Tag: boycot

  • VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    » Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Onlangs werd de naam van Trump aan het gebouw toegevoegd

    Verschillende muzikanten en dansers hebben hun geplande optredens in het Kennedy Center, een belangrijke culturele instelling in Washington, ‘abrupt afgezegd’ naar aanleiding van de zeer impopulaire beslissing van het nieuwe bestuur – bestaande uit Trump-loyalisten – om de naam van de president aan de naam van het centrum toe te voegen, meldt Mother Jones.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Jazz is ontstaan ​​in de strijd en vanuit een onvermoeibaar streven naar vrijheid: vrijheid van denken, vrijheid van meningsuiting’, aldus The Cookers, een jazzgroep die besloot hun optreden op 31 december af te gelasten, in een verklaring. Richard Grenell, de voorzitter van de instelling, beschuldigde de artiesten van een boycot, dreigde tegen een van hen met juridische stappen en eiste een schadevergoeding van 1 miljoen dollar.

  • Tunesië: nieuwe grondwet aangenomen die macht Kais Saied vergroot

    Tunesië: nieuwe grondwet aangenomen die macht Kais Saied vergroot

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Polio duikt voor het eerst in tien jaar op in Verenigde Staten

    » Redactie La Prensa gedwongen Nicaragua te verlaten wegens vervolging door regime Ortega

    Slechts 27,5 procent van de kiesgerechtigden kwam opdagen

    Afgelopen maandag hebben kiezers in Tunesië in een referendum voor een nieuwe grondwet van president Kais Saied gestemd, meldt Al Jazeera. Volgens een exitpoll van Sigma Conseil stemde 92,3 procent van de kiezers voor de grondwetswijziging die ervoor zorgt dat de populistische president veel meer macht krijgt. De opkomst was echter opvallend laag: slechts 27,54 procent van de 9,3 miljoen kiesgerechtigden kwam opdagen.

    Aanhangers van Saied gingen na de uitslag de straten op om de verkiezingswinst te vieren. De oppositie had daarentegen opgeroepen tot een boycot van het referendum, ‘om geen tekst te legitimeren die een terugkeer naar een dictatoriaal regime mogelijk zou maken’ in Tunesië, de bakermat van de Arabische lente, aldus Al Jazeera. Afgelopen dagen werden er in de hoofdstad al verschillende demonstraties gehouden tegen president Kais Saied, die een jaar aan de macht is.

    Lees ook:

  • Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Belarus geeft gedwongen ‘bekentenis’ van oppositieleider Protasevitsj vrij

    De Belarussische staatstelevisie heeft donderdag een nieuw interview met Roman Protasevitsj uitgezonden, waarin de oppositieleider toegeeft dat hij president Aleksander Loekasjenka omver wil werpen. Volgens familieleden en de oppositie is de ‘bekentenis’ onder bedreiging verkregen.

    De arrestatie van Protasevitsj op 23 mei leidde tot een golf van internationale verontwaardiging. Zijn vliegtuig van Athene naar Vilnius werd door de Belarussische autoriteiten onderschept en onder het voorwendsel van een bommelding gedwongen in Minsk te landen.

    De 26-jarige journalist, die bij aankomst samen met zijn Russische partner Sofia Sapega werd gearresteerd, werd onmiddellijk gevangengezet op beschuldiging van het organiseren van massale rellen tegen president Loekasjenka na diens controversiële herverkiezing voor een zesde termijn in 2020. Hij riskeert nu tot vijftien jaar gevangenisstraf.

    Derde keer

    Voor de ‘derde keer’ sinds zijn arrestatie verscheen Protasevitsj donderdag vanuit zijn gevangenis op de staatstelevisie met een regelrechte ‘bekentenis’, aldus BBC.

    ‘Protasevitsj gaf toe dat hij Aleksander Loekasjenka omver wilde werpen’ en ‘zeer kritisch’ was over de Belarussische president, maar zei dat hij ‘begon te begrijpen dat hij [Loekasjenka] het juiste deed’, en hem zelfs ‘respecteerde’, aldus de Britse nieuwszender.

    AP meldt dat Roman Protasevitsj aan het eind van het negentig minuten durende interview zei dat hij ‘volledig en openlijk samenwerkte’ met de Belarussische autoriteiten en dat zijn enige doel was om ‘een rustig, normaal leven te leiden met een gezin en kinderen’.

    ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische’

    ‘Toen bedekte hij zijn gezicht met zijn handen en begon te huilen’, voegt het Amerikaanse persbureau eraan toe.

    De Belarussische oppositie heeft gezegd dat deze ‘bekentenis’, net als de andere ‘bekentenissen’ die sinds de arrestatie van het echtpaar zijn gefilmd, ‘onder dwang’ is verkregen, aldus Al-Jazeera. Nog voordat het derde interview op donderdag werd uitgezonden, verklaarde de Belarussische mensenrechtenorganisatie Viasna: ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische dwang.’

    De ouders van Protasevitjs zeiden dat het verhoor van donderdag door de autoriteiten was bedoeld om ‘de gijzeling van hun zoon en zijn vriendin te rechtvaardigen’.

    In een interview met Radio Free Europe/RL zei Natalja Protasevitsj, de moeder van de oppositieleider, dat ze ‘handboeien om zijn handen had gezien’ en verbaasd was dat de kwaliteit van de video zo slecht was wanneer het gezicht van haar zoon in beeld kwam. ‘Ik vraag me af of dit met opzet is gedaan, om de blauwe plekken in zijn gezicht en de wurgsporen in zijn nek te verbergen, die vorige week op een andere video te zien waren.’

    Lees ook:


    Transparantie voor multinationals: naar een EU-belastingpact

    Europa heeft een eerste stap gezet op het gebied van een gemeenschappelijk belastingbeleid. Op dinsdag 1 juni hebben de Europese Raad en leden van het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over de invoering van een nieuwe wet. Deze zal multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro verplichten transparanter te zijn over hun activiteiten.

    In detail zullen zij hun winsten, aantal werknemers en betaalde belastingen per land moeten aangeven – niet alleen in elke lidstaat, maar ook in elk land of rechtsgebied dat door Brussel als een belastingparadijs wordt beschouwd.

    ‘Deze transparantiemaatregel’, zo schrijft El País schrijft in een commentaar, ‘zal het voor de nationale autoriteiten gemakkelijker maken om de meest onrechtmatige fiscale constructies van sommige grote bedrijven uit te roeien of op zijn minst te beperken.’

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU’

    Het voorstel is in 2016 door de Europese Commissie ingebracht als reactie op diverse internationale belastingschandalen, zoals de Panama Papers.

    Tijdens deze vijf jaar van bittere onderhandelingen en blokkades hebben verschillende lidstaten, waaronder Ierland, zich tegen deze verordening verzet. Aangezien Brussel het voorstel echter ‘als een mededingingskwestie en niet als een belastingkwestie had aangemerkt, behoefde het niet met unanimiteit te worden aangenomen. Er was alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig [ten minste 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen], waardoor Ierland kon worden overruled’, aldus The Irish Times.

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU, waarbij bedrijven gebruikmaken van dochterondernemingen die elkaar diensten in rekening brengen om winsten naar landen met een gunstigere belastingwetgeving te verplaatsen’, aldus de krant.

    Mazen in de wet

    De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement in een plenaire zitting en door de Europese Raad, zo meldt de Duitse zakenkrant Handelsblatt. Maar er zijn wat ‘mazen in de [voorgestelde] wet’. Zo hoeven bedrijven zich er niet aan te houden als zij kunnen aantonen dat het publiceren van de informatie ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben.

    Internationaal gaan steeds meer stemmen op om ‘agressieve belastingplanning door multinationals’ te bestrijden, aldus The Irish Times.

    Met name in de Verenigde Staten dringt de regering van president Joe Biden aan op een internationale overeenkomst over het belasten van grote techbedrijven. Zij stelt voor om wereldwijd een minimumtarief voor multinationals van ten minste 15 procent in te voeren.

    Lees ook:

    ‘De EU moet zich bij dit initiatief aansluiten en meewerken aan een belastingstelsel dat investeringsstimulansen combineert met de garantie dat elke onderneming verantwoording aflegt aan de belastingautoriteiten’, aldus El País.

