzame wilde orchideeën.

    ‘Het internet heeft het toch al dramatische verlies aan biodiversiteit nog verder versneld,’ vertelt orchideeënexpert Rexy Prakash Chacko, een van de oprichters van de organisatie Penang Hills Watch, die de ontbossing op het Maleisische eiland Penang boekstaaft. Prakash Chacko publiceerde onlangs samen met botanist Santhi Velayutham Orchids of Penang Hill, een boek over de orchideeën in het natuurpark Penang Hills op het eiland. Het tweetal wil hiermee de diversiteit tonen van de wildeorchideeënflora, maar ook alarm slaan over de illegale handel in deze planten.

    GettyImages 1215460441 1 1 2 1
    Een orchideeënboerderij in China. – © Getty

    De publicatie van het geïllustreerde boek komt precies op het moment dat Penang Hills een aanvraag deed om te worden aangemerkt als Unesco Biosphere Reserve: een natuurgebied met internationaal beschermde status. De interesse van botanici voor het gebied is overigens niet nieuw. Al in 1894 beschreven de Britten Charles Curtis en Henri Ridley in een eerste catalogus van de orchideeën in het gebied negentig verschillende soorten, een aantal dat in 2017 was opgelopen tot 144.

    ‘Omdat wij merkten dat deze lijst nog verre van compleet was, besloten we zelf een inventarisatie te gaan doen, en daaruit kwam het idee voor een geïllustreerd orchideeënboek voort,’ vertelt Velayutham.

    Het doel van de auteurs is om de natuurlijke diversiteit van Penang Hills te bevorderen, en natuurliefhebbers en wandelaars te stimuleren om de bloemen te herkennen en te beschermen. ‘Meer in het oog springende wilde orchideeën als P. barbatum, ook wel bekend als het venusschoentje, vind je al een hele tijd niet meer, dus richten verzamelaars zich nu op alle andere orchideeën die ze kunnen vinden,’ aldus Prakash Chacko. ‘Via Facebookgroepen over orchideeën vinden ze klanten uit het hele land. Regulering is er nauwelijks en tegen de bulkverkoop van planten wordt niets ondernomen.’

    laura ockel FD84EgcTFsc unsplash 1 1 1
    Een Miltassia Shelob-orchidee genaamd ‘Tolkien’. Het is een hybride van twee Zuid-Amerikaanse orchideeën. – Laura Ockel / Unsplash

    De Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, die de meeste Zuidoost-Aziatische landen respecteren, kent strenge regels ter beperking van de handel in maar liefst 35.000 soorten, waarvan ten minste 70 procent orchideeën zijn. Maar het blijkt erg moeilijk om digitale transacties op sociale media op te sporen en tegen te gaan.

    ‘In Maleisië verkopen verzamelaars op Facebook orchideeën vaak voor maar 5 ringgit (1 euro) per stuk, wat kan oplopen tot 100 ringgit voor de zeldzamere exemplaren, vertelt Prakash Chacko. Milieuorganisatie Mongabay beschreef in 2018 hoe orchideeënsmokkelaars via eBay een grote internationale groep kopers bedienen. Zo was zes maanden na de ontdekking in 2010 van de nieuwe orchideeënsoort P. canhii in Vietnam deze zeldzame soort al bijna uitgestorven door stroperij, aangejaagd door een sterke vraag op internet.

    De bedreiging die dit vormt voor orchideeën is onmiskenbaar: Ruth Kiew van het Forest Research Institute Malaysia (FRIM) vertelde vorig jaar aan nieuwswebsite The Malaysian Insight dat veel van de wilde orchideeënsoorten in het land de komende vijf tot tien jaar zullen uitsterven als de illegale oogst niet aan banden wordt gelegd. 

