Tag: Capitoolbestorming

  • Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    De herschrijving van de Capitoolbestorming onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of een muisklik verwijderd.

    Probeer je even te herinneren hoe je je voelde op 6 januari 2021. Denk aan de geïmproviseerde galg die op het terrein van het Capitool stond, het traangas en het geluid van de oproerschilden die tegen de vlaggenmasten botsten die er tegenaan werden gegooid. Als je de videobeelden opnieuw bekijkt, herinner je je misschien de man in het sweatshirt met de tekst Camp Auschwitz die rustig tussen de indringers stond, of het beeld van de Confederatievlag die in de rotunda van het Capitool wapperde. De gebeurtenissen van die dag zijn zo gedocumenteerd, zo gememoriseerd, zo diep verankerd in onze recente politieke geschiedenis dat het moeilijk kan zijn om de shock en woede die zovelen voelden toen de beelden binnenstroomden, te bevatten. Maar het gebeurde allemaal: mannen en vrouwen sloegen ruiten in, vielen de politie van het Capitool aan, beklommen het marmeren bouwwerk van een van Amerika’s meest herkenbare nationale monumenten in een poging de uitslag van de verkiezingen van 2020 ongedaan te maken.

    Het is ook moeilijk om te onthouden dat het er ten minste even op leek dat de rede zou zegevieren, dat de machthebbers een consensus zouden bereiken tegen Donald Trump, wiens ongegronde beweringen over kiezersbedrog de aanval inluidden. Senator Lindsey Graham, een oude bondgenoot van Trump, wond er geen doekjes om toen hij die avond stemde om de overwinning van president Joe Biden te bekrachtigen: ‘Het enige wat ik kan zeggen is: ik doe niet mee. Genoeg is genoeg.’ De krant New York Post, meestal pro-Trump, beschreef de menigte als ‘rechtse mensen die door het lint gingen in Washington’. Techplatforms zoals Facebook en Twitter, die Trump over het algemeen hadden toegestaan om te posten wat hij wilde tijdens zijn presidentschap, blokkeerden tijdelijk zijn account. ‘We geloven dat de risico’s als de president onze service in deze periode mag blijven gebruiken simpelweg te groot zijn’, schreef CEO van Facebook Mark Zuckerberg destijds.

    Maar deze consensus was van korte duur. Op 7 januari gaf David A. Graham van The Atlantic een waarschuwing die profetisch bleek: ‘Onthoud hoe de couppoging van gisteren in het Amerikaanse Capitool is gegaan,’ aldus Graham. ‘Binnenkort zal iemand je misschien van een andere gang van zaken proberen te overtuigen.’ Nog voordat de relschoppers het gebouw uit waren, was een of andere marginale beweging online al een andere wereld aan het opbouwen van vermeend bewijs – een netwerk van leugens en verdraaide theorieën om de aanval te rechtvaardigen en te herschrijven wat er die dag echt gebeurd was. Tegen de lente begon het verhaal onder de wetgevers te veranderen. De gewelddadige opstand werd, in de woorden van de Republikeinse afgevaardigde Andrew Clyde uit Georgia, een ‘doodgewoon toeristenbezoek’.

    Rechtvaardigingsmachine

    De herschrijving van 6 januari onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. In de afgelopen jaren is dit fenomeen toegeschreven aan de ‘desinformatiecrisis’. Maar die term komt niet eens in de buurt van wat er echt aan de hand is.

    Denk terug aan de aanvankelijke paniek rond ‘nepnieuws’, rond de verkiezingen van 2016 en de nasleep ervan, toen een mengeling van partizanen en ondernemende Macedonische tieners allerlei klassieke complottheorieën opdiste, zoals het verhaal over de FBI-agent die zelfmoord zou hebben gepleegd nadat hij de stemfraude van Hillary Clinton aan het licht had gebracht. Academici en deskundigen debatteerden eindeloos over het effect van deze artikelen. Waren de verhalen werkelijk zo overtuigend dat ze in staat waren iemands wereldbeeld en stemgedrag te veranderen? Of waren ze enkel pulp voor hersenloze partizanen? Afhankelijk van je perspectief vormde verkeerde informatie een existentiële bedreiging omdat het in staat was massa’s mensen te hersenspoelen, of was het feitelijk ongevaarlijk.

    Maar er is nog een andere, meer verontrustende mogelijkheid, een die we zijn gaan begrijpen door ons werk in de afgelopen tien jaar. Een van ons, Mike, heeft de effecten van onze verrotte informatieomgeving bestudeerd als onderzoekswetenschapper en expert in informatiegeletterdheid, terwijl de ander, Charlie, een journalist is die uitgebreid heeft geschreven en gerapporteerd over het sociale web. De laatste tijd is ons onafhankelijke werk zich gaan concentreren rond een bepaald gedeeld idee: dat desinformatie krachtig is, niet omdat het mensen van gedachten doet veranderen, maar omdat het mensen in staat stelt hun overtuigingen te handhaven in het licht van groeiend bewijs van het tegendeel. Het internet fungeert misschien niet zozeer als hersenspoelmachine, maar als rechtvaardigingsmachine. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of muisklik van ons verwijderd en de prikkels van de moderne aandachtseconomie – mensen worden beloond met engagement en een grotere invloed naarmate hun publiek meer reageert op wat ze zeggen – zorgen ervoor dat mensen altijd meteen overal een onderbouwing bij moeten leveren. Deze dynamiek speelt in op de natuurlijke neiging van mensen om op zoek te gaan naar bewijs, om informatie te zoeken die de eigen overtuigingen ondersteunt of de argumenten tegen die overtuigingen ondermijnt. Het vinden van dergelijke informatie (of van grote groepen mensen die deze informatie gretig verspreiden) is niet altijd zo eenvoudig geweest. Het zoeken naar bewijs betekende in het verleden dat je je in een onderwerp moest verdiepen, argumenten moest testen of moest vertrouwen op echte expertise. Dat was de basis waarop het grootste deel van onze politiek, cultuur en argumentatie was gebouwd. 

