Tag: cocaïne

  • Colombia kampt met een nieuw probleem: te veel cocaïne

    Colombia kampt met een nieuw probleem: te veel cocaïne

    Ondanks de toename van de cocaïneproductie zijn veel arme Colombianen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van cocaïne, zwaar getroffen door binnenlandse en buitenlandse verschuivingen in de wereldwijde drugsindustrie.

    Decennialang heeft één industrie het kleine, afgelegen Colombiaanse dorp Caño Cabra op de been gehouden: cocaïne. De inwoners van deze gemeenschap in het midden van het land staan bijna elke ochtend vroeg op om cocabladeren te plukken, waarbij ze deze van broze takken schrapen, soms tot hun handen bloeden. Later mengen ze de bladeren met benzine en andere chemicaliën om er krijtachtige witte stenen van cocapasta van te maken.

    Maar een paar jaar geleden, zeiden de dorpelingen, gebeurde er iets zorgwekkends: de drugshandelaren die de cocapasta kopen en er cocaïne van maken, kwamen niet meer opdagen. Plotseling hadden de mensen die al arm waren geen inkomen meer. Voedsel werd schaars. Er volgde een uittocht naar andere delen van Colombia op zoek naar werk. Het stadje met tweehonderd inwoners kromp tot veertig inwoners.

    Hetzelfde patroon herhaalde zich keer op keer in gemeenschappen in het hele land waar coca de enige bron van inkomsten is.

    Dramatische neergang

    Colombia, het wereldwijde knooppunt van de cocaïne-industrie, waar Pablo Escobar de bekendste crimineel ter wereld werd en dat nog steeds meer van de drug produceert dan welk ander land ook, wordt geconfronteerd met tektonische verschuivingen als gevolg van binnenlandse en wereldwijde krachten die de drugsindustrie opnieuw vormgeven. De veranderende dynamiek heeft ertoe geleid dat de blokken onverkochte cocapasta zich overal in Colombia opstapelen. De aankoop van cocapasta is in meer dan de helft van de cocagebieden in het land sterk gedaald of helemaal verdwenen, wat een humanitaire crisis heeft veroorzaakt in veel afgelegen, verarmde gemeenschappen.

    De drugsmarkt heeft nog nooit ‘zo’n dramatische neergang’ gekend, zegt Felipe Tascón, een econoom die de illegale-drugseconomie bestudeerde en een programma van de nationale overheid leidde om cocaboeren te helpen overschakelen op legale gewassen.

    De omverwerping van de cocaïne-industrie is voor een deel een onbedoeld gevolg van een historisch vredesakkoord bijna tien jaar geleden met de grootste gewapende groep van het land, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), dat een einde maakte aan een fase van een conflict dat al tientallen jaren duurt. De linkse groep financierde zijn oorlog grotendeels met cocaïne en was afhankelijk van duizenden boeren die de felgroene cocaplant – het hoofdingrediënt van de drug – leverden.

    De drugsmarkt heeft nog nooit zo’n dramatische neergang gekend

    Maar zodra de FARC de cocaïne-industrie verliet, werd ze vervangen door kleinere criminele groepen die een nieuw economisch model nastreefden, zei Leonardo Correa van het VN Bureau voor Drugs en Misdaad: grote hoeveelheden coca kopen van een kleiner aantal boeren en hun activiteiten beperken tot grensgebieden waar het gemakkelijker is om de drugs het land uit te krijgen.

    Dat betekent dat steden zoals Caño Cabra, diep in het binnenland van het land, ongeveer 265 kilometer ten zuidoosten van Bogotá, de hoofdstad, hun enige handel grotendeels hebben zien verdwijnen. ‘Het is moeilijk geweest,’ zegt Yamile Hernandez, 42, een cocaboer en moeder van twee tieners die moeite heeft om brood op de plank te krijgen. ‘Ik weet niet wat er zal gebeuren.’ 

    Tegelijkertijd zijn andere landen belangrijke concurrent geworden en hebben ze bijgedragen aan veranderingen op de Colombiaanse drugsmarkt. Ecuador is nu een van de grootste cocaïne-exporteurs, en ook de teelt van cocabladeren in Peru en Centraal-Amerika is toegenomen. Dat heeft geholpen om de wereldwijde cocaïneproductie verder te verhogen dan ooit tevoren. En terwijl het cocaïnegebruik in de Verenigde Staten is afgevlakt, groeit het in Europa en Latijns-Amerika en is het in opkomst in andere regio’s, zoals Azië.

    ‘We zien productieniveaus waar Pablo Escobar van droomde’

    In Colombia heeft het regeringsbeleid, waaronder het stopzetten van het uitroeien van cocaplanten en technologische vooruitgang in de teelt, ervoor gezorgd dat de cocaproductie is toegenomen, ondanks decennialange investeringen van de Verenigde Staten om de cocaïne-industrie te ontmantelen. ‘We zien productieniveaus waar Pablo Escobar van droomde’, zegt een Amerikaanse ambtenaar die al jaren werkt aan drugsbestrijding in Colombia en niet met naam genoemd wil worden omdat hij niet officieel mag spreken. ‘Je gaat naar cocavelden,’ voegde hij eraan toe, ‘en het is alsof je in een maïsveld in Iowa staat – je kunt het einde niet zien.’

    De Colombiaanse president, Gustavo Petro, heeft zich gericht op het aanpakken van drugssmokkelnetwerken en het stopzetten van de uitroeiing van het cocablad heeft bijgedragen aan de stijging van de cocaïneproductie, volgens ambtenaren van de VN en de VS. ‘Met Petro’s desinteresse voor gedwongen uitroeiing zijn er in feite geen barrières voor toegang tot het cocaveld,’ zegt Kevin Whitaker, een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Colombia en een non-resident fellow bij de Atlantic Council.

    Gloria Miranda, die nu het regeringsprogramma voor cocasubstitutie leidt, betwist deze bewering en merkt op dat het aantal drugsvangsten aanzienlijk is toegenomen tijdens zijn presidentschap. Critici zeggen dat dit grotendeels komt doordat er zoveel meer cocaïne wordt geproduceerd.

    Economische schade

    Nieuwe meststoffen hebben het ook gemakkelijker gemaakt om meer coca te verbouwen, zelfs nu veel Colombiaanse gewapende groepen die bijdragen aan het voortdurende conflict in het land veel minder afhankelijk zijn van drugs voor hun inkomsten en zich richten op andere illegale activiteiten die minder aandacht krijgen van wetshandhavers, zoals goudwinning, houtkap en het smokkelen van migranten, volgens verschillende analisten.

    Hoewel cocaïne een enorme bron van inkomsten blijft voor criminele netwerken in Colombia, heeft het nieuwe economische model veel delen van het land leed berokkend. Minstens 55 procent van de cocaproducerende regio’s in Colombia hebben de cocaverkoop zien kelderen, aldus Correa.

    Zoals vele landelijke gemeenschappen is er in Caño Cabra geen overheid aanwezig en wordt het dorp gecontroleerd door een illegale gewapende groep. Er zijn geen elektriciteit, geen stromend water en geen openbare school. Mevrouw Hernandez heeft moeite om het geld bij elkaar te krijgen om haar twee kinderen naar een kostschool in een nabijgelegen stad te sturen zodat ze niet fulltime in de cocavelden hoeven te werken, zoals zij deed toen ze opgroeide.

    De tieners, Valentina, zestien jaar, en Manuel, veertien, werkten in de velden toen ze pauze hadden van school – niet voor het loon, dat te verwaarlozen was, maar voor het gratis ontbijt dat geserveerd werd door de eigenaar van de cocaboerderij. Vlees, een hoofdbestanddeel van het Colombiaanse dieet, is schaars geworden. ‘We hebben allemaal al lang geen vlees meer gegeten omdat we het nergens kunnen kopen en er is niets om het mee te kopen,’ vertelt Hernandez. De economische pijn die veel cocaproducerende regio’s treft, zorgt ervoor dat veel mensen weggaan.

    ‘We hebben allemaal al lang geen vlees meer gegeten omdat we het nergens kunnen kopen en er is niets om het mee te kopen’

    María Manrrique had een apotheek in de stad Nueva Colombia, in de buurt van Caño Cabra, maar toen de cocaverkoop verdampte, begonnen klanten te klagen dat ze geen geld hadden voor medicijnen. Dus verhuisde ze vorig jaar naar de dichtstbijzijnde stad, San José del Guaviare.

    Het was een moeilijke stap. Ze miste haar geboortestad en de open vergezichten van het platteland. Ze voelde zich claustrofobisch en eenzaam. Maar ze ging naar een therapeut voor haar depressie en verdiende de kost met de verkoop van empanadas. Manrrique zegt dat ze geen plannen heeft om te vertrekken. In de stad heeft ze betere toegang tot insuline voor haar diabetes en haar zoontje krijgt beter onderwijs.

    ‘Veel mensen emigreren, en dat geeft je een slecht gevoel omdat het vroeger een goede stad was met goede mensen,’ zegt ze. Maar ze voegt eraan toe: ‘Ik heb deze stap al genomen en ik ga niet meer terug.’

    Hoewel sommige experts zeggen dat de transformatie van de cocaïne-industrie de telers van cocaplanten kan aanzetten om over te schakelen op legale manieren om in hun levensonderhoud te voorzien, maken velen zich zorgen dat de boeren in plaats daarvan zouden kunnen overschakelen op andere illegale activiteiten.

    ‘Welk inkomen zal het inkomen uit coca vervangen? Mijnbouw, mensenhandel, handel in wilde dieren, hout? Afpersing?’

