Tag: co2-neutraal

  • EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s een nuluitstoot hebben

    Landen van de Europese Unie hebben dinsdag een baanbrekende wet goedgekeurd om ervoor te zorgen dat alle nieuwe auto’s die vanaf 2035 worden verkocht geen CO2 meer uitstoten. De overeenkomst werd wekenlang vertraagd nadat Duitsland had gevraagd een uitzondering te maken voor auto’s die op e-brandstoffen rijden, schrijft de BBC. Vanaf 2030 moeten nieuwe auto’s 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021.

    E-brandstoffen zouden koolstofneutraal zijn omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van opgevangen CO2-emissies om de CO2 te compenseren die vrijkomt wanneer de brandstof in een motor wordt verbrand. Verwacht werd dat de nieuwe wet de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor in de EU vanaf 2035 onmogelijk zou maken. Doordat Duitsland echter deze vrijstelling erdoorheen heeft geloodst, kunnen mensen deze auto’s blijven kopen, terwijl e-brandstoffen nog niet op grote schaal worden geproduceerd.

    ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben’

    Personenauto’s en bestelwagens zijn volgens de Europese Commissie verantwoordelijk voor respectievelijk ongeveer 12 en 2,5 procent van de totale EU-uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas. Eerder deze maand waarschuwden de VN dat de doelstelling om de stijging van de temperatuur wereldwijd te beperken tot 1,5 graden Celsius waarschijnlijk niet zal worden gehaald.

    De Duitse minister van vervoer Volker Wissing zei dat de overeenkomst van dinsdag ‘belangrijke opties voor de wereldbevolking mogelijk maakt op weg naar klimaatneutrale en betaalbare mobiliteit’. Frans Timmermans, hoofd klimaatbeleid van de EU, voegde daaraan toe: ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben.’

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Maar de informatie van fabrikanten is vaak niet transparant. Sommige spreken zelfs van ‘klimaatneutrale’ steaks of ‘klimaatpositieve’ babyvoeding. Niets anders dan greenwashing, aldus journalist Silvia Liebrich.

    De exotische mango heeft een glansrijke carrière achter de rug. Hij is naast zoet en sappig ook nog eens heel gezond – een superfood dus. In amper twintig jaar tijd heeft de tropische globetrotter een plek in de schappen van de supermarkt veroverd. Wat de consument in zijn winkelwagentje legt, komt meestal uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Thailand, en sinds kort ook uit Spanje en Italië – dankzij de opwarming van de aarde.

    Hier begint het probleem. Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Wat veroorzaakt meer CO2? De mango uit Thailand die de halve wereld heeft afgereisd op een door diesel aangedreven containerschip, of het fruit uit Spanje dat tegen hoge kosten moet worden bevloeid? En hoeveel meer CO2 veroorzaakt een ingevlogen mango uit Brazilië, die – het moet gezegd – qua smaak moeilijk te overtreffen is? Kopers zoeken tevergeefs naar informatie.

    Voor één vrucht moeten een heleboel gegevens worden verzameld om een betrouwbare CO2-balans op te kunnen stellen. Welke machines worden op de plantage gebruikt, welke pesticiden en meststoffen? Levert de zon of een kolencentrale de energie voor de koelcel? En hoe zit het met verpakking, transport en logistiek? Het wordt nog ingewikkelder wanneer de mango belandt in yoghurt, ijs of een kant-en-klare Aziatische saus. Consumenten weten dat weinig of geen vlees eten hun eigen CO2-afdruk aanzienlijk verbetert. Maar dat alleen is niet genoeg. Uit studies blijkt dat veel mensen het klimaateffect van verschillende levensmiddelen verkeerd inschatten. Ze zien een bio-label ten onrechte als indicatie van klimaatvriendelijkheid.

    ‘Klimaatneutraal’

    Consumenten hebben betrouwbare informatie nodig, willen ze hun klimaatvoetafdruk kennen en kunnen naleven. Alleen voedingsleveranciers kunnen die informatie geven. Dit betekent dat de industrie en handel in voeding, net als andere sectoren, de komende jaren een enorm probleem moeten oplossen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen aanzienlijk worden verminderd. Duitsland wil in 2045 een redelijk klimaatneutrale economie hebben. De complete voedingssector – van land tot keukentafel en vuilnisbak – is goed voor 40 procent van de totale uitstoot in de Europese Unie. Er moet dus heel wat aan gesleuteld worden.