    Het huidige internet – een volwassen ecosysteem waartoe iedereen toegang heeft en waarop je gemakkelijk zelf iets kunt publiceren – maakt daar korte metten mee. Toen de menigte op 6 januari het Capitool bestormde, draaide de rechtvaardigingsmachine op volle toeren en leverde ze in realtime ontkenningen op aanvraag aan iedereen die daar behoefte aan had. Jake Angeli, de ‘sjamaan van QAnon’, was een van de eerste doelwitten. Rechtse accounts die berichten plaatsten over de opstand beweerden dat dit geen echte ‘Stop the Steal’-ers waren, omdat Angeli er niet zo uitzag. ‘Dit is GEEN Trump-aanhanger… Dit is een in scène gezette #Antifa-aanval’, schreef voorganger Mark Burns in een tweet die Angeli in de Senaatskamer toonde – die vervolgens geliket werd door Eric Trump. Ander ‘bewijs’ volgde. Mensen deelden een foto van Angeli bij een Black Lives Matter-protest waar het QAnon-bord dat hij vasthield handig was weggeknipt. Mensen speculeerden dat hij een acteur was; anderen vatten zijn tatoeages op als een teken dat hij deel uitmaakte van een pedofiele elitekring en daarom, in hun logica, een Democraat was.

    De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen

    Angeli als bewijs dat deze mensen niet MAGA waren, was slechts een van de vele voorbeelden van verdraaiingen. Binnen een paar uur speculeerden MAGA-influencers dat een van de demonstranten een tatoeage had van een hamer en sikkel; hét bewijs van linkse denkbeelden. Op tv beweerde een presentator van Fox News dat Trump-aanhangers geen donkere helmen dragen of zwarte rugzakken gebruiken, zodat de menigte niet trumpistisch kon zijn. Vrij snel ontstond het verhaal dat de aanval een valstrik was en dat de media erbij betrokken waren. Complotdenkers haalden de tijdstempel van een liveblog van NPR die de opstand van tevoren leek aan te kondigen aan als bewijs dat het allemaal vooraf gepland was door de ‘deep state’. Ze verzuimden op te merken dat het verhaal, zoals vele andere, in de loop van de dag was bijgewerkt en van nieuwe koppen voorzien, terwijl de tijdstempel van het oorspronkelijke bericht behouden bleef. De beroemde beelden van een agent van de Capitoolpolitie die op heldhaftige wijze de menigte wegleidt van de deur naar de Senaat was in de MAGA-wereld het bewijs dat Trump-aanhangers het Capitool in werden gelokt door de politie. Zo moesten ook de beelden van agenten die door relschoppers werden overweldigd en hen voorbij de barricades lieten gaan bewijzen dat de opstand in scène was gezet. De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen.

    De haast waarmee bewijsmateriaal werd verzameld, leidde een tijdje tot een verwarrend dubbel verhaal van rechts. In het ene verhaal verliepen de rellen vreedzaam – de Trump-aanhangers in het Capitool waren nagenoeg gewoon toeristen. Het andere verhaal benadrukte het geweld en suggereerde dat er vernielingen waren aangericht door antifascisten. Uiteindelijk smolten de duellerende verhalen samen tot een completer verhaal: vreedzame Trump-aanhangers waren naar het Capitool gelokt door gewelddadige antifa-leden, bijgestaan door ordehandhavers die voor de deep state werkten.

    De bedoeling van deze onjuiste informatie was niet om degenen die geen Trump-aanhangers waren op andere gedachten over de opstand te brengen. Het doel was om elke cognitieve dissonantie weg te nemen die kijkers van deze couppoging mochten hebben ervaren en om de overtuigingen te versterken die de MAGA-volgelingen al hadden. En dat is de onthutsende erfenis van 6 januari. Terwijl de rechtvaardigingsmachine draaide, werd de rel het zoveelste bewijs van het schokkende geweld van radicaal links of de nooit eindigende kruistocht van de deep state tegen Trump. Op 7 januari overtrof het aantal zoekopdrachten op Google naar antifa en BLM (die geen rol hadden gespeeld in de gebeurtenis) het aantal zoekopdrachten naar Proud Boys (die wel een rol hadden gespeeld). In de maanden en jaren na de couppoging probeerde de rechtvaardigingsmachine miljoenen Amerikanen ervan te weerhouden de realiteit van die dag onder ogen te zien. Een opiniepeiling van The Washington Post uit december 2023 wees uit dat 25 procent van de respondenten geloofde dat het ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ waar was dat FBI-agenten de aanval op het Capitool hadden georganiseerd en aangemoedigd. 26 procent twijfelde.

    Bewijs op aanvraag

    Complottheorieën zijn een diep ingebakken menselijk fenomeen en 6 januari is slechts een van de vele cruciale momenten in de Amerikaanse geschiedenis waarbij mensen zich lieten meeslepen door paranoïde ideeën. Maar er is een duidelijk verschil tussen deze opstand, waarbij mensen bergen bewijs kregen voorgeschoteld over een gebeurtenis die zich in realtime afspeelde op sociale media, en bijvoorbeeld de moord op John F. Kennedy, toen het internet nog niet bestond, mensen speculeerden over de gebeurtenis en relatief weinig informatie hadden om zich op te baseren. Of denk aan de aanslagen van 9/11: sommigen omarmden complottheorieën die vergelijkbaar waren met de theorieën die achter de false flag-verhalen over 6 januari zaten. Maar de verspreiding van deze complottheorieën werd niet in de hand gewerkt door de hoge snelheid waarmee nieuws op sociale media verspreid wordt, maar door de langzamere verspreiding van vroege online streamingsites, prikborden, e-mail en torrents. Er waren geen gecentraliseerde feeds voor mensen om verhalen te creëren en uit te putten.

