Tag: cash

  • Moet Churchill op de Britse bankbiljetten plaatsmaken voor een egel?

    Moet Churchill op de Britse bankbiljetten plaatsmaken voor een egel?

    De beroemde figuren op de Britse bankbiljetten worden binnenkort vervangen door diersoorten, zo heeft de Bank of England aangekondigd. In de Londense pers zorgt dit initiatief voor ophef.

    Nee: ‘Dit is belachelijk!’

    Volgens de Bank of England is de nieuwe serie bankbiljetten nodig om vervalsing tegen te gaan. Op de vraag wat er op de nieuwe bankbiljetten moest komen te staan brachten tienduizenden mensen een stem uit. Het dierenrijk, een van de keuzes, kreeg de steun van 66 procent van de ondervraagden, terwijl architectuur en grote monumenten 56 procent van de stemmen ontving en historische figuren slechts 38 procent van de stemmen haalden. ‘Wat wordt het dan? Een schattig katje, of misschien een puppy? We zullen in ieder geval afscheid moeten nemen van Winston Churchill, Jane Austen en Alan Turing – en daarmee ook van de mooie traditie om onze grootste Britse helden op deze manier te eren. Dit is belachelijk!’ hekelt financieel columnist Matthew Lynn in het conservatieve Britse tijdschrift The Spectator.

    ‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben’

    Lynn vreest dat de bankbiljetten minder serieus zullen worden genomen. ‘Papiergeld heeft altijd iets illusoirs gehad. Om bankbiljetten geloofwaardiger te maken, doen centrale banken doorgaans een beroep op grote, serieuze historische figuren, die ervoor zorgen dat deze kleurrijke stukjes papier gewicht en gezag uitstralen.’ Koningin Elizabeth II verscheen voor het eerst op een biljet van 1 pond in 1960, en vervolgens was haar portret gedurende haar hele regeerperiode op het geld te zien. Toen de euro aan het begin van deze eeuw werd ingevoerd, koos de Europese Centrale Bank voor een reeks architectonische bouwwerken, als symbool voor de gedeelde Europese geschiedenis. ‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben,’ aldus Lynn. 

    Het besluit wijst er volgens hem op dat de Bank of England er alles aan doet om contant geld zo snel mogelijk af te schaffen, ten gunste van elektronische transacties, die goedkoper en gemakkelijker te controleren zijn. ‘Om dit proces te versnellen, plakken ze op traditionele bankbiljetten plaatjes die aan emojis doen denken. Bankbiljetten draaien in wezen om vertrouwen – en als dat eenmaal verloren is gegaan, zal het onmogelijk blijken om het terug te winnen. De Bank of England zou weleens spijt kunnen krijgen van deze verandering.’

    Matthew Lynn is financieel columnist en auteur van Bust: Greece, The Euro and The Sovereign Debt Crisis en The Long Depression: The Slump of 2008 to 2031.


    Ja: ‘We zijn dol op dieren’

    ‘Het Verenigd Koninkrijk is helemaal in de ban van dieren’, schrijft The Economist. Meer dan 70 procent van de Britten zegt dierenvriend te zijn; elk jaar gaat het grootste deel van hun donaties naar dierenbeschermingsorganisaties. In 2023 gaven ze bijna 6 miljard pond uit aan hun huisdieren, wat neerkomt op meer dan 10 procent van het defensiebudget.

    De aankondiging van de Bank of England kwam voor het Britse tijdschrift dan ook niet als een verrassing. Bovendien roepen dieren, in tegenstelling tot de personen die momenteel op de biljetten staan afgebeeld, minder controverse op. ‘In tegenstelling tot Winston Churchill wordt een das niet bekritiseerd om zijn opvattingen over een vermeende rassenhiërarchie. Geen enkele eekhoorn kan in verband worden gebracht met slavernij, zoals voor [bepaalde leden van de familie van] Jane Austen wel geldt. Als je controverse wil vermijden, zijn dieren een veilige keuze.’

    De bank zal deze zomer een enquête houden over welke dieren er op de biljetten moeten komen te staan, maar de redactie van The Economist heeft er plezier in alvast mee te denken. ‘Gedurende het Britse Rijk zou de majestueuze leeuw een vanzelfsprekende keuze zijn geweest, maar die tijd is voorbij. Voor wie somber is over de toestand van de Britse economie is de luiaard misschien een geschikte keuze’, aldus de auteur. ‘En een vos die uit een vuilnisbak eet of een meeuw die frietjes jat is het perfecte symbool voor de vermeende verslechtering van de openbare dienstverlening.’

    ‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten’

    Een meer op consensus gerichte keuze zou volgens het blad de duif zijn, die alomtegenwoordig is in Londen, en een oriëntatievermogen heeft dat past bij een land met zo’n rijke zeevaartgeschiedenis. Of de eenhoorn, al lange tijd symbool van Schotland, om de onafhankelijke geest van Groot-Brittannië (‘en zijn verlangen om technologische start-ups te verwelkomen’) te illustreren. ‘Toch blijkt geen van deze dieren helemaal geschikt,’ besluit het blad. 

    Eigenlijk is er volgens The Economist maar één goed antwoord: de egel. ‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten.’ De populatie van dit typisch Britse dier daalde tussen 2000 en 2022 in landelijke gebieden met meer dan de helft, wat tot grote mobilisatie leidde: er zijn nu meer dan honderdduizend egelpoorten, waardoor ze zich makkelijker van de ene tuin naar de andere kunnen verplaatsen. ‘Zet de egel op een bankbiljet en er volgt gegarandeerd een stroom aan donaties om nog eens duizenden nieuwe egelpoorten te bouwen!’

    The Economist is een liberaal Brits tijdschrift. Het wordt gedrukt in zes landen en 85 procent van de verkoop vindt plaats buiten het Verenigd Koninkrijk. Geen van de artikelen is ondertekend: een traditie die het weekblad ondersteunt met de gedachte dat ‘persoonlijkheid en collectieve stem belangrijker zijn dan de individuele identiteit van de journalist’.

  • Noord-Europa liet cash achter zich, maar komt daar stilletjes op terug

    Noord-Europa liet cash achter zich, maar komt daar stilletjes op terug

    In een wereld van betaalapps en digitale euro’s maakt baar geld een bescheiden comeback. ‘Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven.’

    Loop tijdens een gure winter een Zweedse kerk binnen en je zult in een van de nissen een flauw licht aantreffen. Een bosje kaarsen, aangestoken door bezoekers ter nagedachtenis aan een dierbare, leidt even af van de drukte van het moderne leven. Vroeger werden zulke momenten van bezinning alleen verstoord door het geluid van muntjes die in een metalen bakje vielen als betaling voor elke kaars. Nu niet meer. In deze moderne tijd zijn de kaarsen er nog steeds, maar het muntenbakje is vaak vervangen door een QR-code. Wie een kaars wil aansteken zoekt niet langer in zijn portemonnee, maar stuurt de kerk een paar kronen via de populaire betaalapp Swish. Het geluid van muntjes tegen metaal is vervangen door het doffe gezoem van mobiele telefoons die melden dat een betaling is gelukt.

    Europa, in elk geval het noordelijk deel ervan, is contant geld straal vergeten. In Noorwegen en Zweden behoren munten en bankbiljetten net zozeer tot het verleden als Vikingen en uit de handel genomen IKEA-spreien. Zweden betalen inmiddels 90 procent van al hun aankopen digitaal; nog maar de helft gebruikt überhaupt nog contant geld (schrijver dezes, die Zweden regelmatig bezoekt, heeft er al meer dan tien jaar geen bankbiljet meer gezien). Waar Japanners 22 procent van hun bnp in de vorm van papieren en metalen yens in hun portemonnee of onder hun matras (of futon) hebben zitten, is dat in Zweden minder dan 1 procent.

