Tag: coalitie

  • Denemarken: premier Mette Frederiksen vormt een centrumlinkse coalitie

    Denemarken: premier Mette Frederiksen vormt een centrumlinkse coalitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VN waarschuwen: zet je schrap voor de terugkeer van El Niño

    » EU geeft groen licht voor buitenlandse opvangcentra voor afgewezen migranten

    De coalitie van vier partijen heeft geen absolute meerderheid

    ‘Na langdurige gesprekken’ kondigde de aftredende Deense premier maandag aan dat er mogelijk een regering gevormd kan worden, ruim twee maanden na de parlementsverkiezingen, meldt Politico Europe. De Sociaaldemocraten behaalden hun slechtste resultaat sinds 1903 bij de verkiezingen van 24 maart, maar de partij van Mette Frederiksen blijft de grootste met 38 van de 179 zetels in het parlement.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Deense premier presenteert dinsdag haar programma en woensdag het regeringsteam, dat door de koning ontvangen zal worden. De coalitie zal bestaan ​​uit de Sociaaldemocratische Partij, waarvan zij de leider is, de Socialistische Volkspartij (SF), De Radikale (centrumlinks) en de Moderaten (centrum). Deze vier partijen hebben 82 zetels van de 179 in het parlement, wat niet genoeg is voor een absolute meerderheid, maar volgens de media zou de Rood-Groene Alliantie de regeringscoalitie kunnen steunen.

  • Duitsland: conservatieven en sociaaldemocraten bereiken regeringsakkoord

    Duitsland: conservatieven en sociaaldemocraten bereiken regeringsakkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dominicaanse Republiek: bijna 200 doden nadat dak van nachtclub instort

    » Emmanuel Macron: Palestijnse staat zou erkend kunnen worden ‘in enkele maanden’

    De nieuwe regering zou begin mei operationeel moeten zijn

    Na weken van onderhandelingen presenteerden het conservatieve CDU/CSU-blok en de centrumlinkse SPD woensdag een coalitieakkoord om een ​​nieuwe regering te vormen, meldt Deutsche Welle. ‘De discussies waren urgent, gezien de vele mondiale en nationale uitdagingen’, aldus de Duitse omroep. De conservatieve kandidaat-kanselier Friedrich Merz heeft gezegd dat hij snel een nieuwe regering wil vormen, zodat deze ‘begin mei’ aan de slag kan gaan.

    De centrumlinkse sociaaldemocraten (SPD) van Duitsland kunnen rekenen op zeven ministeries in de nieuwe federale regering, aldus het 114 pagina’s tellende regeerakkoord. Dat is meer dan de conservatieve christendemocraten (CDU), die naast de kanselarij – Friedrich Merz wordt naar verwachting de nieuwe kanselier – zes ministeries onder hun hoede krijgen. De CDU behaalde 28,5 procent van de stemmen bij de Duitse verkiezingen van 23 februari, terwijl de SPD 16,4 procent behaalde.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Bij de CDU zou het om de volgende zes ministeries gaan: het ministerie van Economische Zaken en Energie, het ministerie van Buitenlandse Zaken en de portefeuilles Gezin, Volksgezondheid, Transport en Digitalisering. De SPD zal defensie, justitie en consumentenbescherming, arbeid en sociale zaken, milieu (inclusief klimaatbescherming), ontwikkelingshulp, huisvesting, stadsontwikkeling en bouw voor zijn rekening nemen. De CSU lijkt de portefeuille Onderzoek, Technologie en Ruimtevaart, Landbouw en de belangrijke portefeuille Binnenlandse Zaken op zich te nemen.

    Toen een verslaggever aan CDU-leider Merz vroeg of hij een boodschap had voor de Amerikaanse president Donald Trump, antwoordde hij: ‘De belangrijkste boodschap aan Donald Trump is dat Duitsland weer op de goede weg is’ en dat het land ‘weer een zeer sterke partner in de Europese Unie zal zijn’.

  • Oostenrijk: extreemrechtse FPÖ ziet af van coalitie met conservatieve ÖVP

    Oostenrijk: extreemrechtse FPÖ ziet af van coalitie met conservatieve ÖVP

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël dreigt met nieuwe oorlog als Hamas gijzelaars niet voor zaterdagmiddag vrijlaat

    » Rio de Janeiro: fabriek voor carnavalskostuums gaat in vlammen op

    De ÖVP verwijt de FPÖ gebrek aan compromisbereidheid

    Woensdag gaf de Oostenrijkse Vrijheidspartij (FPÖ) onder leiding van Herbert Kickl het idee op om een regering te vormen met de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP), waarmee een einde kwam aan dagen van spanning en beschimpingen. Iets meer dan een maand geleden begonnen de onderhandelingen tussen de extreemrechtse partij, die voor het eerst aan het langste eind trok met bijna 29 procent van de stemmen bij de parlementsverkiezingen in september, en de rechtse partij (26,3 procent). De conservatieven van de ÖVP verweten Kickl woensdag ‘machtswellust’ en ‘onverzettelijkheid’ tijdens de gesprekken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hij werd waarschijnlijk geïnspireerd door zijn grote rolmodel Donald Trump, die momenteel meedogenloos het principe van het Anglo-Amerikaanse meerderheidssysteem (‘The winner takes it all’) toepast,’ analyseert Der Standard. ‘Maar Kickl vergeet één ding: zo werkt het in Oostenrijk niet. Tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog kan het niet vaak genoeg herhaald worden: dit land is gebouwd en herbouwd op basis van compromissen,’ benadrukt het Oostenrijkse dagblad. ‘s Avonds riep Herbert Kickl op tot ‘zo snel mogelijke nieuwe verkiezingen’. Links en de liberalen hebben al voorgesteld dat de conservatieven opnieuw met extreemrechts om tafel gaan om een terugkeer naar de stembus te voorkomen.

  • Duitsland: coalitie-Scholz stort in, vervroegde verkiezingen in zicht

    Duitsland: coalitie-Scholz stort in, vervroegde verkiezingen in zicht

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Kamala Harris geeft nederlaag toe in toespraak

    » Israël vaardigt dienstplichtorders uit voor 7000 ultraorthodoxe Joden

    ’De coalitie was vanaf het begin geen goede keuze‘

    ’De Duitse regeringscoalitie stort in‘, kopte Deutsche Welle woensdagavond 6 november. De Duitse kanselier Olaf Scholz heeft aangekondigd dat er in januari een vertrouwensstemming zal worden gehouden, die de weg zou kunnen vrijmaken voor vervroegde verkiezingen begin 2025.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit besluit komt na het ontslag van minister van Financiën Christian Lindner, leider van de Liberalen, ’vanwege meningsverschillen over economische plannen‘. ’De coalitie was vanaf het begin geen goede politieke keuze‘, aldus de Duitse omroep.

