Tag: burgers

  • Zeven doden in Israël door raketaanvallen van Hezbollah

    Zeven doden in Israël door raketaanvallen van Hezbollah

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU: uitstoot van broeikasgassen in 2023 met 8,3 procent gedaald

    » Duitsland sluit Iraanse consulaten na executie van Iraans-Duitse dissident

    ’Dodelijkste aanvallen op burgers in Israël sinds maanden‘

    Vijf mensen die in een appelboomgaard werkten werden donderdag gedood bij een aanval van de Libanese beweging op de plaats Metula, in het noorden van Israël, aldus de Israëlische media. Een paar uur later werden twee burgers gedood door granaatvuur in de buurt van Kirjat Ata, een voorstad van Haifa, ook in het noorden, in een veld met olijfbomen. The Times of Israel spreekt van ’de dodelijkste aanvallen op burgers binnen Israël sinds maanden‘.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De aanvallen kwamen op een moment dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu een ontmoeting had met Amerikaanse gezanten die naar Israël waren gekomen om vooruitgang te boeken in de richting van een staakt-het-vuren in Libanon. ’De belangrijkste kwestie (…) is Israëls vermogen en vastberadenheid om de overeenkomst af te dwingen en elke bedreiging van zijn veiligheid vanuit Libanon te voorkomen‘, zei de Israëlische leider tegen de twee gezanten, volgens zijn bureau.

    Israël zegt Hezbollah in Zuid-Libanon te willen neutraliseren om de terugkeer mogelijk te maken van zo‘n 60.000 inwoners van Noord-Israël die sinds het begin van de oorlog in Gaza ontheemd zijn geraakt door onophoudelijk raketvuur.

  • Wapenstilstand afgekondigd in staalfabriek Marioepol om burgers te evacueren

    Wapenstilstand afgekondigd in staalfabriek Marioepol om burgers te evacueren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Infantino: FIFA heeft arbeidsmigranten WK Qatar ‘waardigheid en trots’ gegeven

    » Colombia: drugshandelaar Otoniel aan Verenigde Staten uitgeleverd

    Russisch staakt-het-vuren voor evacuatie staalfabriek

    Rusland heeft verklaard dat het vanaf donderdag 5 mei een staakt-het-vuren zal afkondigen om meer evacuaties van burgers uit de staalfabriek Azovstal mogelijk te maken, aldus The BBC. De staalfabriek Azovstal in Marioepol vormt het laatste bastion van Oekraïens verzet in de strategische havenstad.

    Het Russische leger heeft aangekondigd dat de routes uit de centrale open zullen zijn van 8 tot 18 uur Moskouse tijd op 5, 6, en 7 mei. Gedurende deze tijd zullen de Russische strijdkrachten hun activiteiten staken en eenheden terugtrekken tot op veilige afstand, aldus een verklaring van het ministerie van woensdagavond 4 mei.

    ‘Ik ben trots op mijn soldaten die bovenmenselijke inspanningen leveren om de vijandelijke druk in te dammen’

    Maar volgens de commandant van het Azov-regiment, die door de BBC werd geciteerd omdat hij niet in staat was de informatie te verifiëren, gingen de gevechten woensdagavond gewoon door. In een korte videoboodschap, geplaatst op Telegram, zei Azov-commandant Denis Prokopenko: ‘Ik ben trots op mijn soldaten die bovenmenselijke inspanningen leveren om de vijandelijke druk te doen afnemen… De situatie is uiterst precair.’

    Ondertussen blijkt uit nieuwe analyses dat maar liefst zeshonderd mensen zijn omgekomen toen Rusland in maart een theater in Marioepol bombardeerde. De aanval zou het grootste verlies aan mensenlevens hebben veroorzaakt sinds het begin van de invasie.

    Lees ook:

  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

    DOSSIER DE STRAAT OP

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

    Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

    In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

    De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

    Woede

    In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

    Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

    Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

    De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

    Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

    Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

    Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

    Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

    Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

    Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

    Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

    Uitsluiting

    Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

    40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

    In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

    De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

    Privéonderwijs

    In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

    In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

    De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

    Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

    In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

    Bezet de politiek

    De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.  

  • Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    De inwoners van het Japanse stadje Yahaba verdedigen in politieke debatten het standpunt van toekomstige burgers. En dat werkt, zegt de Britse filosoof Roman Krznaric. Er worden minder voorzichtige beslissingen genomen.

    In zijn afscheidsrede in 1796 riep George Washington de Amerikanen op om ‘de last die de onze is geweest niet gewetenloos aan het nageslacht door te geven’. Hij had het over de staatsschuld, maar vandaag kan zijn waarschuwing ook gelden voor vele andere problemen en risico’s die aan de burgers van morgen worden overgelaten: van klimaatveranderingen en de gevaren van kunstmatige intelligentie tot het institutionele racisme dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.

    George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de miljarden mensen die na ons komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben

    Of hij zich er nu van bewust was of niet, George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de vele miljarden mensen die na ons zullen komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben. Ze hebben geen rechten, en niemand vertegenwoordigt hen. Hun belangen kunnen niet concurreren met de dwingende noodzaak van presidentsverkiezingen of het hectische tempo van non-stopnieuws. En aangezien ze nog geen belichaamd bestaan ​​hebben, hebben ze niet de middelen om directe acties uit te voeren.

    Toch laten de burgers van morgen op zeer ingenieuze wijze hun stem horen.

    26161359964 05f9b5cf83 b 1

    Er is niets uitzonderlijks aan Yahaba, een Japans stadje met 27.000 inwoners, behalve het feit dat het een van de origineelste ervaringen uit de geschiedenis van de moderne democratie herbergt. Sinds 2015 nemen de inwoners er deel aan Future Design, een unieke vorm van participatieve democratie, waarbij ze worden uitgenodigd op openbare bijeenkomsten om te praten over projecten rond de toekomst van hun stad. Aanvankelijk verdedigen deelnemers hun eigen standpunt, maar dan, en daar wordt het interessant, trekken ze kleurrijke japonnen aan en stellen ze zich voor dat ze in 2060 leven.

    Het verbazingwekkende is dat de inwoners, wanneer ze zich in hun soortgenoten van 2060 verplaatsen, veel minder voorzichtige maatregelen eisen, of het nu gaat om gezondheid of om de strijd tegen klimaatverandering. Dankzij Future Design hebben de inwoners van Yahaba aanvaard dat hun waterrekening met 6 procent is gestegen om een ​​langetermijninvestering te kunnen maken in de infrastructuur, die nodig is voor een goed beheer van het water van de stad. Ze realiseerden zich dat het essentieel was voor hun kinderen en kleinkinderen.

    De ervaring is zo’n succes dat de burgemeester van Yahaba in april 2019 een Bureau voor Toekomstige Strategieën opzette, zodat Future Design bij alle besluitvorming kan worden ingezet. De methode sloeg in Japan al snel aan en wordt inmiddels ook gebruikt in grote steden als Kyoto, Matsumoto en Suita.

    Begin 2020 hebben inwoners van Uji, een stad ten zuiden van Kyoto, een burgervergadering opgericht naar het model van Future Design. Zelfs het Japanse ministerie van Financiën gebruikt ‘toekomstig design’ als een instrument om het kortetermijndenken, dat de implementatie van economische strategieën domineert, tegen te gaan.

    ‘Als we dit niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar’

    Voor een in Japan geboren beweging [die is gebaseerd op werk van de economische faculteit van Kochi-universiteit, in het zuiden van het eiland Shikoku], is de oorsprong van Future Design verrassend. ‘We werden geïnspireerd door de [Noord-Amerikaanse] Irokezen, die bij elke besluitvorming willen anticiperen op het welzijn van toekomstige zeven generaties’, zegt de grondlegger van de beweging, Tatsuyoshi Saijo, hoogleraar economie aan het Future Design Research Institute in Kochi.

