Misschien denkt Mark Zuckerberg dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar hij heeft het mis, schrijft journalist Franklin Foer.
Het wordt smullen als het wonderkind er straks van langs krijgt. Al die politici die Mark Zuckerberg de volle laag gaan geven – ironisch genoeg in de hoop daarmee zelf viraal te gaan. Ze zullen de oprichter van Facebook het vuur aan de schenen leggen en hem allerlei vreselijke wandaden proberen aan te wrijven [Zuckerberg getuigde intussen op 10 en 11 april]. Heerlijk spektakel wordt dat. Maar met spektakel heb je nog geen goed beleid.
Na de laatste schandalen rond Facebook is de stemming rond de grote techbedrijven razendsnel omgeslagen. We horen alleen meer boze klachten dan doordachte plannen. Het best uitgewerkte voorstel dat in het Congres circuleert en op enthousiaste steun kan rekenen, behelst regels voor politieke advertenties op het internetplatform. Die zullen de macht en de omzet van het bedrijf nauwelijks aantasten. En het wetsvoorstel pakt de kern van het probleem niet aan: het ontbreken van goede regelgeving om onze persoonsgegevens te beschermen.
Ons digitale leven wordt gedomineerd door het feit dat het internet een massamedium werd in de jaren negentig, toen het vrijemarktdenken hoogtij vierde. Toen we het privatiseerden, om het uit handen te trekken van de onderwijsinstellingen en overheidsinstanties die er aanvankelijk als enigen gebruik van maakten, hebben we onze maatschappelijke neiging tot regulering bedwongen. Anders dan voorheen met het bankenstelsel, de luchtvaart of de landbouw hebben we voor het internet geen strenge regelgeving opgesteld om onze veiligheid en grondwettelijke waarden te beschermen.
Van de zijlijnen van het debat roepen internetactivisten dit al langer, en ergens waren misschien ook de meeste Facebookgebruikers zich wel van de gevaren bewust. Maar een abstract besef van de grootscheepse exploitatie van onze persoonlijke data is iets anders dan een scherpe illustratie van de manier waarop die data tegen je kunnen worden gebruikt – zoals de onthullingen over de bijdrage van Facebook aan het fiasco van de presidentsverkiezingen. Dat Facebook de eigen rol nog steeds niet lijkt te willen erkennen, verhoogt het wantrouwen over de methoden en motieven van het bedrijf. En naarmate er meer wantoestanden aan het licht komen, kan het grote publiek weleens tot het inzicht komen dat het succes van Facebook van meet af aan gebaseerd was op leemtes in onze wetgeving.
Als je er even rustig over nadenkt, is dat onmiskenbaar: het hele verdienmodel van Facebook berust op het uitkleden van onze privacy. Het bedrijf wil gebruikers ertoe aanzetten zo veel mogelijk persoonlijke gegevens te delen – wat ze zelf ‘radicale transparantie’ noemen – en ze nauwlettend volgen, zodat ze bij de site ‘betrokken’ blijven en met gerichte advertenties kunnen worden bestookt. Af en toe maakt Mark Zuckerberg wel een gebaar in de richting van privacybescherming, maar het is altijd heel duidelijk hoe hij er echt over denkt. In 2010 zei hij bijvoorbeeld dat privacy geen ‘sociale norm’ meer is. (In een bui van puberale overmoed noemde hij zijn gebruikers ook al eens ‘domme eikels’, omdat ze hem zomaar al hun persoonsgegevens toevertrouwen.) Ook leidinggevenden in het bedrijf lijken zich bewust van de reikwijdte van hun systeem. Iemand van Facebook met wie ik onlangs in een gesprekspanel zat, gaf toe dat hij de site al jaren niet meer gebruikt, om zijn eigen privacy te beschermen.
We moeten ons goed bewust zijn van die ideologische onverschilligheid over privacy. Dan is er niets schokkends aan de nonchalance die spreekt uit de hele affaire rond Cambridge Analytica. Blijkbaar zag Facebook er geen been in om jouw data aan de charlatans van Cambridge Analytica te overhandigen – zonder die lui na te trekken of zich ook maar even af te vragen wat hun achterliggende reden voor het verzamelen van zo veel privacygevoelige informatie kon zijn. En dit incident stond niet op zichzelf. Facebook gaf die dataverzamelaars toegang tot onze gegevens, omdat het een duivels pact heeft gesloten met ontwikkelaars van externe apps. Het bedrijf had die ontwikkelaars nodig om gebruikers te verleiden steeds meer tijd op Facebook door te brengen. Zoals mijn collega Alexis Madrigal eerder al beschreef, stelde Facebook nauwelijks eisen aan het verzamelen van gegevens, ondanks de felle kritiek die het daarop kreeg.
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting. Onze intieme gegevens werden vrijelijk gedeeld met kwaadwillende personen die onze politieke overtuiging, ons denken en ons consumptiepatroon willen manipuleren. Allemaal kinderspel voor de eigenaren van Cambridge Analytica. Onze data, in feite een röntgenfoto van ons innerlijk, werden buiten ons medeweten door Facebook als koopwaar verhandeld.
In het verleden hebben Amerikanen altijd verlangd dat de overheid hen tegen al te machtige marktpartijen beschermde. Tegen banken die onze menselijke zwakheden en kennisachterstand willen uitbuiten, beschermt de wet ons met een verbod op de verhandeling van onze financiële gegevens. Omdat voedselfabrikanten soms vreselijke ingrediënten in hun producten stoppen, worden ze door de overheid verplicht alle ingrediënten op het etiket te vermelden. In het verkeer heeft de overheid snelheidslimieten vastgesteld en gebruik van de veiligheidsgordel verplicht. Er zitten mazen in al die wetten, maar er heerst een zwaarwegende consensus dat dit allemaal beter is dan wetteloosheid. Dat historische model moeten we nu ook gaan toepassen op onze nieuwe wereld.
