Tag: commercieel

  • 1. Bondgenootschappen à la carte

    1. Bondgenootschappen à la carte

    NAVO, Comecon, Europese Unie, Warschaupact: het zijn straks begrippen uit het verleden. De allianties die vandaag de dag worden gesmeed, berusten niet meer op politieke ideologieën, maar op commerciële belangen.

    ‘Het anti-Sovjetcement dat ons tijdens de Koude Oorlog bij elkaar hield is allang verdwenen. Momenteel hebben we een liefdeloos huwelijk waarin de twee partijen onder hetzelfde dak blijven wonen zonder dat er nog sprake is van een werkelijke band.’ Zo beschreef Richard Haass, voorzitter van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations en belangrijk beschouwer van de buitenlandse politiek van Amerika, in een recent artikel op de website van Project Syndicate de relatie tussen Turkije en de Verenigde Staten. Een beeld dat gemakkelijk valt te veralgemeniseren. De aard en het doel van bondgenootschappen, partnerschappen en belangengroeperingen zijn bepalend geworden voor de toekomst van het internationale systeem. Daaruit zullen de principes voortvloeien waarop het buitenlands beleid van grote mogendheden is gebaseerd.

    In feite hebben de Verenigde Staten geen reden om te klagen over de nieuwe werkelijkheid waarin de wereld zich bevindt. Het is juist Washington dat destijds twijfels uitte over de aard van de bondgenootschappen die als gevolg van de Koude Oorlog waren ontstaan. Tijdens een gesprek met tv-presentator Larry King in december 2001 zei de toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld: ‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Landen doen wat ze kunnen. Landen helpen zoveel ze kunnen. En dat is de benadering die omarmd zal moeten worden. Ik zal u zeggen waarom: het ergste wat je kunt doen is een coalitie over een missie laten beslissen. Het is de missie die de coalitie moet bepalen.’

    Rumsfeld sprak over de strijd tegen het terrorisme, een thema dat na 11 september 2001 alle andere issues van de Amerikaanse politieke agenda had gevaagd. Maar de commentatoren hadden zich onmiddellijk afgevraagd of het Pentagon niet van plan was de facto een eind te maken aan de relaties die werden bepaald door de NAVO en over te stappen op gelegenheidsbondgenootschappen. Hun ongerustheid was gegrond, want de minister van Defensie dacht inderdaad dat de tijd waarin men ‘als een verenigd front optrok’ voorbij was en dat de Verenigde Staten hun partners voortaan van geval tot geval zouden kiezen naargelang hun doelstellingen. De verdeeldheid die zich het jaar daarop in het Atlantisch bondgenootschap manifesteerde over de interventie in Irak (Frankrijk en Duitsland waren daar fel tegen gekant) hebben de door Rumsfeld geschetste tendens schijnbaar versterkt. Daarna verliep de inval in Irak zo rampzalig dat Rumsfeld moest aftreden en men weer van zijn ideeën over de relatie tussen de Verenigde Staten en hun bondgenoten is afgestapt.

    Trans-Atlantische retoriek

    George W. Bush heeft tijdens zijn tweede ambtsperiode de gebruikelijke trans-Atlantische retoriek, zoals gemeenschappelijke waarden, weer van stal gehaald, net als zijn opvolger Barack Obama. Toch is het zaadje dat Donald Rumsfeld had geplant ontkiemd, temeer omdat Washington steeds meer moeite had met de verdeling van de financiële lasten van de NAVO, die voor 75 procent door de Verenigde Staten werden gedragen. Onder Donald Trump, die niet de reputatie heeft zachtzinnig te werk te gaan, is het pas echt tot een uitbarsting gekomen: als bondgenoten hun steentje niet bijdragen, wat schiet je er dan mee op? Ook al kent de neiging om ‘in marmer gehouwen’ bondgenootschappen af te schaffen al een lange geschiedenis, ze is momenteel in een nieuw stadium beland. Rumsfeld bedoelde dat de Amerikanen weer de vrijheid moesten krijgen om de ‘menukaart’ te bestuderen en daarvan het gerecht te kiezen dat ze het liefste wilden. Maar wat Richard Haass beschrijft is de vrijheid om gerechten te kiezen die gisteren nog niet eens als garnituur werden beschouwd.