    Het district Noming in Putao, in Myanmar, is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee

    ‘Orchideeën kun je makkelijker beschermen als ze in nationale of provinciale parken groeien, of in wildreservaten. Ook helpt het om bossen alleen met toestemming vooraf toegankelijk te maken en een vergunning verplicht te stellen om levende planten te verzamelen,’ zegt orchideeënexpert Ong Poh Teck van FRIM. Volgens Teck is de kans dat de planten illegaal worden meegenomen het grootst als ze in onbeschermde gebieden groeien die te uitgestrekt zijn om te surveilleren.

    De orchideeënstroperij breidt zich nu ook uit naar minder ontwikkelde delen van Zuidoost-Azië, zoals Myanmar. In dit land is de orchideeënflora nog vrij onbekend, als gevolg van het langdurige politieke isolement.

    De meest unieke orchideeën van Myanmar zijn te vinden in de afgelegen streek Putao in de staat Kachin, 1500 kilometer ten noorden van Yangon, ingeklemd tussen de Indiase deelstaat Arunachal Pradesh, de autonome Chinese regio Tibet en de noordwestelijke provincie Yunnan. Putao ligt aan de voet van de Hkakabo Razi, met 5881 meter de hoogste bergtop van Zuidoost-Azië. Voordat het onlangs door een nieuwe weg werd ontsloten, was het gebied alleen door de lucht bereikbaar. 

    Het district Noming in Putao is de enige plek ter wereld waar P. wardii groeit, beter bekend als de zwarte orchidee, vanwege zijn kastanjebruine bloemen. Hij groeit tussen de rotsen en draagt de naam van de Britse botanicus Frank Kingdon-Ward, die in 1914 onderzoek deed naar de orchideeën van Kachin.

    alex hand VOhERUMvTMM unsplash 1 1 1 1
    © Alex Hand / Unsplash

    Hoe uniek deze plant ook is, bedreigd is hij nog niet, aangezien de lokale bevolking hem niet intensief verzamelt. Hij wordt wel gebruikt in traditionele medicijnen en zo nu en dan verkocht als souvenir aan het handjevol vasthoudende toeristen op de markten in Putao. Althans, voordat covid-19 plotsklaps een einde maakte aan het toerisme in de streek.

    Toeristengids Japha Se uit Putao, eigenaar van reisbureau Icy Myanmar, vertelt dat er op sociale media al wel een levendige handel is ontstaan in de zwarte orchidee. ‘Maar nog populairder dan orchideeën zijn medicinale planten en lichaamsdelen van dieren. Die handel is lucratiever en er is meer vraag naar bij Chinese handelaars,’ vertelt hij. ‘Maar ik ben bang dat er vroeg of laat ook veel belangstelling zal komen voor onze wilde orchideeën.’

    Wapen

    Volgens de Wildlife Conservation Society, een internationale organisatie voor natuurbehoud uit New York die samenwerkt met het Myanmarese ministerie voor Bosbeheer, zijn er in de streek meer dan tweehonderd verschillende soorten orchideeën te vinden.

    Helaas staat het plan om het Hkakabo Razi National Park op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst te krijgen sinds december 2017 door hevige lokale protesten in de ijskast. Het zou het natuurbehoud in de streek vergemakkelijken, ‘omdat het een wapen is tegen de schurken die nu de levende en niet-levende natuur van het park plunderen,’ aldus Se.

    De zeldzame orchideeën staan ook elders in Myanmar onder druk, zoals in de heuvelgebieden Chin en Naga, langs de grens met de Indiase staten Manipur en Nagaland. Daar verzamelt de lokale bevolking de planten en verkoopt die door op markten en aan kopers over de grens.

    ‘Doordat het wegennet er is verbeterd, is het veel makkelijker geworden voor handelaars om orchideeën en dierlijk materiaal over de grens te brengen,’ vertelt Se. ‘Daarom ben ik nog het meest bezorgd dat onze orchideeën daar snel zullen gaan uitsterven.’

  • De grootste bloemenveiling ter wereld

    De grootste bloemenveiling ter wereld

    Aalsmeer is het epicentrum van de wereldwijde bloemenhandel. In een gigantisch gebouw worden dagelijks 27 miljoen bloemen verhandeld. El País kreeg een rondleiding door een labyrint van rozengeur en maneschijn.