    Andere delen van het continent lopen de achterstand in. Contant geld blijft vaker de norm in Zuid-Europa, waar mensen armer zijn en kleine bedrijven het soms niet zo nauw nemen met hun belastingaangifte als in Scandinavië. Duitsland en Oostenrijk, waar ooit repressie heerste, hechten om redenen van privacy nog altijd aan fysiek geld. Maar zelfs daar worden contanten steeds vaker afgedankt. Europa telt half zoveel geldautomaten per persoon als Amerika, en dat aantal is dalende. Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen.

    Banken in Denemarken hebben nog zo weinig contant geld dat overvallers ze voorbijlopen

    Al dat elektronische betalingsverkeer leek het toppunt van moderniteit, ondanks protesten van straatmuzikanten, bedelaars en belastingontduikers. Politici pleiten al lange tijd voor meer digitale betalingen om zwart geld en witwassen te bestrijden. Griekenland verplichtte bedrijven, inclusief restaurants en taxi’s, om digitale betalingen te accepteren en kwitanties te verschaffen (hoewel de pinautomaat in de taverne soms net buiten gebruik is als er moet worden afgerekend). De EU heeft drempels vastgesteld voor het gebruik van contant geld en eist nationale wetgeving die het gebruik van bankbiljetten bij grote zakelijke betalingen verbiedt. In 2019 is de Europese Centrale Bank zelfs gestopt met het uitgeven van nieuwe vijfhonderdeurobiljetten, omdat de omloop gering was en de verdenking bestond dat ze voornamelijk voor malafide transacties werden gebruikt. In Europese ogen was contant geld verleden tijd en vormden digitale betalingen de stralende toekomst.

    Dit bleef niet zonder protest, met name van de kant van populistisch rechts. In die kringen werden digitale betalingen lange tijd afgedaan als een douceurtje voor banken (die profiteren van elke kaarttransactie); contant geld, zo stellen zij, is een vorm van ‘vrijheid op papier’. Maar consumenten hebben met hun portemonnee gestemd. In de eurozone werd in 2016 79 procent van alle fysieke transacties contant afgerekend, tegen nog maar 52 procent in 2024 (voor een lager totaalbedrag, omdat bij grotere bedragen de voorkeur aan kaarten wordt gegeven). Koffiehuizen realiseerden zich dat het hun omzet ten goede kwam als klanten niet hun portemonnee trokken maar hun bankpas gebruikten. Vooral na de coronapandemie werd er in veel winkels nog maar zo zelden contant afgerekend dat het de moeite niet meer loonde. In steeds meer zaken verschenen bordjes met ‘alleen pinnen’: in 2024 weigerde 12 procent van alle bedrijven in Europa ronduit contant geld aan te nemen, tegen 4 procent nog maar drie jaar eerder. In sommige landen ligt het percentage nog hoger. Ruim een op de drie Nederlandse bioscopen accepteert geen biljetten en munten meer. Contant geld leek in een neerwaartse spiraal terecht te komen: steeds minder mensen namen euro’s op omdat steeds minder winkels die accepteerden, omdat steeds minder mensen ze gebruikten enzovoorts. 

    Toch vinden autoriteiten dat het inmiddels uit de hand is gelopen met het elektronisch betalingsverkeer. Al bepleiten ze geen terugkeer naar het verleden, ze willen er wel voor zorgen dat contant geld een alomtegenwoordig betaalmiddel blijft. In 2021 bepaalde het hoogste EU-hof dat papiergeld in beginsel geaccepteerd moet worden. Om alle verdere twijfel weg te nemen herhaalden de ministers van de 27 EU-lidstaten afgelopen december hun wens om bedrijven te verbieden contante betaling te weigeren. Er is een Europese wet in de maak die winkels en restaurants nog steeds toestaat de voorkeur te geven aan digitale betalingen, maar ze ook verplicht ouderwetse contanten te accepteren.

    COL Euro compressed edited scaled
    © Getty Images

    Vanwaar deze schijnbare terugval? Een van de zorgen is dat een aanzienlijke minderheid nog steeds een aversie heeft tegen digitaal betalen. Moderne apps en pinpassen zijn geweldig voor jonge, digitaal vaardige mensen en doenlijk voor minder digitaal vaardige mensen van middelbare leeftijd. Maar voor ouderen kan het goochelen met bankpassen en apps frustrerend zijn. Sommige arme mensen hebben zelfs moeite om überhaupt een bankrekening te openen.

    Van recentere aard zijn de zorgen over de veerkracht van betalingssystemen. Hoe handig het ook is wanneer alles goed werkt, het via de ether rondpompen van geld vereist elektriciteit en een dataverbinding. Door een landelijke stroomuitval afgelopen voorjaar in Spanje konden mensen geen voedsel en andere levensbehoeften kopen. En wat te denken van bedreigingen door buitenlandse tegenstanders? Sommigen vrezen dat te veel digitale betalingen Europa afhankelijk maken van Amerikaanse bedrijven als Visa en MasterCard, die worden geleid door politiek onvoorspelbare figuren. (Als reactie hierop overweegt de ECB invoering van een ‘digitale euro’, al zal dat nog jaren duren.) In de Baltische en Scandinavische landen, waar men vooral bang is voor Russische sabotage, blijven digitale betalingssystemen inmiddels ook enige tijd werken bij een stroomuitval. Maar als het aankomt op veerkracht gaat er niets boven contant geld. Zweden krijgen al lange tijd het advies om voldoende contant geld in huis te hebben om het een week te kunnen uitzingen, iets wat de EU nu ook aanbeveelt. Na jarenlang contactloos te hebben betaald ontdekt Europa dat wat baar geld ook geen kwaad kan.

  • Het geld van de toekomst is digitaal. En dat verandert alles

    Het geld van de toekomst is digitaal. En dat verandert alles

    In een wereld zonder contant geld zullen mensen zich anders tot geld verhouden en verandert zelfs de definitie ervan. Bovendien zullen centrale banken hun rol moeten herdefiniëren. Maar daarvoor moeten ze eerst verouderde denkbeelden loslaten.

    Met geld heeft de economische wetenschap altijd een wat vreemde verhouding gehad die vaak voer voor discussie was. Door tal van economen, onder wie Nobelprijswinnaars als Merton Miller en Franco Modigliani, werd geld lange tijd als niet meer dan een ruilmiddel beschouwd. Maar economen die voortbouwen op het werk van John Maynard Keynes en Hyman Minsky hebben die nauwe kwantitatieve blik achter zich gelaten en meer oog gekregen voor de structurele rol van geld in de reële economie en het financiële systeem. 

    Dat inzicht wordt belangrijker naarmate de wereld steeds meer gedigitaliseerd raakt en er steeds minder met contant geld wordt betaald. Hierdoor groeit de noodzaak voor beleidsmakers om niet langer alleen toezicht te houden op de markt, maar de markt actief vorm te geven. In een wereld zonder contant geld zullen mensen zich anders tot geld verhouden, ontstaan er nieuwe mogelijkheden om ermee om te gaan en verandert zelfs de definitie ervan. Bovendien zullen centrale banken zich gedwongen zien hun rol te herdefiniëren en zich innovatiever op te stellen.

    Nieuwe mogelijkheden

    Er is al veel aandacht geweest voor centrale banken die experimenteerden met een digitale munt, maar een veel belangrijker ingreep in de economie is het opzetten en vormgeven van een nieuwe digitale infrastructuur voor interoperabele betalingssystemen. Gezien het structurele belang van kapitaal kan zo’n ingreep tot meer concurrentie en betere inclusiviteit en toegankelijkheid van bankdiensten leiden, en wellicht ook nieuwe instrumenten opleveren voor het bijsturen van de economie in tijden van crisis.

    Er wordt steeds minder met contant geld betaald, het digitale betalingsverkeer groeit sneller dan ooit. Consumenten, overheden en bedrijven kiezen duidelijk voor de kosteneffectiviteit en het gebruiksgemak van cashloze technologie. Betalen met je telefoon, ooit vooral een gadget voor de technologisch onderlegde stedeling, is inmiddels zelfs in rudimentaire economieën gemeengoed. Interoperabele betalingssystemen ontwikkelen zich in rap tempo tot de economische kerninfrastructuur van het digitale tijdperk. Dat is een duidelijke trendbreuk met de door de overheid uitgegeven fysieke valuta die de afgelopen tweeduizend jaar centraal stonden.

    Zoals elke technologische verandering is ook deze niet neutraal. Ze heeft haar eigen dynamiek en als beleidsmakers daar geen sturing aan geven, zou het uitsluiting van bepaalde partijen en andere structurele problemen in de gehele economie kunnen vergroten. Zo zijn digitale betalingssystemen in veel landen niet interoperabel, wat betekent dat de eigenaar van het systeem bepaalt wie er toegang toe heeft en onheuse tarieven kan opleggen. Mensen in de marge van de economie worden op die manier nog meer verdrongen uit de cashloze wereld of erger nog, uit de officiële economie. Een centrale bank kan op dit punt laten zien dat ze meer is dan alleen een toezichthouder en zich laten gelden door mee te beslissen over de gedeelde infrastructuur, of er zelf een op te zetten. Op die manier kunnen niet alleen de kosten van digitale transacties worden verlaagd, maar ook nieuwe mogelijkheden worden bedacht om het betalingsverkeer efficiënter en toegankelijker te maken voor deze mensen.

    Die nieuwe rol druist natuurlijk in tegen de traditionele opvatting dat centrale banken vooral toezichthoudende instanties zijn

    India heeft dit gedaan met UPI, een interoperabele infrastructuur voor digitaal betalingsverkeer, waarbij de centrale bank een grote vinger in de pap heeft gehad. En Brazilië heeft hetzelfde gedaan met Pix, een betalingsdienst waarmee particulieren en bedrijven op elk moment van de dag, meestal gratis of tegen zeer lage kosten, geld kunnen overmaken en ontvangen. Volgens de Braziliaanse centrale bank is het inmiddels de populairste betaalmethode van het land, populairder zelfs dan bankpasjes, creditcards en andere betaalmethoden waar geen contant geld aan te pas komt. Meer dan 66 procent van de bevolking maakt er inmiddels gebruik van.

    Dat klinkt misschien als een typisch succesverhaal van de fintech-sector. Maar het is de centrale bank geweest die inzag dat particuliere spelers hun systemen niet vrijwillig zouden laten samenwerken met die van anderen, en daarom de ontwikkeling van Pix gestimuleerd heeft. Tot de invoering van Pix had elke financiële instelling zijn eigen transactiesysteem met zijn eigen tarieven. Nu wordt er niet meer geconcurreerd op tarieven, maar op de kwaliteit en de verscheidenheid van het dienstenaanbod. De infrastructuur van Pix levert consumenten dus een reële besparing op en draagt bij aan de toegankelijkheid en inclusie van het betalingsverkeer.

    Algemeen nut

    Het stimuleren van deze verandering door de Braziliaanse centrale bank past in een bredere trend om zich ten dienste te stellen van het algemeen nut. Als het dienen van het algemeen nut de grondslag wordt voor economische activiteiten, zal dat nog veel meer mogelijkheden opleveren voor samenwerking, coördinatie en gezamenlijke investeringen door overheden, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en internationale organisaties.

    Die nieuwe rol druist natuurlijk in tegen de traditionele opvatting dat centrale banken vooral toezichthoudende instanties zijn die alleen over de financiële stabiliteit moeten waken en kwesties als gelijkheid, toegankelijkheid en inclusie moeten overlaten aan de particuliere sector. Lange tijd had de publieke sector alleen tot taak om de waardescheppers tegen risico’s te beschermen, niet om zelf risico’s te nemen of waarde te scheppen. In zijn hoedanigheid van kredietverstrekker wordt de publieke sector gezien als een laatste toevlucht, niet als voor de hand liggende optie.

    Door deze beperkte kijk op de rol van de staat in het creëren van welvaart hebben beleidsmakers te weinig oog voor het scala aan instrumenten waarover ze beschikken om duurzame economische groei te stimuleren. Het zal een cruciale taak van centrale banken blijven om de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen, maar de actieve rol die de centrale banken van Brazilië en India hebben gespeeld bij de totstandkoming van een interoperabele betalingsinfrastructuur laat duidelijk zien dat ze meer voor het algemeen nut kunnen doen. Het verlangen naar een ambitieuzere opstelling bij het inrichten van markten lijkt om zich heen te grijpen. Zo is het faciliteren van innovatie door het leveren van financiële infrastructuurdiensten sinds kort officieel tot secundaire doelstelling van de Bank of England verklaard. Een goede ontwikkeling, want een rechtvaardige toekomst vraagt om deze inzet en ambitie van centrale banken.

  • Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    In veel winkels kun je al niet meer met contant geld betalen, toch beleeft ouderwets papiergeld hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten is in twintig jaar verdriedubbeld tot 75 miljard pond. Maar 50 miljard pond is van de radar verdwenen. Hoe is dat mogelijk?

    In oktober 2020 kwam Tara Hanlon op een zaterdagavond met vijf koffers naar Heathrow. Toen de douane de jonge vrouw vroeg waarom ze zo veel bagage bij zich had, legde ze uit dat ze met vrienden naar Dubai vloog en nog niet wist welke kleren ze daar wilde dragen. Met haar lange haar, pronte lippen en geprononceerde wenkbrauwen had ze wel iets weg van Kim Kardashian, en ook haar uitleg was een diva waardig, maar de douanier nam er geen genoegen mee. 

    Haar bagage werd doorzocht en bleek stapels bankbiljetten te bevatten (1.940.120 pond [ruim 2,3 miljoen euro] in totaal) die waren bestrooid met koffie, blijkbaar in een poging de snuffelhonden op een dwaalspoor te zetten. De politie gaf later een foto vrij van alle stapeltjes bankbiljetten naast elkaar op een tafel – de Britse vorstin staarde je vanuit alle hoeken aan. Het was de grootste inbeslagname van contant geld in Groot-Brittannië dat jaar.

    Toen ik op mijn telefoon een melding kreeg over het nieuws van die vangst, had ik al in maanden geen bankbiljet meer in handen gehad. Ik was bijna vergeten hoe glad zo’n polymeren briefje van 10 in je vingers voelt. Sinds het begin van de lockdown accepteerden de winkels in mijn buurt, zoals in heel het land, alleen nog pinbetalingen, uit angst dat briefgeld het virus kon overdragen. Het aantal opnames uit geldautomaten kelderde tot ongeveer de helft van het aantal in 2019. Maar de daling van het gebruik van papiergeld is al ver voor de coronacrisis begonnen. Al sinds 2017 worden in Groot-Brittannië meer winkelaankopen betaald met pintransacties dan met contant geld. De pandemie heeft die trend alleen maar versneld.

    GettyImages 1234215757 a
    Tara Hanlon komt aan in Isleworth Crown Court, West-Londen, waar ze twee jaar en tien maanden gevangenisstraf kreeg nadat ze schuld bekende aan witwaspraktijken ter waarde van meer dan 5 miljoen pond. –  © Yui Mok / PA Images / Getty

    Toch lijkt contant geld ook zonder de steun van saaie consumenten als ik zich nog prima te redden. Sterker nog, het beleeft hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten die in omloop zijn is volgens de Britse Rekenkamer de afgelopen twintig jaar verdriedubbeld en bedraagt nu zo’n 75 miljard pond. 

