Tag: Bosnië en Herzegovina

  • Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    » Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    De zuidelijke stad Jablanica is het zwaarst getroffen

    Het dodental door overstromingen en aardverschuivingen in Bosnië is gestegen tot 22, terwijl reddingsteams nog steeds op zoek zijn naar zes vermisten, aldus de autoriteiten, die een evacuatie hebben afgekondigd. ‘Bosnië probeert er weer bovenop te komen na deze dodelijke overstromingen, de ergste die dit land op de Westelijke Balkan in tientallen jaren heeft meegemaakt’, aldus Radio Free Europe / Radio Liberty.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De radiozender wijst er verder op dat Jablanica, dat in het zuiden van Bosnië ligt, ‘de stad is die het zwaarst getroffen is door de overstromingen en aardverschuivingen’.

  • De volgelingen van Karadzic vieren feest

    De volgelingen van Karadzic vieren feest

    Op 9 januari vierden de leiders van de Republika Srpska, het Servische gebied in Bosnië en Herzegovina, met veel pracht en praal hun Dag van de Soevereiniteit.

    Vrijwel de gehele Servische elite schaarde zich die dag in Banja Luka achter president Milorad Dodik van Srpska. Ook de president van Servië, Tomislav Nikolic, was er, evenals zijn gedoodverfde rivaal bij de volgende verkiezingen in dat land, Vuk Jeremic, en ook de Servische ‘troonpretendent’, erfprins Aleksandar Karadzordzevic en zijn (Griekse) vrouw Katarina, de Servische patriarch Irinej, de ‘hofkunstenaar’ Emir Kusturica en de motorclub De Nachtwolven. Alleen de Servische premier Aleksandar Vucic liet die dag verstek gaan wegens een bezoek aan India.

    In Banja Luka, de hoofdstad van Srpska, werd een parade van sovjetachtige allure georganiseerd. Achter het derde infanterieregiment van het leger defileerden de brandweermannen, de postbodes, de metselaars… Het Servische volkslied God der Gerechtigheid en andere patriottische liederen werden uit volle borst meegezongen. De redevoeringen waren gloedvol, zoals het hoort.

    Dodik verklaarde dat de Republiek Srpska was gegrondvest ‘op Jasenovac’ [een vernietigingskamp dat geleid werd door pro-nazi-Kroaten tijdens de Tweede Wereldoorlog], en voegde eraan toe: ‘Dit is een klein land, maar de Serviërs zijn een groot volk en Bosnië is voor hen geen staat.’ Kortom: ‘Ofwel we komen terug op de uitgangspunten van de akkoorden van Dayton, of het is: vaarwel Bosnië!’

    Tomislav Nikolic, de president van het echte Servië, stelde: ‘Zonder de Republika Srpska geen Servië, en ik zou zelfs het omgekeerde moeten zeggen.’ Patriarch Irinej sloot af met de woorden: ‘De Republika Srpska is niet toevallig ontstaan, maar geschapen door God voor de instandhouding van het Servische volk op zijn met bloed doordrenkte bodem.’

    Zouden ze er ook maar één moment bij hebben stilgestaan dat de Servische Republiek Bosnië Herzegovina bezoedeld zou kunnen zijn door het bloed van andere volkeren en gegrondvest zou kunnen zijn op hun doden?

    Kusturica de hofkunstenaar liet zich als volgt uit: ‘In de afgelopen eeuwen hebben de Serviërs het ’t zwaarst te verduren gehad. (…) Het is het enige volk waarvoor vrijheid geen prijs heeft. Ik zou een kleine atoombom willen hebben om een einde te maken aan al die roddels als zou dit volk van martelaars crimineel zijn,’ aldus de regisseur.

    Het kwam erop neer dat ze roerend blijk gaven van de wereldlijke en de geestelijke eenheid van het Servische volk. Maar ter ere waarvan? Ze herdachten 9 januari 1992, de dag waarop de afgevaardigden van de Servische democratische partij, onder aanvoering van Radovan Karadzic, de nationale vergadering van Bosnië en Herzegovina verlieten om zich te vestigen in Pale [een dorp vlak bij Sarajevo], waar ze de Servische Republiek Bosnië Herzegovina uitriepen, die later werd omgedoopt tot Republika Srpska.

