Tag: burn-out

  • Onderzoek: vakantie heeft geen blijvend effect bij burn-out

    Onderzoek: vakantie heeft geen blijvend effect bij burn-out

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Californië wil bosbranden voorkomen door brand te stichten

    » Hongkong: ‘systematische’ intimidatie van grote groep journalisten

    Na twee tot vier weken is het vakantie-effect verdwenen

    Uit een meta-analyse gepubliceerd in het Journal of Occupational Health blijkt dat vakantie een lichte vermindering van burn-out en werkgerelateerde aandoeningen tot gevolg heeft. Maar de effecten nemen af zodra werknemers weer een voet op kantoor zetten, totdat ze na twee tot vier weken volledig verdwenen zijn, stellen de onderzoekers van onder meer de Radboud Universiteit vast.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Psychologen beschrijven burn-out als een aanhoudend gevoel van uitputting en vervreemding van het werk. De WHO beschouwt het als een beroepsfenomeen en niet als een psychische aandoening. ‘Dit betekent niet dat het minder belangrijk is, alleen dat het niet te wijten is aan een interne aandoening van een individu. Het ligt niet aan jou, het ligt aan je baas’, schrijft El País die het onderzoek aanhaalt. De WHO schat dat er elk jaar 12 miljard werkdagen verloren gaan door depressie en angststoornissen, wat de wereldeconomie bijna een biljoen dollar kost. ‘Niet alle gevallen zijn zo extreem, er zijn mensen die geen burn-out hebben, die niet depressief zijn, die gewoon niet willen werken’, concludeert de Spaanse krant.

  • Hoe stress ons tot het uiterste drijft

    Hoe stress ons tot het uiterste drijft

    In de rattenrace van de moderne samenleving lijken stress, burn-outs en depressie steeds normaler te worden. Ook in Duitsland is dit een groeiend probleem, met ernstige gevolgen voor de gezondheid van werknemers en de economie als geheel.

    Wonderlijk wat zich allemaal in je lijf afspeelt wanneer het gestrest is. Adrenaline en cortisol komen vrij. De bloeddruk stijgt. Datzelfde geldt voor de polsslag. De gevoeligheid voor pijn neemt af. Bloed stroomt naar armen en benen. Het hart klopt sneller. Dat alles is een oeroud, al duizenden jaren beproefd mechanisme dat maar één enkel doel dient: overleven. Of in onze huidige tijd waarschijnlijk eerder: een deadline halen, op tijd zijn voor de trein, een onberispelijke presentatie geven voor de baas.   

    Wanneer de opgave achter de rug is, registreert het beloningscentrum in ons brein: Poeh, allemaal goed gegaan! De stress neemt af.

    Maar als het lichaam zich helemaal niet meer kan ontspannen, doordat het voortdurend in stresstoestand verkeert, wordt het ziek. Hartkwalen, artritis, depressies, burn-out, diabetes, kanker, soms zelfs met de dood tot gevolg. In Japan bestaat een speciaal woord voor dood door overwerk: karoshi. Maar ook in Duitsland komt het voor. In 2013 overleed een stagiair nadat hij naar verluidt drie dagen achtereen had doorgewerkt. In 2016 bezweek een junior-bankier van Goldman Sachs in de Frankfurter Messeturm.

    Overmaat aan arbeidsuren

    Stress, burn-outs en depressiviteit zijn inmiddels haast net zo gewoon geworden als een verkoudheid. Dat blijkt ook uit tal van bijdragen op carrièreplatform LinkedIn, waar sommigen zich, haast met een zekere trots, aanduiden als burnout-survivor; vrouwen en mannen die een situatie van emotionele, psychische en fysieke uitputting hebben ‘overwonnen’. ‘Ik heb na de geboorte van onze dochter dubbele diensten gedraaid, eerst op het werk en daarna thuis’, schrijft bijvoorbeeld initiatiefneemster en ervaringsdeskundige Julia Paknin.

    Niet alleen wordt hier een misstand aan de kaak gesteld, er wordt ook een boodschap overgebracht: moet je zien hoe hard ik heb gewerkt! Het eigen ‘falen’ wordt verkocht als winst, met dank aan de dwang tot zelfoptimalisatie. 

    Toch gaat het hier niet alleen om opschepperij. Uit vele studies blijkt hoe gestrest en ziek Duitsland is. Vorig jaar verzuimde iedere verzekerde bij Techniker, de grootste Duitse zorgverzekeraar, gemiddeld 19,4 dagen – meer dan ooit tevoren. Bij ouderen is bovendien steeds vaker sprake van langdurige ziekte-uitval. En bijna een vijfde van alle arbeidsuitval is psychisch van aard. Wanneer Duitsland zijn toonaangevende rol in de wereldeconomie wil blijven spelen, kan het zich dat niet veroorloven.

    Uit onderzoek van meditatie-app Headspace, een digitaal platform voor psychische gezondheid, komt nog een ander alarmerend cijfer naar boven: van de ondervraagden gaf 59 procent aan minstens één keer per week op te zien tegen het werk. Alleen al het vooruitzicht te moeten werken wekte stress op. Bijna een op de vijf ervaart zulke gevoelens dagelijks. 47 procent van de ondervraagden zei bang te zijn voor meer verantwoordelijkheid. Zelfs als aan het onderzoek vooral mensen meededen die enige psychische belasting bij hun werk ervaren, geven deze cijfers toch te denken.