Gelukkig hoeven we niet zelf het wiel uit te vinden. In mei wordt in de EU de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Verschillende Europese landen hebben in de loop der tijd ieder hun eigen regels en toezichthouders voor de technologiesector ontwikkeld. Met deze nieuwe verordening komt er één standaard voor de hele EU – een enorme en grotendeels prijzenswaardige poging om techbedrijven te dwingen helder uit te leggen wat zij van plan zijn met de persoonsgegevens die ze verzamelen. Het geeft burgers ook meer mogelijkheden om de exploitatie daarvan aan banden te leggen, onder meer via het recht op het wissen van persoonlijke data.
Amerikaanse toezichthouder
Het wordt tijd dat we in de VS onze eigen toezichthouder krijgen, in overeenstemming met onze eigen waarden en tradities – een Data Protection Authority. Die naam is, zoals ik in mijn boek World Without Mind al schreef, een doelbewuste verwijzing naar de overheidsinstantie (de Environmental Protection Authority) die op de naleving van onze milieuwetgeving toeziet. Er zijn overeenkomsten tussen het milieu en onze privacy. Het zijn allebei zaken waarvoor een volledig vrije marktwerking fataal zou zijn. We laten weliswaar toe dat het bedrijfsleven de lucht, het water en de bossen vervuilt, maar we leggen toch belangrijke beperkingen op aan de commerciële exploitatie van onze leefomgeving. Dat moeten we met onze privacy ook gaan doen. Onze burgers zouden net als in Europa het recht moeten krijgen hun gegevens van servers te wissen. Bedrijven moeten worden verplicht standaardinstellingen zo in te richten dat het voortaan een actieve keuze van gebruikers is om zich te laten bespioneren, in plaats van dat ze zonder iets te doen automatisch hun privacy prijsgeven.
De oprichting van zo’n Data Protection Authority werpt natuurlijk allerlei lastige vragen op. Er is een reële angst dat het grote geld nieuwe regels zal willen aanwenden om onwelgevallige journalistiek het zwijgen op te leggen. Gelukkig is onze jurisprudentie op het gebied van persvrijheid een stuk sterker dan in Europa, en we kunnen ervoor zorgen dat bescherming van de persvrijheid stevig in die nieuwe regelgeving wordt verankerd. Bovendien is niets doen een veel grotere bedreiging voor onze democratie. Als onze privacy eenmaal is verdwenen, krijgen we die nooit meer terug. En als demagogen de zwakheden in ons systeem gaan uitbuiten, kan dat de genadeklap voor onze politieke normen en waarden betekenen.
Bij de ontwikkeling van hun app om Facebookgebruikers over te halen hun gegevens prijs te geven, maakte Cambridge Analytica een duivelse grap. Ze gaven dat Trojaanse paard een naam die leek aan te kondigen hoe ver hun plannen reikten: ze doopten hun app thisisyourdigitallife. Als we alle boze woorden nu eens omzetten in daden, hoeft dit niet ons digitale leven te worden.
De auteur van dit artikel, journalist bij The Atlantic, publiceerde in september vorig jaar het boek World Without Mind(360 publiceerde voor uit de Nederlandse vertaling, Ontzielde wereld (bekijk de voorpublicatie hier). Daarin levert hij kritiek op de macht van grote technologische bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple. ‘Dat deze bedrijven fantastische dingen voor ons hebben ontwikkeld en dat wij dat kunnen beschouwen als geweldige innovaties, wil nog niet zeggen dat we hun duistere kanten buiten beschouwing moeten laten,’ zei Foer onlangs in een interview met het blad Wired. Als men zich een ranglijst zou kunnen voorstellen van ‘de meest diabolische bedrijven’ ter wereld, dan zou Facebook volgens hem bovenaan staan, gevolgd door Amazon, Google en Apple.
The Atlantic
Verenigde Staten | weekblad | oplage 494.000
Anticipatievermogen is altijd een van de sterke kanten geweest van The Atlantic sinds het blad in 1857 voor het eerst verscheen. De eerbiedwaardige publicatie, waaraan de meest prestigieuze pennen van hun tijd bijdragen hebben geleverd, heeft beter dan welk ander Amerikaans tijdschrift de overgang naar het internettijdperk weten te maken. De website is een zeer dynamische plek voor reflectie en debat.
Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel?
In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.
‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’
Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’
Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’
Palantir
Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’
Wie is haar vader?
‘Eric Schmidt.’
Eric Schmidt – de topman van Google?
‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’
Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.
In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.
Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.
Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.
Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen
Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.
Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.
Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.
Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.
Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.
Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.
Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’
Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.
Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.
Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’
Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.
AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.
Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.
Gestoord
Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’
Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.
Wie is Chris Wylie?
‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’
Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’
Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.
Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.
Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.
Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.
Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.
SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’
Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.
En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.
Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.
Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’
De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.
Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?
‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’
‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’
Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’
In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.
David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’
Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.
‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.
Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.
In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?
Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.
Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.
The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.
Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.
Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.
‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’
In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.
Dominic Cummings
De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.
Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’
Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.
Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.
De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.
Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.
Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.
En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’
Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.
Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen
Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.
En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.
Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’
Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.
Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’
Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.
Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.
Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.
‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’
Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.
Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.
‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’
Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.
En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.
Rusland
Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.
De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.
The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.
Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.
Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.
Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’
Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.
Robert Mercer, een computerwetenschapper die banden heeft met Donald Trump, Steve Bannon en Nigel Farage, is de spin in het web van een rechts propagandanetwerk. Zo is hij verbonden aan Cambridge Analytica, een bedrijfje dat kiezers gericht bestookt via Facebook. ‘Het is hersenspoelen. Het is ongekend gevaarlijk.’