    Vier maanden later begonnen de beschietingen en de belegering van Sarajevo. Vervolgens hechtten de afgevaardigden van de Servische Republiek hun goedkeuring aan zes strategische doelstellingen, waaronder de afscheiding van de Serviërs van de Bosniërs en de Kroaten, het uitroepen van 75 procent van het grondgebied van Bosnië en Herzegovina tot Servisch grondgebied, de deling van Sarajevo, toegang tot zee voor hun Servische Republiek en opheffing van de grens met Servië langs de rivier de Drina.

    Politieagenten van de Republika Srpska tijdens de parade in Banja Luka. © Radivoje Pavicic / HH
    Politieagenten van de Republika Srpska tijdens de parade in Banja Luka. © Radivoje Pavicic / HH

    Vervolgens kwamen er detentiekampen voor Bosnische moslims in de buurt van de steden Prijedor, Brcko, Foca en Visegrad, werden er bloedbaden aangericht in het oosten van Bosnië in de zomer van 1992, met massale vervolgingen, brandstichting in moskeeën, de genocide in Srebrenica in juli 1995. En ten slotte, in november van datzelfde jaar, de akkoorden van Dayton waarin de Servische Republiek Bosnië Herzegovina werd erkend als een van de samenstellende entiteiten van Bosnië en Herzegovina – maar niet als een zelfstandige staat.

    Zonder te willen aanwijzen wie de eerste agressor was, noch welke partij meer geleden heeft dan de andere, kunnen we ons alleen maar afvragen of de genodigden bij de festiviteiten vorige maand in Banja Luka er ook maar één moment bij hebben stilgestaan dat de Servische Republiek Bosnië Herzegovina bezoedeld zou kunnen zijn door het bloed van andere volkeren en gegrondvest zou kunnen zijn op hun doden. Herinneren zij zich dat de stichters van de Servische entiteit door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag schuldig zijn bevonden, hetzij in eerste, hetzij in tweede instantie, aan de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid, met inbegrip van genocide?

    Als ze zich dat gerealiseerd hadden, als ze ook maar íéts van berouw hadden getoond, misschien zouden ze dan op legitieme wijze iets hebben kunnen vieren, zij het met een brok in de keel.

    En dat was ik bijna vergeten: de festiviteiten werden afgesloten met vuurwerk dat was georganiseerd door de supporters van de voetbalclub van Banja Luka, bijgenaamd de Borac, ofwel De Gieren.

    Auteur: Dejan Anastasijevic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

  • 4. Servië als speerpunt

    4. Servië als speerpunt

    Servië speelt een centrale rol in de plannen die China heeft met Oost-Europa. Waarom eigenlijk?

    Eind juni werden tijdens het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Servië tal van contracten tussen beide landen getekend. De Servische leiders en de media kwamen superlatieven tekort en hadden het over de heropleving van het land dankzij de miljarden dollars die Beijng gaat investeren. Het bezoek van de president van een wereldmacht als China is ongetwijfeld een belangrijke gebeurtenis. Maar het is even belangrijk dat ten minste een deel van de aangekondigde contracten zal worden uitgevoerd!

    Tijdens de officiële onderhandelingen zijn er volgens dagblad_ Politika_ geen exacte bedragen genoemd. Op de lijst van getekende documenten staat slechts één handelscontract: het bouwproject voor de aanleg van een autosnelweg op het traject Surcin-Obrenovac, die gefinancierd wordt met een lening van 250 miljoen dollar met groen licht van de Export-Import Bank. Er is ook gesproken over de aanleg van een strategische haven aan de Donau en over veel andere projecten, maar het gaat meestal om gemeenschappelijke intentieverklaringen, die juridisch niet bindend zijn.

    Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan

    President Tomislav Nikolic zelf heeft de modernisering van de spoorwegverbinding tussen Belgrado en Boedapest genoemd, alsmede de aanleg van een Chinees industriegebied in de buurt van de Mihajlo Pupin-brug. Deze werkzaamheden zouden uitgevoerd worden door Chinese ondernemingen en arbeiders. Want China maakt, zoals altijd bij zijn investeringen in het buitenland, exclusief gebruik van zijn eigen bedrijven, mankracht en hulpmiddelen.

    Hoogtepunt van deze tournee was het bezoek van Xi Jinping aan de ijzer- en staalfabriek van Smederevo. Er was sprake van aanzienlijke bedragen die door de Chinezen zouden worden geïnvesteerd, er zouden nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd en de productie zou worden opgevoerd. Toch blijven veel details onduidelijk. Zoals, wie gaat de torenhoge schulden van de ijzer- en staalfabriek terugbetalen, die gezien de huidige ijzerprijs alleen maar kunnen oplopen? Er is geen enkele financiële toezegging gedaan ten aanzien van de 300 tot 900 miljoen euro die de Chinezen erin zouden willen steken. Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan!