    Het is elf uur ’s ochtends als een koelwagen achteruitrijdt en zich vasthaakt aan laad- en losdock nummer 17. De chauffeurs stappen uit, openen de containers en er komen 48.250 rozen tevoorschijn. De rozen komen uit Soria [Spanje], waar ze twee dagen eerder zijn geplukt, waarna ze via Frankrijk en België in twintig uur tijd naar Aalsmeer zijn vervoerd. Hier, in dit gigantische gebouw van 1,3 miljoen vierkante meter met 443 identieke laad- en losdocks waar dagelijks 27 miljoen bloemen de ruimte 
binnengaan en weer verlaten, wordt 
de lading gelost. Binnen vindt de transactie tussen verkopers en kopers plaats. Op de grootste bloemenveiling ter wereld gaan de bloemen van de teler naar de groothandel, worden vraag 
en aanbod samengebracht en de prijs bepaald. De bloemen en planten worden verwerkt volgens een uitgekiend logistiek proces in het gebouw. Dit 
proces begint met de komst van een vrachtwagen met volle stapelwagens die door loodsmedewerkers worden uitgeladen.

    De rozen uit Soria komen in bossen van tien. In elke rechthoekige emmer is plaats voor tachtig rozen, 
in elke stapelwagen passen er 1500. 
De rozen worden naar een koelcel gebracht met een temperatuur van vier graden boven nul, waar een laatste inspectie plaatsvindt. De beste rozen, van het type A1, met stelen van bijna een meter lang en dikke, openspringende knoppen, worden verfraaid met een kartonnen verpakking, waardoor de biedprijs wellicht hoger uitvalt.

    ‘Deze komen uit Ecuador, en die daar, dat zijn Afrikaanse rozen.’ Henk 
Lammers zit al 35 jaar in het vak en herkent de bloemen van de concurrent van veraf. Jaren geleden werkte hij 
als veilingkoper; daarna, in de jaren tachtig, opende hij in Madrid een groothandel en nu is hij in Nederland verantwoordelijk voor de transacties van Aleia Roses, een Spaans bedrijf dat in 2016 in de bloemenhandel is gestapt. Aleia Roses heeft in Soria een enorme kas waar de Red Naomi wordt geteeld, een van de meest gewilde rozen. Elke dag worden er honderdduizend rozen geoogst die bijna allemaal naar veilinghuis Aalsmeer worden getransporteerd, waar het bedrijf een eigen kantoor en koelcel heeft.

    Lammers is onze gids in dit gebouw. We volgen zijn kindjes in deze enorme machinerie in Aalsmeer. Vele kilometers leggen we af in een labyrint van gangen en ijskoude ruimtes, waar het altijd ruikt naar een tuin in de vroege ochtend.

    Jaaromzet 4,7 miljard

    Royal Flora Holland, de coöperatie 
die eigenaar is van de Aalsmeerse 
bloemenveiling, draait een jaaromzet van 4,7 miljard euro (dat is twee keer de omzet van de Spaanse boekenbranche). De geschiedenis van het veilinghuis gaat terug tot het einde van de negentiende eeuw en is onderwerp van het proefschrift ‘The Making of Dutch Flower Culture’ (later bewerkt tot het boek Holland Flowering) waar de Amerikaanse antropoloog Andrew Gebhardt in 2014 op promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Van de zes veilinghuizen (nu zijn dat er nog vier) die eigendom zijn van Flora Holland 
werken tienduizend personen per dag via Aalsmeer,’ schrijft Gebhardt in 
zijn onderzoek. ‘Dit is de grootste van allemaal. Het veilinghuis bedient de lokale, de regionale en de wereldmarkt. Zowel in Nederland als daarbuiten is Aalsmeer het gezicht van de bloemenindustrie, en in Aalsmeer vond de allereerste veiling van tuinbouw-
producten plaats.’