  • Canada: linkse bondgenoot laat regering-Trudeau vallen

    Canada: linkse bondgenoot laat regering-Trudeau vallen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne: Lviv getroffen door dodelijke aanvallen

    » Verenigde Staten: tiener doodt vier mensen op een middelbare school in Georgia

    De Nieuwe Democratische Partij zegt haar steun en vertrouwen op

    De Canadese premier Justin Trudeau kreeg woensdag een grote politieke tegenslag te verwerken toen de Nieuwe Democratische Partij het einde van hun coalitie aankondigde. ‘De leider van de Nieuwe Democraten, Jagmeet Singh, heeft de steun- en vertrouwensovereenkomst waardoor de minderheidsregering van Justin Trudeau tot 2025 aan de macht kon blijven verscheurd’, vat Le Devoir samen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Canadese dagblad wijst erop dat ‘de druk op de progressieve leider de afgelopen weken is toegenomen’ om ‘zijn overeenkomst met de liberalen, die steeds impopulairder worden bij de Canadezen’, te verbreken. Justin Trudeau hoeft niet automatisch nieuwe verkiezingen uit te schrijven, maar zal wel nieuwe steun in het parlement moeten vinden om de moties van wantrouwen te overleven.

    In een video op sociale netwerken nam Jagmeet Singh geen blad voor de mond over de Liberalen, die volgens hem ‘te zwak, te egoïstisch zijn en te dicht bij de ultrarijken staan om voor het volk te kunnen vechten’. Hij beschuldigde Trudeau er ook van dat hij niet in staat was om het op te nemen tegen de Conservatieve oppositie, geleid door Pierre Poilievre, die ver voor ligt in de peilingen in de aanloop naar de algemene verkiezingen die tussen nu en eind oktober 2025 gehouden zullen worden.

  • Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste vrouwelijke premier van Zweden treedt al na een paar uur af

    » Inflatie in de VS bereikt hoogste punt in dertig jaar

    Het progressieve regeerakkoord is een ‘novum in Duitsland’

    De leiders van de SPD, de Groenen en de FDP in Duitsland hebben na minder dan twee maanden onderhandelen op woensdag 24 november een regeerakkoord aangekondigd. Dit document van 177 pagina‘s, dat met een demonstratieve eensgezindheid is gepresenteerd, moet de weg vrijmaken voor de vorming van een regering volgende week.

    Duitsland zal binnenkort een regering hebben. Na minder dan twee maanden onderhandelen hebben de Groenen, de sociaaldemocraten (SPD) en de liberalen (FDP) overeenstemming bereikt over een coalitieakkoord van 177 bladzijden, genoemd naar de kleuren (rood, groen, geel) van de drie politieke formaties.

    Het zogeheten ‘stoplichtakkoord’, genoemd naar de kleuren (rood, groen, geel) van de drie politieke formaties, werd door Robert Habeck, medevoorzitter van de Groenen, omschreven als een ‘moedig document’ en aan de pers gepresenteerd in de vorm van een QR-code. Het moet nog goedgekeurd worden door de leden van de betrokken partijen, aldus Courrier International.

    De drie partijen willen het minimumloon verhogen van 9 euro 60 per uur tot 12 euro

    Er zijn woorden die altijd een snaar raken in partijprogramma’s of coalitieakkoorden, zoals ‘rechtvaardigheid’, ‘veiligheid’, ’vooruitgang’ en ‘vernieuwing’, verklaart Der Spiegel in zijn live-verslag. De partijen in de ‘stoplichtcoalitie’ hebben besloten te kiezen voor een coalitieverklaring op basis van ‘vooruitgang’.

    Om ‘het land vooruit te helpen’, in de woorden van de toekomstige kanselier, Olaf Scholz, willen de drie partijen het minimumloon verhogen van 9 euro 60 per uur tot 12 euro, de leeftijd voor nationaal en Europees stemrecht verlagen tot zestien jaar en de ‘gecontroleerde’ verkoop van cannabis voor recreatieve doeleinden voor volwassenen legaliseren. Zij zijn ook van plan artikel 219a van het Wetboek van Strafrecht af te schaffen, dat elke ‘publiciteit’ ten gunste van abortus bestraft.

    Voortrekkers

    ‘De partijen worden verenigd door hun “geloof in de vooruitgang”’, aldus de conservatieve krant Die Welt. ‘Ze willen “voortrekkers” worden op het gebied van klimaat, maar ook “geavanceerde technologieën bevorderen”.‘ Zo wil de stoplichtcoalitie de sluiting van kolencentrales versnellen, ‘bij voorkeur vóór 2030’, en heeft zij zich ten doel gesteld het aantal hernieuwbare energie in deze periode met 80 procent te verhogen, dankzij een ministerie van Economie en Klimaat onder leiding van de Groenen.

    De nieuwe regering wil ook in heel Duitsland glasvezel uitrollen en ‘het land moderniseren’. Op het economische front zal de strijd tegen de inflatie een prioriteit zijn, evenals de uitvoering van een vrij strikt begrotingsbeleid – de post van minister van Financiën gaat naar de FDP.

    Dit regeerakkoord is ‘een novum voor Duitsland’, kopt Süddeutsche Zeitung. ‘Dit soort coalities kan op regionaal niveau worden aangetroffen, maar op federaal niveau heeft een dergelijke alliantie tussen de Groenen en de liberalen in de lange geschiedenis van de [Duitse] republiek nog nooit het licht gezien. Voor de Zuid-Duitse krant luidt deze nieuwe configuratie ‘een opleving’ in, die zich verzet tegen ‘veel maatregelen die de christen-democraten in de loop der jaren hebben doorgevoerd’.

    Maar men mag niet te snel victorie kraaien: de SPD, de Groenen en de FDP hebben de onderhandelingsfase met succes doorstaan en moeten nu hun eigen partijleden ervan overtuigen de tekst goed te keuren om een regering te kunnen vormen.

