Tag: controle

  • Rusland zet volgende stap richting ‘soeverein internet’

    Rusland zet volgende stap richting ‘soeverein internet’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump ontslaat zijn loyale justitieminister Pam Bondi

    » Landen bespreken mogelijke maatregelen om Straat van Hormuz te heropenen

    Telegram onder druk van Kremlin

    De Russische regering voert de druk op berichtendienst Telegram verder op, als onderdeel van een bredere poging om het internet strakker onder staatscontrole te brengen. Volgens The New York Times worden verbindingen vertraagd, websites geblokkeerd en mobiele netwerken in sommige regio’s tijdelijk stilgelegd om de verspreiding van ongewenste informatie te beperken.

    Telegram, opgericht door de Russische ondernemer Pavel Doerov, is uitgegroeid tot een van de laatste grote platforms waar relatief vrij informatie circuleert. Het speelt een belangrijke rol bij het delen van nieuws over de oorlog in Oekraïne en wordt zowel door burgers als door militaire en politieke actoren gebruikt.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tegelijkertijd probeert het Kremlin gebruikers richting staatsgecontroleerde platforms te sturen en het gebruik van VPN’s – waarmee censuur kan worden omzeild – verder aan banden te leggen. De maatregelen passen in een langer lopende strategie om een zogenoemd ‘soeverein internet’ op te bouwen, waarbij Rusland zijn digitale infrastructuur loskoppelt van het mondiale web.

    Volgens experts verstevigt de overheid daarmee haar grip op informatie, maar groeit ook het risico op digitale isolatie en verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting.

  • Studeren in Xinjiang:  ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Een Chinese student Oeigoers, lang woonachtig in Xinjiang, is naar het buitenland gevlucht omdat hij niet meer kon leven met de permanente controle in deze autonome regio. In deze reportage schrijft hij over de manier waarop alles, maar dan ook alles in de gaten wordt gehouden.

    ‘Het Xinjiang zoals ik het gekend heb als student lijkt in niets meer op het Xinjiang van vandaag. Voordat ik voor mijn studie naar de provincie trok, had ik wel gehoord dat de sfeer er gespannen was, en ik zag er wel een beetje tegen op om me er te vestigen. Maar toen ik arriveerde, werd me eigenlijk geen strobreed in de weg gelegd. Tot 
in 2016 [na een reeks aanslagen die de autoriteiten als terroristisch hebben bestempeld], toen de situatie plotseling erg veranderde, vooral omdat er allerlei controles werden ingevoerd.

    Op het instituut waar ik studeerde, werden de veiligheidsregels buitenproportioneel aangescherpt. Je kon onmogelijk het gebouw, de collegezalen of 
de slaapzalen binnen zonder een pasje met een magneetstrip, en alle avonden werden onze kamers geïnspecteerd. Voor de Han-Chinezen [een meerderheidsgroep in China] liep het nog wel los. Als je je pas vergeten was, kon je altijd aan een medestudent of kamergenoot vragen een foto van je pas of je studentenkaart te maken en die dan door te sturen. Maar onze Oeigoerse medestudenten konden dat wel vergeten.

    In Ürümqi, de hoofdstad van de regio Xinjiang, werden de veiligheidsmaatregelen ook strenger, met overal wachthokjes – soms zat er amper honderd meter tussen. In de straten die uitkomen op de grote markt Erdaoqiao, sloten politieagenten de weg af om je smartphone te controleren, of je nou Han-Chinees was of iemand die tot een etnische minderheid behoorde. Er werden ook veiligheidscontroles ingevoerd in de winkelcentra – om nog maar te zwijgen van de luchthavens 
en de treinstations. In winkelstraten stond op elk kruispunt en voor elke grote winkel een mitrailleur opgesteld. En dan heb ik het nog niet eens over de oproerpolitie die, met de vinger aan 
de trekker, overal in de stad op wacht stond. Ik heb nog nooit zo veel mitrailleurs en tanks gezien als in Xinjiang.

    Alleen 3G

    Bovendien was er geen 4G in Xinjiang. Er is alleen 3G, zodat de internetsnelheid veel te wensen overliet. Al die dingen, die ingrijpende gevolgen hadden voor mijn dagelijkse bestaan, vond ik erg hinderlijk, maar je moest ermee leren leven. Veel van mijn vrienden uit Xinjiang hadden zin om hun provincie te verlaten. Oeigoerse studenten kunnen Xinjiang momenteel op zich vrij gemakkelijk verlaten, maar het is voor hen erg ingewikkeld om naar het buitenland te gaan.

    Er bestaat op landelijk niveau een ‘selectieprogramma voor talenten afkomstig uit nationale minderheden’. Voor de geselecteerden geldt bij het toelatingsexamen een veel lagere onvoldoende dan voor Han-Chinezen. Dit programma schrijft trouwens ook voor dat de gediplomeerden, als ze zijn afgestudeerd, naar hun provincie van herkomst terugkeren. Op die manier kunnen talenten uiteraard niet naar het buitenland vertrekken.

    Voor Oeigoeren is het bepaald niet eenvoudig om zich buiten hun provincie te begeven. En zelfs op nationaal grondgebied gaat dat niet zonder complicaties.

    Bij een van mijn vriendinnen, een jong Hui-meisje [een etnische minderheid die hoofdzakelijk in het noordwesten van China voorkomt en in meerderheid bestaat uit moslims] dat voor een concert naar Sjanghai was gegaan, deed de politie om twee uur ’s nachts een inval in het hotel waar ze verbleef. De agenten wilden haar kamer inspecteren, alleen omdat ze een identiteitskaart had uit Xinjiang! Ze vertelde me dat ze op de rand van haar bed in huilen was uitgebarsten. Als het de Hui al zo vergaat, kunt u zich indenken hoe de Oeigoeren worden behandeld [na meerdere aanslagen, medio jaren 2000, hebben de autoriteiten hen als islamisten gebrandmerkt]. Oeigoerse belangengroepen protesteren tegen het keiharde beleid van gedwongen culturele assimilatie.

    Zelfs als studenten van etnische minderheden uit andere regio’s van Xinjiang in Ürümqi een appartement moeten huren, levert dat heel ingewikkelde situaties op. De verhuurder kan regelmatig telefoontjes van de politie krijgen om allerlei dingen te controleren. Uiteindelijk hebben deze studenten waarschijnlijk geen andere keuze dan terug te gaan naar waar ze vandaan komen. Een tijdje geleden heb ik in een dorp lesgegeven als vrijwilliger. Een van de onderwijzers van de lagere school was een Oeigoer, die was afgestudeerd aan een grote Chinese universiteit maar, ongetwijfeld omdat hij tot een etnische minderheid behoorde, geen andere keus had gehad dan les 
te geven in dit kleine dorp.

    Hoewel ze diep van binnen Xinjiang willen verlaten, wil de meerderheid van de studenten van een etnische minderheid met wie ik omging, zich 
de problemen die je moet overwinnen om dat te bereiken liever niet op de hals halen. De afgestudeerden van ons instituut vinden probleemloos werk in Xinjiang en ze krijgen een goed salaris.

    Als ze het instituut verlaten kunnen ze een salaris ontvangen van meer dan 5000 yuan [620 euro] in een van de vier prefecturen in het zuiden van de provincie (Kaxgar, Hotan, Aksu en de autonome Kirgizische prefectuur Kizilsu). Afgestudeerden die gerekruteerd worden door de diensten van de prefectuur van de autonome regio, belast met openbare veiligheid, kunnen meer dan 10.000 yuan verdienen [1240 euro] als aanvangssalaris. Van zo’n salaris kun je heel goed leven.

    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images
    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images

    Voor mij waren de politieke lessen die we iedere week gedwongen moesten volgen een ramp. In mijn hele leven heb ik me nog nooit zo intensief beziggehouden met politiek. Vanaf het eerste studiejaar moesten we die lessen volgen, alle studenten moesten er één keer in de week een middag aan meedoen. Afgezien van de laatste toespraken van de partijleiders, gingen die lessen ook altijd over de actualiteit van iedere provincie, van ieder ministerie en van iedere commissie, en over artikelen die in de officiële media waren verschenen. Ze werden hardop voorgelezen door de docent, die op een podium zat.