    De belangrijkste Europese partners (Frankrijk, Duitsland en Italië) zullen de kwestie bespreken op de G7-top van ministers van Financiën, die op vrijdag 4 en zaterdag 5 juni plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Myanmarese schoolboycot uit protest tegen staatsgreep

    De klaslokalen van Myanmarese scholen waren vrijwel leeg toen het nieuwe lesjaar op 1 juni begon. Als teken van verzet tegen de militaire junta hebben leraren, studenten en ouders besloten het onderwijssysteem te boycotten.

    ‘Kinderen komen naar school zonder uniform’ en in kleine aantallen, zei een getuige tegen het weekblad Nikkei Asian Review op 1 juni, de eerste schooldag in Myanmar. Als teken van protest verkiezen deze schoolkinderen zich pas om te kleden zodra ze in de klaslokalen aankomen. Tegelijkertijd wordt op grote schaal een boycot van het begin van het schooljaar georganiseerd. Volgens een lid van de Bond van Leraren, geciteerd door de Myanmarese website Myanmar Now, heeft 90 procent van de leerlingen geweigerd zich in te schrijven in het door de junta geleide onderwijssysteem.

    De boycot is een ‘verlengstuk van de hevige strijd’ en ‘het jongste teken van verzet’ tegen de militaire staatsgreep van 1 februari, aldus Nikkei Asian Review. Het leger nam toen de macht in het land over en wierp de wettige regering en het pas verkozen parlement omver. De afgelopen vier maanden heeft een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het militaire bewind gekeerd. Zij eisen de vrijlating van de afgezette regeringsleider Aung San Suu Kyi.

    ‘Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta’

    Activist Ei Ei Nyein zei tegen Frontier Myanmar dat ze haar dochter niet naar de lagere school zal sturen. Ze zal pas naar school gaan ‘zodra de gekozen regering is hersteld. Ons verzet tegen de junta zal waarschijnlijk tijd kosten, maar dat maakt niet uit! Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta. Ik zal haar zelf leren wat belangrijk is voor haar toekomst.’

    Een 22-jarige masterstudent bevestigt tegen Nikkei Asian Review dat zijn universiteit verlaten is. ‘Geen van mijn studiegenoten is naar de campus gekomen. De staatsgreep is onaanvaardbaar. Het militaire bewind betekent voor ons jonge studenten het einde van al onze dromen.’ De jongeman volgt nu een cursus Engels via het internet en staat op het punt een beurs aan te vragen om in het buitenland te studeren.

    ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood’

    Ouders en leerlingen maken zich ook zorgen over de veiligheidssituatie in de scholen. Sommige scholen zijn gevorderd door het leger. Deze situatie is door UNICEF omschreven als een ‘schending van de rechten van het kind’. ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood, of dat jonge meisjes niet worden lastiggevallen door soldaten’, voegt Ei Ei Nyein in Frontier Myanmar eraan toe.

    Het tijdschrift sprak met het echtpaar Soe Soe en Toe Toe Lwin, dat hun elfjarige dochter, Aye Myat Thu, verloor toen zij op 27 maart door veiligheidstroepen in het hoofd werd geschoten terwijl zij in de tuin aan het spelen was. ‘We willen onze andere geliefde kinderen niet verliezen,‘ verklaarden de ouders.

    Meer dan achthonderd mensen zijn sinds het begin van de staatsgreep door de militaire junta gedood. Onder hen zijn ten minste drie leraren en vijf studenten, volgens de Vereniging voor bijstand aan politiek gevangenen, meldt Frontier Myanmar.

    Volgens de lerarenbond, die door Nikkei Asian Review werd geciteerd, zijn bijna 150.000 leraren door de junta geschorst ‘omdat zij weigerden onder militair gezag te werken’. Dit is een derde van het totale aantal leraren.

    Een leraar die actief is in de protestbeweging vertelde het Japanse tijdschrift over de redenen van zijn boycot: ‘Ik wil jongeren geen slavenopleiding geven, zoals het leger dat voorstaat. Ik wil ze rechtvaardigheid, gelijkheid en de ware geschiedenis van ons land bijbrengen. Ik zal me niet onderwerpen aan deze dictatuur. We zullen vechten tot we hebben gewonnen.’

    Lees ook:

  • Qatar: het probleemkind van de Golf

    Qatar: het probleemkind van de Golf

    Het is niet de eerste keer dat de buurlanden de betrekkingen met Qatar verbraken. Maar ditmaal zijn er ook economische sancties ingezet en lijkt het spel harder te worden gespeeld.