    Lees ook:

  • Stel het partijenstelsel ter discussie

    Stel het partijenstelsel ter discussie

    De Duitse kiezer is uitgekeken op partijen en ‘Koalitionspolitik’ die groezelige resultaten oplevert. Het presidentiële systeem en het sterk gepersonaliseerde districtenstelsel zijn veel beter voorbereid op dit ontwrichtende tijdperk.

    Door tegenstrijdige verwachtingen van SPD, CDU en nu ook de CSU bij hun voormalige kiezers zijn de volkspartijen vrijwel opgebrand. Bij de SPD wilde het Neue Mitte sociale hervormingen, terwijl de oude kameraden het systeem van werkloosheidsuitkeringen juist helemaal niet pruimden. Bij CDU/CSU waren sommigen blij met de liberalisering, zelfs sociaaldemocratisering onder Merkel, maar raakten anderen door de open grenzen van de partij vervreemd.

    Zo hebben de conservatieven van rechts voor de AfD en die van links voor Die Linke gekozen, terwijl de succesvolle, progressieve Duitsers een moderne ‘beweging van het midden’ willen. Ze voelen zich meer thuis bij de FDP en de Grünen, wier posterboys de vervelende generatie X voorbij zijn gestreefd. Christian Lindner (FDP) rijdt in een vintage Porsche, Robert Habeck (Grünen) gaat in een nonchalante outfit de verkiezingsstrijd in.

    Door hun persoonlijkheid radicaal voorop te stellen, doen ze de kiezer de spruitjeslucht van de partij vergeten. Daarentegen lijkt Alexander Dobrindt (CSU) met zijn gouden sneakers een mislukte hipster en maakt Dorothee Bär (CSU) met haar interview over hoge hakken ook een heel merkwaardige indruk. Wie vraagt zich nog af hoe het komt dat de niet zo glamoureuze conservatieven met hun toekomstangst zich tot de AfD of Die Linke aangetrokken voelen?

    De Reichstag in Berlijn, waar de Bundestag sinds 1999 weer zetelt – © HH
    De Reichstag in Berlijn, waar de Bundestag sinds 1999 weer zetelt – © HH

    Bij de SPD begon de neergang met de hervormingen van Agenda 2010 (een SPD-plan voor hervorming van de arbeidsmarkt en het systeem van sociale verzekeringen) en het vertrek van Gerhard Schröder. Terwijl hij de partij met zijn charme en brutaliteit nog bij elkaar wist te houden, stortte die na zijn vertrek in.

    Wat Agenda 2010 voor de SPD was, is de vluchtelingencrisis voor de CDU. In beide gevallen kwam het tot een strijd tussen zeer tegengestelde richtingen, die uitpakte in het voordeel van de liberalen en de voorstanders van globalisering, maar de andere kant ging daar niet in mee. Zo hebben de twee volkspartijen zichzelf opgeblazen.

    De partijen zelf hebben deze ontwikkeling verdrongen. In de eerste plaats konden ze na de Bondsdagverkiezingen van 2005 geen klassieke tweepartijencoalitie vormen, zoals zwart-geel, rood-groen of rood-geel. Toch kwam er ook geen driepartijencoalitie tot stand. Het voelt alsof we ons vandaag de dag al dertien jaar in een eeuwige Grote Coalitie bevinden. De kiezers constateren dat – hoe ze ook stemmen – ze toch altijd dezelfde regering krijgen. Dat schokt niet alleen hun geloof in democratische zelfbeschikking, ze verliezen ook het vertrouwen in de partijen en daarmee – ten onrechte – in de democratie.

    Technologische ontwrichting

    Zolang de economie groeit en de werkloosheid daalt, kan de politieke en technologische ontwrichting worden verdrongen. Dat is in Duitsland gebeurd. Duitsers hebben een ingenieursmentaliteit. Des te sceptischer staan ze tegenover de nieuwe en radicale veranderingslogica die de uitdagers van de liberale democratie hun opdringen: in de media door Facebook, Twitter en Instagram, politiek door de nationalistische neochauvinisten in Rusland, Hongarije, Italië en de VS.

    De geglobaliseerde en gedigitaliseerde nieuwe wereld waarin we nu leven is in alles het tegengestelde van waar Duitsland tot voor kort voor stond: vaste banen in de industrie, alom betrouwbare certificering en een door de werkende meerderheid gefinancierde welvaartsstaat. Dat wordt door de onvoorstelbare opkomst van Apple, Amazon en Alibaba allemaal ter discussie gesteld. In plaats van de trotse, innovatieve NV Duitsland is het land nu alleen nog maar een afzetmarkt voor deze winner-takes-it-all-platforms.

    De kiezers constateren dat ze toch altijd dezelfde regering krijgen

    De politiek reageert hulpeloos op de eisen van de tijd. De retoriek tegen de AfD en andere vijanden van de liberale democratie is oudbakken en moraliserend en maakt totaal geen indruk. Voor straf is de EU invoerrecht gaan heffen op spijkerbroeken en whiskey made in USA, in plaats van eindelijk de techgiganten aan te pakken die zo goed als geen belasting betalen en ongereguleerd hun cultuurbepalende monopolie in Europa uitrollen.

    De Duitse politiek zit gevangen in de logica van het verleden. En dat wil zeggen: de logica van de partijen. Hoewel de partijenstaat onder verwijzing naar de Republiek van Weimar in de gangbare opvatting binnen de politieke wetenschap tot nu toe gold als een betrouwbaar, democratisch integratiesysteem, wordt die staat nu opeens een gevaar.

    Want zoals Maassen-gate (de rel rond Hans-Georg Maassen, hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst, wiens promotie door Merkel tot staatssecretaris van Binnenlandse Zaken op grote weerstand stuitte) heeft laten zien, maakt de partijlogica groezelige compromissen noodzakelijk. Daardoor neemt de boosheid op de politiek toe. Besluitvormingsprocessen in partijen zijn vanwege de gecompliceerde machtsverhoudingen nu eenmaal taai. De partijen reageren veel te langzaam op uitdagingen waar de moderne tijd hen mee confronteert. En dat schrikt het dringend noodzakelijke politieke talent af.

    De versplintering van het partijensysteem, met in de toekomst zes of meer partijen die alle ongeveer even groot zijn, verscherpt deze situatie nog eens. Regeringscoalities van drie partijen moeten meer compromissen sluiten dan wanneer er twee partijen meedoen. Tegelijkertijd nemen door het echo chamber effect op de sociale netwerken (denkbeelden worden versterkt en uitvergroot door ze binnen een gesloten systeem te communiceren en steeds te blijven herhalen) de willekeur en het egoïsme binnen het politieke milieu toe. Ze zijn steeds ontevredener over hun eigen compromissen.

