Tag: bureaucratie

  • AI beloofde een productiviteitsboost – maar levert vooral meer bureaucratie op

    AI beloofde een productiviteitsboost – maar levert vooral meer bureaucratie op

    De wereld had gehoopt dat de AI-revolutie de productiviteit een enorme boost zou geven en de administratieve kosten zou verlagen. Het tegendeel is waarschijnlijk het geval, schrijft hoogleraar economie Mathias Binswanger.

    Jarenlang hebben we de boodschap gehoord dat AI in de toekomst voor enorme productiviteitswinsten zal zorgen. Economen die in de technologie geloven, zoals Erik Brynjolfsson, directeur van het Stanford Digital Economy Lab, verwachten bijvoorbeeld een permanente productiviteitsstijging van meer dan 30 procent in de VS in de komende twintig jaar.

    Ondanks de digitalisering en het toegenomen gebruik van AI hebben we sinds het begin van het nieuwe millennium slechts een lichte groei van de arbeidsproductiviteit gezien. De groei van de arbeidsproductiviteit in de OESO-landen daalde van gemiddeld 2 procent per jaar van 1970 tot 2000 naar 1 procent per jaar in de periode sindsdien.

    Creatievere beroepsbevolking

    Hoe kan het gebruik van AI leiden tot een verhoging van de productiviteit? In feite kunnen aanzienlijke stijgingen in arbeidsproductiviteit worden waargenomen in individuele processen en activiteiten. Een studie uit 2023 toonde bijvoorbeeld aan dat callcenteroperators 14 procent productiever werden dankzij het gebruik van AI.

    Dergelijke productiviteitsstijgingen worden niet alleen verklaard door de directe toename van het gebruik van AI. Aangenomen wordt dat het gebruik van AI werknemers ook creatiever en innovatiever maakt, wat vervolgens leidt tot verdere productiviteitsstijgingen. Dit geldt met name voor generatieve AI-toepassingen zoals chat-GPT, die nieuwe inhoud genereren zoals afbeeldingen, teksten, video’s of kunstmatige data.

    En dit is nog maar het begin. In de toekomst zal de ontwikkeling van steeds completere kunstmatige intelligentie – ‘kunstmatige algemene intelligentie’, die complexe taken oplost met gegeneraliseerde menselijke cognitieve vaardigheden – naar verwachting leiden tot nog grotere en duurzamere productiviteitsstijgingen.

    Op macro-economisch niveau zullen grote productiviteitsstijgingen een utopie blijven

    Bijna niemand zal serieus betwisten dat het gebruik van AI de productiviteit in individuele processen aanzienlijk kan verhogen. Als we echter naar de economie als geheel kijken in plaats van naar individuele processen, ontstaat een ander beeld. Op macro-economisch niveau zullen grote productiviteitsstijgingen een utopie blijven. Dat komt omdat AI niet alleen een productiviteitsbooster is, maar ook een bureaucratiebooster. Dit aspect van de AI-revolutie wordt tot nu toe echter nauwelijks onderkend. Er bestaat zelfs de illusie dat AI de bureaucratie zal verminderen omdat het in de toekomst veel administratieve taken zonder menselijke tussenkomst zal kunnen uitvoeren. Waarom voorspel ik dan een toename van de bureaucratie?

    Om dit te begrijpen, moeten we eerst verduidelijken wat we bedoelen met bureaucratie. Meer dan honderd jaar geleden definieerde Max Weber bureaucratie als de ‘overheersende aanwezigheid van administratieve handelingen in staats- of particuliere organisaties’. In de wereld van vandaag verwijst dit naar activiteiten zoals administratie, analyse, organisatie, monitoring, documentatie, controle, sturing, regulering, registratie, optimalisatie, evaluatie, certificering of naleving.

