De beroemde figuren op de Britse bankbiljetten worden binnenkort vervangen door diersoorten, zo heeft de Bank of England aangekondigd. In de Londense pers zorgt dit initiatief voor ophef.
Nee: ‘Dit is belachelijk!’
Volgens de Bank of England is de nieuwe serie bankbiljetten nodig om vervalsing tegen te gaan. Op de vraag wat er op de nieuwe bankbiljetten moest komen te staan brachten tienduizenden mensen een stem uit. Het dierenrijk, een van de keuzes, kreeg de steun van 66 procent van de ondervraagden, terwijl architectuur en grote monumenten 56 procent van de stemmen ontving en historische figuren slechts 38 procent van de stemmen haalden. ‘Wat wordt het dan? Een schattig katje, of misschien een puppy? We zullen in ieder geval afscheid moeten nemen van Winston Churchill, Jane Austen en Alan Turing – en daarmee ook van de mooie traditie om onze grootste Britse helden op deze manier te eren. Dit is belachelijk!’ hekelt financieel columnist Matthew Lynn in het conservatieve Britse tijdschrift The Spectator.
‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben’
Lynn vreest dat de bankbiljetten minder serieus zullen worden genomen. ‘Papiergeld heeft altijd iets illusoirs gehad. Om bankbiljetten geloofwaardiger te maken, doen centrale banken doorgaans een beroep op grote, serieuze historische figuren, die ervoor zorgen dat deze kleurrijke stukjes papier gewicht en gezag uitstralen.’ Koningin Elizabeth II verscheen voor het eerst op een biljet van 1 pond in 1960, en vervolgens was haar portret gedurende haar hele regeerperiode op het geld te zien. Toen de euro aan het begin van deze eeuw werd ingevoerd, koos de Europese Centrale Bank voor een reeks architectonische bouwwerken, als symbool voor de gedeelde Europese geschiedenis. ‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben,’ aldus Lynn.
Het besluit wijst er volgens hem op dat de Bank of England er alles aan doet om contant geld zo snel mogelijk af te schaffen, ten gunste van elektronische transacties, die goedkoper en gemakkelijker te controleren zijn. ‘Om dit proces te versnellen, plakken ze op traditionele bankbiljetten plaatjes die aan emojis doen denken. Bankbiljetten draaien in wezen om vertrouwen – en als dat eenmaal verloren is gegaan, zal het onmogelijk blijken om het terug te winnen. De Bank of England zou weleens spijt kunnen krijgen van deze verandering.’
Matthew Lynn is financieel columnist en auteur van Bust: Greece, The Euro and The Sovereign Debt Crisis en The Long Depression: The Slump of 2008 to 2031.
Ja: ‘We zijn dol op dieren’
‘Het Verenigd Koninkrijk is helemaal in de ban van dieren’, schrijft The Economist. Meer dan 70 procent van de Britten zegt dierenvriend te zijn; elk jaar gaat het grootste deel van hun donaties naar dierenbeschermingsorganisaties. In 2023 gaven ze bijna 6 miljard pond uit aan hun huisdieren, wat neerkomt op meer dan 10 procent van het defensiebudget.
De aankondiging van de Bank of England kwam voor het Britse tijdschrift dan ook niet als een verrassing. Bovendien roepen dieren, in tegenstelling tot de personen die momenteel op de biljetten staan afgebeeld, minder controverse op. ‘In tegenstelling tot Winston Churchill wordt een das niet bekritiseerd om zijn opvattingen over een vermeende rassenhiërarchie. Geen enkele eekhoorn kan in verband worden gebracht met slavernij, zoals voor [bepaalde leden van de familie van] Jane Austen wel geldt. Als je controverse wil vermijden, zijn dieren een veilige keuze.’
De bank zal deze zomer een enquête houden over welke dieren er op de biljetten moeten komen te staan, maar de redactie van The Economist heeft er plezier in alvast mee te denken. ‘Gedurende het Britse Rijk zou de majestueuze leeuw een vanzelfsprekende keuze zijn geweest, maar die tijd is voorbij. Voor wie somber is over de toestand van de Britse economie is de luiaard misschien een geschikte keuze’, aldus de auteur. ‘En een vos die uit een vuilnisbak eet of een meeuw die frietjes jat is het perfecte symbool voor de vermeende verslechtering van de openbare dienstverlening.’
‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten’
Een meer op consensus gerichte keuze zou volgens het blad de duif zijn, die alomtegenwoordig is in Londen, en een oriëntatievermogen heeft dat past bij een land met zo’n rijke zeevaartgeschiedenis. Of de eenhoorn, al lange tijd symbool van Schotland, om de onafhankelijke geest van Groot-Brittannië (‘en zijn verlangen om technologische start-ups te verwelkomen’) te illustreren. ‘Toch blijkt geen van deze dieren helemaal geschikt,’ besluit het blad.
Eigenlijk is er volgens The Economist maar één goed antwoord: de egel. ‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten.’ De populatie van dit typisch Britse dier daalde tussen 2000 en 2022 in landelijke gebieden met meer dan de helft, wat tot grote mobilisatie leidde: er zijn nu meer dan honderdduizend egelpoorten, waardoor ze zich makkelijker van de ene tuin naar de andere kunnen verplaatsen. ‘Zet de egel op een bankbiljet en er volgt gegarandeerd een stroom aan donaties om nog eens duizenden nieuwe egelpoorten te bouwen!’
The Economist is een liberaal Brits tijdschrift. Het wordt gedrukt in zes landen en 85 procent van de verkoop vindt plaats buiten het Verenigd Koninkrijk. Geen van de artikelen is ondertekend: een traditie die het weekblad ondersteunt met de gedachte dat ‘persoonlijkheid en collectieve stem belangrijker zijn dan de individuele identiteit van de journalist’.
De Zweedse schrijver en vertaler Ulf Peter Hallberg denkt dat de oplossing voor veel maatschappelijke malaise ligt in kunst en literatuur die openheid en begrip mogelijk maken.
IQ: De maatschappij ziet cultuur vaak als een soort ontspanning, die niets te maken heeft met politiek. Vindt u dat ook?
Ulf Peter Hallberg: Kunst en cultuur staan voor veel meer dan ontspanning. Wij moeten inzien dat kunst, de literatuur, de muziek, alle kunstvormen in verschillende opzichten belangrijk zijn. Dat we er armer van worden als cultuur in het leven van alledag een kleinere rol krijgt toebedeeld door de politiek, omdat die ons in staat stelt het kritisch vermogen te ontwikkelen en niet te vergeten, om verandering te bewerkstelligen.
In mijn boek European Trash, Fourteen Ways to Remember a Father schrijf ik over iemand die zijn vader heeft verloren. De vader was niet geïnteresseerd in rijkdom of macht, hij was 87 toen hij stierf, maar voelde zich 27. Waarom? Omdat hij geld zag als iets wat mensen alleen maar kan vernietigen. Hij had de belangrijkste waarden van zijn leven ontdekt in de kunst. Daar had hij belangstelling voor, hij verzamelde artikelen over kunstwerken en dacht er veel over na. Ook ik wil graag geld hebben en uitgeven, net als iedereen. Maar dat is niet het belangrijkste doel in mijn leven, of mijn grootste drijfveer.
Natuurlijk is hier een verband te leggen met de politiek. Een voorbeeld: de Zweedse Democratische Partij zegt dat het land zich moet ontdoen van alle buitenlanders, dat Zweden blank moet zijn en één natie, een zuivere staat. Hoe je ook op dat soort ideeën reageert, het blijft retoriek. Dan kan het helpen om te bedenken dat het de literatuur of de kunst niet uitmaakt wie jij bent of waar je vandaan komt en wat de kleur van je huid is. Die principes zouden naar mijn idee de leidraad in het leven moeten zijn.
Hoe is de manier waarop de samenleving, of concreter de politieke klasse, naar kunst kijkt, te verbinden met het idee van de populistische natiestaat?
