Tag: cancelcultuur

  • Is het mogelijk om kunst los te zien van het (wan)gedrag van de kunstenaar?

    Is het mogelijk om kunst los te zien van het (wan)gedrag van de kunstenaar?

    De manier waarop we naar een roman, film, muziekstuk of schilderij kijken, wordt vaak aangetast door onthullingen over het privéleven van de maker. Heeft kunst op zichzelf waarde of moeten we rekening houden met de moraal van de persoon die een werk heeft gemaakt? Twee Spaanse schrijvers gaan met elkaar in debat.

    ‘Wij kunstenaars zijn ons werk, of we het leuk vinden of niet’ 

    Een commentaar van Alejandro Palomas, schrijver van het boek Esto no se dice

    ‘Is het goed om de kunstenaar te scheiden van zijn werk of is dat wat de hand creëert het verlengstuk van de hand zelf, en dus van het bloed dat zijn creatie voedt?’ Over die vraag blijft schrijver Alejandro Palomas maar nadenken. 

    In een artikel in de Spaanse krant El País vertelt hij over een goede vriend van hem die werkte onder leiding van een zeer ‘bewonderde en gerespecteerde’ theaterregisseur. ‘Ik was er nauw bij betrokken en was bij een aantal repetities aanwezig. Ik zag hoe het theater in een hel veranderde onder leiding van een persoon die regisseerde door zijn acteurs en zijn team te straffen en te vernederen’, schrijft Palomas. ‘Vanaf het moment dat ze de zaal binnenkwam, was de spanning om te snijden.’ 

    Palomas vertelt hoe iedereen in het theater bang was voor de woedeuitbarstingen en stemmingswisselingen van de regisseur. Maar toen het stuk even later in de theaters verscheen, was het een doorslaand succes. ‘Bijna niemand weet van het slijk en het menselijk lijden waarop het genie van de voorstelling rust.’  

    ‘Kunst kan niet gescheiden worden van degenen die het maken’

    ‘Tot op de dag van vandaag ben ik de enige in mijn omgeving die het stuk niet gezien heeft en het ook niet wil zien,’ vervolgt de auteur. ‘Aan de ene kant zegt mijn hoofd me dat de privé-informatie die ik over de regisseur heb mijn plezier in het werk niet in de weg mag staan, aan de andere kant is mijn hart nog steeds doordrongen van wat ik voelde toen ik haar zag opbloeien onder haar beledigingen, spot en mishandeling, en die wond houdt vandaag de dag nog steeds aan.’ 

    En dus stelt Palomas zichzelf de vraag: ‘Betekent applaudisseren voor het werk van een artiest zoals zij dat je de artiest waardeert of alleen het werk? Kunnen we het creatieve proces loskoppelen van het resultaat? En zouden we dat moeten doen?’ 

    Palomas stelt dat we maker en creatie niet los van elkaar kunnen zien. ‘Wij kunstenaars zijn wat we doen. Wij zijn ons werk, of we het leuk vinden of niet, of we het willen of niet. Er is geen keuze. Wij zijn wat we delen met degenen die ons lezen, met degenen die naar ons komen kijken in het theater, die genieten van onze concerten. En ik wou dat het niet zo was, maar kunst kan niet gescheiden worden van degenen die het maken.’ 

    ‘We kunnen kunstenaars beoordelen op hun werk, niet op hun leven’ 

    Een commentaar van Carmen Domingo, schrijver van het boek Cancelado 

    ‘Beoordelen we de kunstenaar met de ogen van de tijd waarin hij leefde of met de ogen van vandaag? Moeten we werken – meesterwerken – ongeldig verklaren omdat de auteur een verachtelijk wezen is? Met andere woorden, kan het werk van een kunstenaar worden verboden op basis van zijn leven?’ Die vragen stelt auteur Carmen Domingo in hetzelfde artikel in El País

    ‘Dat een kunstenaar en diens werk nauw met elkaar verbonden zijn, betekent niet dat we kunstenaars kunnen beoordelen op hun leven,’ stelt Domingo. ‘Het idee van een creatieve wereld die door louter “goede mensen” is opgebouwd is niet alleen naïef, maar, zou ik zeggen, zelfs schadelijk voor de creatie. Ethiek is, net als ideologie, geen garantie voor esthetische kwaliteit. Het spreekt voor zich dat we anders een wereld vol genieën zouden hebben.’  