    Jefferson Parrado, 39, voorzitter van de lokale raad die de regio waar Caño Cabra deel van uitmaakt voorzit, zegt dat velen zouden kunnen overstappen op het fokken van vee – een van ’s werelds grootste aanjagers van ontbossing. Andere inwoners zeggen dat ze zich uit financiële wanhoop misschien zullen aansluiten bij gewapende groepen.

    ‘Verschillende regio’s hebben een economische ontwikkeling doorgemaakt dankzij de coca- en cocaïnemarkt,’ aldus Diego Garcia-Devis, die het drugsbeleidsprogramma beheert bij de Open Society Foundations. ‘Welk inkomen zal het inkomen uit coca vervangen? Een ander illegaal inkomen? Mijnbouw, mensenhandel, handel in wilde dieren, hout? Afpersing?’

    In veel afgelegen gebieden van Colombia is het economisch niet haalbaar om andere gewassen te verkopen vanwege de hoge transportkosten. Tegen de tijd dat de producten op de markt aankomen, zijn ze al verrot, aldus de bewoners. Voor veel Colombianen is de cocaïne-industrie de enige optie.

    ‘Deze branche brengt schade toe aan de mensheid en daar zijn we ons van bewust,’ zegt Parrado. ‘Maar voor ons betekent ze ook gezondheid, onderwijs en levensonderhoud voor de gezinnen in de regio’s.’

  • De prijs die Noord-Afrikaanse kinderen betalen voor Europa’s honger naar cocaïne

    De prijs die Noord-Afrikaanse kinderen betalen voor Europa’s honger naar cocaïne

    Uit onderzoek van The Guardian blijkt dat honderden, zo niet duizenden Afrikaanse kinderen zijn verhandeld binnen Europa’s bloeiende cocaïnehandel. ‘Ze zijn naar onze mening slachtoffer van uitbuiting en moderne slavernij.’

    Maddalena Chiarenza weet nooit precies hoe de kinderen eraan toe zullen zijn als ze bij haar voor de deur staan. Ze heeft vreselijke verwondingen gezien. Opgezwollen ogen, ontbrekende tanden. Een gebroken kaak. ‘Ze hebben regelmatig te maken met zulk geweld,’ zegt Chiarenza, die met haar in Brussel gevestigde ngo SOS Jeune niet-begeleide Marokkaanse en Algerijnse kinderen opvangt.

    Op korte loopafstand van het kantoor van de ngo, in de buurt van de Eurostar-terminal, zijn groepen verwaarloosd ogende Noord-Afrikaanse kinderen een alledaags verschijnsel. Sommigen lopen als zombies door de straten, onder invloed van Rivotril, een krachtig benzodiazepine.

    Chiarenza vertelt dat deze kinderen naast een handjevol ngo’s zoals SOS Jeune weinig opvangmogelijkheden hebben. Niemand wil de verantwoordelijkheid voor hun welzijn nemen.

    Sommige kinderen waar SOS Jeune voor zorgde, zijn inmiddels overleden; door ziekte, moord of zelfmoord. Chiarenza vertelt over minstens vijf gevallen in de afgelopen drie jaar. Nog eens drieëntwintig kinderen waarmee de ngo contact heeft gehad zitten in de gevangenis, vaak vanwege drugsdelicten.

    C17H21NO4

    In eerste instantie is de benarde situatie van deze niet-begeleide minderjarige migranten, en honderden anderen zoals zij in heel Europa, een bewijs van het falen van regeringen in het hele continent om hulp en bijstand te bieden aan de meest kwetsbare slachtoffers van de wereldwijde migratiecrisis.

    Graaf dieper en deze kinderen vertellen een ander, nog onbekend verhaal; dat over Europa’s groeiende verslaving aan de chemische formule C17H21NO4, oftewel cocaïne.

    Uit onderzoek van The Guardian blijkt dat honderden, zo niet duizenden Afrikaanse kinderen zijn verhandeld binnen Europa’s bloeiende cocaïnehandel. Ze vormen kleine radertjes in een criminele industrie die enorme hoeveelheden van de drug vervoert van de regenwouden van de Andes naar een groeiende klandizie over het hele continent. Inlichtingen van de politie wijzen op de enorme groep kwetsbare kinderen die vanuit Noord-Afrika worden verhandeld om te werken voor de belangrijkste cocaïneleveranciers in Europa.

    In maart belegden hoge politiefunctionarissen een geheime bijeenkomst in Brussel. Aanwezig waren agenten uit vijfentwintig EU-landen, samen met het VK, Europol, de EU-grensbewaking, Frontex, het vluchtelingenagentschap van de VN en de Europese Commissie. Op de agenda stond de uitbuiting van onbegeleide Afrikaanse kinderen door machtige internationale drugssyndicaten in West-Europa.

    ‘We hebben bewijs dat deze buitenlandse minderjarigen in grote aantallen worden uitgebuit in de EU door OCG’s [georganiseerde misdaadgroepen] die betrokken zijn bij drugshandel,’ verklaarde een van de aanwezige politiebronnen.

    Volgens de politie vindt het fenomeen op industriële schaal plaats. Onderzoekers die de massale rekrutering van minderjarigen door cocaïnenetwerken in België onderzochten, realiseerden zich al snel dat hun modus operandi in heel Europa werd overgenomen.

    Een document van de Belgische politie beschrijft een recente briefing door Europese ambtenaren die onderzoek deden naar georganiseerde misdaad en mensenhandel: ‘België, Nederland, Spanje en Frankrijk toonden verschillende concrete gevallen van de uitbuiting van honderden Noord-Afrikaanse minderjarigen, gerekruteerd door drugshandelsnetwerken om verdovende middelen te verkopen.’

    Een aantal van de kinderen wordt omgevormd tot soldaten en krijgt de opdracht om rivaliserende drugsbendes aan te vallen

    De cocaïnenetwerken zijn bijzonder wreed, aldus de politie. Kinderen krijgen te horen dat ze, als ze niet voldoen aan het vastgestelde quotum te verkopen drugs, het risico lopen op groepsverkrachting. Video’s bevestigen dat die dreiging reëel is. Anderen worden gedwongen seks te hebben met volwassenen om een plek in een kraakpand veilig te stellen. In een rapport voor Nederlandse justitieambtenaren staat: ‘De [netwerken] dwingen hen om bepaalde dingen te doen; veel van de jongens zijn verkracht en gefilmd terwijl ze verkracht werden.’

    Vergelding is aan de orde van de dag. Sommige kinderen zijn België ontvlucht; doodsbang dat ze vermoord zullen worden omdat ze nog geld verschuldigd zijn voor het dealen.

    Een aantal van de kinderen wordt omgevormd tot soldaten en krijgt de opdracht om rivaliserende drugsbendes aan te vallen, meestal met messen. ‘We treffen ze aan met afschuwelijke verwondingen, diepe messteken die ze zelf proberen te verzorgen,’ vertelt een maatschappelijk werker uit Brussel.

    De meest recente informatie van Europol bevestigt het ‘misbruik’ van kinderen door dergelijke netwerken om rivalen aan te vallen. Er staat: ‘Ze rekruteren minderjarigen voor het plegen van gewelddadige aanvallen om niet-meewerkende actoren te intimideren.’

    Een van Europa’s hoogste officieren die onderzoek doet naar de uitbuiting van deze kinderen waarschuwt dat de dreiging het grootst is voor minderjarigen uit twee specifieke Afrikaanse landen. Eric Garbar, een veteraan met dertig jaar ervaring, Belgisch gerechtelijk commissaris, bevestigt dit. ‘Met name Marokkaanse en Algerijnse minderjarigen zijn bijzonder kwetsbaar en worden uitgebuit door OCG’s die betrokken zijn bij criminele activiteiten zoals drugshandel.’

    Andere planeet

    Youssef wist dat het anders zou zijn, maar aankomen in Europa was als landen op een andere planeet. ‘Je kent de taal niet, de waarden, de gebruiken. En je kent er helemaal niemand. Het is een grote schok.’ Nadat hij de Marokkaanse stad Salé en zijn agressieve vader was ontvlucht, bereikte Youssef op vijftienjarige leeftijd Spanje en ging op weg naar Brussel.

    Caroline Vrijens, Belgisch commissaris voor kinderrechten, beschrijft jongens zoals Youssef als ‘de meest kwetsbare’ minderjarigen op het continent. Zo zagen ook drugsbendes het. ‘Ik werd benaderd door criminelen maar ik weigerde altijd,’ vertelt Youssef. Anderen waren er minder tegen bestand. Sommige vrienden van Youssef zijn gewoon verdwenen.

    ‘Ze zijn overgeleverd aan de genade van georganiseerde misdaadgroepen’, staat in een document van de Belgische politie dat afgelopen december naar Europol is gestuurd: ‘… tot wie ze zich wenden als schipbreukelingen, aangetrokken door het geruststellende licht van een vuurtoren’.

    De helderste, grootste vuurtoren is die van een Marokkaans cocaïnenetwerk dat in de volksmond bekendstaat als de ‘Mocro Maffia’. Het controleert een groot deel van het gebied rond de Eurostar-terminal in Brussel, en, belangrijker, de op een na grootste containerhaven van Europa, 50 kilometer noordelijker.

    Antwerpen is de belangrijkste toegangspoort van het continent geworden voor cocaïne die vanuit Zuid-Amerika wordt verscheept, verborgen tussen de 12 miljoen containers die er elk jaar passeren.

    Vorig jaar namen de autoriteiten een recordhoeveelheid van 116 ton cocaïne in beslag in de haven. Maar het merendeel komt erdoorheen: naar verluidt wordt slechts 1 of 2 procent van de containers die Antwerpen binnenkomen doorzocht. En elke ton die langs de autoriteiten komt, verstevigt de greep van de Mocro Maffia en maakt het mogelijk te voldoen aan de groeiende vraag naar de drug in heel Europa.