    Als je naar een verklaring voor die grote vraag naar contant geld zoekt, zijn daar weinig openbare gegevens over te vinden. Slechts een derde van die 75 miljard gaat om in het soort alledaagse transacties die de overheid kan vastleggen. De resterende 50 miljard zwerft ergens rond zonder dat men weet waarvoor het wordt gebruikt. ‘De Bank of England weet niet waar, door wie of waarvoor en lijkt er ook niet erg benieuwd naar,’ aldus Meg Hillier, voorzitter van een parlementaire commissie die zich onlangs boog over de toekomst van contant geld.

    Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone

    Dat gebrek aan interesse beperkt zich niet tot de Bank of England. Nergens lijken centrale banken zich erg druk te maken om al die ontraceerbare biljetten. Alleen al in 2020 is de gezamenlijke waarde van alle papieren dollars die in omloop zijn met 16 procent gestegen en daarmee voor het eerst boven de 2 biljoen dollar gekomen, viermaal zoveel als twintig jaar geleden. Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone. En toch wordt contant geld zowel in de VS als in Europa door de meeste mensen nauwelijks nog voor grotere aankopen gebruikt dan een kop koffie.

    Dat de hoeveelheid contant geld zo is gegroeid terwijl er steeds minder geregistreerde betalingen mee worden verricht is een echte denkpuzzel, en zo kijken de meeste centrale banken er ook tegen aan. Af en toe komen ze met een speculatieve verklaring waarin weinig urgentie doorklinkt. Toch toont het geval van Tara Hanlon wel aan dat al die verdwenen bankbiljetten meer zijn dan alleen een rimpeltje in een abstract model. Volgens de Britse opsporingsdiensten vertegenwoordigt de vangst slechts een fractie van al het geld dat jaarlijks het land uit wordt gesmokkeld. Misschien is de echte vraag niet wat er met al dat contant geld gebeurt, maar waarom het de mensen die de geldpers bedienen zo onverschillig laat.

    De eerste centrale bankier die erkende dat er met briefgeld iets vreemds aan de hand was, was Andrew Bailey in 2009. Nu is hij hoofd van de Bank of England, destijds was hij er hoofdkassier. Sinds 1853 staat op elk Brits bankbiljet de handtekening van de hoofdkassier, wiens taak het is ervoor te zorgen dat er in Groot-Brittannië genoeg geld in omloop is. Bailey verkeerde dus in een goede positie om te weten wat er gebeurde met al het geld dat er wordt gedrukt.

    Elektronisch geld 

    Contant geld stond in 2009 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de Bank of England. Na de kredietcrisis van 2007-2008 begonnen centrale banken aan een radicaal project om krediet goedkoop te houden, de zogenaamde kwantitatieve verruiming. Dat wordt vaak omschreven als het laten draaien van de geldpers, al wordt er niet daadwerkelijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan scheppen de centrale banken elektronisch geld dat ze gebruiken om staatsobligaties en andere effecten op te kopen.

    De kwantitatieve verruiming heeft een duizelingwekkende hoeveelheid nieuw geld in omloop gebracht, vooral sinds de pandemie: aan het begin daarvan injecteerde de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zo’n 3 biljoen dollar in de economie. De toename van de hoeveelheid elektronisch geld is vele malen groter dan de stijging van het aantal gedrukte bankbiljetten, en is er verder niet zo relevant voor. Maar die toename van de hoeveelheid elektronisch geld verklaart misschien wel waarom zo weinig mensen zich druk maken om al dat briefgeld dat spoorloos is.

    ANP 361063843g 1
    Frank Grap, medewerker van het US Bureau of Engraving and Printing (BEP), haalt een vel gedeeltelijk bedrukte biljetten van twintig dollar 
    uit de printer voor inspectie, Washington D.C.  © Karen Bleier / AFP

    Al was er dan een financiële crisis en werden er overvloedige hoeveelheden elektronisch geld bij gemaakt, Bailey bleef ook verantwoordelijk voor de prozaïschere taken van de centrale bank. Alle grote centrale banken hebben een ‘elastische’ geldvoorziening, wat inhoudt dat ze de financiële instellingen zoveel contant geld laten opnemen of storten als zij of hun klanten willen. Een commerciële bank laat elektronisch geld bijschrijven in het grootboek van de centrale bank, die dat bedrag dan uitkeert in bankbiljetten die kunnen worden opgenomen in een geldautomaat of gedistribueerd naar geldwisselkantoren. Het doel is duidelijk: iedereen die wil, moet geld kunnen opnemen.

    Historisch gezien was de Bank of England er altijd op gericht de vraag naar contant geld bij te benen (pas sinds de jaren zestig kunnen Britten met een creditcard betalen). De bank laat haar geld drukken door De La Rue, een particulier bedrijf dat voor verschillende landen geld drukt. Maar toen Bailey in 2009 een lezing gaf op een conferentie in Washington D.C., waren digitaal betaalverkeer en online-winkelen al zo gemeengoed geworden dat er voor de centrale banken een nieuw probleem leek op te doemen: wat moesten ze doen met het papiergeld waarnaar geen vraag meer was?

    Dat was de vraag waarop Bailey voor zijn publiek van valutadeskundigen en centrale bankiers nader inging. Hij wees erop dat het aandeel van alle aankopen die cash werden betaald in twintig jaar tijd was gehalveerd. Maar hij had een verrassing in petto voor wat hij de ‘cash-is-doodlobby’ noemde: in diezelfde periode was de vraag naar contant geld ook gestegen. Hij noemde dat ‘de paradox van de bankbiljetten’.

    Bailey had daar een tweeledige verklaring voor. Ten eerste had de kredietcrisis het vertrouwen in banken aangetast, betoogde hij, zodat veel mensen liever contant geld in huis hadden. En ten tweede groeide het aantal geldautomaten en was er meer briefgeld nodig om die gevuld te houden. Die verklaringen waren niet echt toereikend, want de toename van de hoeveelheid contant geld dateerde al van voor de explosieve groei van het aantal geldautomaten en van voor de kredietcrisis (al had die crisis de toename wel versneld). En vanuit ons huidige perspectief schieten ze helemaal tekort. In Groot-Brittannië is het aantal geldautomaten nu aan het dalen en de financiële crisis ligt alweer ver achter ons, maar zowel het aantal bankbiljetten in omloop als hun totale waarde groeit steeds sneller.

    Elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op

    De Amerikaanse centrale bank had zo zijn eigen kijk op de paradox: omdat de inflatie zo laag was, voelden burgers geen behoefte hun geld op de bank te zetten. Als het geld zijn waarde toch wel behoudt, waarom zou je dan de moeite nemen om de stad in te rijden en een stortingsformulier in te vullen? Daarnaast waren de rentetarieven al sinds 2008 ongekend laag, zo betoogde de Fed, dus spaarders waren er nauwelijks bij gebaat om geld op hun rekening te zetten: elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op.

    Die twee verklaringen pasten mooi bij elkaar en klonken ongetwijfeld overtuigend voor iedereen die zijn tijd vooral doorbrengt met nadenken over inflatie en rentetarieven. Maar in de echte wereld klinken ze nogal bizar. Voor de meesten van ons is een bankrekening geen kwestie van winst of verlies, maar van zekerheid: je voorkomt ermee dat je al je spaargeld in één keer kwijtraakt aan een brand, een inbraak of een knaagdierenplaag. En je verhindert jezelf om in een opwelling met al je geld naar het casino te gaan en alles op zwart in te zetten. Allemaal goede redenen om je spaargeld naar de bank te brengen, hoe laag de rente ook staat. (Zo’n 5 procent van de Amerikaanse huishoudens maakt geen gebruik van een bank, meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om te voldoen aan de minimumeisen.)

