Tag: cocaine

  • Gaat Colombia echt over op de legalisering van cocaïne?

    Gaat Colombia echt over op de legalisering van cocaïne?

    De mislukking van de war on drugs brengt sommige politici en organisaties ertoe te pleiten voor de decriminalisering van het drugsgebruik.

    Op de winkeltoonbank staat geen kassa maar een weegschaal. In een handvol geïsoleerde dorpen midden in de Colombiaanse jungle, betalen mensen met grammen cocapasta in plaats van met contant geld. Bankbiljetten en munten zijn zeldzaam en meestal alleen op televisie te zien. Wat kost een biertje? 1,4 gram, ongeveer 57 eurocent. Een pond vlees? Het dubbele. Een mobiele telefoon? 194 gram, iets meer dan 75 euro. Bij de inwoners van deze afgelegen gebieden waar cocaïne wordt geteeld en geproduceerd, stapelen de kilo’s zich op.  Later zullen ze die verkopen aan een tussenpersoon van het kartel, dat er vervolgens voor zorgt dat de handelswaar in nachtclubs in New York, Madrid of Rome terechtkomt. Intussen zijn de drugs al het honderdvoudige waard. Drugs lijken de facto gelegaliseerd in dit kleine boerenuniversum, dat op enkele dagen reizen van de rivier verwijderd is. Kan deze vorm van legitimatie worden uitgebreid naar de rest van het land? En naar de wereld?

    De afgelopen weken kwam het debat op gang in Colombia, ’s werelds grootste cocaïneproducent. ‘Als de discussie ergens moet beginnen, dan is het in Colombia – niemand anders gaat het doen,’ zegt Catalina Gil Pinzón, medewerker drugbeleid bij de Open Society Foundations. De timing is gunstig. De nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, spreekt nadrukkelijk over het veranderen van het paradigma van de war on drugs die president Richard Nixon een halve eeuw geleden begon. De staatsbegroting gebruiken om drugsbaronnen te vervolgen en cocaplantages met geweld uit te roeien, heeft niet gewerkt – zo luidt de conclusie. Wanneer een struik op de ene heuvel uitgetrokken wordt, verschijnt op de andere heuvel een nieuwe struik. Met als resultaat dat de stroom cocaïne naar de Verenigde Staten in 2021 een recordhoogte bereikte en Colombia meer produceert dan ooit tevoren. Washington gooide de afgelopen twintig jaar tien miljard dollar weg aan mislukt beleid.

    Drugsvriend

    De eersten die het voordeel van legalisatie zagen, zijn de verantwoordelijken voor de schatkist. De Colombiaanse directeur van belastingen en douane, Luis Carlos Reyes, zegt het onomwonden: ‘Cocaïne moet gelegaliseerd en belast worden.’ Kort daarvoor had president Petro enthousiast een artikel van The Economist gedeeld waarin Joseph Biden wordt beschuldigd van een te timide aanpak van het drugsprobleem. De Amerikaanse president had weliswaar net gratie verleend aan zesduizend Amerikanen die waren veroordeeld voor het bezit van een kleine hoeveelheid marihuana, maar het blad gelooft niet dat hij ook zoiets zou durven doen met cocaïne-gerelateerde gevangenen. 

    Decriminaliseren

    De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema vindt dat Europa de verkoop van cocaïne moet decriminaliseren, zoals in verschillende landen de verkoop van cannabis al is toe gestaan.

    Bij de opening van een congres over georganiseerde misdaad waaraan meerdere Europese landen deelnamen, zei ze realistisch genoeg te zijn om te weten dat er te weinig politieke steun te vinden zal zijn voor zulk beleid. Landen zouden volgens haar anders moeten kijken naar drugsgebruik.‘

    Laten we de feiten onder ogen zien: de oorlog tegen drugs werkt niet. Drugs in beslag nemen werkt niet. En cocaïne reguleren zit er ook niet in. Ik hoop dat we het erover eens zijn dat we een alternatieve strategie moeten formuleren,’ aldus burgemeester Halsema.

    Zij is er alvast aan begonnen. Haar aanpak bestaat vooralsnog uit drie delen:

    1  We moeten het geweld en het aantal wapens op straat terugdringen.

    2 De economische en sociale ontwikkeling van bepaalde wijken en buurten moeten worden ondersteund.

    3 Illegale (witwas)geldstromen moeten in kaart worden gebracht, en daarna verstoord en afgesneden worden in nauwe samenwerking tussen Europese overheden en steden.