    Turkije is daarvan een goed voorbeeld. Recep Tayyip Erdogan gedraagt zich alsof de NAVO niet meer bestaat. De diepgaande meningsverschillen die Turkije heeft met zijn Europese bondgenoten en met Amerika zijn systematisch geworden. Het politieke model van Turkije beantwoordt niet langer, zelfs niet formeel, aan de criteria van moderne democratieën die voorwaarden zijn om tot een westers bondgenootschap te behoren. Het gevolg is dat Turkije vervangende partners zoekt, zoals Rusland, Iran en China, en overweegt zich aan te sluiten bij de Shanghai-samenwerkingsorganisatie [een veiligheidspact uit 2001 tussen Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en, sinds 2017, India en Pakistan] en de BRIC-landen [Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, oftewel 40 procent van de wereldbevolking]. Het politieke model van ‘diversificatie’ dat Erdogan in het leven wil roepen, wordt momenteel zwaar op de proef gesteld. Turkije maakt een ernstige economische en financiële crisis door die het gevolg is van de sancties van Amerika. Op zoek naar steun heeft Turkije zich daarom tot Rusland en China gewend, verklaarde tegenstanders van Amerika, zoals Rusland tot voor kort ook een tegenstander van Turkije was. Duitsland heeft de internationale gemeenschap opgeroepen Turkije financieel te steunen, omdat Berlijn in het geval van een economische crisis een migratiegolf vreest. Duitsland is zelf bijna in een openlijke economische oorlog verwikkeld met de VS, zijn belangrijkste bondgenoot. En ga zo maar door.

    De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images
    De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images

    Het anti-Sovjetcement waarover Richard Haass schreef, had een sterk bindende werking. Het was niet alleen bedoeld om het hoofd te bieden aan een gemeenschappelijke militaire dreiging. De wereld was in ideologische en strategische blokken verdeeld, in twee systemen waarbinnen onenigheden tussen bondgenoten werden opgelost met een zekere doeltreffendheid, ook wel minnelijke schikking genoemd. De dreiging van buitenaf was te groot om de eenheid te laten verstoren door onderlinge conflicten.

    ‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Die benadering moet omarmd worden’

    Toen het oude systeem verdween, kwamen er al gauw weer belangenconflicten aan de oppervlakte, vaak op zuiver economische gronden. Toen de globalisering in volle gang was, onder auspiciën van de Verenigde Staten, had vrijwel iedereen daar baat bij – niet in dezelfde mate, maar voldoende om meningsverschillen op een beschaafde manier op te lossen. Momenteel, nu een steeds groter aantal inwoners van westerse mogendheden niet langer genoegen neemt met de verdeling van de rijkdom, nu de ‘wereld zonder grenzen’ steeds gevaarlijker lijkt, worden de principes voor economische samenwerking opnieuw geëvalueerd.

    De slogan ‘America First’ is daar een perfect voorbeeld van. Het gaat in de eerste plaats om de economie, maar alles houdt ermee verband. De drastische sancties die aan concurrenten worden opgelegd (in sommige gevallen politieke bondgenoten), of om preciezer te zijn de nieuwe voorwaarden die hun voor een partnerschap worden opgelegd, verstoren het beeld van een evenwichtig bondgenootschap dat is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden.

    Stormram

    Trump speelt op dit nieuwe toneel de rol van stormram. Zijn opvolger, wie het ook zal zijn, zal alle fouten op zijn lompe voorganger kunnen afschuiven en de Europeanen kunnen verleiden met zijn verfijnde manieren. In wezen echter vindt de basale benadering van Trump veel weerklank in Amerikaanse politieke kringen: onze bondgenoten dienen geen voorrechten te genieten die alleen maar bestaan bij de gratie van door ons verstrekte garanties. Maar deze overwegend economische benadering tast de fundamenten van de NAVO aan.