    De diplomatieke breuk tussen Qatar en vijf andere landen in de regio – Bahrein, Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jemen (althans de internationaal erkende regering-in-ballingschap van die Golfstaat-in-problemen) – heeft een al lang sluimerend conflict over de aanpak van regionale kwesties naar de oppervlakte gebracht.

    De vorige keer dat Bahrein, Saoedi-Arabië en de VAE hun banden met Qatar verbraken was in 2014, toen ze hun ambassadeurs voor een periode van negen maanden terugtrokken. De jongste confrontatie is duidelijk ernstiger. Er is nu sprake van economische sancties – en aangezien Qatar alleen met Saoedi-Arabië een grens deelt, kan een onderbreking van verkeer van goederen en mensen, ter land, ter zee of door de lucht, de economie snel ontwrichten en dus ook leiden tot sociale en politieke onrust.

    Het is nog onduidelijk wat Saoedi-Arabië en de Emiraten uiteindelijk beogen. In ieder geval dateren de spanningen tussen Qatar en zijn buren niet van gisteren. Ze bestonden al vóór de Arabische Lente van 2011 en Qatars spraakmakende steun aan islamisten die in die periode de macht in Noord-Afrika en Syrië probeerden te grijpen. Goed beschouwd was Qatar de afgelopen kwart eeuw betrokken bij elke ‘crisis’ in de zes leden tellende Raad voor Samenwerking in de Golf (Gulf Cooperation Council of GCC). Nu lijken de overige leiders in de Golf helemaal hun bekomst te hebben gekregen van het soms tegendraadse regionale beleid van Doha.

    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty
    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty

    Qatar is een schiereiland dat in noordelijke richting in de Perzische Golf steekt. Halverwege de negentiende eeuw ontpopte de familie al-Thani zich er als de voornaamste machthebbers. In 1868 kwam het tot een akkoord met Groot-Brittannië, destijds de machtigste politieke en militaire speler in de Golf, die de familie het leiderschap over het schiereiland gunde. Voorafgaand aan hun opkomst waren delen van het schiereiland bewoond door de familie al-Khalifa, die sinds 1783 heerst over Bahrein, een eiland ten westen van Qatar, maar ook aanspraak maakte op de Hawar-eilandjes, die vlak voor de kust van Qatar liggen. In 1986 kwam het bijna tot een militaire botsing. De kwestie sleepte zich voort tot aan een bindend schikkingsbesluit in 2001 van het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. De twee staten onderhielden toen nog niet zo lang diplomatieke betrekkingen. Die waren ze pas in 1997 aangegaan, 26 jaar nadat ze onafhankelijk waren geworden.

    Qatars enige landsgrens is nooit precies vastgesteld. Hoe gevaarlijk zoiets kan zijn, bleek in september 1992, toen er drie doden vielen bij een schotenwisseling met Saoedi-Arabië. De twee landen ondertekenden in 1965 een grensverdrag, dat nooit echt werd geratificeerd. Bovendien zegde Qatar het op na het grensincident. Op vele andere fronten kwamen beide landen in botsing. Qatar en Saoedi-Arabië steunden verschillende partijen in de korte Jemenitische burgeroorlog van 1994, en Qatar maakte fel bezwaar tegen de voorgestelde benoeming van een Saoedi als secretaris-generaal van de GCC in 1995. Vanwege deze kwestie verliet de delegatie van Qatar de slotzitting van de jaarlijkse top van de GCC, waarbij het voornemen kenbaar werd gemaakt alle door de secretaris-generaal bijgewoonde vergaderingen te zullen boycotten. Naar verluidt overwoog Qatar zelfs het lidmaatschap van de Golfclub op te zeggen.

    Zelfstandige politiek

    Een groot deel van het ongenoegen dat de betrekkingen tussen Qatar en zijn buren sinds 2011 kenmerkt, komt voort uit het beleid van de emir van Qatar, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, die de macht overnam van zijn vader na een geweldloze paleiscoup in juni 1995. Samen met zijn minister van Buitenlandse Zaken, sjeik Hamad bin Jassim al-Thani, speelde de emir een belangrijke rol in de spectaculaire opkomst van Qatar sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij versnelde de ontwikkeling van de infrastructuur voor vloeibaar aardgas en sloot langlopende energiecontracten met geïndustrialiseerde en opkomende economieën wereldwijd.

