Tag: brain rot

  • Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Doomscrolling en brain rotting zijn relatief nieuwe termen die verwijzen naar de negatieve impact van sociale media op ons concentratievermogen. Is er reden tot zorgen? Twee opiniemakers gaan in debat.

    ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws’

    ‘Als je de laatste overblijfselen van het menselijk intellect door de gootsteen wilt zien spoelen, typ dan de woorden “skibidi toilet” in op YouTube’, schrijft Siân Boyle in The Guardian. De video van elf seconden toont een geanimeerd hoofd dat uit een toiletpot steekt terwijl het de onzinnige tekst ‘skibidi dop dop dop ja ja’ zingt. De clip is meer dan 215 miljoen keer bekeken en leidde tot honderden miljoenen verwijzingen op TikTok en andere sociale media. ‘Het is dan ook toepasselijk dat brain rot zojuist is benoemd tot het Oxford-woord van het jaar.’ Het woordenboek definieert brain rotting als ‘de veronderstelde verslechtering van de mentale of intellectuele toestand van een persoon, vooral als het resultaat van overconsumptie van (online) materiaal dat als triviaal of onuitdagend wordt beschouwd’. Volgens Boyle zijn maar weinig mensen zich ervan bewust hoe letterlijk technologie onze hersenen verpest en hoe onmiskenbaar dwangmatig internetgebruik onze grijze massa vernietigt.

    Brain rot werd bijna twintig jaar geleden al voorspeld toen wetenschappers de effecten bestudeerden van een destijds nieuwe uitvinding genaamd e-mail. Ze bestudeerden met name de impact die een onophoudelijk spervuur van informatie zou hebben op de hersenen van de deelnemers. ‘Constante cognitieve overbelasting had een negatiever effect dan het innemen van cannabis, waarbij het IQ van de deelnemers gemiddeld met 10 punten daalde’, schrijft Boyle. ‘En dat was nog voordat smartphones het internet binnen handbereik brachten, wat ertoe heeft geleid dat de gemiddelde volwassene in het Verenigd Koninkrijk nu minstens vier uur per dag online is (waarbij gen Z-mannen vijf en een half uur per dag online zijn en gen Z-vrouwen zes en een half).’

    Boyle haalt aan dat de afgelopen jaren een overvloed aan academisch onderzoek van onder andere de Harvard Medical School, de Universiteit van Oxford en King’s College London bewijs heeft gevonden dat het internet onze grijze hersenmassa doet krimpen, de aandachtsspanne verkort, het geheugen verzwakt en onze cognitieve processen verstoort. 

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting’

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting. Te veel technologie tijdens de ontwikkelingsjaren van de hersenen wordt door sommige academici zelfs “digitale dementie” genoemd.’ Mensen die vaak met meerdere online platforms bezig zijn, hebben een verminderd geheugen en een verminderde aandachtsspanne. Dit bleek uit een analyse van gegevens die over een periode van tien jaar waren verzameld door geheugenpsychologen aan de Stanford University in 2018. Dr. Gloria Mark, hoogleraar informatica aan de Universiteit van Californië en auteur van Attention Span, heeft bewijs gevonden voor hoe drastisch ons vermogen om te focussen afneemt. In 2004 stelden Mark en haar team van onderzoekers vast dat de gemiddelde aandachtsspanne op een scherm tweeënhalve minuut bedroeg. In 2012 was dat 75 seconden. Zes jaar geleden was dat nog maar 47 seconden. ‘En toch lijken we weinig te doen om het tij te keren,’ betreurt Boyle. 

    ‘Maar het is niet helemaal onze schuld als technologie ons minder intelligent maakt. Het is tenslotte ontworpen om ons volledig op te slokken,’ merkt Boyle op. ‘Silicon Valleys smerigste ontwerptruc – die overal aanwezig is als je het eenmaal hebt opgemerkt – is de oneindige scroll, het zogeheten doomscrolling’. Doomscrolling wordt vergeleken met het “bodemloze soepkom”-experiment, waarbij deelnemers gedachteloos uit een soepkom blijven eten als deze steeds wordt bijgevuld. ‘Een online feed die constant wordt “bijgevuld” manipuleert het dopaminerge beloningssysteem van de hersenen op een vergelijkbare manier. Deze krachtige dopamine-gedreven cyclus van eindeloos scrollen kunnen verslavend worden.’

     ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen’

    Maar wat gebeurt er als we geen grip krijgen op onze afnemende cognitieve gezondheid? ‘De voormalige Google-ontwerpethicus Tristan Harris vertelde het Amerikaanse Congres in 2019 dat miljarden mensen nu hun informatie ontvangen van platforms waarvan het bedrijfsmodel de winst koppelt aan hoeveel aandacht ze vangen, waardoor een race ontstaat om aandacht te trekken door onze hagedissenhersenen te hacken – met dopamine, angst, verontwaardiging – voor winst”.’ Zijn waarschuwingen zijn grimmiger dan ooit, schrijft Boyle. ‘Hij zei dat “overtuigende technologie een enorm onderschatte en machtige factor is die de wereld vormgeeft” en dat “deze technologie de controle heeft genomen over de pen van de menselijke geschiedenis en ons naar een catastrofe zal drijven als we het niet terugnemen”.’

    De term brain rot werd populair gemaakt door jonge mensen op sociale media die het meeste risico lopen op de gevolgen ervan. ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws,’ aldus Boyle. De eerste stap in de richting van een verandering is volgens haar het begrijpen van het probleem, en dat gebeurt volgens haar steeds meer. ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen,’ Van tieners die zich afkeren van dumbphones tot campagnes voor een smartphonevrije jeugd; het zijn volgens Boyle ‘groene scheuten voor een toekomst waarin we in staat zijn om onze geest terug te winnen’. ‘Misschien heeft Skibidi Toilet dus toch meer betekenis: een bewustzijn van waar de menselijke intelligentie zich op dit moment bevindt. Het kan nu twee kanten op: zo verder, of met een U-bocht omkeren.’

    Siân Boyle is freelance schrijver en journalist, gespecialiseerd in longform journalistiek. Ze heeft gepubliceerd in onder andere The Sunday Times, The Guardian, The Independent, en Huff Post.


    ‘Studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen’

    ‘We zien afleiding ten onrechte als een nieuw fenomeen. De vermeende aandachtscrisis zou beter omschreven kunnen worden als een verschuiving in prioriteiten’, schrijft Marion Thain, hoogleraar cultuur en technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute, in Irish Examiner

    Volgens Thain hebben we de neiging te denken dat het predigitale tijdperk ongeveer hetzelfde was als nu, maar dan zonder onze talloze digitale afleidingen. ‘Dat was niet zo. Afleiding is niets nieuws’. Aan het eind van de negentiende eeuw konden Londenaren tot wel twaalf postbezorgingen per dag verwachten. Brieven werden vaak uitgewisseld met een frequentie waarvan we nu denken dat die alleen sinds de komst van e-mail voorkomt. ‘Er wordt soms beweerd dat afleiding de onderliggende cognitieve crisis van het digitale tijdperk is, en er is zeer reële en terechte bezorgdheid onder jongere generaties, maar het is ook belangrijk de huidige zorgen in een bredere historische context te plaatsen,’ stelt Thain.

    ‘Zou het degenen die klagen over ons groeiende onvermogen om aandachtig een concert van klassieke muziek bij te wonen, helpen om te weten dat de achttiende-eeuwse symfonie niet werd ontworpen met de verwachting van een publiek dat met voortdurende, verrukte aandacht luisterde? Of dat de middeleeuwse monniken geen smartphones nodig hadden om te geloven dat hun werk werd bedreigd door de demon van de afleiding, Titivillus?’

    Beschuldigingen van een afnemende aandachtsspanne zijn volgens Thain een vrij consistent onderdeel van het verhaal van de moderniteit. ‘Zelfs in het begin van de twintigstee eeuw identificeerde schrijver en criticus Ezra Pound de verschuiving van poëzie naar proza als het gevolg van een afgeleid lezerspubliek dat niet in staat was om de taalkundige dichtheid van verzen bij te wonen.’

    ‘Studenten zien het lezen van boeken als het luisteren naar vinylplaten – iets wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd’

    Auteur Jonathan Bate sprak onlangs in het BBC Today-programma over hoe de huidige onderwijssystemen studenten voortbrengen die niet meer in staat zijn om lange romans te lezen. Dat ging volgens Bate ten koste van de vaardigheden concentratie en kritisch denken. ‘Bate betreurt de dagen waarin hij een groep studenten kon vragen om drie Charles Dickens romans in een week te lezen. Maar Bates drie-eenheid van Great Expectations (ongeveer 187.000 woorden), David Copperfield (ongeveer 358.000) en Bleak House (ongeveer 356.000) zou een gemiddelde lezer in totaal ongeveer 50 uur kosten. Zelfs een frenetieke skim-read zou weinig tijd overlaten voor kritische reflectie en zou vrijwel zeker niet bevorderlijk zijn voor de geestelijke gezondheid,’ werpt Thain tegen.

    Thain verwijst ook naar het artikel van Rose Horowitch in The Atlantic met als kop: The elite college students who can’t read books. In het artikel wordt gesteld dat veel middelbare scholen in de Verenigde Staten hebben besloten om minder nadruk te leggen op literaire teksten, zoals romans en gedichten, en in plaats daarvan korte tekstfragmenten gebruiken. Tegelijkertijd compliceert Horowitch dit beeld door te opperen dat we misschien niet zozeer een afname zien in het lezen van lange teksten, maar eerder een verschuiving in wat en hoe geconsumeerd wordt. Ze schrijft dat een paar professoren haar vertelden dat hun studenten het lezen van boeken zien als het luisteren naar vinylplaten – iets waar een kleine subcultuur misschien nog steeds van geniet, maar wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd. Ook benadrukt ze dat we tegelijkertijd het publiek voor luisterboeken aanzienlijk hebben zien groeien. ‘Haar artikel suggereert dat we misschien niet zozeer getuige zijn van een verlies van de vaardigheid om een lange roman te lezen als wel van een verschuiving in waarden: studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen,’ aldus Thain. 

    Dit alles wil volgens Thain niet zeggen dat we zelfgenoegzaam moeten zijn. ‘Verre van dat: Het is essentieel dat we begrijpen wat de winst en het verlies zijn van onze verschuivende aandacht en wie het meest wint en verliest bij deze nieuwe aandachtseconomieën.’ 

    Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren

    Nog fundamenteler is het volgens haar dat we nadenken over welke soorten aandacht we nastreven en waarom. ‘Wat psychologen wel eens unifocale aandacht noemen is slechts één manier om aandacht te hebben, en het is niet altijd de meest nuttige.’ Dat lieten Chris Chabris en Dan Simons zien in hun experiment uit 1999 dat bekendstaat als het Onzichtbare Gorilla Experiment. De proefpersonen werd gevraagd om het aantal worpen in een basketbalwedstrijd te tellen, maar ze merkten de persoon in het gorillapak niet op die midden in de wedstrijd op het veld danste. ‘Concentratie op één ding kan ons verblinden voor belangrijke maar onverwachte gebeurtenissen.’ Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren. ‘Ontwikkelt de jongere generatie vormen van aandacht die ouderen moeilijk begrijpen of waarderen, maar die nieuwe voordelen kan bieden?

    Als voorbeeld noemt ze de snelle, schriftelijke uitwisselingen van instant messaging. En de kunst van de gevatte, geestige uitdrukking in 140 of 280 tekens. ‘En wat te denken van de behendigheid en reflextraining van de fysieke en mentale bewegingen van videogames, of de sociaal verspreide vormen van collectieve aandacht die mogelijk zijn in online omgevingen?’

    Deze vragen kunnen en moeten we volgens Thain stellen, terwijl we ons tegelijkertijd bewust zijn van de reële problemen in de huidige aandachtseconomieën. ‘Misschien kan de geschiedenis ons leren flexibeler om te gaan met de manier waarop we long form van cultuur presenteren, ermee omgaan en ervan genieten. En in een context die nog maar enkele decennia geleden onvoorstelbaar was, kunnen we wellicht ook het potentieel herkennen.’

    Marion Thain is hoogleraar Cultuur en Technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute.