Het noordwesten van Syrië heeft na een burgeroorlog en een aardbeving dringend behoefte aan internationale hulp. Maar die steun is moeilijk te leveren. Het Syrische regime wil het getroffen gebied, dat in handen is van de rebellen, alleen maar meer laten lijden.
Er moest een van de zwaarste aardbevingen sinds een eeuw aan te pas komen, maar nu besteedt de wereld eindelijk weer aandacht aan Syrië: een land dat door twaalf jaar burgeroorlog in puin ligt, waar de politieke macht is verdeeld tussen de regering, milities en buitenlandse mogendheden en waar miljoenen binnenlandse ontheemden wonen.
De meeste beelden van de verwoesting zijn tot dusver afkomstig uit Turkije, waar op 6 februari vroeg in de ochtend een aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter plaatsvond, die gevolgd werd door nog een beving met een magnitude van 7,5. Er zijn inmiddels meer dan 41.000 doden vastgesteld in Turkije. Het totale dodental in Syrië bedraagt meer dan zesduizend.
Maar het leed in het noordwesten van het land, dat door rebellen is bezet en waartoe steden als Idlib behoren, is niet minder schrijnend. De aardbevingen volgen op jaren van meedogenloze bombardementen op de regio door Russische en Syrische regeringstroepen. Dit gebied, waar bijna drie miljoen ontheemden wonen, is al afgesneden van de internationale gemeenschap. Veel van de infrastructuur – waaronder ziekenhuizen, die vaak het doelwit van Russische vliegtuigen zijn – is geheel of gedeeltelijk verwoest door de oorlog. De aardbevingen hebben de situatie er nagenoeg ondraaglijk gemaakt.
Politiseren
Na de ramp van maandag heeft Syrië dus dringender dan ooit behoefte aan internationale hulp. Maar die is moeilijk te leveren. Hoewel Turkije al op uitgebreide steun kan rekenen, ligt hulpverlening aan Syrië door het voortdurende conflict en de internationale sancties tegen het Assad-regime logistiek en politiek gezien zeer ingewikkeld. En dat geldt in het bijzonder voor die kwetsbare gebieden in het noordwesten.
De Syrische en Russische regering zijn al begonnen de noodhulp te politiseren. Ze eisen dat de sancties tegen het regime worden opgeheven en zullen waarschijnlijk proberen hun macht over het noordwesten te heroveren. Het is daarom zaak dat de VS snel, en zelfs unilateraal, actie ondernemen. Niet alleen in de vorm van diplomatieke en militaire stappen, ook moeten ze Damascus en Moskou nauwgezet in de gaten houden.
De Syrische en Russische regeringen hielden zelfs al vóór de aardbeving streng toezicht op hulp die via de Turkse grens het land bereikte. De Syrische regering spreekt al langer de wens uit dat hulp aan gebieden die door de oppositie worden gecontroleerd, via Damascus loopt. Rusland gebruikt voortdurend zijn vetorecht om voorstellen van de Verenigde Naties voor meer hulp te blokkeren, evenals voorstellen om goederen te leveren via de Syrisch-Turkse hulpverleningsroute bij de Bab-al Hawa-grens.
Die route is nu door de aardbeving vernield. De humanitaire voorraden die al onderweg waren, waren na drie tot vijf dagen bedorven. Damascus krijgt enige noodhulp van Algerije, Iran, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten, evenals van de Verenigde Naties. Maar door de moeilijke bereikbaarheid van het gebied en alle politieke obstakels waagt tot dusver bijna niemand zich aan de noordwestelijke regio.
De Syrische VN-ambassadeur heeft inmiddels hulp gevraagd aan andere landen en internationale hulporganisaties, maar pleit er tegelijkertijd voor om de hulp aan het noordwesten uitsluitend via de Syrische regering te laten lopen. Dat betekent dat de levens van mensen die het Syrische regime zijn ontvlucht en in rebellengebieden wonen mogelijk weer in handen zijn van Bashar al-Assad. Op sociale media roepen sommige pro Assad-accounts al op om hulp aan de rebellengebieden te weigeren.
Het Syrische regime schept er genoegen in de rebellengebieden nog meer te zien lijden
Gezien de omvang van de schade lijkt het niet meer dan logisch om internationale hulpinspanningen voor Syrië zoveel mogelijk te verwelkomen – ook als die hulp via Damascus loopt. Dit zou betekenen dat de regering van Assad via de noordgrens onbelemmerde toegang moet verlenen tot de oppositiegebieden. Maar het Syrische regime zal zich daar ongetwijfeld tegen verzetten en er genoegen in scheppen de rebellengebieden nog meer te zien lijden. Bovendien zal het de hulp aan Damascus afschilderen als teken van internationale steun voor het Assad-regime.
Charles Lister, onderzoeker bij het Middle East Institute in Washington, D.C., vindt het begrijpelijk dat Turkije zich nu op zijn eigen situatie concentreert. Maar volgens hem bestaan er andere grensovergangsgebieden die de Verenigde Staten – met toestemming van Turkije en gecoördineerd met de Koerden en andere lokale krachten – kunnen gebruiken om hulp te verlenen aan het noordwesten van Syrië. Eenheden van het Amerikaanse leger zijn bovendien al aanwezig in delen van het noordwesten en -oosten van Syrië en zouden hulpgoederen uit vliegtuigen kunnen afwerpen. Maar door het winterweer en een gebrek aan precisie bij het droppen is deze optie verre van ideaal. Het Amerikaanse leger zou ook zijn basis in het noordoosten van het land als knooppunt kunnen gebruiken voor het organiseren van humanitaire hulp. Hulporganisaties kunnen dan daarvandaan, in coördinatie met de Turken en de Koerden, de rebellengebieden bereiken.
Toenadering
De afgelopen maanden hebben de VAE en Jordanië toenadering gezocht tot Assad, die vorig jaar op bezoek was in Abu Dhabi. De Verenigde Staten verzetten zich tegen een dergelijke toenadering. Het land heeft sinds de aardbeving hulp toegezegd aan mensen aan weerszijden van de grens, maar geen toenadering gezocht tot de regering van Assad.
Over hoe de Amerikaanse regering Noordwest-Syrië zal bijstaan heeft ze nog weinig laten weten. President Joe Biden zei op 6 februari dat ‘ook humanitaire partners die door de VS gesteund worden reageren op de verwoestingen in Syrië’. Zijn verklaring werd nog eens herhaald door de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten
Samantha Power, administratief medewerker bij USAID [het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp], tweette op 7 februari dat ze met Raed al-Saleh heeft overlegd over hoe dit Amerikaanse agentschap urgente hulp kan bieden aan de Syriërs. Al-Saleh is het hoofd van Syria Civil Defence, de humanitaire vrijwilligersgroep die ook bekendstaat als de Witte Helmen en actief is in het rebellengebied. De Witte Helmen verrichten al jaren heldhaftig werk door mensen uit het puin van gebombardeerde huizen, gebouwen en ziekenhuizen te redden. Al hun drieduizend vrijwilligers zoeken momenteel naar overlevenden, maar naar verluidt raakt hun brandstof op.
Logistiek gezien wordt het een nachtmerrie. Maar de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap moeten aandringen op onmiddellijke noodhulp aan Syriërs in de oppositiegebieden. Daarna moeten er creatieve oplossingen komen om de vooruitzichten voor Syriërs op de lange termijn te verbeteren, zonder het regime vrij te pleiten.
Deze aardbeving leert ons dat het absoluut noodzakelijk is dat de internationale gemeenschap is voorbereid op mogelijke problemen in een kwetsbaar gebied als Noordwest-Syrië. En dat de diepe wonden van deze regio niet simpelweg kunnen worden dichtgeschroeid en vervolgens genegeerd, zoals Washingtons strategie lijkt te zijn geweest. De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten.
In een villa aan het Meer van Genève zetelt het HD Centre, een onafhankelijke non-profitorganisatie van zo’n 140 mediators die zich inzetten om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen.
Koekjes zijn goed, whisky is soms nog beter. Bij de start van onderhandelingen moet er iets zijn wat de gesprekspartners ontspant en de stemming verbetert. Suiker of alcohol. Daarover is vrijwel iedereen het eens.
Op een bloedhete dag eind juni 2016 stapt David Gorman het kantoor van de rampendienst in Kiev binnen. Hij heeft een paar zakjes koekjes bij zich. In het kantoor is alles bruin: stoelen, tafels, muren. De projector werpt vaal licht op de muur. ‘Ecologische risico’s in de regio Donbass’, staat er. De mannen van de rampendienst en van de Oekraïense Academie van Wetenschappen wachten aan de ene kant van de tafel, de mannen van de ambassades van Noorwegen, Zweden en Groot-Brittannië aan de andere. Ze kennen elkaar nog niet, maar moeten binnenkort zij aan zij gaan strijden. Tussen hen in deelt David Gorman zijn koekjes uit en legt het eerste contact.
Glimlachend gaan de mannen zitten. Gorman is 47 jaar oud en ruim 1,90 meter lang. Als hij zit, kromt hij zijn rug in een poging zich kleiner voor te doen. Hij wil niet boven de mensen uitsteken die naast hem zitten. Hoe men hem ziet, kan bepalend zijn voor de kant die de gesprekken opgaan. Is hij te luidruchtig of te stil? Te terughoudend of te vastbesloten? Hij moet niet alleen oog hebben voor wie hij tegenover zich heeft, maar ook altijd voor zichzelf. In Azië mag zijn handdruk niet te stevig zijn, in het Midden-Oosten niet te slap. Wat in het ene land wordt gerespecteerd, kan in het andere wrevel veroorzaken.
Gormans beroep is tussen de partijen in staan. Hij is niet vooringenomen en spant met niemand samen. Hij is vredesbemiddelaar en al 25 jaar op pad in de oorlogs- en crisisgebieden van deze wereld: Israël, Palestina, Bosnië, Liberia, Indonesië, de Filipijnen, Libië en sinds drie jaar Oekraïne en Rusland. Gorman verschijnt wanneer twee partijen in een conflict niet meer met elkaar praten. Of als ze niet willen dat de wereld weet dat ze in het geheim nog met elkaar praten.
Gorman werkt voor het Zwitserse Centre for Humanitarian Dialogue (HD Centre), een onafhankelijke non-profitorganisatie van zelfstandige vredesbemiddelaars die in een villa aan het Meer van Genève zetelt. Het is de grootste in haar soort. Al bijna twintig jaar spannen inmiddels 140 mediators zich in om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Op dit moment bemiddelen ze in 25 landen. In de meeste gevallen krijgen ze een opdracht van regeringen, de Verenigde Naties of de Europese Unie, die naast stichtingen en particuliere sponsors de belangrijkste financiers van het HD Centre zijn. Sommige inspanningen zijn zo geheim dat zelfs de namen van de landen niet bekend mogen worden. De bemiddelaars handelen in het verborgen, elk zinnetje in het openbaar kan destructieve gevolgen hebben. Discretie is het DNA van hun business.
Daarom praten ze normaal gesproken niet over hun werk. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen. Gorman is regiodirecteur van het HD Centre voor Eurazië, met Oekraïne in zijn portefeuille, Grandjean voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, dus ook voor Libië.
De vergaderzaal in Kiev is klein, de hitte dringt naar binnen. David Gorman vertelt over zijn reis naar Oost-Oekraïne in 2014. Het Donetsbekken is een van de grootste steenkoolgebieden ter wereld en het centrum van de zware industrie van het land. Nu behoort het tot de door pro-Russische separatisten gecontroleerde ‘Volksrepubliek Donetsk’, die zich van Oekraïne heeft afgesplitst. Gorman reist heen en weer tussen Donetsk en Kiev om boodschappen van de ene naar de andere kant over te brengen. Nu gaat het om een mogelijke ecologische ramp in het separatistengebied. De bodem zou verontreinigd geraakt kunnen zijn door bombardementen, waardoor de regio zonder drinkwater kan komen te zitten. Daarom hebben de wetenschappers uit Kiev dringend behoefte aan contact met het lokale waterleidingbedrijf Voda Donbassa. Maar de deskundigen van beide zijden mogen niet meer rechtstreeks met elkaar praten. Ze zijn bang dat ze wegens ‘illegale contacten’ als vijand worden bestempeld. Daarom brengt Gorman de Oekraïense wetenschappers vandaag in contact met westerse diplomaten. De westerlingen moeten hun best gaan doen om meer aandacht voor het onderwerp te genereren. ‘We moeten een ecologische crisis voorkomen. Dat is ons doel,’ zegt Gorman bij aanvang.
De projector in de vergaderzaal werpt beelden van verwoeste bruggen en waterleidingen in Oost-Oekraïne op de muur. Jevgeni Jakovlev, een oudere heer van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, gaat staan. Hij somt enkele potentiële schrikbeelden voor het Donetsbekken op: raketten die opslagplaatsen van stoffen als chloor, lood of kwik treffen, kolenmijnen die klakkeloos onder water worden gezet, waardoor giftig mijnwater aan de oppervlakte komt. Jakovlev is bang dat dit allemaal al gebeurd is. De hele regio zou onbewoonbaar kunnen worden. ‘Maar we hebben geen gegevens over de daadwerkelijke situatie,’ zegt hij. De diplomaten zijn stil. Het lijkt wel alsof ze dit allemaal voor het eerst horen.
David Gorman heeft geluisterd en aantekeningen gemaakt. Luisteren tot je erbij neervalt, interesse tonen, mensen het gevoel geven te worden gehoord, dat zijn de belangrijkste eigenschappen van een vredesbemiddelaar. Aan het einde van de bijeenkomst vat hij de vervolgstappen samen: met hulp van westerse diplomaten in Kiev moet er een expert van Voda Donbassa worden uitgenodigd en er moet een gemeenschappelijke werkgroep worden opgericht om watermonsters te nemen in de bedreigde gebieden. ‘Om politici te overtuigen hebben we harde cijfers nodig,’ zegt Gorman.
Hij hoopt dat de zorg om het milieu de partijen dichter bij elkaar zal brengen, omdat het gevaar voor beide kanten dreigt. En als het lukt om het eens te worden over het drinkwater, dan is het misschien ook mogelijk om een akkoord te bereiken over grenzen en een staakt-het-vuren. Het zou een kleine stap kunnen zijn in de richting van een verzoening tussen Rusland en Oekraïne.
Opgegroeid met conflicten
David Gorman is opgegroeid met conflicten. Hij komt uit een wijk in het Amerikaanse Boston waar veel Ierse katholieken wonen. In zijn jeugd was de crisis in Noord-Ierland alomtegenwoordig; zijn broer had een tatoeage van de ondergrondse organisatie IRA. Ook het conflict in het Midden-Oosten liet Gorman niet met rust: de gijzeling, in 1979, van 52 Amerikaanse diplomaten in de Iraanse hoofdstad Teheran en de vraag ‘Waarom worden we toch zo gehaat?’ Gorman zegt dat het vinden van een antwoord op die vraag al in zijn jeugd een obsessie voor hem was. Na zijn studie volgde hij in Washington een opleiding tot mediator en op zijn vierentwintigste vertrok hij voor zijn eerste opdracht naar Israël. Sindsdien is de crisis zijn domein.
Tegenwoordig woont Gorman met zijn Bosnische vrouw en zijn drie kinderen op Cyprus. Op maandag pakt hij het vliegtuig, op vrijdag gaat hij terug. Ook zijn vrouw werkt voor een ngo, die zich inzet voor misbruikte kinderen. Thuis praten ze nooit over hun werk. ‘Te veel werkelijkheid,’ zegt Gorman.
Soms moet Gorman jarenlang werken om iets te bereiken. Frustratie heeft hij zichzelf afgeleerd. ‘Je moet blij zijn met de kleine overwinningen,’ zegt hij in de auto in Kiev. Vanavond vliegt hij naar Moskou, over twee dagen zal hij weer in Kiev zijn. Binnenkort staat de volgende bijeenkomst ter voorkoming van de watercatastrofe op de agenda. Gorman hoopt dat er dan ook een vertegenwoordiger van Voda Donbassa uit Oost-Oekraïne aan tafel zit.
Een paar weken eerder, medio juni 2016, staat Gormans collega Romain Grandjean vlak voor middernacht in een bar bij de haven van de Noorse hoofdstad Oslo. De 41-jarige Grandjean ziet er moe uit, hij heeft donkere kringen onder de ogen. Hij is pas aangekomen vanuit het hoofdkantoor van het HD Centre in Genève. Grandjean woont met zijn gezin net over de Zwitserse grens in Frankrijk. Het is niet eenvoudig om hem tijdens zijn werk te volgen. Naar Libië reizen is lastig voor journalisten: er zijn problemen met visa, en gesprekken worden verzet of uit veiligheidsoverwegingen afgezegd. Dus eerst maar eens Oslo. Elk jaar organiseert het HD Centre hier samen met het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken een informele conferentie waarbij vredesbemiddelaars, politici en diplomaten van gedachten wisselen over de toestand in de wereld. Dit keer worden vijf ministers van Buitenlandse Zaken verwacht; de Amerikaan John Kerry zal een toespraak houden.
Grandjean is tien jaar geleden begonnen bij het HD Centre. Daarvoor is hij in dienst geweest bij een ngo die politieke analyses van conflicten en oorlogen over de hele wereld maakt en heeft hij als waarnemer bij verkiezingen in Mexico, Libanon en Wit-Rusland gewerkt. Op een gegeven moment wilde hij de problemen niet meer alleen vanaf de zijlijn bekijken, maar ook proberen ze op te lossen. Voor het HD Centre heeft hij in de Centraal-Afrikaanse Republiek bemiddeld en later in Tunesië, Syrië en Egypte. Nu werkt hij in Libië. Er zijn missies waarover hij met niemand mag spreken. ‘Soms is dat een behoorlijke last,’ zegt hij. ‘Veel mensen denken dat ik een spion ben.’ Het valt op dat hij vragen vaak met een tegenvraag beantwoordt. ‘Een relatie opbouwen’, noemt hij dat. Pas wanneer hij iets over een ander weet, kan hij een inschatting van diegene maken en uiteindelijk onderhandelingen met hem of haar voeren. Grandjean en Gorman vertellen meestal maar weinig over zichzelf. Ze proberen zich in hun gesprekspartners te verplaatsen, bieden ruimte en blijven zelf op de achtergrond. Het zijn mensen met wie andere mensen zich graag omringen omdat ze belangstelling tonen en aandacht schenken zonder meteen een oordeel te vellen. ‘Mij interesseert de persoon en niet wat hij of zij vertegenwoordigt,’ zegt Grandjean. Misschien is het beroep van bemiddelaar ook een soort levenshouding.
Romain Grandjean citeert de Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce: ‘Diplomatie is de patriottische kunst om voor je vaderland te liegen.’ Grandjean vindt het een groot voordeel dat hij niet de belangen van een land vertegenwoordigt en dus niet hoeft te liegen. ‘We hebben geen politieke agenda.’ Daarom neemt hij voor zijn werk in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika geen geld aan van de VS of Frankrijk, want die landen zijn te zeer verwikkeld in de conflicten aldaar.
De bemiddelaars beslissen zelf met wie, wanneer, hoe en waarover ze praten, ze zetten hun eigen koers uit. ‘Sommige sponsors begrijpen dat beter dan andere,’ zegt Grandjean. Ook het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken financiert projecten van het HD Centre, waaronder enkele in Libië. De Duitse diplomaten werken sinds enige tijd intensiever samen met particuliere vredesbemiddelaars. ‘Ze doen het heel goed,’ zegt Rüdiger König, oud-ambassadeur in Afghanistan en nu de verantwoordelijke afdelingschef op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Onafhankelijke bemiddelaars, zegt hij, zijn in staat mensen te spreken die regeringsvertegenwoordigers uit veiligheids- of politieke overwegingen niet zouden kunnen ontmoeten.
Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd
Mannen als Grandjean en Gorman zijn de libero’s van de wereldgemeenschap. Ze praten ook met mensen met wie verder niemand praat, zoals die van IS, de taliban of Al-Qaida. ‘Ze vertrouwen je of ze maken je van kant,’ zegt Grandjean. Hij vergelijkt zichzelf en zijn collega’s met acrobaten in een circustent, maar dan zonder net dat ze opvangt als ze vallen. Neem nu Grandjeans medewerker Hesham Gaafar in Egypte. Hij werd in oktober 2015 gearresteerd; sinds een halfjaar zit hij in eenzame opsluiting – zonder aanklacht. Tot nog toe is Grandjean er niet in geslaagd hem vrij te krijgen. ‘Ik denk elke dag aan hem,’ zegt hij.
De volgende ochtend begint de internationale conferentie, in een hotel bij een golfbaan in de buurt van Oslo. In pastelkleurige ruimten gaan ongeveer honderdvijftig vredesbemiddelaars, diplomaten en politici met elkaar in gesprek. Ook David Gorman is overgekomen uit Kiev. Het gaat over Syrië, Libië, Burundi, Jemen, Afghanistan, Colombia, Oekraïne. Het geheel biedt een ietwat surreële aanblik. Buiten wandelen golfers over zacht glooiende heuvels, binnen heerst de crisis. In Syrië hebben tot nog toe alle bemiddelaars gefaald, in Oekraïne is de situatie aan het verslechteren en Libië valt uiteen.
In de pauzes vinden de echt belangrijke gesprekken plaats. Op het terras praat Gorman met de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken. Grandjean is verdwenen voor een vertrouwelijke bespreking. Na de lunch neemt hij deel aan de besprekingen over Libië. Er zijn daar nu drie regeringen, in het oosten, in het westen en een van ‘nationale eenheid’, en bovendien verscheidene milities en Islamitische Staat, die allemaal strijden om de macht in het land. Veel partijen in het oosten weigeren elke dialoog met de Verenigde Naties. Romain Grandjean zal eerdaags weer naar Libië vertrekken.
Drie maanden later, op een ochtend in september 2016, staat David Gorman in een raamloze vergaderruimte van hotel President in Kiev. Eveneens aanwezig zijn Jevgeni Jakovlev van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, westerse diplomaten, en voor het eerst iemand van de andere kant, uit het separatistengebied: Viktor Savodovski, de chef van de afdeling Investeringen en Ontwikkeling bij waterleidingbedrijf Voda Donbassa in Oost-Oekraïne. David Gorman rapporteert dat hun initiatief overal zeer positief is ontvangen. Zijn collega heeft een lijst gemaakt met plaatsen waar de experts uit beide delen van het land de komende weken naartoe zullen gaan om water- en bodemmonsters te nemen.
In november 2016 komt Romain Grandjean naar Berlijn. Hij heeft een afspraak bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De dagen ervoor heeft hij nauwelijks geslapen. Eerst is hij in Libië geweest, vervolgens in Zürich.
Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. De voortdurende reizen, bijeenkomsten en gesprekken geven een gevoel van permanente rusteloosheid. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd. Des te prangender is de vraag: wat drijft hen? Grandjean vat zijn beroep in twee woorden samen: frustratie en geduld. Maar saai is het nooit. ‘Ik geloof dat dialoog daadwerkelijk iets verandert.’ David Gorman ziet dat ook zo: ‘Je kunt iets bewerkstelligen, deel van iets groots worden.’ Wat is er zinvoller dan vrede stichten? In de afgelopen zes jaar was het HD Centre bij 35 verdragen betrokken.
Pas in december lukt het om Romain Grandjean naar Noord-Afrika te vergezellen. Na maandenlang wachten is er een bijeenkomst in Tunesië. Een delegatie uit Sintan, een belangrijke stad in het westen van Libië, vlak bij de grens met Algerije, zal naar Tunis reizen. Men zoekt toenadering tot de internationale gemeenschap, en het HD Centre moet het contact tot stand brengen.
Op een koele ochtend voert Grandjean overleg met acht van zijn medewerkers – een Slowaakse, een Fransman, een Marokkaan, een Tunesiër, een Soedanees, een Brit en twee Libiërs. Grandjean probeert een choreografie voor de ontmoeting te ontwikkelen. Op de eerste dag zullen de bemiddelaars van gedachten wisselen met de Libische delegatie, op dag twee moet er een gesprek met vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, de Europese Unie en verscheidene hulporganisaties volgen.
Grandjean doet altijd zijn best om alles nauwgezet in kaart te brengen. Wie komt er? Wie niet? Wie trekt er op de achtergrond aan de touwtjes? Als de bemiddelaars niet weten wie er aanwezig zal zijn, kunnen ze minder goed reageren op onverwachte situaties. Drie van hen zijn deze zomer al in Sintan geweest. Ze hebben enkele leden van de delegatie ontmoet en weten wat die acceptabel vinden en wat niet. Ze weten welke sleutelwoorden hen bij de onderhandelingen verder zouden kunnen helpen. En toch kan straks alles anders zijn.
Flessen water
Het hotel waar de volgende ochtend de eerste bijeenkomst plaatsvindt, staat in een wijk van Tunis die met hulp van Saoedische investeerders is gebouwd. Alcohol mag hier niet worden geschonken. Tien mannen uit Sintan zitten met zes bemiddelaars om een vierkante tafel. Grandjean opent de vergadering in het Arabisch en gaat vervolgens verder in het Engels: ‘We zijn er trots op dat u hier bent. Dit is een ontmoeting om u beter te leren kennen. We hebben goede contacten met westerse regeringen, maar we werken onafhankelijk. We zullen de dag van morgen met u voorbereiden en luisteren naar wat u te zeggen hebt.’
Er volgt een heel kort voorstelrondje: de burgemeester, een vertegenwoordiger van de raad van oude wijze mannen, een vertegenwoordiger van het lokale bedrijfsleven, een van de jeugd, een oud-minister van Defensie van Libië in de overgangsregering na de val van Gaddafi, twee mannen met een militaire achtergrond. Daarna heerst er stilte. Grandjeans collega’s roepen hun bezoek van afgelopen zomer in herinnering. De Libiërs reageren nauwelijks, vertrekken geen spier, lijken af te wachten. De koekjes van Gorman zouden nu een goede dienst bewijzen. Op tafel staan alleen flessen water, maar er is geen opener. Niemand zal het in de daaropvolgende twee uur wagen daarnaar te vragen.
Uiteindelijk neemt de burgemeester van Sintan het woord. Hij vertelt dat er momenteel tienduizend migranten en twintigduizend vluchtelingen uit Tripoli in Sintan zijn, maar dat er geen huisvesting voor hen is, geen medicijnen, geen psychologische hulp. ‘Voor de internationale gemeenschap zijn dat simpele dingen, waarmee duizenden mensen geholpen zouden zijn.’ Bovendien zou hij willen dat er weer internationale organisaties in de regio actief waren. Grandjean zegt dat het voor die organisaties momenteel moeilijk is om in Libië te werken. Ze hebben het land als no-go-area bestempeld.
De delegatie uit Sintan maakt bekend dat ze de dag ervoor als teken van goede wil een belangrijke oliepijplijn hebben heropend. De stad heeft de controle over twee olievelden, en twee pijplijnen lopen over hun grondgebied.
Aan het einde van de bijeenkomst stelt Grandjean vast dat de delegatie uit Sintan goede berichten heeft voor de bijeenkomst van morgen met de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap. Hij raadt aan erop te wijzen dat een investering in Sintan een investering in vrede is. De stad zou een belangrijke partner in het proces van nationale verzoening kunnen zijn. Grandjean weet welke sleutelwoorden bij het Westen in de smaak vallen. De Libiërs zijn optimistisch.
Na de bijeenkomst rookt Romain Grandjean een sigaret voor het hotel. Zijn Tunesische collega rijdt de auto voor en Grandjean en zijn Britse medewerker stappen in. In de auto dreunt It’s a Man’s World van James Brown uit de speakers. De mannen zingen luidkeels mee. Het gezang wordt abrupt onderbroken door het alarm op Grandjeans telefoon. De volgende bijeenkomst wacht, dit keer met een EU-vertegenwoordiger.
Op een van de avonden in Tunis valt er een melktand van Grandjeans zevenjarige zoontje uit zijn portemonnee. Het is een treurig moment. Net als David Gorman probeert Grandjean de twee werelden van elkaar te scheiden. Met zijn gezin en zijn vrienden praat hij niet over zijn werk. ‘Ik wil een omgeving waarin het niet om oorlogen en conflicten gaat.’
Nieuwe morgen, nieuw en groter hotel. Het is koud, het regent en Grandjean dwaalt door het gebouwencomplex. Het is de enige keer dat hij iets van een slecht humeur vertoont. In de conferentiezaal trekt hij in één ruk de gordijnen omhoog. De mannen uit Sintan en de vertegenwoordigers van de VN, de EU en de hulporganisaties druppelen binnen. De westerlingen blijven aanvankelijk onder elkaar, de Libiërs ook, alleen de bemiddelaars praten met iedereen.
Later aan tafel geeft de burgemeester van Sintan een statement af, zoals voorgesteld door Grandjean: ‘We willen een einde maken aan de gewapende strijd in ons land. In onze regio hebben we dat voor elkaar gekregen. Ons doel is een staat voor alle Libiërs. We reiken hun de hand voor verzoening.’ Hij benadrukt dat Sintan een belangrijke rol wil spelen in het toekomstige Libië. Hij vraagt om hulp voor het ziekenhuis, hulp voor de oorlogsvluchtelingen en nodigt de internationale gemeenschap uit voor een bezoek aan de stad.
De burgemeester heeft de sleutelwoorden gebruikt. Maar de westerlingen lijken een beetje afwezig, sommigen kijken op hun telefoon. Grandjean vraagt: ‘Zou de internationale gemeenschap zich kunnen voorstellen niet heel Libië in de rode kleur van gevaar te zien, maar in nuances als oranje of geel?’ De westerse diplomaten nemen Grandjeans metafoor over, maar oranje vinden ze te weinig. Pas wanneer het hele land groen gekleurd is, zullen ze overwegen of ze weer medewerkers naar Libië zullen sturen. In de pauzes staan de Libiërs en de westerlingen wel met elkaar te praten.
De volgende dag verspreidt de militaire raad van Sintan een bericht via de sociale media: ‘Wij steunen de inspanningen voor de dialoog en de vreedzame co-existentie. Er is geen alternatief voor de dialoog, die leidt tot de opbouw van de instituties van een eenheidsstaat. Wij bieden geen steun aan de militaire actie die het westelijke deel van Libië in chaos stort en tot bloedvergieten leidt.’ Het is een succes voor het team van Romain Grandjean. Een van de groepen in Libië zweert openlijk het geweld af en zet een klein stapje in de richting van verzoening.
De laatste avond in Tunis gaan Grandjean en zijn collega’s de stad in. Ze zouden kunnen gaan feesten of zich kunnen ontspannen, maar ze blijven de Libische chaos analyseren. Namen, gebeurtenissen en plaatsnamen wisselen elkaar af en wekken de indruk van een blijvende urgentie. Als een drug waar je niet meer van afkomt.
Gedesillusioneerd
Twee dagen voor Kerst staat David Gorman te wachten voor de ontbijtzaal in zijn hotel in Kiev. Hij is om middernacht uit Moskou gekomen en is zijn kamernummer vergeten. ‘Kunt u dat opzoeken?’ vraagt hij aan de dame bij de deur. De volgende ontmoeting over de gevaren van een ecologische crisis is aanstaande; dit keer zullen de eerste resultaten van de watermonsters worden gepresenteerd.
In een ideale wereld zou Gorman erin slagen Russen en Oekraïners aan één tafel te krijgen. Eind 2016 is Gorman geregeld gedesillusioneerd. In Moskou heeft hij zijn gesprekspartners onlangs gevraagd: ‘Waar leiden onze gesprekken toe? Wanneer zien we vooruitgang?’ Er zijn veel redenen waarom het niet opschiet, zegt hij. Het is een kwestie van politieke wil en de juiste timing. Momenteel zit iedereen af te wachten. Donald Trump is weliswaar al verkozen, maar nog niet in functie. Hij heeft gewonnen met de slogan ‘America first’. Het is afwachten of Oekraïne hem interesseert en hoe hij daadwerkelijk tegenover Rusland staat.
Trump is een thema waarbij Gorman ongewoon stil wordt. Dat komt ook door zijn ouders. Gormans vader is een gepensioneerd zakenman, zijn moeder een grafisch ontwerpster. Bij de voorverkiezingen steunden ze de democratische kandidaat Bernie Sanders, maar uiteindelijk brachten ze hun stem uit op Donald Trump. Gormans ouders hebben op de kandidaat gestemd die staat voor alles wat hun zoon van de hand wijst: confrontatie, protectie, misbaar. ‘We praten er niet meer over,’ zegt Gorman. In zijn eigen familie is de bemiddelaar verstomd.
Aan het begin van het gesprek wijst David Gorman er nadrukkelijk op dat het in elk geval is gelukt om het contact tussen de experts uit West- en Oost-Oekraïne te herstellen. Jevgeni Jakovlev van de Academie van Wetenschappen in Kiev presenteert de eerste resultaten van het wateronderzoek: in het door de regering gecontroleerde gebied waren 30 van de 34 monsters vervuild, in het separatistengebied 24 van de 26. In sommige streken zouden mensen zelf putten boren om aan drinkwater te komen. ‘We moeten een systeem verzinnen om de bevolking te informeren waar er schoon water is.’
David Gorman vraagt: ‘Kunnen we ons rapport naar het ministerie voor bezette gebieden sturen?’ Hij wil het initiatief neerleggen op een hoger niveau, een groter effect sorteren. De wetenschappers aarzelen. Ze zijn bang dat hun thema, het water, daardoor nog meer wordt gepolitiseerd. De resultaten van de proeven zijn maar voorlopig, zeggen ze. Ze hebben onweerlegbare feiten nodig. ‘Wanneer kunnen we de eindresultaten verwachten?’ vraagt Gorman. Waarschijnlijk eind januari, is het antwoord.
Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in Bulgarije geboekt
De volgende ochtend vliegt Gorman naar huis. Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in Bulgarije geboekt. Gorman was bang dat hij zich zou gaan vervelen.
Ook Romain Grandjean heeft vakantie rond de kerstdagen. Op een woensdag in januari komt hij met zijn team bijeen in een café in Parijs om nieuwe ideeën voor Libië te bespreken. Zes mannen zitten dicht naast elkaar espresso’s te drinken rond een lage tafel. ‘Het door de VN uitonderhandelde vredesverdrag voor de beëindiging van de burgeroorlog werkt niet,’ zegt Grandjean. ‘De deling van het land is zich aan het intensiveren.’
Twee maanden later, in maart, gebeurt waarvoor Romain Grandjean heeft gevreesd: in Libië escaleert het geweld. Brigades uit Benghazi nemen belangrijke oliehavens aan de kust in. Het Libische parlement in het oosten zegt het vredesverdrag op. Later herovert de machtige generaal Khalifa Haftar de oliehavens. Romain Grandjean is op bezoek in Berlijn, hij heeft weer afspraken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Hoe ziet hij de situatie in Libië na bijna een jaar werken? De eenheidsregering heeft het land nog altijd niet verenigd, antwoordt hij, het is nog altijd verdeeld in oost en west. Maar sommige regio’s, zoals Sintan, hadden het voor elkaar gekregen om zich buiten het conflict te houden, en er waren nog overheidsinstellingen die functioneerden. ‘Ik heb nog altijd goede hoop,’ zegt hij.
Eind maart is Gorman in Kiev om eindelijk de eindresultaten van het onderzoek naar de watervervuiling te presenteren. In de conferentiezaal van het Hilton neemt hij helemaal aan het einde van de tafel plaats. De zaal zit vol, er zijn vertegenwoordigers van verscheidene westerse ambassades en de EU gekomen, onder wie de wetenschappers Savodovski en Jakovlev. Gorman zegt: ‘De resultaten zijn wat vertraagd, maar inmiddels is er een honderd pagina’s dik rapport verschenen. We hopen dat het serieus wordt genomen en dat een ecologische ramp kan worden afgewend.’ Gormans Oekraïense collega houdt een powerpointpresentatie: door artillerievuur zijn waterleidingen en chemische fabrieken verwoest en zware metalen in het water terechtgekomen. De deskundigen hebben hoge concentraties nitraten, ijzer, magnesium, kobalt, chroom, zink en nikkel in het water aangetroffen. Op dit moment zijn er in het conflictgebied vrijwel geen schone waterbronnen meer. Het gaat om 6,5 miljoen mensen. Zonder een permanente wapenstilstand zou het gebied onbewoonbaar kunnen worden.
De westerse diplomaten achten een stabiele wapenstilstand op dit moment echter niet realistisch. In plaats daarvan zouden veiligheidszones rond de zwaarst getroffen plaatsen moeten worden ingericht. Gorman schrijft steekwoorden op. Na twee uur vat hij samen: ‘Ik wou dat ik iets kon zeggen wat alles zou veranderen. Maar ik heb zes ideeën genoteerd: gedemilitariseerde zones, observatie van de risicogebieden, sluiting van de bedreigde kolenmijnen, nieuwe boorputten, lobbyen voor onze zaak op regeringsniveau en de publieke opinie erbij betrekken.’ Het is de systematiek van de bemiddelaar: de anderen laten praten, positieve dingen opschrijven, negatieve dingen weglaten, sleutelwoorden gebruiken. Vrijwel alle aannames en angsten van de experts van afgelopen juni zijn bewaarheid. Nu hebben ze zekerheid. Maar waar leidt dat toe?
Tuinier
David Gorman heeft ’s middags nog afspraken met Oekraïense parlementariërs. Hij loopt schuin over het Maidanplein, langs foto’s van de doden van toen. Als hij nadenkt over wat hij heeft bereikt, komen er twee dingen in hem op: hij heeft voor een kanaal gezorgd waarlangs de conflictpartijen met elkaar in verbinding staan, ook als ze niet rechtstreeks met elkaar praten. En het gevaar van een ecologische crisis in het Donetsbekken staat nu in elk geval op de politieke agenda.
David Gorman en Romain Grandjean konden beide conflicten niet oplossen in deze maanden, geen vrede scheppen. Ze konden de wereld niet redden, maar misschien wel een beetje beter maken. Gorman zal met de resultaten van het wateronderzoek naar Moskou gaan. Grandjean zal weer naar Libië vertrekken om met milities in het oosten te praten.
Gorman staat op het Maidanplein, nog vol adrenaline van de laatste ontmoeting en in gedachten al bij de volgende. Dan vertelt hij dat hij zich ’s avonds, wanneer hij zich als het ware zwanger voelt van het luisteren, soms voorstelt hoe het zou zijn om bijvoorbeeld tuinier te worden. Maar slechts voor even.
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.