    Macron

    In Frankrijk heeft Emmanuel Macron met zijn La République En Marche een frisse beweging op poten gezet. Donald Trump agiteert tegen het establishment, hoewel hij als republikein daar juist een vertegenwoordiger van is.

    Terwijl in een presidentiële democratie en in een districtenstelsel mensen rechtstreeks moeten kiezen tussen twee kandidaten (Macron of Le Pen), waardoor de zelfwerkzaamheid van de burger wordt gemaximaliseerd, is in een partijenstaat het compromis gedelegeerd aan de partijen. Niet de verkiezingsuitslag bepaalt wat voor regering er komt, maar een coalitie van partijen. Daarbij geldt: hoe meer partijen, hoe meer opties er zijn om een coalitie te vormen. En aan het eind van het proces is het aantal teleurgestelde kiezers des te groter.

    Dat verlamt de politiek. In staten als Duitsland, Spanje en Italië heeft men dit vanwege de ervaring met een dictatuur ooit echt zo gewild. Maar nu is het een nadeel. Het presidentiële systeem en het sterk gepersonaliseerde districtenstelsel zijn veel beter voorbereid op dit ontwrichtende tijdperk. Ze maken het politieke proces directer en eenvoudiger dan bij coalitieregeringen met een toenemend aantal partijen. Gecompliceerde veelpartijensystemen blokkeren zichzelf. De toekomst ligt bij flexibele, mobiele digitale platforms als En Marche.

    Zo ziet de Piratenpartij het ook. Maar technerds op sandalen maken weinig kans om door het midden van de samenleving gehoord te worden. In dat midden wachten de voormalige kiezers van de volkspartijen op nieuw politiek aanbod en nieuwe politieke participatieformats. Wie het systeem ‘democratie’ wil behouden, moet het besturingssysteem ‘partijenstaat’ ter discussie stellen. De politiek van de toekomst is digitaal.

    Auteur: Andreas Barthelmess

    Die Welt Welt
    Duitsland | dagblad | 202.000

    Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, ook aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

  • Het ideologische vacuüm biedt een kans

    Het ideologische vacuüm biedt een kans

    Identiteitspolitiek, waarin het draait om gender en etniciteit in plaats van engagement en solidariteit, ondermijnt de notie van een algemeen en publiek belang, volgens hoogleraar politicologie Mark Lilla.

    Vlak nadat Donald Trump tot president van de Verenigde Staten was verkozen, verscheen er een opiniestuk van politicoloog en filosoof Mark Lilla in The New York Times, met als titel: ‘Het einde van het identiteitsliberalisme’. Als het 
liberalisme weer een factor van belang wil worden ‘moeten we zorgen dat er een eind komt aan het tijdperk van het identiteitsliberalisme’, schreef Lilla. 
De obsessie met identiteit heeft volgens hem een ‘generatie narcistische liberalen en progressievelingen voortgebracht die geen weet hebben van 
de omstandigheden buiten hun zelf-gedefinieerde groep. Lilla’s stuk was het meest gelezen opiniestuk uit de Times dat jaar.

    Voorvechters van identiteitspolitiek mogen dan dol zijn op diversiteit binnen identiteit, maar ze kunnen maar weinig geduld opbrengen met diversiteit van meningen. De heersende moraal van dit moment probeerde Lilla de mond te snoeren met een kwalijke golf van woede, die al snel uitmondde in extreme bewoordingen, waarbij woorden vielen als ‘racist’. Dat was ook de term die enkele demonstranten naar het hoofd geslingerd kregen toen ze zich roerden bij een 
bijeenkomst aan Rutgers University, 
in New Jersey, waar Lilla zou spreken. Ik hield hem gezelschap. Ons uitstapje had een nostalgisch tintje: Op precies die plek hadden we elkaar vijftien jaar eerder leren kennen.

    Gevaren

    Lilla neemt een unieke positie in binnen de Amerikaanse intellectuele elite van dit moment. Zijn collega’s wisten niet altijd goed waar hij precies voor stond. Hij heeft het hun ook niet bepaald makkelijk gemaakt. Met zijn essays in The New York Review of Books ontpopte de hoogleraar zich als een afstandelijke Europese intellectueel 
die door een wrange speling van het lot was aangespoeld op de stranden van de Nieuwe Wereld, waar hij moest zien te overleven in het harde, helle licht van een cultuur zonder echt diepe wortels.

    In Amerika is het altijd ochtend [uit de campagne van Ronald Reagan] en dat is precies het probleem: de ochtend werpt schaduwen, grijstinten en 
kleurschakeringen, en wie die niet ziet realiseert zich wellicht niet welke gevaren er loeren achter allerlei filosofische sluiers. Lilla vond het nou juist interessant om die gevaren onder de loep te nemen, gevaren waar het 
Amerikaanse optimisme nauwelijks weerstand voor heeft gekweekt. Lilla heeft natuurlijk nooit beweerd dat hij geen Amerikaan zou zijn. Maar niets in zijn werk, de toon noch de inhoud, 
verraadt dat de schrijver afkomstig is uit een arbeidersmilieu. Een katholiek gezin in Detroit, met Poolse wortels. Mark heeft ooit gezegd – slechts half grappend, als je het mij vraagt – dat 
al zijn artikelen in de prestigieuze New York Times kunnen worden samengevat in drie woorden: Beteugel het enthousiasme. Amerikanen hebben er een handje van zich te laten meeslepen door intellectuele tendensen uit Europa, en Lilla zoekt naar de balans door er traditie, context en eruditie tegenover te zetten. Zowel in zijn essays als in zijn boeken neemt hij niet alleen een breed scala aan filosofische, literaire en culturele controverses 
bij de kop, maar ook verschillende 
politieke kwesties, waarbij hij kijkt naar verschillende intellectuele kringen: Duitse existentialisten, Franse post-structuralisten, flamboyante 
Russische bannelingen, gematigde Engelse liberalen, mystieke Joodse 
theologen, namen uit de Verlichting en de contra-Verlichting.