    In 2020 werden in Duitsland 1,7 miljard overuren gemaakt. Veel werknemers zijn overbelast en overwerkt. De moderne werkneemster haast zich van deadline naar deadline, haalt nog snel haar kind van de kinderopvang, kookt, maakt schoon, vult tot laat in de avond Exceltabellen in en is ondertussen natuurlijk op elk moment bereikbaar, om het vooral iedereen naar de zin te maken. 

    Naast de werknemers kwakkelt ook het Duitse arbeidssysteem; het is koortsig, met een aanhoudende hoest

    Wanneer bedrijven hun werknemers hier niet beter tegen beschermen, stuit het systeem op zijn grenzen. Naast de werknemers kwakkelt ook het Duitse arbeidssysteem; het is koortsig, met een aanhoudende hoest. Niks onoverkomelijks, we moeten de ziekte alleen in de gaten houden en goed luisteren naar wat de patiënt mankeert. Nu bedrijven nauwelijks nog aan geschoold personeel kunnen komen, is het de hoogste tijd dat ze zich eindelijk eens bekommeren om het personeel dat wel voorhanden is.

    Hoe risicovol stress, overspanning en burn-out kunnen zijn, blijkt uit een wel heel drastisch cijfer in een onderzoek van Wereldgezondheidsorganisatie who: jaarlijks sterven 745.000 mensen aan de gevolgen van lange arbeidstijden. ‘Wij hebben de dodelijkste risicofactor in de wereld van de arbeid ontdekt. Het zijn niet de machines of het fijnstof, het is de overmaat aan arbeidsuren’, aldus de who. De onderzoeksresultaten dateren nog van voor de pandemie; als gevolg van corona is het probleem nog eens aanzienlijk groter geworden. 

    Zorgverzekeraar aok heeft onderzoek gedaan naar de beroepsgroepen die het meest door een burn-out getroffen worden. Het hoogst (in negatieve zin) scoren de gezondheidszorg/ziekenverzorging, de hulpdiensten en de verloskunde, op de voet gevolgd door beroepen in de orthopedagogie, ergotherapie en gezinsverzorging.

    Vooral in verzorgende beroepen, die onze samenleving draaiende houden, treden dus psychische aandoeningen op, blijkt uit het gezondheidsverslag van Techniker. Daarbij valt het verplegend personeel niet alleen bijzonder vaak, maar ook relatief langdurig uit. Jaarlijks gaat het om gemiddeld 34 dagen. De meeste uitval als gevolg van burn-out komt dus voor in de sociale en de gezondheidssectoren – uitgerekend de beroepen die onze samenleving draaiende houden. Personeelstekorten, lage lonen en een hoge werklast vergen hier het uiterste van werknemers. En als het niet goed met je gaat, wordt het veel lastiger om anderen te helpen. 

    Zieke werknemers hebben dan ook grote gevolgen voor de gehele economie. En toch doen leidinggevenden in Duitsland er verbazingwekkend weinig tegen. Integendeel, ze vormen vaak zelf de oorzaak van de problemen. Doordat hun stijl van leidinggeven chaotisch is. Doordat ze hun medewerkers onder druk zetten met harde deadlines en de ene na de andere vergadering. Doordat ze buiten werktijden om e-mails sturen. Doordat ze hun werknemers steeds meer taken opleggen. 

    Dit blijkt ook uit een onderzoek van ondernemingsplatform Auctority. Ruim vijfduizend ondervraagden moesten aangeven waarom zij zich op hun werkplek uitgeput voelden. Helemaal bovenaan staat prestatiedruk, gevolgd door tijdsdruk, een teveel aan werk en problemen met leidinggevenden.

    Verouderd

    Ook de druk van deadlines, de overvloed aan informatie en onduidelijke instructies bezorgen werknemers stress. Dat zijn kenmerken die met een beter arbeidsklimaat en beter leiderschap verholpen kunnen worden. Maar werkgevers verbazen zich er vooral over dat werkgevers om een vierdaagse werkweek of een prepensioen vragen en op zoek zijn naar een betere balans tussen werk en vrije tijd. In plaats van naar hen te luisteren, noemen ze hen ‘lui’ en schuiven ze de verantwoordelijkheid van zich af. 

    Toegegeven, aan sommige zaken kunnen zelfs de hoge pieten niets doen. Bijvoorbeeld aan het feit dat er vanwege de demografie overal een tekort bestaat aan vakmensen. De paar die er zijn, moeten al het werk voor hun rekening nemen. Steeds meer werk dus voor steeds minder mensen. Een vicieuze cirkel.

    Het tekort aan vakmensen kunnen de ondernemingen niet in een handomdraai wegtoveren. Wat wel kan, is ontspanning niet langer zien als een privéaangelegenheid, als iets wat uitsluitend betrekking heeft op de vrije tijd. Werk is werk en vrije tijd is vrije tijd; die visie is verouderd, zeker in deze tijden waarin mensen massaal thuis werken.