    Deze lijst is zeker niet volledig, maar geeft een idee van wat bureaucratie inhoudt. De output van dergelijke activiteiten bestaat dan uit rapporten, concepten, strategieën, missieverklaringen, evaluaties, prospectussen, contracten, algemene voorwaarden, gebruiksaanwijzingen, procesbeschrijvingen, gegevensverzameling, protocollen en prestatiemandaten, maar ook meningen van experts, audits, certificaten, labels of plannen. Ook deze lijst kan oneindig worden uitgebreid.

    Nieuwe controlerende bureaucratie

    We zien al tientallen jaren een toename van dergelijke activiteiten, wat heeft geleid tot de opkomst van een nieuwe controlerende bureaucratie. Dit is te wijten aan het feit dat de economie steeds complexer wordt, wat tot nieuwe uitdagingen leidt. Het antwoord op deze uitdagingen is een verdere uitbreiding van de bureaucratie, die ook bedoeld is om de economie steeds veiliger, gezonder, duurzamer, socialer of eerlijker te maken.

    Bedrijven worden geconfronteerd met een groeiend aantal externe eisen, voorschriften en bepalingen en reageren daarop met een toename van intern gedefinieerde administratieve eisen, voorschriften en bepalingen. Er is meer bureaucratische specialisatie met nieuwe activiteiten die allemaal weer op elkaar afgestemd moeten worden. Daarnaast worden de inspanningen om alle processen en procedures te optimaliseren voortdurend geïntensiveerd, wat ook een steeds uitgebreidere controle vereist.

    Neem bijvoorbeeld complianceafdelingen, die de afgelopen decennia bij veel bedrijven en vooral banken als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Steeds uitgebreidere wetten en regels hebben bedrijven gedwongen om ervoor te zorgen dat deze wetten en regels worden nageleefd. Daarom werken er tegenwoordig in alle grotere bedrijven steeds minder mensen in de productie, maar des te meer compliance officers, nalevingsfunctionarissen of compliance managers die een oogje in het zeil houden om ervoor te zorgen dat alles correct en volgens de wet verloopt.

    Het gevolg is dat de complianceafdeling het werk van andere afdelingen bemoeilijkt en nieuwe inefficiënte situaties creëert. Zoals we lezen in Compliance Study van Forrester Consulting voor 2023: ‘De complexiteit van complianceregelgeving is een groot probleem voor financiële instellingen.’ Er zijn dus meer banen nodig, zoals complianceconsultants of compliancecoördinatoren, die de negatieve gevolgen van de toenemende compliancebureaucratie moeten verzachten, maar die zelf bijdragen aan de groei van de bureaucratie.

    Steeds meer gegevens beschikbaar

    Dus hoe komt AI in het spel? Het veroorzaakt een digitale intensivering van de controlerende bureaucratie. De gedigitaliseerde controlerende bureaucratie wordt niet langer gekenmerkt door ‘papieren in beweging’, maar door een voortdurend groeiende gegevensstroom tussen een toenemend aantal sensoren, apparaten, processen en toepassingen. Deze gegevensstromen worden grotendeels gebruikt om mensen, objecten en processen te monitoren, controleren of optimaliseren. Algoritmes worden gevoed met gegevens om de juiste beslissingen te nemen of maatregelen te treffen.

    De constante poging om bureaucratische activiteiten te optimaliseren met behulp van digitale toepassingen en AI bevordert daarom zelf een toename van bureaucratie. Dit is ook te wijten aan het feit dat de beschikbaarheid van gegevens sneller toeneemt dan de rekenkracht van de algoritmen. Ondanks de toenemende rekenkracht kunnen we dus een steeds kleiner deel van alle gegevens in de wereld op een zinvolle manier verwerken.

    Het probleem is niet een gebrek aan gegevens, maar het omgaan met te veel gegevens die met hoge snelheid bewegen

    Het probleem is niet een gebrek aan gegevens, maar het omgaan met te veel gegevens die met hoge snelheid bewegen. Dit vergroot de behoefte aan nog meer gegevensverwerking en optimalisatie. Zelfs het nieuwste niveau van digitalisering is nooit genoeg om processen te controleren en te bewaken in de mate die we zouden willen.