    De rechtvaardigingsmachine, met andere woorden, heeft dit instinct niet gecreëerd, maar heeft het proces van het uitwissen van cognitieve dissonantie wel veel efficiënter gemaakt. Ons huidige, gefragmenteerde mediaecosysteem werkt veel sneller en met minder strubbelingen dan eerdere versies en biedt consumenten bewijs op aanvraag dat beter op maat gemaakt is dan zelfs de meest krankzinnige kabelnieuwsuitzendingen kunnen bieden. En de effecten reiken verder dan alleen complotdenkers. Zo hadden anti-Trump-influencers en liberaal georiënteerde kabelnieuwszenders het tijdens het afgelopen verkiezingsseizoen vaak over de stroom van Trump-aanhangers die zijn bijeenkomsten vroegtijdig verlieten, waarmee ze suggereerden dat de steun voor Trump tanende was. Dit was niet waar, maar zulke video’s hielpen het Democratische publiek om in een wereld te blijven waarin Trump impopulair was en gedoemd om te verliezen.

    Als je tijd doorbrengt op sociale media kom je er al snel achter dat er vraag is naar dit soort inhoud. De eerste uren na een catastrofale nieuwsgebeurtenis werden ooit gebruikt om de dingen op een rijtje te zetten: wat is er precies gebeurd? Wie zat erachter? Wat was de omvang? Nu is elke gebeurtenis meteen koren op de machine. Na een massale schietpartij gaan partizanen op zoek naar bewijs om te suggereren dat de dader MAGA is, of een radicaal linkse politicus, of een ontevreden trans jongere. Vorige week, in de uren nadat een massamoordenaar met een auto op burgers inreed op Bourbon Street in New Orleans, kwam Trump aanzetten met leugens en speculaties over de verdachte door te suggereren dat hij een migrant was. Later kwam er informatie binnen waaruit bleek dat de bestuurder een Amerikaans staatsburger en legerveteraan was. De tragedie en de chaos van de onmiddellijke nasleep werden aangegrepen om het grensbeleid van de Democraten aan te vallen.

    Deze reflex draagt bij aan een culturele en politieke verrotting. Een cultuur waarin elke gebeurtenis – elk menselijk succes of elke tragedie – wordt aangegrepen als bewijs om politieke punten te scoren, is een nihilistische cultuur. Het is een cultuur waarin je nooit van mening hoeft te veranderen of zelfs maar geconfronteerd wordt met ongemakkelijke informatie. Nieuwscycli zijn korter en de grootste verhalen in de wereld – zoals de moordaanslag op Trump afgelopen zomer in Pennsylvania – doen het kortstondig goed in het publieke bewustzijn, om daarna weer te verdwijnen. De rechtvaardigingsmachine gedijt op het moordende tempo van onze informatieomgeving; de machine wordt aangedreven door de constante komst van meer nieuws, meer bewijs. Het is niet nodig om dingen te reorganiseren en opnieuw te beoordelen. Het resultaat is dat we vastzitten, het gevoel hebben gevangen te zitten in een eeuwige tegenwoordige tijd.

    Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren

    Deze stagnatie is nu wat 6 januari ons heeft nagelaten. Toen de Republikeinen eenmaal hun visie op de opstand hadden herschreven – in het beste geval als iets wat niet gebeurd is en in het slechtste geval als een voorbeeld van inmenging van de deep state – deden ze alle pogingen om hen ter verantwoording te roepen af als ‘Trump derangement syndrome’. Republikeinen in de Senaat blokkeerden aanvankelijke pogingen om een tweepartijdige commissie over 6 januari op te richten; de toenmalige minority leader Mitch McConnell noemde het een ‘puur politieke onderneming’ die ‘geen cruciale nieuwe feiten aan het licht zou brengen of genezing zou bevorderen’. Tijdens de hoorzittingen van het Congres over de couppoging negeerde Fox News grotendeels de gang van zaken. De nu gekozen president Trump dringt aan op een FBI-onderzoek naar voormalig afgevaardigde Liz Cheney vanwege haar betrokkenheid bij de commissie. Haar bevindingen, die werden gepubliceerd in een gedetailleerd rapport, werden onmiddellijk in diskrediet gebracht door de Republikeinen, die het oneerlijk, politiek gemotiveerd en onderdeel van een heksenjacht noemden. Volgens de cynische logica van de Republikeinen waren de gebeurtenissen van 6 januari overdreven, maar behoorden ze ook tot het verre verleden. Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren.

    Het was terecht dat de Democraten – en de twee Republikeinen in de commissie – mensen ter verantwoording wilden roepen vanwege 6 januari, maar het bleek buitengewoon moeilijk om dat te doen in een informatieomgeving die voortdurend blijft steken in wat op dat moment speelt. Trump en het MAGA-mediacomplex gebruikten de opstand om de Democraten af te schilderen als een partij van scheldkoppen die geobsedeerd zijn door het verleden en maar doordrammen over democratie. Het werk van de commissie was zorgvuldig en methodisch, tegenovergesteld aan de hectiek en snelheid die kenmerkend zijn voor de rechtvaardigingsmotor. Op een moment van anti-institutionele gevoelens werd het waarheidsvindingproces van het congres door sommigen als academisch, traag en zelfs elitair ervaren. Veel mensen negeerden het proces. Ondertussen leek het werk van het rechtse ecosysteem om de commissie te ondermijnen voor zijn volgelingen vaak meer geïmproviseerd, authentieker en uiteindelijk overtuigender.

    Toen de Democratische Partij ervoor koos om de verkiezingen van 2024 te laten gaan over Trump, zijn bedreiging van de rechtsstaat en de ‘strijd om de ziel van deze natie’, zoals president Biden het ooit verwoordde, deed ze dat in de veronderstelling dat de onuitwisbare beelden van 6 januari bijna vier jaar later hun weerklank hadden behouden. Die veronderstelling klopte, over het algemeen, niet. Als mensen worden geconfronteerd met informatie die hun wereldbeeld op zijn kop kan zetten, kunnen ze nu zoeken naar bevestiging in de vorm van feeds met complottheorieën of video’s zonder context. Ze kunnen AI en hun favoriete influencers vragen om hun te vertellen waarom ze gelijk hebben. Ze kunnen feeds op maat samenstellen en toekijken hoe algoritmes leveren wat ze zoeken. En ze worden overspoeld met data.

    Het gezoem van de rechtvaardigingsmachine is geruststellend. Het zorgt ervoor dat de wereld minder onvoorspelbaar, meer kenbaar lijkt. Te midden van al dat lawaai ontwaar je die woorden die ieder zo graag hoort: ‘Je hebt al die tijd gelijk gehad.’ 