    Andere economen hebben andere verklaringen geopperd, meestal gerelateerd aan de omstandigheden van een specifiek moment: dat de hoeveelheid briefgeld in omloop stijgt omdat de situatie te stabiel is, of te onstabiel is, omdat mensen te weinig vertrouwen in financiële instellingen hebben om zich daarmee in te laten, of omdat er zo veel gebruik wordt gemaakt van geldautomaten. Deze verklaringen kunnen niet allemaal tegelijk opgaan, ze zijn vaak strijdig met elkaar.

    Paradox

    Toch zijn al deze verklaringen nog beter dan die waar de Europese Centrale Bank (ECB) in februari 2021 mee kwam, toen die een lang rapport over de paradox van de bankbiljetten uitbracht. Na analyse van de cashtransacties in de landen van de eurozone kwam de bank tot de conclusie dat maar ongeveer een vijfde van de in omloop zijnde bankbiljetten in het betalingsverkeer werd gebruikt – een aandeel dat sinds het begin van de coronapandemie nog verder is geslonken. Maar in 2020, het jaar van de pandemie, was de vraag naar bankbiljetten blijkbaar zo hoog dat de centrale banken van de eurozone voor zo’n 140 miljard euro aan geld hebben bijgedrukt. De waarde van de bankbiljetten die nu in omloop zijn nadert de 1,5 biljoen euro.

    ‘Deze schijnbaar onmogelijke paradox kan worden verklaard uit de vraag naar bankbiljetten als waardeopslag in de eurozone in combinatie met de vraag naar eurobankbiljetten buiten de eurozone,’ zo luidde de conclusie van de ECB. Denk het jargon even weg en er staat gewoon dat mensen bankbiljetten willen omdat mensen bankbiljetten willen. Niet waarom ze dat willen.

    Als je echt meer te weten wilt komen over de onzichtbare vraag naar contant geld, is het geen gek idee om je licht op te steken bij Kenneth Rijock. Deze charmante Vietnamveteraan met een vierkante kin en een gulle glimlach heeft tegenwoordig alle tijd om met je in een koffietentje van gedachten te wisselen. In de jaren tachtig zou hij daar geen tijd voor hebben gehad: toen was hij druk met geld witwassen voor drugdealers in Miami.

    Hij propte sjofele oude koffers vol met geld en reed daarmee naar het vliegveld, uitgedost als ‘de sufste toerist die ooit uit een vliegtuig was gestapt’. Dan vloog hij naar een piepklein staatje in de Cariben, naar een bank die al dat geld zonder naar de herkomst te vragen maar al te graag op de rekening van een brievenbusfirma liet storten. Was het eenmaal omgezet in giraal geld, dan sluisde hij het via banken in verschillende landen eerst naar allerlei tussenrekeningen om het moeilijk traceerbaar te maken, om het ten slotte weer over te maken naar Florida, waar zijn klanten het in vastgoed konden steken, alsof het wit geld was.

    Die gouden tijd van offshorebankieren door criminelen is voorbij. Eind jaren tachtig begonnen overheden banken te verplichten tot strengere controle op het geld dat ze doorsluisden. En dat toezicht is zeker na 9/11 alleen maar intensiever geworden. (Rijock liep zelf tegen de lamp en verdween in 1990 achter de tralies. Tegenwoordig adviseert hij opsporingsdiensten over het aanpakken van criminelen.)

    Offshorerekeningen zijn tegenwoordig een heel riskante manier om illegaal verkregen geld naar een ander rechtsgebied te sluizen. En cryptomunten zijn niet-liquide, onstabiel en moeilijk uit te geven in de legale economie. Daarom grijpen criminelen vaak terug op de oudste technologie, die anoniem, robuust en universeel geaccepteerd is. ‘Het smokkelen van grote hoeveelheden contant geld is de botste en primitiefste maar nog steeds de effectiefste manier om ongezien geld wit te wassen,’ zegt Rijock.

    Dus terwijl de centrale bankiers overpeinzen waar hun bankbiljetten toch zijn gebleven, is dat volgens de bestrijders van witwaspraktijken niet zo’n mysterie. Volgens sommige schattingen wordt misschien wel de helft van al het contant geld in omloop door criminelen gebruikt om te ontkomen aan het steeds intensievere toezicht van de overheid op het betalingsverkeer.

    Vijf koffers vol geld

    De avonturen van Tara Hanlon zijn daar een voorbeeld van. Ze kreeg 3000 pond om met die vijf koffers vol geld naar Dubai te vliegen, en op drie eerdere reisjes had ze in totaal al 3,5 miljoen pond het land uit gesmokkeld. ‘Die koffers zijn ZWAAR. En niemand die je helpt. Staan alleen maar te kijken. Ik dacht echt van hallo,’ appte ze naar de vrouw die haar had geronseld. Ze maakte deel uit van een netwerk van koeriers die crimineel geld naar de Verenigde Arabische Emiraten smokkelen, waar de gebrekkige rechtshandhaving een ideale omgeving creëert voor het witwassen van zwart geld.

    Het Britse National Crime Agency (NCA), dat zich bezighoudt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad, heeft geanalyseerd hoeveel bankbiljetten er worden gedrukt, hoeveel er bij geregistreerde transacties worden gebruikt en wat de omvang van de criminele economie in het land is. De conclusie is dat er elk jaar zo veel geld het land uit gaat dat er vrachtwagens nodig zijn voor het vervoer. De NCA heeft dan ook een nieuwe taakgroep opgezet om de geldstromen te onderzoeken, ‘Project Plutus’.

    Groot-Brittannië is niet het enige land dat moeite heeft om in beeld te krijgen hoeveel geld er illegaal de grens over gaat. Er zijn ook miljarden dollars in omloop buiten de VS, en 750 miljard aan euro’s buiten de eurozone. Dat zal niet allemaal voor louche doeleinden worden ingezet, maar het is duidelijk dat er sprake is van een enorm mondiaal schaduwbankstelsel waar de autoriteiten praktisch geen vat op hebben.

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren. En handhavers en compliance-officers doen wel hun best om criminelen de toegang tot het mondiale bankenstelsel steeds moeilijker te maken, maar ondertussen hebben de mensen die een rem kunnen zetten op de beschikbaarheid van contant geld nauwelijks oog voor het probleem. 

    De kern van de complexe relatie die centrale banken met contant geld hebben is gelegen in het muntloon, een begrip zo oud dat er in het Engels een Oudfrans woord voor wordt gebruikt: seigniorage, ‘wat wordt opgeëist door de seignior’, oftewel de landheer. In de tijd dat zich voor het eerst staten begonnen te vormen, eisten de vorsten het monopolie op de uitgifte van muntgeld op. Het goud ging naar de Munt om te worden gewogen en getaxeerd, waarna er munten van werden geslagen met daarop een afbeelding van de vorst als een garantie voor de kwaliteit. Seigniorage was het bedrag dat de vorst hiervoor opstreek.

    Dat leverde die vorsten grif geld op, zeker toen ze eenmaal beseften dat ze om de zoveel jaar met een nieuw muntontwerp konden komen, zodat de munten geregeld moesten worden omgesmolten en opnieuw geslagen. En de winsten stegen nog verder toen men er ook andere, goedkopere metalen voor ging gebruiken, al hielden de vorsten vol dat de nieuwe munten dezelfde waarde hadden als hun voorgangers van goud of zilver.