Onlangs ontbood Donald Trump leden van de wereldpers, om hen vervolgens voor leugenaars uit te maken. ‘De pers is volkomen dolgedraaid,’ zei hij. ‘De mensen geloven jullie niet langer.’ CNN werd omschreven als ‘nepnieuws… het ene na het andere slechte artikel’. De BBC was ‘al niet veel beter’.
Die avond heb ik twee dingen gedaan. Eerst heb ik ‘Trump’ ingetikt in het zoekvak van Twitter. Op mijn eigen feed viel te lezen dat Trump gestoord was, een gek, dat hij raasde en tierde. Maar niet overal werd het zo geïnterpreteerd. Ik zag een hele reeks berichten met: ‘Go, Donald!!!!’, of met: ‘Zeg ze maar eens flink de waarheid!!!!’ Ik zag emoji’s van de Amerikaanse vlag of opgestoken duimen, ik zag video’s waarin Trump van leer trekt tegen ‘de liegende mainstreammedia met hun NEPnieuws!’
Trump had gesproken en zijn publiek had de boodschap opgepikt. Vervolgens deed ik wat ik nu al tweeënhalve maand doe: ik googelde ‘de mainstreammedia zijn…’ En daar kwam het. Google vulde automatisch aan: ‘de mainstreammedia zijn… dood, op sterven na dood, nepnieuws, nep, afgeschreven.’ Zijn de mainstreammedia inderdaad ten dode opgeschreven, vroeg ik me af? Is het nepnieuws als winnaar uit de strijd gekomen? Zijn wij nu nepnieuws? Zijn de mainstreammedia – wij, ik – op sterven na dood?
Hedgefondsmiljardair
Ik klik op de eerste link die Google geeft. Die leidt me naar een website van CNSnews.com, met daarop het volgende artikel: ‘De mainstreammedia zijn afgeschreven.’ Ze zijn afgeschreven, lees ik, omdat ze – wij, ik – ‘niet te vertrouwen zijn’. Hoe is het mogelijk dat een of andere duistere site waarvan ik nog nooit heb gehoord, Googles zoekalgoritme over dit onderwerp domineert? Onder de ‘Over ons’-knop staat te lezen dat CNS News onderdeel uitmaakt van het Media Research Center, en nog een klik later lees ik dat dit ‘de mediawaakhond van Amerika’ is, een organisatie die zich laat voorstaan op ‘zijn niet-aflatende inzet om een tegenwicht te bieden aan de linkse vooringenomenheid in nieuws, media en populaire cultuur’.
Nog een paar klikken later kom ik tot de ontdekking dat de financiering van de site – en dan gaat het om meer dan 10 miljoen dollar in de afgelopen tien jaar – goeddeels afkomstig is van één enkele bron, en wel de hedgefondsmiljardair Robert Mercer. Voor wie de Amerikaanse politiek volgt zal dit geen onbekende zijn. Robert Mercer is het grote geld achter Donald Trump. Maar vervolgens zal ik tot de ontdekking komen dat Robert Mercer het grote geld is achter nog veel meer. Hij was Trumps belangrijkste geldschieter. Mercer steunde aanvankelijk Ted Cruz, maar toen Cruz zich terugtrok uit de race om het Witte Huis heeft Mercer zijn geld – 13,5 miljoen dollar – in de Trump-campagne gestoken.
Het is geld dat hij heeft verdiend tijdens zijn carrière als briljante maar eenzelvige computerwetenschapper. Hij begon zijn loopbaan bij IBM, waar hij verantwoordelijk was voor ‘revolutionaire’ doorbraken op het gebied van programmeertalen – een vakgebied dat van essentieel belang is gebleken voor de ontwikkeling van de kunstmatige intelligentie zoals wij die nu kennen. Later werd hij een van de CEO’s van Renaissance Technologies, een hedgefonds dat zijn geld verdient met het opstellen van algoritmen voor de handel op de financiële markten. Een van zijn fondsen, Medallion, dat alleen het geld van de eigen werknemers beheert, behoort tot de meest succesvolle ter wereld – tot nog toe heeft het 55 miljard dollar gegenereerd. Sinds 2010 heeft Mercer 45 miljoen dollar gedoneerd aan verschillende politieke campagnes – uitsluitend van Republikeinen – en nog eens 50 miljoen aan non-profitorganisaties – allemaal rechts en ultraconservatief. We hebben het hier over een miljardair die, zoals miljardairs gewoon zijn, probeert de wereld te vormen naar zijn eigen inzichten.
Robert Mercer spreekt zelden in het openbaar en hij spreekt al helemaal nooit met journalisten, dus om een beeld te krijgen van zijn opvattingen moet je kijken waaraan hij zijn geld spendeert: een aantal jachten, allemaal Sea Owl geheten, een modeltreinemplacement van 2,9 miljoen dollar en initiatieven die de klimaatverandering ontkennen (hij financiert een denktank die zich daarmee bezighoudt, het zogeheten Heartland Institute). Tot slot steekt hij geld in wat misschien wel het ultieme speeltje is van de man die zwemt in het geld: het onderuithalen van de mainstreammedia. Hierin wordt hij bijgestaan door zijn bondgenoot Steve Bannon, Trumps campagnemanager en inmiddels chef-strateeg. Het geld dat Mercer schenkt aan het Media Research Center, dat een tegenwicht zou willen bieden aan ‘linkse vooringenomenheid’, is slechts een voorbeeld van zijn inmenging in de media. Er zijn bredere strategieën, die tevens doelgerichter zijn. De stralende ster die hoog aan het Mercer- mediafirmament prijkt, is Breitbart.
Dankzij 10 miljoen dollar van Mercer was Bannon destijds in staat Breitbart in het leven te roepen – een rechtse nieuwssite, die is opgezet vanuit de nadrukkelijke wens een rechtse Huffington Post het licht te doen zien. De site biedt regelmatig een podium aan mensen met een antisemitische of islamofobe visie. Na een campagne van activisten wordt Breitbart inmiddels geboycot door zo’n duizend verschillende merken.