    Toen ik destijds zonder afspraak voor de werkkamer van professor Lilla aan NYU stond, verwachtte ik een gereserveerde, gedistingeerde man te ontmoeten. Ik zat in het laatste jaar van mijn studie Amerikaanse geschiedenis en wilde een wel heel cynisch essay van hem vertalen: ‘The Politics of Jacques Derrida’. Die eerste ontmoeting met Mark kon niet geheel en al het beeld wegnemen dat ik me had gevormd 
op grond van zijn artikelen. Hij had een rond brilletje, een beetje interbellum-achtig, en een ernstige blik. In zijn kleine werkkamer, die uitpuilde van de boeken, stond een degelijke archiefkast met allemaal laatjes. Hij deed geen moeite om me meteen heel hartelijk tegemoet te komen – sterker nog, binnen de Amerikaanse context kwam zijn houding op mij over als vrij afwerend. Tot mijn verbazing vroeg hij 
me om er een kort stuk over te schrijven voor een publicatie, Correspondence getiteld, die hij samenstelde voor de Council on Foreign Relations.

    Hij belde me op om te zeggen dat hij ging scheiden. Of ik met hem mee wilde naar IKEA om spullen te kopen voor zijn nieuwe appartement

    Later voerden we nog enkele gesprekken over politiek die me geen van alle voorbereidden op het moment dat hij plotseling het Amerikaanse protocol liet varen. Hij belde me op om te zeggen dat hij ging scheiden. Of ik met hem mee wilde naar IKEA om spullen te kopen voor zijn nieuwe appartement. Dat was zo on-Amerikaans dat ik me ineens heel erg, nou ja, heel erg Israëlisch voelde. Binnen de individualistische, protestantse cultuur van de Verenigde Staten, zeker in de noordelijke staten, gaapt er een grote afstand tussen individuen, is er een duidelijke norm dat je voor jezelf zorgt, en is 
privacy een groot goed. Precies om 
deze redenen halen Israëli’s die naar Amerika verhuizen aanvankelijk 
opgelucht adem, om na enige tijd met heimwee terug te denken aan Israël.

    Zo kwam het dat we uren liepen te sjouwen met alle onderdelen van de Billy-boekenkasten – een eindeloze hoeveelheid van die zware spaanplaat planken – die naar Marks nieuwe appartement moesten, in de Stuyvesant-buurt in Manhattan, ten oosten van First Avenue. Vervolgens waren 
we nog veel langer in de weer om die kasten in elkaar te zetten. We hadden ruim de tijd om te praten, over van alles en nog wat, van het persoonlijke tot het politieke.

    Mark Lilla is niet de enige die ziet hoeveel schade de identiteitspolitiek heeft aangericht. Er zijn nog meer vooraanstaande mensen die dit signaleren, 
en Bernie Sanders is daar een van. Voor hem is en blijft de kwestie geworteld 
in klassenverschillen. Jazeker. Ook hier geldt: ‘It’s the economy, stupid.’ Dat 
is wat veel van de hardwerkende 
Amerikanen vooral bezighoudt. En veel van die mensen hebben uiteindelijk 
op Trump gestemd.

    Dat de Democratische Partij geen brede visie heeft die mensen verenigt, dat de partij zich heeft ‘vastgebeten’ in identiteitspolitiek, blijkt duidelijk als 
je naar hun website kijkt, zegt Lilla. 
Er is geen boodschap van eenheid, er is juist sprake van balkanisering. Dat is het effect van identiteitspolitiek – het staat de vorming van coalities in de weg. Op de website van de partij staan zeventien verschillende boodschappen voor zeventien verschillende identiteitsgroepen. Klik op de groep waartoe je behoort en je krijgt de boodschap te zien die is toegesneden op jou en je vrienden. Maar ‘de mensen in Amerika die het spel van identiteitspolitiek spelen, moeten goed uitkijken dat er niemand buiten de boot valt,’ zegt Lilla. Natuurlijk blijven in een dergelijke opsomming van groepen (en in de hele identiteitspolitiek) ontelbare mensen en hele categorieën Amerikanen buiten beschouwing. De enorme aantallen gelovigen in dit land, om maar iets te noemen, of de arbeiders. En je hoeft natuurlijk geen wit-nationalistische racist te zijn om je af te vragen of de Democratische Partij blanken niet ook iets te bieden zou moeten hebben.

    Mark Lila
    Mark Lila

    Volgens Lilla schuilt de oplossing er echter niet in om ‘witten’ of ‘doopsgezinden’ aan de lijst van groepen toe te voegen. Nee, de oplossing schuilt erin om los te komen van de obsessie met verschil en op zoek te gaan naar een visie die bindt.

    De vorige keer dat Amerika een dergelijke bindende visie heeft gekend, was die afkomstig van de rechtervleugel. 
De kracht van die visie is tanende, zoals de opkomst van Trump duidelijk heeft gemaakt. Wat doorging voor de ‘visie’ van de Republikeinen bleek een wankel staketsel dat vrijwel geruisloos in elkaar is gezakt. Zoals Lilla het ziet 
is Trump niet alleen een oorzaak, maar ook een symptoom. Trump is een 
destructieve kracht die niet tot iets constructiefs in staat is. Hij biedt een pastiche van een visie, geen echte visie. Er gaat geen enkele inhoud schuil achter zijn loze slogan ‘Make America Great Again’.

    De implicatie is dat er nu sprake is van een ideologisch vacuüm. En dat biedt een kans, denkt Lilla. Liberalen kunnen in dat gat springen, maar dan moeten ze twee dingen doen. Om te beginnen moeten ze met een visie komen die verenigt, niet met een visie die verdeelt. Ze moeten terug naar de basis 
en leren om ‘wij’ te zeggen, zoals de ‘wij, het volk’ uit de grondwet – ‘wij’ in de alomvattende zin, een ‘wij’ waar alle burgers zich onder kunnen scharen. Ten tweede moeten ze afstand doen van de politiek van protesten en 
activistische bewegingen, en terug-
keren naar de politiek van partijen en instellingen.

    Volgens Lilla is identiteitspolitiek een knieval van links voor het conceptuele universum van rechts. ‘Identiteits-politiek is niets nieuws, zeker niet bij rechts Amerika,’ schrijft hij in zijn boek. Een lange geschiedenis van denken in verschillen, gebaseerd op identiteit, is natuurlijk ook de grondslag geweest van slavernij en rassenscheiding. ‘Wat verbijsterend was aan de Reagan Dispensation was de opkomst van een linkse variant die 
de facto uitgroeide tot de geloofsovertuiging van twee generaties linkse intellectuelen.’ Dat is geen historisch toeval. Want de fascinatie, en later 
de obsessie, met identiteit, bracht de 
uitgangspunten van het reaganisme niet structureel in het nauw.’ Ondanks de nadruk op groepen is identiteits-
politiek een verruiming, en geen 
vernauwing, van de sterk individualistische tendens.