    Ook Petros’ aanvankelijke opwinding heeft zich niet vertaald in een vastberaden streven naar legalisatie. De voormalige guerrillero rekent op de grootschalige aankoop van onproductief land van veeboeren om het aan gewastelers te geven en zo een voedselindustrie te creëren die de verleiding wegneemt om te participeren in de cocaïnehandel – de eerste grote landbouwhervorming van het Colombia. De minister van Justitie ontkent botweg dat de regering zich aan iets als legalisering zou wagen. Voorlopig wil geen enkele regering zich afficheren als drugsvriend.

    Soortgelijk vervangingsbeleid is in het verleden niet altijd succesvol geweest. ‘Het gaat niet werken zolang er een grote wereldwijde cocaïnemarkt is. Wat we ook doen, de consumptie is niet te stoppen. Drugs leiden niet altijd tot problematisch gebruik, overdosis of dood,’ zegt Gil Pinzón, die het van essentieel belang vindt om verdovende middelen te destigmatiseren. Als cocaïne legaal was, hadden mensen de keuze om het al dan niet te gebruiken, net zoals bij alcohol of tabak. Er zijn heel weinig studies over hoe verslavend cocaïne precies is. De enorme bedragen die worden uitgegeven aan wapens om de kartels te bestrijden, kunnen volgens haar beter worden besteed aan onderzoek naar de effecten van de drug, aan voorlichtingscampagnes en betere toegang tot gezondheidsdiensten.

    ‘Het gaat er niet om dat het in supermarkten wordt verkocht, maar dat er een duidelijke en strenge regelgeving komt’

    De zwarte markt rond het witte poeder heeft criminele bendes voortgebracht die in staat zijn het leger met zware wapens te bestrijden, zoals gebeurt in Mexico en Colombia. Criminelen als El Chapo Guzmán of Pablo Escobar zijn legendarisch. Ambtenaren en politici in cocaïne-producerende regio’s zijn overgeleverd aan deze schaduwmacht, die voor een parallelle staat zorgt. Legalisering kan de kartels verzwakken omdat die dan hun belangrijkste financieringsbron verliezen. ‘Het zal hun bestaan niet beëindigen, hoewel hun financiën een zware schok te verduren zouden krijgen,’ aldus Juan Carlos Garzón, onderzoeker bij het Amerikaanse Ideas for Peace. Volgens hem kunnen de lessen die getrokken zijn uit de legalisering van recreatief gebruik van marihuana dienen als leidraad voor toekomstige stappen. ‘Het gaat er niet om dat het in supermarkten wordt verkocht, maar dat er een duidelijke en strenge regelgeving komt en dat er gelegaliseerde rijkdom wordt gegenereerd.’

    Cocaïne is zeker de lastigste van alle drugs als het gaat om regulering. Een studie van de Transform Drug Policy Foundation constateert dat er een grote uitdaging zit in het feit dat er een breed scala aan cocaproducten bestaat, van onbewerkt blad tot poeder en rookbare crack. En dat het zo’n complexe productie- en toeleveringsketen heeft. Ook wordt cocaïne nog steeds geassocieerd met het genot van rijken, hoewel het in werkelijkheid een veel breder deel van de bevolking bereikt. ‘Naarmate het goedkoper en toegankelijker wordt, wordt de uitdaging op het gebied van de regelgeving urgenter. Vanuit het perspectief van de volksgezondheid moet regulering erop gericht zijn de potentiële schade door gebruik te verminderen’, aldus de tekst.

    In Colombia wordt vaak gezegd dat als de Verenigde Staten cocaplantages zouden hebben, de wereld vol zou staan met vestigingen van McCocaïne. Maar het is andersom. Producerende en consumerende landen bekijken het probleem anders. Noord-Amerika kampt met de overdoses, maar Latijns-Amerika met de doden door geweld en de destabilisatie van zijn democratieën. Daarom is het een binationale kwestie. Regulering in Colombia heeft weinig zin als daar niet eveneens sprake van is in de consumptielanden. De lokale markt is zeer klein en criminele bendes zouden nog steeds dezelfde miljoeneninkomsten hebben uit het clandestien vervoeren van drugs. 

    Regulering is nog ver weg, maar het feit dat een onderwerp dat tot voor kort taboe was, nu openlijk wordt besproken, is van grote betekenis. Op een dag zullen de kleine Colombiaanse dorpen in deze uithoek kunnen zeggen dat zij de pioniers waren.