    Gebhardt vertelt dat de plaatselijke passie voor bloemen is geboren in de zeventiende eeuw, de Nederlandse Gouden Eeuw. Toen richtten de Nederlanders de blik naar buiten, hielden 
ze zich bezig met wetenschappelijk onderzoek en deden allerhande uitvindingen, koloniseerden ze gebieden én vochten ze tegen de Spanjaarden. 
De nouveaux riches importeerden 
exotische goederen en raakten geïnteresseerd in nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding, zoals tuindecoratie. 
Er ontstond zelfs een run op tulpen 
uit Turkije, de zogeheten tulpenmanie, die aan de wieg stond van een van de eerste financiële zeepbellen. De prijzen van tulpenbollen schoten omhoog en er werd druk geïnvesteerd en gespeculeerd. Je kunt het vergelijken met de bitcoineuforie van nu. Maar in 1637 spatte de bloembollenzeepbel uit elkaar en zagen veel middenklassers hun spaargeld verdampen.

    Aalsmeer. De geveilde bloemen en planten worden door orderpikkers naar de transportlocatie gebracht voor vervoer naar de klanten. – © Bert Janssen / HH
    Aalsmeer. De geveilde bloemen en planten worden door orderpikkers naar de transportlocatie gebracht voor vervoer naar de klanten. – © Bert Janssen / HH

    Het was de opkomst van het protestantisme, van het kapitalisme en de markteconomie. Twee eeuwen later, toen de Aalsmeerse bloementelers hun eerste kassen bouwden (de eerste kas voor rozenteelt dateert uit 1896), besloten ze zich te verenigen in een coöperatie. Door hun oogst dagelijks op een veiling te verkopen konden ze tegenwicht bieden aan de machtspositie van de koper. Het veilinghuis Aalsmeer is in 1911 opgericht. Gebhardt: ‘Zonder veiling en zonder coöperatie zou de markt gedomineerd worden door de kopers.’ De in een coöperatie verenigde telers konden rekenen op een minimumprijs voor hun product, ze deelden het belang om een goed product te verkopen voor een redelijke prijs én ze waren immuun voor financiële zeepbellen: de snijbloem is een beperkt houdbaar product. Naarmate er minder oorlog werd gevoerd in Europa, de koopkracht steeg en de consumptiemaatschappij en 
globalisering zich consolideerden, groeide dit lokale initiatief.

    Momenteel is Nederland de op vier na grootste bloemenproducent ter wereld (na de Verenigde Staten, China, Japan en India), maar omgerekend per hoofd van de bevolking is de sector kolossaal.

    De bloemenindustrie bedraagt maar liefst 5 procent van het bbp. Nederland heeft 43 procent van de wereldwijde bloemenexport in handen en is daarmee met gemak marktleider. De omzetcijfers van 2016 van Flora 
Holland, de coöperatie die bijna alle veilingen in Nederland heeft opgeslokt, waren verpletterend. In dat jaar 
verkochten de vier veilingen samen 3,3 miljard rozen, 2 miljard tulpen, 1,2 miljard chrysanten en 1 miljard Afrikaanse margrieten. Een fors deel van die bloemen werd verhandeld 
via Aalsmeer. Nogal wat bloemen komen uit Kenia, Ecuador, Ethiopië 
en Colombia, na Nederland de grote exportlanden. Van daaruit vertrekken ze naar grootverbruikers als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk, waar snijbloemen een alledaags product zijn dat je in de supermarkt kunt kopen, legt Lammers uit, terwijl we nog steeds in de koelcel staan, die nu is volgeladen met zo’n zeventigduizend bloemen.