De vooraanstaande rechtse journalist Andrew Breitbart, die de site heeft opgezet maar in 2012 is overleden, zei destijds tegen Bannon dat ze ‘de maatschappij moesten terugveroveren’. Je zou kunnen zeggen dat Breitbart daarin is geslaagd, al lijkt de Amerikaanse maatschappij slechts het begin. In 2014 ging Breitbart London online, heel bewust vóór de Britse verkiezingen, liet Bannon The New York Times weten. Hij noemde Breitbart London het nieuwste front ‘in onze huidige culturele en politieke strijd’. Hierna zullen Frankrijk en Duitsland volgen.
Cambridge Analytica
Maar de naam Robert Mercer deed bij mij ook nog een ander belletje rinkelen. Mercer is verbonden aan Cambridge Analytica, een klein bedrijfje dat data analyseert. Naar verluidt heeft hij 10 miljoen dollar gestoken in het bedrijf, dat een dochteronderneming is van een groter Brits bedrijf, de SCL Group. Het bedrijf is gespecialiseerd in ‘verkiezingsmanagementstrategieën’ en ‘communicatie- en informatieprocessen’. In de afgelopen 25 jaar heeft het bedrijf in landen als Afghanistan en Pakistan de werkwijze verfijnd. In militaire kringen staan dit soort activiteiten bekend als psyops – psychologische operaties. (Massapropaganda die effect sorteert door in te spelen op de emoties van de mensen.)
Cambridge Analytica werkte voor de Trump- campagne en ook, las ik, voor de Leave-campagne in Groot-Brittannië. Toen Mercer zich achter Cruz schaarde, ging Cambridge Analytica met hem in zee. Toen Robert Mercer zich achter Trump schaarde, ging Cambridge Analytica mee. En waar Mercers geld opduikt, is Steve Bannon meestal niet ver weg: hij schijnt tot voor kort in de raad van bestuur te hebben gezeten.
Afgelopen december schreef ik over Cambridge Analytica in een artikel over de zoekresultaten die Google geeft, en die bij sommige onderwerpen worden aangevoerd door rechtse en extremistische sites. Jonathan Albright, hoogleraar Communicatie aan Elon University in North Carolina, de man die het nieuwsecosysteem in kaart heeft gebracht, was op miljoenen verbindingen gestuit tussen verschillende rechtse sites die de mainstreammedia ‘aanvallen’. Hij vertelde me dat trackers van sites als Breitbart ook kunnen worden ingezet door bedrijven als Cambridge Analytica, om mensen te volgen op hun omzwervingen op internet en om hen vervolgens, via Facebook, te bestoken met advertenties.
Tot mijn verbijstering las ik op de website van Cambridge Analytica dat het bedrijf er prat op gaat over de psychologische profielen te beschikken van 220 miljoen Amerikaanse kiezers, gebaseerd op vijfduizend separate gegevens – hun unique selling point is dat ze deze gegevens kunnen gebruiken om de diepste drijfveren van mensen te achterhalen en hen vervolgens gericht te bestoken. Dit systeem komt feitelijk neer op een ‘propagandamachine’, aldus Albright.
Een paar weken later werd er een brief bezorgd bij The Observer. Cambridge Analytica is nooit ingeschakeld door de Leave-campagne, staat er te lezen. Cambridge Analytica ‘is een in de VS opgericht bedrijf dat is gevestigd in de VS. Het heeft zich niet actief beziggehouden met de Britse politiek.’
Zo kwam het dat ik afgelopen week ineens in een koffietentje in de buurt van Westminster zat, met Andy Wigmore, de innemende man die hoofd Communicatie is van Leave.EU. We kijken naar snapshots van Trump op zijn telefoon. Wigmore is degene die het bezoek van Nigel Farage aan de Trump Tower heeft geregeld – de pr-stunt waardoor Farage als eerste buitenlandse politicus de aanstaande president de hand mocht schudden.
Wigmore scrolt door de foto’s op zijn telefoon. ‘Deze heb ik gemaakt,’ zegt hij, en hij wijst op de inmiddels wereldberoemde foto van Farage en Trump voor de gouden liftdeuren, beiden met een opgestoken duim.
Cambridge Analytica heeft voor hen gewerkt, zegt hij. Het bedrijf heeft hun geleerd hoe ze profielen moeten aanmaken, hoe ze mensen gericht kunnen benaderen en hoe ze allerlei data kunnen genereren op grond van Facebookprofielen.
Facebook was de sleutel tot de hele campagne, vertelt Wigmore. Een like op Facebook, legt hij uit, was hun ‘krachtigste wapen’. ‘Want door gebruik te maken van kunstmatige intelligentie, zoals wij dat hebben gedaan, kom je van alles en nog wat aan de weet over mensen, en kom je erachter met wat voor advertentie je iemand over de streep kunt trekken. En je weet dat er ook andere mensen in hun netwerk zitten die wat zij leuk vinden ook weer leuk vinden, en zo kun je het verbreden. Je volgt al die mensen. De computer gaat continu door met leren en met volgen.’
Klinkt griezelig, zeg ik. “Dat is het ook! Het is doodgriezelig! Daarom zit ik ook niet op Facebook!”
Klinkt griezelig, zeg ik.
‘Dat is het ook! Het is doodgriezelig! Daarom zit ik ook niet op Facebook! Ik heb het op mezelf uitgeprobeerd om te kijken wat het systeem allemaal over me wist, en ik had echt zoiets van: “O, mijn God!” Het enge is dat mijn kinderen dingen op Instagram hadden gezet en dat dat ook was opgepikt. Het systeem wist waar mijn kinderen op school zitten.’