    Als de lezing voorbij was moesten we nog ‘gedachtenverslagen’ schrijven van 1500 tot 2000 karakters [ca. 800 tot 1000 woorden in het Nederlands]. We moesten eerst opschrijven wat we onthouden hadden, en vervolgens nagaan of we zelf soms iets te maken hadden met de problemen die in de les aan de orde waren gesteld. Hadden we bijvoorbeeld audio- of videobestanden bewaard van terroristische aanslagen? Hadden we geen last van de neiging om te denken als een ‘persoon met twee gezichten’, namelijk dat je enerzijds wel de maatregelen van de partij steunde, maar anderzijds, stiekem, ook mensen met extremistische opvattingen? Het meeste wat we schreven ging over die ‘personen met twee gezichten’.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    Het kwam erop neer dat ze toegang hadden tot alles wat er op onze smartphones en onze laptops stond

    Omdat de studenten van onze studierichting na hun afstuderen terecht zouden komen in gevoelige sectoren, ondergingen ze een strenge politieke scholing. Maar volgens mij maakt dat van onze studierichting een rampgebied. Als je Oeigoers studeert, wordt niet getolereerd dat je manier van denken ook maar enigszins afwijkt 
van de officiële lijn.

    Ik herinner me een docent die terugkwam uit het buitenland. Omdat zijn smartphone veel buitenlandse apps bevatte, hebben ze hem een hele maand afgesloten. En de inspectiediensten hebben zijn smartphone niet alleen gecontroleerd, maar ook zijn telefoonnummer gewijzigd. Toen pas kon hij er weer normaal gebruik van maken. Zelfs wetenschappelijke uitwisseling met het buitenland is verboden.

    Er bestaan wel degelijk heropvoedingskampen in Xinjiang. Toen ik in China was, wist ik niet dat in het buitenland zo veel ruchtbaarheid aan het bestaan ervan was gegeven. Gewoonlijk worden ze ‘opleidingskampen’ genoemd. Maar zelfs onder die naam blijft het daar een taboeonderwerp. In onze slaapzaal zat ook een partijlid, een opgewonden standje. Soms deden we de deuren van de slaapzaal dicht om ‘ons te beklagen’ over het feit dat we in ons dagelijks leven zo veel last ondervonden van de veiligheidsmaatregelen, of om het fluisterend te hebben over een docent die plotseling was verdwenen. Dan probeerde hij te verhinderen dat we daarmee doorgingen, kreeg een woedeaanval, en zei dat hij ons zou aangeven als we niet ophielden met die onzin.

    Verdwijningen

    Om eerlijk te zijn was ik als Han-Chinees niet bang om in een kamp te worden geïnterneerd. Ik was vooral bezorgd over de plotselinge verdwijningen van docenten. Een van hen 
was van de een op de andere dag verdwenen. Toen studenten kwamen vragen waar hij naartoe gegaan was, zeiden zijn collega’s dat ze die vraag niet moesten stellen. Ik heb me later laten vertellen dat hij naar een kamp gestuurd was omdat hij in het Midden-Oosten onroerend goed bezat. Als je naar een kamp wordt gestuurd, weet je zeker dat je politieke carrière definitief voorbij is en misschien zelfs dat je nooit meer zult mogen lesgeven. Ik heb me laten vertellen dat een Oeigoerse vader van een gezin geïnterneerd was omdat ze erachter waren gekomen dat hij geld had overgemaakt naar een rekening in het Midden-Oosten, waar zijn zoon studeerde.

    De situatie is niet alleen moeilijk voor Oeigoeren, maar ook voor Han-Chinezen. Alle studenten van onze studierichting, ongeacht hun etnische herkomst, moeten hun paspoort afgeven bij de administratie wanneer ze op het instituut beginnen. Als je later naar het buitenland wilt, moet je eerst een aanvraag indienen om je paspoort terug te krijgen. Ik herinner me een docent wiens zoon in het buitenland studeerde: hij kon hem niet bezoeken, en zijn zoon had niet de mogelijkheid om hem te komen bezoeken. Een echte nachtmerrie.

    Voor ik begon met de studie had ik wel gehoord over deze regel. Maar ik heb mijn paspoort gewoon nooit afgegeven bij de administratie. De eisen die de administratie stelde aan studenten die niet afkomstig waren uit Xinjiang waren minder streng. Voor een student uit Xinjiang was zoiets volstrekt onmogelijk geweest.

    Natuurlijk wist de administratie heel goed of je de provincie had verlaten en wanneer. Ik heb een vriend die, net als ik, in Xinjiang heeft gestudeerd. Vóór zijn studie was hij naar Khorgos, de dry port van de prefectuur Ili, gegaan [in de buurt van de grens met Kazachstan]. Daar is een enorme winkel met taxfreeartikelen. Als je een simpel pasje voor die dry port hebt, kun je naar die winkel. Zelfs van dat soort uitstapjes was het instituut op de hoogte. Natuurlijk hadden ze die informatie ontvangen van de staatsveiligheidsdiensten. Dus vroeg het instituut aan mijn vriend: ‘Wat had jij daar te zoeken?’

    Verdeeld

    Maar tijdens al mijn jaren in Xinjiang ben ik geen enkele extremist tegengekomen – of de mensen in kwestie hebben er niets over gezegd. Het is wel zo dat er erg vrome moslims zijn. Ik herinner me een jongen die heel graag lekker at, maar die tijdens de ramadan niet eens zijn eigen speeksel durfde door te slikken.

    Ik heb gezien hoe bang Oeigoeren waren voor etnische assimilatie. Normaal gesproken mogen ze niet trouwen met Han-Chinezen. Enkele jaren geleden had de beroemde Oeigoerse actrice Gulnuzar een relatie met acteur Hans Zang, een Han-Chinees, waarvoor ze door veel Oeigoeren scherp werd veroordeeld. In hun ogen gedroeg zij zich als een schaamteloze vrouw.

    De Oeigoerse samenleving is trouwens zeer verdeeld. Oeigoeren die hoger onderwijs hebben gehad zijn volgens mij wat opener. Enkele jaren geleden had ik een Oeigoerse docent Engels die ons klaarstoomde voor de IELTS-test. Zijn mondelinge beheersing was uitstekend. Deze man, die een goede opleiding had en een goede baan, vond veel Han-gewoonten en -gebruiken niet indruisen tegen zijn principes.

    149 china

    Ik heb privélessen gegeven bij mensen thuis. Als leerling had ik een jonge Oeigoerse. Haar moeder was ambtenaar. Eens per maand moest zij een week naar het zuiden van Xinjiang. Alle Oeigoerse kaderleden zijn daartoe verplicht. Ze moeten iedere maand naar Oeigoerse gezinnen in het zuiden van de provincie om hun [Chinese] karakters te leren lezen en hun een ambacht te leren.

    De goede vooruitzichten voor specialisten in de Oeigoerse taal was voor mij een van de belangrijkste redenen om me in deze taal te verdiepen. Met dit specialisme heb je een zeer goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Grote webondernemingen zoals Tencent [ontwikkelaar van WeChat] en NetEase [die een zeer populaire Chinese site exploiteert] werven studenten met dit profiel aan zodra ze zijn afgestudeerd. In China is Oeigoers, na Mandarijn, op WeChat de meest gebruikte taal om te communiceren.

    Op WeChat kun je nu een boodschap dicteren in Mandarijn, en wat je zegt wordt onmiddellijk getranscribeerd in karakters. Maar voor het Oeigoers werkt dat niet. De mensen die aangeworven worden door deze ondernemingen, worden voornamelijk aangenomen om het Oeigoers in lettergrepen op te delen, om de kwaliteit van de spraakherkenning te verbeteren. Maar alleen mensen die het Oeigoers niet als moedertaal hebben, mogen zich inschrijven voor het examen dat toegang verschaft tot de studierichting Oeigoers. Onze docenten zijn allemaal Oeigoeren, maar alle studenten hebben een andere etnische herkomst.

    Afgezien van de grote webondernemingen komen de meeste specialisten Oeigoers terecht bij de verschillende veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op provinciaal niveau. De mensen die hiervoor kiezen, worden belast met inspectie en controle, uiteraard van mensen van Oeigoerse herkomst. Veel nationale en provinciale openbare veiligheidsdiensten werven studenten van ons instituut aan.

    Juist omdat de functies die een groot aantal van ons geacht wordt uit te 
oefenen zo vertrouwelijk van aard zijn, wordt ons politieke denken zo gedrild. Bovendien verleent de autonome regio Xinjiang studenten die gespecialiseerd zijn in het Oeigoers belangrijke steun. Voor een master Oeigoers, waarvoor 
het collegegeld 5000 yuan [620 euro] bedraagt, krijgen we een studietoelage die twee keer zo hoog is.