    Weinig vleiend

    De verklaringen van de Chinese en Servische verantwoordelijken over de centrale rol die Servië in de regio speelt, klinken natuurlijk zeer aanlokkelijk. Het is duidelijk dat Beijing plannen heeft met Oost-Europa; de recente rondreis van Xi Jinping door de Tsjechische Republiek en Polen getuigt daarvan. Maar het is de vraag hoe Servië daar een centrale rol in speelt. De Chinezen zijn niet gevoelig voor de ‘charme’ van president Nikolic of de overredingskracht van de Servische eerste minister Aleksandar Vucic. Denis Depoux, vicevoorzitter van de raad van toezicht van adviesbureau Roland Berger voor Azië, komt met een plausibele verklaring voor de Chinese belangstelling: ‘Servië, kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, heeft een centrale rol gekregen in de Chinese investeringen in de regio omdat het zichzelf heeft gepositioneerd als een Europese bestemming met hooggekwalificeerde én goedkope arbeidskrachten.’ Voor elk land met enig gevoel voor eigenwaarde, is dat een weinig vleiend beeld.

    Nog verontrustender is de naïviteit van de Servische autoriteiten. In de zakenwereld, en met name de internationale, is het zo dat hoe zwakker en naïever een partij is, hoe meer de tegenpartij ervan profiteert. De Servische politici zijn het zakentalent van de Chinezen gigantisch aan het onderschatten.

    Auteur: Momir Turudic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Beeld bovenaan: Een arbeider monstert rollen staal in de ijzer- en staalfabriek in Smederevo, Servië. – © Getty

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

  • Een Europese kweekvijver voor IS

    Een Europese kweekvijver voor IS

    Het Bosnische dorpje Osve trekt sinds een jaar of drie opvallend veel jongeren die graag voor IS willen gaan vechten in Syrië en Irak.

    In vergelijking met de totale bevolking van het land van 3,8 miljoen inwoners slaat het Bosnische dorpje Osve, dat op ongeveer honderd kilometer van Sarajevo en driehonderd kilometer van Zagreb ligt, beslist het record in werving van strijders voor Syrië en Irak. Aanhangers van het salafisme, de radicale tak van de islam, streken er drie jaar geleden neer. Een van de eersten die in Osve gingen wonen, was Harun Mehicevic, tegen wie een Australisch arrestatiebevel loopt vanwege terrorisme. Een andere inwoner van dit dorpje, Emrah Fojnica, die verdacht werd van betrokkenheid bij de aanval op de Amerikaanse ambassade in Sarajevo in 2011, is onlangs omgekomen bij een zelfmoordaanslag in Bagdad.

    De meerderheid gelooft dat de islam wordt aangevallen en dat ze die behoren te verdedigen

    Werkloosheid

    Osve staat centraal in de studie The Lure of the Syrian War: The Foreign Fighters’ Bosnian Contingent, geschreven door Vlado Azinovic, hoogleraar politicologie in Sarajevo, en Muhamed Jusic, islamtheoloog en journalist. Volgens Azinovic, een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van terrorisme vanuit de regio, vertrokken er tussen 2012 en 2014 156 mannen en 36 vrouwen uit Bosnië en Herzegovina naar Syrië en Irak. ‘Daarbij gaat het natuurlijk om door de grenspolitie van Bosnië en Herzegovina geregistreerde personen. Hoogstwaarschijnlijk liggen de aantallen veel hoger, want niet iedereen die de grens passeert wordt geregistreerd. Zeker ook doordat 20 procent van de vertrekkers permanent of tijdelijk in het buitenland woont en werkt,’ licht Azinovic toe.

    Tot begin 2015 zijn 48 mannen en 3 vrouwen uit Irak en Syrië teruggekeerd, terwijl 83 mannen en 32 vrouwen er nog steeds verblijven. Het aantal mannelijke terugkeerders nadert de 30 procent, waarmee Bosnië en Herzegovina het land is met de meeste IS-strijders die huiswaarts keren. Volgens een recent onderzoek zijn 26 inwoners van het land – 25 mannen en 1 vrouw – omgekomen in Irak of Syrië.