Volgens mij kunnen veel gebeurtenissen vergeleken worden met situaties die in boeken worden beschreven of in beeldende kunst worden afgebeeld. Je kunt je afvragen hoe een bepaald dilemma zou worden opgelost in een roman of een novelle. De literatuur kan in die zin een inspiratiebron zijn. Zelfs al stond het duidelijk in de wet, geen enkele persoon of groep kan alleen maar als goed of alleen maar als slecht worden bestempeld. De lijn die goed scheidt van kwaad, zwart van wit, werkt niet in de kunst.
Politici, vooral degenen die zich laten leiden door een populistische overtuiging, willen de samenleving overtuigen van hun ideeën over gerechtigheid en gebruiken daarvoor simplistische retoriek. De Hongaarse premier Viktor Orbán en de Amerikaanse president Donald Trump zijn daar goed in.
Toch zit het probleem niet zozeer in die retoriek zelf, maar in de middelen die worden ingezet om besluiten te kunnen nemen.
Het bestaan van kunst en literatuur laat zien dat alles in het leven een voortdurende strijd is, een eeuwige zoektocht, waarin doelen worden bereikt en waarden worden gekoesterd en mislukkingen verdoezeld
Wat is de invloed daarvan op de Europese Unie en haar waarden?
Cultuur maakt veel zichtbaar. Ze zorgt voor het behoud van de gevoeligheid in de moderne wereld. De Litouwse filosoof en schrijver Leonidas Donskis en de Poolse socioloog Zygmunt Bauman hebben al eerder vastgesteld dat in de huidige samenleving de cohesie ontbreekt. Er is geen behoefte meer aan wederzijdse banden, geen verbondenheid waardoor de zaak wordt opgeschud, waardoor men wordt uitgedaagd of gedwongen de strijd in te gaan. Donskis en Bauman vonden dat Europa veranderd was en, ze hadden gelijk. Door die transformaties zijn culturele verschijnselen naar de zijlijn gedrongen. De samenleving is een machine geworden die een ‘vloeibare moderniteit’ heeft veroorzaakt, zoals de filosofen het noemen. Dat wil zeggen een plek zonder verbinding, een toneel voor machtsspelletjes. Het verlies van persoonlijkheid en individualiteit is vaak een belangrijk probleem.
Hoe is dat te veranderen? Via de literatuur, de kunst en het theater. Mijn studenten aan de Sorbonne hebben me weleens gevraagd waarom ik hen dwong om te schrijven. Nu begrijpen ze dat schrijven niet alleen een middel is om je gedachten te uiten, maar ook om dialoog uit te lokken, contact te maken met de medemens. Dat idee brengt ons naar de Oudheid, de tijd van Plato, toen alles was geschapen naar de idee dat het leven zich in het hart van het denken bevond.
Dat vergeten we tegenwoordig. De Europese Unie en Brussel worden mechanische apparaten met een zwak hart. In het beleid van die institutiesbestaat geen dialoog, er worden geen banden meer gesmeed. Ik denk dat de kunst en de literatuur terug moeten komen op de politieke agenda van Europa. Er moet een intellectuele blik op die Unie komen. Als er geen dialoog is met de cultuur, is de politiek ook een lege huls.
We kunnen ons alleen tegen zo’n ontwikkeling beschermen door ons ervan bewust te zijn. Het kan soms lastig zijn om door retoriek heen te kijken, maar kritisch nadenken heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. We moeten openstaan, nieuwe ideeën toelaten in de samenleving, in je familie, niet bang zijn om vragen te stellen, en de wereld niet verdelen in goed en kwaad. Wat Europa nu nodig heeft, zijn ideeën waarmee we kunnen behouden wat we zijn en die ons beschermen tegen overheersing door de economie en fanatieke demagogen.
In welk opzicht is dat verbonden met de grote rol die nieuwe technologieën in het leven van alledag zijn gaan spelen?
Ik vind het geweldig hoe het internet en de moderne technologie ons de mogelijkheid bieden om met elkaar in contact te komen, te communiceren, informatie te delen, enzovoort. Dat is een formidabel middel om verbinding te scheppen en herscheppen. Maar in mijn eigen land, Zweden, hebben de meeste mensen op Facebook alleen Zweedse vrienden. Mijn eigen netwerk bestaat voor negentig procent uit buitenlanders. En daarom zijn mijn berichten meestal in het Engels. Ik heb belangstelling voor deze communicatie, want zo komen we dichter bij het kosmopolitisme.