    Het is gewoon niet zo, zoals Jack Ma, de oprichter van Alibaba, zich in 2017 voorstelde, dat we in het digitale tijdperk beschikken over een röntgenapparaat of een computertomograaf voor de wereldeconomie die de technologische voorwaarde vormt voor feedbackgebaseerde, realtime catering. Je komt nooit echt tot de bodem van de processen die je in detail zou willen analyseren, omdat ze oplossen in steeds meer details die de behoefte aan verdere controle creëren.

    Uiteindelijk zijn er dus twee aspecten die de intensivering van bureaucratie door AI veroorzaken: ten eerste heeft de intensivering van gegevensverzameling en de evaluatie van gegevens door op AI gebaseerde algoritmen geleid tot steeds gedetailleerdere monitoring, controle en de daaruit voortvloeiende ‘optimalisatie’ van processen en activiteiten, waarbij de hoeveelheid gegevens sneller toeneemt dan de zinvolle evalueerbaarheid ervan.

    Nieuwe complexe situaties

    Ten tweede zorgt de steeds groter wordende stroom gegevens en het gebruik ervan met behulp van AI voor nieuwe complexe situaties en nieuwe uitdagingen die verdere bureaucratische maatregelen zoals richtlijnen, voorschriften, wetten, contracten, meningen van deskundigen en deskundigenrapporten noodzakelijk maken. Een van die uitdagingen is gegevensbescherming. De regelgevingspakketten die hiervoor in het leven zijn geroepen, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming, zorgen echter voor bureaucratie in plaats van effectieve gegevensbescherming. En nieuwe regelgeving zoals de onlangs ingevoerde AI-wet in de EU, die moet zorgen voor eerlijk en niet-discriminerend gedrag van algoritmen, zal ons binnenkort met een verdere, blijvende toename van bureaucratie opzadelen.

    Deze toename in bureaucratie betekent dat het gebruik van AI op macro-economisch niveau waarschijnlijk niet zal leiden tot grote vooruitgang in productiviteit. AI-promotors zullen er alles aan doen om het geloof in productiviteitsstijgingen in stand te houden. Maar op de lange termijn zal dit niet mogelijk zijn en verdere prijscorrecties op de aandelenmarkt zullen het gevolg zijn.

    We moeten echter ook de positieve kant zien van deze door AI aangedreven groei van de bureaucratie. Het zorgt ervoor dat we volledige werkgelegenheid blijven houden en dat de banen die door AI zijn overgenomen, worden vervangen door nieuwe banen in de bureaucratie.

    Mathias Binswanger is hoogleraar economie aan de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen Noordwest-Zwitserland en auteur van Die Verselbstständigung des Kapitalismus: Wie KI Menschen und Wirtschaft steuert und für mehr Bürokratie sorgt (2024).

  • Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Met een robuuste e-identiteit, e-bestuur en e-gezondheidszorg is Estland een pionier op het gebied van digitalisering. Wat kunnen we leren van de Baltische staat?

    Toekomstvisies staan bol van de geïmplanteerde microchips, robots op nanoschaal en cryogene vrieskisten waarin mensen hun levens kunnen verlengen. Maar de werkelijkheid is nog beter: de toekomst is een lege mailbox.

    In het Estland van vandaag leven de mensen al in die toekomst. De kleine Baltische staat met slechts 1,3 miljoen inwoners wordt beschouwd als pionier op het gebied van digitalisering. Volgens de EU-commissie is Estland wereldleider, met name in de digitalisering van overheidsdiensten.  Overheden communiceren vrijwel uitsluitend online met burgers, net als particuliere bedrijven. Dit is mogelijk dankzij het digitale identiteitssysteem dat met e-ID werkt: een identiteitskaart met een chip en een persoonlijk nummer, die sinds 2002 verplicht is.

    Hoe ziet die digitalisering eruit in het dagelijks leven? Drie voorbeelden illustreren wat de rest van Europa van hen kan leren.