    De balans opmaken voor afzonderlijke levensmiddelen is een enorme uitdaging en gaat gepaard met fouten – zoveel is nu al duidelijk.

    De ‘klimaatneutrale’ biefstuk of zelfs ‘klimaatpositieve’ babyvoeding die het etiket belooft, is niets anders dan greenwashing. Zo’n label verdoezelt het feit dat geen enkel levensmiddel echt klimaatneutraal kan worden geproduceerd. In het beste geval worden producten ‘klimaatneutraal’ gemaakt doordat hun uitstoot wordt gecompenseerd met het planten van bomen. Met twijfelachtige uitkomst, want het is eenvoudigweg niet mogelijk om goed te voorspellen hoeveel CO2 dergelijke bossen op lange termijn daadwerkelijk opslaan. Geschikte gebieden zijn sowieso schaars. Bovendien blijken herbebossingsprojecten bij nader inzien een fabel te zijn. En zelfs als alles volgens het boekje verloopt, vormen natuurkrachten en menselijke roofbouw onvoorspelbare variabelen.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap

    Het label ‘klimaatneutraal’ is al helemaal een farce als bedrijven niet transparant maken hoe ze aan hun cijfers komen en tegelijkertijd nauwelijks iets doen om hun CO2-uitstoot in de hele toeleveringsketen te verminderen. Winkelketens als Rewe en Rossmann trokken hun labels in na kritiek van consumentenvoorvechters en een shitstorm in sociale media. De belangrijkste brancheorganisatie, de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie, waarschuwt leden nadrukkelijk dat bedrijven zich met hun beloftes blootstellen aan greenwashing.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap waarvan de consument het waarheidsgehalte niet kan controleren. Er ontbreken algemeen geldende normen voor beloftes over klimaatbescherming. De EU-Commissie wil die tekortkoming wegwerken met regels die vergelijkbaar zijn met de zogenaamde Health Claims van ruim vijftien jaar geleden. Het geschil over die voedings- en gezondheidsclaims sleepte zich jarenlang voort, en een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen bij de klimaatbeloftes op voedingsmiddelen.

    Consumenten zijn daar niet mee geholpen. Zij hebben behoefte aan betrouwbare informatie over hoeveel broeikasgas de koekjes, chips, worst of melk in hun winkelwagentje daadwerkelijk veroorzaken, bij voorkeur uitgesplitst naar porties of gewicht. Informatie op de verpakking verwijst vaak naar honderd gram; een CO2-vermelding kan daar gemakkelijk aan worden toegevoegd. De lezer krijgt geleidelijk aan een gevoel voor verhoudingen, wat een positief neveneffect is. Wie leert dat koemelk vier keer zo veel CO2 produceert als havermelk, kiest misschien vaker voor het plantaardige alternatief.

    De Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren

    De voedingsindustrie moet zich aan deze eisen aanpassen. Zij heeft duurzame oplossingen nodig voor een klimaatvriendelijker toekomst. Elk bedrijf zal inspanningen moeten leveren om te hervormen en moet dat holistisch aanpakken. Grote bedrijven zoals Nestlé, maar ook enkele kleinere producenten, zijn al aan het herstructureren en hebben zichzelf duidelijke klimaatdoelstellingen opgelegd. Maar het grootste deel van de industrie staat nog aan het begin van deze transformatie. Die zal alleen slagen als het klimaatprobleem de chefsache wordt: het centrale criterium bij elke bedrijfsbeslissing. Alleen wie zijn processen tot in de puntjes kent, kan uitstoot effectief verminderen.

    De politieke druk om te handelen neemt toe: de Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren en voor steeds meer emissies een CO2-toeslag opleggen. Economische activiteiten die schadelijk zijn voor het klimaat worden een kostenfactor, waardoor voedsel voor de consument uiteindelijk nog duurder wordt. Bedrijven die hun CO2-voetafdruk onder controle hebben, zijn in het voordeel. De CO2-toeslag krijgt dus een sturende functie.

    Bedrijven moeten waar mogelijk hun eigen uitstoot verminderen. De belangrijkste hefboom hierbij is de energievoorziening. Wie overschakelt op hernieuwbare energiebronnen staat er al beter voor. Wie goed naar het productieproces kijkt, ziet nieuwe mogelijkheden om te besparen. Wie zijn werknemers daarbij betrekt, wint op twee manieren. Creatieve oplossingen en samenwerking worden gestimuleerd. Wie werkt er niet graag voor een baas die klimaatmaatregelen serieus neemt? Zo wordt het ook nog eens gemakkelijker om geschoold personeel – dat schaars is – te werven.