Toch, in twintig jaar tijd hebben de nieuwe technologieën onze samenleving enorm veranderd. Je kunt ze verwijten dat ze geen ruimte bieden voor echte discussie en dat ze de mens veranderen in een bron van inkomsten. Die situatie kennen we allemaal. Je hoeft maar ‘Rome’ in te tikken op Google en meteen verschijnen op andere sites die je bezoekt advertenties met reisaanbiedingen naar die stad. Diee kun je allemaal negeren, maar voor mij lijkt het steeds meer op persoonlijke informatielekken.
Daarom sta ik kritisch tegenover de sociale media. Als ik er foto’s tegenkom van kennissen die in bed zitten te ontbijten, dalen zij bij mij toch in aanzien. Ik wil dat helemaal niet zien, ergens heb ik het gevoel dat dat niet hoort. Sommige dingen moeten privé blijven, binnen de intimiteit van je eigen huis, anders worden zulke momenten minder waardevol.
In dat opzicht bieden de literatuur en de kunst een veiliger toevluchtsoord. Studenten leer ik kritisch naar de sociale media te kijken en voorzichtiger te worden met het delen van persoonlijke informatie. Het zou mooi zijn als politici en andere mensen op machtsposities dat ook in gaan zien. Ik ben optimistisch van aard en ik denk dat uiteindelijk iedereen begrijpt wel hoe belangrijk dat is en hoe hoog de prijs zal zijn als we zo doorgaan.
Kosmopolitisme wordt vaak in één adem genoemd met globalisering, open grenzen en vrijheid. Wat betekent het woord voor u?
Ik zou het concept van het kosmopolitisme uitleggen door een parallel te trekken met de band die de kunstenaar onderhoudt met zijn land van herkomst, wanneer hij zich buiten de grenzen daarvan bevindt. Zo iemand gaat een innerlijke strijd aan die wordt gemarkeerd door de vreemde omgeving en zijn land van herkomst. Er zijn talloze schrijvers voor wie dat geldt. Een voorbeeld is de van oorsprong Noorse schrijver Henrik Ibsen, die decennialang in Italië heeft gewoond, maar veel over zijn geboorteland schreef.
Deze kunstenaars krijgen creatieve impulsen doordat hun bestaan en hun identiteit door elkaar worden geschud en ter discussie gesteld. Het jaagt hun productiviteit aan. Ze hebben begrepen dat de concepten van ‘het oude land’ en ‘de natiestaat’ die in deze tijd de basis van alles zijn, niets meer betekenen. Het werk van deze kunstenaars berust op een evenwicht tussen de cultuur en de actuele situatie, op de band met de wereld om hen heen. Al die dingen is Europa nu kwijt, naar mijn idee.
Maar in Vilnius voel ik nog steeds het omgekeerde. Ik heb deze stad drie jaar geleden ontdekt. Het is een levende stad die haar wezenlijke kenmerken heeft behouden: in de straten klinkt meertaligheid, de architectuur is multicultureel. En, niet onbelangrijk, er is genoeg ruimte voor de bewoners van deze stad, de Litouwers, de joodse bevolking en alle anderen.
Men zegt altijd dat elk kind dat geboren wordt een vreemdeling is. Dat is zo, volgens mij. Toch is het mogelijk om banden te scheppen, die te koesteren en zo jezelf en je omgeving vorm te geven. Dat noem ik een kosmopolitische blik hebben op de wereld.
Welk type mensen heeft zo’n kosmopolitische kijk op de wereld?
Veel mensen denken dat het kosmopolitische wereldbeeld van kunstenaars of anderen niets anders is dan een romantische grotestadsblik. Alsof de rest van de mensheid hun ogen alleen richt op het asfalt. Maar dat klopt niet. Het kosmopolitisme onderscheidt zich door een bepaalde opvatting van ruimte en tijd. Het gaat voor kosmopolieten om een bron van creativiteit die hen beveelt om nooit stil te staan.