  • In het onderzoek naar de Capitoolbestorming waren deze hobbydetectives de FBI voor

    In het onderzoek naar de Capitoolbestorming waren deze hobbydetectives de FBI voor

    Na de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 verschenen talloze beelden van de gebeurtenis online. Een groep hobbydetectives slaagde erin om via sociale media en andere publieke bronnen de FBI een handje te helpen, en de identiteit van de bestormers te achterhalen.

    Het was begin 2023 en een onlinespeurneus die ik Josh zal noemen was weer op jacht. Josh werkte voor het hoofdkantoor van een mondiaal, beursgenoteerd bedrijf in het zuiden van de Verenigde Staten, maar op dit moment was zijn echte passie het oplossen van misdaden die twee jaar eerder en honderden kilometers verderop plaatsvonden, op 6 januari in het Amerikaanse Capitool. Daarvoor had hij niets anders nodig dan zijn laptop. Wel was hij overgestapt op een andere computermuis nadat hij RSI-symptomen had gekregen ‘door overdag te werken en ’s nachts op opstandelingen te jagen’.

    Het onderzoek naar de aanslag op het Capitool – het grootste FBI-onderzoek in de Amerikaanse geschiedenis – zou binnenkort halverwege zijn en de gemeenschap van onlinespeurneuzen waar Josh deel van uitmaakte stond in het middelpunt ervan: video’s binnenhalen, sociale media afspeuren, nieuwe gezichten en nieuwe misdrijven ontdekken. De arrestaties door de FBI van mensen die op die dag het Capitool waren binnengedrongen, geweld hadden gepleegd of eigendommen hadden vernield, naderde de duizend en dit gezelschap van onlinespeurders – dat zichzelf Sedition Hunters [muiterij-jagers] noemde – had honderden van die arrestaties in gang gezet en aan honderden andere meegeholpen. Ze hadden ook nog eens meer dan zevenhonderd deelnemers aan de bestorming weten te identificeren die nog niet gearresteerd waren.

    Vaak leverden Sedition Hunters zoals Josh kant-en-klare zaken aan de FBI, maar de regels van het bureau maakten het voor zijn agenten lastig om zelfs maar een simpele update te mogen geven over de status van de onderzoeken. Dat eenrichtingsverkeer was frustrerend. De beste schriftelijke feedback waar de jagers op konden hopen bestond uit slechts één woord: ‘ontvangen’. Een van de FBI-informanten vertelt hoe blij ze was toen ze van haar FBI-contact een duimpje omhoog ontving.

    Josh besteedde de afgelopen twee jaar ontelbare uren aan deze nieuwe hobby die hij ‘zowel bevredigend als belangrijk’ noemt. Zijn ‘ongelooflijk geduldige vrouw’ vond het maar een beetje vreemd. ‘De gesprekken bij ons thuis aan de eettafel waren zonder meer ongebruikelijk,’ zegt Josh. ‘Het ging over schuil- of bijnamen, hashtags en verwijzingen naar specifieke J6 [6 januari]-gebeurtenissen.’ Hij vertelde zijn vrouw alles over de Sedition Hunters, van wie velen goede vrienden werden, ook al gebruikten ze meestal alleen hun bijnaam.

    Bominslag

    Die nieuwe vrienden wisten hem steeds weer te verrassen. Een paar maanden eerder vertelde een van hen, een speurder die een cruciale rol speelde in de gemeenschap en met wie hij nauw samenwerkte, dat hij op Donald Trump had gestemd. Twee keer. Dat was een schok voor Josh. Het moment waarop hij dat hoorde kan hij zich even helder voor de geest halen als het moment waarop hij hoorde van de aanslagen op 11 september of dat Michael Jackson was overleden. ‘Het was niet zozeer een wat-krijgen-we-nou-ervaring als wel een bominslag,’ zegt hij.

    Naast de kameraadschap en het verlangen de democratie te beschermen en gerechtigheid te zoeken voor degenen die door de aanval getroffen waren, is dat juist een van de redenen waarom hij ermee doorging. Er was altijd wel iets nieuws te ontdekken, een nieuw stukje van de puzzel te vinden. Trek hier aan een touwtje en daar komt plotseling het antwoord op een vraag van maanden geleden uit de lucht vallen. Misschien beweegt de camera in een net opgedoken video op precíés het juiste moment langs een oproerkraaier en heb je opeens een perfecte gezichtsopname van een gemaskerde aanvaller die op het verkeerde moment even een slokje water neemt. Misschien probeer je de zoveelste samenzweringstheorie van een of andere extreemrechtse website te ontkrachten en stuit je op een aanval op een agent van de U.S. Capitol Police – een aanval die eerder nog ongedocumenteerd was omdat de agent geen bodycamera droeg. De ene kick volgde de andere op. ‘Het gaf een gevoel van voldoening dat ik bij niets wat ik ooit eerder heb gedaan heb gevoeld,’ zegt Josh.

    ‘Het gaf een gevoel van voldoening dat ik bij niets wat ik ooit eerder heb gedaan heb gevoeld’

    Ook na ruim twee jaar uitgebreid onderzoek waren er steeds weer nieuwe identificaties. Josh richtte zich vooral op het archiveren van video’s en foto’s van 6 januari, het maken van back-ups van opensourcemateriaal dat hij online vond. Voor andere onderzoekers maakte hij dit alles toegankelijk in een permanente database. ‘Online naalden in hooibergen vinden,’ zegt hij, ‘daar ben ik echt goed in.’ 

    Maar vandaag probeerde hij iemand te identificeren. Nadat hij de foto van een relschopper door een gezichtsherkenningssite had gehaald, laveerde hij door wat hij beschrijft als ‘een lawine van piemels’, omdat hij afbeeldingen van de verdachte op verschillende expliciete websites had aangetroffen. Uiteindelijk was hij in staat om een voormalig pornoacteur in homofilms te identificeren als degene die een politieagent had aangevallen. Het was niet de eerste keer dat de speurneuzen een verdachte relschopper vonden aan de hand van diens eerdere werkzaamheden in de pornografie.