    Volgens analisten werken de steeds machtigere cocaïnebendes in Europa, zoals de Mocro Maffia, nu rechtstreeks samen met de Zuid-Amerikaanse kartels om de cocaïneproductie tot recordhoogte te stuwen. Alleen al het volume van de cocaïnepijplijn van Zuid-Amerika naar Europa houdt de prijzen laag en de kwaliteit hoog. 

    ‘Het is een betaalbaarder, zuiverder product dan twintig, dertig jaar geleden,’ zegt Tim Surmont, analist bij het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. En ook consumenten hebben dat door: tegenwoordig gebruiken vier keer meer Europeanen cocaïne dan twintig jaar geleden.

    Drie jaar lang heeft Amin, net als honderden andere niet-begeleide minderjarigen, overleefd door servetjes te verkopen aan havenarbeiders

    Maar voor de groei van de markt is ook mankracht nodig. De Mocro Maffia zag al snel in dat kinderen zonder papieren en zonder begeleiding, zoals Youssef, ideale, goedkope en vervangbare straatdrugsverkopers zijn.

    Een recent rapport van de Belgische politie, gedeeld met Europol, noemt de ‘Mokkro [sic] Maffia’ een gestructureerd crimineel netwerk dat ‘niet langer aarzelt om minderjarigen uit te buiten om zichzelf te verrijken’.

    De arbeidspool is aanzienlijk. Vorig jaar verwees de politie 623 niet-begeleide kinderen uit Marokko en Algerije door naar de Brusselse beschermingsdienst. Anderen verdwijnen en worden nooit meer teruggevonden. Tijana Popovic van Child Focus in Brussel registreerde vorig jaar 332 ‘zorgwekkende’ verdwijningen van niet-begeleide minderjarigen in Brussel, waaronder een groep van elf en twaalf jaar oud. Garbar stelt in een politierapport dat elk jaar duizenden niet-begeleide kinderen Europa binnenkomen en ‘verdwijnen zonder enig traceerbaar spoor’. Hij voegt eraan toe: ‘Velen van hen komen in handen van criminele kringen.’

    Behalve in Brussel verdwijnen er ook in Parijs veel kinderen. Vorig jaar ontmantelde de politie een grootschalig drugsnetwerk in de wijk Barbès dat Algerijnse kinderen uitbuitte. Meer recentelijk is Londen naar voren gekomen als bron van zorg, waar politie en kinderbeschermingsdeskundigen bijeenkwamen om een alarmerende nieuwe trend te bespreken. In ten minste vier stadsdelen in Noord-Londen zijn zeer kwetsbare Marokkaanse kinderen aangetroffen, die onder controle lijken te zijn van criminelen.

    In februari en maart vond de Britse transportpolitie negen Marokkaanse of Algerijnse kinderen die dringend bescherming nodig hadden. Vijf van hen werden gevonden op het Londense spoor- of metronetwerk. Hoofdinspecteur Arlene Wilson verklaart: ‘We hebben kinderen en kwetsbare mensen op het spoorwegnet gevonden die naar onze mening slachtoffer zijn van uitbuiting en moderne slavernij.’

    De politie die de kwestie onderzoekt, heeft volgens bronnen een inval gedaan op een adres in Finsbury Park, Noord-Londen. De autoriteiten moesten snel handelen. De kinderen waren niet alleen kwetsbaar: ze werden ook misbruikt.

    ‘De jongeren die in Groot-Brittannië zijn geïdentificeerd, leken vrij ernstige verwondingen te hebben; dit wijst erop dat ze zijn blootgesteld aan veel geweld,’ zegt een bron bij de kinderbescherming. ‘Mishandeling is voor de bendes een manier om controle te krijgen.’

    Kat-en-muisspel

    Amin gezicht is doorkruist met littekens waarover hij weigert te praten. Achter hem scheidt een hek van zes meter hoog Marokko van de Spaanse enclave Melilla. Drie jaar lang heeft Amin, net als honderden andere niet-begeleide minderjarigen, overleefd door servetjes te verkopen aan havenarbeiders in de haven van Beni Ansar, in een kat-en-muisspel met de autoriteiten die hem uit wilden zetten.

    Achter het hek ligt Europa. Vrijheid. Gaat hij er binnenkort overheen klimmen? 

    ‘Ik wil mijn gezin helpen, naar Europa gaan. Ik wil mijn leven veranderen,’ bevestigt de dertienjarige, die na het overlijden van zijn vader zijn huis verliet om werk te zoeken.

    Youssef is ook op deze manier ontsnapt, hij klom over het hek en hield zich schuil in een reddingsboot op weg naar Spanje. De meesten verstoppen zich in vrachtwagens en maken bijvoorbeeld gebruik van de chaos rondom evenementen zoals de Dakar-rally. Een aantal van de kinderen wordt rechtstreeks vervoerd naar cocaïnenetwerken in steden als Brussel, zegt de politie.

    Criminele syndicaten zijn bedreven in het gebruik van sociale media om kinderen zoals Youssef en Amin te lokken. Platforms hosten harraga-kanalen die verbonden zijn aan drugsnetwerken die een beter leven in Europa beloven.

    Harraga betekent ‘verbranden’ in het Arabisch, een verwijzing naar de vernietiging van persoonlijke documenten om identificatie te voorkomen als ze eenmaal in Europa zijn. Kinderen zoals Amin noemen zichzelf harragas – branders.

    Volgens de politie loopt de Mocro Maffia geen enkel gevaar om zonder branders te komen zitten. ‘De Mocro Maffia begrijpt dat ze in hun land van herkomst onbeperkt personeel tot hun beschikking hebben. Wat wij hier in de EU te bieden hebben, is een onophoudelijk goedkoop menselijk potentieel uit Afrika,’ zegt Garbar.

    Agenten verwachten eerder dat de aanvoer van jonge, goedkope arbeidskrachten uit Afrika verder zal toenemen, waarbij steeds meer kinderen uit landen als Soedan worden uitgebuit. Cocaïnenetwerken hebben snel munt geslagen uit de onrust in Afghanistan. Tijdens de bijeenkomst in Brussel in maart deelde de politie bewijzen uit van Afghaanse kinderen vanaf twaalf jaar die massaal naar de cocaïnehoofdstad van Europa, Antwerpen, werden gesmokkeld.

    Terug in Brussel jaagt gewapende politie jonge Marokkanen weg van de Eurostar-terminal. De Europese verkiezingen van juni staan voor de deur: half comateuze kinderen die met coke lopen te leuren geven niet bepaald aanzien aan de hoofdstad van de EU-politiek. Binnenkort wordt een aparte politieoperatie aangekondigd om de smokkel van Afrikaanse kinderen naar Europese cocaïnekartels aan te pakken.

    Het arresteren van straatkinderhandelaren maakt geen enkel verschil

    Meer in het algemeen is er een mentaliteitsverandering bij de politie nodig, zegt Garbar. Het arresteren van straatkinderhandelaren maakt geen enkel verschil. In de wijk rond de Eurostar zijn de afgelopen zes maanden tweeduizend drugsgerelateerde arrestaties verricht zonder enig zichtbaar effect op de aanvoer van cocaïne.

    Youssef dringt aan op een humane oplossing, waarbij rekening wordt gehouden met de weerstand van de kinderen. ‘Om op straat te leven en te overleven moet je sterk zijn. Deze kinderen moeten als mensen worden gezien en een kans krijgen om niet in de criminaliteit te belanden.’

    Youssef is het bewijs dat het goed met ze kan gaan. Hij is nu vijfentwintig, woont al zes jaar in België en werkt voor het Rode Kruis.

    Garbar waarschuwt dat Europa een hoge prijs zal betalen als we er niet in slagen om deze kwetsbare kinderen te assimileren. De twaalfjarige straatdealers van vandaag zijn de narcobazen van morgen.

    ‘Als ze eenmaal volwassen zijn, vormen deze jongeren een bedreiging voor onze samenleving. Ze zijn slecht aangepast aan onze levensstijl en hebben niet kunnen profiteren van bescherming en passende zorg vanuit de staat. Deze jongeren zullen hun criminele activiteiten voortzetten en steeds machtiger worden. Als we niet optreden tegen dit fenomeen, zullen ze over tien, vijftien, twintig jaar een van onze belangrijkste problemen vormen.’

  • In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    Europa neemt meer cocaïne in beslag dan ooit tevoren en toch zijn de autoriteiten niet bij machte om de bloeiende handel te stoppen. Volg de reis van het witte poeder vanuit Zuid-Amerika, via Antwerpen en Rotterdam naar een gebruiksruimte voor verslaafden in Zürich.

    Er wordt seks verkocht, op tv worden pornofilms vertoond en de dames van de bediening zijn halfnaakt. Sommige klanten zijn al niet meer in staat om seks te hebben; ze kwamen toch al niet daarvoor naar het bordeel, maar voor iets beters. Ze zijn hier voor crack, gekoppeld aan seksuele opwinding. Dit is de heetste rush die ze kennen, beter dan welk orgasme dan ook. En daarom blijven ze er een dag, twee, misschien zelfs drie dagen, tot ze helemaal uitgeput zijn van euforie, hun krediet op is, hun rekening zo’n vijf cijfers bedraagt en de week die voor hen ligt niet langer vooruit kan worden geschoven. Dan gaan ze er stilletjes vandoor. Ze gaan naar huis of terug naar kantoor, in afwachting van de volgende crack- of cocaïneorgie, over een paar weken. Of ze belanden in de verslavingstherapie, bij specialisten als Thilo Beck, waar ze klagen over hoe deprimerend het is om een normaal leven te leiden met normale seks.