    Saundra Dalton-Smith, die als arts onderzoek doet naar de zogeheten work-lifebalans, zei hierover in een interview met Der Spiegel: ‘Verondersteld wordt dat iemand die uitrust niets doet, niet productief is. Maar dat klopt niet. We hebben rust nodig om productief te kunnen zijn.’ Als ondernemingen hun medewerkers rust gunnen, zullen deze gelukkiger worden, een gezonder gezinsleven hebben – en uiteindelijk ook nog eens langer bij hun baas blijven.

    Het is niet voldoende om eens per jaar een ‘gezondheidsweek’ in te lassen met smoothies en yoga in de lunchpauze

    In het gezondheidsverslag van zorgverzekeraar dak-Gesundheit van vorig jaar gaf slechts 51,6 procent van alle 6262 ondervraagden aan dat hun werkgever maatregelen heeft genomen om het werk ‘gezondheidsbevorderend en met zo min mogelijke belasting’ in te richten.

    Dat klinkt veelbelovend, maar het is niet voldoende om eens per jaar een ‘gezondheidsweek’ in te lassen met smoothies en yoga in de lunchpauze. Want wat vermag een beetje yoga als je op het punt staat in te storten? Dalton-Smith adviseert werknemers in het interview ook ‘voor hun behoefte aan rust niet alles van hun vakantie te verwachten’. In het ergste geval zou zulk vooruitschuiven zelfs op een burn-out kunnen uitlopen, licht ze toe. Beter kun je inzetten op kleine mogelijkheden tot ontspanning die eenvoudig zijn in te passen in het dagelijks bestaan.

    Ondertussen moeten bedrijven structurele veranderingen doorvoeren. Ze moeten de oorzaken van stress aanpakken, die per branche en onderneming enorm kunnen verschillen. Ze moeten zich afvragen of software wellicht kan helpen om bepaalde taken te schrappen, werk te herverdelen, jonge ouders te ontlasten, werktijden en -plekken flexibeler te maken. 

    En ze moeten een gezonde leefstijl en sporten aanmoedigen. Zo investeren ze op lange termijn in hun medewerkers en zorgen ze ervoor dat deze, ook op latere leeftijd, minder vaak ziek zijn. 

    Het ziekenhuis Kulmbach in Oberfranken is een voorbeeld van een organisatie die de behoeften van medewerkers serieus neemt: het biedt werknemers de mogelijkheid om te sporten op flexibele tijden en op flexibele plaatsen. Dat is vooral van belang bij arbeid in ploegendienst, waarbij mensen op onregelmatige tijden werken en niet elke week op een vaste tijd naar de sportschool kunnen. Via een app kunnen medewerkers screenshots uploaden van hun fitnesshorloges terwijl ze rennen, fietsen of wandelen. Vervolgens ontvangen ze een tegoedbon voor een supermarkt of drogisterij. Het ziekenhuis laat weten dat al 1450 van de 1920 werknemers meedoen. 

    Maar niet alle druk komt van buitenaf. Werknemers eisen ook te veel van zichzelf. De overtuiging dat je werk je identiteit bepaalt zit er bij veel mensen diep ingebakken. Maar daar lijkt eindelijk verandering in te komen. Met name jongeren willen zich niet langer kapot werken. Ze laten zien dat je nee moet zeggen als het niet meer gaat. Ze weigeren in het weekend door te werken zodat het bedrijf zijn doelen kan bereiken. Ze besteden meer aandacht aan zichzelf. En dat is hoe het hoort.

  • Hoe burn-out een modewoord werd

    Hoe burn-out een modewoord werd

    Is chronische stress een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werk, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? Volgens hoogleraar Jonathan Malesic is het arbeidsregime afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen.

    Wat hebben bankiers, influencers op TikTok en prins Harry met elkaar gemeen? Het klinkt als het begin van een flauwe grap, maar om het antwoord valt allerminst te lachen. Want die hard werkende professionals hebben allemaal last van een burn-out.

    Al vijf decennia lang bestuderen psychologen het fenomeen burn-out, en beroepsgroepen zoals artsen en maatschappelijk werkers waarschuwen er al langer voor binnen hun gelederen. In de afgelopen twee jaar is de culturele status van het verschijnsel radicaal veranderd. ‘Burn-out’ is niet langer een gespecialiseerde term die een toestand van uitputting beschrijft bij werknemers in bepaalde zware beroepen in de dienstverlening; het is een storm geworden die door de professionele elite raast. Iedereen, van dierenartsen tot accountmanagers bij Amazon, lijdt aan een burn-out; bij The New York Times lijkt het wel een vast thema, zo overvloedig als erover wordt geschreven. Hoe is ‘burn-out’ een sleutelwoord van onze tijd geworden?

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie. Corona was de oorzaak van een uitputtingsepidemie onder werknemers. De stress en de sociale ontwrichting als gevolg van een slecht gemanagede, schijnbaar eindeloos durende gezondheidscrisis stelden grenzen aan wat werknemers konden verdragen. Toch kunnen we de alomtegenwoordigheid van de burn-out niet alleen aan corona toeschrijven. De uitputting bij verpleegkundigen en leraren verklaart ten dele het toegenomen gebruik van het begrip, maar de term komt nog het meest voor bij hoogopgeleide externe medewerkers in de technologie, financiën en media. Is het syndroom dan echt het gevolg van chronische stress op het werk, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie het heeft geclassificeerd? Is het een vorm van depressie? Of is het veeleer een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werkende leven, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? 