    De troonsbestijging van de emir werd elders in de Golf niet met gejuich begroet. Saoedi-Arabië was betrokken bij een mislukte poging tot een tegencoup in februari 1996, waarbij de afgezette sjeik Khalifa weer de macht in handen had moeten krijgen. Na een tweede poging in 2005, waar volgens Qatar de Saoedi’s opnieuw achter zaten, ontnam de Qatarese overheid zo’n vijfduizend leden van de Bani Murra-stam hun burgerschap. Een aantal leden van de stam, waarvan het traditionele woongebied voor een deel in Saoedi-Arabië ligt, zou bij beide coups betrokken zijn geweest.

    Het huidige Qatarese leiderschap heeft altijd groot belang gehecht aan een zelfstandige regionale politiek, waarmee het land uit de schaduw van Saoedi-Arabië kon treden. Aanleiding tot intense frictie waren ook de steun van Qatar aan islamisten in de regio – met name aan de Moslimbroederschap – en het podium dat het in Doha gevestigde tv-station Al Jazeera bood aan allerlei groeperingen die staten in de regio bekritiseerden. In 2002 trok Saoedi-Arabië zijn ambassadeur terug uit Doha. Dat was een reactie op de wijze waarop Al Jazeera verslag deed van wat er zich in het naburige koninkrijk afspeelde. Vijf jaar duurde het voordat de zaak was bijgelegd. De spanningen namen opnieuw toe door de steun van Qatar aan islamistische bewegingen voor, tijdens en na de Arabische Lente. Wat de aanpak van de Moslimbroederschap betreft kwamen Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Egypte en Libië werden slagvelden waar Doha en Abu Dhabi om regionale invloed streden door verschillende partijen te steunen.

    Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden

    Toen emir Hamad in juni 2013 de macht overdroeg aan zijn 33-jarige zoon, emir Tamim, hoopten Riyad en Abu Dhabi dat de nieuwe jonge heerser Qatars regionale politiek zou bijstellen. Maar in november 2013 – Tamim was nog maar vijf maanden aan de macht – werden de leiders van Saoedi Arabië en de Emiraten opgeschrikt door berichten in Amerikaanse media dat leden van de Moslimbroederschap zich in Doha hergroepeerden nadat de Egyptische president Mohamed Morsi ten val was gebracht en de militaire dictatuur er was hersteld. Emir Tamim moest bij koning Abdoellah van Saoedi-Arabië op het matje komen. De eis luidde dat hij Qatar weer op het rechte pad zou brengen. Het land moest weer in de pas lopen bij de overige leden van de GCC als het ging om regionale vraagstukken. Tamim kreeg verder te horen dat hij een aanvullend veiligheidsakkoord diende te ondertekenen dat ‘non-interventie’ behelsde in de ‘interne aangelegenheden van de andere landen van de GCC’.

    De crisis bereikte in maart 2014 een hoogtepunt nadat Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden geoordeeld dat Qatar de door Tamim aangegane overeenkomst onvoldoende naleefde. Ze trokken hun ambassadeurs terug uit Doha. Bahrein volgde hun voorbeeld. Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden nadat ze de Emiraten in 2012 hadden moeten verlaten. Maanden van animositeit volgden, met af en toe pogingen tot onderhandelen waarbij de emir van Koeweit, sjeik Sabah, die nauwe banden met emir Tamim schijnt te hebben, als bemiddelaar optrad.

    De zaak werd in november 2014 bijgelegd door enkele Qatarese concessies: deportatie van Moslimbroeders naar Turkije, het bevel aan dissidenten uit de Emiraten om Qatar te verlaten, uitvoering van een Intern Veiligheidspact van de GCC, en nauwe samenwerking op het gebied van inlichtingen en politietaken. Ook het plaatselijke bureau van Al Jazeera werd opgeheven [en nog altijd wordt de website van Al Jazeera in zowel de Emiraten als in Saoedi-Arabië geblokkeerd].