    Seks verkoopt goed, cocaïne nog beter. Het verhaal dat verslavingsspecialist Beck ons vertelt over bordelen in Zürich en drugsgebruik, is een druppel op een gloeiende plaat van een gigantische cocaïnegolf die Europa momenteel overspoelt. Het stimulerende poeder is zuiverder, goedkoper en gemakkelijker verkrijgbaar dan ooit tevoren. In de straten van Zürich heeft de stof een zuiverheidsgraad tot 90 procent, terwijl vroeger 30 of 40 procent de norm was. En toch kost een gram nog steeds amper 100 Zwitserse frank (116 dollar), terwijl consumenten er vroeger 400 frank of zelfs meer voor betaalden. Als je deze gram in tien lijntjes verdeelt, kun je high worden voor 10 frank, wat goedkoper is dan menig drankje aan de bar. Cocaïne is veranderd van een luxedrug voor rijke, knappe en belangrijke mensen in een populaire drug die iedereen zich kan veroorloven en die overal verkrijgbaar is, volgens experts die de plaatsen delict en politieonderzoeksdossiers kennen.

    Van leerling tot gepensioneerde

    Je kunt coke op straat kopen, per post laten opsturen of bestellen via Telegram, Instagram of zelfs TikTok. Een koerier bezorgt het dan gratis – een soort Uber-dienst voor snuiven. En alle beroepen, klassen, geslachten en leeftijdsgroepen doen mee aan het snuiven en dealen – van bankiers en bakkers tot bouwvakkers. Van de meest verslaafde drugsgebruiker tot gestresste kantoormedewerkers, studenten en de gewone feestganger in het weekend. Van de professionele dealer tot de bedrijfsleider wiens mkb problemen heeft en de familieman die een renovatie van zijn huis moet financieren. Van tieners tot mensen van midden veertig en gepensioneerden.

    Volgens een onderzoek uit 2018 snuiven en roken de Zwitsers in totaal vijf ton cocaïne per jaar, ter waarde van ongeveer 500 miljoen frank [zo’n 515 miljoen euro]. En ook al ontbreken er precieze, nieuwe gegevens over de consumptie ervan, er zijn veel aanwijzingen dat het aantal gebruikers tegenwoordig nog groter is: de hoeveelheid cocaïneresten in het afvalwater van de grote steden van Zwitserland neemt toe; Zürich, Basel en Genève staan ergens bovenaan de top 10 van Europa wat betreft residugehaltes. De politie neemt steeds meer cocaïne in beslag en therapeuten moeten steeds meer gebruikers behandelen. En in de contact- en opvangcentra van Zürich hebben verslaafden die cocaïne koken met zuiveringszout of ammoniak en het vervolgens roken als crack of freebase, hun consumptie de afgelopen drie jaar met een kwart verhoogd.

    Uitgeholde ananassen

    Cocaïne is in opkomst. Ja, het is haast alsof de late negentiende eeuw weer is teruggekeerd. Cocaïne was een populair goedje, dat eerst werd aanbevolen aan morfineverslaafden en vervolgens aan verveelde dames uit de hogere klasse, voordat het de doorbraak van het drankje genaamd Coca-Cola ontketende. Het enige verschil is dat de stof nu illegaal is. En de handel is een eldorado voor de georganiseerde misdaad, op welk gebied Europa nu de VS heeft vervangen als marktleider. Op het oude continent is de vraag tegenwoordig groter, de prijs hoger en de smokkel gemakkelijker. Voor de Zuid-Amerikaanse kartels betekent dit meer winst met minder risico, dus verschepen ze hun goederen liever naar Europa.

    Kristian Vanderwaeren, een Belgische douanedirecteur, staat op wacht bij het grootste toegangspunt tot de Europese markt en weet niet of hij blij of bezorgd moet zijn. In 2023 onderschepten hij en zijn team 116 ton cocaïne in de haven van Antwerpen – een nieuw record, zoals elk jaar sinds 2014. Veel dat douanebeambten kunnen het verbranden van het materiaal niet bijhouden – het blijft soms dagenlang opgeslagen. ‘Helaas zijn wij de grootste importeur van cocaïne,’ zegt Vanderwaeren.

    Cocaïne wordt op talloze creatieve en bijna onvoorstelbare manieren Europa binnengesmokkeld. De drug komt aan in onderzeeërs, vastgemaakt aan scheepsrompen, verstopt in uitgeholde ananassen of geïmpregneerd in textiel.

    De meest voorkomende methode is echter nog steeds wat Vanderwaeren de rip-on/rip-off-variant noemt: een bende breekt een normale container open in de haven van vertrek in Zuid-Amerika, verstopt de cocaïne erin en stuurt het naar Europa zonder medeweten van de eigenlijke exporteur. Zodra de lading in de haven van bestemming is aangekomen, breken andere bendes de container open en stellen het materiaal veilig, hetzij in de haven of na inklaring buiten. Transporteurs nemen vervolgens de drugslading over en sturen deze op weg naar de landen van bestemming, waaronder Zwitserland.

    Dit is vaak zo eenvoudig als het klinkt. Elk jaar komen er 12 miljoen vrachtcontainers aan in Antwerpen, waaronder 350.000 uit Zuid-Amerika, veel daarvan met bederfelijke goederen die snel vervoerd moeten worden. Tot nu toe heeft de douane slechts 2 procent van de containers kunnen scannen en controleren op drugs. Dus als men veel verstuurt, kan men er nog steeds veel doorheen sluizen – er worden verliezen van 10 tot 15 procent ingecalculeerd, die gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd met een marge van meer dan 1000 procent. Hieronder vallen ook steekpenningen van tienduizenden euro’s om havenmedewerkers of douanebeambten op het juiste moment de andere kant op te laten kijken, een specifieke container te laten aanwijzen of de digitale afhaalcode te laten onthullen. En als corruptie niet helpt, nemen lokale bendes graag hun toevlucht tot geweld en chantage om lokale werknemers tot medewerking te dwingen. ‘Als we niet uitkijken, hebben we binnen tien jaar een narcostaat in Antwerpen’, waarschuwt Vanderwaeren.

    Daarom is België nu aan het ‘upgraden’. Er komen honderd nieuwe banen bij in de haven en er worden veertien extra scanners aangeschaft. ‘Over een paar jaar,’ zegt Vanderwaeren, ‘wil ik alle containers uit risicolanden kunnen controleren.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat. Aanvallen en schietpartijen nemen al jaren toe in België. Tijdens onderzoeken stuitte de politie op martelkamers die door lokale bendes werden gerund en de voormalige Belgische minister van Justitie moest zich wekenlang op een geheim adres schuilhouden uit angst te worden ontvoerd. Het is een spiraal van geweld, waarbij gewapende bendes tot het uiterste gaan. Ze hebben al verschillende keren geprobeerd om onder bedreiging van een vuurwapen in beslag genomen cocaïne die nog niet verbrand kon worden uit de haven te stelen.

    ‘Zover mogen we het niet laten komen.’ Aan de rand van Bern ontvangt het plaatsvervangend hoofd van de federale recherche gasten in een eenvoudige vergaderruimte op het hoofdkantoor van de federale politie. Zijn naam mag niet in de media verschijnen om zijn veiligheid te garanderen – de reden hiervoor staat in matrixvorm vermeld op een bord achter hem. Het toont de verschillende hiërarchieën in de drugshandel, met runners onderaan, kleine en grote distributeurs verder omhoog, dan importeurs en ten slotte, rood omlijnd, de georganiseerde misdaad. Dat is de tak die de ervaren politieman en zijn collega’s in het vizier hebben en waar partners uit Nederland en België hem dringend voor waarschuwen. ‘Je moet nu investeren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad,’ vertellen ze hem. ‘Anders loopt het met jullie net zo af als met ons.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat

    Niet dat de onderzoeker die tip nodig had. In zijn werk heeft hij snel oude, vermeende zekerheden moeten herzien: nee, als het gaat om internationale drugshandel is Zwitserland niet alleen een toevluchtsoord en een financieel centrum, het is ook volledig betrokken bij de operationele kant van de zaak en het is een van de meest aantrekkelijke markten in Europa.

    Dit werd duidelijk toen de Belgische drugsdealer Flor Bressers twee jaar geleden in Zürich werd gearresteerd. Terwijl hij op de vlucht was voor de autoriteiten, vond de zesendertigjarige, ook wel bekend als de ‘vingersnijder’, onderdak in Zürich en Rüschlikon bij zijn vriendin. Hij had een valse identiteit gebruikt en beheerde nog altijd zijn bedrijf. Onderzoekers beschuldigden hem van het importeren van tonnen cocaïne in Europa en het leveren van grote hoeveelheden ervan aan Zwitserland. Hij investeerde en gaf zijn winsten uit in het land; alleen al zijn vriendin gaf in twee jaar tijd 2,5 miljoen frank [ruim 2,6 miljoen euro] uit aan luxe goederen en appartementen.

    Bressers opereerde op een niveau waar de federale politie zich voornamelijk op richt – als tussenpersoon. Dit zijn de professionals in de georganiseerde misdaad die de cocaïnehandel organiseren in naam of voor rekening van grote criminele groepen en tegen betaling van provisie, in principe als een volkomen normale economische activiteit.