    Het lot van de gaspijpleiding Nord Stream 2, waardoor Russisch gas via de Oostzee naar Europa zal worden gepompt en waarover momenteel gesteggeld wordt, zal aan de ene kant de toekomst van de trans-Atlantische gemeenschap bepalen, en aan de andere kant de relatie EU-Rusland. Tijdens een persconferentie in Helsinki, na afloop van zijn ontmoeting met Poetin, verklaarde Trump: ‘Wat die gaspijpleiding betreft, daar gaan we mee concurreren.

    Ik weet niet zeker of de belangen van Duitsland daarmee het best zijn gediend, maar dat moeten ze zelf maar beslissen. Wij verkopen ook vloeibaar gas, we moeten concurreren met die gaspijpleiding en dat zullen we doen ook, ook al hebben ze enkele voordelen. Ik heb Angela Merkel flink de waarheid gezegd over deze kwestie.’ Helderder kon het niet worden verwoord, zonder dat er gewezen werd op de gevaren van de afhankelijkheid van één leverancier, de energieveiligheid van Europa, de toekomst van de Oekraïne et cetera.

    We stevenen af op een impasse, vergelijkbaar met de situatie met Iran. De Europese Unie heeft het opzeggen door de VS van het nucleaire akkoord met Iran scherp veroordeeld en verklaard vastbesloten te zijn haar verplichtingen na te komen.
    Maar de grote ondernemingen beginnen zich al uit Iran terug te trekken vanwege hun afhankelijkheid van de Amerikaanse markt. In het geval van de Nord Stream 2 is de situatie hetzelfde. Alle partners van het project aan Europese zijde zijn multinationals met grote belangen in de Verenigde Staten.

    De VS kan zijn bondgenoten 
laten capituleren, maar dat zal 
de alliantie er niet sterker op 
maken

    Schijn van daadkracht

    Zaken zijn zaken, maar de politieke kant van de zaak is verbazingwekkender. Duitsland, de grootste partner van de VS in Europa, wordt openlijk onder politieke druk gezet om af te zien van een project waaraan het veel belang hecht, vooral in economisch opzicht. Bulgarije heeft vier jaar geleden hetzelfde meegemaakt toen de regering daar na een bezoek aan Sofia van een delegatie Amerikaanse senatoren onder leiding van John McCain aankondigde zich terug te trekken uit het gaspijpleidingproject South Stream. Maar Bulgarije is een klein en erg afhankelijk land, terwijl er in het huidige geval druk wordt uitgeoefend op een van de politieke en economische leiders van de EU.

    Wat doe je in zo’n geval? Dat is de vraag. De schuchtere verklaringen over het versterken van de Europese strategische autonomie, bepleit door Emmanuel Macron, of de aankondiging van de oprichting van alternatieve organisaties zoals een Europese pendant van het netwerk Swift, op aandringen van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas, lijken voorlopig alleen nog maar boodschappen die bij de Europese kiezer de schijn van daadkracht moeten wekken.
    De Verenigde Staten beschikken over de middelen om hun bondgenoten te laten capituleren, maar dat zal de alliantie er niet sterker op maken. Het idee dat je alleen maar op jezelf kunt rekenen is al een wezenlijk onderdeel van de Europese retoriek.

    De NAVO, en in bredere zin de trans-Atlantische gemeenschap, is destijds als overwinnaar uit de Koude Oorlog gekomen en lange tijd als een voorbeeldig blok gepresenteerd, dat model zou moeten staan voor de oprichting van andere bondgenootschappen. Als daar al een kloof in is ontstaan, terwijl het bestaat uit historisch en cultureel homogene landen, dan kun je je nog moeilijker voorstellen dat landen met een uiteenlopendere bagage stabielere bondgenootschappen zullen kunnen vormen.

    Het vredesproces Astana [een samenwerkingsverband van Rusland, Turkije en Iran dat bedoeld is om een uitweg te vinden uit het Syrische conflict] is een voorbeeld van een nieuw soort partnerschap dat vrijwel op het ideologische erfgoed van Rumsfeld is gebaseerd: namelijk niet op sinds lang bestaande gemeenschappelijke waarden en overeenkomstige belangen, maar op de noodzaak om een concreet probleem op te lossen. We hoeven niet de illusie te koesteren dat er sympathie en vertrouwen heersen tussen Turkije, Rusland en Iran, maar ze delen de overtuiging dat zonder hun interactie de situatie in Syrië nog erger zou zijn voor iedereen. Een basis die solide is gebleken.