    1. Belastingaangifte

    Neemt het invullen van een aangiftebiljet vaak uren in beslag, Estlanders hebben er gemiddeld 3 minuten voor nodig. Belastingaangifte was de eerste dienst die online werd aangeboden, in 1999. Tegenwoordig geeft 98 procent van de bevolking zijn inkomen online op.

    Om de website van de belastingdienst te gebruiken moeten inwoners eerst hun identiteit digitaal verifiëren. In de virtuele wereld functioneert identificatie overal op dezelfde manier, ongeacht of iemand wil inloggen bij een belastingkantoor of bank, een factuur wil inzien op de website van een telefoonaanbieder of wil nagaan hoeveel punten hij heeft gespaard bij de supermarkt. Er zijn drie opties waaruit de inwoners kunnen kiezen.

    Gebruikers kunnen zichzelf identificeren met een fysieke identiteitskaart door een kaartlezer met de computer te verbinden en gebruik te maken van speciale software. De identificatie kan ook worden gedaan middels de mobiele ID-technologie, een speciale simkaart die bij telefoonmaatschappijen verkrijgbaar is, of met een app, smart ID geheten. Voor alle drie de varianten moet je een pincode invoeren.

    De reden dat de aangifte zo snel gaat is dat Estlanders feitelijk niets hoeven in te vullen. Estland hanteert het ‘éénmalig’-principe. Dit betekent dat informatie over een persoon slechts door één overheidsinstantie mag worden verzameld. Bijvoorbeeld: alleen de lokale gemeentelijke overheid mag een adres vragen, de belastingdienst moet deze informatie opvragen bij het register van de burgerlijke stand. Dit voorkomt verdubbeling van data-opslag en onnodige bureaucratie. En het bespaart een heleboel tijd.

    Maar hoe worden data uit een individueel register dan overgebracht naar een belastingaangifte? En is die data-uitwisseling echt veilig? 

    Belastingontduiking is vrijwel onmogelijk in Estland

    Erika Piirmets is consultant voor digitale transformatie bij E-Estonia, een informatiecentrum van de overheid. ‘Er is geen superdatabase waarin alle informatie is opgeslagen,’ legt ze uit. ‘In plaats daarvan slaat elke dienst de data die het verzamelt op in een eigen register.’ Decentrale opslag maakt het hackers moeilijker om in het systeem in te breken. Maar de overdracht van data houdt ook risico’s in, omdat overheden moeten garanderen dat onbevoegde personen onderweg geen inzage kunnen hebben in de informatie of die kunnen wijzigen.

    Sinds 2001 gebruikt het land een in Estland ontwikkeld platform dat X-road heet, en dat informatie in versleutelde vorm overbrengt voor het dataverkeer tussen de registers. De belastingdienst heeft via X-road toegang tot de registers van de burgerlijke stand, van bedrijven en van arbeidsbureaus. Er zit geen ambtenaar voor een computerscherm belastingaangiftes in te vullen; data zoals de naam, het adres en het salaris worden automatisch ingevoerd in het formulier. Via X-road worden jaarlijks twee biljoen transacties uitgevoerd. Estland gaat er prat op dat X-road de burgers elk jaar 1,345 jaar werktijd bespaart. Het is moeilijk te checken of dit waar is, maar dat het systeem voordelen heeft moge duidelijk zijn.

    Bovendien is belastingontduiking vrijwel onmogelijk in Estland. Ook wordt belastingaftrek automatisch berekend. ‘Het enige wat ik nog zelf moet invoeren zijn privé-investeringen, omdat de belastingdienst natuurlijk geen inzage heeft in mijn bankrekening,’ zegt Piirmets.

    2. Bezoek aan de dokter

    Je hebt al een paar dagen koorts, je bent benauwd en je hoofd klopt. Wat je in deze situatie niet wilt horen is: ‘Een ogenblikje geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek.’ Toch komt in veel landen anno 2024 wie een dokter zoekt, automatisch in de wachtrij terecht.