    De tijd dat een kartel of maffia de handel van teelt tot straatverkoop in handen had, is voorbij. Tegenwoordig functioneert de cocaïnehandel via een toeleveringsketen die gebaseerd is op een arbeidsverdeling met vele schakels: de producenten en lokale kopers in Zuid-Amerika, de kartels die de drugs per ton klaarmaken voor export en de tussenhandelaren die het transport organiseren. Deze huren op hun beurt bendes in die de Europese havens controleren, evenals transporteurs en kopers voor de grote steden. En ze hebben contact met advocaten, accountants en bankiers die helpen om de winsten wit te wassen. Iedereen die aan deze toeleveringsketen kan bijdragen, doet zaken. En de criminele groepen erachter, zoals de Italiaanse ‘Ndrangheta of de Albanese maffia, werken samen over families, etnische groepen en landsgrenzen heen – beter dan de politie.

    Dit werd drie jaar geleden duidelijk, toen Europese onderzoekers erin slaagden de versleutelde communicatiedienst Sky ECC, die werd gebruikt voor internationale drugshandel, te kraken. Ongeveer drieduizend gebruikersprofielen waren op korte of lange termijn actief in het Zwitserse mobiele netwerk en alleen al op basis van deze zaak lopen er momenteel meer dan veertig onderzoeken in Zwitserland. De herkomst van de verdachten lijkt op een eliminatieronde voor het Europees kampioenschap voetbal: Serviërs, Albanezen, Duitsers, Turken, Zwitsers, Nederlanders en nog veel meer – allemaal verenigd op hetzelfde chatplatform. De routes waarlangs cocaïne Zwitserland bereikt zijn net zo divers – vanuit de havens aan de Oostzee en de Middellandse Zee, vaak via koeriers of vrachtwagens. Het wordt ook vervoerd per passagiersvliegtuig, verstopt in luchtvracht of in de magen van slikkers die tot een kilo vervoeren in vingercondooms.

    Lichtschakelaar

    ‘Het is als een lichtschakelaar. Je rookt en wordt onmiddellijk euforisch, creatief en je raakt volledig gefocust.’ Het is een ijzige ochtend in december en het contact- en inloopcentrum op het Zeughausplein in Zürich ziet er een beetje uit als een slaperig festivalterrein: een cirkel van tenten en containers met toiletten, douches, recreatie- en gebruiksruimtes zijn allemaal met elkaar verbonden door houten loopbruggen. Frank (naam veranderd) komt uit een tent waar verslaafden ongestoord kleine hoeveelheden heroïne en cocaïne met elkaar kunnen ruilen. Frank vertelt hoe hij hier terecht is gekomen: eerst waren het gewoon joints, toen freebasing voor de kick en later, toen hij bij de bank werkte, heroïne, totdat het gewoon niet meer ging. Frank is nu vijfentwintig jaar verslaafd. Op dit moment heeft hij zijn verslaving tenminste enigszins onder controle, zegt hij, dankzij het heroïneprogramma en de contactcentra. Je kunt zien dat het niet altijd zo is geweest.

    Die ochtend is hij daar om te freebasen. Hij meldt zich bij de gebruiksruimte. Al snel wordt hij gebeld door een medewerker. Hij mag naar binnen en heeft nu 30 minuten om zijn cocaïne te koken en te roken aan een van de kleine tafeltjes. Frank kan zich niet voorstellen dat hij ooit van de drug zal afkomen. ‘Als het moment van de laatste inhalatie nadert, volgt meteen ook de gedachte aan de volgende. Het houdt nooit op,’ zegt hij.

    In zekere zin is Frank de laatste schakel in de toeleveringsketen van de internationale drugshandel, die zowel aan het begin als aan het eind veel mensen laat lijden, voor velen daartussenin een klein inkomen oplevert en in het midden voor enkelen buitensporige winsten oplevert. Frank staat ver af van deze profiteurs, zowel sociaal als fysiek. De cocaïne die hij in de straten van Zürich koopt, wordt daar niet gedistribueerd door criminele organisaties en er is ook geen Zürichse cocaïnekoning. Sterker nog, met enige overdrijving; dealen is een volkssport geworden. ‘De handel gaat dwars door de maatschappij heen,’ zegt Beat Rhyner, hoofd van Specialized Investigations bij de stadspolitie van Zürich.

    Het zijn vooral lokale criminelen die de drugs bestellen via tussenpersonen in Nederland of België. Zij ontvangen de drugs tegen vooruitbetaling en geven ze meteen door aan hun distributeurs in Zürich. Van daaruit sijpelt het handelswaar onmiddellijk naar beneden via ingewikkelde netwerken. Wat er op dit moment binnenkomt, wordt door Stefan Nebl, plaatsvervangend hoofd van de narcoticagroep van de stadspolitie, omschreven als een ‘episch overaanbod’. Een aanwijzing hiervoor is dat de politie vorig jaar dubbel zoveel cocaïne in beslag nam en 2 miljoen frank in contanten confisqueerde.

    Er zijn aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond

    Maar hoeveel cocaïne de politie ook in beslag neemt in België, Bern of Zürich, op straat verandert er niets. Ondanks alle successen en records blijft het aanbod hoog en de prijzen stabiel, op een laag niveau. In het beste geval, wanneer een makelaar zoals Bressers wordt gearresteerd, hapert de machine even voordat hij op hetzelfde tempo doorgaat, zelfs in Zwitserland.

    ‘Er is vorig jaar iets gebeurd, maar we weten nog niet precies wat,’ zegt adjunct-directeur van de Zwitserse Verslavingsstichting Frank Zobel, een prominent expert op het gebied van de Zwitserse drugswereld. Wat Zwitserland in 2023 meemaakte met betrekking tot cocaïne en vooral crack was ongewoon, zegt hij. Dat sterke en snel verslavende crack in de mode is, is niets nieuws, voegt hij eraan toe. Maar plotseling is het gebruik openlijk zichtbaar geworden, en niet alleen in hotspots als Genève of Zürich, maar ook in kleinere steden als Chur, Solothurn, Brugg of Lugano. Het wordt vaak gebruikt door bekende verslaafden, zoals Frank in de wijk Kreis 4 in Zürich. Maar er zijn ook aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond, zegt hij. ‘We weten nog steeds niet genoeg over wie deze mensen zijn,’ zegt Zobel, ‘maar bij mij gaan de alarmbellen al rinkelen.’

    De federale overheid heeft dit ook gemerkt. In november riep het Federale Bureau voor Volksgezondheid experts van kantons, steden en gespecialiseerde instanties bijeen voor een vergadering. ‘Het is een nieuwe situatie die we serieus moeten nemen,’ zegt Simona De Berardinis, hoofd van de Nationale Verslavingsstrategie. Toch is het bewezen verslavings- en drugbeleid van het land met zijn vier pijlers van preventie, therapie, schadebeperking en repressie nog steeds effectief, zegt ze. Ze zouden kunnen helpen om open drugscènes met hun ellende en geweld te voorkomen en de precaire situatie van gebruikers te verbeteren, voegt ze eraan toe. Nu is het zaak om de recent getroffen steden te ondersteunen door te laten zien hoe je deze pijlers in de praktijk toepast, zodat ook zij beschermde ruimten voor consumptie kunnen creëren. En we zullen de situatie in de zomer zeker in de gaten moeten houden, zegt ze. ‘We weten niet wat we kunnen verwachten.’

    Niemand weet het zeker, maar de voorspelling is dat er nog meer van het witte poeder zal komen. Europol verwacht dat de stroom cocaïne verder zal toenemen. En dat ondanks het feit dat de EU drugshandel al heeft aangemerkt als een van haar grootste bedreigingen voor de veiligheid en afgelopen najaar een breed opgezet actieplan tegen drugshandel heeft gelanceerd. ‘We lossen dit probleem op Europees niveau op of het gebeurt helemaal niet,’ aldus de Belgische douanedirecteur Vanderwaeren.

    De politie in Bern en Zürich zal haar Europese collega’s proberen te helpen en anders de zaken van kleine en grote handelaars in eigen land verstoren – tenminste voor zover de veiligheid en openbare orde worden gehandhaafd. ‘We oefenen overal druk uit, op straat, bij tussenpersonen en importeurs, zodat de situatie niet escaleert,’ zegt de Zürichse onderzoeker Rhyner. Rhyner en zijn collega’s hebben echter al lang niet meer de illusie dat ze met deze maatregelen de illegale drugshandel kunnen stoppen. Ze moeten nu genoegen nemen met het feit dat ze kunnen zeggen: ‘Als je vijf jaar lang dealt in Zürich, loop je een groot risico dat je wordt gearresteerd.’

    Het probleem is echter dat de volgende persoon dan alweer klaarstaat om het stokje over te nemen.

  • Ecuador doet grootste drugsvangst in geschiedenis land

    Ecuador doet grootste drugsvangst in geschiedenis land

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Israël stelt een staakt-het-vuren van twee maanden in Gaza voor’

    » Tientallen arrestaties in ‘moordcomplot’ tegen Venezolaanse president

    De vangst betekent goed nieuws voor president Daniel Noboa

    Ecuador heeft maandag een van de grootste drugsvangsten uit zijn geschiedenis gedaan: volgens het leger is ongeveer 22 ton cocaïne in beslag genomen. Dat schrijft Infobae. De inbeslagname komt twee weken nadat president Daniel Noboa een grootscheepse operatie tegen drugsbendes in het land lanceerde.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het leger zei in een verklaring dat de drugs, verdeeld over 733 pakketten, waarschijnlijk bestemd waren voor Azië, Europa en Amerika. ‘Deze operatie betekent een sterke verzwakking van de operationele, logistieke en financiële capaciteit van drugsbendes wereldwijd’, schreef het leger op X.