    De intelligente en zorgvuldige studie The End of Burn-out van Jonathan Malesic schept duidelijkheid in een verwarrende discussie. Hij werpt een kritische blik op de term burn-out, die in het maatschappelijke discours een nonchalante, haast complimenteuze klank heeft gekregen. Journalistieke verhalen over het verschijnsel, zoals het veelgelezen essay van Anne Helen Petersen uit 2019, leggen vaak nadruk op de heldhaftige inspanningen van de opgebrande werknemer die tegen beter weten in tot het gaatje gaat. Dergelijke verhalen hebben het prestige van de burn-out aanzienlijk verhoogd, betoogt Malesic. Hierin wordt de aandoening op één lijn geplaatst met ‘het Amerikaanse ideaal van constant werken’. Maar ze bieden hooguit een verkapt beeld van wat een burn-out werkelijk is.

    Valse belofte

    Psycholoog Christina Maslach is een van de grondleggers van het onderzoek naar de burn-out; de Maslach Burnout Inventory is de standaard beoordelingswijze geworden bij mensen met klachten. Volgens haar bestaat de aandoening uit drie componenten: uitputting; cynisme of depersonalisatie (bijvoorbeeld wanneer artsen hun patiënten gaan zien als ‘problemen’ die opgelost moeten worden, in plaats van als mensen die een behandeling nodig hebben); en een gevoel van ineffectiviteit of zinloosheid. Over uitputting zou je nog kunnen opscheppen, maar over ineffectief werk kan dat niet. Verhalen over de wanhopige werknemer als arbeidsheld gaan voorbij aan het belangrijke feit dat een burn-out je vermogen aantast om je werk te doen. Een ‘nauwkeurige diagnostische checklist’, schrijft Malesic, kan helpen om nonchalant gebruik van de term tegen te gaan en mensen die eraan lijden aansporen om hulp te zoeken.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn

    Malesic is in meer geïnteresseerd dan alleen de klinische geschiedenis van de burn-out. Als godsdienstwetenschapper diagnosticeert hij het verschijnsel als een aandoening van de ziel. Ze komt volgens hem voort uit een kloof tussen het ideaalbeeld dat we van het werk hebben en de realiteit. Amerikanen koesteren grote fantasieën over wat werk hun kan bieden: geluk, waardering, identiteit en verbinding. De realiteit is echter veel minder rooskleurig. Sinds de jaren zeventig zijn de arbeidsomstandigheden in veel economische sectoren steeds slechter geworden. Terwijl onze economie de ongelijkheid in de hand werkt en steeds veeleisender wordt, hebben velen van ons die fantasieën alleen maar versterkt.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn, en zouden worden wie we willen zijn. Een valse belofte, zegt Malesic. Zijn boek wordt zelden polemisch, toch is de strekking ervan sterk moreel-religieus. Hij verzet zich tegen het wrange idee dat we onze waardigheid ontlenen aan ons werk, waardoor degenen die niet werken – ouderen en mensen met een beperking – geen waarde hebben. Integendeel: alle mensen hebben intrinsieke waardigheid, maar door een arbeidsregime dat is afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen, slagen we er niet in elkaars menselijkheid in ere te houden.

    Geen schim van zichzelf

    Malesic is misschien een ongeloofwaardige spreekbuis voor burn-outslachtoffers, omdat hij de perfecte baan leek te hebben. Als hoogleraar met een vaste aanstelling kon hij lesgeven over zijn geliefde onderwerpen: religie, ethiek en theologie. Hij had intelligente en vriendelijke collega’s en zijn salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden waren royaal. Maar niemand had door dat hij geen schim meer was van zijn vroegere zelf. ’s Middags kon hij amper lesgeven. Door zijn langeafstandshuwelijk was hij veel alleen en hij vulde zijn avonden met ijs eten en bier drinken. Zijn ongeïnspireerde en onverschillige studenten, met hun neiging naar verveling en plagiaat, hadden hem geestelijk gebroken.

    Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet

    Malesic zegde zijn baan op en besloot uit te zoeken wat er met hem aan de hand was. Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet. Zijn baan opzeggen hielp daarentegen wel. Zo kwam hij tot de conclusie dat hij een burn-out had. 

    De legendarische socioloog C. Wright Mills opperde dat de ‘sociologische verbeelding’, waarmee we kunnen begrijpen hoe onze eigen ervaringen bredere sociale en historische krachten weerspiegelen, ons kan helpen onze schijnbare privéproblemen te koppelen aan maatschappelijke kwesties. De burn-out biedt als individuele manifestatie van een kapot arbeidssysteem een uitgelezen kans om nieuw licht te werpen op dat systeem. De opkomst van de burn-out loopt ruwweg parallel met de ontwikkeling van een specifieke fase in de Amerikaanse economische geschiedenis.

    Uitzendbranche

    In de jaren zeventig doofde de naoorlogse bezieling uit en nam de ongelijkheid exponentieel toe. De opkomst van de uitzendbranche, twee decennia daarvoor, was daarvan de voorbode. Consultants begonnen bedrijven te adviseren dat ze hun vaste werknemers moesten ontslaan. ‘De uitzendkracht werd de ideale werknemer,’ merkt Malesic op. De werknemer werd beschouwd als een blok aan het been, niet langer als een productieve kracht. Als gevolg van de deregulering en de afnemende macht van de vakbonden wisten bedrijven het risico te verschuiven van kapitaal naar arbeid. Ondertussen stelde de groeiende dominantie van de dienstensector nieuwe emotionele eisen aan werknemers. In dienstverlenende banen zijn onze persoonlijkheid en emoties ‘de belangrijkste productiemiddelen’: dat is wat de werkgevers inhuren en waarover zij controle uitoefenen.