    Hij reed op een vuilniswagen. Hij was magazijnmeester. Hij gaf gitaarles. 
En hij sliep heel weinig

    Dat is een belangrijke constatering, aangezien identiteitspolitiek iets 
misleidends heeft. Het lijkt of er wordt gehamerd op ‘wij’ in plaats van ‘ik’, maar in feite is het kloppende hart van de identiteitspolitiek een verregaand individualisme. Dat is ook de reden 
dat er binnen elke groep subgroepen ontstaan, of dat er individuen opstaan die, bijvoorbeeld, zeggen dat het 
feminisme in de praktijk exclusief wit is, of exclusief hetero, of dat het zwarte feminisme nog altijd lesbische vrouwen buitensluit, of dat het lesbische feminisme geen ruimte biedt aan 
Hispanics of dikke vrouwen. Of dat 
de letters LGBT in feite queers buitensluiten, evenals aseksuelen en een schijnbaar eindeloos aantal anderen, die allemaal het gevoel hebben dat geen van die letters voldoende nauwkeurig van toepassing is op hun unieke situatie. Want onder dit alles schuilt het principiële verbod om ‘mij’ om wat voor manier dan ook van buitenaf te definiëren. Elke poging om te kijken naar wat twee individuen bindt is daarmee een ontkenning van hun 
volstrekt unieke zelfdefinitie.

    Daaruit volgt dat er binnen deze 
kringen geen stabiele coalities zijn, of kunnen worden gevormd. Het duurt nooit lang of men verwijt elkaar over en weer onderdrukkend bezig te zijn.

    Terwijl overal om hem heen de jaren zestig losbarstten, zat Mark Lilla in de brugklas van een school in Detroit. Hij maakte deel uit van een groepje katholieke Jezusfreaks, liep rond in 
een T-shirt met opdruk ‘Eigendom van Jezus’ en droeg een groot leren kruis om zijn nek. Hij zong gospelnummers en begeleidde zichzelf op de gitaar. 
Hij voerde verhitte discussies met 
zijn klasgenoten en wilde hun het 
religieuze licht laten zien.

    Naarmate Lilla ouder werd, doofde het religieuze vuur. Hij ging studeren aan Wayne State University. Hij beschouwt zichzelf als links, in de ouderwetse zin van het woord. Hij sloot zich aan bij een groep die een radicaal-economische politiek bepleitte. Vervolgens ging hij naar de University of Michigan en haalde daar zijn bachelor, waarna hij doorging naar Harvard.

    Om van Wayne State op Harvard te komen is geen makkelijke opgave voor een jongen met arme ouders. In de 
Verenigde Staten bepaalt de middelbare school waarop je hebt gezeten gewoonlijk op welke vervolgopleiding je wordt toegelaten. En dat is dan weer bepalend voor je financiële toekomst. Maar Mark Lilla was niet zomaar iemand. Hij had drie bijbaantjes en 
kon zodoende zijn studie bekostigen aan de University of Michigan, waar hij omging met de hogere middenklasse. Hij reed op een vuilniswagen. Hij was magazijnmeester. Hij gaf gitaarles. 
En hij sliep heel weinig.

    Het is niet meer dan logisch dat de jonge Lilla moeite had met het feit 
dat allerlei ‘gebronsde middenklasse studenten’ hem uitlegden hoe het leven van de arbeidersklasse in elkaar stak. Ook zinde het hem niet te moeten aanhoren hoe docenten, die zeiden te spreken uit naam van de lagere klassen, ‘zich minachtend uitlieten over de feitelijke overtuigingen en meningen van de echte arbeiders’. Hij kende die mensen tenslotte als geen ander. Zijn vader had aan de lopende band gestaan in een autofabriek in Detroit, en was opgeklommen tot tekenaar. Zijn moeder was verpleegster.

    Een politieagent op de uitkijk tijdens een demonstratie tegen de ingetrokken wet die transgenders de mogelijkheid bood een genderneutraal toilet te bezoeken. – © Gerry Broome / AP
    Een politieagent op de uitkijk tijdens een demonstratie tegen de ingetrokken wet die transgenders de mogelijkheid bood een genderneutraal toilet te bezoeken. – © Gerry Broome / AP

    Zo werd Mark in de richting gedreven van de neoconservatieven, die zich in zijn ogen ‘veel volwassener’ toonden. Zij droegen geen utopische idealen 
uit, maar bepleitten realistische, 
concrete verbeteringen, gebaseerd op het besef dat er grenzen zijn aan wat 
er via de overheid kan worden bereikt. Ze waren, zo dacht hij destijds, ‘de 
vijanden van de vijanden van de 
arbeidersklasse.’ Dat was ‘voordat de neo-cons in het Reagantijdperk 
veranderden van intellectuelen in apparatsjiks.’

    Hij las hun publicaties en later, toen hij dankzij zijn studieresultaten een plek op Harvard had weten te bemachtigen, schreef hij er ook zelf stukken voor. Met een masterdiploma overheids-beleid van de John F. Kennedy School 
of Government op zak, werd hij aangesteld als redacteur bij The Public Interest. Later keerde hij terug naar Harvard om zijn doctoraal te halen in overheidsbeleid. Hij studeerde af bij de socioloog Daniel Bell. Bell zei dat er drie goede redenen waren om de academische wereld te verkiezen boven de journalistiek: juni, juli en augustus.

    Tijdens zijn lezing aan Rutgers sprak Lilla de hoop uit de verkiezing van Trump niet alleen zou leiden tot een visie die mensen verenigt, maar ook dat de vrijgekomen energie in institutionele politiek zal worden gestoken. ‘In Amerika,’ zei hij tegen de studenten, ‘is er maar één manier om de zwakkeren in bescherming te nemen, en dat is zorgen dat je politieke macht hebt. Institutionele macht. In alle lagen van de federale overheid.’