    Domingo vraagt zich vervolgens af of we het werk dan volledig moeten loskoppelen van de maker. ‘Voelen we ons ongemakkelijk als we het werk waarderen van iemand die geheel andere denkbeelden heeft dan wij? Zouden we in een betere wereld leven als we niet van Guernica [van Picasso] zouden genieten?’ Als we dat kunstwerk zouden loskoppelen van de maker, zouden we het misschien niet eens begrijpen, stelt Domingo. ‘Juist door kennis ervan kunnen we onder ogen zien dat de wereld in die tijd racistisch, antisemitisch of seksistisch was, en dat iedereen dat heel gewoon vond.’ 

    ‘Censuur en cancellen lossen noch geweld, noch machismo, noch antisemitisme, noch racisme, noch pedofilie op’

    Vandaag de dag kijken we daar met andere ogen naar. ‘Maar censuur en cancellen lossen noch geweld, noch machismo, noch antisemitisme, noch racisme, noch pedofilie op,’ gaat Domingo verder. ‘Laten we accepteren dat de identificatie van het werk met de auteur nooit volledig is (soms is men van plan om het ene te doen en doet men uiteindelijk iets anders, of men wil een idee overbrengen maar dat wordt heel anders geïnterpreteerd). Misschien is het het verstandigst om de geschiedenis van elk van de kunstenaars te leren kennen en te aanvaarden en met die kennis zonder meer van het werk te genieten.’ 

    ‘Laten we aanvaarden dat John Lennon zijn vrouw sloeg, dat Lou Reed werd beschuldigd van antisemitisme en racisme, dat Picasso een allesbehalve voorbeeldige partner was voor zijn vrouwen, dat Hemingway niet het beste gezelschap was tijdens een avondje uit en dat Alain Delon homofoob en seksistisch was. En laten we vanaf dat punt genieten van de werken die op de een of andere manier hebben bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid. Ik zal in ieder geval blijven genieten van een schilderij van Picasso, een roman van Hemingway en een film van Delon’, sluit Domingo haar commentaar af.   

  • Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    Er is een derde manier om ‘woke’ te zijn

    We zouden ons meer zorgen moeten maken over economische en sociale structuren die leiden tot uitsluiting, dan over welke woorden je wel of niet mag gebruiken. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn.

    Wij, centrum-linkse liberalen, worden meestal niet gauw boos. Maar met het eindeloze debat over wat rechtse mensen ‘woke’ noemen ben ik helemaal klaar. In het gekibbel tussen rechts en de diverse identiteitsbewegingen komen liberalen nauwelijks aan bod. Wij moeten tussenbeide komen en tegen beide kanten schreeuwen: ‘Jullie hebben het allemaal mis! Luister naar ons!’

    Het debat over ‘wokeness’ is alleen al dwaas omdat niemand het erover eens is wat ‘woke’ nou eigenlijk betekent. De progressieve Amerikaanse schrijver James McAuley definieert het als ‘een verhoogd bewustzijn van rassenongelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. De conservatieve Britse politicoloog Matthew Goodwin noemt het ‘de heiligverklaring van minderheden op raciaal, seksueel en gendergebied’. Het Democratische Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez twitterde: ‘“Woke” is een term die experts tegenwoordig gebruiken als kleinerend eufemisme voor burgerrechten en rechtvaardigheid.’

    Derde weg

    Probleem nummer twee is dat de discussie van Amerikaanse makelij is, zoals zoveel debatten die op mondiale schaal worden gevoerd. En zoals alle hedendaagse Amerikaanse debatten is het tot in uitersten gepolariseerd. In algemenere zin kennen wij liberalen onze plaats op het Amerikaanse slagveld. We weten waar we staan tussen sociale rechtvaardigheid en de huidige Republikeinse Partij. In dat gevecht moet je nu eenmaal partij kiezen.

    Maar op het gebied van wokeness nemen wij liberalen een eigen positie in, noem het een ‘derde weg’. Soms zijn we het eens met strijders voor sociale rechtvaardigheid en soms met regelrechte conservatieven. (Alleen de trumpiaanse witte-identiteitsbeweging is op alle fronten fout.)

    Witte mannen moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op een leidinggevende plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn

    Als liberaal sta ik achter de aanvallen van de zogeheten ‘wokesters’ op discriminatoire structuren. Witte mannen die vandaag de dag leidinggevende posities bekleden, moeten beseffen dat ze mogelijk alleen op die plek terecht zijn gekomen omdat ze witte mannen zijn. Onlangs gingen tijdens een Zoomgesprek twee succesvolle witte mannelijke vrienden tegen me tekeer over wokeness. De een klaagde dat vrouwen en zwarten in zijn vakgebied tegenwoordig moeiteloos opslag denken te krijgen, terwijl hij sinds de kostschool hard heeft moeten werken. Hij ziet zichzelf als slachtoffer. Ik denk dat hij woke moet worden waar het de werking van macht betreft. Nu verdienen anderen een kans.