    Maar waarom zijn er zo veel salafisten in dorpen als Gornja Maoca en Osve komen wonen? Volgens sommigen hebben ze zich langs de etnische grenzen van Bosnië en Herzegovina gevestigd om op te treden als hoeders van het grondgebied en het geloof. ‘Die theorie snijdt geen hout, want die grenzen waren al getrokken langs de strijdlijnen van de vroegere legers [van Bosnië, Servië en Kroatië],’ verklaart Azinovic. Volgens hem hebben de salafisten zich in dit deel van noordwest-Bosnië gevestigd omdat de Serviërs er niet naar terug wilden. ‘Dus hebben de salafisten er voor spotprijzen verlaten huizen en grond gekocht omdat niemand anders die nog wilde. Ze wonen liever ver van de bewoonde wereld en de beschaving. Dat vinden ze juist prima,’ meent Azinovic.

    In Bosnië en Herzegovina bestaat geen centraal register van personen die ervan worden verdacht dat ze naar Syrië of Irak zijn vertrokken. Op dit moment hebben niet minder dan drieëntwintig politiediensten de taak hun bewegingen te volgen. Toch pakt het land dit probleem slecht aan. Een voorbeeld: een van de staatsveiligheidsdiensten verzocht Turkije het bilaterale akkoord te implementeren over samenwerking tussen beide landen in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Volgens dit akkoord mochten Bosnische politiemensen op de drukste grensovergangen aanwezig zijn om zo samen met hun Turkse collega’s zicht te houden op welke inwoners van hun land naar Syrië reizen. Turkije ging op dit verzoek in, en stelde voor daarover in Ankara te komen vergaderen. Een paar dagen voor die ontmoeting zegden de Bosniërs af vanwege onenigheid over welke politiedienst Bosnië en Herzegovina er mocht vertegenwoordigen.

    De laatste weken was er in de internationale media veel aandacht voor de campagne van IS om strijders in Bosnië en Herzegovina te rekruteren en werd beklemtoond dat het land het hoogste werkloosheidscijfer ter wereld heeft. Is de dreiging van islamitisch terrorisme vanuit Bosnië en Herzegovina reëel? De internationale gemeenschap denkt van wel, terwijl de instituties in Bosnië en Herzegovina die dreiging juist bagatelliseren. Azinovic: ‘Vanaf het begin van de oorlog in Bosnië en Herzegovina [1992-1995] heeft de radicale islamitische ideologie er ingang gevonden, zowel via buitenlandse strijders uit westerse landen als via moslims die zich bij het Bosnische leger aansloten. Ze verspreidden het idee dat de Bosnische moslims de voornaamste slachtoffers van de oorlog waren geworden doordat ze geen “goede moslims” waren. Twintig jaar na de oorlog heeft dit idee bij de Bosniërs echt postgevat. Een hele nieuwe generatie is met deze ideologie opgegroeid.’

    Toch is het aantal aanhangers van het salafisme niet groot: het gaat om een groep van twee- tot drieduizend mensen. Zeker, bij alle terroristische aanslagen die in Bosnië en Herzegovina zijn gepleegd, wordt gewezen naar de salafisten, die aanhangers van Al-Qaida waren voordat ze naar IS overstapten. Tegelijk is het zo dat de Republika Srpska [Servische Republiek], die deel uitmaakt van de staat Bosnië en Herzegovina, het probleem heeft gepolitiseerd met het doel de eigen afscheidingspolitiek te rechtvaardigen door zich te presenteren als een bolwerk van christelijk Europa.

    kaartbosnie

    Randfiguren

    Kortgeleden is de politie van de Republika Srpska vanwege vermeende terroristische dreigingen in staat van paraatheid gebracht. Met machinepistolen gewapende agenten bewaken nu de staatsinstellingen. In de ogen van Azinovic zijn de Bosnische moslims de voornaamste gegijzelden van deze situatie: ‘Niemand kan een mogelijke terroristische aanslag in Bosnië en Herzegovina of elders in de regio voorspellen,’ denkt hij. ‘In de meeste gevallen van ideologische radicalisering gaat het om individuen die het moeilijk hebben in het leven. Het zijn vaak randfiguren, mensen met ernstige psychische problemen die zich niet weten aan te passen aan het moderne leven en zich vastklampen aan de waarden van vroeger.’