    Online afspraken regelen is standaard in Estland. Inwoners kunnen inloggen bij de kliniek of de website van de dokter met hun identiteitskaart, hun mobiele ID of smart-ID, zoals eerder beschreven. Als ze in de praktijk aankomen hoeven ze geen formulieren in te vullen. Telefoonnummers, adressen en gegevens van de verzekering zitten al in het systeem. De dokter kent ook alle relevante gegevens – behalve de huidige gezondheidstoestand van de patiënt, die uiteraard onderzocht moet worden. Patiëntendossiers zijn sinds 2008 elektronisch.

    Door in te loggen in het gezondheidsportaal kunnen patiënten bovendien door hun eigen medische geschiedenis scrollen, waarin alle doktersbezoeken en diagnoses worden bijgehouden. Ook de doktersrecepten zijn hier opgeslagen. Inwoners hoeven in om het even welke Estse apotheek alleen hun identiteitskaart te overleggen om de voorgeschreven medicatie te krijgen. 

    Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren

    Gegevens over gezondheid behoren tot de gevoeligste privé-informatie. Hoe kunnen Esten zo veel vertrouwen hebben in de staat en de mensen van de gezondheidszorg?

    ‘Het is geen kwestie van vertrouwen, maar van transparantie,’ zegt Piirmets. Ter illustratie logt ze in bij het burgerdashboard. Data, namen en links naar registers verschijnen in een lijst. Via dit platform kunnen inwoners alle data bekijken die over hen zijn opgeslagen. En, nog belangrijker, ze kunnen zien wie er toegang toe heeft gehad. Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren – een risico dat altijd bestaat bij fysieke databestanden.

    Bij wijze van voorbeeld haalt Piirmets het geval aan van Michael Schumacher. Toen deze voormalig autocoureur behandeld werd in een ziekenhuis in Zwitserland, lekte iemand zijn medische dossier naar de media. De schuldige werd nooit gevonden omdat het onmogelijk bleek te achterhalen wie toegang had gehad tot de informatie. ‘Wij hadden hier in Estland een paar jaar geleden een soortgelijk geval. Het verschil was dat het, dankzij de datatracker, onmiddellijk duidelijk was wie het dossier had ingezien,’ zegt Piirmets. ‘Die persoon werd ontslagen en kreeg een levenslang verbod om in de gezondheidszorg te werken.’

    3. Een rampdag

    Digitale diensten zijn standaard in Estland, maar niemand wordt gedwongen om online met de autoriteiten om te gaan. Ruim 80 procent van de 16- tot 64-jarigen doet het vrijwillig. De digitalisering is in alle gebieden van het leven doorgedrongen. Contracten worden digitaal getekend, parkeergeld wordt per app betaald en tijdens festivals werkt het inleversysteem voor bierglazen via QR-codes.

    Waarom nu juist Estland zo snel heeft gedigitaliseerd is tenminste deels te verklaren vanuit de geschiedenis van het land. Toen Estland in 1991 uit de Sovjet-Unie stapte, moest de staat van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd. Er was niet genoeg geld of personeel om traditionele bureaucratische structuren te herstarten. ‘En we moesten de corruptie uitroeien,’ zegt Piirmets.

    Het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf

    De digitalisering heeft de transparantie verhoogd, maar brengt ook risico’s met zich mee. Op 27 april 2007 vielen Russische hackers Estland aan – met beperkt succes. De cyberaanval legde de websites van verschillende banken twee uur lang plat, en om redenen van staatsveiligheid haalde de regering haar online diensten offline. Er werden geen data gestolen, maar de gebeurtenis had wel een schokeffect. Sindsdien is er veel geïnvesteerd in cybersecurity. In 2017 openden Estland een data-ambassade in Luxemburg De belangrijkste data en systemen zijn daar gestald als back-up voor het geval servers in Estland worden vernietigd.