Ze hebben Cambridge Analytica nooit ‘ingehuurd,’ zegt hij. Er is geen geld over tafel gegaan. ‘Ze wilden ons met alle plezier helpen.’
Waarom?
‘Omdat Nigel een goede vriend is van de Mercers. En Robert Mercer heeft ze aan ons voorgesteld. Hij zei: “We denken dat jullie wel iets aan hun diensten kunnen hebben.” Er waren grote overeenkomsten tussen wat zij probeerden te doen in de Verenigde Staten en wat wij hier probeerden te doen. Samen beschikten we over ongekende hoeveelheden informatie. Dus waarom zouden we onze krachten niet bundelen?’ De mensen achter de Trump-campagne en de mensen van Cambridge Analytica waren ‘dezelfde mensen’, zegt hij. ‘Eén grote familie.’
De afgelopen maand hebben eerst Zwitserse en vervolgens Amerikaanse media zich afgevraagd wat Cambridge Analytica precies met al die gegevens van Amerikaanse kiezers doet. Het bedrijf ging niet in op de vraag hoe het psychometrische model tot stand komt, geënt op onderzoek van het Psychometric Centre van de Universiteit van Cambridge, dat weer was gebaseerd op een persoonlijkheidstest op Facebook die viraal is gegaan. Uiteindelijk hebben meer dan zes miljoen mensen de vragenlijst ingevuld, wat een ontstellende schat aan data opleverde. Die Facebookprofielen – met name de ‘likes’ – kunnen worden gelinkt aan miljoenen andere, wat tot griezelig precieze resultaten leidt. Michal Kosinski, die aan het hoofd staat van het wetenschappelijk team van het Psychometric Centre, constateerde dat het centrum met de kennis van honderdvijftig likes meer over iemands persoonlijkheid kon zeggen dan zijn of haar partner. Met driehonderd likes begreep het centrum jou beter dan jij jezelf begrijpt. ‘Computers hebben een duidelijker omlijnd beeld van ons dan wijzelf,’ zegt Kosinski.
Maar wat je met deze data kunt doen, is aan strikte ethische regelgeving gebonden. Had de SCL Group toegang tot het model of tot de data van de universiteit, vraag ik professor Jonathan Rust, de directeur van het centrum. ‘Als ze dat al hadden, dan was het niet via ons,’ zegt hij. ‘Wij hanteren daar heel strenge regels voor.’
Aleksandr Kogan, een wetenschapper die ook aan het centrum is verbonden, is gevraagd een model te ontwikkelen voor SCL, en hij zegt dat hij zijn eigen data heeft vergaard. Professor Rust zegt niet te weten waar Kogan zijn data vandaan heeft. Maar Rust begrijpt als geen ander hoe het soort informatie dat mensen uit eigen vrije wil prijsgeven op social media kan worden gebruikt. ‘Het is duidelijk wat het gevaar is van het ontbreken van regelgeving omtrent het soort informatie dat je van Facebook en dergelijke kunt halen. Met deze gegevens kan een computer psychologisch inzicht verkrijgen, menselijk gedrag voorspellen en dat mogelijk sturen. Het is wat de Scientology Church probeert te doen, maar dan veel krachtiger. Het is de manier om mensen te hersenspoelen. Het is ongekend gevaarlijk.’
‘Het is niet overdreven om te zeggen dat je iemands gedachten kunt veranderen,’ vervolgt Rust. ‘Gedrag kan worden voorspeld en gestuurd. Ik vind het allemaal doodeng, echt. Maar niemand heeft echt goed nagedacht over de mogelijke consequenties. Mensen realiseren zich niet dat het ook voor hen geldt. Zonder dat ze het zich bewust zijn, wordt hun kijk op de dingen beïnvloed.’
Dat Mercer heeft geïnvesteerd in Cambridge Analytica is volgens The Washington Post ‘deels vanuit een overtuiging dat rechts over onvoldoende moderne technologische middelen beschikte’. Maar wat het moederbedrijf van Cambridge Analytica doet, roept in zekere zin nog veel meer vragen op.
Emma Briant, propagandaspecialist aan de Universiteit van Sheffield, schreef over de SCL Group in haar in 2015 verschenen boek Propaganda and Counter-Terrorism: Strategies for Global Change. Cambridge Analytica beschikt over de technologische middelen om veranderingen te bewerkstelligen in zowel denken als gedrag, zegt ze, maar het is SCL dat de technologie in kwestie ook echt strategisch inzet. SCL heeft zich op het hoogste niveau – denk aan de NAVO, het Britse ministerie van Defensie, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken – gespecialiseerd in het beïnvloeden van het gedrag van grote groepen mensen. Het brengt massapopulaties in kaart en verandert vervolgens hun overtuigingen.
SCL is opgericht door ene Nigel Oakes, die destijds namens Saatchi & Saatchi aan het imago van Margaret Thatcher werkte, aldus Briant. Het bedrijf heeft ‘lange tijd goed verdiend aan de propagandakant van de war on terror. SCL heeft verschillende takken, maar in alle geledingen gaat het om bereik en om de mogelijkheid het debat te bepalen. Men probeert bepaalde politieke narratieven te versterken. En SCL is zeer selectief in voor wie er wordt gewerkt: dit doet men niet voor links.’
Vrijwel de gehele Amerikaanse bevolking
Tijdens de Amerikaanse verkiezingen legde Cambridge Analytica naar eigen zeggen een database aan die vrijwel de gehele Amerikaanse bevolking bestreek – 220 miljoen mensen. The Washington Post schreef onlangs dat SCL bezig is extra personeel te werven voor de vestiging in Washington, en dat het bedrijf op weg is een aantal lucratieve contracten met de regering-Trump in de wacht te slepen. ‘Het lijkt veelzeggend dat een bedrijf dat zich richt op het beïnvloeden van de uitkomst van een politiek proces garen spint bij het resultaat daarvan. Al helemaal wanneer het gaat om het manipuleren, en vervolgens consolideren, van angst,’ zegt Briant.