    ‘Wat ik al niet overheb voor dit land!’ grapte Josh in het bericht dat hij me stuurde nadat hij de man had ontmaskerd. ‘Het aantal lullen dat ik heb moeten bekijken in naam van het behoud van onze democratie! Daar verdien ik verdomme toch zeker wel een medaille voor?’

    Hij deelde zijn laatste vondst met de kleine groep over het land verspreide speurneuzen en onthulde de zoveelste identificatie die uiteindelijk bij de FBI terecht zou komen.

    ‘WTF krijg ik nou te zien als ik mijn computer aanzet?’ schreef de Trump stemmende speurder nadat Josh een link naar erotische foto’s in de groepchat had gedropt. ‘Dit is patriottisme, eikel,’ antwoordde Josh.

    Memes

    Sinds een menigte van Donald Trump-aanhangers, opgezweept door zijn leugens over de verkiezingen van 2020, op 6 januari het Amerikaanse Capitool bestormde, ben ik in gemeenschappen gedoken van onlinespeurneuzen die het FBI-onderzoek gaande houden. Ik leerde nog voordat ze werden gearrestereerd de namen kennen van honderden deelnemers aan de rellen, evenals de identiteit van meer dan honderd personen van wie momenteel foto’s zijn te zien op de FBI-site over het geweld in het Capitool, maar die nog steeds niet zijn aangeklaagd.

    Er was de begrafenisondernemer die agenten had besproeid met een spray tegen wespen en horzels. De verzamelaar van selfies met beroemdheden, die op de foto staat met Rihanna, Selena Gomez en Kim Kardashian. De ex-NFL-speler. De voormalig autocoureur. De neurochirurg. De stand-upcomedian genaamd Kevin Downey Jr., die tien jaar eerder had meegedaan aan America’s Got Talent. De Trump-fan die met een pistool op het Capitool had geschoten en een paar maanden later een negentienjarige doodstak in een park. Een mannelijk model. Een politieagent. Een makelaar. Er was een fan bij van antropomorfe dieren, die was gespot op de vloer van de Senaat op 6 januari. Hij werd geïdentificeerd omdat een van de speurneuzen in de wereld van de furries [mensen met een voorliefde voor dieren met menselijke eigenschappen, zoals tekenfilmdieren] was gedoken. De naam van de man en zijn pseudoniem (oftewel zijn fursona) werden ontdekt omdat hij een Thanksgivingfeest voor furries had georganiseerd in zijn ‘hol’. 

    Er was een man die eerder was gearresteerd voor het naakt bespelen van een muziekinstrument in het openbaar, en een omdat hij zonder broek door zijn buurt liep. Een man die banden onderhield met de Proud Boys [en extreemrechtse neo-fascistische organisatie die politiek geweld gebruikt en promoot en enkel mannen als leden toelaat] en die met zijn zoon in het Capitool was geweest, werd met middels DNA-onderzoek gearresteerd voor een tientallen jaren oude moord op een zeventienjarig meisje.

    Ik heb in enkele maanden van de speurneuzen leren kennen en velen van hen persoonlijk ontmoet. Ik heb met Sedition Hunters uit het hele land gesproken over hun technieken, hun motivatie en hun grootste vondsten. Sommigen ken ik bij hun echte naam, anderen alleen bij hun bijnaam of door hun onderzoeksresultaten. We bouwden een band op en spraken over de opvoeding van onze kinderen, ADHD – een diagnose die veel voorkomt bij speurneuzen, zo blijkt –, sport, series die je moet bingen en memes. Veel memes.

    Sommige speurneuzen hielden het een paar weken vol, anderen een paar maanden. Weer anderen haakten zo nu en dan aan, als hun dagelijks leven het toeliet. Sommigen dachten al over wat er gaat gebeuren na 6 januari 2026, wanneer de verjaringstermijn is verstreken; nu is er nog een reden om de namen van geïdentificeerde relschoppers achter te houden voor het publiek, aangezien het bekendmaken ervan een negatieve invloed kan hebben op de zaken die de FBI voorbereidt. Maar wat als dat niet langer een zorg is?

    Ik doe al meer dan tien jaar verslag over het ministerie van Justitie en heb al eerder met FBI-informanten gesproken. Maar niets kan tippen aan de impact die de Sedition Hunters hebben gehad. Werkend vanuit huis, op de bank, aan keukentafels, in slaapkamers, garages en – in één geval – vanuit de slaapcabine van een vrachtwagen, zet deze groep anonieme Amerikanen zich in om de FBI verder te helpen en ervoor te zorgen dat de specifieke gevallen worden geïdentificeerd.

    6 januari was een keerpunt voor de Amerikaanse democratie. Dat was het ook voor de FBI en de wetshandhaving, die ondanks alle waarschuwingssignalen die online voorbijkwamen in aanloop naar de aanval op het Capitool, niet veel anders konden doen dan toekijken.

    ‘Deze speurneuzen zijn het onderzoek,’ vertelde een wetshandhaver me. ‘Ik ben hen zo ongelooflijk dankbaar voor alles wat ze hebben gedaan. Maar wat een fiasco voor de wetshandhaving in de Verenigde Staten.’

    Op het moment dat hij iemand sms’te dat de menigte door de stellingen zou breken, was het al zover

    Meer dan twintig jaar geleden, na de aanslag van 11 september, realiseerde de FBI zich hoe verouderd hun technologie was. Ze waren ‘als verlamd’, zoals een rapport het omschreef, als ze eenvoudige zoekopdrachten wilden doen in de data die ze hadden verzameld. De directeur van de FBI omschreef het systeem als ‘omslachtig’ en ‘moeilijk’, volgens een nieuwsbericht waren de computersystemen van de FBI het ‘hightech equivalent van het Stenen Tijdperk’. Volgens een kop in The New York Times had het bureau ‘een computersysteem dat gegevens veiligstelt, maar ze amper kan terugvinden’. Het duurde tien jaar en kostte 451 miljoen dollar, maar de FBI implementeerde uiteindelijk in 2012 een nieuw computersysteem, het jaar waarin Barack Obama werd herkozen en de iPhone 5 werd uitgebracht.