    Maar het slaan van al die munten was een bewerkelijke zaak en dat beperkte de hoeveelheid geld die op deze manier kon worden gemaakt. Een grote stap vooruit werd in de zeventiende eeuw gezet, toen Europese centrale banken eerst zelf bankbiljetten begonnen uit te geven en later ook bepaalden dat niemand anders daartoe gerechtigd was. Het drukken van een bankbiljet kost slechts een paar cent, maar de waarde van het biljet is wat erop gedrukt staat. Zo begonnen de seigniorage-inkomsten lekker op te lopen.

    In het tijdperk van elektronisch geld is het moeilijker om dat muntloon te berekenen dan in de Middeleeuwen, maar het idee blijft hetzelfde: het is de opbrengst van het monopolie op de uitgifte van geld. Het drukken van een biljet van 100 dollar, een fraai versierd stukje papier dat 100 dollar waard is louter omdat de Amerikaanse overheid dat zegt, kost een schamele 14 cent. En elke keer dat de Fed zo’n briefje uitgeeft, kan ze de resterende 99,86 dollar dus investeren in iets wat rente oplevert. Het is wel duidelijk: geld drukken geeft centrale banken een vrijbrief om geld te drukken. 

    Aan het drukken van de bijna 2 miljoen pond van Tara Hanlon zou de Bank of England meer dan 1,5 miljoen pond hebben verdiend (het drukken van een pondbiljet kost maar een paar penny). Een deel van die opbrengst gaat op aan diverse kosten, maar de rest komt ten goede aan de schatkist. Seigniorage is dus een mooie bron van inkomsten voor een regering – als je even vergeet hoeveel geld belastingontduiking en de georganiseerde misdaad de schatkist kosten.

    Apathie

    Als er al een keer een debat is over waar alle bankbiljetten in de wereld toch naartoe gaan, komt dat lucratieve muntloon bijna nooit ter sprake. Volgens Kenneth Rogoff, econoom aan Harvard en schrijver van het boek The Curse of Cash, praten economen liever over verfijnde nieuwe concepten als kwantitatieve verruiming dan over zoiets prozaïsch als de vraag hoe bankbiljetten eigenlijk worden gemaakt. ‘Economen hebben de neiging om te denken: Dat is niet keynesiaans, dus dat doet er niet toe,’ zegt hij. 

    En waarschijnlijk speelt ook apathie een belangrijke rol in de bereidheid van centrale bankiers om geld te blijven drukken. De opgave om fundamentele hervormingen voor de geldvoorziening te bedenken is weinig aanlokkelijk in een situatie waarin er al zoveel andere eco-nomische problemen zijn om je zorgen over te maken.

    Maar Peter Sands, oud-topman van de bankengroep Standard Chartered, denkt dat de seigniorage-inkomsten mede verklaren waarom er geen actie wordt ondernomen. ‘Als een geneesmiddel ongunstige bijwerkingen heeft, wordt de fabrikant verplicht uitgebreid onderzoek te doen naar de frequentie, de ernst en de onderliggende oorzaken daarvan,’ zo zei hij op een conferentie over de toekomst van contant geld in 2017. ‘Maar als de hoogste opsporingsambtenaar van het continent zegt dat contant geld een cruciale rol speelt in witwaspraktijken en de financiering van terrorisme, als de fiscus stelt dat het niet aangeven van cash-inkomsten de grootste bron van belastingontduiking is, zien we dan de producenten van contant geld ook hun best doen om daarover data te verzamelen en analyses op te stellen?’ Het antwoord was natuurlijk nee. ‘Ik wil hier niet beweren dat het allemaal alleen maar eigenbelang is,’ besloot Sands. ‘Maar ik denk dat je toch moet inzien dat hier sprake is van belangenverstrengeling.’

    De veroordeling van Tara Hanlon ging gepaard met een persbericht met foto’s en al waarin het National Crime Agency zichzelf op de borst sloeg. Maar binnenskamers was de stemming bij de opsporingsdienst een stuk somberder. Het criminele netwerk waarvoor Hanlon werkte had niet echt veel moeite gedaan om voorzichtig te zijn met het smokkelen van die 2 miljoen pond. Dat wekte de indruk dat dit bedrag een druppeltje was in een grote oceaan van contanten die continu de grens over stroomt. ‘We moeten inzien dat criminelen niet in één keer 2 miljoen zouden proberen te smokkelen als ze zich grote zorgen maakten dat het wordt onderschept,’ kreeg ik van een opsporingsambtenaar te horen. ‘De omvang van deze vangst geeft waarschijnlijk alleen maar aan hoeveel zendingen ons ontgaan.’

    De Britse misdaadbestrijders hebben één troost: het Britse pond is niet de favoriete munt van de criminele netwerken. En één blik op de foto met het in beslag genomen geld van Hanlon maakt ook wel duidelijk waarom. Het waren bijna allemaal paarse briefjes van 20, met hier en daar een biljet van 10. Er was maar één briefje van 50 te zien, de grootste coupure die de Bank of England uitgeeft. In de zin van ruimte versus waarde zijn Britse bankbiljetten onaantrekkelijk voor smokkelaars: je hebt heel veel briefjes van 20 nodig om een groot bedrag te smokkelen. Had Hanlon haar hele buit in biljetten van 100 dollar vervoerd, dan had alles in anderhalve koffer gepast. Met briefjes van 500 euro had ze aan één koffer genoeg gehad. Dus als je geld wilt smokkelen, kun je beter de grote coupures van de EU en de VS gebruiken dan de flappen die de Bank of England drukt.

    Er zijn genoeg goede redenen voor centrale banken om geld te blijven drukken. Maar er zijn wel mensen die zich afvragen of het nou echt nodig is om zo veel grote coupures uit te geven. Meer dan 80 procent van al het dollargeld in omloop is in de vorm van briefjes van 100, meer dan zestien miljard biljetten in totaal, dus twee voor ieder mens ter wereld (en ik heb er geen, dus minstens één persoon moet er vier hebben). 

    Er zijn bijna vierhonderd miljoen paarse katoenflappen met de tekst ‘500 euro’ in omloop (al is de ECB in 2016 met het drukken daarvan gestopt op aandrang van de Franse regering, die meende dat de biljetten bijdroegen aan de financiering van terrorisme). In de eurozone zijn in totaal voor 750 miljoen aan biljetten van 200 euro gedrukt, en voor nog eens 3,5 miljard aan biljetten van 100. Waarom willen de meeste rijke landen die grote coupures niet afschaffen? India heeft dat in 2016 met zijn twee hoogste coupures immers al gedaan (al was het geen onverdeeld succes). 

    Iedereen op één lijn 

    Het probleem is, zoals zo vaak bij de regulering van het internationale financiële systeem, dat het zo moeilijk is om iedereen op één lijn te krijgen. Zodra de Fed of de ECB bijvoorbeeld de grote coupures afschaft, stappen internationale criminelen en kleptocraten gewoon over op andere valuta. En dan gaan alle inkomsten van het drukken van bankbiljetten dus naar een centrale bank die wel grote coupures blijft uitgeven, zonder dat de andere landen de mondiale misdaad zien teruglopen. In afwachting van een wonderbaarlijk staaltje multilateralisme zal in de afzienbare toekomst het huidige systeem wel blijven voorbestaan.

    Afgelopen juni bekende Tara Hanlon in de rechtszaal via een videoverbinding dat ze schuldig was aan witwassen. Ze kreeg drie jaar celstraf opgelegd. Een week daarvoor had De La Rue, de drukkerij van het Britse papiergeld, haar jaarcijfers bekendgemaakt. De geldpers, gehuisvest in een modernistische fabriek in Essex die De La Rue in 2003 overnam van de Bank of England, draait op volle toeren, aldus 
    het bedrijf. Hoe dat komt? ‘De aanhoudend grote mondiale vraag naar contant geld.’ 

  • 5. Contant vs. digitaal: Een rondje 
om de wereld

    5. Contant vs. digitaal: Een rondje 
om de wereld

    Op de wetenschapssite 
The Conversation zetten financieel deskundigen Bernardo Batiz-Lazo, Leonidas Efthymiou en Sophia Michael vorig jaar de laatste 
ontwikkelingen rond cashloos 
betalen op een rij.

    Sinds de introductie van computers in retailbanking, eind jaren vijftig, bestaat er een toekomstbeeld van een wereld waarin contant geld overbodig is. Doordat cheques op sterven na dood zijn, het gebruik van bankpassen en creditcards toeneemt en innovaties als PayPal, Square, 
Apple Pay en Bitcoin hun intrede hebben gedaan, lijkt het alsof de komst van de plasticgeldmaatschappij slechts een kwestie van tijd is.

    Uit gegevens van Retail Banking Research, een van de gezaghebbendste bronnen op dit gebied, blijkt echter dat betalingen waar geen contant geld aan te pas komt wereldwijd weliswaar razendsnel groeien, maar dat cash als betaalmiddel zeer veerkrachtig is. De resultaten van een onderzoek in opdracht van de ATM Industry Association door een panel van dertig landen bevestigen deze trend. Volgens dit onderzoek 
zou de wereldwijde vraag naar contant geld 
tussen 2009 en 2013 (de laatste peildatum) met 8,9 procent zijn gestegen. We zijn dus vijftig jaar onderweg, maar we zijn er nog steeds niet. 
Toch is er her en der een aantal innovaties. De verschillende continenten staan er als volgt voor.

    EUROPA

    In 2015 was een op de tien kaartbetalingen in 
het Verenigd Koninkrijk contactloos. Door ook de betaling van kleine bedragen gemakkelijker en sneller te maken, vormt contactloos betalen een grote bedreiging voor contant geld. Ondanks het feit dat Londen aanzienlijk minder investeringsmiddelen kent dan de Verenigde Staten, ontwikkelt de Britse hoofdstad zich in rap tempo tot 
een fintechcentrum.

    Kopenhagen trad in 2016 op als gastheer van Money 20/20, mondiaal gezien het belangrijkste jaarlijkse evenement voor opkomende betalingstechnologie. Het was de eerste keer dat dit forum buiten de Verenigde Staten bijeenkwam, hetgeen het belang van Europa onderstreepte als het op innovaties op het gebied van betalingen en financiële technologie aankomt. In landen als Nederland zijn er cafés en zelfs supermarkten waar contant geld niet meer wordt geaccepteerd. Er wordt ook vaak gewezen op de langzame dood die contant geld in Scandinavië sterft, maar het is onwaarschijnlijk dat het helemaal zal uitsterven.

    AZIË, LATIJNS-AMERIKA EN OCEANIË

    In China is de mobiele app WeChat interessant om in de gaten te houden. WeChat is onderdeel van de kolos Tencent en is na de introductie als berichtenapp in 2011 uitgegroeid tot een app waarmee je taxi’s en eten kunt bestellen en 
overschrijvingen kunt doen. Met 650 miljoen gebruikers is WeChat een van China’s populairste apps.

    In arme economieën, waar een derde van de bevolking amper toegang heeft tot de financiële sector, draait het om financiële inclusie en wordt mobiel geld als mogelijke oplossing gezien. 
Chili is een opvallend voorbeeld van succesvolle overheidsinitiatieven in deze richting. Maar een interessante ontwikkeling is ook de campagne van de Indiase overheid om geld te vervangen door mobiele betalingen, in aanvulling op een groeiend netwerk dat uit 140.000 particuliere ondernemingen en correspondentbanken van 
de overheid bestaat.

    Digitaal betalen in India, waar premier Modi onlangs een aantal bankbiljetten afschafte. – © Getty Images
    Digitaal betalen in India, waar premier Modi onlangs een aantal bankbiljetten afschafte. – © Getty Images

    De uitdaging met betrekking tot mobiel geld 
zit hem echter in het feit dat het zich op het kruispunt van financiën en telecommunicatie bevindt, en dus te maken heeft met wet- en regelgeving uit beide sectoren. Bovendien vindt een aanzienlijk aantal transacties in India en Latijns-Amerika plaats buiten de formele 
financiële en typisch overgereguleerde telecommunicatiesector. Daarnaast zijn de mensen ‘onder aan de piramide’ angstig en wantrouwend ten aanzien van financiële instanties.

    De vooruitzichten voor Australië zijn veel gunstiger. De introductie van contactloze betaalkaarten in 2010 is enorm succesvol gebleken, en plastic heeft het gebruik van contant geld en betaalautomaten substantieel verminderd. Sterker nog, uit recent onderzoek van de Reserve Bank of Australia blijkt dat het gebruik van bankbiljetten en munten van 69 procent in 2007 is gedaald tot 47 procent in 2013. Die afname manifesteerde zich in alle leeftijds- en inkomensklassen, 
waarbij de kans op het gebruik van contant geld op het platteland groter is dan in de grote steden.

    In tegenstelling tot wat sommige mensen 
denken, wil het feit dat bepaalde landen voornamelijk elektronische betalingsvormen hebben omarmd niet zeggen dat landen waar bankbiljetten en munten nog worden gebruikt minder 
efficiënt of achterlijker zijn

    In tegenstelling tot wat sommige mensen 
denken, wil het feit dat bepaalde landen voornamelijk elektronische betalingsvormen hebben omarmd niet zeggen dat landen waar bankbiljetten en munten nog worden gebruikt minder 
efficiënt of achterlijker zijn. Verschillen tussen landen, en tussen arm en rijk binnen de landen, blijven voornamelijk een kwestie van gewoonten, cultuur en wetgeving.

    Maar de nieuwe technologie heeft het pleit ook zeker nog niet gewonnen bij de gebruikers. Er is meer innovatieve technologie waarvoor een markt moet worden gezocht, dan dat er consumenten zijn die alternatieve betaalmethoden zoeken. En er is niets mis met bestaande betaalwijzen: in de meeste landen werken ze in 99 procent van de tijd voor de meeste consumenten prima, en dat geldt met name voor contant geld. Natuurlijk veranderen mensen hun gewoonten, en fintech-start-ups zullen de status quo wellicht ooit verstoren.

    AFRIKA EN HET MIDDEN-OOSTEN

    Het Keniaanse succes van het mobiele betalingssysteem M-Pesa ten aanzien van financiële 
inclusie spreekt voor zich: de meerderheid van 
de bevolking kan nu met behulp van de telefoon geld overmaken zonder over een bankrekening 
te hoeven beschikken. Een vergelijkbare groei in mobiele betalingen deed zich voor in Botswana en Zuid-Afrika. Safaricom, het telecombedrijf achter M-Pesa, is er echter niet in geslaagd het model in buurlanden als Tanzania te kopiëren. Het is ook nog maar de vraag hoe succesvol het Cashless Nigeria Project zal zijn. Dit project van de Nigeriaanse centrale bank heeft tot doel de hoeveelheid fysiek geld die in de economie omgaat te verminderen.

    Afrika en het Midden-Oosten zijn nog steeds 
de gebieden met het laagste aantal volwassenen met een bankrekening, terwijl deze landen, samen met China en landen in Azië en de Stille Oceaan, de groeimarkten voor geld- en betaalautomatenproducenten zijn geweest en zullen zijn. Dit wijst op een intensief gebruik van bankbiljetten in het dagelijks leven in deze regio’s.