    De sociale media spelen bij hun radicalisering een belangrijk rol. ‘Maar toch,’ benadrukt Azinovic, ‘zelfs degenen die een radicale interpretatie van de islam aanhangen, keuren geweld en terrorisme lang niet altijd goed.’ Uit zijn onderzoeken blijkt dat het proces van radicalisering wordt geïnitieerd door lokale religieuze leiders. De mensen die naar Syrië gaan, met name jongeren, verwarden en wereldvreemden die geestelijk niet sterk in hun schoenen staan, worden vaak onderworpen aan een versneld radicaliseringsproces.

    Analyse van dit proces onder personen die zijn vertrokken om zich bij IS aan te sluiten, toont aan dat ze niet geradicaliseerd zijn omdat ze zich door hun eigen maatschappelijke omgeving onrechtvaardig behandeld voelen, maar eerder doordat ze het idee hebben dat een grotere gemeenschap waarmee ze zichzelf identificeren, leed wordt aangedaan. Over het algemeen gelooft een meerderheid van hen dat de islam wordt aangevallen en dat ze die behoren te verdedigen. Zowel de boodschappen van de plaatselijke islamistische leiders als die uit de oorlogsgebieden zijn altijd zo geformuleerd dat ze oproepen tot het verdedigen van de hele moslimgemeenschap en het bestrijden van de vijand. Jongeren raken vaak individueel geradicaliseerd via internet of de sociale media. Dankzij deze nieuwe technologieën kunnen de strijders in Syrië en Irak rechtstreeks contact houden met een wereldwijde achterban om nieuwe strijders te rekruteren. En het is onmogelijk om precies te volgen wat er op de sociale media gebeurt.

    Bosnië en Herzegovina vormt in dat opzicht geen uitzondering. De overheid heeft geprobeerd haar burgers van vertrek naar het strijdtoneel in Syrië en Irak te weerhouden door het formeren van of toetreden tot paramilitaire eenheden strafbaar te stellen. Jammer genoeg worden zo alleen de gevolgen aangepakt en niet de oorzaken. Bosnië en Herzegovina behoorde weliswaar tot de eerste landen in de regio die vertrek naar een buitenlandse oorlog verboden, maar anders dan in andere landen, die vooral inzetten op preventieve maatregelen, heeft het op dit punt nog geen enkel samenhangend beleid ontwikkeld. Verbieden en strafbaar stellen is niet genoeg. Integendeel, het zou wel eens contraproductief kunnen werken.

    Igor Alborghetti

    Reactie Izet Hadzic

    Izet Hadzic is de informele leider van de salafistische moslims in Osve. Heeft hij enige greep op het vertrek van inwoners naar de strijdgebieden in Syrië en Irak en hun aansluiting bij IS? Worden die reizen door de salafistische gemeenschap georganiseerd en gefinancierd?

    Izet Hadzic: ‘Denk even na: een normaal mens zou nooit vijf moslimfundamentalisten met vrouwen en kinderen naar de oorlog laten vertrekken. Wie vertrokken is, heeft dat uit eigen beweging gedaan. En ze hebben hun gezinnen meegenomen, omdat ze Syrië als het beloofde land zien. Iedereen ziet wel kans om 200 euro van vrienden en familie te lenen. Een vliegticket naar Turkije kost hooguit 100 euro. Dus hoezo financiering van terroristen?’

    Wie is er dan verantwoordelijk voor dat ze op zo grote schaal vanuit Bosnië en Herzegovina naar door IS gecontroleerd gebied vertrekken?
    ‘In zekere zin is dat de overheid. De maatschappij heeft deze mensen vanwege hun geloof buitengesloten en gemarginaliseerd. In Bosnië krijgen ze geen werk. Vervolgens zijn ze gaan denken dat de oorlog een goede manier is om aan die situatie te ontsnappen, wat geld te verdienen en een dak boven hun hoofd te vinden.’

    Heeft u contacten met IS?
    ‘Sinds ik een video op YouTube heb gezet waarin ik nadrukkelijk zeg dat het Bosniërs niet is toegestaan om in Bosnië en Herzegovina terroristische aanslagen te plegen, heb ik alleen maar bedreigingen van die zogenaamde Islamitische Staat gekregen. Ze beschuldigden me ervan dat ik een ongelovige zou zijn en ze hebben gedreigd me te onthoofden. Ik heb die bedreigingen zeer serieus genomen en bij de politie gemeld.’