    En dat is dan alleen nog maar de studiebeurs. Je kunt ook nog in aanmerking komen voor toelagen wegens verdiensten. De staat verleent ook talrijke subsidies aan ons instituut. Aan de ene kant wordt er een ultrastrenge controle uitgeoefend, aan de andere kant worden er royale subsidies verstrekt – om de pil te vergulden.

    Toezicht

    Vanaf dit jaar kunnen studenten Oeigoers nog ergens anders aan de slag. 
De staat heeft net een nieuwe beleidsmaatregel afgekondigd: een Han-Chinees moet toezicht houden op drie studenten die tot een etnische minderheid behoren. Zodat veel opleidingen mensen zullen moeten aannemen die gediplomeerd zijn in het Oeigoers om toezicht te houden op Oeigoerse studenten. De moeilijkste voorwaarde voor dit werk is dat je je politiek moet conformeren: je kunt alleen maar solliciteren als je lid bent van de partij.

    Nu heb ik er spijt van dat ik Oeigoers heb gekozen. Om eerlijk te zijn: ik heb een redelijk niveau en ik was er zeker van dat ik zou worden toegelaten tot de master. Toch heb ik de studie vaarwel gezegd, ik kon het gewoon niet meer opbrengen door te gaan. Ik had geen zin meer om in Xinjiang te blijven. Daarom ben ik naar het buitenland 
vertrokken.’

    Auteur: Jia Biming

    • Een ‘gedachtenverslag’ is een soort bekentenis waarin iemand, onder dwang of vrijwillig, aan zijn meerderen of in het openbaar zijn politieke gedachten en ideeën kenbaar maakt. Een praktijk die associaties oproept met de Culturele Revolutie (1966-1970).

    CONTEXT: 1.000.000

    China zou bijna een miljoen Oeigoeren naar geheime ‘heropvoedingskampen’ hebben gestuurd onder het mom van bestrijding van religieus extremisme, zo heeft de mensenrechtenadvocaat Gay McDougall gezegd tijdens een hoorzitting van de commissie tot bestrijding van rassendiscriminatie van de VN op 10 augustus in Genève.

    In de autonome Oeigoerse regio Xinjiang bestaat de bevolking voor 45 procent uit Oeigoeren. Volgens Rian Thum, hoogleraar geschiedenis aan de Loyola University van New Orleans, heeft China sinds 2016 680 miljoen yuan (86 miljoen euro) uitgegeven aan de bouw van detentiecentra, zo meldt The New York Times.

    Duanchuanmei 
(The Initium)
    China | nieuwssite | theinitium.com

    Onafhankelijke nieuwssite opgericht in augustus 2015 in Hong Kong, om te ontsnappen aan de Chinese censuur. Wil ‘Chinezen over de hele wereld’ informeren en richt zich hierbij met name op onderzoek en datajournalistiek. Er is ook een wekelijkse papieren versie.

  • Bill Gates, bouw die stad alsjeblieft niet

    Bill Gates, bouw die stad alsjeblieft niet

    Microsoft-oprichter Bill Gates wil een modelstad gaan bouwen in de buurt van Phoenix. Tal van eerdere experimenten met privé-utopia’s laten zien dat dit geen goed idee is, schrijft journalist Keith A. Spencer.

    Snoer me maar de mond wanneer dit verhaal te veel op het snode plan van een James Bond-schurk gaat lijken: de rijkste man op aarde heeft in een persbericht aangekondigd dat hij voor 80 miljard dollar 200 vierkante kilometer land wil kopen, drie kwartier rijden ten westen van de stad Phoenix. Daar willen hij en zijn investeerders zo’n 80.000 wooneenheden en duizenden vierkante meters kantoor- en bedrijfsgebouwen neerzetten en zo hun eigen smart city realiseren, geheel volgens hun eigen voorschriften en zonder enige inbreng van, ach, nou ja, de mensen die er zullen gaan wonen. De stad is bedacht met techno-utopische idealen van het type dat op papier prachtig klinkt, maar nooit enig tastbaar maatschappelijk resultaat oplevert, behalve dat het de ego’s van de Silicon Valley-sekte nog verder opvijzelt. En het mooiste van alles: de toekomstige stad – Belmont – wordt letterlijk vernoemd naar de firma die hem financiert: Belmont Partners. Klinkt dit feodaal? Tja, dat is het eigenlijk ook.

    Microsoft-oprichter Bill Gates wil met zijn kapitaal via een aantal verschillende holdings een stad bouwen op basis van zijn eigen persoonlijke opvattingen over wat een goede samenleving is. Afgezien van wat kleine verschillen in hun politieke visie doet dat nogal denken aan de moralistische kijk op de wereld van onze president, nietwaar? Het is een ongehoorde top-downmanier om een plek in te richten waar mensen straks echt zullen leven en werken en ademen en denken, en gaat regelrecht in tegen de democratische principes die in de meeste westerse steden gelden.

    Mickey Mouse-zonnepanelen in Lake Buena Vista. Disney bepaalt er de politiek en de belastinggrondslagen. – © HH
    Mickey Mouse-zonnepanelen in Lake Buena Vista. Disney bepaalt er de politiek en de belastinggrondslagen. – © HH

    Gates is niet de enige die droomt van een door hemzelf geplande stad. Er is een lange, sombere geschiedenis van miljardairs en/of grote bedrijven die hebben geprobeerd om zonder democratische inbreng hun eigen Utopia te scheppen. De staat Florida kent verscheidene van dit soort experimenten, dankzij de rol die de Walt Disney Company daar speelt. Het bekendst is Celebration, de geheel op de tekentafel bedachte gemeenschap van welvarende middenklassers, ontworpen en ontwikkeld door het bedrijf. Maar griezeliger nog dan Celebration zijn Lake Buena Vista en Bay Lake, twee stadjes waar de politiek en zelfs de belastinggrondslagen volledig worden bepaald door de Walt Disney Corporation.

    Een artikel uit 1993 in The Washington Post over het bizarre beleid in deze twee steden beschrijft hoe de overheid van Florida de Disney-organisatie ‘buitengewone bevoegdheden, rechten en privileges gaf’ om ze te besturen en beheersen. Dit hield in dat het bedrijf ‘zich niet aan bouwverordeningen hoefde te houden, de macht kreeg om vrijelijk particulier land te annexeren en voor miljoenen dollars aan belastingvrije gemeentelijke obligaties uit te geven waarmee verbeteringen aan Disney-eigendom konden worden gefinancierd’, en, duisterder nog, ‘het gezag kreeg om iedereen die gezien werd als “persoon die de openbare orde verstoorde” gevangen te zetten of om mensen die het bedrijf als ongewenste personen beschouwde met geweld uit Disneygebied te verwijderen’. En: ‘De wet vrijwaart Disney van de mogelijkheid om aangeklaagd te worden (laat staan veroordeeld) wegens onterechte arrestatie.’ Bay Lake en Lake Buena Vista zijn in feite politiestaten met 
The Mouse aan het hoofd.

    Pogingen van techies om de macht van een staat te verwerven lijken sprekend op de heerszuchtige ambities van Disney. In het libertarische bolwerk Silicon Valley heerst de diepe overtuiging dat de overheid en onze politieke processen traag en troebel zijn; daarom hebben veel techies, bezeten van macht, geprobeerd hun eigen geheel of gedeeltelijk geprivatiseerde steden op te zetten. De een is daarin ambitieuzer dan de ander: de echte aartsschurk Peter Thiel is een van de grootste financiers van het Seasteading Institute, dat drijvende steden wil bouwen, als ‘libertarische eilanden’, geheel vrij van overheidsregulering. Het griezeligste plan is dat van Space X- en Tesla-ceo Elon Musk, met zijn fanatieke streven om het geheel voor het zeggen te krijgen in zijn eigen geprivatiseerde Mars-utopie, die hij wil financieren met de verkoop van extraplanetaire reisarrangementen voor de rijken.