    En wat hebben de pleitbezorgers van identiteitspolitiek ons te bieden? Geen strijd om de politieke macht, maar een politiek van protestbewegingen. Geen solidariteit, maar de bekrompenheid van steeds kleinere groepen die zich terugtrekken in hun eigen hol. Een steeds sterkere gerichtheid op steeds meer verschillen. En dat gebeurt hier, op de universiteiten, waar het makkelijk is. Op een andere plek heeft Lilla ooit gezegd dat hij bereid is de reis-kosten te vergoeden van iedereen die bereid is ‘daarheen’ te gaan – naar de rode staten, om te bouwen aan een politieke machtsfactor waar de 
Democraten echt iets mee kunnen.

    Ontmanteling van coalities

    Het lijkt of Lilla gelijk heeft wanneer hij dit alles bestempelt als apolitiek. En misschien is hij nog niet streng genoeg wanneer hij zegt dat de middelen van dergelijke groepen niet hun doel dienen. Want de identiteitspolitiek-massa’s dienen vooral de belangen van de elite binnen hun groep. Een toch al geprivilegieerde lesbienne aannemen als presentatrice van het avondjournaal is, uiteindelijk, lang niet zo moeilijk als iets doen aan de problemen van de scholen in de binnensteden van 
Baltimore. Ook de mensen van Black Lives Matter houden zich uiteindelijk niet bezig met de sociale problematiek. Zij houden zich bezig met schuldgevoelens, en ze weten hoe ze die moeten aanwakkeren bij mensen die toch al aan hun kant staan. En zoals met alle vormen van politiek correct gedrag repareren ze de spiegel, maar niet 
het gezicht. En vervolgens verhult de spiegel de problemen van het gezicht. De prijs die daarvoor wordt betaald is, hoe kan het ook anders, de ontmanteling van coalities.

    Op landelijk niveau is de verschuiving naar identiteitspolitiek ten koste gegaan van de New Deal-coalitie van minderheden, met name de alliantie tussen Joden en zwarten. Het is mis-gegaan in 1966, met de opkomst van 
de linkse versie van identiteitspolitiek, onder haar eerste naam: Black Power. In datzelfde jaar kwam Stokely Carmichael aan het hoofd te staan van de SNCC, de zwarte studentenvereniging. Hij gooide ogenblikkelijk alle witten eruit. De meesten van hen waren Joods. Veel anderen binnen de burgerrechtenbeweging omarmden een 
paradigma dat we tegenwoordig postkoloniaal zouden noemen, en ze zeiden dat het zionisme ‘racistisch’ was. Tot groot verdriet van progressieve Joden werd de kloof dieper en dieper.

    De tendens om allianties te verbreken is geen betreurenswaardig neveneffect van identiteitspolitiek. Het is het wezen van identiteitspolitiek. Wie daar nog niet van is overtuigd, hoeft zich alleen maar te verdiepen in de verhitte discussies van een jaar geleden over Dana Schutz’ schilderij van Emmett Till, dat in het Whitney Museum hing. Schutz had een schilderij gemaakt 
van Till, die in de zomer van 1955 in Mississippi is gelyncht. Het was 
overduidelijk een blijk van medeleven met de slachtoffers van de zwarte gelijkheidsstrijd. Maar ineens eiste de zwarte kunstenares Hannah Black dat het schilderij zou worden verwijderd. Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen teneinde zichzelf te promoten, aldus Hannah Black.
    Het gedachtegoed van Mark Lilla zou een voorbode kunnen zijn van een nieuwe realiteitszin onder de Amerikaanse intelligentsia, na een halve eeuw van narcisme. Hij zou ook een roepende in de woestijn kunnen blijven. Misschien moeten er nog vele jaren overheen gaan voordat het postmoderne verval dat knaagt aan de wortels van de academische wereld, een halt wordt toegeroepen en er een begin kan worden gemaakt met de wederopbouw. Ondertussen is er weinig waaruit we hoop kunnen putten. Het overgrote 
deel van de hoogopgeleide Amerikanen 
verkettert Trump en zijn aanhang, maar lijkt zich nauwelijks af te vragen op welke manier zij zelf hebben bijgedragen aan de ondergang van hun eigen partij. Het lijkt dan ook niet erg waarschijnlijk dat ze open zullen staan voor de introspectie die Lilla voorstaat.

    Terwijl ik aan dit stuk werk, stuurt Mark een groep vrienden een screenshot van Nick Cave’s Instagram-account. Cave ziet eruit alsof hij net een tukje heeft gedaan op zijn stoel in de tourbus. The Once and Future Liberal ligt opengeslagen op zijn borst. Dat is wat hij onderweg leest. ‘Vrienden,’ schreef Mark, 
‘ik mag de academische wereld dan zijn kwijtgeraakt, de king of artrock staat achter me.’

    Auteur: Gadi Taub
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    ‘Sign of the Times: The struggle for Identity’.
    Stadsschouwburg, 2 juni, 20.30

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 
1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Voor ons Nederlanders is de Brexit een uitgelezen kans, schrijft The Economist. 
Met de Britten verliezen we een machtige bondgenoot, maar we kunnen nu wel zelf het initiatief gaan pakken.

    ‘Alle volken rond de Noordzee zijn met elkaar verbonden,’ mijmert Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNONCW terwijl hij in Den Haag uit het raam van zijn kantoor op de twaalfde verdieping staart. Het is geen verkeerde plek voor een Nederlander om de gevolgen van de Brexit te overpeinzen. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, valt ternauwernood in de ochtendnevel te ontwaren. Tachtigduizend Nederlandse bedrijven doen zaken met Groot-Brittannië en elk jaar razen 162.000 vrachtwagens tussen beide landen heen en weer. De Rabobank heeft becijferd dat zelfs een zachte Brexit in 2030 tot een daling van het bbp met 3 procent zou kunnen leiden. Ierland uitgezonderd krijgt geen land het zwaarder voor de kiezen. ‘De Brexit had niet onze voorkeur,’ merkt De Boer droogjes op.

    Nederlandse regeringen uit de jaren vijftig en zestig deden hun best hun Britse vrienden over te halen om tot de Europese club toe te treden. Toen de Britten er in juni 2016 voor stemden om de Europese Unie te verlaten, vroegen sommigen zich af of Nederland in hun kielzog zou volgen. De Europese trauma’s op migratie- en economisch gebied stelden het geduld van de Nederlandse kiezer al jaren op de proef en premier Mark Rutte leek niet bereid het voor Europa op te nemen. Eurosceptische sentimenten waren koren op de molen voor Geert Wilders, die aandrong op een ‘Nexit’. Ruim een jaar geleden, met verkiezingen op komst, hielden Europeanen hun hart vast.