    Stap voor stap

    Er moet wel een enorme hoeveelheid gegevens worden verzameld en geanalyseerd voor elk product en de ecologische voetafdruk. Dat baart veel levensmiddelenbedrijven zorgen. Vertegenwoordigers van de industrie benadrukken vaak dat dit onredelijk is en voor veel bedrijven eenvoudigweg niet te financieren valt. Maar wie dat beweert, sluit zijn ogen voor de veranderingen die er hoe dan ook aankomen. Bovendien verwacht niemand dat bedrijven van de ene op de andere dag een perfecte klimaatbalans presenteren; de transformatie kan alleen geleidelijk tot stand worden gebracht. Die begint meestal op het hoofdkantoor en wordt dan stap voor stap uitgebreid tot de hele toeleveringsketen.

    Daarnaast moeten fabrikanten ook het voedsel dat zij produceren analyseren en balanceren. Digitalisering is daarbij een cruciaal instrument. Particuliere dienstverleners zoals de start-up Eaternity bouwen steeds grotere databanken met CO2-gegevens voor allerlei soorten voedsel. Zelfs exotische specerijen worden geïnventariseerd en individueel geëvalueerd naar herkomst en productieomstandigheden. Dergelijke programma’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, bewegen mee met de stand van het onderzoek en worden regelmatig bijgewerkt. Zij verschaffen dus redelijk betrouwbare informatie.

    Ingevlogen fruit veroorzaakt tien keer meer broeikasgassen dan fruit dat per schip wordt vervoerd

    Sommige exploitanten van bedrijfskantines en restaurants gebruiken dergelijke databanken al om de CO2-voetafdruk van individuele recepten te berekenen. Gasten kunnen ze gebruiken als leidraad bij het kiezen van gerechten. Dit is ook een betaalbare oplossing voor de levensmiddelenindustrie en de detailhandel.

    Vandaag is er al veel mogelijk. Zelfs de mango in de supermarkt is geen CO2-raadsel meer. Het is bijvoorbeeld bekend dat ingevlogen fruit tien keer meer broeikasgassen veroorzaakt dan fruit dat per schip wordt vervoerd. Er is niet veel voor nodig om de consument hierover te informeren met een mededeling op de fruitafdeling. Maar zonder politieke druk zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Detailhandelaren en fabrikanten moeten daarom in de toekomst verplicht worden om CO2-informatie bij levensmiddelen te vermelden. Alleen dan ontstaat de transparantie die de consument nodig heeft om klimaatvriendelijk te kunnen eten.

    Lees ook:

  • Noors ‘oliefonds’ van 1,2 biljoen dollar gaat alleen investeren in CO2-neutrale bedrijven

    Noors ‘oliefonds’ van 1,2 biljoen dollar gaat alleen investeren in CO2-neutrale bedrijven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin geeft Russisch staatsburgerschap aan klokkenluider Edward Snowden

    » VK voert nieuwe sancties in tegen Rusland vanwege Oekraïense ‘schijnreferenda’

    Per 2050 moeten alle investeringen CO2-neutraal zijn

    Het Noorse staatspensioenfonds verklaarde vorige week dat het zijn belangen zal decarboniseren door bedrijven aan te sporen hun broeikasgasemissies tegen 2050 tot nul terug te brengen, in overeenstemming met het klimaatakkoord van Parijs, bericht CNN. Met een portefeuillewaarde van 1,2 biljoen dollar is het Statens pensjonsfond Utland het grootste pensioenfonds ter wereld.

    Het fonds investeert de aardolie-inkomsten van West-Europa’s grootste olie- en gasproducent voor toekomstige generaties in aandelen, obligaties, vastgoed en hernieuwbare projecten in het buitenland. Daarom werd het fonds ook wel het ‘oliefonds’ genoemd.

    ‘Ons langetermijnrendement zal volledig afhangen van hoe de bedrijven in onze portefeuille de overgang naar een emissieloze samenleving doorstaan,’ zei CEO Nicolai Tangen van Norges Bank Investment Management, die het fonds beheert, in een verklaring.

    Lees ook:

  • Kernenergie is hot, voorlopig althans

    Kernenergie is hot, voorlopig althans

    Na lange tijd te zijn verguisd, is kernenergie een onontkoombaar onderdeel geworden van de wereldwijde strategie voor CO2-reductie. Wat is er veranderd, en zal dit zo blijven?