    Het ‘griezelige’ Bay Lake Resort van Disney in Orlando, Florida. ‘In feite een politiestaat met The Mouse aan het hoofd.’ – © Getty Images
    Het ‘griezelige’ Bay Lake Resort van Disney in Orlando, Florida. ‘In feite een politiestaat met The Mouse aan het hoofd.’ – © Getty Images

    Maar terug naar Belmont. Deze anti-democratische ambitie is niets nieuws voor Gates. Zijn filantropische filosofie, die tot uiting komt in de Bill & Melissa Gates Foundation, is gegrondvest op het idee dat rijke mensen en technocraten het beste weten hoe de samenleving bestuurd moet worden, en dat wij, mindere goden, maar rustig achterover moeten leunen en de techies ons leven moeten laten bepalen. Miljardairs als Gates zijn een groot deel van hun leven omringd door jaknikkers en denken dat zij degenen zijn die het beste weten hoe de wereld eruit moet zien. Ook Silicon Valley leeft in een 
reality distortion field waardoor het gelooft dat technologie en vooruitgang synoniem zijn, een tamelijk gevaarlijk idee dat door de geschiedenis wordt weersproken.

    Als Gates werkelijk rechtvaardig belast zou worden voor het inkomen dat andere mensen voor hem verdienen, zouden we collectief kunnen beslissen waar en hoe de opbrengst van die rijkdom besteed werd; nu mag hij op zijn eigen voorwaarden zijn eigen Belmont bouwen en anderen zijn opvattingen opleggen over wat een goede utopische stad is. Het is één grote pr-campagne voor hemzelf, en ellendig voor alle anderen. Maar dat is het verschil tussen liefdadigheid en solidariteit, 
om met Eduardo Galeano te spreken: liefdadigheid is controle van bovenaf, waarbij de rijken bepalen hoe de rest leeft. Solidariteit is wanneer we onze eigen beslissingen nemen.

    ‘We zijn gekomen omdat we dat soort controle op onze woonomgeving wilden. Je hoeft hier niet bang te zijn dat je buurman opeens zijn ouwe pick-uptruck in zijn voortuin zal parkeren‘

    Als Belmont een zichzelf selecterende groep inwoners aantrekt, net als Celebration in Florida, dan kan het misschien een tijdelijk ‘succes’ worden, net zoals het lelieblanke Celebration een succes werd. Historicus Steven Conn heeft in zijn boek beschreven hoe het gebrek aan een normaal democratisch karakter van de stad veel inwoners van Celebration juist aantrok; veel mensen die er kwamen wonen, lieten hun leven maar al te graag bepalen door een beursgenoteerd bedrijf. Zoals Conn schreef zat de aantrekkingskracht van Celebration voor veel bewoners in de belofte dat de sfeer in de stad zou worden beheerst door Disney, het bedrijf dat van zijn pretparken de gelukkigste plekken op aarde had gemaakt. Bewoners sloten privécontracten af voor bepaalde diensten en het lokale Architectural Review Committee handhaafde strikte regels voor de uiterlijke verschijning van de stad. ‘De meesten van ons zijn hier niet komen wonen vanwege Disney,’ zei inwoonster Kathleen Carlson tegen 
The Miami Herald. ‘We zijn gekomen omdat we dat soort controle op onze woonomgeving wilden. Je hoeft hier niet bang te zijn dat je buurman opeens zijn ouwe pick-uptruck in zijn voortuin zal parkeren.’ In Celebration is democratische deelname aan het reilen en zeilen van de stad vervangen door bedrijfsmatige controle. Het is niet bepaald de versterkte ‘gemeenschap’ die de nieuwe urbanisten voor ogen stond, maar wel precies het resultaat dat te verwachten viel, nu het begrip ‘gemeenschap’ verworden is tot verkoopargument voor makelaars.

    Moord en zelfmoord

    Maar het bleef niet zo in Celebration. Net als elke stad kreeg ook deze te maken met de grillen van de bredere economie, en die konden de private dienstverleners niet wegmanagen. Toen de crisis in Florida toesloeg, wist zelfs Disney de waarde van het vastgoed in zijn modelstad niet in de hand te houden. Eind 2010 waren de huizenprijzen nog sterker gedaald dan in de rest van de staat – in sommige gevallen met wel 60 procent – en er kwamen ook meer gedwongen verkopen voor. Datzelfde jaar beleefde Celebration in één week tijd zijn eerste moord en vervolgens de zelfmoord van een inwoner die zich in zijn huis had verschanst en veertien uur lang een speciaal SWAT-team bezighield. De verbijsterde inwoners moesten de werkelijkheid onder ogen zien.

    Miljardairs doen er verstandig aan de les van Celebration ter harte te nemen: Utopia is niet te programmeren.

    Auteur: Keith A. Spencer
    Vertaler: Annemie de Vries

    Salon
    Verenigde Staten | salon.com

    Salon bestaat sinds 1995 en wordt wel beschouwd als de beste onlinekrant van het moment. Oprichter David Talbot, progressief journalist, auteur en mediaondernemer die eerst verbonden was aan de San Francisco Examiner, wilde met Salon een breed publiek bedienen van kwaliteitsstukken over politiek, economie en cultuur. Met 3,1 miljoen bezoekers per maand is hij daarin geslaagd.

  • Video: HyperNormalisation

    Video: HyperNormalisation

    Adam Curtis (61) is een BBC-journalist die al een aantal (lange) semidocumentaire(series) op zijn naam heeft staat. In zijn jongste, HyperNormalisation (2016), betoogt hij dat overheden, financiers en technologische utopisten sinds de jaren zeventig de complexe ‘echte’ wereld hebben ingeruild voor een simpele nepwereld, die wordt gerund door grote bedrijven en onder controle gehouden door politici.

    The Guardian schreef dat de film ‘een passend voorwoord zou kunnen zijn bij Donald Trumps “global horror show”’. En verder: ‘Curtis betoogt dat wij zijn verdwaald in een nagebootste wereld en de werkelijkheid achter de fake niet meer waarnemen.’

    En dat was ruim voor aan Trumps overwinning op 8 november 2016. HyperNormalisation bevat veel materiaal uit de BBC-archieven, en fragmenten van films als Dr. Strangelove, Stalker, Deep Impact, Independence Day, Godzilla, Armageddon en The Rock.


  • Ritme

    Ritme

    Geluk, zei Don Draper in Mad Men, is vrij zijn van angst. Om die staat van zijn te bereiken, is iedereen overal ter wereld bezig met de meest verregaande vormen van controle.

    Controle over het ongewisse, over de duisternis, controle over datgene waar we helemaal geen controle over hebben. En als we zelf niet in staat zijn vrees te beteugelen, hebben we altijd nog de technologie. Waar we dan ook weer bang voor kunnen worden, of razend en gefrustreerd als het hapert of domweg niet werkt.

    Mediafilosoof en hoogleraar Informatica Ian Bogost schreef een angstaanjagend artikel voor The Atlantic (Dossier) over de lange arm van bijvoorbeeld een simpele app die het stroomverbruik van afzonderlijke apparaten in huis bijhoudt. Het is nog niet zover dat de apparaten de regie over ons leven hebben overgenomen, en bovendien kunnen we nog steeds zelf beslissen in hoeverre we in welke database dan ook willen verschijnen – maar toch. Wil je 
toezicht over zaken die doorgaans buiten je blikveld liggen, of inzicht in dat wat met het blote oog onzichtbaar is, dan lever je vrijheid in. 
Misschien kan big data het alledaagse leven inderdaad 
vergemakkelijken, maar diezelfde informatie kan net zo goed tegen je worden gebruikt.

    Ooit.

    We hebben ons ritme leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving

    Paradoxaal eigenlijk. We denken tijd te besparen omdat een internetverbinding ons helpt efficiënter te zijn, productiever. Ondertussen worden we overspoeld door wat er allemaal nog meer kan en raken verstrikt en verstikt in wat de Duitse tijdsonderzoeker Karlheinz Geißler in een interview met 
Die Zeit (Horizon) ‘verdichting van tijd’ noemt. In plaats van naar de vaste maat van de klok te leven, naar de uren die slaan, 
de halve uren, de kwarturen, de zestig minuten in ieder uur, zouden we weer moeten kunnen vertrouwen op het eigen ritmisch organisme.

    Nee, niet de inwendige klok. Die hebben we volgens Geißler niet. Ritme wel. Maar dat hebben we leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving.

    Misschien is geluk dus juist wel het vrij zijn van de klok.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Een huis vol ogen en oren

    Een huis vol ogen en oren

    We stoppen onze huizen vol met slimme apparaten. Maar de gegevens die ze doorgeven, kunnen eenvoudig worden misbruikt door bedrijven en overheden. Mediafilosoof Ian Bogost maakt zich grote zorgen.

