Tag: Bosnië

  • Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    » Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    De zuidelijke stad Jablanica is het zwaarst getroffen

    Het dodental door overstromingen en aardverschuivingen in Bosnië is gestegen tot 22, terwijl reddingsteams nog steeds op zoek zijn naar zes vermisten, aldus de autoriteiten, die een evacuatie hebben afgekondigd. ‘Bosnië probeert er weer bovenop te komen na deze dodelijke overstromingen, de ergste die dit land op de Westelijke Balkan in tientallen jaren heeft meegemaakt’, aldus Radio Free Europe / Radio Liberty.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De radiozender wijst er verder op dat Jablanica, dat in het zuiden van Bosnië ligt, ‘de stad is die het zwaarst getroffen is door de overstromingen en aardverschuivingen’.

  • Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    In Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië pikken vrouwen het niet langer hoe rivieren en bossen in hun regio worden vervuild. Een strijdbare generatie komt nu in opstand tegen de milieuverontreiniging en klimaatverandering.

    Dappere vrouwen uit het Bosnische Kruščica hebben meer dan vijfhonderd dagen gewaakt bij de rivier om de bouw van miniwaterkrachtcentrales tegen te gaan. Ook in Kraljevo (Servië) strijden vrouwen voor het behoud van hun rivieren. In Kroatië werpen ze zich op voor het behoud van het milieu en de publieke ruimte tegen de exploitatie door onder andere de toeristische sector.

    De vrouwen in Kruščica hadden met de mannen geruild die normaal gesproken nachtdiensten voor hun rekening namen, omdat ze verwachtten dat de politie hen niet zou aanvallen. Rond vijf uur ’s ochtends arriveerde er een speciale eenheid. ‘Ze zeiden dat we opzij moesten gaan en als we dat niet deden, ze het bevel hadden ons in het water te gooien. Een paar minuten later begonnen ze met hun schilden op ons in te slaan. Op onze armen, benen… Vreselijk. Overal gekerm, gegil,’ vertelt Amela Zukan.

    Trauma’s

    De trauma’s van die nacht dragen de vrouwen nog altijd met zich mee. Sommigen zijn ziek geworden en dragen hun verwondingen als een ereteken. Maar ze zijn nog even vastberaden. Natuurlijke rijkdommen zijn onze laatste verdedigingslinie, zeggen ook andere vrouwen die in Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië op de barricades staan voor de natuur.

    ‘Als de donkerste scenario’s uitkomen, krijgen we te maken met extreme droogte, watertekorten en steeds frequentere overstromingen,’ zegt Zukan, die benadrukt dat de kwetsbaren en gemarginaliseerden, de armen en zieken, mensen in ontwikkelingslanden, meer te lijden hebben onder de klimaatverandering. De bijeenkomsten van bewoners in Kruščica begonnen aanvankelijk spontaan, toen deze tweeduizend zielen tellende gemeenschap lucht kreeg van de plannen voor de bouw van een miniwaterkrachtcentrale.

    Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is

    Het protest had succes. ‘We hebben heel wat mensen wakker weten te schudden, veel mensen zagen dat we onze rivier met succes hebben verdedigd en zijn onze methode zelf gaan toepassen. Wij strijden vandaag niet alleen maar voor ónze rivier, maar voor alle rivieren in Bosnië en Herzegovina en daarbuiten, in de hele regio,’ zegt Zukan. Dat beaamt ook natuuractivist Bojana Minović uit het Servische Kraljevo, die strijdt voor het behoud van de bergrivieren in haar streek. ‘Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is. Deze waanzin begon al in de oorlog: de sluiting van de fabrieken, het wegvallen van verschillende sociale, maatschappelijke en economische zekerheden. En te midden van dat alles storten ze zich nu ook nog eens op onze natuurlijke rijkdommen,’ zegt ze.

    Minović merkt op dat het groot kapitaal tot in alle poriën van de maatschappij is doorgedrongen. Ze omschrijft hoe alles tegenwoordig jong, flitsend en strak moet zijn. De goede oude bergrivieren voldoen niet langer aan de standaarden, ze zijn niet Instagram-waardig. De mensen zwemmen niet meer in de Ibar [een van de rivieren rondom Kraljevo], ‘maar alleen nog in zwembaden, omdat het daar mooier, toegankelijker is.’ Minović vertelt dat er langs de bergrivieren zwembaden worden opgetuigd.

    ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan’

    ‘Alles moet nieuw, aantrekkelijk, mooi en leuk zijn. We willen dat alles comfortabel en toegankelijk is. ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan.’ Het is een vorm van prestige geworden om badhuizen te bezoeken, die inmiddels de helende mineraalwaterbronnen bij Vrnjačka Banja bedreigen. De badhuizen ‘leveren namelijk mooie kiekjes op voor Instagram, net als de zwembaden dat doen: cocktails, muziek, jonge, gezonde en strakke lijven.’

    In haar werk wordt Minović ook geconfronteerd met de maatschappelijke kant van de ecologische problemen. Daarbij noemt ze twee belangrijke factoren: naast de schade aan de natuur vindt er ook een verarming van de bevolking plaats. ‘Hier zegt men dat de grond rondom de bergrivieren schraal is. Armer dan arm, onbruikbaar. En dus dalen de grond en het bos in waarde. Daardoor wordt het makkelijker deze natuurlijke hulpbronnen te verkopen,’ zegt ze.

    Het gaat hier om economisch achtergestelde regio’s waar de verkoop van stukken bos of welke vorm van natuurlijke hulpbronnen dan ook voor sommige mensen vaak een laatste redmiddel is. ‘Degenen die stukken bos bezaten, kapten die om hun kinderen naar school te kunnen sturen, om voor eten te zorgen, om te overleven, om hun kinderen de mogelijkheid te geven hier weg te gaan,’ zegt Minović.

    Pas wanneer een investeerder de aarde helemaal omwoelt en de veiligheid zichtbaar in gevaar komt na een overstroomde weg door een lekkende dijk, of als de forel uit de rivieren verdwijnt, pas dan zien ze de gevolgen in van al die bouwprojecten in en rondom hun bergrivieren. Maar de bewoners zeggen ook dat ze hun huizen moeten verwarmen en dus het bos moeten verkopen om te kunnen leven. Ook Minović ziet de teloorgang van het ecosysteem, de klimaatverandering, de buitengewoon zachte winters, de afnemende neerslag in de steeds warmer wordende zomers.

    ‘Ik weet echt wel wat winter is, hoe vier jaargetijden eruitzien,’ verzucht ze. Dat klimaatverandering overal is doorgedrongen en niet meer te negeren valt, vindt ook Irena Burba, een klimaatactivist die al zestien jaar bij de Kroatische ngo Groen Istrië werkt en actief deelnam aan talloze sociale en klimaatprotesten, zoals destijds in Lungomare en Plomin. ‘In ons werk merken we dat de aanval op het publieke domein en de publieke ruimte ieder jaar intensiveert,’ zegt ze.

    Baai van Lapad

    Irena Woelle is een Sloveense designer en activist die actief is op het snijvlak van milieu, maatschappij en cultuur. Ze houdt zich bezig met thema’s als stedelijk tuinieren en urbane imkerijen, maar ze zet zich ook in tegen fracking, glyfosaat, jachttoerisme en de ontgroening van het stadsbeeld. In een van haar projecten, getiteld Ik ben toch niet zo gek om daarheen te gaan, legde ze de link tussen het kapitalisme en het patriarchaat, die volgens haar veel gelijkenissen vertonen en langs dezelfde lijnen opereren.

    Brandpunt was de baai van Lapad, geschilderd door de uit Dubrovnik afkomstige schilder Flora Jakšić, die op haar zeventiende, tegen haar wil in, werd uitgehuwelijkt en vervolgens tien jaar in een gewelddadig huwelijk opgesloten zat.

    Gedurende haarleven was Flora’s huis een toonaangevend centrum voor schilderkunst in Dubrovnik; ze liet in haar testament opnemen dat Vila Flora aan de baai van Lapad een plek moest worden waar kunstenaars konden exposeren en hun vakanties konden doorbrengen. Van de baai van Lapad is niet veel meerover: een en al beton, kitsch en asfalt. De titel van het project is ontleend aan het antwoord van een jonge moeder aan haar partner, die voorstelde om met hun kind in de snikhete, verbouwde baai van Lapad te gaan zwemmen.