    Maar ook nu nog, 22 jaar na 11 september – een tijdsbestek waarin een FBI-specialagent zich op zijn vijfendertigste had kunnen inschrijven in Quantico [het opleidingscentrum van de FBI] en het bureau had kunnen verlaten op de verplichte pensioenleeftijd van 57 – loopt het bureau technologisch gezien vaak achter de feiten aan.

    Op 6 januari kwam de waarnemend nummer twee van het ministerie van Justitie erachter dat er was ingebroken in het Capitool doordat hij dat in het kantoor van de waarnemend procureur-generaal op tv zag. Dus ging Richard Donoghue naar de overkant van de straat, naar het hoofdkantoor van de FBI, in de veronderstelling dat zij erbovenop zouden zitten. ‘Ze hadden niet veel informatie,’ zegt Donoghue. ‘Ook zij hadden schermen waarop mensen waren te zien die door het gebouw marcheerden, maar ze wisten niet precies wat er aan de hand was in het Capitool.’

    Donoghue hoorde dat de adjunct-directeur van de FBI naar het Field Office van de FBI in Washington was gegaan, en ging met hem mee. Maar op die commandopost trof hij hetzelfde aan: mensen die naar een televisiescherm keken en elkaar dingen toe riepen. Vanwege het gebrek aan informatie besloot het duo al snel om zelf naar het Capitool te gaan.

    Donell Harvin, die de leiding had over het National Capital Region Threat Intelligence Center, had op 6 januari een heel andere ervaring. Hij zag een menigte richting het Capitool trekken. Hij zag het geduw en getrek aan de ‘zwakke, haveloze’ barrière van fietsenrekken die de politie had opgeworpen. Hij zag de situatie snel verslechteren. Op het moment dat hij iemand sms’te dat de menigte door de stellingen zou breken, was het al zover. Hij zag hoe ze het gebouw binnenstormden. Wat er gebeurde ‘werd niet live door de media uitgezonden omdat ze daar niet waren’, zegt hij. 

    Zelf beschikte hij over extra informatie. ‘Ik keek niet zoals iedereen naar de televisie,’ zegt Harvin. ‘Wij hebben andere middelen om naar dergelijke dingen te kijken, bijvoorbeeld sociale media waar mensen livestreamen. Daar hebben we toegang toe. Dat heet OSINT.’

    USB-sticks

    OSINT, of open source intelligence, is een afkorting die Donna – die zichzelf omschrijft als een ‘grijsharige oma’ – moest googelen toen ze na 6 januari voor het eerst betrokken raakte bij online speurwerk. Ze bekeek de aanval op het Capitool op twee schermen: op televisie en op haar laptop, en scrolde door X, het platform voorheen bekend als Twitter. Donna was betrokken bij de eerste speurtochten en uiteindelijk kreeg ze een contactpersoon bij de FBI. Ze was verbaasd over de achterstand van de organisatie.

    ‘Ik voelde de noodzaak toen ik zag hoe langzaam het er ging en hoe vreselijk lang het duurde voordat ze even ver waren als wij op Twitter,’ zegt Donna. ‘Ze zijn gewoon traag. Doordat al die mensen op een en dezelfde dag misdrijven begingen, werd het systeem duidelijk overbelast; daar is het niet op gebouwd.’

    De FBI, zo begrepen de speurneuzen, voldeed niet aan het beeld dat Hollywood ervan schetst. ‘We hebben te veel films gezien,’ zei iemand. ‘Overschatten we allemaal de capaciteiten van de FBI doordat we zoveel televisie kijken?’ Een speurder die voor J6 nauw met het bureau samenwerkte, beschrijft het computersysteem van de FBI als ‘fokking achterlijk’. Ze zei: ‘Het is heel lastig in gebruik en je kunt er heel slecht op zoeken.’ Verschillende speurders vertellen dat ze de rapporten die ze naar de FBI stuurden op een specifieke manier moesten opmaken om er zeker van te zijn dat ze de limiet voor de bestandsgrootte van e-mails niet overschreden. Het bureau is niet happig op het gebruik van programma’s voor het delen van bestanden. Als die rapporten eenmaal bij de FBI waren binnengekomen, moesten ze nog verder worden verkleind voordat ze konden worden ingevoerd in een systeem dat slechts maximaal enkele megabytes aankon: ongeveer de grootte van een iPhone-video van acht seconden of een paar foto’s met hoge resolutie. Soms waren FBI-agenten urenlang met de auto onderweg, alleen maar om een paar USB-sticks op te halen.

    Het beleid en de verouderde technologie van de FBI maakten dat het bureau werd afgesneden van onlinegebeurtenissen

    Tot een paar jaar geleden werden e-mailadressen van de FBI weergegeven met ic.fbi.gov – ‘ic’ stond voor ‘internetcafé’ en stamde nog uit de tijd dat je moest inbellen om verbinding te krijgen. Volgens een voormalige FBI-functionaris was het binnen de FBI een enorm irritant proces om bestanden van ‘lage prioriteit’ naar ‘hoge prioriteit’ te verplaatsen en omgekeerd – er waren speciale toestemming en een USB-stick voor nodig. Nog niet zo lang geleden waren sommige nieuwswebsites en X geblokkeerd op het interne systeem van de FBI. En dan waren er nog de door de FBI uitgegeven mobiele telefoons. ‘Die waren verschrikkelijk,’ vertelt de voormalige functionaris. Het waren dezelfde telefoons die ook aan het publiek werden verkocht, maar voorzien van op de achtergrond draaiende software die ze supertraag maakte. ‘Ze werkten voor geen meter.’

    Dat het bureau extra voorzorgsmaatregelen moest nemen zodat hun netwerk niet werd geïnfiltreerd is begrijpelijk. Data van het bureau zijn een aanlokkelijk doelwit voor buitenstaanders, vooral voor tegenstanders in het buitenland. Maar het beleid en de verouderde technologie van de FBI maakten dat het bureau werd afgesneden van onlinegebeurtenissen.