    Ik maak me zorgen. Over het welzijn van mijn gezin. Over mijn huis. Mijn stomme spullen, en mijn dierbare spullen. Doet iedereen toch? ‘Geluk,’ zegt Don Draper in de pilot van Mad Men, ‘is vrij zijn van angst.’ Bedrijven verkopen remedies tegen die angsten – ook al zijn ze soms ingebeeld. Mondwater, bedacht als remedie voor de verzonnen aandoening halitose. De gympen van Nike, waarop meer wordt gesjokt dan hardgelopen. Het modernistische kastje van glas en aluminium van Apple, de droom van iedere controlfreak. Zoals mensen oorspronkelijk een mobiele telefoon kochten voor hypothetische noodgevallen, zo moeten ook slimme apparaten met een internetverbinding nu allerlei angsten bezweren. Camera’s met bewegingsdetector om boosaardige babysitters van snode plannen te weerhouden. Een videocamera in de deurbel om straatventers en inbrekers af te schrikken. Een digitale weegschaal om een ramp met je gasbarbecue te voorkomen. Sensoren die waarschuwen voor overstroming.

    Op individueel niveau zijn zulke angsten en remedies meestal onschadelijk en hooguit vergeefs. Maar als veel mensen zo’n product gaan gebruiken, wordt het tijd om je zorgen te maken. Slimme apparaten veroorzaken ingrijpende veiligheidsproblemen – zoals duidelijk blijkt uit een recente botnetaanval, waarbij slecht beveiligde settopboxen en internetcamera’s werden gebruikt om het halve internet plat te leggen [zie kader ‘Cyberleger’, onderaan]. Met de totale controle die het ‘internet der dingen’ belooft, verruil je de onzekerheid van angst voor de zekerheid van totaal toezicht. Als je gadgets wilt hebben om alles in de gaten te houden, moeten die gadgets ook jou in de gaten kunnen houden. In veel sterkere mate dan je denkt.

    Heb je een cirkelzaag of een vibrator in huis? Dat vindt je verzekeraar misschien interessant – en anders je werkgever wel

    Ik kijk op mijn smartphone naar de app Sense. Die toont me een livegrafiek van het stroomverbruik in mijn huis. Als ik een lamp aandoe, gaat de grafiek meteen een beetje omhoog. De data zijn afkomstig van een in de meterkast geïnstalleerde verbruiksmeter – een klein oranje doosje met een wifi-antenne om de data via internet door te geven aan Sense. Op een ander scherm van de app wordt met kleine en grote cirkels gevisualiseerd hoeveel stroom de afzonderlijke apparaten in huis verbruiken. Mijn airco-installatie is de grootste cirkel, dan komt de oven (we zijn cupcakes aan het bakken), daarna de lamp. Zodra ik de lamp uitschakel, verdwijnt die cirkel als bij toverslag. Mijn lampen en mijn oven zijn niet verbonden met internet, maar omdat mijn meterkast dat nu wel is, weet Sense wanneer ik welke apparatuur gebruik, en hoelang, en hoeveel stroom dat kost.

    Deze vorm van data-analyse wordt energy disaggregation genoemd, ‘energiedesaggregatie’, en bestaat al sinds de jaren tachtig. Bij desaggregatie van energiesignalen wordt geprobeerd het totale stroomverbruik in een gebouw uit te splitsen naar afzonderlijke segmenten: het verbruik van de airco, huishoudelijke apparatuur, verlichting, enzovoort. Met deze methode wordt van oorsprong het verbruik en de efficiëntie van elektrische apparatuur gemeten. Maar Sense Labs, de start-up in Massachusetts waarvan ik dat apparaatje in de meterkast mag uitproberen, heeft grotere en vreemdere plannen.

    Mike Phillips, de CEO van Sense, komt uit de wereld van de spraakherkenning. Zijn bedrijf SpeechWorks, dat in 2000 naar de beurs ging, heeft spraakherkenningssoftware ontwikkeld voor telefonische keuzemenu’s bij grote bedrijven. Sommige technieken waarmee computers spraak kunnen herkennen en begrijpen, blijken ook toepasbaar op stroomverbruik. Sense desaggregeert het stroomverbruik door uit minieme wijzigingen in voltage en wattage de signatuur van afzonderlijke apparaten af te leiden. Ter verhoging van de kwaliteit van die herkenning beschikt het systeem over lerend vermogen: door de data van alle verbruikspatronen van alle elektrische apparatuur van alle Sense-gebruikers te verzamelen, kan de app steeds meer apparaten steeds beter en sneller herkennen.

    Op het eerste gezicht lijkt Sense alleen een product voor mensen met obsessieve neigingen: mensen die alles in huis op internet willen aansluiten om er op hun smartphone naar te kunnen turen, mensen die hun stroomverbruik tot ver achter de komma willen bijhouden, mensen die geregeld bang zijn dat ze de oven of het strijkijzer aan hebben laten staan. Maar Sense Labs is er niet alleen voor de kostenbewuste of ziekelijk bezorgde consument. Op het eerste gezicht lijkt de waarde van het systeem vooral te schuilen in de inzage in je stroomverbruik. Maar dat zegt nog veel meer over wat er in je huis gebeurt, legt Phillips uit. Als Sense-gebruikers bijvoorbeeld zien dat om vier uur ’s middags de tv aangaat, kunnen ze daaruit afleiden dat de kinderen veilig thuis zijn van school. Als ze zien dat de oven aangaat, weten ze dat hun wederhelft niet is vergeten om de kip in de oven te doen. Als ze kijken wanneer de garagedeur gisteravond voor het laatst is gebruikt, weten ze of hun tiener inderdaad op tijd thuis was. Zo hoopt Sense uiteindelijk een soort huisbrein te bieden dat veel meer doet dan alleen je stroomverbruik meten.

    Dan kan het ook functies van andere gadgets overnemen. Een veelgebruikt apparaatje van het internet der dingen is bijvoorbeeld een vochtmeter met wifi, zoals die van Twine. Monteer die in je kelder en je krijgt een tekstbericht zodra de kelder overstroomt. Sense kan dat doen door het verbruik van je vaste kelderpomp te meten. Op de website van Sense worden nog allerlei andere veelbelovende toepassingen genoemd, zoals een melding dat de wasmachine klaar is of een overzicht van hoeveel je tv kijkt. Uiteindelijk kun je apparaten via dit systeem misschien ook aan- en uitzetten.

    Illustraties: © Paul Faassen
    Illustraties: © Paul Faassen

    In de praktijk is zelfs een simpel seintje dat de was klaar is nog toekomstmuziek. Op dit moment kan Sense alleen een overzicht tonen van wanneer verschillende apparaten aan- en uitstaan. Voor zover het die apparaten dus herkent. Het duurt een paar dagen voordat Sense de apparaten in je huis begint te herkennen, en volgens Phillips heeft de app na een maandje een compleet overzicht. Zo zie ik maar een paar van de lampen in ons huis in de app staan, en sommige apparaten staan soms wel in de lijst en dan weer niet. Dat is een verschil met de onmiddellijke bevrediging van de meeste internetgadgets: Sense is traag en semipermanent. Het apparaat moet door een professionele monteur worden geïnstalleerd (zodat je jezelf niet elektrocuteert). En het werkt alleen als er wifi is – maar de meterkast zit vaak in de kelder of de garage, terwijl de wifi-router vaak heel ergens anders staat. Sense overweegt het kastje te voorzien van een ethernetingang, maar veel huiseigenaren hebben ook geen ethernetkabel naar de meterkast liggen.

    Deze consumentenversie van stroomdesaggregatie staat dan ook nog in de kinderschoenen. De precisie van het Sense-systeem moet nog groeien, en dat gebeurt vanzelf naarmate meer mensen het systeem installeren en het in staat stellen zijn kennis te vergroten. Sense lijkt mij het begin van een nieuwe en blijvende ontwikkeling van het internet der dingen. Om die toekomst te ontsluiten moet Sense een dienst leveren die interessant genoeg is om voldoende consumenten over te halen dit apparaat permanent in hun meterkast te installeren. In een tijd waarin met ‘slimme’ apparaten grootschalige DDoS-aanvallen worden gepleegd en je met een drone de verlichting van een kantoorgebouw kunt hacken, vormt de zorg om onze veiligheid en privacy misschien nog de grootste hinderpaal voor grootschalige invoering.

    Op het gebied van beveiliging is Sense in theorie een verbetering op reeds bestaande slimme apparaten, die al in grote aantallen worden gebruikt terwijl bij het ontwerp ervan de beveiliging vaak is verwaarloosd. Als je niet meer elk afzonderlijk apparaat maar alleen één sensor in de meterkast met internet laat communiceren, verminder je het aantal mogelijke inbraakpunten. Alleen het Sense-kastje zelf kan dan nog worden gehackt. Maar met privacy ligt het lastiger. Sense luistert immers mee met elk elektrisch apparaat in huis en legt daar alles van vast. Dat zijn wel heel veel privacygevoelige en bijzonder waardevolle data.