    Ander voorbeeld: de Russisch-Chinese relaties. Nogal moeilijk te definiëren. Zeker is dat het niet om een bondgenootschap gaat: de twee partijen zijn te zeer aan hun vrijheid gehecht om zichzelf beperkingen op te leggen ter wille van een bondgenoot. Het is ook geen exclusieve relatie: Rusland en vooral China zou niet willen dat hun toenadering ten koste van andere verplichtingen zou gaan. Het is een partnerschap dat op een subtiele mengeling van relaties op verschillende gebieden berust, zonder een overeenkomstige kijk op waarden. Maar de logica van de ontwikkeling van de twee staten leidt ertoe dat ze hun acties steeds meer coördineren met het oog op hun belangen. Het gaat alleen maar om belangen, om pure berekening, en niet om sentimenten.

    Nabije toekomst

    Het analyseren van de verschillende vormen van interactie is niet alleen een speculatieve exercitie. De actuele gebeurtenissen zullen de bondgenootschapskaart drastisch veranderen. 
De beslissingen over de Nord Stream 2; de tussentijdse verkiezingen in de 
Verenigde Staten in de context van een verwoede politieke strijd om het verzet tegen Trump te testen (niet zozeer tegen zijn persoonlijkheid als wel 
zijn beleid, dat openlijk op handel is gericht); de laatste fase van het gewapende conflict in Syrië; de spanningen rond Idlib, het laatste Syrische bolwerk in handen van de rebellen, die alleen kunnen worden opgelost door een duidelijke herdefinitie van de aanwezige krachten; de ontwikkeling van een nieuwe boodschap aan het adres van de wereld door China; de herdefinitie van het politieke en partijenlandschap van Europa, in de eerste plaats veroorzaakt door de migrantencrisis; de onzekere positie van Groot-Brittannië na de Brexit… Deze kwesties spelen niet in een verre toekomst, maar ergens in de komende maanden.

    De nieuwe aard van de politieke 
partnerschappen ligt vooral gevoelig voor Rusland, dat zich in de voorhoede van deze veranderingen bevindt. Sinds de pijnlijke val van het Oostblok en de Sovjet-Unie gelooft Rusland niet echt meer in bondgenootschappen, ook al heeft het land zich lange tijd ingezet voor het herstel van de organisaties 
die onder zijn vlag opereerden.

    De tijd heeft echter laten zien dat het creëren van multilaterale structuren om je prestige te behouden of gemeenschappelijke waarden te fabriceren, naar 
het voorbeeld van VS en NAVO, geen garantie is voor succes. En wat de onder druk bezegelde partnerschappen betreft met degenen die afhankelijk zijn van de baas (politiek of economisch), die leiden tot wankele 
constructies waarbij de ‘kleintjes’ voortdurend op zoek zijn naar een andere oplossing.

    De massale vlucht van vroegere politieke en militaire bondgenoten naar het kamp van de vroegere vijand heeft grote woede bij Rusland gewekt, maar de Russische kijk op dingen heeft zich ontwikkeld. De politicoloog Sergei Karaganov heeft dat mooi verwoord aan de hand van de hypothese dat de val van het Sovjetblok ‘Rusland onschatbare geostrategische voordelen heeft opgeleverd. Het verlies van onbetrouwbare en kostbare bondgenoten aan West-Europa heeft Rusland van een enorme last verlost. Het hoeft niet langer de republieken van de voormalige Unie te subsidiëren, waar de levensstandaard hoger was in de Sovjettijd en waarvan de inwoners inmiddels vaak naar Rusland emigreren om werk te vinden.’

    Het idee dat Rusland geen bondgenoten zou hebben, blijft rondzingen. Zelfs in Rusland zelf, maar dat is vooral een kwestie van onverschilligheid. Want op het moment dat de multilaterale organisaties en bondgenootschappen vrijwel overal vleugellam zijn, lijkt Rusland zich ‘psychologisch’ beter te gedragen dan andere landen. Een ongebruikelijke en oncomfortabele situatie voor de welvarendste spelers op het internationale toneel. Rusland is bereid relaties aan te knopen om direct overeenkomstige belangen te dienen en concrete problemen op te lossen zonder te pretenderen bondgenootschappen ‘voor het leven, tot de dood ons scheidt’ te sluiten. Dat is in de huidige wereld een voordeel.