    Calvinistisch vingertje

    Wat er vervolgens gebeurde was interessant. De VVD won de verkiezingen, hoewel het succes van PVV-leider Geert Wilders Rutte dwong tot een vierpartijencoalitie met een minieme meerderheid. In plaats van het Europese feestje te verstoren, mengde Rutte zich, aangespoord door zijn adviseurs, in het debat over Europa met een enthousiasme dat weinigen van hem kenden. Begin maart bracht hij een bezoek aan Berlijn om een gedetailleerde speech over de EU te houden, zijn eerste grote bemoeienis met de Unie sinds hij in 2010 premier werd. Niet lang daarna kwamen Nederland en zeven andere kleine landen uit Noord- en Oost-Europa (een hoge EU-ambtenaar sprak van de ‘slechtweercoalitie’) met een gezamenlijke visie op de EU.

    Vooralsnog leidt het niet tot grote beleidswijzigingen inzake Europa. De Nederlanders willen nog steeds de risico’s en de gezamenlijke uitgaven beperken en de handel binnen de EU stimuleren. Met hun calvinistische zwaaiende vingertje dringen ze er bij andere landen op aan eerst in eigen huis orde op zaken te stellen alvorens aan te kloppen voor gezamenlijke oplossingen. Maar volgens Hans de Boer is dat om de Nederlandse kiezer gerust te stellen en niet om de EU dwars te zitten. Bovendien markeert de Berlijnse toespraak een verandering van stijl van een premier die zich lange tijd niet graag in de discussie over Europa mengde. Rutte klaagde na een Europese top meestal over gebakken lucht. Nu stort hij zich vol overgave op Europa. ‘Ik heb hem nog nooit zo pro-Europees gezien,’ zegt een collega.

    Ter rechtvaardiging merkt Rutte opgewekt op dat de Brexit Nederland ertoe dwingt zijn vier eeuwen oude diplomatieke balanceeract tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië te herijken. Dat betekent twee dingen. Ten eerste een onverbloemd commitment aan Europa; Nederland wil dat de EU een sterke handelsrelatie met Groot-Brittannië smeedt, maar zonder de gelederen te verbreken. Ten tweede de bereidheid om ad-hoccoalities op bepaalde onderwerpen te vormen. Rutte noemt er een paar: een met Duitsland op het gebied van migratie, handel en de euro, een met bepaalde Midden-Europese landen over de interne Europese markt en een met de Fransen als het gaat om klimaatverandering. ‘De Brexit is een wake-upcall,’ zegt Ben Knapen, voormalig staatssecretaris van Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Vond Nederland het vaak wel best dat Groot-Brittannië het voortouw nam, nu moet het zelf in het geweer komen.

    Dat is deels een strategie om zich tegen onderonsjes van de grootmachten in te dekken. De angst dat de Frans-Duitse machine over hen heen zal walsen zit diep bij Nederlandse diplomaten. Toch zijn ze voorzichtig optimistisch dat de Duitsers hen niet zullen afvallen als het gaat om kwesties als de EU-begroting of de hervorming van de eurozone. Sterker nog, de Duitsers zijn blij dat de ‘groep van acht’ de aanval kiest, want dat maakt Duitsland tot het middelpunt van de discussie. Peter Altmaier, de Duitse minister van Economische Zaken en een vertrouweling van Angela Merkel, verleent de slechtweercoalitie stilzwijgend zijn steun.

    Maar Rutte investeert ook in Emmanuel Macron. Nadat de Franse president de Nederlandse premier twee keer in Parijs had ontvangen, ging hij vorige week op bezoek in Den Haag. De onmin tussen Frankrijk en Nederland is groot, vooral als het gaat om de eurozone; Nederland wil grotere nationale buffers om crises op te vangen, terwijl Macron wars is van supranationale instituties en een forse gezamenlijke begroting. Rutte erkent de verschillen, maar doet alsof de rest van de EU vanzelf volgt als hij en Macron een deal sluiten. (Duitsland zou daar ook wel iets over te zeggen kunnen hebben.) Nederlandse diplomaten, verzot op handel, liepen de rillingen gewoonlijk over de rug bij een oproep als die van Macron tot een ‘Europa dat beschermt’. Maar nu, nerveus geworden door roofzuchtige Chinese investeringen, Russisch spierballenvertoon, terreurdreiging en de handelstarieven van Donald Trump, vragen ze zich af of hij een punt heeft.

    Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor

    Het is een uitgelezen moment voor de Nederlanders. De Brexit kost ze een bondgenoot, maar biedt ook een kans om het initiatief te nemen. De hernieuwing van de Frans-Duitse relatie levert een gevaar op, maar geeft Nederland ook een mogelijkheid om zijn zegje over Europa te doen. Van de overeenkomst van de EU met Turkije uit 2016, die een einde aan illegale immigratie moest maken en waar Nederland mede de hand in had, heeft Rutte geleerd dat Europees optreden nationale problemen kan helpen oplossen. Nederlandse politici erkennen dat ze nog aan die nieuwe wereld moeten wennen. Maar vooralsnog ontbreekt het hun in de Nederlandse diplomatie niet aan grootspraak. Ruttes nekharen gaan rechtovereind staan bij elke suggestie dat zijn land een ‘klein land’ is.

    Toch moet hij oppassen dat hij in eigen land geen verzet oproept, wat hem voorzichtig zal maken met wat hij zegt. Nederlandse parlementsleden – ook die van partijen die meeregeren – en de media zijn gespitst op de geringste aanwijzing dat hun land zal worden meegesleurd in een zogeheten transferunie met wel lasten maar geen lusten. Nederlanders worden moe van Oost-Europese landen die vluchtelingen weigeren maar wel Europese subsidies opslokken. Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor. In de peilingen schiet zijn Forum voor Democratie Wilders voorbij.

    Alleen dat dwingt Rutte er al toe om in de komende debatten over de begroting, de eurozone en de hervorming van het Europese asielbeleid een harde lijn te kiezen. Voor veel Europeanen zullen de Nederlanders de durfals onder de bangeriken blijven. Maar na zolang aan de zijlijn te hebben gestaan, doen ze nu tenminste mee.

    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © ANP

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.549

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal politiek en economisch nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.