    Jarenlang heeft de kernenergiesector geklaagd: Waarom houdt niemand van ons? Kernenergie is tenslotte de Atlas van de CO2-vrije energieproductie die de wereld jaar in jaar uit op zijn schouders torst met duizenden megawatturen elektriciteit waaraan geen fossiele brandstoffen te pas komen. Ook nu nog genereren kerncentrales wereldwijd meer CO2-vrije energie dan wind en zon bij elkaar.

    En toch is de sector, zo luidt de klacht, genegeerd, gehaat en gemarginaliseerd. Traditionele milieuactivisten hadden geen goed woord over voor kernenergie, verzetten zich tegen de bouw van nieuwe centrales en waarschuwden voor rampzalige ongelukken. Nog in 2017 waarschuwde de Amerikaanse Sierra Club Foundation dat kernenergie een ‘grote CO2-voetafdruk’ had omdat er fossiele brandstoffen werden gebruikt om uranium voor splijtstofstaven te winnen, ook al zou diezelfde kritiek kunnen gelden voor de winning van lithium, silicium en andere mineralen voor duurzame energiebronnen. Dit soort psychologische spelletjes wekten irritatie bij voorstanders van kernenergie en maakten dat de beroepsgroep zich tegen de energiewereld keerde. ‘Kernenergie kan de wereld redden,’ mompelden ze, ‘als iemand ons de kans maar geeft.’

    Hoe werden ze hun frustratie de baas? Het antwoord is dat ze, zoals bij zoveel problemen in het leven, gewoon moesten doorgaan met hun werk, in afwachting van wat komen ging.

    De afgelopen tijd is kernenergie in de ogen van zowel rechts als links een onontkoombaar onderdeel geworden van de wereldwijde strategie voor CO2-reductie. Kernenergie maakt deel uit van de CO2-reductieplannen van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en China en zal vermoedelijk een nog grotere rol gaan spelen in armere landen die hun zware energie willen behouden. Een aantal keuzes dat het afgelopen decennium is gemaakt begint nu vrucht af te werpen. Kernenergie mag zich misschien nog niet in liefde of aanbidding verheugen, maar toch tenminste in een tandenknarsende genegenheid.

    Research en ontwikkeling

    ‘Ik denk dat je rustig kunt zeggen dat kernenergie steeds meer op voet van gelijkheid wordt behandeld,’ zegt Jackie Toth, directielid van het Good Energy Collective, een progressieve pro-nucleaire organisatie. ‘Is het een herleving of een moment van buigen of barsten? Allebei een beetje.’

    De opbloei van kernenergie is merkbaar tijdens de Conferentie van de Partijen (COP), de permanente klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Glasgow. Alleen dat erover gesproken wordt is al opmerkelijk. ‘Bij COP 25 werd ik nog gewaarschuwd dat ik niet eens hoefde te komen,’ zei Rafael Mariano, de directeur van het Internationaal Atoomenergieagentschap tegen persbureau Bloomberg News. Tijdens de conferentie van dit jaar noemden vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, Rusland en Brazilië kernenergie allemaal een belangrijk onderdeel van hun CO2-reductiestrategie.

    ‘Wij zijn erg optimistisch over deze geavanceerde kernreactoren’

    Inderdaad heeft de regering-Biden het Amerikaanse cohort van ‘geavanceerde nucleaire’ start-ups en hun (hopelijk) veiligere reactoren onderdeel van haar klimaatdiplomatie gemaakt. Tijdens de COP van afgelopen november kondigden de Verenigde Staten en Roemenië een partnerschap aan dat ervoor zal zorgen dat de Amerikaanse start-up NuScale, producent van fabrieksmatig vervaardigde modulaire reactoren, vijf daarvan in gesloten kolencentrales in Roemenië zal installeren. Ook dat de VS het land, dat grofweg een zevende van zijn elektriciteit uit kolen haalt, zal helpen om zijn kolencentrales tussen nu en 2032 geleidelijk te sluiten. De reactoren zullen de uitstoot van kooldioxide met 45 miljoen ton per jaar reduceren.

    ‘Wij zijn erg optimistisch over deze geavanceerde kernreactoren,’ zei Jennifer Granholm, de Amerikaanse minister van Energie, tegen Yahoo News. ‘We steunen die dan ook met ook een heleboel geld voor research en ontwikkeling.’