Het is met name die database, en wat daar vervolgens mee kan gebeuren, die Paul-Olivier Dehaye zorgen baart. Deze Zwitserse wiskundige en data-activist doet al ruim een jaar onderzoek naar Cambridge Analytica en SCL. ‘Hoe gaat dit allemaal gebruikt worden?’ zegt hij. ‘Gaat dit gebruikt worden om mensen te manipuleren in de binnenlandse politiek? Of om conflicten tussen verschillende gemeenschappen aan te wakkeren? In potentie is het allemaal doodeng. Mensen realiseren zich niet hoe machtig deze data zijn, en hoe ze tegen hen gebruikt kunnen worden.’
In theorie kunnen er twee dingen tegelijkertijd plaatsvinden: het manipuleren van informatie op massale schaal, en het manipuleren van informatie op strikt persoonlijk niveau. Dit alles gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten over hoe mensen in elkaar steken, en mogelijk gemaakt door technologische platforms die zijn bedoeld om ons nader tot elkaar te brengen.
Leven we in een nieuw propagandatijdperk? vraag ik Emma Briant. Propaganda die we niet kunnen zien en die ons in zijn greep heeft op manieren die we niet kunnen bevatten? Waarin we niets anders kunnen, op emotioneel vlak, dan reageren op berichten? ‘Zonder meer. Door de technologie kan men dieper doordringen in ons bestaan, en het vergaren van data en het gebruik ervan gaat geraffineerder in zijn werk dan ooit. Het onttrekt zich volledig aan ons blikveld. Mensen hebben geen idee wat er speelt.’
Zowel de publieke opinie als de politiek doorlopen cycli. Je hoeft geen aanhanger te zijn van complottheorieën, zegt Briant, om te zien dat er een enorme omwenteling plaatsvindt waar het de publieke opinie betreft. Of om te zien dat sommige van de technieken die worden gehanteerd rechtstreeks zijn ontleend aan de werkwijze van het leger of van SCL.
Er zijn steeds meer bewijzen dat onze openbare podia – de social media, waar we onze vakantiekiekjes posten of commentaar leveren op het nieuws – een nieuw strijdtoneel vormen waar, in realtime, de internationale geopolitieke strijd wordt uitgevochten. Het is een nieuw tijdperk van propaganda. Maar wiens propaganda? Rusland heeft onlangs laten weten een nieuwe legereenheid te hebben opgericht: de ‘informatiestrijdtroepen’.
Sam Woolley van de afdeling Computational Propaganda van het Oxford Internet Institute weet me te vertellen dat een derde van al het Twitterverkeer voorafgaand aan het Britse EU-referendum afkomstig was van geautomatiseerde ‘bots’ – accounts die zo zijn geprogrammeerd dat ze lijken op mensen, zich gedragen als mensen, de discussie een bepaalde kant op sturen, bepaalde topics trending maken. En die bots waren allemaal voor Leave. Voorafgaand aan de Amerikaanse verkiezingen waren vier op de vijf bots voor Trump – en daarvan waren er vele Russisch.
Bio-psycho-social profiling, lees ik later, is een van de offensieven in wat wel ‘de cognitieve oorlog’ wordt genoemd. Er zijn nog veel meer offensieven, zoals cognitive casualty – een ‘morele shock’ die een ‘ontwrichtend effect zal hebben op de empathie en op hogere processen zoals het morele oordeelsvermogen en het vermogen tot kritisch denken.’
Hoe verander je de manier van denken van een heel land? Je zou kunnen beginnen met het oprichten van een belangrijk nieuwskanaal om de bestaande mainstreammedia naar de achtergrond te dringen, zoals de website Breitbart. Je zou andere sites kunnen opzetten om bestaande bronnen van nieuws en informatie in diskrediet te brengen met je eigen definities van concepten als ‘vooringenomen linkse media’ – denk aan cnsnews.com. En je zou de overgebleven mainstreammedia, kranten zoals de ‘falende New York Times!’ kunnen geven wat ze willen: verhalen. Want de derde poot van het media-imperium van Mercer en Bannon is het Government Accountability Institute (GAI).
Toen Trump later Mercer en Cambridge Analytica erbij haalde, lagen de kaarten weer even anders. ‘Het draait allemaal om emoties,’ zegt Woolley. ‘Dat is het grote verschil met wat wij deden. Bio-psycho-social profiling wordt dit genoemd. Er wordt gekeken naar allerlei fysieke, mentale en lifestyleaspecten, en op grond daarvan wordt duidelijk hoe mensen in elkaar zitten, hoe ze emotioneel reageren.’
‘Vandaag de dag zul je geen Watergate meer zien, en geen Pentagon Papers, omdat niemand het zich meer kan veroorloven een journalist zeven maanden lang aan een verhaal te laten werken. Wij kunnen dat wel. Wij hebben een ondersteunende taak’
Bannon is een van de medeoprichters van dit instituut, met 2 miljoen dollar van Mercer. Mercers dochter, Rebekah, werd benoemd in het bestuur. Vervolgens werd er geïnvesteerd in dure, diepgravende onderzoeksjournalistiek. ‘De moderne economie van de nieuwsredactie laat geen ruimte meer voor gedegen onderzoeksjournalistiek,’ zei Bannon tegen zakenblad Forbes. ‘Vandaag de dag zul je geen Watergate meer zien, en geen Pentagon Papers, omdat niemand het zich meer kan veroorloven een journalist zeven maanden lang aan een verhaal te laten werken. Wij kunnen dat wel. Wij hebben een ondersteunende taak.’
Zie hier de toekomst van de journalistiek in het tijdperk van het platformkapitalisme. Nieuwsorganisaties zullen beter hun best moeten doen om nieuwe financiële modellen te ontwikkelen. Maar in de gaten die nu vallen hebben een vastberaden plutocraat en een briljante mediastrateeg kansen gezien om de journalistiek naar eigen inzicht te hervormen – en niet alleen hebben ze die kansen gezien, ze hebben ze ook gegrepen.
In 2015 legde Steve Bannon aan Forbes uit hoe het GAI te werk gaat, met behulp van een datawetenschapper die het dark web afspeurt (in het artikel gaat hij er prat op te beschikken over supercomputers ter waarde van 1,3 miljard dollar) om zo materiaal naar boven te halen waar Google niet bij kan. Dat heeft onder meer een New York Times -bestseller opgeleverd: Clinton Cash: The Untold Story of How and Why Foreign Governments and Businesses Helped Make Bill and Hillary Rich, geschreven door Peter Schweizer, die aan het hoofd staat van het GAI. Van het boek is later een filmbewerking gemaakt, die is geproduceerd door Rebekah Mercer en Steve Bannon.
Op deze manier, legde Bannon uit, kun je een narratief naar keuze ‘inzetten als wapen’. Met harde feiten, die zijn gecheckt. Dan kun je meteen doorstoten naar de voorpagina van The New York Times, zoals ook is gebeurd met het verhaal over het geld van Hillary Clinton. Dat bepaalde het nieuws, net als Hillary’s e-mails. En, misschien nog wel belangrijker, het verlegde de aandacht binnen de nieuwscyclus – ook een klassieke psyops-aanpak, het ‘strategisch smoren’ van andere berichten.
Het is een strategisch spel, gericht op de lange termijn, en zonder meer perfect uitgevoerd. In de jaren negentig, aldus Bannon, waren de rechtse media niet in staat Bill Clinton onderuit te halen, omdat ze ‘uiteindelijk alleen maar tegen zichzelf aan het praten waren in een “echokamer”.’
Waarschijnlijkheidsmodellen
En dat geldt nu voor de linkse media, zo blijkt. We zijn uiteengedreven, op onszelf aangewezen, we lopen kriskras door elkaar heen en worden als schietschijven op de korrel genomen. Er ontstaat steeds meer het gevoel dat we tegen onszelf praten. En of het nou komt door de miljoenen van Mercer of door andere factoren, Jonathan Albrights kaart van het nieuws- en informatieecosysteem maakt duidelijk dat YouTube en Google en aanverwanten worden gedomineerd door rechtse sites – sites die stevig bijeen worden gehouden door miljoenen links.
Zit daar een overkoepelend brein achter, vraag ik Albright. ‘Dat kan haast niet anders. Er moet een of andere vorm van coördinatie zijn. Kijk maar naar de kaart, kijk maar hoe het systeem in elkaar zit, dat kan geen toeval zijn. Het wordt duidelijk aangestuurd door geld en politieke belangen.’
De afgelopen maanden is er in de echokamer heel wat afgepraat over Bannon, maar Mercer is degene die heeft gezorgd voor het geld om bepaalde delen van het medialandschap opnieuw vorm te geven. En Bannon mag dan verstand hebben van de media, Mercer heeft verstand van big data. Hij begrijpt hoe het internet werkt. Hij weet hoe algoritmen werken.
Nick Patterson, een Engelse codeur die in de jaren tachtig voor Renaissance Technologies werkte en zich nu aan het MIT bezighoudt met computergenetica, vertelt me dat hij als eerste Mercers talent heeft onderkend. ‘In de jaren tachtig was er een zeer select gezelschap bezig met spraakonderzoek en spraakherkenning, en toen ik bij Renaissance kwam werd me duidelijk dat de wiskundige modellen die wij op de financiële markten probeerden toe te passen, zeer vergelijkbaar waren.’
Patterson noemt Mercer ‘zeer conservatief’. ‘Hij moest echt niets hebben van de Clintons. In zijn ogen was Bill Clinton een misdadiger. En zijn politieke opvattingen komen er volgens mij uiteindelijk op neer dat hij een rechtse libertair is; hij duldt geen enkele inmenging van de overheid.’ Patterson vermoedt dat Mercer zijn briljante computervaardigheden, die hij op de financiële wereld heeft toegepast, nu op een heel ander terrein zal inzetten. ‘Wij ontwikkelen wiskundige modellen voor de financiële markten. Dat zijn waarschijnlijkheidsmodellen, en op grond daarvan proberen we voorspellingen te doen. Ik vermoed dat Cambridge Analytica probeert waarschijnlijkheidsmodellen voor het stemgedrag te ontwikkelen. En vervolgens gaan ze kijken hoe ze dat kunnen beïnvloeden.’
Kwantitatief analisten, ofwel quants, zoeken naar informatievoorsprong. Ze bouwen kwantitatieve modellen om het proces van het aankopen en verkopen van aandelen te automatiseren, en dan gaan ze op zoek naar kleine lacunes in kennis waar ze geweldige bedragen mee binnenhalen. Renaissance Technologies was een van de eerste hedgefondsen die investeerden in kunstmatige intelligentie. Maar wat het daarmee doet, hoe het is geprogrammeerd, dat is volkomen duister.
Johan Bollen, hoogleraar aan de School of Informatics and Computing van Indiana University, vertelt me hoe hij een mogelijke manier om informatievoorsprong te behalen op het spoor is gekomen: hij heeft onderzoek gedaan waaruit is gebleken dat je op grond van Twitter koersschommelingen kunt voorspellen. Je kunt de stemming onder het publiek peilen en vervolgens in kaart brengen. ‘De maatschappij wordt aangedreven door emoties, die collectief altijd lastig te meten zijn. Maar er zijn nu programma’s die teksten kunnen lezen en kunnen taxeren, en die ons een kijkje kunnen geven in die collectieve emoties.’
Het onderzoek bracht nogal wat beroering teweeg bij twee heel verschillende doelgroepen. ‘We kregen heel veel belangstelling van hedgefondsen. Zij zoeken overal naar aanwijzingen, en dit is een zeer interessant signaal. Ik heb de indruk dat hedgefondsen beschikken over deze algoritmen die sociale feeds scannen. De flash crashes die we hebben gezien – waarbij de aandelenkoersen ineens kelderden – duiden erop dat deze algoritmen op grote schaal worden gebruikt. Men is verstrikt in een soort wapenwedloop.’
De andere groep die is geïnteresseerd in Bollens werk, wil niet alleen in kaart brengen wat er onder de mensen leeft, maar wil dat ook veranderen. Bollens onderzoek laat zien hoe dat kan. Kun je de landelijke, of zelfs mondiale stemming doen kenteren? Deze in kaart brengen en vervolgens veranderen? ‘Dat lijkt mogelijk,’ zegt Bollen, ‘en dat baart me zorgen. Er zijn diverse onderzoeken waaruit blijkt dat als je iets maar vaak genoeg herhaalt, mensen het onwillekeurig gaan geloven. En dat kun je inzetten, of zelfs als wapen gebruiken, voor propagandadoeleinden. We weten dat er duizenden geautomatiseerde bots op het net zitten, met precies dat oogmerk.’
De strijd der bots is een van de meest krankzinnige aspecten van de verkiezingen van 2016. Op de afdeling Computational Propaganda van het Oxford Internet Institute laten directeur Phil Howard en onderzoeksleider Sam Woolley me zien op welke manieren de publieke opinie kan worden gemasseerd en gemanipuleerd. Maar is er ook hard bewijs, vraag ik, is het duidelijk wie hierachter zit? ‘Er is zat bewijsmateriaal,’ zegt Howard. ‘Bewijs te over. Kijk zelf maar,’ zegt hij, en hij laat me zien hoe, voorafgaand aan de Amerikaanse verkiezingen, honderden websites zijn aangemaakt enkel en alleen om een paar links het net op te slingeren, links naar pro-Trump-artikelen. ‘Dat wordt gedaan door mensen die verstand hebben van informatiestructuren, mensen die grote hoeveelheden domeinnamen opkopen en vervolgens geautomatiseerd een bepaald bericht verspreiden. Om de indruk te wekken dat Trump brede steun geniet.’
‘Daar is geld voor nodig, en er is een organisatie voor nodig. En als je maar genoeg bots en mensen inzet, en die op een slimme manier met elkaar verbindt, krijg je vanzelf bestaansrecht. Dan creëer je de waarheid.’
Je kunt een bestaand trending topic nemen, zoals nepnieuws, en dat dan als wapen gebruiken. Je kunt het inzetten tégen de media die het aan het licht hebben gebracht. Vanuit een bepaald perspectief is nepnieuws een bomgordel in het hart van ons informatiesysteem. En die is om óns lichaam gegord – het levende lichaam van de mainstreammedia.
Een van de dingen die Howard nog het meest verontrusten, zijn de honderdduizenden ‘slapende’ bots die ze hebben aangetroffen. Twitteraccounts die slechts een of twee tweets hebben verzonden en die nu in stilte wachten op een trigger: een of andere crisis die hen tot leven wekt, waarna ze met zijn allen alle andere informatiebronnen kunnen verdringen.
Als zombies?
‘Als zombies.’
Alternatieve werkelijkheid
Veel van die technieken zijn geperfectioneerd in Rusland, zegt Howard, en vervolgens naar elders geëxporteerd. ‘We hebben het over ongekende propagandamiddelen die tot ontwikkeling zijn gekomen onder een autoritair bewind en zich dan ineens in een vrijemarkteconomie begeven, in een regelgevingsvacuüm.’
Dit is de wereld waarin we ons dagelijks bewegen, op onze laptop en onze smartphone. Dit is het slagveld waar de ambities van landen en ideologen de strijd met elkaar aanbinden – en daar gebruiken ze ons voor. Wij zijn de buit: onze social media-feeds, onze gesprekken, onze emoties en meningen. Onze stemmen. Bots beïnvloeden trending topics en trending topics hebben een krachtig effect op algoritmen, legt Woolley uit, op Twitter, op Google, op Facebook. Wie in staat is de informatiestromen te manipuleren, is in staat de realiteit te manipuleren.
We leven nog niet echt in de alternatieve werkelijkheid waarin het echte nieuws ‘NEPnieuws!!!’ is geworden. Maar het scheelt niet veel.
The Observer
Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000
Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.
Ook de Nederlandse politicus Thierry Baudet keek bij zijn succesvolle campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen goed naar de methodes van Cambridge Analytica, vertelde hij onlangs.
‘We doen het net als Trump,’ verklaarde hij nog tijdens de verkiezingsrace tegen website Follow the Money. Later zei hij in de Volkskrant: ‘Cambridge Analytica werkte niet voor ons, maar we hebben wel hun methode gebruikt. Die methode gaat uit van de informatie die Facebook heeft over gebruikers en die heel nuttig is bij het vinden van potentiële kiezers. Laat ik een voorbeeld geven. Bij Forum hebben wij een standpunt over de transportsector. We vinden dat er sprake is van uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs en dat valse concurrentie moet worden tegengegaan. Vroeger zou je een advertentie met die boodschap in een magazine over de transportsector zetten. Nu richt je je op Facebook direct op mensen die in de transportsector actief zijn. Dat is heel effectief.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.