    Auteur: Fjodor Loekjanov

    Fjodor Loekijanov (51), een Russische journalist en politicoloog, werkte jarenlang als buitenlandspecialist voor Russische kranten voordat hij in 2002 het blad Rossia v Globalnoï Politiké oprichtte. Hij is tevens voorzitter of bestuurslid van een aantal Russische denktanks en stichtingen op het gebied van de buitenlandse politiek.

    Rossia v Globalnoï Politiké
    Rusland | kwartaalblad | globalaffairs.ru

    In november 2002 opgericht door Fjodor Loekjanov, een Russische journalist en politicoloog die jarenlang werkte als buitenlandspecialist voor Russische kranten. Hij richtte het blad op om de Russische politieke en economische elite te laten meepraten op het wereldtoneel. De Engelse versie heet Russia in Global Affairs.

  • Bach in de Burger King

    Bach in de Burger King

    Klassieke muziek wordt vaak misbruikt, om mensen te verjagen of voor commercials. Daarmee loop je het risico dat het genre mensen gaat tegenstaan, betoogt recensent Theodore Gioia.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werden in Duitsland voor het eerst twee muziekstukken uitgevoerd waarvan lange tijd onbekend was wie ze had geschreven. Degene die de manuscripten had onderzocht, was er vrijwel 100 procent zeker van dat Bach de componist was. Hoewel soms de indruk kan ontstaan dat de interesse voor klassieke muziek op zijn retour is, was deze ontdekking toch groot nieuws in de media.
    Klassieke muziek is niet alleen geschikt om van te genieten, ze is ook een uitstekend afschrikmiddel, zo blijkt uit dit artikel van Los Angeles Review of Books. Daar zit echter wel een schaduwkant aan: het muziekgenre komt steeds meer in een slecht blaadje te staan, aldus recensent Theodore Gioia.

    Bij de Burger King op de hoek van 8th Street 
en Market Street in San Francisco, ter hoogte van een afgesloten roltrap naar de ondergrondse, klinkt ongewone achtergrondmuziek. Uit een luidspreker in een hoog raam schalt barokke
klavecimbelmuziek. Het volume is oorverdovend.
De muziek houdt nooit op. Dag en nacht regent het vanaf het Burger King-dak Bach, Mozart en Vivaldi op de lege straten.

    Maar dit concert is ook bedoeld voor lege straten.
De playlist is speciaal samengesteld om eventuele toehoorders weg te jagen – namelijk de daklozen die vroeger bivakkeerden voor de deuren van deze eetgelegenheid, de ontmoetingsplek voor de armen uit de buurt. Bij de metro-roltrap was een kampement van winkelwagentjes, slaapzakken en stukken plastic uitgegroeid tot een ware trottoir-sloppenwijk die drommen daklozen en andere straatbewoners aantrok. ‘Vroeger hing hier altijd een hele menigte rond,’ vertelt buurtbewoner David Allen, ‘en nu zie je er hooguit een of twee mensen.’

    Het voorstel voor deze tactiek kwam van een organisatie met de cryptische naam Central Market Community Benefit District, een collectief van huiseigenaren uit de buurt. Voor het Burger King-plan heeft CMCBD zich laten inspireren door de Londense ondergrondse. In 2005 ging men daar op 65 metrostations opnames van orkestmuziek draaien, als onderdeel van een plan om ‘antisociaal’ gedrag te ontmoedigen.