    Maar het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf. ‘Het digitale identiteitssysteem is nooit gehackt,’ zegt Piirmets. Maar er zijn wel een paar gevallen geweest van pincodes die in verkeerde handen vielen, voegt ze eraan toe. ‘Mensen zijn uiteindelijk de zwakste schakel.’

    Lessen

    Volgens berekeningen van de Wereldbank bespaart het gebruik van digitale handtekeningen de Estlanders vijf dagen per jaar. Ook dit is moeilijk te verifiëren. Maar het is een feit dat digitalisering het dagelijks leven vergemakkelijkt en de bureaucratie vermindert – en het is zeker goedkoper.

    De belangrijkste reden dat digitalisering op deze schaal maar moeizaam op gang is gekomen, is een gebrek aan begrip. De angst voor datadiefstal domineert het mediadebat. Toch is een analoge staat niet veiliger dan een digitale. Papieren archieven kunnen worden bekeken, gekopieerd en gedistribueerd zonder dat iemand het merkt. In de virtuele ruimte laat elke inzage en elke actie sporen achter. Misbruik kan niet worden voorkomen, maar wel worden bestraft. Dankzij digitalisering krijgen de burgers weer controle over hun data.

    Transparantie is de belangrijkste factor in het succes van Estlands digitale diensten. Geen enkel systeem is volkomen veilig voor hackers, maar in Estland informeren de autoriteiten de bevolking preventief over mogelijke gevaren. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2017, toen er kwetsbaarheden werden ontdekt in de beveiliging van de nieuwste ID-kaarten. Maar noch deze problemen, noch de aanval van Russische hackers in 2007 zorgde voor een ondermijning van het publieke vertrouwen in het systeem.

    Den digitale samenleving behoeft niet alleen technische oplossingen, maar vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken

    Het tempo van de digitalisering in verschillende landen wordt vergeleken door uiteenlopende indicatoren te gebruiken die van studie tot studie verschillen. Volgens de EU-commissie maken Denemarken, Finland en Zweden goede vorderingen. Als het gaat om zaken als menselijk kapitaal (human resources) en connectiviteit lopen ze zelfs voor op de Baltische staten. Duitsland blijft achter, vooral wat betreft de digitalisering van overheidsdiensten, maar is nog altijd een stuk verder dan landen als Roemenië, Bulgarije of Griekenland, die op alle gebieden achterlopen.

    Deze landen zullen niet in staat zijn de achterstand snel in te halen. Dat moeten ze ook niet proberen. De geschiedenis van Estland leert ons namelijk dat een digitale samenleving niet alleen technische oplossingen behoeft, maar eerst en vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken. Om dat te bereiken moeten ze een zeker minimumniveau van digitale kennis bezitten en de voordelen voor zichzelf inzien – zoals in drie minuten klaar zijn met je belastingaangifte.

  • Poetins 
jonge helpers

    Poetins 
jonge helpers

    Voor zijn vierde mandaat omringt Poetin zich met een nieuwe generatie ambitieuze bureaucraten. Zij moeten de economische successen uit de tijd van Stalin herhalen. En misschien wordt een van hen wel zijn opvolger.

    ‘Rusland heeft nu ambitieuzere doelstellingen nodig, een snellere groei’, zei Poetin al in 2002. Onlangs herhaalde hij zijn idee in een toespraak voor de Doema, waarbij hij meermaals de woorden ‘doorbraak’ en ‘opleving’ gebruikte. Om die groei te bereiken, en om zich voor te bereiden op de machtsoverdracht in 2024, heeft de president sterke, vastberaden en betrouwbare medewerkers nodig, die hem eventueel ook kunnen opvolgen.

    Het is absoluut niet zeker dat de namen die nu genoemd worden in 2024 nog altijd op het bord zullen staan. Zes jaar is lang genoeg om pionnen naar voren te schuiven die nu nog volstrekt onbekend zijn.