    NOORD-AMERIKA

    Hoewel het land de crème de la crème van de technologie- en onderzoekscentra herbergt, lopen de Verenigde Staten achter als het op de implementatie van sommige technologieën aankomt. Betalingen via chip of pin werden 
pas in oktober 2015 ingevoerd en lijken in de kerstperiode weinig succesvol te zijn geweest, blijkens de signalen dat de grote warenhuizen de kaartlezers omzeilden en weer ouderwets op handtekeningen vertrouwden. Dit lijkt wellicht enigszins achterlijk, maar let wel, het is bij 
chip- en pinkaarten naast een veiligheidsaangelegenheid ook een kwestie van een protocol dat in geval van oplichting bepaalt wie wanneer welke kosten draagt.

    De Verenigde Staten mogen dan traag zijn 
met de introductie van chip en pin, er zijn wel ontwikkelingen op het gebied van betalingen per smartphone. De bank JP Morgan Chase en supermarktketen Walmart hebben allebei 
concurrerende producten voor Apple Pay op de markt gebracht. Dit geeft aan op welke manier retailers, banken en toezichthouders innovaties doen die betalingen sneller laten verlopen en een maatschappij zonder contanten mogelijk dichterbij brengen.

    Vertaler: Martinette Susijn

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het kleine Britse broertje van de Australische The Conversation, opgericht door een groep journalisten, verwierf in de drie jaar dat ze bestaat al groot aanzien. The Conversation werkt met ‘open bronnen’ en wil mede op deze manier een frisse en onafhankelijke blik op het nieuws bieden. Op de site komen vooral onderzoekers en academici aan het woord.

  • 4. Betalingsbalans

    4. Betalingsbalans

    Waarom wordt Economist -redacteur Tom Standage dikker? Zelf vermoedt hij dat het komt door de opkomst van contactloos betalen.

    Als techneut houd ik van alles wat het leven sneller, makkelijker en slimmer maakt. Daarom houd ik van mijn verzameling oude munten. Het idee van geld – een in de bronstijd ontwikkelde technologie – was destijds een gigantische innovatie die handel drijven een stuk eenvoudiger maakte, doordat waarde in de vorm van handige symbolen kon worden bewaard en opgeslagen. Er 
is een brede waaier aan verschillende valuta uitgeprobeerd – zilveren ringen, metaalstaven en in Micronesië zelfs stenen schijven met een diameter van ruim 3,5 meter – maar in het grootste deel van 
de wereld kwam men er algauw achter dat het op zak hebben van kleine metalen schijfjes een handiger manier was om de wekelijkse boodschappen te 
betalen dan het voortrollen van reusachtige stenen richting de kruidenierswinkel.

    Nu stevenen we af op een cashloze economie. 
Dat heeft het onderliggende idee van geld niet 
veranderd; het maakt betalen alleen een beetje gemakkelijker. Toch lijkt het afschaffen van het fysieke element onze relatie met geld te veranderen. Door het verminderen van wat gedragseconoom 
Dan Ariely de ‘pijn van het betalen’ noemt, moedigen cashloze betalingen ons aan om meer uit te geven.

    12 tot 18 % meer uitgeven

    Op dit effect werd voor het eerst gewezen in de jaren tachtig, na de introductie van de creditcard. Uit een in 2001 gepubliceerde studie bleek dat inwoners 
van Boston bereid waren twee keer zo veel voor een basketbalwedstrijd neer te tellen als ze met een 
creditcard betaalden dan contant. Maar wedstrijdkaartjes zijn misschien niet representatief; het meest geciteerde feit is afkomstig uit een studie 
van Dun & Bradstreet, namelijk dat mensen met een creditcard gemiddeld 12 tot 18 procent meer uitgeven dan ze contant zouden doen. En dat is helemaal niet verwonderlijk. Als je je portemonnee of portefeuille tevoorschijn moet halen en daarna fysieke biljetten of munten moet overhandigen, ben je je duidelijker bewust van de kosten van een transactie dan 
wanneer je een creditcard in een apparaatje steekt. Daarom gebruiken we spaarpotten om kinderen financiële verantwoordelijkheid bij te brengen. Omgedraaid is het ook de reden dat fruitmachines 
in Las Vegas geen contant geld meer accepteren.

    Dit effect lijkt te versnellen naarmate de technologie de frictie van het betalen wegneemt. Neem je bijvoorbeeld een taxi, dan moet je nog steeds contant geld of een creditcard tevoorschijn toveren, je realiseren wat de kosten zijn en besluiten of je een fooi gaat geven; neem je een Uber, dan wordt 
de betaling haast onmerkbaar aan je banksaldo onttrokken. Met contactloze kaarten kun je kleine betalingen doen door ze alleen maar vluchtig langs een kaartlezer te halen: een handtekening of pincode is niet nodig. Als je een smartphone gebruikt om contactloos te betalen, neemt de frictie nog verder af. Kaarten worden meestal in een 
portefeuille of portemonnee bewaard, maar je telefoon is altijd bij de hand: het is net een toverstaf waar je alleen maar mee hoeft te zwaaien om dingen te betalen.

    Economen verwachten dat de verschuiving naar steeds eenvoudiger betaalsystemen de consumentenbestedingen verder zal opjagen. Bedrijven zijn dolblij. Maar consumenten zouden meer op hun hoede moeten zijn.

    Contactloos betalen bij een snackautomaat op het CS in Amsterdam. © Berlinda van Dam / HH
    Contactloos betalen bij een snackautomaat op het CS in Amsterdam. © Berlinda van Dam / HH

    Mijn eigen ervaring moge wat dit betreft een 
waarschuwing zijn. Nadat ik mijn smartphone had ingesteld voor contactloos betalen om trein-, metro- en busreizen te betalen, begon ik er ook koffie en broodjes voor de lunch mee te kopen. Die paar dingen betreffen het overgrote merendeel van de kleine 
uitgaven die ik elke dag doe, dus heb ik me al sinds het begin van het jaar geheel zonder contant geld weten te redden.

    Ik ben een beetje aangekomen. En ik denk dat het door de koffie komt. Vroeger kocht ik op weg naar kantoor alleen koffie als ik genoeg geld op zak had; een betaalkaart trekken voor zo’n kleine aankoop leek wat veel van het goede. Een smartphone niet, dus nu koop ik elke dag koffie, in plaats van een of twee keer per week. Het wegnemen van uitgavebeperkingen verandert op een subtiele manier ons consumptiepatroon, en de extra calorieën van al die vanilla lattes tikken aan.

    De technologie zal kunnen helpen door nieuwe 
uitgavebeperkingen te introduceren. Apps zouden ons wekelijks samenvattingen en analyses van onze uitgaven kunnen sturen en veranderingen in ons bestedingspatroon kunnen signaleren (‘je lijkt de laatste tijd meer koffie te kopen’). Maar ik vermoed dat we ons ook beter zullen moeten leren beheersen. Het is de moeite waard om een oogje op ons bestedingspatroon te houden – en op onze taille.

    Auteur: Tom Standage
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • Dossier: De cashloze samenleving

    Dossier: De cashloze samenleving

    In Nederland is pinnen het contant betalen definitief voorbijgestreefd, en in sommige andere landen gaan de ontwikkelingen nog harder. Stevenen we af op een volledig cashloze maatschappij?

    1. De opkomst van de cashloze stad: 
‘Er is een reëel gevaar voor uitsluiting’

    2. China is het pinnen allang voorbij

    3. Volledig cashloos? Geen goed idee

    4. Betalingsbalans

    5. Contant vs. digitaal: Een rondje 
om de wereld

    Beeld: Contactloos betalen voor een ezelritje, een beroemde attractie in de Engelse badplaats Blackpool. – © HH