Tag: buitenaards leven

  • Is er dan toch een planeet B?

    Is er dan toch een planeet B?

    Tot voor kort werd de zoektocht naar buitenaards leven afgedaan als pure onzin. Vandaag de dag is het een serieuze, wetenschappelijke zaak.

    Plotseling heeft iedereen het over aliens. Na decennia krijgt de vraag naar buitenaards leven eindelijk de aandacht die het daadwerkelijk verdient. Zo heeft NASA inmiddels een goed gefinancierd astrobiologieprogramma en zal de opvolger van de peperdure James Webb-ruimtetelescoop worden afgesteld om tekenen van buitenaards leven op te sporen. Ufo’s en andere uaps (‘unidentified aerial phenomena’ in het Engels) duiken daarnaast ook steeds vaker op in sensationele krantenartikelen.

    Wat is de betekenis van deze twee bewegingen, de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven aan de ene kant, en de eindeloze stortvloed aan onverklaarbare waarnemingen aan de andere? Een terugblik op de geschiedenis van discussie over buitenaards leven toont aan dat deze tegenstrijdige benaderingen eigenlijk nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet op een goede manier.

    Jarenlang werden wetenschappers die serieus nadachten over leven in het universum geconfronteerd met wat nu bekendstaat als de ‘giechelfactor’. Meerdere keren dreigde deze factor de zogeheten ‘search for extraterrestrial intelligence’ ofwel SETI vervroegd te beëindigen. Hoewel nieuwe ontdekkingen en technologie de zoektocht nieuw leven hebben ingeblazen, blijft de giechelfactor nog altijd een obstakel.

    Als hoofdonderzoeker van NASA’s allereerste subsidie om tekenen van buitenaards leven op exoplaneten te bestuderen, zoeken mijn collega’s en ik onder andere naar sporen van buitenaardse technologie. Mijn aanname van deze rol is de bekroning van een levenslange fascinatie voor de vraag naar leven in het universum. Deze fascinatie ontstond toen ik als kind in de zeventiger jaren mijn vrije tijd doorbracht met sciencefictionromans, ufo-documentaires en herhalingen van Star Trek. Als tiener die zowel Carl Sagan als Erich Däniken (auteur van het controversiële, pseudowetenschappelijke Waren de Goden Kosmonauten) las, moest ik al vroeg leren hoe ik het kaf van het koren kon scheiden.

    Achteraf bleek deze periode in mijn jeugd een trainingsgrond voor het werk dat ik nu verricht. Zo moet ik, als wetenschapper en wetenschapsambassadeur, kunnen begrijpen hoe mensen zonder wetenschappelijke opleiding of kennis vragen over ufo’s en buitenaardse wezens benaderen. Tijdens het schrijven van een recent en populair boek getiteld The Little Book of Aliens keek ik daarom ook zorgvuldig naar de verstrengelde geschiedenis van ufo’s, de wetenschappelijke zoektocht naar leven in het heelal en de allesbepalende vraag naar normen van bewijsvoering.

    Wat geldt als bewijs voor het bestaan van buitenaards leven? Deze vraag dook voor het eerst op in het allereerste virale ufo-verhaal. Op 24 juni 1947 was de lucht boven het stadje Mineral in de noordwestelijke staat Washington helder en zonnig. Kortom: een perfecte dag voor amateurpiloot Kenneth Arnold. Fladderend langs de imposante piek van Mount Rainier op weg naar een vliegshow in Oregon hield Arnold een oogje in het zeil voor een sportvliegtuig van de Amerikaanse marine die onlangs vermist was geraakt. Wie het wrak als eerste vond, zou een beloning ontvangen. Denkend aan het prijsgeld draaide Arnold een extra rondje om de berg, niet wetende dat hij op dat moment regelrecht de ufo-geschiedenis invloog.

    Terwijl Arnold de berghelling inspecteerde, zag hij plotseling een blauwe lichtflits. In de verte vloog een DC-4, een verkeersvliegtuig, maar daar kwam de flits niet vanaf. Toen verscheen het licht opnieuw, ditmaal van dichterbij. Arnold keek vol verbazing toe hoe negen objecten ‘als de staart van een Chinese vlieger’ in diagonale formatie langs hem vlogen. Voor de amateurpiloot het wist, waren deze objecten echter weer verdwenen. Met een ‘angstaanjagend gevoel’ in zijn onderbuik bracht Arnold zijn vliegtuig vervolgens aan de grond.

    ‘Schotelachtige vliegtuigen’

    Arnolds verhaal, dat hij na het landen met vrienden deelde, verspreidde zich haast net zo snel als de mysterieuze objecten de horizon benaderen. Verslaggevers van een lokale krant, de East Oregonian, nodigden de piloot uit op de redactie en zagen hem als een geloofwaardige getuige en zorgvuldige waarnemer. Zo beschreef hij niet alleen het uiterlijk van de objecten, maar ook hun geavanceerde bewegingen. Zijn historische woordkeuze zou de samenleving voor altijd bijblijven: ‘als schotels die je over het water laat scheren.’

    De East Oregonian citeerde Arnolds beschrijving als ‘schotelachtige vliegtuigen’. Toen de Associated Press het verhaal oppakte, werd de krantenkop verder verdraaid: ‘Supersonische vliegende schotels gezien door piloot uit Idaho.’ De sensationele titel veroorzaakte een culturele lawine. In minder dan zes maanden tijd verscheen het artikel in meer dan 140 Amerikaanse kranten en in de jaren daarna werden steeds vaker vliegende schotels waargenomen.

    ANP 447464905
    Een vliegende schotel voor de Kamer van Koophandel in Roswell. – ©ANP

    Een van de belangrijkste lessen die ik van het Arnold-incident opstak, was de kracht van een meeslepend verhaal. Arnold was de eerste persoon die vliegende schotels zag en zijn kleurrijke waarneming verklaart waarom zo veel lezers zonder enig verifieerbaar bewijs meegingen in het speculeren over buitenaards leven en ufo’s. Zijn verhaal markeerde het punt waarop het idee van technologisch geavanceerd, interstellair leven het publieke bewustzijn definitief binnendrong. Met de verschijning van de eerste ufo’s verscheen ook de huidige ufo-cultuur: een cultuur die neigt naar ongeloofwaardigheid en paranoia. Natuurlijk waren er ook veel mensen die interesse toonden in ufo’s zonder hun scepticisme op te offeren. Als sociaal fenomeen zouden discussies over ufo’s echter gestuurd worden door twijfelachtig bewijs, samenzweringstheorieën en regelrecht bedrog.

    Neem bijvoorbeeld de zogeheten Roswell-affaire. Deze affaire betreft een boer die, slechts een paar weken na de waarnemingen van Arnold en de daaropvolgende mediahype, een stel uit stokken, draad en folie bestaande wrakstukken op zijn landgoed tegenkwam en deze vervolgens als de restanten van een gecrashte ufo aan een lokale krant liet overleveren.

    Ruim 30 jaar later werd de affaire nieuw leven ingeblazen door een reeks bestsellers en ‘documentaires’ die wederom beweren dat het vuilnis van deze boer daadwerkelijk uit de hemel was komen vallen. Met ieder boek en iedere film werd het verhaal alsmaar complexer en verwarrender. Zo werden er steeds meer getuigenissen aan het licht gebracht, waaronder begrafenisondernemer Glenn Dennis, die meende dat de boer hem persoonlijk de lijken van aliens heeft laten zien. Sommige bronnen beweren dat er meer schotels en meer buitenaardse passagiers waren dan de oorspronkelijke rapportage had vermeld. Enkele beweren zelfs dat de inmiddels opgeruimde lijken werden bezichtigd door niemand minder dan toenmalig president Dwight Eisenhower.

    Bewijsmateriaal

    Afwezig in de Roswell-affaire is het belang van bewijsmateriaal. Iedereen die in de verste verte gerelateerd was aan de boer, mocht zijn of haar verhaal vertellen. Nieuwe boeken stapelen zich op oude boeken en de theorieën vermenigvuldigen tot zelfs de hardnekkigste ufo-onderzoekers er geen touw meer aan vast weten te knopen. Ontwikkelingen zoals de Roswell-affaire creëerden zo een ‘alles kan’-mentaliteit wat betreft discussies rondom ufo’s en buitenaards leven in het algemeen.

    Deze mentaliteit had ook zeker een invloed op mij als tiener. In mijn puberjaren las ik zowel boeken over ware wetenschap (Sagan) als speculatieve werken over ufo-gerelateerde onderwerpen. Zo was ik een tijdlang gecharmeerd door Von Dänikens Waren de Goden Kosmonauten (1968) en zijn beweringen dat veelal archeologische mysteries verklaard konden worden door buitenaardse wezens die millennia geleden de aarde bezochten. Mijn fascinatie eindigde toen ik op een avond een PBS-documentaire genaamd The Case of the Ancient Astronauts (1977) tegenkwam. De documentaire bestond uit interviews met echte wetenschappers die hun leven hadden gewijd aan onderwerpen waar Von Dänikens enkel over speculeerde. De eenvoud en logica waarmee ze Von Dänikens boeken met de grond gelijk maakten, maakte mij zowel kwaad (ik voelde me door de auteur bedrogen) als opgetogen. Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen.

    Als ik niet zo kwaad was geweest, had ik er haast om kunnen lachen. Dit is dan ook precies die giechelfactor die het werk van professionele astrobiologen zoals mijzelf zo moeilijk maakt. Arnold, de Rosswell-affaire en Von Dänikens maakten SETI een kwetsbaar doelwit voor spot.

    Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen

    Het eerste SETI-project vond plaats in 1960 onder leiding van een jonge astronoom genaamd Frank Drake. Drake gebruikte een radiotelescoop om ‘niet-natuurlijke’ signalen van twee zonachtige sterren op te sporen. Erkenning voor Drakes inspanningen als startpunt van de moderne astrobiologie is een zelden besproken maar cruciaal punt, mede omdat de astronoom de normen voor bewijsmateriaal uiterst serieus nam. Om foutmarge te verminderen, schonken Drake en zijn collega’s tijdens het ontwerp van hun experiment dan ook aandacht aan vragen over signalen, ruis en fout-positieven. Drakes SETI-project en de daaropvolgende projecten trokken enorme publieke aandacht. Toch werd het opbouwen van een samenhangend, blijvend wetenschappelijk onderzoeksteam almaar verhinderd door de ufo-gekte.

    Kort na Drakes project hadden verschillende wetenschappelijke instanties nog een gezonde belangstelling voor de zoektocht naar buitenaards leven, intelligent of anderszins. Het was per slot van rekening de Amerikaanse National Academy of Sciences die in 1961 de Interstellar Communications-bijeenkomst organiseerde waar Frank Drake zijn befaamde Drake-vergelijking formuleerde. NASA was eveneens enthousiast in haar onderzoek naar microben op planeten in ons zonnestelsel, mits deze bereikt konden worden. In de zeventiger jaren werken SETI-wetenschappers met NASA aan nieuwe telescooptechnologie, waaronder Project Cyclops: een gigantische opstelling van wel duizend radiotelescopen die ongekend zwakke signalen uit de uithoeken van het heelal kon oppikken.

    Al deze projecten confronteerden wetenschappers met de vraag hoe ze het beste bewijs konden verzamelen en evalueren. Op deze vraag was geen duidelijk antwoord. Onderzoekers waren zich er terdege van bewust dat het leven op andere planeten een compleet andere vorm kon aannemen dan hier op aarde. Mensen buiten wetenschappelijke kringen keken daar echter anders naar.

    Giechelfactor

    William Proxmire was een senator uit Wisconsin die zichzelf graag zag als een strikte bewaker van de staatskas. Te allen tijde stond hij op de loer voor wat hij beschouwde als verspilling van belastinggeld. In 1978 stuitte de senator op NASA’s financiering van een handvol SETI-projecten waar hij de zin niet van kon inzien en daarom besloot hij de geldkraan dicht te draaien. Proxmire trok zich pas terug toen Sagan, op dat moment al een gerespecteerd schrijver, wetenschapper en wetenschapsambassadeur, hem persoonlijk benaderde. Hoewel de overheidsfinanciering van SETI-projecten in 1983 weer doorging, was de reputatie van de onderzoekers permanent aangetast. De doorsnee burger zag SETI als geldverspilling en onzin, impliciet verbonden met de ufo-gekte.

