Tag: boer

  • Na nederwiet ook nedervanille?

    Na nederwiet ook nedervanille?

    Filip van Noort van de landbouwuniversiteit Wageningen wil op grote schaal vanille gaan kweken in Nederland. Een lucratief idee, want het goedje kost 600 euro per kilo. De Zwitserse krant Le Temps zocht hem op in het Westland.

    Lange groene lianen strijken in de tuinbouwkas langs de bezoekers in laboratoriumkleding en met overschoenen aan. ‘Je hoeft je neus niet dicht te houden, er valt toch niets te ruiken,’ fluistert Filip van Noort van de landbouwuniversiteit Wageningen. In grote experimentele kassen in Bleiswijk, een uurtje rijden van de universiteit, kweekt de landbouwkundige papaja, peper en medicinale cannabis.

    Maar zijn grootste zorg gaat uit naar vanille, waarvan hij het productieproces steeds beter onder de knie krijgt. Als alles goed gaat, zullen er over niet al te lange tijd naast de Nederlandse tulpenvelden reusachtige vanillekassen verrijzen: echte ‘nedervanille’.

    Op dit moment komt nog 80 procent van alle vanille van het straatarme eiland Madagaskar. De vanilleteelt is daar goed voor 200.000 banen. In 2016 exporteerde het land 1600 ton vanille met een marktwaarde van zo’n 850 miljoen euro. De prijs van vanille steeg tussen 2010 en 2015 van 25 euro per kilo tot wel 600 euro. Dankzij deze prijsexplosie kunnen de kwekers op het eiland met één oogst miljonair worden.

    De nieuwe vanillebaronnen rijden nu in grote dure auto’s door het stadje Antalaha, het centrum van de vanilleteelt in het noordoostelijke deel van het eiland. In maart vorig werd 30 procent van de oogst vernield door de cycloon Enawo, maar deze ramp maakte het product alleen nog maar waardevoller, al leed de kwaliteit er wel onder. ‘In Nederland gaan we vanille van constante kwaliteit produceren,’ voorspelt Van Noort. ‘Door de gecontroleerde productie in kassen zijn kwantiteit en kwaliteit van het product gegarandeerd. Voor de voedselindustrie is dat een groot voordeel.’

    In een ruimte die nog het meest op 
een hamam lijkt, “stomen” de peulen onder grote dekplaten uit tot ze een mooie glanzende, bruine kleur hebben

    Filip van Noort is nog nooit op Madagaskar geweest. Zijn successen bij het telen van de plant dankt hij vooral aan het werk van de Israëlische onderzoekster Daphna Havkin. Zij werkt al 25 jaar aan de transformatie van de vanilleplant en organiseert elke twee jaar een symposium over vanilline, het molecuul dat de plant zijn karakteristieke aroma geeft. De industrie is er trouwens allang in geslaagd om artificiële vanilline te maken en op de markt te brengen, maar die haalt het volgens de fijnproevers absoluut niet bij het natuurproduct. Van Noort vond ook inspiratie in de kweekmethode van de Mexicaanse botanist Juan Hernandez, die in verschillende klimaten vanille probeert te kweken.

    In Nederland probeerde Van Noort in de kassen een zacht en constant klimaat te scheppen dat zoveel mogelijk de omstandigheden in het struikgewas van een tropisch woud imiteert. Welke temperatuur is ideaal, welke vochtigheidsgraad, wat voor soort licht, welke voeding, hoe zuur moet de grond zijn? En hoe kan de orchidee Vanilla planifolia eigenlijk het best groeien? Hangend? Kronkelend over de aarde in de kas? 
Of klimmend langs kale pvc-pijpen? ‘Vaak moet je maanden of zelfs een jaar wachten om de effecten van kleine wijzigingen waar te nemen in de omstandigheden waarin je de plant laat groeien,’ zegt Van Noort.

    Voor het bereiken van de juiste vochtigheid in de kas gebruikt Van Noort luchtbevochtigingsapparatuur, en boven in zijn kassen hangen reflecterende schilden. Daarmee wordt het invallende licht op alle gedeelten van de plant gericht en de schilden sluiten zich zodra de buitentemperatuur onder de 10 °C komt, zodat de warmte in de kas blijft hangen.

    © Getty
    © Getty

    ‘Voor andere experimenten, met frambozen en tomaten, gebruik ik ledverlichting. Het is bewezen dat die het gehalte aan vitamine C in bepaalde vruchten verhoogt. Als ik het hele jaar door vanille zou kunnen produceren, dus twee oogsten in plaats van één, 
zou ik die verlichting ook gebruiken, maar helaas lukt dat nog niet.’

    Van Noort verwacht dat kwekers, zodra de productie uit het experimentele stadium komt, energiezuinige geothermie zullen gaan gebruiken, zoals dat in de grootschalige Nederlandse tuinbouw al gangbaar is. Zelf stond hij aan de basis van het innovatieve prototype beglazing dat momenteel in het nabije Wateringen in de orchideeënkas Ter Laak wordt gebruikt. ‘De glasplaten van het dak zijn optisch geslepen. Ze zetten een deel van het invallende licht om in warmtestralen, die gericht staan op een rooster van buizen met water. In de zomer wordt dit water ondergronds bewaard en ’s winters voor verwarming gebruikt,’ legt de eigenaar van de kas Eduard ter Laak uit.

    Bestuiving met de hand

    Geheel volgens Europese regelgeving is Filip van Noorts vanille niet transgeen. De plant groeit op de klassieke manier en komt in twee jaar tot wasdom, waarna de bloei maar één dag duurt. De wetenschapper bestuift zijn planten vooralsnog met de hand. Twee maanden later draagt de plant dan dikke groene peulen. Op het moment dat 
die beginnen te vergelen, zijn ze klaar om te worden geplukt.

    Om een aromarijk vanille te verkrijgen, hebben de peulen aandachtige zorg nodig. Van Noort droogt ze uiteraard niet in de zon, maar in een klimaatkamer, waar hij de temperatuur en 
de vochtigheid kan controleren. ‘Om 
ze te drogen, plaats ik ze een paar minuten in een ruimte van 63° C en laat ze daarna een paar dagen in zeer vochtige lucht bij 50° C uitwasemen.’

    In een ruimte die nog het meest op 
een hamam lijkt, ‘stomen’ de peulen onder grote dekplaten uit tot ze een mooie glanzende, bruine kleur hebben. Wanneer Van Noort een van de platen oplicht, stroomt een sterke, zoete vanillegeur de ruimte binnen en is hij op slag gelukkig. Zijn onderzoek wordt financieel gesteund door twee tuinbouwers, twee tomatentelers en een Nederlandse specerijenhandelaar, gezamenlijk opererend onder de naam The Dutch Vanilla Producers.


    Natuurlijk vanille-extract wordt gebruikt in banket, koekjes, toetjes, suiker en likeur, maar ook in cosmetica, vanwege de antioxidanten. ‘Door vanille in een kas te produceren kun 
je het vanillegehalte sturen. Het is een stofje dat bijvoorbeeld ook helpt tegen mondinfecties. We werken samen met onderzoekers uit Wageningen om die effecten te bestuderen.

    Mijn belangrijkste motivatie is toch wel om een plant volledig te leren kennen. Ik ga uit van zeer lokale variëteiten, die in principe niet op een andere breedtegraad kunnen groeien. Dan probeer ik pesticides overbodig te maken en het rendement te maximaliseren. Het is erg duur om een kas in bedrijf te houden, dus je moet zo efficiënt mogelijk werken.’

    Van Noort geeft zichzelf nog een jaar om zijn studie af te ronden en aansluitend een jaar om de productie te optimaliseren. ‘Als mijn aanpak werkt, zet dat de huidige producerende landen aardig onder druk.’

    Auteur: Jordan Pouille
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Le Temps
    Zwitserland | dagblad | oplage 49.000

    Krant voor Franstalige Zwitsers. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden.

  • Het ei van Columbus in Venray?

    Het ei van Columbus in Venray?

    Een verslaggever van The Guardian reisde af naar het Limburgse Venray, waar kippenboer Ruud Zanders onlangs begon met de productie van het ‘Kipster-ei’. Volgens Zanders is zijn productiemethode niet alleen goed voor het dierenwelzijn, maar ook zo goed als klimaatneutraal.

    Bij eieren heb je de keuze uit exemplaren uit de legbatterij en duurdere biologische en vrije-uitloopvarianten. Maar in Nederland heb je nu ook Kipster-eieren, afkomstig van een gloednieuwe kippenfarm bij Venray die zich profileert als ‘’s werelds milieuvriendelijkste boerderij’. De naam Kipster is een samentrekking van ‘kip’ en ‘ster’ en het is geen toeval dat dit rijmt op ‘hipster’. Volgens Ruud Zanders, universitair docent en de kippenboer achter deze boerderij – met bezoekerscentrum, vergaderzaal en zelfs gratis cappuccino – is het tijd om de positie van dieren in de voedselketen te heroverwegen.

    Legbatterijen en andere grootschalige kippenboerderijen leveren goedkope eieren, maar dat gaat ten koste van het milieu en de dieren. Bovendien leidt deze manier van produceren geregeld tot voedselpaniek in Noord-Europa, zoals onlangs bij het fipronilschandaal.

    Biologische en vrije-uitloopeieren, waarbij boeren het welzijn van de kippen vooropstellen, worden voor een hogere prijs verkocht, maar gaan ook ten koste van het milieu omdat deze kippen dure, geïmporteerde maïs krijgen die beter kan worden gebruikt om mensen te voeden. ‘Het slaat nergens op dat we met dieren moeten concurreren voor ons eten,’ zegt Zanders. ‘De CO2-voetafdruk van eieren wordt voor zeventig procent bepaald door het kippenvoer.’ Zanders (44), die ooit zijn vaders traditionele eierbedrijf leidde met een omzet van 45 miljoen euro, gelooft heilig in zijn nieuwe onderneming, waar sinds vijf weken 24.000 kippen eieren leggen die worden verkocht bij supermarktketen Lidl.

    De eieren kunnen tegen betaalbare prijzen worden verkocht omdat het bedrijf niet probeert te voldoen aan een aantal volgens Zanders minder zinnige beperkingen die nodig zijn om het stempel biologisch of vrije uitloop te krijgen

    Zanders’ verkoopargument is dat zijn boerderij de hoogste dierenwelzijnsnormen, bevestigd door de Stichting Wakker Dier, combineert met de laagst mogelijke belasting voor het milieu. Dat laatste punt wordt onderschreven door Wageningen University, die de CO2-voetafdruk en uitstoot van fijnstof van het bedrijf onderzocht.

    De eieren kunnen tegen betaalbare prijzen worden verkocht omdat het bedrijf niet probeert te voldoen aan een aantal volgens Zanders minder zinnige beperkingen die nodig zijn om het stempel biologisch of vrije uitloop te krijgen.

    Elke ochtend om tien uur gaan op de Kipsterboerderij de luiken omhoog tussen de slaapvertrekken van de kippen en een overdekte binnenplaats. Druk fladderend wagen duizenden stevige witte kippen zich in het daglicht om zich, tot de luiken om half acht ’s avonds weer dichtgaan, in de bomen op hun speelterrein te verschansen of rond te scharrelen.

    Formeel zijn het geen vrije-uitloopkippen, want ze beschikken niet over de wettelijk verplichte tien hectare open veld. Volgens Zanders zijn kippen echter van nature bosdieren die vaak angstig worden van open, onbeschutte ruimtes, dus is een kleinere buitenruimte in combinatie met de overdekte binnenplaats voor de dieren volegns hem de beste setting. ‘Ook al heb je tien hectare, iedere boer met vrije-uitloopkippen weet dat de dieren er maar negen van gebruiken,’ zegt hij. ‘Wij hebben 6,7 kippen per vierkante meter. Een vrije-uitloopboerderij meestal negen.’

    Ondernemer Ruud Zanders tussen zijn kippen. – © Bart van Overbeeke / HH
    Ondernemer Ruud Zanders tussen zijn kippen. – © Bart van Overbeeke / HH

    Het dak boven de binnenplaats heeft de vorm van een onregelmatige driehoek en bestaat voor een derde uit glas, waardoorheen het daglicht binnenvalt. De rest is ondoorzichtig door de 1078 zonnepanelen die genoeg elektriciteit opleveren om de boerderij van stroom te voorzien. Wat over is wordt verkocht aan het elektriciteitsnet.

    Het voer van de kippen bestaat uit verwerkte gebroken beschuit en rijstwafels en andere ‘afvalstromen’ van bakkerijen uit de omgeving. De geproduceerde eieren zijn niet biologisch, omdat het voer niet biologisch is, maar op deze manier past het dier in de voedselketen in plaats van met mensen te concurreren om maïs, zegt Zanders. Ook door afvalproducten als voer te gebruiken, wordt de CO2-voetafdruk verkleind.

    ‘Door de CO2-voetafdruk te verkleinen en zonne-energie te verkopen, denken we op basis van voorlopige berekeningen van Wageningen University dat we CO2-neutrale eieren produceren,’ aldus Zanders. ‘Mocht in de toekomst blijken dat dit niet zo is, dan zullen we elders in zonnepanelen investeren om de CO2-uitstoot te verminderen.’

    Na zeventig weken worden de kippen geslacht, maar niet, in tegenstelling tot wat vaak gebeurt, op de Afrikaanse markt gedumpt, waardoor de kippenboeren dáár de hoop op een winstgevende onderneming kunnen opgeven. In plaats daarvan worden ze verwerkt tot kippenburgers en kipnuggets voor de lokale markt.

    Hanenburgers

    De Kipsterboerderij heeft ook een overeenkomst gesloten met de kippenfokker die de hennen levert. In Noord-Europa is het voor kippenfokkers gebruikelijk de mannelijke kuikens te vergassen als ze uitkomen; dat zijn er in totaal 350 miljoen per jaar. Ze worden dan gebruikt als voer in dierentuinen of ze worden, maar al te vaak, weggegooid.

    ‘Die van ons worden gedurende zeventien weken grootgebracht en dan geslacht om hanenburgers van te maken,’ zegt Zanders. ‘Mensen nemen misschien aanstoot aan de behandeling van hanen, maar we proberen tenminste een oplossing te vinden.’

    Auteur: Daniel Boffey
    Vertaler: Martinette Susijn

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.