    Voordat hij begint, loopt hij graag nog even de koelruimte in, om “te kijken en te voelen”: “Emoties sturen deze handel aan”

    Snijbloemen blijven een week of drie goed. Daarom moet de veilinglogistiek snel en nauwkeurig verlopen en mag het koelen niet onderbroken worden. Onmiddellijk na het lossen verschijnt er een elektrisch wagentje, zo eentje waar gemakzuchtige golfers in rijden, dat zich vasthaakt aan de 31 stapelwagens met de rozen uit Soria, en zo vormen ze, vastgekoppeld aan elkaar, een tientallen meters lange bloementrein die langzaam het gebouw in rijdt. 
Tijdens de rit kruist het treintje andere bloementreinen die allemaal een 
frisse, zoete geur verspreiden. 
Daarnaast zijn er fietsen waarmee je gemakkelijk de afstanden in de veiling kunt overbruggen.

    De rozen uit Soria worden naar een nieuwe koelcel gebracht, het voorportaal van de veiling – een ruimte 
die zo groot is dat je er een potje zou kunnen voetballen als er geen stellages met bloemen zouden staan en als de automatische deuren niet zomaar zouden openspringen om de zigzaggend door elkaar heen rijdende stapelwagens door te laten. In deze koelruimte staan alleen maar rozen, de rest van 
de snijbloemen gaan naar soortgelijke ruimtes. Hier blijven de rozen staan tot morgenochtend zes uur, wanneer de veiling begint. Om vijf uur ’s ochtends, een uur voor aanvang van de veiling, loopt een man langs de rijen rozen uit verschillende continenten. Hij staat stil, pakt een bos, betast de rozenblaadjes, zet de rozen terug in hun emmer en loopt door. Aan het eind van de rij slaat hij de hoek om en begint opnieuw. Een andere man zegt in zijn mobiele telefoon in het Frans ‘30 centimeter’, daarbij doelend op de stengel (hoe langer de stengel, hoe duurder de roos, want dan blijft de roos langer goed). Het zijn de kopers. Voordat de veiling begint inspecteren ze de bloemen. Een aantal jaren geleden, toen iedereen fysiek aanwezig was bij de veilingen, was het in deze ruimte 
net een mierenhoop. Nu wordt het merendeel van de bloemen via internet 
verhandeld. Maar veilingmeester Erik Wassenaar komt bijna altijd kijken. 
Hij draagt een jack en een spijkerbroek. Vandaag moet hij 1200 stapelwagens (vier miljoen rozen, vlak voor 
Valentijnsdag loopt dat aantal met 
50 procent op) verkopen. Voordat hij begint, loopt hij graag nog even de koelruimte in, om ‘te kijken en te voelen’: ‘Emoties sturen deze handel aan.’

    Red Naomi, Mystic Blue

    Even voor zessen loopt Wassenaar 
naar de koffieruimte, waar hij een paar geintjes maakt met zijn collega’s. 
Daarna loopt hij in zijn eentje zijn onpersoonlijke kantoor binnen en 
verruilt zijn nette schoenen voor een paar sneakers met platte zool. Zo kan hij het pedaal waarmee hij de veilingcontroles ijkt goed voelen. Op zijn tafel staan een toetsenbord met vreemde tekens en twee beeldschermen. Op het ene scherm staat een grote cirkel met een schaalverdeling van 1 tot 100, een voor elke eurocent. Dit is de veilingklok. Verkopen via de veilingklok is een Nederlandse uitvinding. De veilingmeester noemt een startprijs, laten 
we zeggen één euro. Daarna, als een digitale secondewijzer, telt de klok razendsnel cent voor cent af. In plaats van de prijs op te drijven, drukken de kopers aan de andere kant van het web op een knop als ze de juiste prijs te 
pakken hebben. Een angstaanjagend spel: je moet wachten tot de prijs zover is gezakt dat je zo min mogelijk hoeft af te rekenen, maar wacht je te lang, dan is een andere koper je voor. Dit 
vak vereist zelfbeheersing en stalen zenuwen.
    ‘Laten we het zo stellen: het is niet handig om de avond ervoor een paar biertjes gedronken te hebben,’ glimlacht onze gids. Dan klinkt er ineens een Japanse gong. De veilingmeester zet zijn koptelefoon op zijn hoofd en zegt: ‘Ladies and gentlemen! Pure Roses…’ Wat volgt gaat in het Nederlands, in korte zinnen: ‘minimale afname…, steel 50 centimeter…’ Onderwijl tikt Wassenaar op zijn toetsenbord en draait het bolletje rond en volgt de ene na de andere transactie. Tot zijn kantoortje dringen vaag de stemmen van de andere veilingmeesters door 
die in identieke veilingzalen zitten. Zo nu en dan neemt hij een slok koffie en prijst hij een partij aan op een speciale toon: ‘Red Naomi, Mystic Blue,’ zegt 
hij geheimzinnig in de microfoon. Na achttien minuten is Aleia Roses uit Soria aan de beurt. Hij pauzeert even om de spanning op te voeren, en 
daar gaan de partijen. In 3 minuten 
en 16 seconden worden er 41.320 eenheden verkocht, dat is 210 rozen per seconde. Die van de hoogste kwaliteit gaan voor 81,3 cent de deur uit, 
15 procent duurder dan de vorige keer.

    Intussen treedt er buiten zijn kantoor een machinerie in werking. In de koelcel worden de geveilde bloemenkarren op een rail getrokken en als onbemande spookhuiswagentjes door de ruimte geleid, richting de distributiehal. Dit is het kloppende hart van de markt: een hoge ruimte waar geen einde aan komt en waar zenuwslopende muzak klinkt, terwijl een wirwar van behendig bestuurde elektrische wagentjes de stapelwagens naar een volgende plek rijden, waar de bloemenpartij op een nieuwe stapelwagen wordt geladen en door andere elektrische wagentjes naar buiten worden gereden. In vijf uur tijd worden er vijftigduizend transacties gesloten; dat zijn 166 bewegingen per minuut. Aan boord van een van de elektrische wagentjes leidt de baas van het distributiecentrum, David Otten, ons de drukke werkvloer op waar men vlak langs elkaar rijdt en je getrakteerd wordt op een concert van gepiep, gezoem en gekletter. Otten zegt dat er 270 elektrische wagentjes rijden en dat het bij 284 link wordt. Elke bestuurder draagt een koptelefoon met een voice-systeem dat de instructies in zijn oor lispelt. Het is een vrouwenstem tegen wie de bestuurders terugpraten. 
‘Vaak,’ zegt hun baas, ‘fantaseren ze dat ze met een bloedmooie vrouw spreken.’ Een bijenkorfbrein dat een leger 
elektrische wagentjes aanstuurt. 
Otten wijst naar een poster met daarop de slogan ‘Samen vullen wij de wereld met bloemen’. Hij wil dat de werknemers trots zijn op wat ze doen. ‘Wij zorgen ervoor dat honderdduizenden cadeaus hun bestemming bereiken; 
wij vullen de wereld met emoties.’ Aangestuurd door kunstmatige 
intelligentie wordt er een regenboog vol dromen, beloftes, dood en teleurstellingen, liefkozingen, geboortes, relaties, leugens, hoop en prestaties 
de wereld in gestuurd.


    Het complete spectrum wordt bestreken, van rozen voor één euro tot die van de chique bloemist.