    Wokesters

    Sociaal activisten hebben gelijk als ze vrouwen en minderheden een stem willen geven. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat oudere witte mannen vaak ‘woke’ roepen om hun eigen positie te beschermen. De wokesters hebben ook gelijk als ze standbeelden van racisten willen neerhalen. Dat is niet het ‘uitwissen van de geschiedenis’, maar het kiezen van andere mensen om te vereren.

    En als wokesters worden beschuldigd van het bevorderen van de ‘cancel-cultuur’, dan hebben ze gelijk als ze rechtse mensen hetzelfde verwijten. Een schooldistrict in Kansas heeft onlangs negentwintig boeken uit zijn bibliotheken verwijderd, onder meer van auteurs als Margaret Atwood en Toni Morrison. Een schoolbestuur in Virginia beval zijn bibliotheek ‘seksueel expliciete’ boeken te verwijderen – lees cancelen – en twee bestuursleden bepleitten een boekverbranding (het bevel werd later ingetrokken na een golf van kritiek).

    En dit zijn geen opzichzelfstaande incidenten of alleen maar voorbeelden van het ‘anekdotalisme’ dat het debat over wokeness vertekent. Van januari tot september 2021 zijn in de VS vierentwintig wetsvoorstellen ingediend om paal en perk te stellen aan wat opleidingsinstituten mogen onderwijzen over onderwerpen als racisme, gender en Amerikaanse geschiedenis, aldus non-profitorganisatie PEN America.

    Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen

    Maar ik ben het eens met conservatieven als ze klagen over bepaalde strijders voor sociale rechtvaardigheid die de vrijheid van meningsuiting onderdrukken. Niemand verdient ‘emotionele bescherming’ tegen argumenten die hen niet bevallen. Het enige waartegen je beschermd moet worden is haatzaaien en bedreiging met geweld.

    Conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat witte mensen hetzelfde recht hebben om gehoord te worden als anderen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat de witte arbeidersklasse vatbaar is voor discriminatie op grond van geografie, accent, kleding en religie. Ze hebben gelijk als ze klachten over ‘culturele toe-eigening’ verwerpen. Een witte zanger mag zich gerust door Afrikaanse muziek laten inspireren en een man mag gerust over een vrouw schrijven. En conservatieven hebben gelijk als ze zeggen dat onbewezen beschuldigingen nooit het einde van een carrière mogen betekenen. Zelfs standbeelden mogen alleen door verkozen organen worden neergehaald, niet door betogers.

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen

    Een belangrijk liberaal standpunt is dat we mensen als individuele denkers beschouwen, niet als leden van identiteitsgroepen. Niemand wordt door zijn afkomst gedwongen om de regels te volgen die worden verstrekt door ‘leiders’ van hun zogenaamde genetisch bepaalde ‘gemeenschap’. Wanneer witte progressieven uitleggen wat de ‘Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap’ gelooft, wil ik vragen: ‘Behoren jullie tot de witte gemeenschap? Zo niet, waarom zou je zwarte mensen dan ook niet los zien van hun etniciteit?’

    Zwijgende meerderheid

    Dus wij liberalen moeten het debat op zijn kop zetten en alle anderen beledigen. Wij behoren waarschijnlijk tot de zwijgende meerderheid, zeker in het Verenigd Koninkrijk. We zouden tot de luidruchtige meerderheid moeten behoren.

    Wij zouden ernaar moeten streven het hele debat te marginaliseren. Woke zou niet de cultuuroorlog van onze tijd moeten zijn. De meeste levens worden er niet door bepaald. In Europa kom je het zelfs amper tegen, een enkele Britse universiteit daargelaten. We zouden ons meer zorgen moeten maken over discriminatoire economische en sociale structuren dan over lelijke woorden. Het is absurd dat sommige Amerikaanse universiteiten en media regels kennen tegen racistisch taalgebruik, terwijl er in het dagelijks leven een segregatie wordt getolereerd die niet onderdoet voor apartheid.

    Erik Bleich, verbonden aan Middlebury College in Vermont, zegt dat mensen twee eenvoudige ideeën in hun oren moeten knopen: vrijheid van meningsuiting is cruciaal. Begrijpen dat sommige mensen historisch in het nadeel zijn vanwege hun identiteit is ook cruciaal. Zo ingewikkeld is het niet.