    De aankondiging van de inbeslagname valt samen met het bezoek van een Amerikaanse delegatie aan het Zuid-Amerikaanse land. De Amerikanen hebben hulp aangeboden in de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

    Lees ook:

  • Ecuador: leger en politie nemen controle over gevangenissen

    Ecuador: leger en politie nemen controle over gevangenissen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De vijf rijkste mannen verdubbelen hun vermogen terwijl de armsten armer worden

    » Donald Trump wint de eerste Republikeinse voorverkiezingen in Iowa 

    President Noboa probeert de rust te herstellen

    In Ecuador trokken het leger en de politie zondag in verschillende gevangenissen in het land binnen om de controle te heroveren en de orde in de detentiecentra te herstellen. Dat schrijft El Telégrafo. Dit gebeurde nadat de 136 gevangenisbeambten, die een week lang gegijzeld werden door muitende gevangen, werden vrijgelaten. Volgens de Ecuadoriaanse politie zijn de gevangenissen van Esmeraldas, Machala, Azogues, Cotopaxi, Loja, Tungurahua en Azuay weer in handen van de autoriteiten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vorige week maandag begon in Ecuador een ongekende uitbarsting van geweld en onrust toen een beruchte bendeleider, bekend als Fito, naar verluidt uit zijn cel verdween. Een dag daarna drongen gewapende criminelen een live-nieuwsuitzending binnen en raakten bendeleden in gevechten met veiligheidstroepen. Op video’s op sociale media was te zien hoe doodsbange gevangenisbewakers werden vastgehouden en bedreigd door met machetes zwaaiende bendeleden die veel van Ecuadors detentiecentra hadden overgenomen.

    Als reactie hierop verklaarde de president van Ecuador, Daniel Noboa, dat zijn land in een staat van ‘intern gewapend conflict’ verkeerde en beval hij een grootschalig optreden van de politie en het leger tegen de bendes. Ecuador is lange tijd beschouwd als een van de veiligste landen van Latijns-Amerika, maar het aantal moorden is sinds 2018 verviervoudigd, voor een groot deel als gevolg van een gewelddadige strijd om de controle over de cocaïnesmokkelroutes die worden gebruikt om drugs naar Europa, zoals de haven van Rotterdam, en de VS te smokkelen.

    Lees ook:

  • Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    In landen als Colombia, Bolivia en Peru worden de bladeren van de cocaplant steeds vaker gebruikt in voedingsmiddelen: van bieren en wijnen tot meel en thee. Producenten en koks streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug.

    Vroegere bewoners van de Andes geloofden dat geen enkele belangrijke activiteit kon gedijen zonder coca. Volgens het inheemse wereldbeeld voorziet de cocaplant het menselijk handelen van een heilig aura. Cocablad is een zegen voor het land en de gewassen. Het is voedsel dat energie en vitaliteit biedt om hard te kunnen werken en het is een remedie tegen hoogteziekte en maagproblemen. Coca is een symbool van dankbaarheid en vormt een centraal onderdeel van voeding en landbouw.

    Cocablad wordt al sinds mensenheugenis gebruikt, en voor veel inheemse volkeren van Amerika was het een symbool van goddelijkheid: het speelde een culturele, spirituele en medicinale rol. Nog steeds maakt het deel uit van de identiteit van het leefgebied van honderden volkeren. Maar de meeste landen zien cocablad vooral als grondstof voor een van de meest problematische exportproducten in de hedendaagse geschiedenis. 

    ‘Cultureel gezien is coca geworteld in de Boliviaanse samenleving, en voor ons is het een heilige plant, vertelt Marsia Taha, chef-kok van restaurant Gustu in La Paz. ‘Bolivia is sterk met de cocacultuur verbonden, maar tegelijkertijd zien we het conflict dat er wereldwijd omheen is ontstaan. Gelukkig duikt het cocablad steeds vaker op in de gastronomie. In ons restaurant gebruiken we het voor allerlei zaken zoals cocaboter, brood, cocktails, infusies of ijsjes.’ 

    Coca wordt tot op de dag van vandaag omgeven door taboes en stigma’s, ook al is het heel wat anders dan cocaïne. De kloof tussen de twee ogenschijnlijk onverenigbare realiteiten kan worden verkleind door een keuken die zich richt op terugkeer naar de oorsprong en het herstel van lokale gebruiken, zoals de voorouderlijke toepassingen van deze plant.

    Het heilige blad

    Coca is afgeleid van het woord khoka in het Aymara – de taal van afstammelingen van de Tiwanaku, een beschaving die voorafging aan het Incarijk. De plant is een royale bron van vitaminen, proteïnen en mineralen. Calcium, kalium, magnesium, ijzer, natrium, vitamine C, E, B1 en B2 zijn slechts enkele van de gunstige bestanddelen van deze bladeren. In verschillende vormen en toepassingen zijn ze populair in de landen waar ze van oudsher worden geconsumeerd – Colombia, Bolivia en Peru.

    Het eerste wereldwijde culinaire gebruik van cocablad was in de vorm van een drankje, zoals het Coca Museum in de Boliviaanse hoofdstad La Paz laat zien. In 1886 was John Pemberton op zoek naar een medicijn tegen maagklachten. Hij experimenteerde met cocabladeren en kolanoten en creëerde zo een vloeistof die de naam van zijn twee belangrijkste grondstoffen kreeg: Coca-Cola. De frisdrank wordt tegenwoordig niet meer van de cocaplant gemaakt, maar inmiddels zijn er nieuwe initiatieven die de voordelen van deze bladeren uit het Amazonegebied proberen te benadrukken en de taboes die de plant oproept achter zich willen laten.

    ‘Coca Nasa in Colombia is een gigantisch industrieel bedrijf. Het maakt frisdranken, bieren, thee, koekjes, oliën en zelfs rum met coca,’ zegt Alejandro Osses, directeur van het Futuro Coca-festival. Het festival werd opgericht om de stigma’s rond deze plant te verdrijven en de verschillende toepassingen te verkennen. Het bedrijf, opgericht door de inheemse Nasa-bevolking in het zuidwesten van Colombia, cultiveert en consumeert coca voor medicinale en rituele doeleinden. In 1998 begon het bedrijf met de verkoop van infusies van de bladeren en de promotie van hun voedzame eigenschappen. Vandaag de dag heeft het een hele lijn voedingsmiddelen en cosmetische producten, waaronder Coca Beka-wijn en de hydraterende drank Coca Sek.

    Del Condor doet iets soortgelijks. Dat bedrijf verdiept zich in voorouderlijke geneeskunde om die op de hedendaagse markt te brengen in de vorm van mambe-pillen. Die worden gemaakt van het poeder van geroosterde cocabladeren gemengd met de as van yarumo-bladeren, en ze worden door sjamanen gebruikt voor spirituele en medicinale doeleinden. Er is ook een eigen chai-thee uit het Amazonegebied, gemaakt van matcha, cacao, gember en cocabladmeel. Vanwege de smaak en het lokale karakter wordt matcha-thee in deze gebieden steeds vaker vervangen door thee van cocabladeren, zoals de Esmeralda chai – een thee gemengd met cocameel, kardemom en kruidnagel in poedervorm, die wordt verkocht in Diosa Café in Bogotá.

    ‘Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog’

    Cocablad heeft ook zijn weg gevonden naar de haute cuisine. Een klant die plaatsneemt aan een van de tafels in restaurant Oda in Bogotá – op 2625 meter boven zeeniveau – krijgt als eerste het traditionele aftreksel van cocablad geserveerd om hoogteziekte te bestrijden. ‘Onze leverancier is een inheemse man uit Putumayo die ons de gedroogde bladeren stuurt zodat wij ze in de keuken kunnen verwerken zonder dat ze hun voedingsstoffen verliezen. Als dessert hebben we een millefeuille met geitenkaas en cocapoeder en een sponscake met chocolade uit de Amazone doordrenkt met poeder van cocablad. We moeten het poeder zorgvuldig afwegen, want het heeft een indringende en bijzondere smaak,’ vertelt Jefferson García, chef-kok bij Oda. Hij voegt eraan toe dat ze het blad in hun cocktailbar ook verwerken in het drankje Luna de ciervo, ‘bereid met een likeur van guanabana [zuurzak], viche [alcoholische drank van suikerriet] doordrenkt met cocablad, prosecco en Tanqueray Rangpur’.

    In de wereld van de dranken werkt sommelier Laura Hernández al meer dan tien jaar aan haar wijn Territorio. ‘Die is gericht op het presenteren van de verschillende regio’s van Colombia door middel van distillaten, gefermenteerde producten en traditionele dranken. Het doel is om de sensaties en emoties van elk van deze oorden over te brengen met een drankje,’ zegt ze. In haar restaurant en cocktailbar La Sala de Laura in Bogotá heeft Hernández van cocabladeren een gedistilleerde Piedemonte gemaakt, een eerbetoon aan de bergen van de Andes die uitlopen in de oostelijke vlaktes, het land van cocabladeren, cacao nibs, en gefermenteerde coca.

    Al deze koks en hun leveranciers streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug. Uit deze filosofie ontstond in restaurant Salvo Patria in Bogotá de ramen [noedelgerecht] van mambe-noedels met spek, vers palmhart, zoete chili, maiskolf en koriander, waarmee een van de bijproducten van deze plant op tafel wordt gezet. Maar er zijn nog veel meer projecten op basis van deze grondstof, zoals de in cocablad gemacereerde viche van Onésimo González – Onésimo genaamd – of Pajarita Caucana van Ginger Blonde, waarvoor vrouwen uit Cauca stoffen verkopen die geverfd zijn met cocabladeren waarmee ze meer dan 96 verschillende kleuren hebben gemaakt.

