De Egyptisch-Palestijnse activist Ramy Shaath is nu weliswaar een vrij man, maar heeft in ruil daarvoor zijn Egyptische staatsburgerschap moeten opgeven. De Egyptische krant Mada Masr sprak met tegenstanders van dit beleid.
‘Niemand mag worden gedwongen te kiezen tussen vrijheid en burgerschap,’ zo liet de familie van Shaath in een officiële verklaring weten. ‘Ramy is geboren als Egyptenaar en opgegroeid als Egyptenaar, Egypte is altijd zijn thuisland geweest en zal dat altijd blijven. Gedwongen afstand van burgerschap zal daar geen verandering in brengen.’
In de tweeënhalf jaar dat Shaath gevangenzat, voerde zijn vrouw Céline Lebrun-Shaath, een Française die na zijn arrestatie Egypte werd uitgezet, een langdurige publieke campagne voor zijn vrijlating. Ook de Franse president Macron eiste zonder omhaal, in het bijzijn van de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi, Shaaths vrijlating.
‘Wet 140 is in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste mogelijk te maken’
Het decreet dat deze ruil mogelijk zou maken werd in november 2014 uitgevaardigd door president Al-Sisi als ‘Wet 140’ dat de repatriëring van buitenlandse gevangenen naar hun thuisland toestaat, naar goeddunken van de president, voor het uitzitten van hun straf of nieuwe berechting. Het decreet werd afgekondigd vijf maanden nadat drie journalisten van Al Jazeera – de Australiër Peter Greste, de Egyptische Canadees Mohamed Fahmy en de Egyptenaar Baher Mohamed – waren veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot tien jaar op beschuldiging van terrorisme.
De spraakmakende zaak leidde tot internationale veroordelingen en kritiek van mensenrechtenorganisaties, westerse regeringen en de Verenigde Naties. Volgens advocaat Negad al-Borai, die Fahmy in deze zaak vertegenwoordigde, werd Wet 140 in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste naar zijn geboorteland Australië mogelijk te maken. Drie maanden later volgde inderdaad Grestes deportatie.
Enige uitweg
Rond die tijd gaf Fahmy zijn Egyptische staatsburgerschap op, in de hoop naar Canada te worden uitgezet. Hij vertrouwde Mada Masr destijds toe dat hoge functionarissen hem tijdens zijn gevangenschap hadden bezocht om hem te vertellen dat afstand doen van het Egyptische staatsburgerschap zijn ‘enige uitweg’ was. Fahmy weigerde aanvankelijk, maar voelde zich onder druk gezet en wilde de gevangenis uit. Fahmy heeft zijn Egyptische staats-burgerschap terug gekregen.
In 2015 werd Mohamed Soltan, een Egyptisch-Amerikaanse activist die meer dan 640 dagen gevangen had gezeten, gedwongen zijn staatsburgerschap in te ruilen voor zijn vrijlating en deportatie naar de VS, iets waartoe de regering-Obama rechtstreeks had opgeroepen. Maar tijdens een bezoek aan Capitol Hill stelde de Egyptische inlichtingenchef dat Washington in 2015 had beloofd dat Soltan de rest van zijn levenslange gevangenisstraf in de VS zou uitzitten als Egypte hem vrijliet. Kamel overhandigde congresmedewerkers een document dat leek op een ondertekende overeenkomst tussen Egyptische en Amerikaanse functionarissen waarin een dergelijke regeling was vastgelegd.
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze
Volgens advocaat Gamal Eid van het Arab Network for Human Rights Information is Wet 140 onconstitutioneel, omdat deze niet-Egyptenaren bevoordeelt. ‘Het idee was bedoeld als knieval aan buitenlandse regeringen om het imago van het regime op te poetsen, maar het decreet schendt het principe dat iedereen gelijk is voor de wet, een beginsel dat zelfs boven de grondwet uitstijgt. Ik keur de voortdurende opsluiting van dissidenten niet goed, maar ze moeten allemaal worden vrijgelaten, niet alleen de buitenlanders.’
Niet vrij
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze. Hussein Baoumi, een expert van Amnesty International met Egypte in zijn portefeuille, zei tegen Mada Masr dat Shaath en Soltan feitelijk werden gedwongen hun Egyptische staatsburgerschap af te staan, wat volgens hem ongrondwettelijk is.
De burgerschapswet van 1975 stipuleert een aantal voorwaarden voor het intrekken van het Egyptische staatsburgerschap door de staat. Maar deze wet geldt niet voor Shaath of Soltan, omdat ze technisch gezien zelf afstand deden van hun burgerschap. Soltan en Shaath stellen echter allebei dat ze geen werkelijke keus hadden.
Na de vrijlating van Shaath tweette Soltan: ‘De keuze tussen je vrijheid en je burgerschap is gemakkelijk, want vrijheid komt altijd op de eerste plaats. Dit doet niets af aan het feit dat je bij een land hoort, dat land zit immers in je hart. En een regime dat de meest elementaire burgerrechten van vrijheid en leven afhankelijk stelt van het opgeven van je nationaliteit, versterkt hiermee zijn repressieve filosofie: het betekent onherroepelijk dat je als burger niet vrij bent.’