    Evenals in andere branches hebben digitalisering en globalisering bepaalde taken overbodig gemaakt; het 
personeel is in vijf jaar tijd met 
driehonderd man (zo’n 10 procent) gekrompen. Ook kalft de positie van Nederland als zenuwcentrum af: in 2005 was het land goed voor 50 procent van de wereldwijde export, dat is 7 
procent meer dan tegenwoordig. Maar het totale volume is toegenomen: er worden meer bloemen gekocht dan tien jaar geleden. En Aalsmeer is 
cruciaal. ‘De prijs in Aalsmeer is bepalend voor de rest van de wereld,’ legt Lambert van Horen uit, bloementeeltanalist bij de Rabobank. ‘Iedereen kijkt naar Aalsmeer, want het is de grootste veiling ter wereld. Net zoals een graankoper de markt in Chicago in de gaten houdt. Aalsmeer helpt de teler bij het nemen van zijn beslissingen: hier wordt bepaald welke kleuren en bloemen het goed gaan doen. Maar één ding is zeker: in de toekomst is deze fysieke ruimte overbodig.’ Van Horen legt uit dat veel bloemen niet meer naar Aalsmeer zullen komen. Een scherpe foto met de specificaties die 
de kopers online kunnen bekijken 
volstaat. Nog maar een van de veertien veilingen in Aalsmeer wordt fysiek bezocht. De volledig in bedrijf zijnde veiling houdt het midden tussen een saaie collegezaal en de controlekamer van een ruimtevaartagentschap. De kopers, zonder uitzondering mannen, zitten zwijgend op een tribune achter hun beeldscherm. Het is een steriel proces geworden. Vroeger konden ze 
de bloemen zien, ruiken en voelen.

    De koningin

    Ruud Haak (53) koopt al drie decennia lang bloemen, de laatste twintig jaar heeft hij zich toegelegd op de roos, 
ook wel de koningin van de bloemen-industrie genoemd (omzet in Nederland: 1,2 miljard euro). Je zou hem de rozenbroker van distributeur Hilverda De Boer kunnen noemen. Hij werkt vanuit de vestiging van het meer dan honderd jaar oude bedrijf aan de overkant van de weg. Elke ochtend van 
zes tot tien neemt Haak plaats in een donkere zaal vol beeldschermen en ergonomische stoelen, samen met een dozijn andere kopers, als ruimteverkeersleiders opgesteld in een halve cirkel. Hij heeft die ochtend voor aanvang van de veiling een kijkje genomen in 
de koelcel. Het aanbod viel tegen. Dan is het zaak de prijs niet te ver te laten zakken: snel reageren, anders blijf je met lege handen achter. Hij weet nog dat hij op Valentijnsdag zijn duurste rozen ooit heeft gekocht, ze liepen tegen de vier euro. ‘Voor dit soort soort werk bestaat geen opleiding – je hebt het of je hebt het niet,’ zegt Haak 
terwijl zijn vingers razendsnel over het toetsenbord vliegen om op de prijs 
te bieden die op het scherm wordt afgeteld.

    Na afloop toont hij de distributie-|afdeling waar alle bestellingen van die ochtend worden afgehandeld. In een doos ligt een bos rozen uit Soria, klaar voor transport naar bloemist Le Jardin des Fleurs in Rennes (Frankrijk). Een aantal andere emmers gaat naar de winkel van Ernst van Woerkom, vlak 
in de buurt. Al zijn bloemen komen uit Aalsmeer. Terwijl hij de doorns van 
de stelen afhaalt en de rozen op een houten tafel zet vertelt hij wat bloemen doen: ‘Bloemen maken emoties los. Ze kunnen je in een andere stemming brengen, ze spreken zonder iets te zeggen, ze kunnen een intens verdrietige gebeurtenis een beetje opfleuren.’ Stukje bij beetje vertelt deze 
bloemendecorateur, niet bloemist’ 
wat bloemen voor hem betekenen, een band die teruggaat tot zijn kindertijd, en over het door hem gemaakte bloemstuk dat elk jaar in Amsterdam aan Sinterklaas wordt aangeboden en, niet te vergeten, over de bloemendecoratie voor de koninklijke bruiloft van Letizia en Felipe in de Kathedraal van Madrid. Op de toonbank vouwt hij het bewijs open: knipsels uit het tijdschrift Hola. En daarnaast iets wat de aandacht trekt: twee rozen in de knop met zorg in een vaas geschikt. Te koop voor 
achtenhalve euro.

    Auteur: Guillermo Abril
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Elke dag worden er honderdduizend rozen geoogst die bijna allemaal naar veilinghuis Aalsmeer worden getransporteerd. – © Bert Janssen / HH

    El País
    Spanje | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.