    Ondanks de vele toepassingen en voordelen van deze plant, is ze wereldwijd gedemoniseerd en gestigmatiseerd. Om bekendheid te geven aan de talrijke initiatieven die bestaan rond coca met als doel het historische en culturele belang van deze bladeren te benadrukken, werd het Futuro Coca-festival geboren, dat op 30 juli in het Modern Gymnasium in Bogota plaatsvond. ‘We hebben de mogelijkheid om het heersende verhaal, dat is gebaseerd op taboes en stigmatisering, te veranderen. Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog. Dit festival is in het leven geroepen zodat we collectief leuke en verrijkende manieren kunnen bedenken om ons te verhouden tot deze plant. Ze biedt ons een nieuwe wereld van mogelijkheden,’ aldus festivaldirecteur Carmen Posada.

    Lees ook:

  • Peruaanse politie neemt 58 kilo cocaïne in beslag met afbeeldingen van nazivlaggen

    Peruaanse politie neemt 58 kilo cocaïne in beslag met afbeeldingen van nazivlaggen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije: Erdogan herkozen voor nog eens vijf jaar

    » Spaanse lokalen verkiezingen lopen uit op ‘debacle’ voor links en premier Sánchez

    De drugs was bestemd voor België

    De Peruaanse antidrugseenheid heeft 58 pakketten van 1 kilo in beslag genomen. Op ieder pakket stond een afbeelding van een nazivlag en in de cocaïne stond in reliëf de naam Hitler geschreven, meldt The Guardian.

    De drugs werden ontdekt in de haven van Paita en zaten, volgens een politierapport in handen van Associated Press, verstopt in een container waarin asperges werden vervoerd. De lading was bestemd voor een haven in België, aldus het rapport. De drugs waren in het ventilatiesysteem van de container verborgen, zo bleek uit foto’s en video’s van de Peruaanse antidrugseenheid ingezien door AP. De politie gaat de andere tachtig containers op het schip ook doorzoeken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Peruaanse autoriteiten hebben eerder meldingen gemaakt van pakketten cocaïne met bijzondere afbeeldingen, maar nog nooit werden er pakketten met nazivlaggen gevonden, schrijft The Guardian.

    Naar schatting produceert Peru jaarlijks 90 ton drugs waarvan het merendeel naar Europa wordt verscheept. Peru is volgens de Verenigde Naties de op een na grootste producent van cocabladeren ter wereld, en de op een na grootste producent van cocaïne, zo stelt de Amerikaanse Drug Enforcement Administration.

    Lees ook:

  • Costa Rica: moordcijfer stijgt schrikbarend door bendegeweld

    Costa Rica: moordcijfer stijgt schrikbarend door bendegeweld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Succesvolle Chinese app helpt vrouwen al shoppend op weg naar het perfecte leven

    » VS: werknemers van Starbucks leggen het werk neer

    Costa Rica is zijn vredige reputatie kwijt

    In Costa Rica, dat bekend stond als een vredig land, is het aantal moorden de afgelopen tien jaar schrikbarend gestegen. Het moordcijfer van 2022 is het hoogste in de geschiedenis van het land en ligt maar liefst 66,5 procent hoger dan in 2012. Inmiddels liggen de cijfers voor 2023 alweer 30 procent hoger dan in de eerste drie maanden van 2022, bericht El País.

    Geschillen tussen criminele bendes – meestal vanwege drugshandel – worden niet langer alleen uitgevochten in achterbuurten of in de kustgebieden, waar cocaïne van zuid naar noord wordt getransporteerd, maar overal in het land. Recentelijk waren er zelfs schietpartijen op scholen.

    Costa Rica is de thuisbasis geworden van gewelddadige lokale bendes

    Toename van armoede en ongelijkheid in de afgelopen twee decennia, bezuinigingen op de politie en de groeiende invloed van internationale bendes zijn schuldig aan de verslechterde situatie. Het land is inmiddels niet langer alleen een doorvoerpunt voor de drugshandel, maar het is de thuisbasis geworden van gewelddadige lokale bendes die de steun van Mexicaanse of Colombiaanse kartels niet langer nodig hebben.

    Lees ook:

  • Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    » Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    García Luna werkte samen met ‘El Chapo’

    Genaro García Luna is dinsdag in een rechtbank in New York schuldig bevonden aan corruptie en cocaïnehandel. García Luna was minister van Veiligheid, belast met drugsbestrijding, onder de Mexicaanse president Felipe Calderón (2006-2012).

    De vierenvijftigjarige Mexicaan, die in 2019 in Texas werd gearresteerd, zou ‘miljoenen dollars hebben ontvangen van het Sinaloa-kartel’ om de activiteiten van ‘Mexico’s grootste criminele organisatie’ door de vingers te zien, schrijft BBC. Het Sinaloa-kartel werd geleid door Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán, die in 2017 door Mexico werd uitgeleverd aan de VS en aldaar veroordeeld is tot levenslang plus dertig jaar.

    Voordat hij Calderóns minister van Veiligheid werd, was García Luna hoofd van de inlichtingendienst tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Van 2001 tot 2012 zou hij betrokken zijn geweest bij de smokkel van minstens 53 ton cocaïne van Mexico naar de Verenigde Staten. Zijn vonnis wordt in juni bekendgemaakt. Er wordt levenslang tegen hem geëist.

    Lees ook:

  • Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Recent is een ‘horrorhuis’ in de buurt van Belgrado ontdekt, waar Servische gangsters hun rivalen martelden. De ontdekking toont aan dat criminele organisaties wreedheid van Mexicaanse kartels kopiëren om controle te krijgen over de drugshandel op de Balkan.

    De brede glimlach op hun gezichten toont de voldoening na een geslaagde operatie. In een roze huis in het dorp Ritopek, niet ver van Belgrado, poseren op 3 augustus 2020 twee gespierde, getatoeëerde mannen van in de dertig voor hun laatste trofee: een naakte man, de voeten en handen gebonden. Een van de beulen, die zwarte handschoenen draagt, tilt het hoofd van de gemartelde man op richting de lens van de fotograaf. Het gezicht van de man is gezwollen, de ogen zijn gesloten; waarschijnlijk is hij al dood. De cocaïneoorlog op de Balkan heeft weer een slachtoffer geëist.

    Op een andere opname, een paar minuten later genomen, zien we zijn voet naast zijn hoofd staan. Het lichaam is in stukken gesneden in een nabijgelegen kamer, die volledig is afgedekt met zeil. Op de achtergrond staat een professionele vleesmolen klaar om de stukken van het lichaam te vermalen. Daarna wordt het in zakken gestopt en in de nabijgelegen Donau gedropt.

    Balkanbendes zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de Europese cocaïne-invoer

    De foto’s die zijn genomen in een gebouw dat door de plaatselijke pers nu ‘het horrorhuis’ wordt genoemd, en waren nooit bedoeld om ooit op het bureau van een Servische rechter te belanden. Maar een van de twee lachende dertigers, Veljko Belivuk, alias ‘Velja Nevolja’ [Velja het probleem], beging samen met zijn handlangers de fout de foto’s te delen met de app Sky ECC. Ze dachten dat de encryptie daarvan niet te kraken was en wisten niet dat de Belgische, Nederlandse en Franse politie zouden doordringen tot de versleutelde geheimen van deze chatapp.

    De uitwisselingen (gesprekken, sms’jes, foto’s, et cetera) bieden een blik achter de coulissen van de georganiseerde misdaad en vormen de belangrijkste bewijsstukken tegen Belivuk en zijn bende. Ze getuigen ook van de barbaarsheid van deze criminelen, die bereid zijn tot elke vorm van geweld, om de controle te behouden over de cocaïnehandel vanuit de Balkan, een regio die de laatste jaren een belangrijke doorvoerzone is geworden voor de aanvoer uit Latijns-Amerika. Balkanbendes die rechtstreekse banden hebben met Latijns-Amerikaanse kartels, zijn volgens Europol goed voor ongeveer 30 procent van de cocaïne-invoer in Europa.

    Twee duimen omhoog en een mes

    Een ongepubliceerd rapport, ingezien door Le Monde, verschaft inzicht in de methoden van bepaalde Servische en Montenegrijnse bendes. Het is opgesteld door de Franse gerechtelijke politie en aan het eind van de zomer van 2021 aan de Servische justitie overhandigd, in het kader van het onderzoek naar het ‘horrorhuis’. De auteur van het rapport, een commissaris van het Centraal Bureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, bundelde tal van berichten die door de bende van Belivuk werden uitgewisseld met Sky ECC, alsook 56 foto’s, waaronder die van vijftien slachtoffers.

    In deze stroom van berichten, bevinden zich screenshots van overschrijvingen in bitcoins; betalingen aan de moordenaars te betalen. Op de foto’s zijn partijen cocaïne te zien, wapens (automatische 9mm-pistolen en semi-automatische Tsjechische Skorpios), valse identiteitspapieren en stapels geld. Een bericht van één regel volstaat voor een opdracht tot ontvoering of executie. ‘Wij zijn er voor’, schrijft Belivuk onder het pseudoniem ‘Soprano’ bijvoorbeeld, gevolgd door drie emoji’s: twee duimen omhoog en een mes.

    Alleen al Belivuk wordt van zeven moorden beschuldigd

    ‘Tot op heden’, schrijft de auteur van het verslag, ‘zijn er negentien geïdentificeerde slachtoffers van moord geregistreerd, zeven niet-geïdentificeerde slachtoffers van moord en negen slachtoffers van extreem geweld dat waarschijnlijk tot de dood heeft geleid.’ Alleen al Belivuk, die in januari 2021 werd gearresteerd en nog steeds op zijn proces wacht, wordt van zeven moorden beschuldigd.