    In die context ontstond een nieuwe morele richtlijn voor het werk: een ‘eenrichtingsstelsel van beloning’ tussen werkgevers en werknemers, zoals socioloog Allison Pugh het noemt. Werknemers moeten zich met hart en ziel aan hun werk wijden, willen ze een baan krijgen (en behouden), terwijl hun werkgevers zich niet verplicht voelen iets terug te doen. Het zijn de ideale omstandigheden voor een burn-outepidemie. Hierbij mogen we één feit niet vergeten: sinds 1974 is de arbeidsproductiviteit gestegen, terwijl de reële lonen gelijk zijn gebleven. We werken harder en krijgen er niets voor.

    Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS

    Ondertussen zijn, als compensatie voor een steeds onzekerder economie, onze fantasieën over werk alsmaar intenser geworden. Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS. Uit een recent onderzoek van Pew Research Center blijkt dat 80 procent van de Amerikanen zichzelf omschrijft als ‘hardwerkend’; geen enkele andere eigenschap werd zo vaak genoemd. Het werk zelf is slechter geworden, maar onze werkidealen blijven verheven. Als een burn-out, zoals Malesic zegt, voortkomt uit de discrepantie tussen het ideale en het reële, dan is de aandoening een straf voor idealisten.

    William Morris droomde in zijn beroemde essay Useful Work versus Useless Toil van een politieke transformatie waarbij al het werk plezierig zou worden gemaakt. Malesic daarentegen vindt dat ons werk helemaal niet het middelpunt van ons leven zou moeten zijn. Sinds Max Webers studie van de protestantse ethiek wordt het christelijke gedachtengoed vaak verantwoordelijk gehouden voor giftige arbeidsidealen. Malesic stelt echter dat het gif het tegengif kan leveren. Religieuze erediensten en de joodse sabbat zijn bijvoorbeeld vormen van vrije tijd die bevestigen dat er hogere waarden zijn dan werk. Hij laat ons gemeenschappen zien die denken en handelen op een religieuze manier, waarbij werk marginaal is of binnen strikt in acht genomen grenzen wordt uitgevoerd: een benedictijns klooster in de woestijn van New Mexico en een non-profitorganisatie in Dallas die voor de een een droomwerkplek lijkt en voor de ander een charismatische sekte. Dergelijke voorbeelden laten zien hoe gemeenschappen waarin werk ondergeschikt is aan hogere doelen economisch kunnen overleven en tegelijkertijd het welzijn van hun leden kunnen bevorderen.

    Nerveuze uitputting

    Het uitstekende boek van Malesic heeft één tekortkoming. Ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee hij de klinische geschiedenis van de burn-out blootlegt, onze werkidealen aanklaagt en nieuwe manieren voorstelt om ons leven te organiseren, blijft de politieke lading van zijn centrale term erg vaag. Is de burn-out een wapen van de zwakkeren, een manier om terug te slaan tegen een onrechtvaardig arbeidsregime? Of is het de nieuwste aanstellerij van een in zichzelf gekeerde en neurotische elite die voortdurend claimt het slachtoffer te zijn, terwijl ze op veilige afstand staat van de deaths of despair die de Amerikaanse arbeidersklasse teisteren en van het vuile werk in slachthuizen, gevangenissen en dergelijke?

    Malesic heeft aandacht voor de druk op de werkplek, die vrouwen en raciale minderheden naar een burn-out dirigeert. Ook is zijn benadering van invaliditeit verfrissend: hij laat zien hoe leven met een beperking ons ertoe kan brengen ons heersende verhaal over werk te heroverwegen; daarvoor baseert hij zich op het voortreffelijke essay The Right Not to Work van de gehandicapte kunstenaar Sunny Taylor. Klassenverschillen komen echter nauwelijks in zijn analyse voor, behalve in een beknopte bespreking over de ‘witteboordendienstbaarheid’ die tegenwoordig van de arbeidersklasse wordt verwacht en in een interview met een fervent fietser die een vinger verloor tijdens zijn werk in een bandenfabriek. Hij vermeldt niet hoe wijdverbreid de burn-out is onder mensen uit de arbeidersklasse; in zijn boek gaat het meestal over artsen en hoogleraren.

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting. Het was de ziekte van de welgestelde, hoogopgeleide negentiende-eeuwse Amerikaanse intellectuelen. De taal die doet denken aan de burn-out duikt inderdaad op in American Nervousness, de klassieke verklaring over neurasthenie die in 1881 werd gepubliceerd door de arts George M. Beard. Hij vergelijkt het menselijk zenuwstelsel met een elektrisch circuit: ‘Er breekt een periode aan waarin de hoeveelheid kracht onvoldoende is om alle lampjes brandende te houden; de zwakste lampjes doven het eerst.’