    Early adopters installeerden de slimme thermostaat van Nest vaak zonder ten volle te beseffen hoeveel dat apparaat weet over wie er wanneer in huis is. Toen Nest in 2014 voor 3,2 miljard dollar door Google werd gekocht, kon Google dat kijkje in al die huishoudens in één klap combineren met wat het verder over zijn gebruikers weet: wat ze op internet zoeken, waar ze zich bevinden, enzovoort. Sense biedt dezelfde mogelijkheid om direct data te verzamelen over alles wat mensen thuis met stroom doen – wat tegenwoordig bijna alles is.

    Dom houden

    De Nest-thermostaat weet ruwweg wanneer iemand wel en niet thuis is. Maar als je een smartphone met Google Maps hebt, wist Google dat waarschijnlijk toch al. Sense kan ook zien wanneer mensen specifieke apparaten en lampen gebruiken: hoe vaak en hoelang. Het lijkt misschien onschuldig dat ze meten hoe vaak jij je garagedeur en je oven gebruikt, tot je bedenkt dat big data nu al worden gebruikt om te beoordelen of mensen in aanmerking komen voor een verzekering of een lening. Hoe vaak je garagedeur open- en dichtgaat kan iets zeggen over het risico dat je loopt als automobilist, afgemeten aan hoe vaak en op welke tijdstippen je de auto gebruikt. En hoe vaak je de elektrische oven of het fornuis, de blender of de magnetron aanzet (of juist niet) kan iets zeggen over het kookpatroon in een huishouden, en daarmee over de gezondheid van de leden daarvan. Heb je een cirkelzaag of een vibrator in huis? Ook dat vindt je verzekeraar misschien interessant – en anders je werkgever wel. Een sollicitant bij wie iedere dag het strijkijzer aanstaat is misschien aantrekkelijker dan iemand die elke dag een ‘persoonlijke stimulator’ gebruikt. En een magazijnmedewerker die in zijn vrije tijd met gevaarlijk gereedschap in de weer is, is misschien een minder aantrekkelijke werknemer dan iemand die in zijn vrije tijd meestal veilig voor de tv zit.

    Ook de commerciële toepassingen van deze data zijn legio. Stel dat Amazon, Walmart en Google niet alleen weten welke producten hun klanten zoeken en kopen, maar ook welke alledaagse niet-elektronische producten ze al bezitten en hoe vaak ze die gebruiken. Dan kan hun pornoconsumptie worden afgezet tegen hun drinkgedrag. Hun slaapgewoonten (afgeleid van het gebruik van de tv en lampen in huis) tegen hun neiging om online impulsaankopen te doen. Hebben mannen die zich dagelijks elektrisch scheren een voorkeur voor boxershorts en mannen die dat om de dag doen een voorkeur voor slips? Binnenkort weet Facebook het misschien en past er dan zijn advertenties op aan.

    Voorlopig kan Sense zulke gedetailleerde informatie nog niet geven. Maar mettertijd zal het potentieel van deze vorm van dataverzameling groeien. Niet alleen door het zelflerend vermogen van hun systeem, maar ook omdat desaggregatie van stroomverbruik uiteindelijk misschien wordt ingebakken in afzonderlijke apparaten of zelfs in het hele stroomnet. Voor het internet der dingen moeten apparaten nu ieder afzonderlijk een netwerkverbinding kunnen maken. Dat is een van de redenen dat die slimme apparaten zo lastig te beheren zijn, om niet te zeggen ronduit onveilig. Maar het stelt je ook in staat om die slimme apparaten dom te houden: je kunt er altijd voor kiezen om de wifi-functie van je waterkoker of je koelkast níét te gebruiken, en er gewoon thee mee te zetten of eten mee te koelen zoals je vroeger gewend was. Zodra echter eenmaal een apparaatje zoals dat van Sense is geïnstalleerd, kunnen gegevens over welke apparaten je gebruikt, en hoe vaak en wanneer, gewoon worden verzameld via het lichtnet, ook zonder dat jij als consument daar weet van hebt.

    De meeste zogenaamde slimme apparaten zijn eigenlijk oliedom. Ten eerste omdat ze vooral ten dienste staan van een Internet der Dingen Die Je Helemaal Niet Nodig Hebt

    Ik ben te rade gegaan bij mijn collega Justin Romberg van Georgia Tech, docent elektrotechniek en deskundige op het gebied van digitale signaalverwerking. Een gewoon apparaat zoals een blender of een scheerapparaat kan volgens hem gemakkelijk met een elektriciteitsmeter samenwerken door een vooraf bepaalde elektrische puls te versturen, om aan te geven wanneer het aan en uit wordt gezet of zelfs extra informatie te geven over wat het uitvoert. Het is hypothetisch en het zou nog jaren kosten om zoiets uit te rollen. Maar als het voortaan standaard wordt ingebouwd, kan die ingebouwde puls compatibel worden gemaakt met lokale analysesystemen als Sense of met een uitleespunt buitenshuis. Dan staan straks alle apparaten stiekem te vertellen hoe ze door hun eigenaar worden gebruikt. Neutraal kun je deze techniek dus bepaald niet noemen.

    Het moet gezegd dat de leiding van Sense zich bewust is van de privacygevaren van hun dienst. Mike Phillips erkent dat het van vitaal belang is voor het succes van zijn product om het vertrouwen van de consument te winnen. Maar hij hoopt dat vertrouwen van meet af aan te hebben. Volgens de eigen voorwaarden mag het bedrijf immers geen gegevens doorverkopen zonder expliciete toestemming van de gebruiker en belooft het alle gegevens te wissen als een gebruiker daarom vraagt. Sense behoudt zich wel het recht voor geanonimiseerde data te gebruiken om zijn zelflerende algoritmes te voeden.

    Technologiebedrijven veranderen hun voorwaarden natuurlijk aan de lopende band, en zodra zo’n met durfkapitaal gefinancierd bedrijf succes heeft, wordt het meestal opgekocht. In dat opzicht garandeert de financiering van Sense misschien wat meer fatsoen in de omgang met data dan bij traditionele start-ups. In september heeft het bij een investeringsronde 14 miljoen dollar opgehaald, met als grootste investeerders twee fondsen die naar investeringen in nieuwe energie zoeken voor grote, traditionele bedrijven: Energy Impact Partners, een investeringsfonds waarin uitsluitend energiebedrijven deelnemen, en de investeringstak van Shell. Door slimme energiemeters in te voeren om de facturering te automatiseren en het aanbod beter af te stemmen op de vraag, hebben energiebedrijven het wantrouwen van de consument aangewakkerd, die vaak met monopolisten te maken heeft. Lindsay Luger, managing director van Energy Impact Partners, zegt dat de investeerders in haar fonds manieren zoeken om het contact met hun klanten te verbeteren. Huiseigenaren zijn misschien niet dol op energiebedrijven, maar wel op hun huis; voor veel Amerikanen is dat hun kostbaarste bezit. Een product als Sense kan energiebedrijven in staat stellen hun klanten nieuwe diensten aan te bieden op het gebied van duurzaamheid, controle en automatisering in huis. Veel energiebedrijven proberen deze ontwikkeling te stimuleren door korting te geven op de aanschaf van een Nest-thermostaat, en in de toekomst misschien ook op het kastje van Sense.

    Nieuwe databases

    Dat kan natuurlijk weer leiden tot het aanleggen van nieuwe databases. Luger toont zich net als Phillips bewust van het privacy-aspect, maar zegt ook dat mensen er steeds minder moeite mee hebben persoonlijke data te delen, zeker als ze er zelf beter van worden. En dat zou allemaal prima zijn, als Sense garanties kon bieden tegen mogelijk ander gebruik van die data in de toekomst. Maar als start-up moet het bedrijf uiteindelijk toch erkennen dat het een financieel instrument in handen van zijn investeerders is.