    De gedachte van de FBI was dat agenten ‘zo goed zijn als hun undercoverinformanten’, zegt een wetshandhaver. Oude gewoonten zijn hardnekkig, en de FBI-cultuur hechtte meer waarde aan een goed ingevoerd undercoverpersoon van vlees en bloed dan aan opensource-informatie.

    Maar het goede van OSINT was dat de FBI niet volledig hoefden af te gaan op hun speurders. Het bureau kon informatie eenvoudig zelf controleren, of het kon zijn opsporingsbevoegdheden gebruiken om na te gaan of de door de speurders geïdentificeerde verdachten op 6 januari hun mobiele telefoon in het Capitool hadden gebruikt, een hotel hadden geboekt of een creditcard hadden gebruikt in Washington en omgeving. 

    Toch duurde het enkele maanden tot de relaties tussen de FBI en de onlinespeurders geformaliseerd waren en konden gedijen. In 2021 waren onlinespeurneuzen soms onder de indruk van het bureau en deden ze graag al het mogelijke om het onderzoek te helpen. In 2023 was die machtsdynamiek verschoven. Toen stond de FBI inmiddels diep bij hen in het krijt. Het bureau zocht vaak contact met de speurders en vroeg ze om hun werk te controleren, te helpen een zaak op te bouwen of om op zoek te gaan naar bewijs dat tijdens het eigen onderzoek van het bureau over het hoofd was gezien. Aan de andere kant voerden de speurders de druk op de FBI op, vroegen zich af waarom zaken zo lang duurden en riepen ze de FBI op om verdachten te arresteren die ze al meer dan twee jaar geleden hadden geïdentificeerd.

    Iemand postte foto’s van twee mensen van wie werd gedacht dat ze de daders waren, maar dat bleek niet te kloppen

    Toegegeven, de FBI had zijn redenen om in de nasleep van de aanval op het Capitool sceptisch te zijn over het werk van anonieme online onderzoekers. Ze waren hiermee eerder de mist in gegaan. Bij de jacht op de daders van de bomaanslag in 2013 tijdens de marathon van Boston – een aanslag waarover de FBI voor het eerst hoorde via een tweet – explodeerde Reddit: een groot aantal amateurs ging op zoek naar degenen die verantwoordelijk waren voor de aanslag. Dat pakte rampzalig uit. Iemand postte foto’s van twee mensen van wie werd gedacht dat ze de daders waren. Dat bleek niet te kloppen, maar het was al te laat; The New York Post zette hun foto’s op de voorpagina. (De krant schikte uiteindelijk een rechtszaak onder niet bekendgemaakte voorwaarden.)

    De gebeurtenissen rond de bomaanslag tijdens de Boston Marathon laten zien hoe makkelijk het verkeerd kan gaan met onlinespeurwerk. Dit veranderde ook het verloop van het FBI-onderzoek, doordat valse geruchten die online opdoken het proces van wetshandhaving beïnvloedden. Uiteindelijk werd besloten foto’s van de echte verdachten vrij te geven om de schade voor onschuldigen te beperken, en om zo een einde te maken aan het ‘freelancespeurwerk’, zoals The Washington Post het noemde.

    Toen de foto’s van de echte verdachten van de Boston Marathon-bomaanslag eenmaal waren vrijgegeven, kwam er een bruikbare tip van een familielid binnen. Uiteindelijk vond de FBI Dzjokhar Tsarnajev, een van de broers die een schietpartij met de politie overleefde en zich schuilhield in een boot op een trailer in een achtertuin in Watertown, Massachusetts. Nadat Tsarnajev was opgepakt, hielden wetshandhavers een persconferentie op de parkeerplaats van het winkelcentrum van Watertown.

    Bij die bewuste persconferentie was een K9-agent – een agent met politiehond – van het corps van Boston aanwezig. ABC News maakte beelden en een screenshot van een mooie, scherpe gezichtsopname van de K9-agent belandde op een website. Acht jaar later bestormde ook deze voormalig agent met een Boston-sportmuts op zijn hoofd het Amerikaanse Capitool, in naam van Donald Trump. In het voorjaar van 2022 zouden onlinespeurneuzen, nadat ze via gezichtsherkenning een match hadden gekregen, zijn naam naar de FBI sturen. Twaalf maanden later werd dit opgepakt. In maart 2023, tien jaar na de bomaanslag in Boston, werd deze gepensioneerde politieagent uit Boston, genaamd Joseph Fisher, gearresteerd op beschuldiging van het aanvallen van een politieagent in het Capitool met een stoel.

    Dit keer hadden de speurneuzen goed werk geleverd.

  • Oud-vicepresident Pence getuigt tegen Donald Trump

    Oud-vicepresident Pence getuigt tegen Donald Trump

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Strijdende partijen in Soedan verlengen wapenstilstand

    » Crisissituatie voor Venezolaanse migranten aan Chileens-Peruaanse grens

    Trump wordt verdacht van verkiezingsbeïnvloeding

    Mike Pence, die vicepresident was onder Donald Trump, heeft woensdag in een Amerikaanse rechtbank getuigd voor een jury in een onderzoek naar Trump zelf, schrijft CNN. De oud-president wordt onderzocht omdat hij wordt verdacht van het proberen ongedaan maken van de verkiezingsuitslag van 2020.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De getuigenis is een belangrijk moment in het strafrechtelijk onderzoek en de eerste keer in de moderne geschiedenis dat een vicepresident moet getuigen over de president naast wie hij diende’, aldus CNN. Pence zou meer dan zeven uur in de zwaarbeveiligde rechtbank zijn geweest om zijn getuigenis af te leggen.

    Advocaten van Trump probeerden eerder op de dag middels een beroep nog te voorkomen dat Pence zou getuigen. De voormalig vicepresident ging naar de rechtbank omdat een rechter hem daartoe had verplicht. Eerder had Pence, die mogelijk net als Trump een gooi doet naar de kandidatuur voor de Republikeinse Partij, al kritiek geuit op de rol van Trump bij de bestorming van het Capitool.