Nieuwe ideeën worden gevormd op het moment dat je geconfronteerd wordt met een moeilijke of ingewikkelde situatie. Een ziekte bijvoorbeeld, een verlies of een ander probleem dat een schok veroorzaakt. Zulke situaties leren ons iets, maar die lessen vergeten we vrijwel meteen weer. In de kunst gebeurt het omgekeerde, het biedt de kans in het moment te zijn, ergens tussen de dood en het leven.
Wat bedoelt u als u zegt dat Europa wordt geconfronteerd met het verlies van zijn waarden? Wat zijn de gevolgen daarvan?
In mijn ogen heeft de redevoering die Winston Churchill in 1948 in Den Haag hield de basis gelegd voor de Europese beweging. Hij sprak toen over de tragedie van Europa. Hij waarschuwde dat de tijd kon opraken, dat zelfs als de strijd was opgehouden en de kanonnen zwegen, het gevaar bleef bestaan. Hij verdedigde het Europa dat gefundeerd was op de waarden van het christendom, de cultuur, de filosofie, de wetenschap en de geschiedenis. Met het vergroten van de Europese gemeenschap, in een streven naar een vrije markt, zijn veel van die waarden verloren gegaan.
De literatuur en de beeldende kunst plaatsen vraagtekens, maar hun doel is niet om één waarheid vast te stellen. Je kunt het vergelijken met de filosofie: die stelt vragen die we niet kunnen beantwoorden
De culturele waarden zijn onlosmakelijk verbonden met mensenrechten en met democratische waarden. De politiek besteedt er volgens u weinig aandacht aan. Welke lessen kunnen we daaruit leren?
De literatuur en de beeldende kunst plaatsen vraagtekens, maar hun doel is niet om één waarheid vast te stellen. Je kunt het vergelijken met de filosofie: die stelt vragen die we niet kunnen beantwoorden. Het bestaan van kunst en literatuur laat zien dat alles in het leven een voortdurende strijd is, een eeuwige zoektocht, waarin doelen worden bereikt en waarden worden gekoesterd en mislukkingen verdoezeld.
Tegenwoordig is het waardensysteem van de Europese Unie behoorlijk uitgehold. Wij kunnen het niet meer goed voelen. Elke man en elke vrouw op straat begrijpt dat. En als de waarden ons teleurstellen, nemen we er afstand van en gaan we op zoek naar nieuwe.
Maar succes leert ons niets, mislukkingen zijn onze beste leraren. Zij stuwen ons naar voren. Daarom moeten we niet bang zijn onze mislukkingen te erkennen, er conclusies uit te trekken en nog harder ons best te doen.
Ik denk dat de toekomst van de politiek afhankelijk is van de cultuur. Tegenwoordig is alles wat op Facebook, in de politiek of in Hollywood gebeurt identiek, veel staat in het teken van de zoektocht naar populariteit. Toch is cultuur altijd de kracht en de ware identiteit van Europa geweest. Jarenlang hebben verschillende volken naast elkaar geleefd, hadden verschillende talen en verschillende wereldbeelden elk hun eigen plaats.
Nu moeten we veel te vaakhet Amerikaanse circus tot ons nemen, in plaats van Aristoteles, Charles Dickens, Dante en de anderen.
Auteur: Kotryna Tamkuta
Vertaler: Annemie de Vries
IQ The Economist verschijnt sinds 2010 in samenwerking met het Britse weekblad The Economist. Het maandblad biedt veel vertaalde artikelen, maar ook journalistieke verhalen en commentaren geschreven door Litouwse persoonlijkheden. De slogan van de Litouwse editie luidt: ‘De traditie van intellectuele journalistiek’.
Ulf Hallberg
Schrijver Ulf Hallberg is geboren in Malmö, Zweden en woont sinds 1983 in Berlijn. Hij heeft onder anderen Georg Büchner, Bertolt Brecht en Frank Wedekind vertaald. Aan de Ateliers d’écritures van de Sorbonne doceert hij creatief schrijven en vertalen. In 2009 publiceerde hij het boek European Trash, Fourteen Ways to Remember a father, dat in 2012 in Engelse vertaling verscheen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.