    Dit precedent is zo evident dat het nog een andere reden biedt om te vermoeden dat de burn-out, net als neurasthenie, een exclusieve aandoening is. Het is bizar, stelt Daniel Markovits in zijn recente boek The Meritocracy Trap, hoe hard de superrijken werken in de huidige economische orde. De rijkste 1 procent bestaat grotendeels uit directeuren, investeerders, consultants, advocaten en gespecialiseerde artsen die extreem veel werken, soms meer dan zeventig uur per week. Het is onwaarschijnlijk dat deze werkverslaafde elite erg hoog zou scoren als het aankomt op inefficiëntie (uitputting en cynisme zijn een ander verhaal). Maar de vreemde werkethiek die de rijken voor zichzelf hebben bedacht is wel uitermate relevant als je de burn-out wilt begrijpen als cultureel fenomeen, vooral nu het zijn traditionele slachtoffers overstijgt – artsen, verpleegkundigen, leraren, maatschappelijk werkers – en toeslaat in de ruimere gelederen van kenniswerkers.

    Arbeidersklasse

    De arbeidsidealen die Malesic bestempelt als verhalen die de ziel verwoesten, zijn voor een groot deel die van de midden- en hogere klasse; veel mensen uit de arbeidersklasse, die door ervaring wijs zijn geworden, hebben allang door dat uitbuiting een realiteit is. Het moge duidelijk zijn dat ook in de arbeidersklasse burn-outs voorkomen. Uit een recent Brits onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat slechtbetaalde, laagopgeleide werknemers vaker het gevoel hebben dat hun baan zinloos is.

    De burn-out is ook niet alleen een Amerikaans verschijnsel. Van de tang ping-protestbeweging in China tot de verontwaardiging over sterfte door overwerk in Japan en Zuid-Korea: in rijke landen groeit het verzet tegen onmenselijke arbeidsidealen die van welvaart een vloek maken. Zweden en een paar andere Europese landen geven werknemers met een burn-out betaald verlof, en in Finland kunnen burn-outpatiënten in aanmerking komen voor betaalde revalidatieworkshops.

    In de strijd voor humanere arbeidsomstandigheden heeft de burn-out dus weinig invloed. Bovendien bewijst Malesic ons een dienst door te verhelderen hoe onze massale waanideeën ons ervan weerhouden te floreren op het werk. ‘Burn-out’ is hooguit een overgangsterm: als onderwerp van culturele fixatie is het op z’n minst een begrip dat gemakkelijk kan worden weggekaapt door de elite. Op z’n best is het bijna volledig een fenomeen van de elite.

    De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals

    Dat de burn-out mainstream aan het worden is, betekent niet dat er een beter maatschappelijk gesprek ontstaat over de positieve kanten van het nietsdoen, of over het streven naar minder vervreemdende vormen van werk. De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals die van overwerk een fetisj maken. De burn-out zal de kenniswerkers en de arbeidersklasse niet dichter bij elkaar brengen, als die laatste consequent buiten de cijfers wordt gehouden of als de arbeiders anders over hun uitbuiting denken. Malesic hoopt de term ‘burn-out’ te beperken tot de officiële klinische criteria. Maar juist de brede betekenis van de term maakt hem aantrekkelijk; zelfverklaarde burn-outgevallen kunnen zichzelf feliciteren met hun ijver, terwijl ze het stigma van depressie of een andere zwaardere diagnose ontlopen.

    De burn-out is een indicator dat er iets is misgegaan in de manier waarop we ons werk organiseren. Maar als concept blijft het vastzitten in een oud denkkader: een arbeidsethos dat al twijfelachtig was in de Amerikaanse industriële periode. Een arbeidsethos dat nu nog moeilijker op waarde kan worden geschat, in deze periode van extreme ongelijkheid en toenemende onzekerheid bij beroepen die ooit zekerheid boden. De burn-out van Malesic lijkt voorbestemd om het lot van neurasthenie achterna te gaan, en misschien wel dat van alle ideeën die ooit in de tijdgeest opkwamen: fel branden om vervolgens weer uit te doven.

    Jonathan Malesic, The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives (‘Het einde van de burn-out: Waarom werk ons leegzuigt en hoe we een beter leven kunnen opbouwen’), University of California Press, 288 pagina’s.

  • De toekomst van werk in een veranderende arbeidsmarkt

    De toekomst van werk in een veranderende arbeidsmarkt

    Niet alleen de pandemie heeft de manier waarop mensen denken over hun baan verandert. Ook andere ontwikkelingen, zoals voortschrijdende digitalisering en het groeiende aantal burn-outs, maken dat werk en de arbeidsmarkt aan een grondige herziening toe zijn.

    Heeft het kantoor nog de toekomst?

    In de afgelopen decennia veranderde het uiterlijk van veel kantoren drastisch.

    Aparte ruimtes en hokjes verdwenen en toepassingen uit de technologie werden geïntegreerd in open kantoorruimtes die geschikt waren voor werk in teamverband. Tegelijkertijd maakte digitalisering met e-mail, Google Docs, videoconferenties en Slack de aanwezigheid van werknemers in die kantoren minder essentieel. De pandemie maakte duidelijk dat veel werk ook elders verricht kan worden en wierp de vraag op waar het kantoor eigenlijk voor is: een plek voor nieuwelingen om te leren van ervaren collega’s? Een vorm om luiwammesen in de gaten te houden? Een ruimte voor samenwerking en sociaal contact?

    Een groot deel van Amerikaanse werknemers wil verhuizen uit de grote stad of heeft dat al gedaan

    Volgens Upwork, een platform voor freelancers, werkt 27 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking dit jaar op afstand en willen zo’n twintig miljoen werknemers verhuizen, of hebben dat al gedaan, velen van hen uit de grote steden. Leegstand in kantoren blijft stijgen. CBRE, ’s werelds grootste vastgoedadviesbureau, schat de leegstand van kantoren in San Francisco op ruim 16 procent, hoger dan ooit. Grote vastgoedbedrijven die voorheen recessiebestendig waren vanwege langlopende commerciële huurcontracten, hebben het afgelopen jaar ruim een derde van hun beurswaarde verloren. Kortom, er zal een nieuw evenwicht moeten worden gevonden.


    De ‘digitalenvaardighedenkloof’

    Digitalisering dwingt bedrijven om voortdurend hun bedrijfsmodellen en -processen aan te passen.

    Ondertussen merken werknemers dat ze, om mee te kunnen blijven gaan met die veranderingen, bereid moeten zijn om levenslang te leren. Maar uit onderzoek van Initiative21, een Duitse ngo die onderzoek doet naar de maatschappelijke uitdagingen van het digitale tijdperk, blijkt dat de ‘digitalevaardighedenkloof’ in Duitsland nog groot is. Zo is 59 procent van de internetgebruikers anderhalf jaar na het uitbreken van de pandemie nog steeds niet in staat een videoconferentie op te zetten. Slechts 20 procent van de mensen met een kantoorbaan beheerst een programmeertaal. Die hebben ze momenteel waarschijnlijk nog niet nodig, maar dat kan snel veranderen. De samenleving heeft behoefte aan ‘een beter begrip van onderlinge verbanden in tijden van digitalisering’, aldus Hannes Schwaderer, voorzitter van het D21-initiatief. ‘Een leven lang leren moet routine worden.’

    Sommige bedrijven in Duitsland hebben eigen opleidingen, maar dat is nog een zeldzaamheid. Experts verwachten dat dat in de toekomst gaat veranderen, omdat het opleiden van werknemers in alle sectoren steeds belangrijker wordt. Want hoe verder de digitalisering vordert, des te specialistischer de banen worden. Daardoor zal het voor bedrijven zonder eigen opleiding steeds moeilijker worden om geschikte medewerkers te vinden. (Focus, München)


    Meer dan alleen werk

    In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.

    Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.

    De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.

  • Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Cubanen uiten woede in niet eerder vertoonde protesten

    Het Caribische eiland ‘had sinds 1994 geen demonstraties van deze omvang meer gekend’, schrijft de onafhankelijke site Cubanet. Van Havana tot Santiago zijn zondag duizenden Cubanen de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering, terwijl het eiland de ergste economische crisis in dertig jaar doormaakt, die nog verergerd is door de coronapandemie.

    Volgens Miami Herald heeft de datajournalistieksite Inventario vijfentwintig rally’s geteld in verschillende steden op het eiland. De demonstraties, waarvan de beelden op grote schaal werden verspreid op sociale netwerken, begonnen spontaan op zondagochtend, een zeldzame gebeurtenis in dit land waar de enige toegestane bijeenkomsten die van de regerende communistische partij zijn.

    Deze volkswoede komt na maanden van tekorten aan medicijnen en voedsel, meldt Diario de Cuba. CNN wijst erop dat de toch al haperende economie van Cuba hard is getroffen doordat het toerisme en de invoer van goederen tijdens de pandemie sterk zijn gedaald. De protesten van zondag komen op een moment dat Cuba te maken heeft met een ongekend aantal nieuwe infecties en sterfgevallen in verband met covid-19, aldus Havana Times.

    ‘De mensen zijn het zat. De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval’

    ‘De mensen zijn het zat’, vertelde Nidialys Acosta, een ondernemer met een klein bezorgbedrijfje, aan The Washington Post. ‘De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval. Op het platteland kan het wel zes uur duren‘, zegt ze.

    ‘De energievoorziening lijkt de gemoederen bij sommige verhit te hebben‘, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel zondag tegenover verslaggevers, en gaf de VS en hun sancties de schuld van de crisis. ‘Als u wilt dat de mensen het beter krijgen, moet u eerst het embargo opheffen, dat al sinds 1962 van kracht is’, zei hij. ‘Er is een Cubaans-Amerikaanse maffia die heel goed betaalt op sociale media (…). Zij hebben de situatie in Cuba als voorwendsel gebruikt en overal in het land tot demonstraties opgeroepen‘, verklaarde hij, terwijl hij zijn aanhangers aanmoedigde de straat op te gaan.

    Lees ook:

    Aan het eind van de dag waren meerdere groepen demonstranten in verschillende delen van de hoofdstad bijeengekomen om zich voor te bereiden op de protestmars. Adonis Milán, theaterdirecteur in Havana, vertelde The New York Times dat er oproerpolitie op straat was en dat verschillende artiesten waren gearresteerd nadat ze hadden gevraagd om op nationale televisie te mogen spreken. ‘Ik wist te ontsnappen’, legde hij uit. Zondagavond riep Washington Cuba op om geen geweld te gebruikten tegen de demonstranten.

    Volgens The Washington Post ‘benadrukken deze protesten de risico’s die de Cubaanse regering heeft genomen door het land van 11 miljoen mensen in 2019 breder open te stellen voor het internet, toen het toegang kreeg tot 3G, en sociale media zo toegankelijker werden‘. Dissidenten hebben met name het internet gebruikt om hun anti-regimeboodschap te verspreiden, vooral na de arrestatie vorig jaar van Denis Solís, een Havaanse rapper en criticus van de regering. Mobiel internet werd zondagmiddag in een groot deel van het land afgesloten toen de protesten aan kracht wonnen.


    Zuid-Afrika in de greep van geweld na opsluiting Zuma

    Vijf dagen na de gevangenneming van de voormalige Zuid-Afrikaanse president zijn verschillende regio’s in Zuid-Afrika nog steeds het toneel van geweld. Wegen zijn afgesloten, er vinden plunderingen plaats en er zijn schermutselingen met de politie geweest. De Zuid-Afrikaanse pers vraagt zich af of aanhangers van Jacob Zuma proberen de regering te dwingen hun leider vrij te laten.

    Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof boog zich op maandag 12 juli opnieuw over de zaak-Zuma. Twee weken geleden veroordeelde het de voormalige president tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens minachting van het Hof – Zuma weigerde vragen te beantwoorden in het kader van een onderzoek naar een uitgebreid systeem van corruptie dat werd opgezet toen hij aan de macht was, van 2009 tot 2018. Het hoogste Zuid-Afrikaanse rechtscollege moet dat vonnis nu herzien en zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van een veroordeling die meer op vorm dan op inhoud is gebaseerd.

    De opsluiting van een voormalige president – een primeur in de geschiedenis van Zuid-Afrika – is niet alleen een politieke aardbeving. Het is ook al sinds enkele dagen het startpunt van een uitbarsting van geweld.

    Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen

    De woede-uitbarstingen begonnen in KwaZulu-Natal, de thuisregio van Jacob Zuma, en verspreidden zich vervolgens naar Johannesburg, de economische hoofdstad, meldde Daily Maverick. Wegen, waaronder de belangrijkste verbindingsweg tussen de twee provincies, zijn afgesneden, er zijn schermutselingen met de politie geweest en er is geplunderd. Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen, meldt News 24.

    Zoals het Zuid-Afrikaanse dagblad opmerkt, vinden deze rellen ook plaats tegen een achtergrond van economische crisis, die door de coronaepidemie voor veel Zuid-Afrikanen steeds moeilijker te dragen is geworden. Op zondag 11 juli kondigde president Cyril Ramaphosa aan dat de beperkingen die waren ingesteld om de ziekte te bestrijden, met twee weken werden verlengd. Tijdens zijn toespraak waarschuwde hij ook dat gewelddadigheden niet zouden worden getolereerd.

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie?

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie? ‘Decennialang is geweld een politiek instrument geweest in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheid gebruikte de regering geweld, en na de komst van de democratie bleef geweld gebruikt worden. Stakingen waren gewelddadig, maar dat gold ook voor interne rivaliteiten binnen politieke partijen‘, aldus Daily Maverick in een ander artikel.

    De rivaliserende leiders van het ANC, Jacob Zuma en Cyril Ramaphosa, zijn al maanden in een bittere strijd verwikkeld. De aanhangers van de eerste groep hebben verschillende malen tevergeefs geprobeerd de macht van de tweede groep over te nemen. Na zijn veroordeling probeerde de voormalige president een nieuwe rol te spelen in deze interne strijd door zijn zoon naar voren te schuiven, zijn militanten te mobiliseren, en tot het laatste moment te wachten om uiteindelijk in te stemmen met zijn gevangenneming.

    ‘Jacob Zuma’s aanhangers willen de mensen misschien doen geloven dat zij in staat zijn het land tot de grond toe af te branden en dat de enige manier om hen te stoppen de vrijlating van [hun leider] is‘, meent Daily Maverick. ‘Maar zelfs als het geweld hevig is, is het onwaarschijnlijk dat het zijn doel bereikt. Integendeel, het zal Zuma binnen het ANC verder verzwakken en de hoop op gratie of een terugkeer in de politiek nog verder doen vervliegen.’

    Kortere werkweek is een succes

    Proeven met een kortere werkweek in IJsland zijn een succes geworden. De productiviteit bleef gehandhaafd en het welzijn werd verbeterd. Door dit resultaat heeft de meerderheid van de IJslandse werknemers nu of in de toekomst recht op een kortere werkweek, bericht EuroNews.

    Voor de proeven werd het aantal werkuren tussen 2015 en 2019 verlaagd van 40 naar 35 of 36 uur. Het leidde tot verminderde niveaus van stress en burn-out, en een verhoogd of gelijkblijvend productiviteitsniveau. Bij de proeven, die werden geleid door de overheid en de BSRB, een belangrijke vakbondsfederatie, waren ongeveer 2500 mensen betrokken, 1 procent van de IJslandse beroepsbevolking. Volgens het eindrapport was de proef ‘een overweldigend succes’, omdat het welzijn van de werknemers een impuls kreeg, er een betere balans tussen werk en privéleven ontstond, en er sprake was van ‘een betere coöperatieve sfeer op de werkvloer’. De werknemers ontvingen voor de minder gewerkte uren hetzelfde inkomen als voorheen.