    De afgelopen jaren staat ook de klimaatbeweging positiever tegenover kernenergie. In 2018 meldde de Amerikaanse Union of Concerned Scientists, die oorspronkelijk als waakhond toezag op de nucleaire veiligheid (de bezorgde wetenschappers waren kerngeleerden), dat naar verwachting meer dan een derde van de Amerikaanse kerncentrales voortijdig zou sluiten. Die centrales zouden dan waarschijnlijk worden vervangen door kolen- en gascentrales, waarschuwden de wetenschappers.

    Enorme bedragen

    Amerikaanse politici van beide partijen staan inmiddels zo open voor kernenergie dat ze er enorme bedragen in zijn gaan pompen. Het ministerie van Energie van de regering-Trump was zo opgewonden over geavanceerde kerntechnologie dat het een nepdatingapp maakte om die te promoten. (‘Het is lang geleden dat kernenergie op vrijersvoeten was’, zo begon de post ter aankondiging.) Het wetsvoorstel voor infrastructuur dat afgelopen november door beide partijen in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is aangenomen reserveert 8,47 miljard dollar voor bestaande kerncentrales (inclusief een nieuwe subsidie om ze tot halverwege de jaren twintig in bedrijf te houden) en projecten voor geavanceerde kernenergie. De Build Back Better Act, Joe Bidens gigantische investeringsprogramma, voorziet in aparte nieuwe belastingvoordelen voor kerncentrales.

    Dit gebeurt niet alleen maar in de Verenigde Staten. China wil de komende vijftien jaar honderdvijftig nieuwe reactoren bouwen. De Franse president Emmanuel Macron kondigde onlangs aan dat Frankrijk na een stagnatie van decennia ‘de bouw van kernreactors zal hervatten’. Volgens Bloomberg News gaat het al met al om meer reactoren dan de hele wereld sinds 1986 heeft gebouwd. En de Europese ‘groene taxonomie’, een uitgebreide regeling die specificeert welke energie-investeringen volgens de Europese Unie als ‘groen’ kunnen worden aangemerkt, zal kernenergie naar verwachting als klimaatvriendelijk classificeren.

    De eerste demonstratieprojecten zullen nog wel enkele jaren op zich laten wachten

    Ondertussen komen enkele Amerikaanse kernenergie-start-ups van de grond, doorgaans een tijdrovend karwei. Twee bedrijven, Terra Power en X-energy, hebben plannen ingediend bij de U.S. Nucleary Regulatory Commission, het Amerikaanse toezichtsorgaan op nucleaire activiteiten. Terra Power, gevestigd in Washington State met Bill Gates als bestuursvoorzitter, gebruikt als brandstof uranium in een container met koelvloeistof van gesmolten zout; X-energy in Maryland gebruikt in zijn reactorontwerp grafietbollen ter grootte van een biljartbal die ‘pebbles’ worden genoemd.

    Mensen zoals ik horen al jaren over geavanceerde reactors zonder dat duidelijk is wat ze precies inhouden of wanneer ze klaar zullen zijn. Ze lijken zich in een griezelig tussengebied te bevinden waarin niemand nog ooit een geavanceerde reactor heeft gebouwd, terwijl de veiligheid van de technologie al regelmatig onder de loep wordt genomen. De eerste demonstratieprojecten zullen nog wel enkele jaren op zich laten wachten. Dus het lijkt onverstandig om erop te rekenen dat ze klaar zullen zijn in, zeg, 2035, wanneer Biden hoopt dat het Amerikaanse elektriciteitsnet geheel CO2-vrij zal zijn.

    Huiverig

    Toch is de tijd tussen concept en commercialisering in het geval van kerntechnologie ongewoon kort. Als we normaliter over een wetenschappelijke doorbraak of een nieuwe technologie horen, moeten we jaren (of decennia) wachten voordat we die op de markt zien verschijnen. Ingenieurs leren deels hoe een bepaalde technologie werkt door die te ontwikkelen, uit te testen en vervolgens geschikt te maken voor massaproductie.

    Maar vanwege het risico van kernongelukken moet nucleaire technologie al officieel worden goedgekeurd voordat de plannen worden uitgevoerd. Het ontwerp voor een nieuwe reactor wordt in de VS geïnspecteerd en doorgelicht door de Nuclear Regulatory Commission. De tijd tussen de blauwdruk en de feitelijke bouw van een ‘goedgekeurde’ geavanceerde kernreactor kan heel kort zijn: binnen enkele jaren zou TerraPower of X-energy officiële goedkeuring kunnen krijgen voor zijn ontwerp, een demonstratiemodel kunnen bouwen en, gesteld dat dat werkt, zijn orderboek kunnen vullen.