    500 miljoen

    De huidige crisis heeft zich dus al jarenlang opgebouwd. Aanleiding was deze keer mogelijk een ingewikkelde gevangenenruil, die Qatar in april tot stand bracht om een 26-koppig Qatarees jachtgezelschap, dat veel leden telde van de regerende familie, vrij te krijgen. De groep was in december 2015 in Irak ontvoerd en werd vastgehouden door Kata’ib Hezbollah, een sjiitische militie die banden onderhoudt met Iran. Qatar had naar verluidt onderhandeld met Iran, Hezbollah en de Syrische rebellengroep Jabhat al-Nusra om hun vrijlating te bewerkstelligen.

    Het gerucht dat Qatar wel 500 miljoen dollar had betaald voor de gevangenenruil wekte grote woede in regionale hoofdsteden, waaronder Bagdad. Volgens de Iraakse premier Haider al-Abadi was de deal tot stand gekomen zonder medeweten en goedkeuring van de Iraakse regering. De exacte inhoud van de overeenkomst is onbekend. Voor de Golfstaten volstaat de verdenking dat er enorme bedragen zijn betaald aan milities in Irak die geen deel uitmaken van de overheid en stilzwijgend steun krijgen van Iran. Daarmee is het idee versterkt dat Qatars contact met dergelijke groepen een bedreiging vormt voor de stabiliteit en veiligheid in de regio.

    De maatregelen lijken tot op heden niet tot een echte oorlog te voeren, maar alle partijen hebben hun hakken in het zand gezet. Of ze hun va-banque politiek nog willen terugdraaien, is zeer de vraag. De beleidsmakers van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen evenwel maar beter niet te veel rekenen op steun van de regering-Trump. De Verenigde Staten hebben in Qatar grote belangen op het gebied van defensie, veiligheid en energie, die niet zomaar zijn af te bouwen of naar elders kunnen worden overgebracht.

    Hoe dan ook zit Washington door deze plotselinge opleving van regionale spanningen met een probleem opgescheept dat niet eenvoudig is op te lossen. Het is een domper op de feestvreugde, na het bezoek dat Trump vorige maand aan de Golf bracht.
    Kristian Coates Ulrichsen

    Auteur: Kristian Coates Ulrichsen
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: De Villagio shopping mall in Doha, Qatar. – © Sarfraz Abassi

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Boycot tegen Israël werkt averechts

    Boycot tegen Israël werkt averechts

    De internationale boycotcampagne tegen Israël is een slecht idee, betoogt de bekende Israëlische vredesactivist Uri Avnery in de Palestijnse pers. Volgens hem drijft het de partijen alleen maar verder uit elkaar.

    Keuze uit het archief

    Begin deze maand maakten Nederland, Spanje, Slovenië en Ierland bekend af te zien van deelname aan het Songfestival 2026 nadat bekend werd dat Israël aan het zangfestijn zal meedoen. Deze week sloot ook IJsland zich bij die vier landen aan. De reden voor de boycot tegen Israël is de oorlog in Gaza.
    Wijlen vredesactivist Uri Avnery legt in dit artikel van negen jaar geleden uit waarom een boycot tegen Israël als land averechts werkt en wat er aan Palestijnse en Israëlische zijde moet gebeuren om vrede te bereiken.

    Help! Ik ben in een mijnenveld verzeild geraakt. Het heet BDS: boycot, desinvestering, sancties [een internationale boycotcampagne tegen Israël].

    Vaak wordt mij om mijn standpunt gevraagd over deze internationale beweging, die door Palestijnse activisten is opgezet en zich als een veenbrand over de wereld heeft verspreid. De Israëlische regering beschouwt de beweging inmiddels als een grote bedreiging. Een nog grotere bedreiging, heb ik het idee, dan IS of Iran. Wereldwijd zijn Israëlische ambassades gemobiliseerd om het verschijnsel te bestrijden.

    De academische wereld is het voornaamste slagveld. Fanatieke aanhangers van BDS voeren felle debatten met al even fanatieke aanhangers van Israël. Beide partijen zetten ervaren debaters in en deinzen niet terug voor propagandistische trucs, valse argumenten en regelrechte leugens. Het is een woordenwisseling die alsmaar onverkwikkelijker wordt.

    Vrede betekent niet alleen een einde aan vijandelijkheden, maar ook verzoening en coëxistentie

    Waar gaat het precies over?