    De technocratische tendens in het landsbestuur is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden. Eerst was er de benoeming van Anton Vajno tot hoofd van de presidentiële administratie [in augustus 2016]. Vrij snel daarna volgde een ontslaggolf onder de gouverneurs ten gunste van technocraten. Geleidelijk vertrekken de oude makkers, de ‘vrienden’ van Poetin. De leden van zijn entourage gaan met pensioen, of komen in sommige gevallen achter de tralies terecht. De president geeft de voorkeur aan mensen met een jonger profiel, die naar verondersteld mag worden minder rijk en corrupt zijn, loyaal, en geen duidelijke ideologie aanhangen – ‘specialisten’ in zekere zin.

    Loyaliteit

    Wat Poetins precieze motieven ook zijn, het is duidelijk dat hij, zonder te raken aan de pijlers van het politieke stelsel, op zoek is naar mensen die ervoor kunnen zorgen dat hij beter presteert, vooral op het vlak van economie en management. Of dat beleid ook succesvol zal zijn is de vraag, maar dit is Poetins idee van een doelmatige aanpak.

    De president maakt het voor zijn jonge aanhangers veel gemakkelijker om carrière te maken dan de afgelopen jaren het geval was in de uiterst gepolitiseerde en in diskrediet gebrachte jongerenorganisaties. Hij verzekert zich op die manier van de loyaliteit van een nieuwe bureaucratie, die zonder al te veel turbulentie minstens tot 2024 zal moeten standhouden. Deze rekruten mogen het staatshoofd niet tutoyeren en zijn hem veel verschuldigd voor elke sport die ze op de carrièreladder stijgen. Dit maakt ze loyaal. Met deze stoottroepen kan de machtsoverdracht plaatsvinden. In die zin heeft de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev gelijk wanneer hij zegt dat Poetin niet wordt opgevolgd door één man, maar door een generatie. Een generatie ambitieuze bureaucraten.

    Politieke partijen zijn in Rusland niet langer springplanken voor de opkomst van nieuwe kaderleden. De komende zes jaar zal het nieuwe talent van buiten de politiek komen. Om te slagen in zijn transitie heeft Poetin hetzelfde soort technocraten nodig dat floreerde in de jaren dertig van de vorige eeuw. Wat de president wil is het kunststukje van de industrialisatie uit die tijd herhalen, maar dan in een ander economisch systeem.

    De transitie van de jaren 1930 en 1940 was het tijdperk van de bliksemcarrières, vooral voor ingenieurs en administratieve kaderleden. Aleksej Kosygin werd op zijn 35e volkscommissaris van Textielindustrie. Nikolaj Bajbakov op zijn 33e volkscommissaris van Olie-industrie. Ivan Tevosjan werd volkscommissaris toen hij 37 was, en vervolgens heel snel minister. Dmitri Oestinov, toekomstig lid van de ‘clan’ van Breznjev die alle belangrijke besluiten in de jaren 1970 en 1980 zou nemen, werd volkscommissaris van Bewapening toen hij 32 was.

    Zo zijn er tal van voorbeelden. Stalin lanceerde heel jonge ‘sterren’ door zich te verzekeren van hun loyaliteit en door een maximaal rendement van hen te eisen. Ouderen konden een dergelijk fysieke en psychologische belasting eenvoudigweg niet aan. Degenen die niet werden gefusilleerd en niet stierven, hadden geen enkele carrièremogelijkheid meer. Bajbakov, Kosygin en Oestinov werden mettertijd zelf het symbool van immobilisme.

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het “Politburo” verwerven

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het ‘Politburo’ verwerven. Het zou niet opportuun zijn het team dat de overwinning in 2018 heeft mogelijk gemaakt in de politieke calculaties buiten beschouwing te laten. Ook dit team neemt deel aan de wedstrijd van de beste kandidaten voor de machtsoverdracht.

    Auteur: Andrej Kolesnikov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Vladimir Poetin begeleidt een groepje jonge Russen tijdens een tour door het Kremlin. – © Alexei Druzhinin / HH

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru

    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door
    zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • 5. De Tsjechen zijn een geval apart

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    De landen van Midden-Europa proberen weliswaar hun gemeenschappelijke positie te verdedigen, maar vormen zeker geen ideologisch homogene groep.