    Met haar initiatief om het centrum van Rijeka gezonder en leefbaarder te maken door het Matija Vlačić Flacius-plein om te dopen tot Theeplein, wilde Woelle geneeskrachtige kruiden op het plein laten planten. Daarmee hoopte ze de in vergetelheid geraakte kennis omtrent de helende werking van planten en hun gebruik bij de bestrijding van kwaaltjes nieuw leven in te blazen. ‘Publieke ruimtes worden mateloos ingepikt,’ zegt Woelle. ‘We kunnen niet eens meer een wandeling maken door onze eigen steden, omdat alles is geprivatiseerd; overal zijn cafés en restaurants die er in feite alleen maar zijn voor toeristen.’

    Ook Burba benadrukt de desastreuze gevolgen van het leunen op toerisme. ‘De stranden worden op illegale wijze opgespoten en de kust wordt almaar verder ingelijfd. Hotelketens en campings dijen almaar uit. Er blijft steeds minder ruimte over voor de inwoners. Er zijn wel een miljoen winkelcentra,’ zegt ze.

    ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme’

    De publieke ruimte raakt in het gedrang. ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme,’ zegt Burba. ‘In de zomer staan er ellenlange files, waardoor je amper toegang hebt tot bepaalde diensten, zoals de eerste hulp. We hebben een enorm afvalprobleem, de hoeveelheid afval die wordt geproduceerd kunnen we simpelweg niet op een adequate manier verwerken.’ ‘Mensen zijn vaak pas bereid te reageren als er een probleem in hun achtertuin ontstaat, maar we zagen dat er in het geval van Lungomare ook veel mensen in opstand kwamen vanwege de emotionele binding met het gebied,’ zegt Burba.

    Ze zagen in dat er al zoveel is gecommercialiseerd, dat ze bereid waren te strijden voor dat laatste strookje publieke ruimte. ’Niet veel anders was het in Kruščica. Alle inwoners verdedigden de rivier ‘met hart en ziel’, aldus Zukan. Weer of geen weer. Voor ons was het net alsof we naar ons werk gingen. Iedereen was verplicht zijn eigen dienst te draaien,’ zegt ze. ‘Zonder de inwoners was de rivier allang vernietigd. Nu is het weer een prachtige plek, die alle aandacht dubbel en dwars waard was.’

  • Duizenden demonstreren tegen femicide in Bosnië

    Duizenden demonstreren tegen femicide in Bosnië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » 35 doden bij zware explosie in tankstation Rusland

    » Georgia klaagt Trump aan vanwege verkiezingsfraude

    Directe aanleiding is de livestream van een moord op een vrouw

    In de Bosnische stad Sarajevo zijn maandag duizenden mensen de straat op gegaan om te demonstreren tegen vrouwengeweld in het Oost-Europese land. Dat meldt Radio Free Europe. Aanleiding is de moord op een vrouw, die via een livestream op Instagram door duizenden mensen werd gezien.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De moord op de achtendertigjarige Nizama Hecimovic vond vorige week plaats. Haar ex-man Nermin Sulejmanovic schoot haar dood en livestreamde de misdaad op Instagram. Daarna doodde hij nog twee mensen voordat hij zelfmoord pleegde. Hecimovic had eerder aangifte gedaan tegen Sulejmanovic wegens huiselijk geweld, maar was te bang om te getuigen. Daardoor weigerde de rechter een straatverbod uit te vaardigen.

    De Bosnische autoriteiten hebben aangekondigd de betrokken instanties, waaronder de rechter, te onderzoeken. Ook komt er een onderzoek naar kijkers van de livestream, die Sulejmanovic zouden hebben aangemoedigd. Voor de Bosnische betogers zit het probleem echter diepgeworteld in de maatschappij.

    Lees ook:

  • ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.

    De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.

    De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.

    Ongeschikt

    Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.

    Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’

    Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.

    Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.

    Lees ook:

    Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.

    Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.

    ‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.

    Geen alternatief

    Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.

    ‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’

    Lees ook:

    Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.

    Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.

    ‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’

    In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’

    Coronacrisis

    De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.

    ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’

    ‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.

    De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.

    Lees ook:

    Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.

    De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.

    De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor

    In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.

    ‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’