    Aan beide zijden van de kloof wordt veel gesproken over vrede. Maar het woord ‘vrede’ is uitgegroeid tot het laatste toevluchtsoord van de haatzaaiers. Vrede is iets wat twee vijanden met elkaar sluiten. En vrede veronderstelt wederkerigheid. Wanneer de ene partij de andere vernietigt, zoals Rome Carthago vernietigde, is de oorlog wel ten einde, maar is er nog geen vrede. Vrede betekent niet alleen een einde aan vijandelijkheden, maar ook verzoening en coëxistentie. Vrede betekent hopelijk ook samenwerking en uiteindelijk zelfs sympathie. Vandaar dat het onoprecht aandoet om enerzijds een vredewens te verkondigen en anderzijds een haatcampagne te voeren. Wat je dit ook wilt noemen, het is geen ijveren voor vrede.

    Een boycot is een legitiem politiek instrument. Het is ook een fundamenteel mensenrecht. Iedereen heeft het recht te kopen of niet te kopen wat hij of zij wil. Iedereen heeft het recht anderen te vragen bepaalde goederen te kopen of juist niet te kopen, om wat voor reden dan ook. Toen in Duitsland de nazi’s aan de macht kwamen, organiseerden Amerikaanse Joden een boycot van Duitse waren. De nazi’s reageerden met een boycotdag van Joodse winkels in Duitsland.

    Vrede Nu

    De eerste boycot tegen de Israëlische bezetting werd afgekondigd door Gush Shalom (Vrede Nu), de Israëlische vredesorganisatie waartoe ik behoor. Dat was lang vóór BDS. We deden een oproep aan het Israëlische publiek. We vroegen hun de producten van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en op de Hoogvlakte van Golan te boycotten. Voor het gemak publiceerden we een lijst van alle betrokken ondernemingen.

    Ik nam ook deel aan gesprekken met de Europese Unie, en verzocht de bouw van nederzettingen op veroverd land niet aan te moedigen. De Europeanen deden er lang over om te besluiten dat de producten van de nederzettingen duidelijk moesten worden gemarkeerd. Hoeveel Israëli’s gevolg gaven aan onze oproep is moeilijk te zeggen. Vrij veel, is onze indruk, en dat doen ze tot op de dag van vandaag.

    We vroegen mensen niet om Israël zelf te boycotten. Dat leek ons contraproductief. Wanneer de staat wordt bedreigd, sluiten Israëli’s de rijen. Dan worden fatsoenlijke en goedbedoelende burgers in de armen van de kolonisten gedreven. Wij wilden juist het tegendeel bereiken: het brede publiek scheiden van de kolonisten.

    De BDS-beweging heeft een heel ander standpunt. Ze is een initiatief van de Palestijnse nationalisten die zich richten tot een internationaal publiek. Ze slaan volstrekt geen acht op Israëlische gevoelens.

    De Joodse koloniste Maanit Rabinovitz bij haar gastenverblijven op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse Autoriteit heeft Airbnb gevraagd om dit soort appartementen te weren, omdat ze de Israëlische nederzettingenpolitiek in stand zouden houden.  ©
    De Joodse koloniste Maanit Rabinovitz bij haar gastenverblijven op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse Autoriteit heeft Airbnb gevraagd om dit soort appartementen te weren, omdat ze de Israëlische nederzettingenpolitiek in stand zouden houden. ©

    Een boycotbeweging heeft geen precies programma nodig. Het doel om een einde te maken aan de bezetting en om de Palestijnen de mogelijkheid te bieden een eigen staat te stichten,
was voldoende geweest. Maar BDS publiceerde onmiddellijk een duidelijk politiek programma. Daar begon het probleem.

    BDS verkondigt drie doelstellingen: beëindiging van de bezetting en ontmanteling van de nederzettingen, gegarandeerde gelijke behandeling van Arabieren in Israël en bevordering van de terugkeer van de vluchtelingen.

    Klinkt onschuldig, maar dat is het niet. Vrede met Israël wordt niet genoemd. Een tweestatenoplossing evenmin. Maar het belangrijkste punt is het derde. De uittocht van de helft van het Palestijnse volk in de oorlog van 1948 – deels omdat het vluchtte voor gevechten in een lange en wrede oorlog, deels omdat het door de Israëlische strijdkrachten actief werd verdreven – is een ingewikkeld verhaal. Het opvallendste feit is dat de Palestijnen niet mochten terugkeren nadat de oorlog ten einde was, en dat hun huizen en land aan Joodse immigranten – velen van hen Holocaustoverlevenden – werden gegeven.