    Al worden mensen duidelijk verleid door onmiddellijke beloningen, onze hersenen weten beter dan we denken hoe ze voor de langere termijn moeten plannen en toekomstige mogelijkheden moeten overwegen. ‘Projecteren in de toekomst is niet gemakkelijk voor ons brein’, zegt Saijo, ‘maar er is nu een hele reeks neurowetenschappelijke onderzoeken die onthullen dat onze hersenen wel degelijk in staat zijn deze grote sprong in het onbekende te maken.’

    Wereldwijde beweging

    Voor Saijo is Future Design essentieel om de klimaatcrisis aan te pakken. De uiteindelijke ambitie is dat deze methode gestalte krijgt in een nieuw ministerie van de Toekomst, in de praktijk wordt gebracht op internationale topconferenties zoals de G20 en door steden en dorpen over de hele wereld wordt overgenomen. ‘We moeten sociale structuren ontwerpen die ons vermogen activeren om onszelf in de toekomst te projecteren’, zegt hij. ‘Als we dat niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar.’

    Design in action in Yahaba Japan. Photo Credit Masaaki Takahashi and Ritsuji Yoshioka 1 1
    © Masaaki Takahashi en Ritsuji Yoshioka

    Future Design is slechts één voorbeeld van de snel groeiende wereldwijde beweging om een ​​einde te maken aan de kortzichtige visie die het politieke leven teistert. Zo kent Wales een afgevaardigde voor toekomstige generaties, wiens rol het is de impact van overheidsbeleid op het welzijn van de burgers over dertig jaar grondig te bestuderen. Er wordt momenteel actief campagne gevoerd om voor het hele Verenigd Koninkrijk een eigen afgevaardigde te benoemen.

    Overheden zullen zich altijd moeten concentreren op noodsituaties, zoals de coronacrisis, maar deze initiatieven laten zien dat het mogelijk is om de belangen van toekomstige generaties aan te pakken door middel van maatregelen die in het heden zijn geworteld. En ze raken aan een inzicht van Jonas Salk, de man die in 1955 het poliovaccin uitvond en zag hoe belangrijk het was om soms een stap terug te doen. ‘De belangrijkste vraag die gesteld moet worden’, schreef hij, ‘is de volgende: zijn wij goede voorouders?’



  • Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    De complete Chileense culturele sector steunt de protesten van de bevolking tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera en voor een gelijke verdeling van de welvaart in het land. De muziek van de vermoorde zanger Víctor Jara brengt het protest tot uiting.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen maandag werd in Chili een aantal oud-soldaten van het Pinochet-regime vijftig jaar na dato veroordeeld voor de moord op de populaire zanger Víctor Jara. Ze werden schuldig bevonden aan het martelen en vermoorden van dit icoon van de Latijns-Amerikaanse populaire muziek in 1973. Als lid van de Chileense Communistische Partij was Víctor Jara fervent aanhanger van president Salvador Allende, die in 1970 de verkiezingen won en slachtoffer werd van een door de CIA gesteunde militaire staatsgreep op 11 september 1973. Dit artikel uit El País van vier jaar geleden laat zien hoe belangrijk Víctor Jara nog steeds is voor de Chileense bevolking, die in 2019 en masse de straat op ging. Jara’s muziek klonk tijdens elke demonstratie en voorzag de onvrede van de Chilenen met het regeringsbeleid van woorden. Zelfs vijftig jaar later is de nagedachtenis aan Jara nog altijd springlevend in Chili.

    Toen de Chileense singer-songwriter Mon Laferte tijdens de uitreiking van de Latin Grammy’s op de rode loper haar jurk van haar schouders liet glijden was voor de hele wereld de protestboodschap op haar borst zichtbaar: ‘Chili martelt, moordt en verkracht’. Haar daad was slechts het topje van de ijsberg. De complete Chileense culturele sector steunt de demonstraties van de bevolking, die de ongelijke verdeling van de welvaart in het land niet langer pikt. Alle kunstdisciplines hebben zich verenigd, graffiti-artiesten die de muren in de stad beschilderen staan zij aan zij met ’s lands succesvolste schrijver Isabel Allende. Iedereen doet mee.

    ‘Nooit werd er in Chili naar aanleiding van sociale onrust zo veel nieuwe muziek gemaakt in zo’n korte tijd,’ zegt muziekjournalist en schrijver Marisol García.