    In een Hongaars dagblad poneerde historicus Márton Békés onlangs het idee dat Midden-Europa – natuurlijk met Hongarije aan het hoofd – Europa zou kunnen helpen om weer op het juiste pad te geraken, nu West-Europa de fundamentele waarden van zijn beschaving heeft verloren. Zijn collega Stefano Bottoni wees dit idee echter van de hand, en benadrukte zelfs dat waarden zoals religie, gezin en burgerlijke vrijheden tegenwoordig in de samenlevingen van Midden-Europa niet steviger verankerd zijn dan in het Westen.

    Het is goed om de herverkiezing in januari van Milos Zeman, de pro-Russische en eurosceptische president van Tsjechië, te bezien in de context van dit debat. Ook is het nodig dat deze discussie eindelijk breed wordt gevoerd, zoals dat al jaren gebeurt in Polen en Hongarije, waar ze een grote invloed heeft op de manier van denken van zowel de politici als de kiezers.

    In Slowakije is het debat uitgemond 
in een concrete conclusie: de meerderheid van de Slowaken is het erover eens dat ze zich liever verbinden aan wat het Westen hun te bieden heeft dan te proberen een alternatieve ideologie te vormen. Degenen die zich niet in die opstelling kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de neonazi’s rond Marian Kotleba, de vroegere gouverneur van de regio Banská Bystrica (Centraal Slowakije) en leider van de Volkspartij Ons Slowakije.

    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images
    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images

    De Hongaarse premier werpt zich graag op als verdediger van de traditionele waarden, en heeft het over het gevaar dat de migranten met zich meebrengen, terwijl zijn eigen regering in het geheim asielverzoeken inwilligt. Ondanks de genegenheid 
die hij voelt voor Rusland en China heeft Victor Orbán de behoefte om een deur open te houden naar een Europa dat hij, samen met de Poolse conservatieven, wil veranderen in een Europa van sterke landen.

    Te midden van dat alles blijven de Tsjechen verbazingwekkend koersvast en nemen zij dus geen migranten op, ook niet in het geniep. Anders dan de Hongaren en de Polen, koesteren zij geen verlangen naar een nationale wederopstanding en luiden zij niet de noodklok in naam van zogenaamde verheven principes, net zomin als ze zich druk maken over de plek van hun land in Europa, zoals de Slowaken. Nee, de Tsjechen vertrouwen liever op ‘ervaren politici’, zoals Milos Zeman er een zou kunnen zijn, en op degenen die ‘in een team werken’, onder leiding van de populistische premier Andrej Babis.

    Deze afwezigheid van ideeën en het pragmatisme van de Tsjechen vormen een opvallend contrast met de debatten die in de omringende landen gaande zijn. Polen, bijvoorbeeld, begrijpen helemaal niets van het pragmatisme, dat voornamelijk voortkomt uit ervaringen in het verleden.

    Auteur: Martin Ehl
    Vertaler: Annemie de Vries

    Martin Ehl, een van de meest gerespecteerde kroniekschrijvers van de Tsjechische Republiek, is hoofd van de internationale sectie van het Tsjechische financieel-economische dagblad Hospodárské Noviny.Hij is gespecialiseerd in Midden-Europa, het Europese veiligheidsbeleid en trans-Atlantische verhoudingen. Voorheen werkte hij op het instituut voor internationale betrekkingen in Praag, en hij is auteur van een verzameling analyses en reportages onder de titel Het derde Decennium. Een essay over het leven, de politiek en de mensen tussen Brussel en Gazprom.

    Hospodárske Noviny
    Tsjechië | dagblad | oplage 68.000

    Deze kwaliteitskrant werd opgericht in 1957. Hij richt zich vooral op mensen uit de zakenwereld en biedt uitstekende politieke, economische en financiële berichtgeving. Er bestaat ook een Slowaakse versie van.