    Daarvoor was er al vanaf 2003 een pilot gehouden, die een verrassend succes bleek: na anderhalf jaar klassieke muziek was het aantal berovingen in de trein met 33 procent afgenomen, verbaal geweld tegen het personeel met een kwart en vandalisme met 37 procent. Deze opmerkelijke resultaten werden opgepikt door de wereldwijde gemeenschap van wetshandhavers en een internationaal fenomeen was geboren. Sindsdien heeft het gebruik van klassieke muziek als wapen zich over heel Engeland en de rest van de wereld verspreid: politie-eenheden op de hele aardbol gebruiken nu het strijkkwartet als de nieuwste aanwinst in hun arsenaal ter bestrijding van de misdaad en hebben Johann Sebastian gerekruteerd om hun rangen te komen versterken.

    Barokmuziek schijnt het meest afschrikwekkend te werken

    Volgens deskundigen is de oorsprong van deze
praktijk terug te leiden op een miezerig filiaal van 7-Eleven in British Columbia, waar een slimme bedrijfsleider in 1985 buiten de winkel muziek van Mozart liet klinken om hangjongeren van de parkeerplaats te verdrijven. Mozart-op-de-parkeerplaats was zo succesvol in het ontmoedigen van snode tieners dat 7-Eleven het programma bij meer dan honderdvijftig winkelfilialen doorvoerde, en zo werd dit het eerste bedrijf dat vandalisme bestreed met violen. Vervolgens sloeg het idee over naar West Palm Beach in Florida, waar de politie in 2001 een van drugs vergeven straathoek aanpakte door er 
een luidspreker te installeren waaruit Beethoven en Mozart dreunden. ‘De agenten waren stomverbaasd toen er die avond om tien uur geen levende ziel te bekennen was op die hoek,’ zegt agent Dena Kimberlin. Vanaf dat moment werd de tactiek razendsnel populair bij particuliere ondernemingen en overheidsinstellingen.

    Barokmuziek schijnt het meest afschrikwekkend te werken. ‘Afgezien van laatromantische uitzonderingen als Moessorgski en Rachmaninov,’ schrijft recensent Scott Timberg, ‘is de muziek die het meest wordt gebruikt om gespuis te verjagen preromantisch, van componisten uit de barok of de klassieke tijd, zoals Vivaldi of Mozart.’ Over de diepere redenen waarom deze muziek zo effectief is, denken ambtenaren zelden na, maar wel mogen ze graag met openlijke trots de resultaten vermelden. Zoals deze functionaris uit Cleveland: ‘Er is iets met barokmuziek waar macho’s die de gangster willen uithangen een bloedhekel aan hebben.’

    Het hoofd van de politie van Tacoma, Washington, komt met eenzelfde logica: ‘Door klassieke muziek 
te spelen hopen we een onaangename omgeving te scheppen voor criminelen en mensen die graag de gangster uithangen.’ Een geregelde reiziger met de Londense ondergrondse verwoordt het effect van deze strategie in minder parlementaire termen: ‘Die jonge criminelen zeggen gewoon: “Nou, we kunnen hier naar die rotzooi gaan staan luisteren, of we kunnen, je weet wel, ergens anders crimineel gaan wezen.’

    Ga ergens anders crimineel wezen, dat zou de ondertitel kunnen zijn bij elke melodie die wordt ingezet door de muzikale misdaadbestrijders. Deze tactiek is in wezen niet bedoeld om een einde te maken aan 
de misdaad of zelfs om die te verminderen, maar 
om haar te verplaatsen. Daar komt bij dat winkeliersacties als deze meestal gericht zijn tegen kleinere criminaliteit zoals vandalisme en hinderlijk rondhangen – misdaden die schadelijk zijn voor eigendom, niet voor mensen, en meestal voor het eigendom van de machtigen.

    Zo keert muziek terug naar haar oudste evolutionaire functie: het claimen van een territorium. Uit zoölogisch onderzoek blijkt dat vogelgezang oorspronkelijk niet alleen was bedoeld om een partner aan te trekken, maar ook om territoriale rechten vast te leggen. Uit experimenten is gebleken dat vogels meestal wegblijven uit een gebied waarin een band met vogelgezang wordt afgespeeld. Deze agressieve kant van gezang bestond ook bij de vroege mens. Zo denkt primatoloog Thomas Geissmann: ‘Muziek van vroege mensachtigen kan dezelfde functies hebben gehad als het luide roepen van apen […] waaronder het bewaken van het territorium, intimidatie van andere groepen en het afbakenen van ruimtes.’ De liedjes zijn veranderd, maar de melodie is hetzelfde gebleven – verboden toegang: privé-eigendom. Muziek hakt openbare ruimte op in privéterritoria, en markeert middels orkestrale ‘intimidatie’ bepaalde gebieden als verboden terrein voor bepaalde groepen. En geen genre heeft zoveel intimiderende associaties met de hogere klasse als klassieke muziek.