    ‘In Chili zijn muziek en politiek en soms ook politiek activisme altijd al nauw met elkaar verweven, maar het leek alsof die traditie een beetje was ingezakt. De demonstraties begonnen op 18 oktober en vanaf die dag komen artiesten bijna dagelijks met nieuwe liedjes. Rappers, techno-dj’s, iedereen laat van zich horen,’ aldus García. Nog maar een paar dagen geleden was op een steenworp afstand van het epicentrum van de burgerprotesten te zien hoe kunstenaars zich manifesteren. Daar, op het Plaza Baquedano, pal voor haar thuisbasis het Teatro de la Universidad, gaf het Orquesta Sinfónica Nacional een concert. ‘Wij strijden voor dezelfde zaak als het Chileense volk en voor ons is muziek de manier om ons te uiten,’ vertelde violist Daniel Zelaya.

    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH
    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH

    Een van de symbolen van deze protestmaand was het lied ‘El derecho de vivir en paz’ (Het recht op leven in vrede) van singer-songwriter Víctor Jara, die kort na de militaire staatsgreep in 1973 werd vermoord. Wat dit lied losmaakte, kun je vergelijken met de impact van de humoristische cartoons tijdens de dictatuur van Pinochet. Meer dan een miljoen mensen hadden zich verzameld voor een mars in Santiago de Chile. Ze gaven gehoor aan de oproep van het collectief Mil guitarristas para Víctor Jara [Duizend gitaristen voor Víctor Jara], dat zich voor de Biblioteca Nacional had verzameld om zijn liederen te spelen.

    Dit lied werd ook uitgekozen door achttien Chileense musici uit alle delen van de wereld – Israël, Duitsland, New York – om op sociale media te verspreiden. Cellist Daygoro Serón, die in Oostenrijk woont en werkt, vroeg elke musicus om het stuk te spelen terwijl ze zichzelf filmden. Alle opnames werden in een enkele video gemonteerd, die was te zien op sociale media. ‘Het stemt hoopvol dat diverse maatschappelijke en politieke sectoren spontaan de handen ineen slaan om te strijden tegen ongelijkheid,’ vindt gitarist Emmanuel Sowicz, die in Londen woont en deelnam aan het initiatief.

    ‘President Piñera, vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was, er is geen weg meer terug,’ zegt Isabel Allende aan het begin van een video van het Chileense schrijfsterscollectief AUCH! die in de begindagen van de protesten circuleerde op sociale media. Een maand later zijn als gevolg van de protesten 23 burgers omgekomen en 2391 gewond geraakt, aldus het Instituto Nacional de Derechos Humanos [Nationaal Instituut voor Mensenrechten]. De overheid zegt dat 1974 agenten verwondingen opliepen. De uitspraak van de beroemde schrijver van Het huis met de geesten kreeg bijval van auteurs van over de hele wereld.

    De Nicaraguaanse schrijver Gioconda Belli en de Peruaanse schrijver Santiago Roncagliolo riepen op tot ‘waardigheid, geen kogels’. Zowel in binnen- als buitenland heeft de literatuur haar stem laten horen. ‘Er zijn steunbetuigingen opgesteld, handtekeningen verzameld, opiniecolumns geschreven, de sociale media zijn ingezet, er zijn lezingen op openbare plekken georganiseerd en spontane bijeenkomsten opgeluisterd,’ somt de jonge romanschrijver Alejandra Costamagna op. Dit alles dient maar één doel: de roep om een rechtvaardige samenleving, een samenleving waar sociale verworvenheden geen handelswaar zijn maar rechten,’ zegt Costamagna, auteur van de bekroonde roman El sistema del tacto

    Solidariteit in de kunsten

    Al laten de letteren flink van zich horen, misschien wordt het nieuwe Chili, waarvan de huidige protesten en demonstraties een uiting zijn, de laatste jaren wel het beste verbeeld door toneelschrijvers als Guillermo Calderón of Luis Barrales. Maar ook de filmwereld heeft zich deze dagen geroerd. De productiemaatschappij Fábula, van filmmaker Pablo Larraín, riep tijdens een bijeenkomst van vakgenoten op tot een ‘moment van bezinning’.

    Tegelijkertijd documenteren verschillende collectieven, zoals Registro Callejero, wat er zich op straat afspeelt. Actrice en regisseuse Manuela Martelli, die met haar camera de straat op is gegaan om de demonstraties te filmen, zegt dat ‘in Chili het gevoel overheerst dat er sprake is van machtsmisbruik, dat er ongelijkheid is en dat Chili welvarender wordt maar dat niet iedereen daarvan profiteert’.

    ‘Vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was’

    Ook de grotere musea manifesteren zich. Claudia Zaldívar, directrice van het Museo de la Solidaridad Salvador Allende, vertelt dat het museum zijn deuren sloot toen de noodtoestand werd uitgeroepen en het leger de straat op ging. ‘We hebben een bijeenkomst georganiseerd voor de buurtbewoners. Het museum staat in dienst van de gemeenschap en is een plek voor de dialoog,’ verduidelijkt Zaldívar.

    De kunstvereniging Arte Contemporáneo Asociado – bestaand uit kunstenaars, theoretici en conservators – trok de publieke ruimte in. Op 25 oktober organiseerden ze een massale mars langs zes monumenten in Santiago de Chile die symbool staan voor de geschiedenis, de cultuur en de grote verhalen van Chili. Ze bedekten de monumenten met doeken als waren het lijkwades. Volgens kunstcriticus en bestuurslid Diego Parra ‘proberen kunstenaars vanuit hun eigen discipline, dat wil zeggen de verbeelding, een tegengeluid te laten horen’. 

  • Wandelen 
voor de wijk

    Wandelen 
voor de wijk

    In Nederland gaan burgers gezamenlijk wandelen 
om de wijk te verbeteren, schrijft The Guardian. 
Dat blijkt een effectieve motor voor verandering. Bijkomend voordeel: het biedt kans om samen 
te lachen.

    ‘Dit bord staat scheef’, zegt Henny Koot, en hij bukt zich om het recht te zetten. We zijn in Spoorwijk, een buurt in Den Haag. ‘Spoorwijk is een heel speciale buurt. Het is een groene plek waar kinderen veilig kunnen spelen op speelplaatsen en waar ondernemers uit diverse culturen winkels hebben geopend. Mensen zorgen voor elkaar’, zegt Koot, die voorzitter is van een lokale bewonersorganisatie. 
Spoorwijk mag dan een zorgzame buurt zijn, het is ook onderdeel van Laak, het kleinste stadsdeel van Den Haag en een van de armste en meest diverse.

    Het gemiddelde jaarinkomen van de 4340 inwoners is 16.300 euro – zo’n 1350 euro per maand. In 2017 had 67,3 procent van de inwoners een niet-Nederlandse achtergrond – een meerderheid komt uit Suriname, maar er wonen ook mensen uit Turkije en Marokko. Net als veel stedelijke buurten heeft Spoorwijk wat oppervlakkige problemen, zoals een gebrekkige infrastructuur, geluidsoverlast, te hard rijdende auto’s en zwerfafval. 
Maar Nederlanders zijn goed in wat zij ‘participatie’ noemen.

    Met deze gedachte in het achterhoofd hebben de bewoners van Spoorwijk, in plaats van individueel te klagen bij een plaatselijke instantie of problemen voor lief te nemen, een actieve manier gevonden om klachten over de wijk samen op te lossen. Om de drie maanden komen ze bij elkaar voor een wijkwandeling. Samen bezoeken ze problematische plekken en bespreken dan welke actie ondernomen moet worden.

    Elke bewoner kan hieraan deelnemen en er lopen meestal zo’n tien tot vijftien mensen van diverse leeftijden en uit verschillende sociale groeperingen mee. ‘Betrokken burgers zorgen voor hun buurt en hun buren. Ze staan er niet onverschillig tegenover, want ze ervaren positieve veranderingen zodra ze hun mening mogen geven en met suggesties mogen komen’, zegt wethouder Rachid Guernaoui.