    Op dat vlak heeft Sense een voordeel dat zowel indrukwekkend als angstaanjagend is. De meeste zogenaamde slimme apparaten zijn eigenlijk oliedom. Ten eerste omdat ze vooral ten dienste staan van een Internet der Dingen Die Je Helemaal Niet Nodig Hebt: apparaten met internet verbinden maakt simpele zaken vaak nodeloos ingewikkeld. Vraag maar aan de man die elf uur lang probeerde thee te zetten met een wifi-waterkoker. Ten tweede zijn het domme apparaten omdat de processoren die erin zitten complete computertjes zijn, terwijl die apparaten toch weinig meer bieden dan een extra knopje en de mogelijkheid om data door te sluizen. Tel daarbij op de veiligheidsproblemen, en dat hele internet der dingen lijkt eigenlijk grote zottigheid.

    Erger nog: het alternatief voor die domme ‘slimme’ apparaten is misschien niet intelligentie maar geslepenheid. Mensen als Mike Phillips en Lindsay Luger kunnen nog zo eerlijk en vol goede bedoelingen zijn, een dienst zoals die van Sense blijft een doos van Pandora. Meer dan ooit moeten de maatschappelijke en ethische implicaties van een product worden beoordeeld op basis van alle mógelijke toekomstige manieren waarop het kan worden gebruikt.

    Luger zegt dat haar fonds geen investeringen doet met een specifieke exitstrategie in het achterhoofd. ‘Ontwikkel een goed bedrijf en je vindt vanzelf een uitgang,’ zegt ze. Ze wijst erop dat het systeem van Sense voor veel sectoren interessant kan zijn: energiebedrijven, de beleggers in haar fonds, zijn logische kandidaten om het op te kopen. Maar ze erkent dat ook Google en Amazon interesse kunnen hebben, evenals verzekeraars of fabrikanten die de door hun apparatuur gegenereerde data willen verzamelen. De toekomst van datadesaggregatie in huishoudens lijkt er dus een te worden van data die continu wordt verzameld.

    Als die toekomst al te bedreigend wordt, kunnen gebruikers altijd een monteur inschakelen om het kastje van Sense uit hun meterkast te halen. Maar de werkelijkheid is nooit zo simpel, zeker niet als een curiositeit eenmaal de norm is geworden. Hoe makkelijk is het nu nog om op internet te zoeken zonder Google, om contact met je vrienden te onderhouden zonder Facebook of te netwerken zonder LinkedIn? Het is allang duidelijk dat consumenten hun persoonlijke data grif afstaan in ruil voor geld of kortingen. Verzekeraars vinden dat ook interessant. Straks kun je misschien je auto niet meer verzekeren als je er geen internetkastje in wilt installeren. Of krijg je geen zorgverzekering als je geen fitnesstracker gebruikt. Kun je geen lening afsluiten zonder volledige inzage te geven in je socialmediagebruik. En kun je misschien geen stroom meer afnemen zonder in te stemmen met het gebruik van zo’n energiedesaggregator.

    Voeg daarbij de onzekerheid over hoe technologiebedrijven en de nieuwe regering gaan samenwerken onder president Trump, en het verzamelen van al die informatie over het alledaagse leven van gewone mensen gaat steeds minder lijken op een eerlijke uitwisseling van gratis diensten en steeds meer op de ongeplande komst van een maatschappij van totaal toezicht. Het lijkt vergezocht om zo’n beeld te schetsen naar aanleiding van een energiemetertje van 250 dollar dat nu nog weinig afnemers heeft en gemaakt wordt door alleraardigste mensen met de beste bedoelingen. Maar zoiets lijkt altijd vergezocht tot het ineens een voldongen feit is. Het schrikbeeld van een slim apparaatje zoals dat van Sense valt samen met de belofte die het uitdraagt: dat dit echt de toekomst is, en dat die onafwendbaar is. Dat is wel iets om even bij stil te staan als je een apparaat aanzet of een stekker in het stopcontact steekt. Op den duur, over niet al te lange tijd zelfs, zal de kleine elektrische puls die dat veroorzaakt via de blender en de spaarlamp zo je huis uit zweven, naar de cloud daar boven, waar hij wordt geboekstaafd en bewaard door federale instanties en marketingafdelingen en actuarissen – tot in eeuwigheid.

    Auteur: Ian Bogost
    Vertaler: Frank Lekens

    Ian Bogost is in de VS een bekende persoonlijkheid in de wereld van de videospelletjes. Behalve ontwerper is hij ook hoogleraar in de informatica aan het Georgia Institute of Technology, en mediafilosoof. Zijn specialiteit is het ontwerpen van ‘serieuze’ videospelletjes met sociale en politieke thema’s (veiligheid op luchthavens, bescherming van consumenten tegen het maken van schulden, grieppandemieën et cetera). Hij gaat ook door voor een pionier op het gebied van newsgames, die steeds vaker opduiken – een toepassing van journalistieke technieken in videospelletjes waarbij de informatie op een ludieke en interactieve manier wordt verpakt.

    CONTEXT: CYBERLEGER

    Veel op het internet aangesloten apparaten zijn slecht beveiligd, waardoor ze een wapen kunnen worden in cyberaanvallen.

    Op 21 oktober 2016 ‘kreeg de wereld een voorproefje van de toekomst met een grootschalige cyberaanval, die de toegang blokkeerde tot talrijke websites, zoals die van Twitter en Amazone’, brengt Foreign Policy in herinnering. Die dag kozen de hackers de Amerikaanse onderneming Dyn, waarvan de servers het verkeer op het internet regelen, tot doelwit. Hun wapen? Een leger dat bestond uit een fenomenaal aantal op internet aangesloten objecten, zoals camera’s, printers en zelfs babyfoons, die werden ingezet zonder medeweten van de eigenaren of gebruikers.

    ‘Deze manipulatie berust geheel op het feit dat de honderden miljoenen apparaten die bij dit soort aanvallen worden ingezet, worden verkocht met weinig ingebouwde beveiliging, áls er al sprake is van enige beveiliging’, betoogt Motherboard.

    Deze nieuwe vorm van agressie heeft niet alleen tot gevolg dat de verbindingssnelheid van het internet wordt vertraagd. De aanvallen vormen een werkelijke bedreiging voor de objecten die worden aangevallen, voor het privéleven van de eigenaren, maar ook voor hun gezondheid en in sommige gevallen zelfs voor hun leven. Dat is in elk geval de boodschap die vooraanstaande deskundigen op het gebied van internetbeveiliging medio november vorig jaar neerlegden in een rapport aan het Amerikaanse Congres.

    Volgens deze experts ontbreekt een degelijke beveiliging ook op computers en andere op het internet aangesloten instrumenten in ziekenhuizen, vooral in systemen die bijvoorbeeld het functioneren van liften, de ventilatie en andere installaties regelen. ‘Het is niet zo lastig om je voor te stellen welke dodelijke catastrofe zich zou kunnen voordoen – en dat dwingt de overheid tot ingrijpen om dit falen van de markt te corrigeren’, schrijft Bruce Schneier, veiligheidsexpert aan Harvard, in MIT Technology Review. Schneier pleit voor een agentschap dat regels opstelt voor de ‘cyberveiligheid’.

    VS – DE TV KIJKT MEE

    ‘Uw televisie bespiedt u ongetwijfeld meer dan dat u naar het scherm kijkt’, waarschuwt Pacific Standard. Het Amerikaanse tijdschrift heeft één speciaal merk op het oog, namelijk Vizio, de nummer 1 op de markt van ‘intelligente’ tv-toestellen in de Verenigde Staten.

    ‘De toestellen registreren de kijkgewoonten van de bezitter en delen die gegevens met reclamebureaus, die op hun beurt u weten terug te vinden op uw laptop of op andere apparatuur die met het internet in verbinding staat’, onthult Standard.

    Het systeem wordt in werking gesteld door een ‘mankement’ aan de toestellen van dit merk (om het systeem uit te schakelen moet de gebruiker zelf actie ondernemen), in tegenstelling tot de toestellen van de concurrentie, waarvan het volgsysteem pas in werking treedt als de gebruiker daarin toestemt.

    DUITSLAND – VEILIGHEID INTERESSEERT FABRIKANTEN NAUWELIJKS

    We worden omringd door apparaten die op het internet der dingen zijn aangesloten, ‘maar elk van die apparaten is een potentieel lek in het wereldwijde web’, schrijft Süddeutsche Zeitung verontrust. Om onze apparatuur te beveiligen is niets zo goed als een deugdelijk wachtwoord, raadt de Duitse krant aan, die het onderwerp grondig heeft onderzocht. Vergeet het klassieke ‘123456’, dat vaak tevoren op het apparaat is geïnstalleerd en dat veel gebruikers na aankoop niet wijzigen.