    Met andere woorden, kernenergie verliest haar stigma

    Natuurlijk is er één ding dat kernenergie weer in het defensief kan dringen: een groot ongeluk. Rampen op Three Miles Island en in Tsjernobyl en Fukushima hebben regeringen, nutsbedrijven en investeerders huiverig gemaakt voor de technologie. Na Fukushima begon Japan met de geleidelijke sluiting van al zijn vijftig reactors, een proces waarin pas onlangs een kentering is gekomen, en Duitsland heeft plannen aangenomen om zijn CO2-vrije kerncentrales jaren eerder te sluiten dan zijn kolencentrales.

    Ondertussen begint de tijd te dringen. ‘De grote stappen voor klimaatverandering en bestellingen van nutsbedrijven moeten voor 2030 zijn genomen,’ aldus Jackie Toth van het Good Energy Collective. Met name nutsbedrijven zullen snel moeten beslissen wat ze zullen bouwen om hun klimaatneutrale beloften na te komen. ‘Dat betekent dat de eerste toepassingen van geavanceerde kernreactoren in de VS uitzonderlijk succesvol zullen moeten zijn om klanten van het aardgas te laten afstappen.’

    Met andere woorden, kernenergie verliest haar stigma. Ze mag aan tafel bij de getapte jongens. De pesterijen zijn voorbij. Nu moet ze zich waarmaken.

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutrale’ kaas en vuilniszakken: greenwashing of stap in de goede richting?

    ‘Klimaatneutrale’ kaas en vuilniszakken: greenwashing of stap in de goede richting?

    CO2-neutrale kaarsen, kaasproducten, vuilniszakken: wat op het eerste gezicht milieuvriendelijk lijkt, is vaak pure greenwashing waarmee bedrijven als Hochland, Aldi Süd en Nestlé zich er gemakkelijk van afmaken. Zelf verklaren de bedrijven dat ze op weg zijn naar ‘net zero’.

    Als we zuivelbedrijf Hochland mogen geloven is vrijwel geen kaas zo duurzaam als zijn eigen Grünlander-plakken met milde nootachtige smaak. Met maar liefst vier ecolabels (Marke Eigenbau) prezen de Allgäuers tot voor kort hun product aan: aan de beloftes van ‘natuurlijke ingrediënten’, ‘meer dierenwelzijn’ en ‘een optimaal recyclebare verpakking’ werd als nieuwste snufje van duurzaam marketen het keurmerk ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’ toegevoegd. Deze kaas riep klimaatverandering een halt toe.  

    Met die belofte worden niet alleen de plakken kaas met milde nootachtige smaak verkocht. Van vis en kaarsen tot fruit en vuilniszakken – in alle branches prijzen fabrikanten hun waar als ‘klimaatneutraal’ aan. Emissievrij lijkt het nieuwe bio. Maar hoeveel daarvan is werkelijk milieubescherming – en hoeveel greenwashing?

    Hochland kreeg in elk geval problemen met zijn kwalificatie ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’. De Wettbewerbszentrale, het zelfregulerende orgaan van het Duitse bedrijfsleven, beoordeelde deze aanprijzing onlangs als ‘misleidend’. Het mededingingscentrum gaf een waarschuwing aan in totaal twaalf bedrijven die op soortgelijke wijze de term ‘klimaatneutraal’ hanteerden. Onder hen ook Aldi Süd. Deze discountreus pocht ermee Duitslands ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ te zijn.

    CO2-certificaten

    Het keurmerk klimaatneutraal suggereert dat dit resultaat ‘uitsluitend bereikt wordt door zelf emissie te vermijden’, zegt Tudor Vlah van het mededingingscentrum. Vaak is dat helemaal niet het geval. Bedrijven kopen doorgaans via aanbieders als ClimatePartner CO2-certificaten die hun uitstoot moeten compenseren. Het eigen productieproces kan zo grotendeels intact blijven. Bovendien komen deze certificaten vaak van projecten in ontwikkelingslanden, waarvan de effectiviteit omstreden is. 