    Door heel Nederland nemen burgers initiatief om de eigen wijk op te knappen. – © HH
    Door heel Nederland nemen burgers initiatief om de eigen wijk op te knappen. – © HH

    Positieve woorden

    Ik ging in juni mee met zo’n wijkwandeling in Spoorwijk. De wisselende routes worden bepaald door inwoners, die hun klachten en verzoeken van tevoren aan de organisatoren kunnen mailen of tijdens de wandeling ter sprake kunnen brengen. Als een probleem ter plekke kan worden opgelost – zoals het weer rechtzetten van een scheefstaand bord – dan gebeurt dat.

    Als dat niet kan, wordt er een verzoek om actie gestuurd naar de gemeente. Een individuele burger heeft misschien geen tijd om na te gaan of zijn klacht in behandeling is genomen, maar de wijkgroep van Spoorwijk stuurt een tweede verzoek als er na een halfjaar nog geen antwoord is gekomen.

    Maar de wandeling gaat niet alleen om problemen. Ze biedt ook de kans om ideeën uit te wisselen en te lachen en te praten over de buurt. Aan mijn wandeling doen naast bewoners ook twee mannen uit de Haagse buurt Laak Centraal mee, die het concept van de wijkwandeling ook daar willen introduceren. Er lopen mensen van de gemeente mee die een betere band willen opbouwen met de bewoners, en van organisaties zoals Stichting MOOI, die mensen in nood helpt maar ook diverse culturele manifestaties organiseert.

    Vertegenwoordiger Meysur Bijl vertelt over de nieuwe projecten van haar organisatie, waaronder een eetfestival. Als ze druiven ziet groeien aan de gevel van een van de huizen, legt ze uit hoe je sarma, wijnbladeren gevuld met rijst, moet maken en doet dan voor hoe je de bladeren moet vouwen.

    ‘Betrokken burgers zorgen voor hun buurt en hun buren’

    Na de wandeling is iedereen uitgenodigd voor een drankje en een hapje, weer een gelegenheid om elkaar te leren kennen. Er worden positieve woorden gesproken en problemen op tafel gelegd. ‘Heel erg bedankt voor het nieuwe park, dank aan iedereen die zich ervoor heeft ingezet’, zegt Carlien Nijbroek, bestuurslid van de bewonersorganisatie.

    Henny Koot neemt de gelegenheid te baat om informatie te geven over een nieuw renovatieproject dat gevolgen zal hebben voor een nabijgelegen straat. Er wordt gesproken over andere verbeteringen: nieuwe banken hier, een fontein en een extra vuilnisbak daar. Grotere projecten, zoals de noodzaak om nieuwe buizen te leggen, worden ook behandeld.

    Nieuwe generatie

    Wijkwandelingen zijn zeer lokale aangelegenheden, maar ze vinden in steden door het hele land plaats en blijken een effectieve motor voor veranderingen. Bijvoorbeeld: als gevolg van een kleinschalig burgerinitiatief heeft een andere Haagse wijk, Kraayenstein, bijna 1,9 miljoen euro ontvangen om de buurt op te knappen, en Spoordijk zelf heeft 50.000 euro gekregen om aan lokale projecten te besteden.

    Een van de belangrijkste dingen die een gemeentebestuur kan doen, is ‘oprecht in dialoog gaan en altijd en overal een transparant beheer en een open communicatie met burgers bevorderen’, zegt wethouder Guernaoui. En de sleutel hiervoor is ‘evenveel belang hechten aan grote als aan kleine onderwerpen’ – een benadering waarvan de wijkwandeling een voorbeeld is.

    Terug in de wijkwandeling leert een nieuwe generatie buurtbewoners dat je iets kunt bereiken door je stem te laten horen. ‘Wat voor dingen vind jij niet fijn in jouw buurt?’ vraagt een moeder aan haar vijfjarige zoon. ‘De ganzenpoep’, antwoordt hij. En het fijnste? ‘In de nieuwe speeltuin spelen.’

    Auteur: Olga Mecking

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid 
en andere instituten