    Financiële steun voor SETI bleef miniem in de periode na Proxime. Toen NASA in 1990 haar bijdrage aan onderzoek naar het microgolfgebied van het elektromagnetische spectrum van 4 miljoen naar 12 miljoen dollar probeerde te verhogen, kwamen volgelingen van de senator opnieuw in actie. ‘We hoeven dit jaar geen 6 miljoen dollar uit te geven om bewijs van deze schurkachtige wezens te vinden,’ spotte congreslid Silvio Conte uit Massachusetts. ‘Een roddelblad in de supermarkt kost slechts 75 cent.’

    ANP 377222239
    De Amerikaanse astronoom en astrofysicus Frank Drake speelde een sleutelrol in het zoeken naar buitenaards leven. – © ANP

    Toen die 12 miljoen dollar drie jaar later alsnog werd toegewezen, zette het debat zich voort. Zo zag senator Richard Bryan uit Nevada een kans om wat krantenkoppen te genereren en sponsorde hij daarom een campagne om het microgolfproject de das om te doen. ‘Beëindig het jachtseizoen op Mars op kosten van de belastingbetaler,’ luidde zijn slogan. Dat NASA helemaal niet bezig was met Mars, deed er niet toe. Bryans met humor aangedikte campagne vond een groot publiek en legde wederom een verband tussen SETI en de culturele randgebieden waar het ufo-enthousiasme rondzweefde. De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld.

    Tussen deze zeer openbare afstraffingen door leerde NASA dat SETI politiek vergif was. Hoewel SETI-onderzoekers zoals Drake en de onvermoeibare Jill Tarter hun best deden om aan te tonen dat hun veld wel degelijk een vorm van wetenschap was, dacht de rest van de maatschappij daar anders over. Toch lieten de onderzoekers zich niet klein maken. Als ze niet meer in aanmerking konden komen voor overheidssubsidies, zouden zij een sponsor vinden in de privésector.

    De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld

    De afknelling van overheidssubsidies had echter wel degelijk grote gevolgen voor de zoektocht naar leven in het universum. Het bouwen, onderhouden en gebruiken van ruimtetelescopen kost veel geld en zonder stabiele financiering kwam de zoektocht uiteindelijk tot een stilstand. Dankzij aardse politiek bleef de hemel in andere woorden jarenlang onontdekt.

    De rol die ufo’s in dit tragische verhaal hebben gespeeld, valt niet te ontkennen. Historicus Stephen Garber schreef in een artikel over SETI en NASA dat de astrobiologie ‘slachtoffer werd van een “giechelfactor” die voortkwam uit een door de pers gelegde associatie met de speurtocht naar “kleine groene mannetjes” en ongeïdentificeerde vliegende objecten’. Door deze associatie kregen astronomen lange tijd geen kans om hun echte zoektocht uit te voeren.

    In het begin van de negentiger jaren leek het inderdaad alsof niemand geïnteresseerd was in de wetenschappelijke mogelijkheden van buitenaards leven. De Viking-missies van NASA uit 1975-1976 voerden biologische experimenten uit op Mars die de deur leken te sluiten voor de rode planeet als een thuis voor zelfs microbieel leven. Het spoor naar leven van welke aard dan ook leek te zijn gekoeld.

    Exoplaneten

    Een verrassende wending arriveerde in 1995 toen wetenschappers verkondigen dat ze zojuist de allereerste exoplaneet, een planeet die om een andere ster draaide dan de zon, hadden gevonden. Het bleek een historisch moment. Na 2500 jaar discussiëren over het bestaan van andere werelden hadden we eindelijk bewezen dat de planeten in ons zonnestelsel niet uniek waren. Binnen de kortste keren werden overal in het heelal nieuwe exoplaneten ontdekt. Nu weten we dat vrijwel elke ster die je ’s nachts ziet, vergezeld wordt door een familiekring van werelden.

    Een tweede omwending arriveerde toen wetenschappers een stukje van Mars tegenkwamen in Antarctica. De meteoriet, die ooit van de rode planeet was afgebroken door een asteroïde-inslag, leek tekenen van fossiel leven te tonen. Hoewel deze conclusie nu niet langer wordt geaccepteerd, gaf toenmalig president Bill Clinton aan NASA een opdracht om terug te keren naar Mars om daar de zoektocht naar leven te hervatten. De geldkraan ging weer open, waardoor onderzoekers nieuwe experimenten konden voorstellen en uitvoeren.

    Vandaag de dag kunnen we precies zien welke exoplaneten zich bevinden in de bewoonbare zone van hun ster, een regio waar vloeibaar water (de sleutel voor leven, aldus wetenschappers) kan bestaan. Dit betekent dat we ook precies weten waar de grootste kans is om buitenaards leven tegen te komen, iets waar Drake alleen maar van kon dromen.

    Nog opmerkelijker is dat astronomen inmiddels weten hoe ze naar buitenaards leven op exoplaneten kunnen zoeken zonder ze met een raket te bezoeken. Dit doen ze door middel van het analyseren van sterrenlicht dat door de atmosfeer van deze planeten is afgereisd en door verschillende chemicaliën in de atmosfeer is geabsorbeerd. Onder wetenschappers staan dit soort sporen bekend als biosignaturen: tekenen van stoffen die alleen in de atmosfeer kunnen zitten als ze daar door een vorm van leven zijn geplaatst.

    Spectaculaire vooruitgang in de jacht op biosignaturen leidde tot een diepgaande verfijning van onderzoekscriteria. Een vroege vorm van signaturen was de aanwezigheid van zuurstof in een buitenaardse atmosfeer. Op aarde maakt zuurstof onderdeel uit van de atmosfeer enkel omdat fotosynthetische organismen het produceren. Echter hebben astronomen in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren. Dit was een grote sprong in de ontwikkeling van methoden voor het evalueren van fout-positieven: de manieren waarop we denken dat we ergens bewijs voor buitenaards leven hebben gevonden terwijl dat leven er in werkelijkheid helemaal niet is.

    Astronomen hebben in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren

    Deze nieuwe ontdekkingen herstelden de reputatie van SETI. Zo is er tegenwoordig een nieuw onderzoeksveld voor de zoektocht naar wat wetenschappers als ik ‘technosignaturen’ noemen, waarbij klassieke SETI-methoden worden omarmd en de zoektocht naar buitenaards leven nieuwe richtingen inslaat. In plaats van een baken opzetten en onze aanwezigheid aan het universum verkondigen, zoals de eerste generatie SETI-wetenschappers dat deed, proberen we nu zelf contact te leggen met buitenaards leven. Door te zoeken naar sporen van de dagelijkse activiteiten van buitenaardse samenlevingen (oftewel technosignaturen) stellen we een nieuwe gereedschapskist samen om intelligent, beschavingsvormend leven te vinden.

    Het was in 2019 dat NASA mijn collega’s de eerste subsidie toekende om atmosferische technosignaturen te bestuderen. Hoewel er nog steeds maar een handvol technosignatuur-subsidies zijn in vergelijking met onderzoek naar biosignaturen, was dit een duidelijk teken dat de giechelfactor eindelijk afnam. Sindsdien is onze groep hard aan het werk om voorbeelden van mogelijke technosignaturen op te pikken, onder andere met behulp van de James Webb Space Telescope. Bovendien hebben we aangetoond dat er geen goede reden is om aan te nemen dat biosignaturen vaker voorkomen dan technosignaturen. Juist omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken, is het logisch om beide zoekopdrachten tegelijk uit te voeren.

    De criteria voor zoekopdrachten naar biosignaturen zijn bovendien relevant voor zoekopdrachten naar technosignaturen. Ons team, onder leiding van de astrofysicus Manasvi Lingam van het Florida Institute of Technology, publiceerde onlangs een van de allereerste studies waarin wordt geprobeerd een basismethode op te stellen voor het evalueren van fout-positieven in technosignaturen. Projecten als deze stellen ons in staat om volledig te begrijpen hoeveel vertrouwen we kunnen hechten aan ieder spoor van intelligent leven.

    Maar wat betekent de afname van de giechelfactor dan eigenlijk voor ufo’s en uaps? Daar blijven de wateren ietwat troebel. Natuurlijk is het fijn dat piloten het gevoel hebben dat ze hun waarnemingen kunnen melden aan de autoriteiten zonder angst voor represailles of vernedering, helemaal met betrekking tot luchtveiligheid en defensie. Een transparant en agnostisch onderzoek naar uaps fungeert bovendien als een masterclass voor hoe wetenschappers kennis van geloof onderscheiden.

    Als mijn collega’s en ik beweren leven op een andere wereld te hebben gevonden, dan zouden we ons verplicht voelen om bewijs te leveren dat aan de hoogste wetenschappelijke standaarden voldoet. Op dit moment is er simpelweg geen overtuigend bewijs rondom ufo’s en uaps. Een recente hoorzitting van het NASA-uap-panel onthulde dan ook dat een groot percentage van de gemelde waarnemingen niets met aliens te maken kon hebben.

    Wat telt, is dat na duizenden jaren aan speculeren over leven in het universum, onze collectieve wetenschappelijke inspanningen ons eindelijk op een punt hebben gebracht waar rigoureuze wetenschappelijke studie van het onderwerp van start kan gaan. De volgende grote ruimtetelescoop van NASA zal het Habitable Worlds Observatory gaan heten. Die naam vertelt je alles wat je over het apparaat moet weten. We gaan ons binnenkort volledig inzetten voor de zoektocht naar buitenaards leven omdat we eindelijk over de middelen beschikken die zo’n zoektocht mogelijk maken. Kortom, de giechelfactor is officieel geschiedenis.

  • Ufo-onderzoeker toont ‘bewijs’ voor aliens in Mexicaans Congres

    Ufo-onderzoeker toont ‘bewijs’ voor aliens in Mexicaans Congres

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vrouw ‘El Chapo’ komt vrij uit gevangenis

    » Mogelijk 20.000 doden door overstromingen in Libië

    De controversiële onderzoeker nam twee mummies mee

    Een zelfverklaarde ufo-onderzoeker heeft getuigd in het Congres van Mexico over zijn bevindingen. Daarbij nam hij twee mummies mee, waarvan hij beweerde dat het de lichamen van buitenaardse wezens waren. El Universal bracht foto’s over de bijzonder getuigenis naar buiten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Jaime Maussan toonde twee wezens die volgens hem in 2017 in Peru waren gevonden. Het zou gaan om aliens. Op foto’s blijkt dat het gaat om kleine, grijze wezens met drie vingers per hand en gekrompen hoofden. Volgens experts gaat het mogelijk om gestolen mummies van het Peruaanse Nazca-volk.

    Deze experts noemen de getuigenis van Maussan ‘beschamend’. De journalist staat in Mexico bekend als pseudowetenschapper die eigen gezondheidssupplementen verkoopt via YouTube. Het Congres-lid dat Maussan had uitgenodigd voor de getuigenis legde later uit ‘alle perspectieven’ over buitenaards leven te willen horen.

    Lees ook:

  • Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Onlangs vloog een verdachte ballon boven de Verenigde Staten en recenter werden unidentified flying objects waargenomen. Is er te veel verkeer in de stratosfeer? Spionage? Verhoogde buitenaardse belangstelling? De waarheid ligt niet ergens daarbuiten, maar diep in onszelf.

    De terechte vraag hoe buitenaardse wezens zullen reageren als ze als eerste mens uitgerekend Kurt Waldheim gaan horen, die hun in een enigszins Oostenrijks Engels (‘Greedings!’) de hartelijke groeten van de aarde overbrengt, werd door Tim Burton in 1996 al beantwoord in zijn film Mars Attacks!: het zal ze vermoedelijk veel hoofdbrekens kosten.

    Ruim vijfenveertig jaar geleden, op 5 september 1977, werd de ruimtesonde Voyager I het heelal in geschoten. De nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten was die herfst de discoversie van Star Wars Theme. Dit stuk muziek stond helaas niet op de gouden plaat waarmee de Voyager op zijn verre reis werd gestuurd; wel bevatte die een boodschap van de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, evenals vijfenvijftig begroetingen in evenveel talen (met interessante variaties: in het Duits klinkt een eenvoudig ‘Hartelijke groeten aan iedereen’, maar in het Mandarijn een al bijna joviaal ‘We hopen dat het jullie allemaal goed gaat. We denken aan jullie allemaal. Kom alsjeblieft hierheen en bezoek ons, als jullie tijd hebben.’)

    Men achtte het anno 1977 dus niet volkomen uitgesloten dat de Voyager ooit eens op intelligente levende wezens met platenspelers zou stuiten. Een andere wereld werd voor mogelijk gehouden. Maar het gouden tijdperk van de ufologie was op dat moment allang voorbij.

    Het onderscheid tussen feit en fictie is moeilijk te maken; maar dat is juist de lol ervan

    Dit klassieke tijdperk was op 24 juni 1947 begonnen met een rondvlucht van hobbypiloot Kenneth Arnold boven Mount Rainier in de Amerikaanse staat Washington. Arnold zag toen negen ongeïdentificeerde vliegende objecten in de vorm van boemerangs, die zich voortbewogen als ‘schotels die over het water ketsen’. Dat werd journalistiek ingekort tot ‘vliegende schotels’ – een beeld dat zich in het collectieve geheugen grifte als een pick-upnaald in de groef van een plaat. Alleen al in de tweede helft van 1947 registreerden de autoriteiten in de VS nog 850 andere ufomeldingen, evenals een vermoedelijk ongeval van een buitenaards ruimteschip ten noorden van het stadje Roswell in New Mexico. 

    De US Air Force richtte daarop de ufowerkgroep ‘Project Blue Book’ op, misschien ook onder invloed van de Koude Oorlog en de bijbehorende, ietwat paranoïde veiligheidspolitiek – tot het gewoon te veel werd. Tegen het eind van de jaren zestig zorgden ufomeldingen en waarnemingen van aliens – als onderdeel van de populaire mediacultuur intussen alom aanwezig – steeds weer voor hysterische taferelen. Dus werd er iets tegen ondernomen: in 1969 stelde een commissie onder leiding van natuurkundige Edward Condon een laatste bericht op voor het ‘Blue Book’-project, waarin men tot de conclusie kwam dat verder onderzoek naar ufo’s niet in het belang was van de wetenschappelijke vooruitgang. Basta.

    Pseudowetenschap

    Het bericht van Condon werd het worstcasescenario van de ufologie en verwees de bloeiende pseudowetenschap linea recta naar het rijk der complottheorieën. Niet dat ze daar niet prachtig verder bloeide. Het menselijk verlangen naar aandacht is groot, en als die aandacht ook nog buitenaards is: des te opwindender. Daarbij kwamen in de loop der jaren een verhoogde sensibiliteit voor onverklaarbare fenomenen en een steeds betere waarnemingstechnologie (alleen de camera’s van mobieltjes laten het bijna altijd afweten als het erop aankomt). In de afgelopen weken was deze fundamentele bereidheid om onverklaarbare dingen als buitenaards te interpreteren weer eens heel duidelijk waarneembaar. Uiteindelijk achtten ook serieuze instanties het mogelijk dat weggewaaide weerballonnen en verroeste metalen boeien sporen van buitenaardse intelligentie bevatten. Zelfs in Oostenrijk werden in het voorjaar dertig ufowaarnemingen gemeld, onlangs bijvoorbeeld in de omgeving van Knittelfeld.

    Florian Freistetter, astronoom en ‘science buster’, maakt over dit onderwerp een nuchtere rekensom: ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven. Als dat bij een op de miljoen planeten het geval was, dan zou het in het heelal heel vaak voorkomen. Ligt de waarschijnlijkheid bij een op een triljard, dan zou het ook kunnen dat wij het enige geval zijn. Dat zouden we dan ook weer raar en saai vinden.’ 

    Omdat hij een prominent astronoom is, krijgt Freistetter steeds weer meldingen van ufowaarnemingen. ‘Er is aan de hemel inderdaad heel erg veel te zien: er zijn sterren, er zijn planeten, vallende sterren, satellieten, en je hebt het ruimtestation ISS. Het probleem is dat verreweg de meeste mensen niet weten wat er allemaal aan de hemel te zien is. Veel mensen komen dus in situaties waarin ze iets waarnemen wat ze niet kunnen plaatsen. In de late herfst, als het weer vroeg donker wordt, is Venus vaak in de avondschemering al heel goed te zien. En die planeet kan extreem helder zijn. Maar de meeste mensen weten dat niet en zien een heel helder licht. Dan krijg je een hoop meldingen.’ En teleurstellingen.

    ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven’

    Want niets is zo deprimerend als een geheim dat er helemaal geen blijkt te zijn. We willen zo graag geloven. In 1980 publiceerden de pseudowetenschappelijke auteurs Charles Berlitz (De Bermudadriehoek) en William L. Moore (Het Philadelphia-experiment) het boek The Roswell Incident, over die allang vergeten gebeurtenis in de woestijn van New Mexico. Vermeende ooggetuigen en insiders vertellen in het boek over de vondst van een buitenaards ruimtevaartuig met bemanning, en de daaropvolgende doofpot op last van hoogst geheime kringen. Roswell werd het codewoord, en het boek een brontekst voor de nieuwere ufologie, tot en met de mysterieserie The X-Files. In de slipstream daarvan werd het nachtprogramma van commerciële tv-zenders volgestopt met autopsieën van aliens en complotdocu’s. De waarheid is ergens daarbuiten.

    Zou het? Waarom gelooft men in aliens, waarom hoopt men op ufo’s? Wellicht speelt eenzaamheid een rol: die van de mensheid in het oneindige universum, maar ook die van de lichtjarenlang reizende buitenaardse wezens op weg naar ons. Dat denkbeeld maakt een oeroud gevoel wakker dat ons ontvankelijk maakt voor mythen. Uit ufologie ontstaat gemakkelijk religie. De centrale geloofsbelijdenis uit het boek van [de Zwitserse schrijver] Erich von Däniken was: buitenaardse wezens hebben de menselijke beschaving gesticht. Dat is zo ongeveer ook wat de Raëlianen geloven, de volgelingen van de Fransman Claude Vorilhon, alias Raël, die ervan uitgaan dat de buitenaardse ‘Elohim’ iets meer dan twintigduizend jaar geleden de mens geschapen hebben naar hun beeld.

    Uitstekende biotoop

    George Knapp op zijn beurt, een onderzoeksjournalist uit Las Vegas, ziet de zaak duidelijk pragmatischer: wij zijn misschien een soort landbouwproject van een buitenaardse intelligentie – onwetenden in de Hof des Heren. Het internet heeft zich bewezen als een uitstekende biotoop voor bloeiende theorieën van het griezelige soort. Het onderscheid tussen feit en fictie is daarbij in principe moeilijk te maken; maar dat is geen probleem, het is juist de lol ervan. ‘Toen je nog complottheoreticus moest zijn om erin te geloven, was alles mooi en goed,’ schreef de in ufo’s geïnteresseerde Oostenrijkse auteur Clemens J. Setz in een essay voor het Hamburgse weekblad Die Zeit. Hij zinspeelde daarmee op een opmerkelijke ontwikkeling: ufo’s worden de laatste tijd weer serieus genomen, bijna té serieus zelfs.

    UFO-meldingen

    Het zijn niet de minsten die ufo’s zien. Op een formulier van het International UFO Bureau in de Jimmy Carter Presidential Library beschrijft de oud-president hoe hij in het stadje Leary in Georgia een lichtbal zag ‘die gedurende 10 tot 12 minuten veranderde van grootte, helderheid en kleur’. Vorig jaar werden in Engeland 411 en in Schotland 52 meldingen van ufo’s gedaan volgens de Britse krant The Mail.
    Serieuze Amerikaanse kranten en bladen als The New Yorker en het beroemde actualiteitenprogramma 60 Minutes hebben uitgebreid aandacht geschonken aan het fenomeen. Het Amerikaanse leger heeft vorig jaar zelfs bevestigd dat soldaten onverklaarbare dingen zien.

    In december 2017 berichtte The New York Times dat het Pentagon al sinds jaren een ufo-onderzoeksteam heeft. Prominente senatoren zoals de Republikein Marco Rubio en de Democraat Harry Reid speculeerden daarop in het openbaar over de mogelijkheid van buitenaardse bezoeken, er werden vage opnames gepubliceerd van geheimzinnige vliegende objecten, gefilmd door gevechtsvliegtuigen van de VS. In een persbericht van het Pentagon uit juni 2021 werden 144 meldingen van ufowaarnemingen geanalyseerd en in verschillende categorieën ondergebracht: geheime vliegende objecten van eigen of buitenlandse makelij, weersverschijnselen, atmosferische troep en ‘overigen’ – zeg: aliens? 

    De ufologie beleeft op dit moment haar scientific turn, ze wordt ‘mainstream’ en bevrijd van het gefantaseer – en daarmee verliest ze helaas ook iets van haar romantische aura. Waar eerst vliegende schotels waren, dwarrelen nu spionageballonnen. De lucht boven ons hoofd is weer een beetje dunner geworden. Maar niettemin: hartelijke groeten aan iedereen!

    Schrijver Sebastian Hofer griezelde in zijn jeugd bij The X-Files en heeft, mogelijk daardoor
    aangestoken, ook echt een keer een ufo gezien. Die kon overigens snel worden geïdentificeerd:
    de plaatselijke disco had een nieuwe skybeamer aangeschaft.

  • Mogelijk leven op exoplaneet | Marokko verbreekt banden met Duitsland

    Mogelijk leven op exoplaneet | Marokko verbreekt banden met Duitsland

    Exoplaneet ontdekt met mogelijke atmosfeer en sporen van leven

    Een studie, die donderdag in het prestigieuze tijdschrift Science is gepubliceerd, onthult het bestaan van een planeet, Gliese 486 b genaamd, die zich perfect zou lenen voor onderzoek naar een atmosfeer – de eerste voorwaarde voor leven – en, uiteindelijk, sporen van leven rond een andere ster dan onze zon, aldus The Daily Mail.

    Volgens onderzoekers is de planeet ongeveer 30 procent groter dan de aarde en ‘slechts’ 26 lichtjaar van ons verwijderd, waarmee hij de op twee na dichtstbijzijnde bekende exoplaneet is.

    Als Gliese 486 b inderdaad ‘een atmosfeer heeft, dan zullen alle planeten verder weg [van de ster] met vergelijkbare kenmerken eveneens een atmosfeer hebben’, en is de kans groter dat ze bewoonbaar zijn, legt José A. Caballero uit, een van de auteurs van de studie.

    Caballero kijkt uit naar de lancering van de James Webb-telescoop, die dit jaar plaats zo moeten vinden. Daarmee zou in het beste geval binnen een jaar of drie kunnen worden vastgesteld of deze exoplaneet al dan niet een atmosfeer heeft en wat de samenstelling ervan is.

    Volgens de ruimtevaartwebsite Space ligt de oppervlaktetemperatuur van Gliese 486 b echter dichter bij die van Venus (bijna 500 graden Celsius) dan bij die van onze Aarde, wat betekent dat als er leven is op deze exoplaneet, ‘het niet is zoals wij hier op aarde kennen’.


    Marokko verbreekt banden met Duitsland

    Sinds 1 maart heeft Marokko zijn diplomatieke betrekkingen met Duitsland bevroren. De aanleiding: het standpunt van Berlijn in de kwestie Westelijke Sahara. Maar Marokko voelde zich al langer geschoffeerd door Duitsland. Een onvermijdelijke breuk, oordeelt de Marokkaanse pers.

    ‘Is dit het begin van een diplomatieke crisis tussen Marokko en Duitsland of gewoon een storm in een glas water?’ schrijft de nieuwssite Maroc Hebdo. De betrekkingen tussen Rabat en Berlijn zijn sinds 1 maart onrustig. Het hoofd van de Marokkaanse diplomatie, Nasser Bourita, stuurde een brief aan het kabinet waarin hij de opschorting van de betrekkingen met Duitsland aankondigde. Door te verwijzen naar ‘diepgaande misverstanden’ tussen de twee landen, heeft de regering, zonder een specifieke aanleiding te noemen, de toon gezet.

    Het standpunt van Duitsland in de kwestie Westelijke Sahara doet de spanningen oplopen. Het land had kritiek geuit op het besluit van de Amerikaanse president Trump van vorig jaar om de soevereiniteit van Marokko over het betwiste gebied te erkennen. Deze reactie van Duitsland, gekoppeld aan de weigering om namens Europa een officieel standpunt in te nemen over de kwestie, wordt ervaren als een bedreiging van de territoriale integriteit van het koninkrijk.

    ‘Voor Duitsland is het de hoogste tijd om zijn betrekkingen met het Marokkaanse koninkrijk te herzien’

    ‘Een dubbelspel,’ aldus Maroc Hebdo, ‘een diplomatiek vergrijp’, oordeelt le 360. De houding van Berlijn ten opzichte van de Westelijke Sahara is volgens de nieuwsite onaanvaardbaar: ‘Wat de samenwerking met Marokko betreft [[op economisch vlak en op het gebied van migratie], kan het voor het rijkste land van Europa niet ver genoeg gaan. Maar op politiek vlak heeft het een andere houding, namelijk die van een land dat kosten noch moeite bespaart om de inspanningen van het koninkrijk te saboteren in nationale aangelegenheden.’

    ‘Uit de Duitse houding blijkt een vorm van antagonisme’, schrijft AtlasInfo, ‘die de vele Duitse organisaties die in Marokko actief zijn, overnemen.’

    De woordvoerder van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken verklaarde woensdag dat er vanuit Duits oogpunt geen enkele reden is om de diplomatieke banden op te schorten. De minister heeft om een urgente bespreking met de Marokkaanse ambassade in Duitsland verzocht, bericht de Marokkaanse website Yabiladi.

    Een jaar eerder voelde Rabat zich ook gekrenkt toen het, als belangrijke speler in Noord-Afrika, buiten de onderhandelingen in Berlijn over de toekomst van Libië was gehouden. Duitsland lijkt vaak zelf de regels van het spel te bepalen, verklaart de Marokkaanse krant L’Economiste, die dit een ‘politiek inconsequente, zelfs arrogante’ houding noemt.

    ‘Voor Duitsland is het de hoogste tijd om zijn betrekkingen met het Marokkaanse koninkrijk te herzien’, zo waarschuwt de krant.


    Vaccinatieprogramma Marokko gaat voortvarend

    Los van de diplomatieke ruzies die Rabat uitvecht, is het Noord-Afrikaanse land in een bewonderenswaardig tempo aan het vaccineren. Op 4 maart hebben in totaal 3.820.097 Marokkanen een eerste dosis ontvangen, meer dan 10 procent van de bevolking van meer dan 35 miljoen. 470.933 inwoners ontvingen reeds een tweede dosis, meldt de Marokkaanse krant Le Matin.

    In Nederland hebben op dit moment iets meer dan 1,4 miljoen mensen een eerste dosis ontvangen.

    Marokko is op 29 januari begonnen met vaccineren en heeft de beschikking over vaccins van Sinopharm en het door het Indiase bedrijf Serum Institute of India geproduceerde AstraZeneca-vaccin, bericht Morocco World News.


    Massale evacuaties na tsunamiwaarschuwing in Nieuw-Zeeland

    Tienduizenden kustbewoners van Nieuw-Caledonië, Nieuw-Zeeland en Vanuatu zijn vrijdag naar hogergelegen gronden en het binnenland gevlucht na een reeks krachtige aardschokken, bericht CNN. De vrees was dat betreffende kustgebieden in de Stille Oceaan zouden worden getroffen door een tsunami.

    Naamloos

    De aardbeving van donderdag was met een kracht van 8,1 op de schaal van Richter de grootste sinds augustus 2018, toen er een beving met een kracht van 8,2 plaatsvond. Maar de stijging van het waterpeil was veel minder groot dan verwacht en de noodwaarschuwing werd na twee uur weer ingetrokken, aldus de NZ Herald.

    Een van de aardschokken vond dicht bij Nieuw-Zeeland plaats en maakte veel mensen ’s nachts wakker. ‘Ik hoop dat iedereen in orde is’, schreef de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern op Facebook.

  • Drukte op Mars: drie ruimtemissies bereiken de rode planeet in anderhalve week

    Drukte op Mars: drie ruimtemissies bereiken de rode planeet in anderhalve week

    ‘Een rover, lander en satelliet lopen in een baan rond Mars’, schrijft de techwebsite The Verge schertsend. Een kleine vloot onbemande ruimtevaartuigen van de Verenigde Arabische Emiraten, China en de Verenigde Staten bereikt deze maand Mars, nadat ze vorige zomer vanaf de aarde zijn gelanceerd.

    De tocht naar de rode planeet is een ‘marathon van primeurs’: het is de eerste ruimtemisse van de VAE, China’s eerste onafhankelijke poging om op Mars te landen, en de eerste keer dat NASA een helikopter bij een Marsmissie inzet, schrijft The Verge in een vooruitblikkend artikel.

    Een sonde van de Verenigde Arabische Emiraten – de ‘satelliet’ uit de mop – is dinsdag (9 februari) met succes in een baan rond Mars gebracht. Hierdoor maakt het land nu, als eerste Arabische natie, deel uit van de selecte groep ruimtevaartmogendheden die erin is geslaagd de vierde planeet vanaf de zon van dichtbij te bestuderen.

    In de Verenigde Arabische Emiraten viert de leiding hun geslaagde missie.

    Woensdag is het ook de Chinezen gelukt een sonde in een baan rond Mars te brengen, deze zal in mei of juni landen. En op 18 februari zal het Amerikaanse NASA met een robotverkenner, de rover Perseverance, voet aan de grond zetten op onze buurplaneet.

    De VAE hopen dat hun missie ‘al-Amal’ (Arabisch voor ‘Hoop’) belangrijke ontdekkingen zal opleveren over de weerpatronen op Mars en als katalysator zal dienen voor de opkomende wetenschappelijke en technologische sector in het land. De Golfstaat wil door te investeren in andere sectoren minder afhankelijk zijn van olie, schrijft The Verge in een tweede artikel.

    Maar de ruimtemissie dient vooral propagandadoeleinden, stelt El País kritisch: ‘Deze absolute monarchie viert haar vijftigjarige bestaan door zich te laten gelden als ruimtemacht. (…) Het is bovenal een poging om het imago op te poetsen van een land zonder vrijheid van meningsuiting, waar immigranten in onmenselijke omstandigheden werken en waar homoseksualiteit strafbaar is.’

    Missie volbracht

    ‘Missie volbracht’, twitterde de vicepresident van de VAE, Mohammed bin Rashid Al Maktoum op 9 februari. ‘In een baan rond de planeet komen was het meest kritische en gevaarlijke deel van onze reis naar Mars, waarbij de Hoop-sonde werd blootgesteld aan nog nooit eerder ondervonden druk’, aldus Omran Sharaf, projectleider van de missie, tegen The Verge. De sonde heeft ruim 480 miljoen kilometer afgelegd nadat ze afgelopen juli werd gelanceerd vanaf de Japanse ruimtebasis Tanegashima.

    De timing van de Hoop-missie was van cruciaal belang, aldus de techwebsite. De VAE lanceerden de sonde afgelopen zomer in een krappe periode van ongeveer twee maanden, toen de aarde en Mars op één lijn stonden in hun banen rond de zon. Dat gebeurt slechts eens in de twee jaar en de ‘drie landen hebben in 2020 van die kans gebruik gemaakt, net toen de ruimte weer opdook als speelplaats voor wetenschappelijke ontdekkingen en nationalistisch vertoon van macht’, aldus The Verge.

    ‘De ruimte is weer opgedoken als speelplaats voor wetenschappelijke ontdekkingen en nationalistisch vertoon van macht’

    Nu al-Amal met succes in een baan rond Mars is gebracht, gaat het twee jaar lang de atmosfeer en het weer op de planeet in kaart brengen. De eerste foto wordt deze week nog verwacht, meldt de Qatarese krant The Khaleej Times.

    De Chinese ruimtesonde ‘Tianwen-1’ (Chinees voor ‘Zoektocht naar de Hemelse Waarheid’) vergezelde woensdagochtend al-Amal in zijn baan om de rode planeet.

    Het ruimtevaartuig is in een baan gebracht die het binnen 400 kilometer van het Marsoppervlak zal brengen. In mei zullen de lander en de rover zich losmaken van het ruimtevaartuig en een gewaagde poging wagen om te landen in Utopia Planitia, waar zich onder het oppervlak van de planeet een grote laag ijs bevindt. Als China daarin slaagt, zal het na de VS het tweede land zijn dat een rover op het oppervlak van Mars laat landen en metingen verricht, schrijft The Verge in weer een ander artikel.

    De landingspoging van Tianwen-1 was oorspronkelijk gepland voor april, maar de Chinese ruimtevaartorganisatie heeft bekend gemaakt dat deze is verplaatst naar mei of juni. De landingsplaats is ongeveer 1846 kilometer verwijderd van de landingsplaats van NASA’s rover Perseverance, die volgende week zal landen, meldt The Verge – ruwweg de afstand per auto van Amsterdam naar Riga.

    Met de rover Tianwen-1 op de Marsbodem en een satelliet die van bovenaf de planeet scant, wil China de distributie van het waterijs onder de grond in kaart brengen om een beter inzicht te krijgen in de geologische structuur van de planeet. Ook onderzoekt China de mogelijkheid om het waterijs te gebruiken voor bemande Marsmissies op lange termijn, aldus SpaceNews.

    Ingenuity is de eerste helikopter die op een andere planeet wordt ingezet

    De Amerikaanse rover Perseverance zal tijdens zijn tijd op de rode planeet een heel bijzondere techniek inzetten, schrijft The Verge: een doosvormige helikopter met de naam Ingenuity. Ingenuity zal vanaf de buik van de rover proberen op te stijgen in de ultradunne atmosfeer van Mars. Als dat lukt, is het de eerste keer dat een helikopter op een andere planeet wordt ingezet, aldus de techwebsite.

    De landing op 18 februari is live te volgen via het YouTube-kanaal van NASA.

    Geobsedeerd

    Maar ‘waarom is iedereen toch zo dang geobsedeerd met Mars?’ vraagt het tijdschrift van National Geographic zich af. ‘De belangstelling van de mens voor Mars is tijdloos. Al duizenden jaren geven we betekenis aan Mars door er onze goden aan te verbinden, en haar bewegingen en oppervlak in kaart te brengen. We hebben Mars verwerkt in onze kunst, onze liederen, onze literatuur, onze films. Sinds het begin van het ruimtetijdperk hebben we meer dan vijftig ruimtevaartuigen – technische hoogstandjes die samen miljarden dollars hebben gekost – naar Mars gelanceerd. Vele pogingen, vooral in het begin, zijn mislukt. En toch houdt onze Marsmanie aan.’

    Die obsessie lijkt nog lang niet klaar. The Wall Street Journal moedigt NASA aan om mensen naar de rode planeet te sturen in plaats van de beoogde bemande missie naar de maan. ‘Het huidige doel van de NASA is de maan, maar de maan behoort toe aan een vorige generatie van Amerikaanse pioniers. Een grotere, meer passende ambitie voor het ruimtevaartprogramma dat als eerste mensen op een ander hemellichaam liet landen, is Mars – een bestemming die de NASA al sinds haar eerste visionaire dagen nastreeft. Het is nu tijd om die droom te verwezenlijken.’

    Een animatie van de landing van de rover Perseverance

    NASA schat dat een bemande missie naar de maan 24,4 miljard euro zal kosten en dat de lessen die daaruit worden getrokken, kunnen worden toegepast in toekomstige ruimtereizen naar Mars. Maar de krant benadrukt dat de maan en Mars heel verschillende omgevingen kennen. ‘Mars is een planeet met een atmosfeer, ijs, wind, weer en exploiteerbare grondstoffen’. De rode planeet ‘zou een nieuw thuis voor de mensheid kunnen worden, wat de Maan nooit zal zijn’.

    ‘Het is heel moeilijk om het idee dat Mars op de een of andere manier leven voor ons verbergt om zeep te helpen’

    Dat is volgens National Geographic ook een van de aantrekkingskrachten van onze buurplaneet. ‘De reden waarom Mars in de populaire cultuur zo’n grote rol speelt, is misschien wel heel eenvoudig: zelfs nu ons beeld van Mars in de loop der tijd is aangescherpt, kunnen we ons nog steeds gemakkelijk voorstellen dat we daar een nieuw thuis stichten, ver weg van de aarde.’

    Verlangen naar kameraadschap

    De NASA-rover Perseverance gaat zelfs op zoek naar bewijs voor leven op Mars – iets wat de fantasie van de Marsfanaten nog verder prikkelt. Maar wat als de rover niets kan vinden, niet eens bewijs dat het ooit mogelijk is om mensen voor lange tijd naar de rode planeet te sturen? ‘Zullen we dan het idee van leven op Mars kunnen opgeven?’ vraagt het populair-wetenschappelijk tijdschrift zich af.

    ‘Waarschijnlijk niet’, zegt David Grinspoon, hoofdwetenschapper bij het Planetary Science Institute tegen NG. ‘Het is heel moeilijk om het idee dat Mars op de een of andere manier leven voor ons verbergt om zeep te helpen.’

    ‘Op een bepaalde manier is die koppigheid misschien wel de meest flagrante manifestatie van ons verlangen naar kameraadschap, een verlangen naar gemeenschap, een behoefte om te weten dat we niet alleen zijn in het heelal’, filosofeert NG. ‘Mensen hebben andere mensen nodig om te overleven, en misschien is dat op planetaire schaal ook wel zo.’