    Zuivelbedrijf Hochland staat erom bekend dat het alles graag een beetje aandikt: hun reclame met ‘uitloopkoeien’ kreeg al eerder een waarschuwing. Alleen uit de kleine lettertjes viel op te maken dat de dieren niet vrij in de wei konden lopen, maar alleen in de stal. Met zijn ‘klimaatneutrale productie’ doet Hochland nu exact hetzelfde: op basis van de laatste cijfers stoten de beide grote vestigingen van het bedrijf elk jaar ruim 20.000 ton CO2-equivalenten uit. Die hoeveelheid is ongeveer vergelijkbaar met de uitstoot van het op een neer vliegen van alle regeringsambtenaren tussen Berlijn en Bonn. 

    De afgelopen jaren heeft Hochland op eigen kracht precies 11 procent besparing per ton eindproduct gerealiseerd – en grotendeels door om te schakelen op stroom uit hernieuwbare energiebronnen, zoals het bedrijf bevestigt. De resterende kloof naar zogeheten klimaatneutraliteit werd gedekt door certificaten.

     ‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af’

    Matthias Finkbeiner, directeur van het Institut für Technische Umweltschutz van de TU Berlijn, is uiterst kritisch over deze aflaathandel. Certificaten kunnen vaak zo goedkoop verkregen worden dat ze elke prikkel om de eigen productie energie-efficiënt te maken tenietdoen, zegt de expert in levenscyclusanalyse. ‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af.’ Dat soort formuleringen verdoezelt vaak dat de eigen bijdrage aan uitstootvermindering ‘uitermate gering is’.

    Dat geldt vooral voor branches die voor hun emissies niet hoeven te betalen. Terwijl energieconcerns voor elke ton CO2 inmiddels nog altijd ruim 50 euro moeten ophoesten, is compensatie voor bijvoorbeeld de levensmiddelensector vrijwillig – zij kunnen zich tegen een koopje ‘klimaatneutraal’ maken. Zo betaalde Hochland hooguit 3,70 euro per ton.

    Als klimaatkoopman voor het zuivelbedrijf fungeerde Plant for the Planet, een organisatie die door activist Felix Finkbeiner (23) werd opgericht. Hij hielp Hochland niet alleen aan gunstige compensatieprojecten, maar initieerde ook acties met een hoogst dubieus nut voor het klimaat – bijvoorbeeld het aanplanten van bomen in Mexico om de klimaatopwarming af te remmen. Daarvoor oogstte hij veel lof van de Friday for Future-beweging, maar uiteindelijk kwamen er zoveel berichten over de gebrekkige controleerbaarheid van Finkbeiners succesverhalen, dat Hochland de samenwerking met zijn organisatie opschortten. 

    Finkbeiner zelf verzekert dat voor elke euro een boom wordt geplant en dat aan verbetering van de transparantie hard wordt gewerkt.

    Hypothese

    In de markt voor verhandelbare CO2-compensatie gaan miljarden om – het is een speelplaats voor tal van valideerders, certificeerders, adviseurs en handelaren die concerns inpalmen met de belofte dat ze hen de verantwoordelijkheid voor het klimaat uit handen nemen. In werkelijkheid verschuiven ze het probleem vaak alleen maar, naar projecten in armere landen. Zelfs in de verplichtende emissiehandel worden zulke vreemde plannen goedgekeurd dat het verantwoordelijke VN-klimaatsecretariaat steeds weer certificeerders moet buitensluiten. Onder hen inmiddels ook TÜV Süd.

    Hochland heeft gevolg gegeven aan de waarschuwing van het mededingingscentrum en is met zijn reclame gestopt. Aldi Süd daarentegen voelt zich ten onrechte aan de schandpaal genageld. De slogan van ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ willen ze zich kennelijk niet door de mededingingshoeders laten ontnemen. 

    ‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage

    ‘Bewust hebben we onszelf niet “emissievrij” genoemd, maar alleen “klimaatneutraal in de zin van evenwicht in de CO2-balans”,’ zegt het bedrijf spitsvondig. Daarvoor is een heleboel werk verzet, ze hebben het energiemanagement efficiënter gemaakt en in nieuwe technologieën geïnvesteerd. Maar evenals Hochland claimt de discounter dat hij de grootste besparing gerealiseerd heeft door ‘omschakeling op 100% groene stroom’.  

    Aldi Süd lijkt met ruim 100.000 ton CO2-uitstoot bepaald een kleintje vergeleken met concerns als Bosch of Nestlé die boven de 100 miljoen uitkomen. Hoe hen dat lukt? De discounter berekent alleen de eigen CO2-voetafdruk en niet die van de totale keten aan toegevoegde waarde. 

    ‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage. Het bedrijf presenteert er vier compensatieprojecten. In India bijvoorbeeld krijgt de discounter op zijn balans ruim 30.000 ton per jaar gecrediteerd vanwege zijn financiële steun aan een zonne-energiecentrale. Deze vervangt volgens Aldi ‘de stroom uit fossiele energiedragers door zonnestroom’.

    ‘Dat klinkt mooi, maar is niet meer dan een hypothese,’ zegt expert Matthias Finkbeiner. In India is sprake van een groeiende primaire energiebehoefte; daarom ligt het niet voor de hand dat bestaande kolencentrales vervangen worden.

    Houtskooloventjes

    Ook het project in Ghana waar kleine efficiënte houtskooloventjes het kappen van brandhout in de bossen en de luchtverontreiniging moeten minimaliseren, lijkt geen eenduidig effect op te leveren. Toch crediteren 24 bedrijven hun emissiebalans met dit project. De controleurs van het Chinese filiaal van TÜV Rheinland moesten de besparingsprestaties van deze oventjes al volgens een beoordelingsverslag uit 2014 met circa 40 procent terugschroeven. Maar dankzij uitbreiding van het aantal ovens zijn de emissiedoelen volgens de promotors van het project toch behaald.

    Al even omstreden is een door de discountketen gefinancierd bosbeschermingsproject in Brazilië. Met dit plan in de nabijheid van de stad Portel in het oostelijke Amazonegebied kan Aldi 66.000 ton CO2-equivalenten compenseren, het merendeel van zijn emissies. Exploitant van dit project is Michael Greene, een Amerikaanse ingenieur, die ruim tien jaar geleden zijn baan bij Honda opgaf om het Braziliaanse regenwoud te redden. Na alles wat Greene aan de telefoon en per mail heeft laten weten, lijkt ‘het beste er maar van hopen’ een wezenlijke parameter van het project. 

    De Amerikaan heeft kennelijk een groep bosbezitters gevonden die hun 150.000 hectare waarop ze voorheen hout kapten, tot privaat beschermingsgebied verklaarden. Bedrijven als Aldi betalen als het ware een schadeloosstelling aan de bosbezitters om af te zien van kaalslag in het beschermde gebied; in ruil daarvoor krijgen de concerns emissierechten. Jaarlijks zou het project 364.000 ton aan CO2-equivalenten opleveren; naast Aldi rekenen nog ruim honderd bedrijven zich hiermee groen.

    Nestlé stoot met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen meer dan tweemaal zoveel uit dan thuisbasis Zwitserland

    Maar of het werkt, weet zelfs Greene niet precies. ‘Het is hier wildwest,’ zegt hij aan de telefoon. De eigendomsrechten zijn vaak onduidelijk en of de hier traditioneel levende rivierbewoners, die Greene ook aan zijn project wil verplichten, hun land niet toch verzilveren, houden zij voor zich: ook de rivierbewoners kunnen volgens Greene ‘doen met hun land wat ze willen’. Bovendien wil de Braziliaanse president Jair Bolsonaro legalisering van illegale houtkap door kolonisten zelfs achteraf mogelijk maken. 

    Nestlé wil nu het goede voorbeeld geven. Het grootste levensmiddelenbedrijf ter wereld heeft aangekondigd in 2050 klimaatneutraal te willen werken en heeft daartoe onlangs zijn net zero roadmap uitgebracht. Er moet nogal wat gebeuren: met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen stoot het bedrijf meer dan tweemaal zoveel uit dan zijn thuisbasis Zwitserland.

    Nestlé gelooft in groene groei en wil dit doel vooral bereiken via toepassing van klimaatvriendelijke technologie. Maar zelfs dan blijft er een miserabele rest over van toch altijd nog een paar miljoen ton broeikasgassen. Die moet eveneens gecompenseerd worden met gigantische boomplantacties in met name ontwikkelingslanden.

    Michel Pimbert, hoogleraar agrarische ecologie aan de universiteit van Coventry, vertrouwt het plan niet. Zulke compensatieprojecten kunnen volgens hem ‘tot een nieuwe golf van grootschalig landjepik op het zuidelijk halfrond leiden en gewelddadige conflicten met verdreven lokale gemeenschappen vooroorzaken’.

    In plaats van hen met onze compensatieprojecten op te zadelen zou het volgens Pimbert eerlijker zijn om nu eindelijk eens de consumptie in de westerse wereld te verminderen.