    De overwinning van deze symfonische segregatie kan echter betekenen dat de klassieke muziek een nog grotere nederlaag lijdt. Iedereen weet dat muziek mensen aanspreekt onder het niveau van bewust denken, dat muziek ‘fluistert tot onze onbewuste geest’. Wanneer klassieke muziek geassocieerd wordt met ongastvrijheid, als middel tot gentrificatie, ontstaat het risico dat de houding van het grote publiek tegenover deze kunstvorm nog verder verzuurt, van onverschilligheid tot vermijdingsgedrag. De orkestrale intimidatiestrategie zal waarschijnlijk niet alleen een menigte mogelijke misdadigers verdrijven, maar ook generaties mogelijke concertbezoekers. Zo kan het gebeuren dat klassieke muziek zowel jonge delinquenten als jonge liefhebbers afschrikt. Het werkt tegen rondhangen én tegen luisteren.

    Misschien hebben we ooit de eeuwigheid gehoord
in de symfonische klassieken. ‘De Vijfde Symfonie van Beethoven,’ zo glunderde E.M. Foster, ‘is het meest sublieme geluid dat ooit is doorgedrongen tot het menselijk oor.’ Maar wanneer je Beethoven hoort op de stoep bij de Burger King, klinkt de melodie 
niet als een aankondiging van het sublieme, maar als een akelige waarschuwing om ‘weg te wezen’.

    Commercieel gebruik

    Klassieke muziek als wapen – het is een nieuwe stap in het commerciële gebruik van dit genre. De meeste jonge mensen van nu komen niet in aanraking met klassieke muziek als populaire kunstvorm, maar als een aanduiding van klasse. Decennia van cultureel conditioneren hebben het publiek geleerd om de symfonie te herkennen als geluidssteno voor sociale status – en dus ook voor het uitgesloten zijn van die status. De gemiddelde Amerikaan herkent de openingsakkoorden van ‘De Vier Jaargetijden’ niet als het geluid van de lente, maar als het geluid van snobisme. Op onze schermen is barok de achtergrondmuziek voor ‘oud geld’, voor de hogere klassen, en voor arrogantie. In de kern is die muziek er niet om gewaardeerd te worden, maar om geassocieerd te worden – en de associatie is meestal: elitair.

    Ooit was klassieke muziek een geliefd onderdeel van de populaire cultuur, maar voor het hedendaagse Hollywood is klassieke muziek de verontrustende aanduiding voor excentrieke genieën, vroegrijpe negenjarigen, en erkende psychopaten. Vioolspelen is een afwijkend trekje van bipolaire detectives en criminele meesterbreinen – geen gezonde gewoonte voor normale mensen.

    In het tijdperk van de massamedia komt het grote publiek vooral in aanraking met klassieke muziek via afzonderlijke fragmenten die uit grotere stukken zijn gehaald om hun symbolische kracht aan een commercieel doel te lenen. Kunstenaars en adverteerder ontleden klassieke werken in korte melodietjes en stellen een menu van muzikale motieven samen om hun boodschap de gewenste toon, stemming of associatie mee te geven. Als kunstmatige smaakstof voor het oor geven deze symfonische uittreksels aan scènes de synthetische emotie die ze moeten overbrengen. Een tikje Europese elegantie nodig? Mozart maakt die commercial voor een minibusje opeens aantrekkelijk. Mist je pannenkoekenreclame iets 
pittigs? Stuur Wagners ‘Walkurenrit’ van Walhalla naar het pannenkoekenhuis.