    Omkering van dat proces is net zo realistisch als eisen dat blanke Amerikanen teruggaan naar waar hun voorouders vandaan kwamen, en het land teruggeven aan de oorspronkelijke, inheemse eigenaars. Het zou de afschaffing van de staat Israël betekenen en de oprichting van een Palestijnse staat, van de Middellandse Zee tot de Jordaan, een staat met een Arabische meerderheid en een Joodse minderheid.

    Hoe kan dit worden bereikt zonder oorlog met een nucleair bewapend Israël? Hoe verhoudt dit zich tot vrede?

    Alle serieuze Palestijnse onderhandelaars hebben op dit punt impliciet ingeschikt. De stilzwijgende afspraak is dat Israël in het kader van een 
definitief vredesakkoord een symbolisch aantal vluchtelingen terugneemt, en dat alle anderen, én hun afstammelingen – nu zo’n vijf tot zes miljoen – passende compensatie ontvangen. Dit alles als onderdeel van de tweestatenoplossing. Dat is een vredesprogramma. Eigenlijk het enige vredesprogramma dat er is. De BDS-doelen zijn dat niet.

    De andere partij in het felle debat is nog minder gericht op vrede. Hele legers zionistische ‘uitleggers’ – velen van hen betaalde professionals – worden op pad gestuurd om de BDS-aanval te pareren. Ze beginnen met het ontkennen van de meest voor de hand 
liggende feiten: dat de staat Israël het Palestijnse volk onderdrukt, dat een genadeloze militaire bezetting het leven van de Palestijnen verziekt, dat ‘vrede’ een scheldwoord is geworden
in Israël.

    De eenvoudigste manier om BDS te delegitimeren is om de beweging te beschuldigen van antisemitisme. Dat maakt een einde aan iedere zinnige discussie, zeker in Duitsland, en meestal ook elders in het buitenland.

    Er is geen enkel bewijs voor de beschuldiging dat de meeste BDS-sympathisanten antisemieten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de overgrote meerderheid bestaat uit toegewijde idealisten, wier hart uitgaat naar de onderdrukte Palestijnen, net zoals Joden door de eeuwen heen onderdrukte mensen te hulp zijn geschoten, of dat nu zwarte Amerikanen of anderen waren.

    Ik wil de Palestijnen en hun ware vrienden (andermaal) op het hart drukken dat antisemieten in de praktijk gevaarlijke vijanden zijn

    Dat neemt niet weg dat sommige verklaringen van BDS-aanhangers onmiskenbaar rieken naar antisemitisme. Voor antisemieten van de oude school is BDS een veilige preekstoel vanaf 
waar zij hun verfoeilijke evangelie kunnen verspreiden, onder het mom van antizionisme en anti-Israëlisme.

    Ik wil de Palestijnen en hun ware vrienden (andermaal) op het hart drukken dat antisemieten in de praktijk gevaarlijke vijanden zijn. Zij zijn het die Joden wereldwijd ertoe drijven zich in Israël te vestigen. Deze antisemieten geven niets om de Palestijnen, ze exploiteren hun situatie om hun eeuwenoude, perverse afkeer van het Jodendom te kunnen botvieren.

    Omgekeerd begaan Joden die bij wijze van misplaatste steun aan Israël graag meedoen aan de nieuwe golf van islamofobie, een pijnlijke vergissing. De islamhaters van nu zijn de Jodenhaters van gisteren en van morgen.

    Palestijnen hebben vrede nodig om zich te ontdoen van de bezetting en om eindelijk vrijheid, onafhankelijkheid en een normaal leven te kunnen
realiseren. Israëli’s hebben vrede nodig omdat ze anders steeds dieper wegzakken in het moeras van een eeuwige oorlog, de democratie die hun trots was zullen verspelen en uiteindelijk zullen verworden tot een gehate apartheidsstaat.

    Het gevaar van het BDS-debat is dat het de wederzijdse vijandschap verdiept, de kloof tussen de twee volkeren verbreedt, hen nog verder van elkaar vervreemdt. Alleen actieve samenwerking tussen de vredeskampen aan beide zijden zal brengen wat alle betrokkenen het hardst nodig hebben: vrede.