    Maar dan moet de fabrikant de koper wel de mogelijkheid bieden de toegangscode te wijzigen. En daar schort het soms aan, constateert de Süddeutsche. Het Duitse bureau voor veiligheid op het gebied van informatica raadt trouwens aan om de UPnP-functie (Universal Plug and Play) uit te schakelen, die het apparaat in staat stelt in een systeem te functioneren, maar die tevens piraterij vergemakkelijkt. Bovendien moet de gebruiker van dergelijke apparaten zo veel mogelijk de nieuwste updates installeren die de fabrikant verstrekt.

    Tot op heden tonen de fabrikanten zich nauwelijks geïnteresseerd in beveiliging

    Een ingewikkelde maar relatief veilige methode is het installeren van een zogeheten VPN (Virtual Private Network), schrijft de krant. Het betreft een privénetwerk dat alle apparaten in huis onderling verbindt. Daartoe moet waarschijnlijk de hulp van een specialist worden ingeroepen.

    De verantwoordelijkheid voor de beveiliging van dergelijke apparaten berust dus geheel bij de gebruiker, benadrukt de krant. ‘Die opgelegde verantwoordelijkheid is een vergissing, want de gebruikers zijn goeddeels afhankelijk van de fabrikant.’ Hun bewegingsvrijheid is wat dit soort apparaten betreft dus beperkt. ‘Ze kunnen noch het gebruikssysteem kiezen, noch aanvullende apparatuur installeren om zich te beveiligen.’

    Tot op heden tonen de fabrikanten zich nauwelijks geïnteresseerd in beveiliging, en het wordt hoog tijd dat daar verandering in komt, schrijft de Süddeutsche, die de suggestie doet een keurmerk te introduceren waarop de koper kan aflezen in hoeverre een product veilig te gebruiken is.

    VS – BARBIE ALS KLIKSPAAN

    Is met internet verbonden speelgoed het nieuwe doelwit van Big Brother? Die vraag stelde onlangs New Scientist, dat zich verontrust afvroeg hoeveel van dat speelgoed de Kerstman dit jaar weer onder de kerstboom had gelegd. Al in 2015 veroorzaakte Hello Barbie, het popje waarmee de kleintjes kunnen praten, een schandaal.

    Alle woordjes die de kinderen uitspreken worden opgevangen door een microfoon en doorgestuurd naar en ontleed door algoritmen voor stemherkenning, opdat het popje een enigszins adequaat antwoord op gestelde vragen kan formuleren.

    ‘Er is op zich niets illegaals aan het functioneren van Hello Barbie’, schrijft het wetenschapsblad, ‘maar een fabrikant kan zich keurig houden aan alle wetten en voorschriften en niettemin het privédomein van kleine kinderen betreden. Want die kindertjes begrijpen niet dat een speelpopje geen geheimen kan bewaren en dat alles wat ze tegen hun Barbie zeggen ook afgeluisterd kan worden door een onzichtbare batterij ingenieurs en ontwerpers – en ook door hun ouders.’

    unnamed 2

    ITALIË – DE TOEKOMST IS AL BEGONNEN

    Het internet der dingen – en niet alleen het internet van de computers en mobiele telefoons – behelst een woud van voorwerpen (van auto’s en thermostaten tot broodroosters en pacemakers) die met het internet zijn verbonden voor meer gemak en – dat was de oorspronkelijke belofte – voor meer veiligheid, schreef de Italiaanse krant Corriere della Sera eind 2014, verwijzend naar een rapport van Europol over onlinecriminaliteit. Naast diefstal van persoonlijke gegevens en identiteitsfraude kan piraterij ten aanzien van gebruiksvoorwerpen die met internet zijn verbonden leiden tot ‘lichamelijke schade, zelfs tot de dood’.

    ‘Het risico van een hartinfarct, veroorzaakt door een hacker via een pacemaker, bestaat natuurlijk, maar die dreiging lijkt veraf, de daad van een krankzinnige’, relativeerde de krant, die tot de slotsom kwam: ‘De bescherming van de persoonlijke gegevens van miljoenen mensen zou daarentegen prioriteit moeten krijgen. Europol heeft in elk geval alarm geslagen.’

    DUITSLAND – ANGSTAANJAGEND ONDERZOEK

    De Süddeutsche Zeitung heeft onlangs na maandenlang onderzoek een serie artikelen gepubliceerd over de veiligheid van op het internet aangesloten apparatuur. ‘Alleen al in Duitsland worden duizenden apparaten geproduceerd die niet worden beveiligd met een wachtwoord en voor iedereen toegankelijk zijn’, luidt de conclusie. De journalisten hebben gebruikgemaakt van de zoekmachine Shodan (shodan.io), waarop een lijst wordt bijgehouden van apparatuur die op het internet moet worden aangesloten, maar het zonder beveiliging moet stellen. Dat kunnen webcams zijn, maar evenzeer controlesystemen in waterzuiveringsinstallaties. Hele levens worden blootgelegd aan wie maar wil toekijken, terwijl elk niet-beveiligd apparaat tevens kan dienen als schakel in massale cyberaanvallen.

    ISRAËL – KNIPPERLICHT IN DE NEGEV

    Op een avond in 2016 begonnen de ‘intelligente’ lampen van een gebouw van het Weizmann Instituut en vervolgens ook van een woonflat in Beer Sheva in de Negev-woestijn voortdurend aan en uit te knipperen, zonder regelmaat, en ze veranderden daarbij ook nog eens bij voortduring van sterkte en van kleur. Waren ze gek geworden?

    In werkelijkheid werden beide gebouwen ‘aangevallen’ door onderzoekers van het Weizmann Instituut zelf en van de Dalhousie-universiteit in het Canadese Halifax, die erin waren geslaagd de controle in beide gebouwen over te nemen. Daartoe hadden ze een ‘informaticaworm’ ontwikkeld met behulp van een tamelijk onbekend internetprotocol, genaamd ZigBee, een standaard voor verbindingen op korte afstand, te vergelijken met de Bluetooth-technologie.

    ‘De onderzoekers toonden aan dat zij door controle te krijgen over slechts één enkele lamp, binnen een paar minuten een groot aantal andere lampen in de nabijheid een voor een konden manipuleren’, schreef_ The New York Times._ Dezelfde techniek zou gebruikt kunnen worden, aldus de krant, als opstapje om informatie te stelen, enorme hoeveelheden spam te versturen en zelfs een groot aantal aanvallen van epilepsie te veroorzaken.

    unnamed

    ISRAËL – DE KOPTELEFOON TELEFONEERT

    Stelt u zich voor dat uw koptelefoon en andersoortige luidsprekers zich zouden ontpoppen tot microfoons. Of nog erger: dat men uw gesprekken zou kunnen afluisteren via dit soort apparaten. Het klinkt als sciencefiction, maar toch zijn onderzoekers van de Ben Goerion Universiteit in Beer-Sheva daar op redelijk eenvoudige wijze in geslaagd, zo maakten zij eind vorig jaar bekend.

    ‘Ze ontwikkelden “vijandige” programmatuur om de membranen van dergelijke apparaten in omgekeerde richting te laten werken, waarbij geluidstrillingen uit de omgeving werden omgezet in electromagnetische signalen,’ zo bericht The Times of Israel. De onderzoekers beweren dat er op het moment geen enkel antwoord bestaat tegen hun programmatuur.

    NIEUW-ZEELAND – ZELFS DE VIBRATOR WORDT NIET ONTZIEN

    In de zomer van vorig jaar onthulden twee hackers uit Nieuw-Zeeland hoe zij erin slaagden clandestien verbinding te maken met seksspeeltjes. Ze richtten hun aanvallen op We-Vibe 4 Plus, een van de meest verkochte producten op deze markt, en vingen gegevens op die door de apparaatjes werden uitgezonden.

    ‘Wat het duo vond was verbazingwekkend,’ schrijft het Amerikaanse onlinemagazine Motherboard. Niet alleen bleek het apparaat elke minuut zijn temperatuur door te seinen naar de fabrikant, maar ook de intensiteit waarmee het apparaat werd gebruikt werd terstond gemeld.

    De fabrikant wordt er op die manier rechtstreeks van verwittigd dat het apparaat wordt gebruikt en op welke wijze, of het nu op het internet is aangesloten of niet. Dat is verontrustend nieuws, want afgezien van de manifeste inbreuk op het privé-leven van de gebruiker, is de verkoop of het bezit van dit soort speelgoed in een aantal landen, waaronder India en de Filippijnen, verboden.