    Carmina Burana leidt een bestaan als permanent muzikaal cliché

    De artistieke gevolgen van dit soort praktijken zijn rampzalig. Als je Wagners Walkuren de rol van pannenkoekenverkoopsters geeft, zullen ze in het operatheater minder impact hebben. Sommige muziekfragmenten worden zo vaak geciteerd dat hun afgeleide associaties de oorspronkelijke muziek verdringen en goedkoop maken. Carmina Burana leidt een bestaan als permanent muzikaal cliché. ‘O Fortuna’ van Orff roept alleen maar de gedachte aan kitsch op; hoe kan een luisteraar nog een authentieke ontmoeting hebben met de koorzang van het noodlot?

    Zo’n cultuur van hapklare muziekbrokken ontkent de bepalende waarde van klassiek componeren: de lange ontwikkeling van complexe muzikale thema’s. Er is een tweetrapsmechanisme om een melodie ergens uit te halen en naar iets anders over te zetten: haal een thema van 15 seconden uit een symfonie van 45 minuten en plak dat op een heel ander onderwerp. Snij ‘O Fortuna’ los van een Latijnse cantate, zodat het op een Superbowl-spot voor Domino’s pizza’s geplakt kan worden. Deze transplantaties produceren een storend mengsel dat bovendien nóg een afschuwelijke bijwerking heeft: doordat stukjes muziek altijd zonder hun context worden geciteerd, vergeet het publiek dat ze een context hebben.

    Een schoolvoorbeeld van de benarde positie die de klassieke muziek inneemt in onze kapitalistische cultuur is Bachs ‘Prelude voor Cello Suite no. 1 in G-Majeur’. Deze twee minuten durende compositie, die door een columnist is omgedoopt tot de ‘Things Just Got Classy Song’ (het nu-wordt-het-chic-lied), is voor een verbijsterend groot scala aan doelen ingezet. In de Internet Movie Database staat het 73 keer vermeld, onder andere met optredens in primetime-series als Smallville en ER, in reclamecampagnes voor diepgevroren broccoli van Healthy Choice en voor hondenvoer van Pedigree, en in bioscoopfilms, variërend van Elysium en The Hangover Part II tot een korte cameo in Mega Shark vs. Giant Octopus. Vreemd genoeg gebruiken creatieve filmmakers en adverteerders van grote bedrijven de associatie van de Prelude met klassenstatus om twee tegenstrijdige gevoelens op
te roepen. Enerzijds dient de Prelude in films om de snobistische hypocrisie van de rijken te verbeelden en zo te benadrukken hoe misplaatst de aardige gewone man is in de hogere kringen; anderzijds citeren commercials het stuk om hun oppervlakkige verkooppraatje een elegante toon te geven, en zo het product te verbinden met het stilzwijgende verlangen bij het publiek naar een beter leven. Met andere woorden, de Prelude moet tegelijkertijd de hypocrisie van de hogere klassen aan de kaak stellen en inspelen op het verlangen van het publiek om daarbij te horen.

    In een recente commercial voor de Cadillac CTS wordt Bachs Prelude zelfs met name genoemd. In het spotje rijdt een elegant stel door een chique straat en zet de radio aan. ‘Bach Suite no. 1 in G Majeur,’ verklaart de man achter het stuur – hij is blijkbaar een kenner. Dan glijdt de camera naar het interieur van de auto en laat de elektronisch oplichtende titel van het muziekstuk op het dashboard zien. De boodschap is natuurlijk dat je niet alleen een auto koopt, maar ook lid wordt van een sociale elite. Het is een uitnodiging om bij een exclusieve club te komen, om iemand te worden die Bach-suites herkent bij hun naam en nummer. Een paar cellostreken verheffen een doodgewone autoreclame tot een groots visioen van een gelukkiger toekomst: een belofte van transformatie door de kracht van een persoonlijke aankoop.

    Wat betekent dit voor de Prelude – en dus voor de klassieke muziek? Bachs ‘Prelude voor Cello Suite no. 1’ heeft vele doelen gediend, van het tot leven wekken van megahaaien tot het verkopen van Cadillacs. Maar één doel dient het zelden: zichzelf. Door de gedwongen dienstverlening aan zo veel buitenstaanders – reclame, film, en politiewerk – verliest de Prelude zijn identiteit als onafhankelijk kunstwerk dat gehoord wil worden voor wat het is.