    Het verhaal begint in een idyllische omgeving, in de kuststad Kotor, genesteld in een fjord aan de ruige kust van Montenegro. Deze kleine haven was lange tijd het bolwerk van Darko Saric, bijgenaamd de ‘cocaïnekoning’. Zo’n vijftienjaar lang zwaaide hij de scepter over de handel, met inkomsten die door sommige bronnen in totaal op een slordige 1 miljard euro worden geschat. Maar na zijn arrestatie in 2014 kregen potentiële erfgenamen ambities. De roof van een lading van 200 kilo coke in het Spaanse Valencia, eind 2014, maakte dat de groep uiteenviel.

    Zo begon de ‘oorlog van Kotor’, het epicentrum van een conflict tussen voormalige ‘broeders’ die vijanden werden. Aan de ene kant stond de clan van Kavac, genoemd naar het dorp waar zij een toevluchtsoord vonden en geleid door Slobodan Kascelan en Radoje Zvicer. Aan hen heeft Belivuk, de man van het ‘horrorhuis’, trouw gezworen. Aan de andere kant van de heuvel, huist een andere clan: de Skaljari, gevestigd in het centrum van Kotor, die onder bevel staan van de gebroeders Vukotic en gelieerd zijn aan de Servische clan van Zemun. Op het spel staat het geld dat in de cocaïnehandel omgaat.

    Om de aard van het conflict te begrijpen, is nog een kleine omweg nodig naar de voetbalstadions van Belgrado. Want voordat hij de sterke man werd van de Kavac-clan, maakte Belivuk, alias ‘Velja het probleem’, naam bij het gevolg van Partizan Belgrado, een van de voetbalclubs in de Servische hoofdstad. In de loop der jaren werd hij leider van de groep meest radicale deel van de toeschouwers. Zijn bende, die terug te vinden is op de tribunes bekend onder de naam Principi, werd gevormd door een groep bijzonder gevreesde hooligans: de Grobari (‘doodgravers’). Na in elkaar te zijn geslagen door enkelen van hen overleed Toulouse-supporter Brice Taton in september 2009 voor de wedstrijd Partizan-Toulouse in Belgrado. ‘De supportersgroepen, met name die van Partizan, zijn volledig geïntegreerd in de drugshandel. Zij beschikken over het vermogen tot snelle mobilisatie, geweldspotentieel en de dekmantel van de clubs en dat maakt hen tot ideale doorgeefluiken’, schrijft politicoloog Loïc Tregourès en auteur van het boek Le Football dans le chaos Yougoslave [voetbal in de chaos van Joegoslavië] uit 2019.

    Gevoel van straffeloosheid

    Bij ‘Velja het Probleem’ begint een soort opwaartse trend naar zware criminaliteit. Zijn Principi hebben niet alleen de zeggenschap over de zuidelijke tribune van het stadion van Partizan overgenomen; hun netwerken reikt tot ver daarbuiten. Sommige van hen, met een rol in de nachtclub-, security- en restaurantsector, werden sleutelfiguren bij het witwassen van geld dat afkomstig was van de illegale handel in drugs, sigaretten of wapens. Nadat ze een hal van het stadion annexeerden en tot hun hoofdkwartier maakten, breidden ze hun invloed verder uit tot het punt waarop ze, net als andere bendes, goede connecties hadden binnen de politie en in de politiek.

    Maar hoe kwam Belivuk, de hooligan die sleutelfiguur werd, terecht bij de Kavac-clan die met zijn rivalen in de badplaats Kotor in oorlog was? Dat is een van de raadselen die door het onderzoek ontrafeld zullen moeten worden. Intussen blijkt de zaak veel groter te zijn dan een simpel misdaadverhaal.

    De zoon van president Vucic verschijnt regelmatig in het openbaar met bendeleden

    Zowel in Podgorica als in Belgrado is het algemeen bekend dat er banden zijn tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Sommige waarnemers spreken zelfs van ‘maffiastaten’. Zo zouden aanhangers van Belivuks bende de inwijdingsceremonie van de Servische president Aleksandar Vucic hebben beschermd, wiens zoon Danilo regelmatig in het openbaar verschijnt met bendeleden, ook op de tribune. En wordt de president van Montenegro, Milo Dukanovic, niet al sinds begin jaren 2000 met name door de Italiaanse justitie verdacht van banden met de Camorra, de Napolitaanse maffia?

    Zo ver gaat de Franse politie niet, maar ze wijst wel op de greep die de twee rivaliserende clans van Kotor (de Kavacs en de Skaljaris) op Servië en Montenegro hebben. ‘Een aanzienlijke mate van corruptie op verschillende niveaus stelde de twee organisaties in staat grote invloed uit te oefenen op verschillende Balkanlanden’, schrijft de auteur van het verslag. Over de onderschepte berichten schrijft hij: ‘Deze gegevens stelden ons ook in staat de hoge mate van corruptie waar te nemen waardoor deze clan [Kavac, van Velja het Probleem] kon opereren ten gunste van overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of hoge ambtenaren van Montenegrijnse instellingen.’

    In feite verraadt analyse van de Sky-uitwisselingen het gevoel van straffeloosheid dat de clan in kwestie koesterde. Zo nemen haar leiders, Velja het Probleem of Slobodan Kascelan, soms zelf deel aan executies. Dat gebeurde bijvoorbeeld in augustus 2020, na de ontvoering van een zekere Nikola Stanisic, lid van de Skaljari. Hij was een zeer symbolisch doelwit want hij is de zoon van een van de rechterhanden van ‘Arkan’, een krijgsheer die in 2000 werd vermoord. Arkan was de leider van de ultra’s van Rode Ster, de andere voetbalclub uit Belgrado, en daarna van de Tijgers, een paramilitaire groep. De erfenis die Nikola Stanisic met zich meedroeg, rechtvaardigt op deze augustusdag in 2020 de aanwezigheid van Kascelan zelf in het ‘horrorhuis’. Na te zijn vernederd en vervolgens gemarteld om de codes van zijn telefoon te verkrijgen, wordt Stanisic doodgeschoten. Zijn lichaam wordt verbrand en begraven in een park.

    Mexico in Belgrado

    Dergelijke methoden waren niet altijd de regel. ‘Vóór Belivuk was extreem geweld niet kenmerkend voor lokale criminele organisaties. Saric [‘de cocaïnekoning’] bijvoorbeeld, deed er alles aan om onder de radar te blijven en voerde zijn illegale activiteiten uit onder het mom van een legaal bedrijf,’ aldus Sasa Djordjevic van de afdeling Belgrado van Global Initiative Against Transnational Organized Crime, een onafhankelijke organisatie gevestigd in Genève. Maar nu nemen de leiders Mexicaanse ‘narco’s’ als model. ‘Kijk, schat, Mexico in Belgrado,’ merkte Belivuk op bij de foto van een lijk.

    Deze organisaties beperken hun invloedssfeer niet tot de Balkan. Elders in Europa zijn ze te vinden bij strategische havens als Rotterdam en Antwerpen, maar ook in landen waar de diaspora gevestigd is (Duitsland, Oostenrijk, Zweden). De moordenaars van de ‘Kotor-oorlog’ waren ook daar actief. Weer andere regio’s worden gezien als toevluchtsoorden. ‘Deze gewelddadige criminele organisaties gebruiken Frans grondgebied als incidentele uitvalsbasis na het plegen van moorden in het buitenland, alsmede als plek voor het witwassen van geld en de circulatie van wapens en drugs’, aldus de Franse gerechtelijke politie.

    Een van de slachtoffers van het ‘horrorhuis’ is een befaamde bankovervaller

    De analyse van de via Sky uitgewisselde gegevens heeft nog niet alle geheimen van de folterkamer aan het licht gebracht. In het laboratorium worden DNA-sporen onderzocht in een poging de slachtoffers te identificeren. De lijst met bekende gevallen biedt al een overzicht van de vijanden van de clan, en het gaat allemaal een stuk verder dan wat opstootjes op de voetbaltribunes. Een van de slachtoffers is een man wiens faam tot buiten de grenzen van Servië reikte: Milan Ljepoja, destijds lid van de Pink Panthers, een bende van bankovervaller die meesters waren in vermommingen en spectaculaire bankovervallen, of het nu in Parijs, Zwitserland of Dubai was. Ljepoja werd in 2008 in Frankrijk gearresteerd en gevangengezet, keerde enkele jaren later terug naar Servië en hield zich een tijdje gedeisd, maar kwam toen te dicht in de buurt van de cocaïnehandel. Hij betaalde een hoge prijs voor zijn nabijheid tot de Skaljari. Op een foto van 8 december 2020 is zijn gemutileerde lijk zonder armen te zien.

    Tot dusver zijn ongeveer dertig personen door de gerechtelijke autoriteiten van Servië in staat van beschuldiging gesteld. Verschillende van hen hebben gepraat. ‘Sommigen van hen hebben, geconfronteerd met bewijsmateriaal, meegewerkt met de onderzoekers en uitvoerig verslag gedaan van de werking van de organisatie en de gepleegde misdaden’, aldus het rapport van de gerechtelijke politie. Verzwakt door de arrestaties van hun leiders, opgeschrikt door de verbanning van andere leden en geconfronteerd met het feit dat politieke allianties opnieuw moeten worden opgebouwd, gaan de clans van Kotor een nieuwe fase in hun geschiedenis in, die onvoorspelbaarder is dan ooit. Eén ding is in ieder geval zeker delen ze: de cocaïneoorlog is nog niet voorbij.

    Lees ook: