Tag: conflict

  • De Brexit schept een grens die er niet meer is

    De Brexit schept een grens die er niet meer is

    Vroeger hadden de Ieren een harde grens met Engeland toegejuicht. Maar nu de Brexit nadert vinden ze het jammer, schrijft de Ierse columnist Fintan O’Toole. ‘De tijd dat Iers-zijn het tegenovergestelde was van Engels-zijn is voorbij.’

    Die zomer hing in Londen een soort hitte die ik in Ierland nog nooit had gevoeld, zo drukkend en benauwd als je alleen in heel grote steden meemaakt. Het was 1969, ik was elf en dit was mijn eerste dag in Engeland. Samen met mijn vader en mijn broer was ik met de boot van Dublin naar Liverpool gekomen. Met de bus waren we door de Midlands gereden, een intens onbekend landschap van autowegen, benzinestations en reusachtige energiecentrales. Mijn vaders neef Vincent had ons opgewacht bij het busstation en een volgende bus bracht ons naar East End, waar we logeerden bij mijn moeders zus Brigid. Brigid was een non, dus eigenlijk logeerden we in een katholiek klooster.

    Vanwege de hitte en het vooruitzicht van drie dagen achter de kloostermuren besloot mijn vader dat hij wel een biertje kon gebruiken. Dus mijn vader en Vincent lieten mijn broer en mij met een flesje Fanta achter op een laag muurtje en verdwenen zelf de kroeg in. Ik weet nog dat ik op dat muurtje hard op mijn rietje zat te zuigen om de paniek te onderdrukken. We waren alleen in Engeland, van iedereen verlaten, op een wezensvreemde plek. ‘Engeland’ was een angstaanjagend begrip voor me.

    Uit de geschiedenislessen op school wist ik dat de Engelsen alleen maar slechte dingen tegen de Ieren hadden gedaan. En ik wist dat de kern van al die slechtigheid het protestantisme was. Er was maar één waar geloof en dat dat was natuurlijk het katholicisme, dus Engeland was in principe al abnormaal. Je wist nooit wat je van zulke mensen kon verwachten – alleen dat ze niet aardig waren.

    De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen

    Toen kwam er over de weg een enorm grote man aan in een wapperend wit gewaad, en zijn lengte werd nog geaccentueerd door een hoge muts van luipaardbont. Hij had een gevolg van vijf of zes mannen, ook in het wit, zij het minder flamboyant. Hij was kennelijk een soort hoogwaardigheidsbekleder, een koning of een stamhoofd. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Hij zag me kijken en op zijn gezicht verscheen een grote glimlach. Hij gaf me een klopje op mijn hoofd en zei in een voor mij onbekende taal iets tegen zijn kompanen. Hij vroeg: ‘Geniet je van je fles prik?’ ‘Prik’ was een woord dat we in Ierland niet gebruikten voor frisdrank, maar ik wist wat het betekende. Ik kende het woord uit de Britse stripverhalen die we verslonden. Het verbaasde me dat hij mijn broer en mij voor Engelsen hield. Ik wilde hem uitleggen dat hij zich vergiste, dat wij net als hij buitenlanders waren. Maar ik was te perplex om iets te kunnen zeggen en hij vervolgde majestueus zijn weg.

    Soms vraag ik me af wat ik als elfjarige tegen dat koninklijke personage zou hebben gezegd als ik in staat was geweest om mijn gevoelens uit te spreken. Stel dat hij mijn protest had weggewuifd: ‘Ik vind jou er Engels uitzien, dus wat is het probleem?’ Stel dat hij had gevraagd wat we daar überhaupt deden. Dan had ik moeten uitleggen dat mijn oom Vincent die in het café achter ons zat, uit het arbeidersmilieu in Dublin was weggegaan en erin geslaagd was om af te studeren op de universiteit van Oxford. En dat we logeerden bij mijn tante, de non, die als verpleegster in East End werkte. En dat we daarna in Maidstone zouden logeren bij mijn vaders broer Kevin die foerier was in het Britse leger en op de Tories stemde. En dat we daarna zouden logeren bij mijn moeders broer Pete en zijn vrouw in Manchester; hij was buschauffeur en zij stemden Labour.

    En dat al hun kinderen – de neven en nichten die Engels met het plaatselijke accent spraken – net zo waren als ik: we speelden dezelfde spelletjes, keken naar dezelfde tv-programma’s, luisterden naar dezelfde popmuziek en we konden meteen goed met elkaar opschieten omdat we familie waren.

    Ik weet niet of hij ervan overtuigd zou zijn dat mijn Iers-zijn iets meer was dan een kleine lokale variatie op het Engels-zijn. Het was natuurlijk veel meer – en dat is het nog steeds. Het Iers-zijn is niet iets wat je hoeft te bewijzen. Maar het ligt ook weer niet zo simpel en het is zeker niet wat ik als jongetje dacht dat het was: het tegenovergestelde van Engels-zijn.

    Meerduidig en complex

    Relaties binnen wat we nu ‘de eilanden’ noemen zijn meerduidig en complex. Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland en de Ierse Republiek vormen een soort matrix, maar die verschuift voortdurend en is nooit stabiel. De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen. Engeland was industrieel, dus Ierland moest zijn onderontwikkelde en gedeïndustrialiseerde economie tot deugd verheffen. Engeland was urbaan, dus Ierland moest een exclusief rustiek imago van zichzelf creëren. De Engelsen waren wetenschappelijke rationalisten, dus wij moesten als Ieren de mystieke dromers van dromen zijn. Zij waren Angelsaksen, dus wij waren Keltisch. Zij hadden een monarchie, dus wij een republiek. Zij ontwikkelden een welvaartstaat, dus wij vertrouwden op de genade van de liefdadigheid.

    Maar zo simpel was het leven niet. Mijn tantes en ooms waren dolblij met hun werk in de fabriek en de dienstverlening in Engelse steden. Ze emigreerden niet zozeer naar Engeland als wel naar de welvaartsstaat. De Ieren hielpen de National Health Service opbouwen en genoten van de voordelen ervan. Ze maakten gebruik van de onderwijsmogelijkheden die de Britse sociale democratie hun bood. En hoewel ze zeker wel racistische trekjes hadden, genoten ze van het leven in een multi-etnische samenleving.

    Hoewel het katholicisme een belangrijk punt van onderscheid was, gaven veel Ieren er de voorkeur aan om in Engeland te wonen omdat ze dan verlost waren van seksuele vooroordelen. Zes jaar na mijn eerste bezoek werkte ik als zeventienjarige in de zomervakantie in een bioscoop in Piccadilly Circus. Daar werd me voor het eerst gevraagd: ‘Ben je homo of hetero?’ Me bijna verontschuldigend mompelde ik dat ik hetero was – verontschuldigend omdat ik me meteen realiseerde dat bijna iedereen die daar werkte homo was. De manager was homo en hij nam homo’s in dienst om van het bedrijf een soort veilige haven te maken. Ik had de baan gekregen op basis van een verkeerde inschatting, maar ik werd getolereerd. Het was voor mij een belangrijke, zij het wat vreemde ervaring: ik kon even meemaken hoe het was om tot een seksuele minderheid te behoren.

    Op verschillende manieren betekende Engeland dat voor veel Ieren: het land leerde ons dat ‘meerderheid’ en ‘minderheid’ willekeurige typeringen waren. In Ierland maakten de meesten van ons deel uit van een meerderheidscultuur; in Engeland moesten we leren wat het was om tot de weinigen te behoren in plaats van tot de velen. Dus we hadden twee verschillende ideeën over Engeland: als het tegenovergestelde van Ons en als een plek waar Wij iets veel ruimers betekende.

    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte
    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Maar de opvatting dat Ierland en Engeland elkaars tegenovergestelde zijn is allang achterhaald. Ierland is veel minder katholiek en Engeland veel minder protestants; in elk geval speelt religie een veel minder belangrijke rol in de identiteit van beide landen dan vroeger. De historische vijandigheid heeft plaatsgemaakt voor intense samenwerking en een gedeeld belang in vrede. En wellicht het belangrijkste: Engeland en Ierland zijn niet langer de tegenovergestelde nationaliteitspolen op de ‘eilanden’ – Wales en in het bijzonder het zelfstandigere Schotland zijn veel assertievere delen van de matrix.

    Het wegvallen van deze simplistische tegenstelling is alleen maar goed. Maar de andere, positievere, kant van de oude tegenstelling is ook aan het verdwijnen, deels omdat Ierland is veranderd. De tijd is allang voorbij, bijvoorbeeld, dat Ieren de zee moesten oversteken om het leven in een multi-etnische samenleving te ervaren – de sinds de jaren negentig snel toenemende immigratie heeft ertoe geleid dat ze dat ook in hun eigen land kunnen ervaren. De strijd is ook voorbij dat LHBT-ers het gevoel hadden dat ze naar Engeland moesten om een tolerantere cultuur te vinden. Ierse vrouwen gaan nog steeds wel naar Engeland voor een abortus die ze in hun eigen land niet kunnen krijgen, maar die tijd zal ook langzaam voorbijgaan nu Ierland op het punt staat de strenge abortuswet te veranderen. Als Engeland in mindere mate een toevluchtsoord is voor Ieren, komt dat deels doordat er minder is om voor te vluchten.

    Paradox

    Als de tegenstellingen waar we aan gewend waren verdwenen zijn, blijft voor ons de paradox over: de Ierse Zee heeft nog nooit zo smal geleken en de twee kanten zijn nog nooit zo gelijk geweest. Toch zullen Ierland en Engeland binnenkort wellicht meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er dan een EU-grens tussen ligt. Er was natuurlijk een tijd dat veel Ieren van zo’n situatie zouden hebben gedroomd, dat nationalisten niets liever wilden dan dat de hoogst mogelijke barrières tussen Ierland en Engeland werden opgeworpen.

    Maar nu kom je bijna geen Ier meer tegen die het niet diep betreurt. Dat zegt op zichzelf al veel. Onder al dat politieke gedoe heeft alles zich heel fatsoenlijk geschikt, in een over het algemeen tevreden nabuurschap. Na zo veel eeuwen van verbittering is dat geen sinecure. De Engelsen en de Ieren hebben onderling geen problemen meer. En juist het feit dat er geen problemen meer zijn is nu een big deal.

    Auteur: Fintan O’Toole
    Vertaler: Paul Bruijn

    Lees ‘Brexit kan Groot-Brittannië en Ierland opnieuw verdelen’ terug in Reader # 0.

    The Irish Times
    Ierland | dagblad | oplage 61.049

    In 1859 opgericht door protestanten. Tegenwoordig staat de krant onder controle van een groep ‘trustees’, die de politieke en religieuze onafhankelijkheid bewaakt. The Irish Times heeft nog altijd een groot correspondentennetwerk en vele prominente ‘pennen’.

  • Macedonië, pas je naam aan en word lid van NAVO en EU

    Macedonië, pas je naam aan en word lid van NAVO en EU

    Het geschil over de naam ‘Macedonië’ vergiftigt nu al bijna dertig jaar de betrekkingen tussen Athene en Skopje. Maar volgens de Kroatische krant Jutarnji List is er een compromis in zicht.

    In de ‘namenoorlog’, waarin 
Griekenland en Macedonië tegenover elkaar staan, gebeuren soms grappige dingen. Zo heeft Griekenland Macedonië ooit gewaarschuwd voor 
‘de territoriale pretenties van Skopje’ (de naam die de Grieken gebruiken om Macedonië aan te duiden, als ze het VN-acroniem FYROM niet gebruiken: the former Yugoslav Republic of 
Macedonia). Een Macedonische minister reageerde prompt met de opmerking dat zijn land maar over een paar 
helikopters beschikt, die bovendien geschonken zijn door Griekenland, 
een NAVO-lidstaat. En met die paar helikopters wordt het land geacht 
zich te beschermen tegen een aanval.

    Een andere keer wilde een Griekse minister bij een bezoek aan het buurland niet landen in Skopje, omdat de luchthaven daar de naam ‘Alexander de Grote’ draagt. Hij landde liever op de luchthaven Adem-Jashari van Pristina, de hoofdstad van Kosovo, een staat die Griekenland niet erkent, terwijl die luchthaven de naam draagt van de stichter van het UCK (het bevrijdingsleger van Kosovo). De minister in kwestie werd vervolgens van Pristina met de auto naar Skopje gereden.

    Tijdens debatten in Brussel maken sommige leden van het Europese 
Parlement graag grapjes over het geschil rond de naam Macedonië. Ze vragen zich dan af hoe de burgers van het land Fyrom eigenlijk moeten worden genoemd. Fyromiërs? Fyromenzen? Fyromezen? Dat klinkt de Macedoniërs als een diepe belediging in de oren.

    Oplossing

    Macedonië is het enige land dat is 
ontstaan uit de voormalige Republiek Joegoslavië dat geen grensgeschil heeft met buurlanden. Maar het geschil 
tussen Skopje en Athene over de naam duurt al bijna dertig jaar. En hoewel het gaat om een geschil tussen twee staten, betaalt alleen Macedonië hiervoor een prijs. Macedonië heeft jaren verloren in het toetredingsproces tot de NAVO en de EU. Achtentwintig jaar geleden lag het land ver voor op Kroatië. Het was het eerste voormalige Joegoslavische land dat in aanmerking kwam voor EU-programma’s en een stabilisatie- en associatieovereenkomst sloot met ‘Brussel’. Het land was ook het eerste op de westelijke Balkan dat een vredespartnerschap sloot, een samenwerkingsprogramma van de NAVO. Maar inmiddels heeft Kroatië, dat vijf jaar geleden eveneens een partnerschap sloot met de EU en negen jaar geleden tot de NAVO toetrad, het land ruim ingehaald. Macedonië is zelfs ingehaald door Albanië en heeft grote achterstand opgelopen ten opzichte van Servië en Montenegro. Zonder de Griekse blokkade zou Macedonië ongetwijfeld allang zijn toegetreden tot de NAVO en de EU, en zouden de etnische problemen die verband 
houden met de status van de Albanezen in het land op de achtergrond zijn geraakt. De vertraagde Euro-Atlantische integratie heeft het ongenoegen van de Albanezen van Macedonië gevoed.

    Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik 
van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. (Zie ook onder dit artikel.)  – © HH
    Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik 
van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. (Zie ook onder dit artikel.) – © HH

    De manifestatie tegen ‘de uitverkoop van Macedonië’ die onlangs werd 
georganiseerd in Thessaloniki (er 
kwamen volgens neutrale waarnemers honderdduizend mensen op af, volgens de organisatoren een half miljoen), toonde aan hoe hoog de nationalistische gemoederen nog steeds oplopen. Het was een van de grootste demonstraties in Griekenland, groter dan de protestdemonstraties tegen de bezuinigingsmaatregelen die werden opgelegd door de EU of tegen de corruptie. Ook in Macedonië is het gemakkelijker om mensen op de been te krijgen voor het geschil over de naam van het land dan om te protesteren tegen de corruptie, de georganiseerde misdaad of de schendingen van de mensenrechten en de mediavrijheid.

    Toch heeft de manifestatie laten zien dat een oplossing van het geschil in zicht is. Natuurlijk zetten de Grieken altijd maximaal in – en als je de 
betogers mag geloven zou de enige 
aanvaardbare oplossing er een zijn waarin de naam Macedonië niet 
voorkomt. Maar omdat dit onmogelijk is, wordt er waarschijnlijk een geografisch compromis gesloten zoals ‘Noord-Macedonië’ of ‘Vardar-Macedonie’ (naar de rivier die door het land stroomt). 
Of anders ‘Nieuw-Macedonië’. De naam ‘Slavisch Macedonië’ is niet aanvaardbaar voor de Albanezen in het land, die 30 procent van de bevolking uitmaken – en geen ‘Slaven’ zijn. Door een nieuwe naam te aanvaarden voor hun land 
zouden de Macedoniërs een duidelijk signaal kunnen afgeven en toegeven dat zij niet de erfgenamen zijn van Alexander de Grote, omdat zij pas ver na de Klassieke Oudheid op de Balkan zijn gearriveerd (in de zesde en zevende eeuw).

    We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar 
prijzen

    We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar 
prijzen. Hoewel Brussel tot dusver geen druk heeft uitgeoefend op Griekenland om minder onbuigzaam te zijn in deze kwestie, is destabilisering van het buurland (en van alle andere Balkanstaten) absoluut niet in het belang 
van Athene. De spanningen dreigen weer op te lopen bij iedere nieuwe 
vertraging in het toetredingsproces van Macedonië tot de NAVO en de EU, nu het idee om Kosovo en Bosnië en 
Herzegovina op te delen weer de kop opsteekt.

    Voor de EU is het onontbeerlijk om 
het toetredingsproces van Macedonië weer op gang te brengen. Macedonië voldeed zeven jaar geleden al aan alle voorwaarden om de onderhandelingen te beginnen. In deze maand februari zal de Europese Commissie haar goedkeuring hechten aan een uitbreidingsstrategie voor de Westelijke Balkan. Voor het eerst gaat zij een tijdschema opstellen voor de toetreding van de meest gevorderde kandidaat-lidstaten, te weten Servië en Montenegro. De kans is groot dat de Commissie ook zal aanbevelen om toetredingsonderhandelingen met Albanië en Macedonië 
te beginnen.
    Zo zou Macedonië zijn 
achterstand voor een deel kunnen inlopen. Griekenland en de EU zouden er aan geloofwaardigheid mee winnen, en het zou een positief effect op de regio kunnen hebben. Nu er weer een krachtmeting dreigt tussen het 
Westen en Rusland is het van belang de Russische invloed in deze regio zo veel mogelijk te beperken.

    Auteur: Augustin Palokaj
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. De demonstratie voor het Griekse parlement was georganiseerd door de conservatieve partij Nieuwe Democratie, die momenteel in de peilingen aan kop gaat. – © HH

    Jutarnji List
    Kroatië | dagblad | oplage 53.000

    Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.

  • Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Eind januari veroverden rebellen van de Zuidelijke Overgangsraad de havenstad Aden op het 
regeringsleger. Reden voor de Amerikaanse site 
The Hill om de belangrijkste spelers en oorzaken 
van het conflict nog eens op een rij te zetten.

    Als Washington Jemen ter 
sprake brengt gaat het meestal over toenemende hongersnood, die ten minste voor een deel is te wijten aan onnauwkeurige Saoedische bombardementen op pro-Iraanse Houthi’s. Het werkelijke, verborgen verhaal betreft de beschamende 
Saoedische militaire incompetentie en het reële gevaar dat het conflict zich uitbreidt, met Iran als lachende derde.

    Sinds de oorlog in maart 2015 begon, heeft de door Saoedi-Arabië en de
 Verenigde Arabische Emiraten (VAE) geleide alliantie geprobeerd de internationaal erkende regering van 
president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die in ballingschap in Riyad leeft, weer in het zadel te helpen. Geholpen door Colombiaanse huurlingen veroverden VAE-troepen in snel tempo de zuidelijke havenstad Aden. De Houthi’s wisten echter de controle over de hoofdstad Sanaa te behouden. Ze deden dat samen met troepen die loyaal waren aan ex-president Ali Abdullah Saleh. De Houthi’s komen uit de streek rond de noordelijke stad Sanaa. Het gebied dat ze nu beheersen beslaat weliswaar slechts 20 procent van Jemens oppervlak, maar 80 procent van de 28 miljoen inwoners woont er.

    Langs de noordgrens van Jemen wisten de Saoedische strijdkrachten alleen een stukje nabij de Rode Zee te veroveren. De militaire realiteit is in feite omgekeerd: de Houthi’s beheersen een kilometersdiepe strook Saoedisch land, ten oosten van de stad Jizan en verder oostwaarts in de richting van Najran. Het gaat om zo’n 150 vierkante kilometer, mogelijk meer. Of het land daadwerkelijk ‘bezet’ kan worden genoemd is niet helemaal duidelijk: af en toe weet het Saoedische leger erin door te dringen, maar in ieder geval gebruiken de Houthi’s het gebied als basis voor aanvallen op Saoedische militaire 
posities en grenssteden.

    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte
    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte

    De wijze waarop diplomaten lucht geven aan hun mening over de prestaties van het Saoedische leger zijn, tja, niet erg diplomatiek. Adjectieven als ‘slecht’, ‘afschuwelijk’ en ‘ontstellend’ zijn niet van de lucht en hebben zowel betrekking op het leger in het algemeen als op de speciale strijdkrachten en de luchtmacht. Ergerniswekkend, zo beoordelen de westerse bondgenoten van Saoedi-Arabië, de Verenigde Staten inbegrepen, de situatie op het slagveld, en ze willen de patstelling doorbreken.

    Een gelegenheid daartoe scheen zich in december voor te doen, toen de 
alliantie van Houthi’s en Saleh uit elkaar viel en Saleh een paar dagen later werd gedood in een hinderlaag. 
Er waren echter ook allerlei andere verwikkelingen. Saoedi-Arabië en de VAE lijken anders te denken over het nut om president Hadi te blijven 
steunen. Onlangs vormden Zuid-
Jemenitische activisten in Aden een ‘Zuidelijke Overgangsraad’, die zwoer de regering-Hadi omver te werpen. 
Het initiatief genoot op zijn minst de impliciete steun van de VAE, maar een Saoedische functionaris noemde het meteen ‘onaanvaardbaar’.

    De rol van Iran is onopvallend maar significant. In Teheran lijkt er iemand aan de knoppen te zitten die de spanning weet op te voeren zonder een directe Saoedisch-Iraanse confrontatie uit te lokken. Er zijn raketten ingezet tegen Amerikaanse marineschepen 
in de strategische waterweg Bab al Mandab, die de Indische Oceaan met de Rode Zee verbindt; een Saoedisch fregat werd zwaar beschadigd door een dronespeedboot. Beide acties zijn aan Iran toe te schrijven.

    Het werkelijke verhaal betreft de beschamende Saoedische militaire incompetentie

    In november kwam een Jemenitische raket, waarvan het bereik door Iraanse ingenieurs was vergroot, neer bij het belangrijkste vliegveld van Riyad, op ruim 800 km van Houthi-grondgebied; de maand daarop werd een andere raket afgevuurd op een koninklijk paleis in de Saoedische hoofdstad. Eveneens in december zouden de Houthi’s naar eigen zeggen een 
raket hebben afgeschoten op een kerncentrale in aanbouw nabij Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE. VAE-functionarissen lachten dit bericht weg. 
Westerse collega’s namen het daarentegen wél serieus en zeiden dat de Houthi’s aardig op weg waren een reële bedreiging te vormen voor de VAE.

    Een ogenschijnlijk zijdelingse, maar in werkelijkheid centrale speler is Oman, dat zowel aan Saoedi-Arabië en de VAE als aan Jemen grenst. Het is aannemelijk dat dit land als doorvoerroute dient voor Iraanse militaire technologie, bestemd voor Houthi-troepen. Het is tevens zeer wel mogelijk dat de zieke sultan Qaboes van Oman dit opzettelijk toelaat. De 77-jarige vorst stoort zich naar verluidt aan wat hij beschouwt als een dwaze interventie van Saoedi-Arabië en de Emiraten in Jemen. Riyad en Abu Dhabi zien op hun beurt de hulp die de sultan in de jaren zeventig van Perzische troepen kreeg om rebellen te verslaan, als een precedent van Teherans onwelkome bemoeienissen op het Arabische schiereiland.

    De aan kanker lijdende sultan Qaboes, die volgens ten minste één inlichtingendienst 2019 niet zal halen, is waarschijnlijk ook ontstemd over de recente aflevering van Saoedische militaire voertuigen in de Jemenitische haven van Nishtun. Dit zou een opmaat kunnen vormen tot uitvoering van het al lang sluimerende Saoedische voornemen een corridor te creëren tussen Jemen en Oman, om zo directe toegang te verkrijgen tot de Indische Oceaan. 
In het verleden zorgde Oman voor informele diplomatieke contacten tussen de Houthi’s en Riyad, een functie die zou moeten worden gereactiveerd.

    Vermoorde onschuld

    Ondertussen blijft Iran de vermoorde onschuld spelen. In de Financial Times van 22 januari pleitte de Iraanse 
minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif ervoor een forum op te zetten voor regionale 
dialoog in de Perzische Golf. ‘Onze 
uitnodiging tot dialoog bestaat al jaren en blijft openstaan. We kijken uit naar de dag dat onze buren deze aanvaarden en hun bondgenoten – in Europa en elders in het westen – hen daarin 
aanmoedigen.’

    Vrijwel zeker onbedoeld zullen deze woorden Washington in staat stellen Riyad over te halen te luisteren naar Amerikaans advies over Jemen.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Hill
    VS | oplage 24.000

    Krant over (overwegend 
binnenlandse) politiek, beleid en economie, 
uitgegeven door Capitol Hill.

  • Palestijnse leiders, geef het goede voorbeeld!

    Palestijnse leiders, geef het goede voorbeeld!

    Gezien de blijvende onzekerheid over de toekomst van Palestina dringt een Europese diplomaat er bij de Palestijnse elites op aan hun verantwoordelijkheid te nemen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week hebben meerdere Europese landen de staat Palestina erkend. Sommigen zien dit als een noodzakelijke stap op weg naar vrede, anderen denken dat de oorlog in Gaza er alleen maar door zal verergeren. Weer anderen zien de erkenning als een puur symbolische daad die geen enkel effect zal hebben als er niet tegelijk sancties aan Israël worden opgelegd.
    Dit artikel van Your Middle East uit 2016 betoogt dat voor een eigen Palestijnse staat vooral verandering van binnenuit noodzakelijk is. Veel Palestijnen zien het nut van een eigen staat niet in zolang het huidige impotente leiderschap op het regeringspluche blijft zitten, aldus de auteur, die anoniem wenst te blijven.

    De Palestijnse Autoriteit (PA) is verworden tot een zielloze, kreupele overheid, een slap aftreksel van een echte regering

    De laatste presidentsverkiezingen vonden plaats in 2005. De laatste verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad zijn alweer meer dan tien jaar geleden. Toch is Abbas nog steeds in functie en blijven veel parlementariërs, van wie het mandaat al jaren geleden afliep, hun salaris incasseren en gebruikmaken van hun werkkamer en ambtsauto, zonder dat ze een vinger uitsteken voor het herstel van gezonde democratische machtsverhoudingen en parlementaire controle. Al hun energie lijkt op te gaan aan het gekissebis tussen Fatah en Hamas over wie verantwoordelijk is voor deze vreselijke impasse.

    Als dat een voorbode is van de toekomst, als een eventuele Palestijnse staat is voorbestemd om de zoveelste zwakke en autoritaire Arabische staat te worden, zo vragen veel Palestijnen zich af, waarom zouden ze daar dan nog moeite voor doen? Wie wil zich inzetten voor een autoritaire president die aan niemand verantwoording aflegt? Of voor een van de talloze konkelende politici die liever proberen zoveel mogelijk macht te verwerven voor het geval dat Abbas vertrekt dan zich in te zetten voor een vredesakkoord dat de basis voor die macht alleen kan ondergraven? De bezieling lijkt verdwenen.

    De Palestijnse Autoriteit (PA) is verworden tot een zielloze, kreupele overheid, een slap aftreksel van een echte regering. De dagen dat Fatah een politiek programma had, liggen ver achter ons. Er worden internationale bezoekers ontvangen, er worden donorgelden aanvaard en salarissen betaald. Elke dag staan soldaten de straat te bewaken als de stoet auto’s van president Abbas langskomt. Verder wordt hij 
zelden gezien.

    De revolutionairen van weleer zitten nu comfortabel op het pluche – een beetje al te comfortabel, volgens veel burgers. In de ogen van veel Palestijnen zijn het onderhand burgemeesters in oorlogstijd, die 
miljoenen aan ontwikkelingsgeld te besteden hebben. Met elke belofte van verzoening die weer niet wordt nagekomen en elke deadline voor nieuwe verkiezingen die wordt overschreden, slinkt het vertrouwen van de Palestijnen dat hun leiders echt voor hun belangen opkomen en oog hebben voor hun welzijn.

    Donorgelden

    Er is geen alternatief, zo wimpelen Palestijnse functionarissen kritiek steevast af. Geef je Israël de touwtjes weer in handen, dan zullen de Palestijnen daaronder lijden. Israël wil zich niet houden aan de verplichtingen 
die het internationaal recht een bezettingsmacht oplegt. Instandhouding van een zwakke en door de internationale gemeenschap gefinancierde eigen regering is veel goedkoper voor Israël en veel veiliger voor de Palestijnen. Breken met het Oslo-proces, de grondslag voor de Palestijnse Autoriteit, 
zal de Palestijnen in elk geval op korte termijn alleen maar verlies opleveren. De economie kan dan in een vrije val raken en honderdduizenden Palestijnen kunnen hun uitkering verliezen. Het kan het einde betekenen van de donorgelden die de Palestijnse Autoriteit ondanks haar gebrek aan legitimiteit nu nog krijgt omdat ze stabiliteit brengt. Op die manier zorgen de Israëlische bezetters en de donorlanden ongewild (of volgens cynici zelfs met opzet) dat de Palestijnen geen kant op kunnen.

    Die donorgelden houden ook de illusie in stand dat er onder de bezetting sprake kan zijn van een status quo. Maar de basis voor een staat brokkelt steeds verder af, met elk huis dat in de nederzettingen wordt gebouwd, met elk Palestijns huis dat wordt gesloopt en elk stuk land dat wordt onteigend. En intussen wordt de Palestijnse Autoriteit, als een soort modeldorp, met internationale hulpgelden overeind gehouden. De donorlanden praten vol vuur over natievorming, maar kritische Palestijnen zeggen dat het vooral om kunstmatige stabiliteit gaat, dat ze alleen de lieve vrede willen bewaren 
en hun morele schuldgevoel afkopen over het feit dat zij (de donorlanden) niets doen tegen de evidente groei van Israëlische nederzettingen en tegen 
de mensenrechtenschendingen.

    Jonge Palestijnse vrouwen winkelen in Ramallah. – © Hollandse Hoogte
    Jonge Palestijnse vrouwen winkelen in Ramallah. – © Hollandse Hoogte

    Wat kunnen de Palestijnen doen? Ze hebben momenteel ook geen perspectief op gelijke rechten als burgers van Israël. De steeds fellere rechtse Israëlische regering heeft de situatie van de Palestijnen in praktisch alle opzichten verder verslechterd en de Palestijnse leiders hebben daar geen antwoord op. Dat blijkt wel uit de recente piek in het Palestijnse geweld (en de keiharde Israëlische reactie daarop). Er zit geen politiek programma achter de steekpartijen en de aanslagen met auto’s. 
Ze zijn een gruwelijk symptoom van uitzichtloosheid en gebrek aan visie. In hun destructiviteit geven ze geen enkel ander signaal af dan een afkeer van alles – van de verstikkende Israëlische bezetting, de verstikkende Palestijnse Autoriteit, de verstikkende Palestijnse maatschappelijke structuren.

    Palestijnse beleidsmakers die nog wel hart voor de zaak hebben, zie ik steeds weer tegen een muur aanlopen, ik zie de burgers steeds wanhopiger worden en ik zeg dan ook tegen mijn Palestijnse vrienden: doe niet langer alsof je ook maar enige invloed op de situatie hebt, louter om donorgelden te blijven ontvangen. Want dat geld is eerder een schaamlap voor de bezetting dan een deken voor jullie. Besef dat zelfs de Israëlische oppositie eerder uit is op een vredesproces dat internationale kritiek afwendt dan op een echte oplossing. Voer een eerlijk openbaar debat over wat dat betekent.

    Er zit geen politiek programma achter de steekpartijen en de aanslagen met auto’s

    Israël zal de Westelijke Jordaanoever nooit opgeven. Dwing de Israëli’s dus om openlijk te kiezen: apartheid of democratie. Maak een eind aan 
de leugen dat deze bezetting tijdelijk is – een leugen die in stand wordt gehouden door het vasthouden aan de Oslo-akkoorden, oorspronkelijk bedoeld als tijdelijk mechanisme 
dat in 1999 had moeten uitmonden in een Palestijnse staat. Dwing de internationale gemeenschap een beleid te ontwikkelen waarbij Israëlische mensenrechtenschendingen niet kunnen worden afgekocht met een sloot ontwikkelingsgeld.

    Oefen druk uit op internationale instellingen en donorlanden om meer te doen dan het afgeven van steeds weer dezelfde afgezaagde, en daardoor uiteindelijk betekenisloze 
persverklaringen waarin men zorgen uitspreekt over het zoveelste voorbeeld van landroof of uitbreiding van de nederzettingen door Israël. Dat is al net zo’n poppenkast als het hele optreden van de Palestijnse Autoriteit. Verwerp de internationale consensus dat de vorming van een Palestijnse staat afhankelijk is van Israëls goedkeuring en gooi het over een totaal andere boeg.

    Haal de banden tussen Gaza en de Westoever aan. Vorm jullie Palestijnse instellingen om tot lichtende 
voorbeelden van openheid en transparantie, instellingen waar elke Palestijn zich in vertegenwoordigd kan voelen en trots op kan zijn. Zet de groeiende bekrompenheid van de Israëlische democratie voor schut door zelf een bruisende cultuur van vrije meningsuiting en uitwisseling van gedachten te ontwikkelen. Kom met progressieve oplossingen die verder kijken dan de optie van twee staten op etnisch-religieuze grondslag. Maak van Palestina een idee dat wereldwijd aanspreekt. Kortom: bevrijd Palestina door de Palestijnen te bevrijden.

    De auteur, die anoniem wenst te blijven, is een voormalig functionaris van een EU-land die betrokken was bij het vredesproces in het Midden-Oosten.

    Vertaler: Frank Lekens

  • 2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    Het idee dat klimaatverandering automatisch tot conflicten leidt klopt niet, zeggen wetenschappers. ‘Wateroorlogen’ zoals in de Mad Max-films hoeven we op korte termijn niet te verwachten. Toch zijn er wel verbanden.

    Of drastische wijzigingen in het weerpatroon de oorzaak zijn van oorlog en geweld staat al heel lang ter discussie. Ging er begin vijftiende eeuw bijvoorbeeld een lange droogteperiode vooraf aan de ondergang van het Khmer-rijk? En was de Kleine IJstijd, halverwege de zeventiende eeuw, de voornaamste oorzaak van de hevige oorlogen in Europa, het Ottomaanse rijk en China? 

    De wereld van nu is zo complex dat zulke simplistische vergelijkingen en veronderstellingen niet opgaan, laat staan dat de toekomst valt te voorspellen. Toch waarschuwen wetenschappers dat een veel warmere aarde en rampzalige weersveranderingen de balans naar de verkeerde kant zouden kunnen laten doorslaan. Het vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) spreekt van ‘de niet onterechte zorg’ dat klimaatverandering in bepaalde gevallen de kans op gewapende conflicten zal vergroten, ‘zelfs al is de omvang van het effect onduidelijk’. 

    In de meeste onderzoeken wordt klimaatverandering niet beschouwd als een rechtstreekse oorzaak van conflicten, maar als een van de vele met elkaar verband houdende factoren die de dreiging verhevigen, zoals armoede, uitsluiting van etnische bevolkingsgroepen, verkeerd overheidsbeleid, politieke instabiliteit en maatschappelijke afbraak. ‘Het ontbreekt ons nog aan het laatste puzzelstukje dat bewijst dat klimaatverandering conflicten veroorzaakt, maar we weten dat er een verband bestaat tussen de variabelen,’ zegt Koko Warner van het Institute for Environment and Human Security van de Universiteit van de Verenigde Naties (unu). ‘We zien nog niet dat mensen de wapens tegen elkaar opnemen omdat ze een gebrek aan zoet water hebben of dat het stijgende zeewater hele volken in elkaars armen drijft.’

    Lake Nakuru National Park. – © Reuters
    Lake Nakuru National Park. – © Reuters

    Klimaatverandering zorgt onmiskenbaar voor nieuwe spanningen tussen landen. Essentiële natuurlijke grondstoffen, zoals water, nemen af in landsgrenzen overschrijdende delta’s. Ook doen zich nieuwe mogelijkheden tot exploratie en ontginning voor in gebieden die ooit met ijs bedekt waren, zoals de Noordpool. Maar volgens deskundigen hebben dat soort spanningen tot nu toe meer verdragen dan conflicten opgeleverd. En toch. Het netwerk van Amerikaanse inlichtingendiensten heeft wereldwijde trends voor 2030 voorspeld en waarschuwt dat ‘schermutselingen niet vallen uit te sluiten tussen landen die rivierdelta’s in zwaar getroffen regio’s met elkaar delen, vooral niet gezien de andere spanningen die zich tussen hen voordoen’. 
Dergelijke regio’s – Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Azië en Noord-China – kennen tevens de grootste bevolkingsgroei, waardoor 
de schaarse bronnen nog meer onder druk komen te staan. 

    Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven

    De unu heeft het verband onderzocht tussen de opwarming van de aarde, ‘waterconflicten’ en veiligheid, met 
elf casussen in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en de Sahel. Uit het onderzoek, Clico genaamd, bleek dat klimaatverandering ‘geen belangrijke bron van geweld en onveiligheid’ is, niet tússen landen en niet erbinnen. Wel wees het uit dat problemen zich kunnen voordoen of kunnen verergeren door de manier waarop een land met klimaatverandering omgaat.

    Julia Kloos, een Duitse onderzoekster van Clico, vindt dat we moeten oppassen met generaliserende uitspraken over klimaatverandering enerzijds en oorlog en geweld anderzijds en daar niet zonder meer een verband tussen moeten leggen. Elke situatie is anders: ‘We moeten het van geval tot geval bekijken.’ Volgens Kloos pakt de manier waarop landen op klimaatverandering reageren negatief uit voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Zo claimen boeren in Niger die kampen met droogte, overstromingen en hitte soms met geweld grond en water, waardoor nomadische herders in hun voortbestaan worden bedreigd. Conflicten over water zijn 
er ook in Kenia en Ethiopië en treffen vooral marginale bevolkingsgroepen.

    Van droogte naar oorlog?

    In recent onderzoek wordt de droogte in Syrië van enkele jaren geleden – en de verkeerde manier waarop de regering daarmee omging – genoemd als katalysator van de opstand die tot de burgeroorlog heeft geleid.

    Of het conflict tussen Palestina en Israël zal verergeren doordat hun gedeelde watervoorziening slinkt, is in dit verband een cruciale vraag. Klimaatverandering bedreigt de watertoevoer in de Jordaandelta, die Israël deelt met het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever en met delen van Libanon, Syrië en Jordanië. Hoe hevig het conflict ook is, het ontziltingsproject waar Israël aan werkt wordt beschouwd als een kans op vrede en samenwerking in de regio.

    Volgens het ipcc-rapport is het risico op klimaatgerelateerde conflicten het grootst in zwakke staten, in gebieden waar eigendomsrechten in het geding zijn en daar waar de ene bevolkingsgroep de andere overheerst. Vandaar dat de manier waarop Zuid-Soedan zich aan het broeikaseffect aanpast waarschijnlijk eerder tot problemen zal leiden dan de manier waarop een land als Italië dat doet, zoals Kloos opmerkt. 

    Ook proactieve maatregelen, bijvoorbeeld meer bossen aanleggen om de kooldioxide-uitstoot te verminderen, bomen kappen voor de productie van biobrandstoffen en waterkracht gebruiken als duurzame energievoorziening, kunnen tot conflicten leiden en bestaande conflicten verhevigen doordat mensen van hun land worden verdreven of niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

    Koko Warner van het unu: ‘We weten dat klimaatverandering de kwetsbaarste groepen het hardst raakt en dat is reden tot zorg. Wanneer mensen systematisch buiten het besluitvormingsproces worden gehouden, kan dat tot botsingen leiden.’ Volgens haar zijn goede maatschappelijke banden van groot belang om te kunnen overleven. ‘Toen de droogte in India hele gemeenschappen bedreigde, trokken de mensen eerst naar elkaar toe. Maar toen de 
toestand extreem begon te worden, gingen ze voedsel hamsteren. Conflicten ontstaan als mensen niet samenwerken en alle strategieën om risico’s in te dammen in rap tempo overboord worden gezet.’

    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. –   
© Michael Kamber / HH
    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. – 
© Michael Kamber / HH

    Waarschijnlijk zullen conflictsituaties zich ook voordoen wanneer klimaatverandering mensen ertoe dwingt te emigreren en gastlanden geen georganiseerde opvang en integratie kennen, aldus het ipcc-rapport.

    Volgens het door de unhcr opgezette Nansen Initiative zagen tussen 2008 en 2014 184 miljoen mensen zich door overstromingen, aardbevingen, droogte en zeespiegelstijging genoodzaakt huis en haard te verlaten. ‘Sommige berekeningen wijzen uit dat door een zeespiegelstijging van één meter 150 miljoen mensen op de vlucht zullen slaan, tenzij er dammen en zeeweringen worden gebouwd of vergelijkbare maatregelen worden genomen om kwetsbare gebieden te beschermen,’ aldus de organisatie.

    Maar Walter Kaelin, werkzaam bij Nansen, verklaart tegenover irin: 
‘Ik zou voorzichtig zijn met het idee dat het broeikaseffect overal tot onrust leidt. In veel regio’s die te lijden hebben van de opwarming van de aarde is daar helemaal niets van te merken. Er is meer voor nodig.’

    De droogte in de Hoorn van Afrika gaat gepaard met een toename van het aantal handvuurwapens

    Toch wijst onderzoek volgens Kaelin uit dat de droogte in de Hoorn van Afrika gepaard gaat met een toename van het aantal handvuurwapens. Ook zullen conflicten volgens hem ‘de humanitaire crises verergeren die zijn ontstaan door natuurrampen en vluchtelingenstromen’. Als voorbeeld noemt hij de bewoners van het vluchtelingenkamp in Dadaab in Kenia. Die ontvluchtten Somalië niet vanwege het geweld – hoewel de oorlog in hun land ze onbereikbaar maakte voor hulporganisaties – maar vanwege droogte en hongersnood.


    Volgens het Nansen Initiative was er twee maanden voor de klimaattop in Parijs ‘nog steeds geen passage in het conceptverdrag over mobiliteit als resultaat van klimaatverandering’. 
En dat terwijl Doelstelling 13 voor Duurzame Ontwikkeling gaat over 
de urgentie van maatregelen tegen klimaatverandering en de gevolgen ervan. Het idee achter de doelstellingen is ‘dat niemand achterblijft’. Toch is er geen plan dat de meest kwetsbare mensen beschermt tegen de verwoestingen die de opwarming van de aarde de komende twintig jaar naar verwachting zal aanrichten. 

    De eilandstaten in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan worden wel de ‘kanarie in de mijn’ genoemd als het gaat om zeespiegelstijging en andere klimaatproblemen, zoals vloedgolven, verzuring van zeewater en steeds heviger orkanen en cyclonen. Die 
dreigen een einde te maken aan het bestaan van zo’n half miljoen inwoners van deze laaggelegen eilanden.

    17 procent

    Recent onderzoek van de UNU in de regio laat zien dat sommigen zijn vertrokken – vooral naar de Fiji-eilanden – omdat hun levensstandaard achteruitging. Van de ondervraagden bracht slechts 17 procent de reden voor vertrek in verband met klimaatverandering. Het onderzoeksrapport wees echter op ‘mogelijke toekomstige botsingen tussen migranten en gastlanden’ en riep op tot meer onderzoek naar ‘conflicten en migratie in de gebieden in de Grote Oceaan’. Meg Taylor, secretaris-generaal van het Pacific Islands Forum, overlegde onlangs nog met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, over de risico’s van migratie als gevolg van klimaatverandering.

    Cosmin Corendea, die aan het UNU-onderzoek heeft meegewerkt, zegt dat mensen zich aanpassen aan klimaatverandering wanneer die zich sluipend voltrekt, omdat ze het idee hebben dat ze die aankunnen. ‘Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven. Je weet nooit hoe mensen reageren. Ze leren met allerlei bedreigingen te leven.’ Hij voegt eraan toe dat dat niets afdoet aan de urgentie van de effecten van klimaatverandering: er kunnen conflicten tussen landen ontstaan over de opname van vluchtelingen, en wanneer migranten niets aan een gastland bijdragen, kunnen de spanningen binnen zo’n land telkens terugkeren.

    In de concepttekst van het klimaatverdrag van Parijs wordt niets gezegd over oorlog en geweld die het gevolg zijn van klimaatverandering. Corendea zegt dat de opstellers geen woorden vuil maken aan wat niet bestaat of geen internationaal ingrijpen vereist. ‘Het is nog niet zover,’ zegt hij. ‘Wat niet wil zeggen dat we conflicten mogen uitsluiten als we niet op de juiste manier met klimaatverandering omgaan.’

    Auteur: Philippa Garson
    Vertaler: Nico Groen

    Philippa Garson werkte lange tijd als correspondent in Zuid-Afrika, o.a. voor Mail & Guardian. Tegenwoordig werkt ze in New York als journalist en schrijft vooral over georganiseerde misdaad, drugsbeleid en milieukwesties.

    IRIN News
    Nairobi | irinnews.org

    Nieuwsportaal dat zich richt op gebieden die vergeten, onbegrepen dan 
wel genegeerd worden.