  • Webdocumentaire: Poppy

    Webdocumentaire: Poppy

    Deze ontluisterende, interactieve reis langs drie internationale routes laat tot in detail zien hoe drugsgeld wereldwijd onrust, conflicten en illegaliteit veroorzaakt.

    Laat u meevoeren langs de Noordelijke route, waar bijvoorbeeld in Tajikistan drugsgeld goed is voor het equivalent van zo’n 30 procent van het bbp. Langs de Balkan-route, waar de handel in vooral heroïne wordt gebruikt om opstanden van rebellen te financieren, en langs de Zuidelijke route, ‘the new kid on the block’, waar de aandacht pas naar uitging toen in een uitgebrande Boeing 727 in de woestijn van Mali tonnen cocaïne werden gevonden.

    Een interactieve productie van Submarine.

    screenshot 2018 10 19 13 10 37

    Klik hier om u langs de internationale drugsroutes mee te laten voeren.

    Submarine
    Nederland | submarine.nl

    Submarine is een productiemaatschappij in Amsterdam die films, documentaires, animaties en transmediale projecten maakt. De focus ligt op internationale, verhalende journalistiek en innovatie.

  • Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Door de hoge vanilleprijs beleeft Madagaskar, de grootste producent ter wereld, gouden tijden. Maar de handel leidt ook tot veel criminaliteit, en gaat ten koste van het regenwoud.

    ‘Het is big business,’ zegt Dominique Rakotoson, een vanillehandelaar van de oude stempel uit Sambava, de uitdijende ‘vanillehoofdstad’ in het noordoosten van Madagaskar. Het drukke verkeer doet stofwolken en dunne plastic zakjes opwaaien, spiksplinternieuwe SUV’s razen voorbij, uit speakers dreunt Malagassische popmuziek. Maar nergens is er een vleugje vanille te bespeuren in deze tropische stad – alleen de geur van afval, en van geld. ‘Deze quatre-quatres [fourwheeldrives] zijn allemaal betaald van het “zwarte goud”,’ zegt Rakotoson met een gepijnigde glimlach. Veel inwoners hebben de afgelopen jaren goede zaken gedaan in vanille. ‘Mijn broer, een boer die nog niet eens zijn lagere school heeft afgemaakt, is in een mum van tijd miljardair geworden [in ariary, de lokale munteenheid]. Ik heb jarenlang in de hoofdstad gestudeerd terwijl anderen hier een fortuin vergaarden.’

    Dankzij de snel groeiende vraag in China en kritische westerlingen die hun neus ophalen voor kunstmatige smaakstoffen lijkt er een onstilbare honger te zijn ontstaan naar de aromatische specerij uit deze contreien. Madagaskar exporteert jaarlijks zo’n tweeduizend ton vanille, die wordt verwerkt in bakproducten, ijs en parfum. Naar verluidt zou vanille een van de geheime ingrediënten van Coca-Cola zijn. De prijzen zijn omhooggeschoten: de peulen van de oogst van vorig jaar werden voor 500 euro per kilo aan internationale levensmiddelenproducenten verkocht, het tienvoudige van de kiloprijs in 2013. In een land waar meer dan 80 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is deze vanillekoorts voor de telers een geschenk uit de hemel. Of niet?

    Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele “vanillemoorden”

    ‘Hier ben ik nu mee getrouwd.’ Moira, een zeventigjarige weduwe uit het dorp Anjiamangotroka, prikt haar machete in de aarde waar ze pas geleden vanille-orchideeën heeft geplant. Met haar eerste oogst – het duurt drie tot vier jaar voordat de tropische slingerplant vruchten draagt – hoopt ze genoeg geld te verdienen ‘om een fatsoenlijk huis te kopen’. Ze is niet in de veronderstelling dat ze slapend rijk zal worden. ‘De teelt is erg arbeidsintensief.’ Het draait allemaal om handwerk. De delicate vanillebloemen bloeien maar één dag per jaar en moeten handmatig worden bevrucht. De plant komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en wordt alleen bevrucht door een lokale bijensoort die niet in Madagaskar gedijt. Na de bestuiving duurt het negen maanden voordat de groene vanillepeulen rijp zijn. Vervolgens worden ze geplukt en gefermenteerd. Ze moeten wekenlang in de zon drogen voordat ze hun aroma, en daarmee hun waarde, ontwikkelen. Het zonnige, vochtige klimaat in de regio Sava is perfect voor de kwetsbare, kostbare orchidee – zo perfect zelfs dat driekwart van de wereldproductie hiervandaan komt, meestal van kleine familiebedrijfjes zoals dat van Moira. Maar de afgelopen tien jaar is de teelt steeds riskanter geworden.

    ‘Het regent minder en het gewas groeit minder goed,’ legt Moira uit. De grootste kwaaddoeners zijn de cyclonen die tijdens de zomermaanden over het eiland razen. Vorig jaar werd de regio getroffen door de hevigste storm van de afgelopen tien jaar. Cycloon Enawo veroorzaakte landverschuivingen en overstromingen. Er vielen 81 doden, 250.000 huizen raakten verwoest. De cycloon vernielde een vijfde van alle oogsten en een derde van de vanilleoogst, waardoor de vanilleprijs nog verder omhoogschoot.

    ‘Dankzij Enawo is vanille peperduur geworden,’ zegt Charles Rambolarson, uitvoerend secretaris van het Nationaal Bureau voor Rampenbestrijding. ‘En alle andere levensmiddelen ook: de prijzen rijzen de pan uit. Bevolkingsgroepen die al kwetsbaar waren, lijden nu honger.’ Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt: na een verwoestende cycloon in 2004 steeg de vanilleprijs van 20 euro naar meer dan 400 euro per kilo. Na de oorspronkelijke stijging zakte de kiloprijs terug naar 40 euro. ‘Het zal ook zeker niet de laatste keer zijn,’ benadrukt Rambolarson. ‘Door de klimaatverandering zijn de tropische stormen in kracht toegenomen.’


    Met de stijgende vanilleprijs is ook de vanilleroof gegroeid. ‘Het overkomt ons allemaal,’ zegt Emmanuel Zafihavama, een 55-jarige boer die een kleine vanilleplantage langs de weg naar Andapa beheert. ‘Hoe hoger de kiloprijs, des te vroeger in het jaar duiken dieven op om de peulen van de planten te grissen.’ Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, vertelt hij, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele ‘vanillemoorden’. In zijn lommerrijke tuin, waar honderden helgroene vanilleplanten groeien, vertelt Zafihavama dat de boeren in zijn dorp de handen ineen hebben geslagen. ‘We hebben een burgerwacht opgericht om onze velden tijdens de vier maanden vóór de oogst dag en nacht te bewaken. We gaan op patrouille en slapen tussen de planten. Het is gevaarlijk en vermoeiend,’ zegt hij. ‘Het heeft totaal geen zin om bij de politie aangifte te doen. Ze spelen allemaal onder één hoedje.’ Boeren klagen dat dieven die ze in de kraag vatten en aan de politie overdragen zichzelf meteen vrijkopen.

    In de afgelopen jaren is de markt overspoeld met gestolen, onrijpe peulen, waardoor de gemiddelde kwaliteit van vanille uit Madagaskar is verslechterd. Om boeren ervan te weerhouden de vanillepeulen uit angst voor roof vroeg te plukken, heeft de regering voor elk dorp een oogstdatum vastgesteld. Van boeren die zich niet aan de regels houden wordt de oogst in beslag genomen of zelfs verbrand. Maar velen nemen dat risico op de koop toe.

    In Sambava wachten vanilledealers op de beruchte Rue Ambudimanga op klandizie. Het zijn jongemannen in gekleurde T-shirts, met spiegelzonnebrillen en gouden kettingen. De kleine koningen van deze morsige achterafstraat genieten zichtbaar van het geld en de roem die de handel hen oplevert. Een van hen, een twintiger die Prisco à l’Appareil [aan de telefoon] heet, veert op en trekt een bundeltje vanillestokjes uit zijn broekzak. ‘Topkwaliteit, slechts 1,5 miljoen ariary [ca. 390 euro] per kilo.’ Andere vanilledealers hebben vacuümverpakte pakketjes in hun tassen of lopen openlijk met kleine hoeveelheden in plastic zakjes rond. ‘De verkoop van vanille is niet zo relaxed als de jongens doen voorkomen,’ zegt Julio, een vader van vier. ‘Je moet uitkijken dat de vanillestokjes niet onder je neus vandaan worden gestolen. De baas weegt aan het einde van de dag de onverkochte waar. Als je een deel bent verloren, draai je er zelf voor op.’ ‘Niet iedereen is er geschikt voor,’ beaamt een groepje dealers eensgezind. Maar in Sambava, waar veel werkloosheid heerst, grijpen gelukszoekers hun kans. ‘Als je geen vanille verkoopt,’ zegt Prisco, ‘wacht je een zwaar leven. Hier is geen werk voor mannen.’ Er zijn alleen slecht betaalde baantjes in de bouw waarmee ze zich geen gouden horloges kunnen veroorloven.

    Ins en outs

    Max, een 21-jarige chauffeur, kent de ins en outs van de vanillehandel. ‘Je moet ten eerste de juiste mensen kennen.’ Hij voelt zich er te jong voor, haast hij zich te zeggen. ‘Voor mij is het op dit moment te riskant.’ Met een blik over zijn schouder leidt hij ons naar een magasin de vanilla; een vanillepakhuis. Van buiten ziet het eruit als een doodgewoon woonhuis: een roze villa met balkons, twee verdiepingen hoog, tussen de bescheiden houten huisjes. Omdat de patron weg is mogen we even een kijkje nemen. Binnen zitten ongeveer zestig vrouwen met haarnetjes en lichtgroene schorten aan lange tafels. Ze sorteren de zongedroogde vanille en bundelen ze in kleine pakketjes ter waarde van tienduizenden dollars, die in de hal worden ingepakt in grote dozen. Max is erg nerveus en loodst ons snel weer naar buiten. ‘De mensen zijn bang,’ zegt hij. Het is overduidelijk dat achter die roze muren iets illegaals plaatsvindt. Het is nu januari, en de laatste oogst was in juni. Als deze vanille niet meteen na de oogst is verwerkt en verkocht, is het dan gegarandeerd gestolen waar? Of heeft de baas de peulen meteen na de oogst vacuüm verpakt om ermee te speculeren?

    Dominique Rakotoson, de handelaar van de oude stempel, schuimbekt over de vanillespeculanten die grote hoeveelheden onrijpe en veelal gestolen peulen vacuüm verpakken om ze te conserveren. ‘Die gasten doen de peulen in Chinese plastic zakken en zuigen met een gewone stofzuiger de lucht eruit,’ zegt Rakotoson met overslaande stem. ‘En dan wachten ze rustig af tot de prijzen stijgen.’ Speculeren met onrijpe vanille is slecht voor de reputatie van de regio als producent van de hooggewaardeerde bourbonvanille, het neusje van de zalm, geprezen voor de zoete, intense smaak. Vacuüm verpakte groene peulen leveren een product op met een lager vanillinegehalte, en soms zelfs met een muffe smaak. Volgens Rakotoson wordt speculatie in de hand gewerkt door het gebrek aan overheidscontrole en welig tierende corruptie. ‘En het zijn niet alleen straatdealers in Sava die snel geld verdienen, er gaat een veel grotere handel achter schuil. Ga maar eens kijken in Antalaha,’ zegt hij. ‘Dan kun je het met eigen ogen zien.’

    vanille

    Met haar door palmbomen omzoomde lanen, de witte stranden en de grote villa’s die over de Indische Ocean uitkijken, ademt Antalaha, de tweede vanillestad in de regio Sava, een koloniale sfeer. Vanillemagnaten als Henri Fraise en Ramandriabe maken hier al decennia de dienst uit. Om hun marktaandeel te behouden moeten deze grote exporteurs concurreren met kapers op de kust, vooral uit China, India en Pakistan. De stad is schoon, chic en erg rustig. Toch is ons op het hart gedrukt hier niet de nacht door te brengen. Achter de zonnige façade gaat een duister geheim schuil: Antalaha staat bekend als het hart van de illegale handel in rozenhout. Driekwart van het resterende regenwoud van Madagaskar bevindt zich in deze regio. De drie nationale parken Marojejy, Macolline en Masoala hebben stuk voor stuk te maken met leegroof van beschermde tropische houtsoorten als palissander, ebben en rozenhout. De bomen worden illegaal naar China verscheept en verwerkt tot traditionele meubels die gretig aftrek vinden onder de groeiende middenklasse. Volgens schattingen uit recent onderzoek is in de illegale rozenhouthandel in de afgelopen twintig jaar bijna 1 miljard euro omgezet. Om deze enorme bedragen wit te wassen hebben de houtbaronnen volop in vanille geïnvesteerd; ze kopen de peulen tegen elke prijs op, waardoor de kiloprijs nog verder wordt opgejaagd. ‘Geld werd niet meer geteld maar gewogen, in stapels biljetten van 500 kilo,’ vertelt Rakotoson. ‘Het maakte hen niet uit hoeveel het koste. Krankzinnig. De boeren profiteerden ervan. De lokale speculanten profiteerden ervan. Elke dag dreven ze de prijzen iets verder op.’

    Als we Solfi, het jonge dorpshoofd van Ambohimanarina, een klein dorpje naast nationaal park Marojejy, naar de handel in rozenhout vragen, schiet hij overeind. Zijn ogen spuwen vuur. ‘Dat gebeurt hier niet meer,’ zegt hij. Deze reactie krijgen we vaker. De vraag wordt ongemakkelijk weggewuifd, men kijkt liever de andere kant op. Een dorpsbewoner die graag anoniem wil blijven schetst een ander beeld wanneer hij ons vertelt dat de illegale handel in rozenhout een van de bekendste ‘geheimen’ van de regio is. ‘Het hele dorp weet ervan maar omdat iedereen ervan profiteert, doet niemand zijn mond open. Je hoort hier vaak midden in de nacht vrachtwagens rondrijden. Wat hebben die hier om drie uur ‘s nachts te zoeken als er geen rozenhout wordt verhandeld?’

    Vorig jaar kwamen het Environmental Investigation Agency en Global Witness, twee internationale organisaties die tegen milieucriminaliteit strijden, met bewijzen dat er nog steeds illegale houtkap plaatsvindt. Ondanks eerdere intentieverklaringen van de regering om de illegale handel te bestrijden is er, zo stellen deze ngo’s, nog nooit een houtbaron door een rechtbank veroordeeld. Milieuactivisten die de rozenhoutmafia in de wielen rijden belanden daarentegen geregeld achter de tralies, of worden met de dood bedreigd. De woordvoerder van het ministerie van Milieu, Ecologie en Regenwouden begint ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven wanneer we hem de vraag voorleggen wie de vermaarde houtbaronnen achter de georganiseerde criminaliteit en de vanille-investeringen zijn. ‘Het is een politiek probleem, begrijpt u.’ Hij verwijst ons naar de minister-president.

    ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school’

    Naar verluidt bezitten de regering en particuliere eigenaren tussen de 500 miljoen en 4 miljard euro aan rozenhout. Maar aangezien de export van rozenhout illegaal is onder het CITES-verdrag, de overeenkomst inzake de internationale handel in beschermde planten en dieren, kan de elite weinig aanvangen met hun spaarpotje. Dit jaar zal de regering het hervatten van de houtexport heroverwegen. Het feit dat dit vlak voor de aankomende presidentsverkiezingen is gepland, is ‘puur toeval,’ stamelt een nerveuze regeringsfunctionaris.

    Voor kleine boeren heeft de vanilleteelt in de afgelopen jaren eindelijk iets opgeleverd. ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school,’ zegt Zafihavama. ‘En het wordt alleen maar beter, als ik tenminste niet wordt bestolen.’ Glimmend van trots laat hij me zijn huisje zien, een kleine houten hut met één bed. In de eenvoudige ruimte staan zijn nieuwe aanwinsten: vijf gloednieuwe plastic stoelen, twee vitrinekasten en een computer met een aanzienlijke dvd-verzameling, vrijwel alle populaire kungfu-films.

    Maar de vanillehandel floreert ten koste van een van de waardevolste regenwouden ter wereld. Door de geografische isolatie van het eiland vind je hier een groot aantal planten en dieren die nergens anders voorkomen.

    Dasy Ibrahim, projectmanager van CARE, een internationale ngo die boeren begeleidt bij de overstap op klimaatslimme landbouw, noemt de combinatie van hoge werkeloosheid en armoede en het witwassen van grote hoeveelheden tropischhardhoutgeld ‘funest’. ‘De situatie in de vanillesector dreigt volledig uit de hand te lopen.’ Hij trekt een pijnlijk gezicht. ‘De vanillehandel is nog erger dan de cocaïnehandel.’

    Auteurs: Ingrid Gercama & Nathalie Bertrams
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: © HH

    Lees ook Na Nederwiet ook Nedervanille? over Filip van Noort en zijn grootschalige vanillekweekplannen in Nederland.

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.