    Lees ook:

  • Onderzoekscommissie Capitoolbestorming onderzoekt rol Roger Stone

    Onderzoekscommissie Capitoolbestorming onderzoekt rol Roger Stone

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uitstoot zou drastisch dalen als iedereen zoveel zou fietsen als Nederlanders

    » Onderzoek: ook amuzikalen kunnen klinkende melodieën bedenken

    Beveiligers Stone waren betrokken bij bestorming

    Leden van de Amerikaanse 6 januari-commissie die de bestorming van het Capitool in Washington vorig jaar onderzoekt, reisden af naar Kopenhagen om filmbeelden te bekijken van de zeer omstreden Trump-bondgenoot en lobbyist Roger Stone, die in 2020 gratie kreeg van Trump na een veroordeling voor meineed. De commissie bekeek ruim 170 uur materiaal van de Deense documentairemaker Christoffer Guldbrandsen, die Stone gedurende lange periodes volgde met zijn camera. Zijn ploeg was ook bij hem op 6 januari 2021, toen een menigte het Capitool bestormde in een poging Trump aan de macht te houden.

    Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen

    Uit rechtbankdossiers blijkt dat verschillende leden van Stones persoonlijke beveiliging op de dag van de rellen lid waren van de extreemrechtse Oath Keepers; sommige daarvan zijn later beschuldigd van betrokkenheid bij de bestorming. Guldbrandsen zou beelden hebben van Stone in zijn hotelkamer, kijkend naar de bestorming. Daarbij was ook Joshua James aanwezig, een Oath Keeper die later schuld bekende aan opruiende samenzwering vanwege zijn betrokkenheid bij de vermeende plannen van de groep. Stone is ook te zien terwijl hij zijn mobiele telefoon gebruikt, waarop via een versleutelde app contacten zijn te zien met de extreemrechtse Proud Boys-leider Enrique Tarrio en Oath Keepers-leider Stewart Rhodes.

    Stones contacten met extreemrechts worden onderzocht door de 6 januari-commissie en het ministerie van Justitie, aldus Politico. Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen. ‘De onderzoekers zullen de documentaire misschien vermakelijk vinden, maar zullen geen bewijs vinden van wangedrag,’ liet hij in een verklaring weten. 

    Lees ook:

  • Nieuwe vernietigende onthullingen over actieve rol Trump bij bestorming Capitool

    Nieuwe vernietigende onthullingen over actieve rol Trump bij bestorming Capitool

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije akkoord met NAVO-lidmaatschap Finland en Zweden

    » Colombia: Waarheidscommissie brengt rapport over half eeuw oorlogsmisdaden uit

    ‘Explosieve getuigenis’ van voormalig Witte Huis-medewerker

    Tijdens een verrassingshoorzitting van de onderzoekscommissie over de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, gaf Cassidy Hutchinson, de voormalig assistent van Mark Meadows, stafchef van het Witte Huis, een gedetailleerd overzicht van het grillige optreden van de president op de dag van de opstand. Het verhaal van Hutchinson was ‘misschien wel de meest vernietigende getuigenis van de daden van een zittende president in de geschiedenis van de VS’, aldus Politico.

    ‘Het was een staatsgreep, en Trump was volledig van plan die uit te voeren’, kopt The Nation. Volgens Carl Hulse, correspondent Washington van The New York Times, was het meest schokkende moment van deze ‘directe, explosieve, filmische getuigenis’ toen de voormalig Witte Huis-medewerker ‘een uitzinnige president portretteerde’ die tegen zijn chauffeur van de geheime dienst schreeuwde: ‘Ik ben verdomme de president van de Verenigde Staten, breng me nu naar Capitol Hill!’

    ‘Trump wist dat zijn aanhangers gewapend waren en dat kon hem niets schelen’

    De chauffeur had Trump zojuist uitgelegd dat het onmogelijk was om zijn veiligheid te garanderen te midden van een gewapende menigte. Geconfronteerd met deze weigering, heeft Trump vervolgens ‘geprobeerd het stuur over te nemen’, en hem zelfs de keel dicht geknepen, aldus de krant.

    The Hill noemt nog vier andere ‘explosieve momenten’ die de zesentwintigjarige tijdens de verrassingshoorzitting naar voren bracht: ‘Trump wist dat zijn aanhangers gewapend waren en dat kon hem niets schelen’; hij vond dat zijn vicepresident Mike Pence ‘het verdiende om te worden opgehangen’; Mark Meadows en Rudy Giuliani ‘vroegen om een presidentieel pardon’ na 6 januari 2021; en tot slot had het staatshoofd vaak ‘woedeaanvallen’ waarbij hij soms ’zijn bord tegen een muur gooide’.

    Deze onthullingen ‘kunnen uiterst problematische juridische gevolgen hebben’ voor Trump, aldus een strafrechtadvocaat die werd geïnterviewd door Fox News.

    Lees ook:

  • Proud Boys aangeklaagd voor opruiing bij bestorming Capitool

    Proud Boys aangeklaagd voor opruiing bij bestorming Capitool

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Partygate: verzwakte Johnson mag ondanks grote tegenstand aanblijven

    » Kazachen stemmen oude autoritaire leider weg

    Zwaardere aanklachten tegen extreemrechtse groepering

    Enrique Tarrio, de voormalige voorzitter van de Proud Boys, en vier andere leden zijn maandag aangeklaagd voor ‘opruiende samenzwering’ bij de bestorming van het Capitool op 6 januari vorig jaar, meldt The New York Times. Het is een van de ernstige strafrechtelijke aanklachten in het uitgebreide onderzoek naar de bestorming. Er staat een gevangenisstraf van maximaal twintig jaar op.

    Het is de tweede keer dat een extreemrechtse groepering wordt beschuldigd van opruiende samenzwering bij de Capitoolbestorming

    Het is de tweede keer dat een extreemrechtse groepering wordt beschuldigd van opruiende samenzwering in verband met de aanslag van 6 januari. Zo werd in januari Stewart Rhodes, de leider en oprichter van de extreemrechtse groep Oath Keepers, gearresteerd en samen met tien anderen aangeklaagd voor hetzelfde misdrijf.

    Lees ook: