Tag: coöperatie

  • 2. Antikapitalist? Ik?

    2. Antikapitalist? Ik?

    De Oostenrijkse bankier Robert Moser kon zijn goedbetaalde baan niet langer verenigen met zijn principes. Hij nam ontslag en ging bij een coöperatieve bank werken.

    Meneer de directeur is Robert Moser alleen nog voor de grap. Een pak hoeft de bankier niet meer te dragen, laat staan de gehate stropdas. Er is veel veranderd sinds hij zijn baan opgaf om iets heel anders te gaan doen – en toen toch weer bij een bank terechtkwam. Maar dan wel bij een bank die een alternatief voor het financiële kapitalisme wil zijn: zonder winstoogmerk, zonder rentes, zonder speculatie.

    Dit is de grootste uitdaging van mijn leven

    Moser zit in zijn kantoor in een winkelruimte in het vijfde district van Wenen. De wanden zijn gewit en kaal. De verf op de verwarmingsradiatoren is hier en daar al afgebladderd, en met zwarte schoenzoolstrepen ziet de vloer eruit als die van een oude gymzaal. Eerder een start-up dan een bank. Hier is het nog maar een coöperatie, die een bank wil opzetten. Duizend leden en een miljoen euro als startkapitaal zijn er al. Vijf miljoen euro wil de coöperatie nog bijeenbrengen, dan kan de Bank für Gemeinwohl in 2016 starten. Robert Moser leidt het project als directeur van de coöperatie, samen met zijn collega Christine Tschütscher. ‘Dit is de grootste uitdaging van mijn leven,’ zegt hij.

    Robert Moser
    Robert Moser

    Als hij uit het raam van zijn kantoor kijkt, ziet hij een betonnen binnenplaats. Vroeger mocht hij genieten van het uitzicht op de Kitzbüheler Horn. Tot januari 2014 werkte de 58-jarige als directeur bij de Spaarbank Kitzbühel, een royaal betaalde functie, maar die wilde hij niet meer. Moser heeft een zongebruinde teint, en een nog zonniger karakter. Hij lacht graag en veel, waarbij de rimpels rond zijn ogen zich duidelijk aftekenen. Als hij spreekt over wat hem bewoog om ermee te stoppen, verdwijnen de lachrimpels. ‘Het was alleen nog een casino,’ zegt hij. ‘Zolang je in het systeem blijft zitten, kun je er als eenling niets tegen doen.’

    Speculaties, managersbonussen, reddingsplannen: tijdens de financiële crisis verloren banken en bankiers hun aanzien. ‘Mijn vrienden maakten voortdurend grappen. Dat was wel leuk bedoeld, maar ik trok het me aan.’ Moser wilde niet langer deel uitmaken van die wereld.

    Coöperatieve bank

    In die tijd wilden een paar activisten in Oostenrijk diezelfde wereld veranderen: met een bank die volgens andere regels moest functioneren. Een bank die gefinancierd zou worden door leden van een coöperatie, die kredieten verstrekt aan de regionale economie en afziet van speculatie, evenals van dividenden voor de deelnemers. De belangrijkste man daarachter is Christian Felber, een van de oprichters van Attac Österreich en een kwelgeest van de economische elite.

    Ook Robert Moser hoorde daarbij, al zou hij het zelf nooit zo zeggen. Na de Handelsacademie stapte hij op zijn negentiende de bankwereld in, en op zijn eenendertigste werd hij al directeur van de Sparkasse Tamsweg, als jongste directeur in de hele Spaarbankgroep. Vijf jaar later, in 1993, stapte hij over naar de directie van de Sparkasse Kitzbühel, een bank met een rijke traditie in Tirol, met een balanstotaal van rond 800 miljoen euro. Hoe belandt een zo succesvolle bankier in een project als de Bank für Gemeinwohl?

    Zolang je in het systeem blijft zitten, kun je er als eenling niets tegen doen

    ‘Antikapitalist? Ik?’ Robert Moser, op deze warme nazomerdag gehuld in 
een lichtblauw polohemd van Boss, haalt zijn schouders op. ‘Ik ben ook geen uitgesproken kapitalist.’

    Hij ziet er sportief uit, bijna mager. Hij is geen theoreticus, Marx heeft hij nooit gelezen. Wat hij in zijn functie meemaakte beviel hem eenvoudig niet: ‘Er waren zaken die niet strookten met mijn principes.’ Adviseurs die hun klanten producten moeten aansmeren die ze zelf niet begrijpen. Afgesloten bouwspaarcontracten wegen zwaarder dan het bedrijfsresultaat. Financiële adviseurs die aanzetten tot speculaties met aandelen. ‘Ik heb niets tegen aandelen,’ zegt Moser. ‘Maar wel wanneer ze de volgende dag weer verkocht worden omdat de koers is gestegen.’

    Niet zijn wereld

    ‘Van Saulus tot Paulus als bankier’, schreef een krant eens over hem. Maar Moser beleefde geen bekering. Innerlijk nam hij steeds meer afstand van zijn beroep. Hij hield zich altijd al afzijdig van de Kitzbüheler elitekringen. ‘Dat was mijn wereld niet, ik wilde niet doen alsof.’ Mensen die hem nog uit die tijd kennen, waarderen hem om zijn vakkennis en zijn vriendelijke aard.

    Moser is vegetariër, hij koopt in wereldwinkels, rijdt bewust weinig auto. Maar een levenshouding maakt hij er niet van. De wereld van Attac, de groep die in Davos met spandoeken demonstreert tegen geldbeluste bankiers, was ook niet de zijne. ‘Maar ik vond het prima dat men een tegengeluid liet horen,’ vertelt Moser. Hij heeft zich er niet bij aangesloten, hij werkte liever aan zijn heel persoonlijke exitstrategie. Op congressen hield hij voordrachten met de titel ‘Heeft het zin om bij een bank te werken?’ Hij wilde graag een boerderij, bezocht zelfs de landbouwschool, maar gaf zijn baan nog niet op. ‘Dat doe je niet zo makkelijk, daar hangt te veel van af.’

    Zijn streekaccent is nog altijd duidelijk hoorbaar. Zijn ouders bezaten een modezaak in Lienz. ‘Dat was meer kindermode, en zo werden wij ook aangekleed,’ zegt Moser. ‘Rode schoenen, gele broek. Wij werden er vaak mee geplaagd op school.’ Hij groeide op met vijf broers en zussen. Met zijn drie broers leefde hij zich in zijn jonge jaren uit in een band; de Beatles waren hun helden.

    Op zijn negentiende werd hij vader, zijn vrouw was zeventien. Haar moeder wilde haar naar een school in Innsbruck sturen; het paar besloot een kind te krijgen om samen te kunnen blijven. ‘Een besluit uit jeugdige overmoed,’ zegt Moser. Maar hij heeft er geen spijt van. Vijf jaar later werd hun tweede dochter geboren. Nu leeft hij met zijn vrouw in Kirchberg in Tirol. Voor zijn nieuwe baan vond hij een woning in Wenen, niet ver van het Prater. Zo kan hij ’s morgens joggen, voordat hij op de fiets naar zijn werk rijdt.

    Voor sommige mensen is het werk alles. Die storten dan vroeg of laat in

    Het is belangrijk er iets naast te doen. ‘Voor sommige mensen is het werk alles. Die storten dan vroeg of laat in.’ Moser had daarentegen naast zijn baan bij de spaarbank nog de energie om zich verder te ontwikkelen. Op zijn veertigste begon hij aan een dissertatie over economie. Aansluitend schreef hij zich in voor een psychologiestudie. Het plan om eruit te stappen werd concreter: op zijn zestigste wilde hij als psychotherapeut aan de slag.

    Ver van de mensen af

    In januari 2014 werd de directie van de Kitzbüheler Sparkasse teruggebracht tot twee functies. Dat was de kans om eruit te stappen. ‘Het was mijn hartewens om ermee te stoppen.’ Dat was het einde van zijn carrière als bankier.

    Dacht hij. Moser begon zijn opleiding tot psychotherapeut met een practicum. Een bevriende arts vertelde hem over de Bank für Gemeinwohl, die een projectleider zocht. Hij solliciteerde om zijn vriend een plezier te doen.

    Christian Felber herinnert zich dat Moser de meest alerte sollicitant was; hij had korte, pregnante statements afgegeven. ‘Hij was heel sympathiek, maakte de indruk dat hij met zichzelf in het reine was.’

    Moser is onder de indruk van de vele vrijwilligers die zich voor het project inzetten. Als hij over zijn werk praat, doet hij dat met enthousiasme, als iemand die onverhoopt eindelijk iets gevonden heeft dat bij hem past.

    In augustus 2014 begon hij als onbezoldigd projectleider; sinds november wordt hij betaald: 3800 euro voor een werkweek van vier dagen. Vroeger verdiende hij vier keer zoveel. ‘Ik dacht: veel is het niet, maar het is voldoende. Sommigen zeiden toen tegen mij dat dat waanzinnig veel geld was. Toen realiseerde ik me weer hoe ver ik in de bank van de mensen af stond.’


    Moser wende snel aan de nieuwe cultuur. Natuurlijk spreekt hij de i in ‘Genossenschafterinnen’ ook uit. Hij laat mensen uitpraten, wacht op het juiste moment om iets te zeggen. Dat werkt. ‘Van hem heb ik veel geleerd over leiderschapskwaliteit,’ zegt Christian Felber. In het begin waren er spanningen geweest tussen degenen die het principe van de geweldloze communicatie hooghouden, en degenen die uit de harde zakenwereld komen. ‘Dat was bij Moser niet zo. Die zat mentaal allang op onze lijn.’

    Wat anderen vermoeiend vinden, neemt Moser met plezier op zich. 
De besluitvorming verloopt sociocratisch: ieder spreekt op zijn beurt, geen alfadier dringt voor. Als ook maar één persoon zwaarwegende bedenkingen heeft, begint alles opnieuw. ‘Dat kan langer duren, maar er worden fantastische besluiten genomen.’ Soortgelijke procedures had hij in zijn tijd bij de Sparkasse ingevoerd, zonder theoretische onderbouwing. Hij haalde zijn inspiratie uit de muziek, bij het Vienna Art Orchestra. Dirigent Mathias Rüegg stond op het podium steeds terzijde, alleen moeilijke delen dirigeerde hij frontaal voor zijn musici.

    Het ergert hem een beetje dat de bank er niet eerder was. ‘Dan had ik meer energie gehad.’ De lange dagen zijn uitputtend: hij moet gesprekken voeren, voordrachten houden, overtuigen. Felber noemt hem ‘een minister van buitenlandse zaken’. De vele onbezoldigde medewerkers komen meestal 
pas ’s avonds naar de vergaderingen, het wordt vaak laat.

    Er is één ding dat Moser niet opgeeft: het plan om als psychotherapeut te werken. ‘Ik heb het alleen uitgesteld.’ Tot hij 62 is, wil hij bij de Bank für Gemeinwohl blijven. Het is de opstartfase, die ook voor hem nieuw is. Moser grijnst: ‘Dat is de spannende tijd. Daarna kan ik vertrekken, voordat het saai wordt.’

    Auteur: Christian Bartlau
    Vertaler: Piet Meeuse

    Beeld bovenaan: © Hajo

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000
    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • 1. De toekomst van ons werk: een gezonde deeleconomie

    1. De toekomst van ons werk: een gezonde deeleconomie

    De deeleconomie zoals die nu bestaat deugt niet, vindt Pacific Standard. Deelnemers hebben nauwelijks zeggenschap en de winst vloeit naar een kleine groep aandeelhouders. Door een coöperatievere manier van werken kunnen we zelf de touwtjes in handen nemen.

    De internetcultuur blijkt de betekenis van doodgewone woorden te kunnen veranderen. ‘Democratisering’ betekent tegenwoordig dat meer mensen online vliegtickets of aandelen kunnen kopen, terwijl de associaties van weleer – juryrechtspraak en stemhokjes – naar de achtergrond zijn gedrongen. ‘Verdringing’ (of ‘disruptie’) wordt zonder blikken of blozen als iets positiefs bestempeld; men doelt niet op de ontslaggolven en de sociale ontwrichting die ontstaan wanneer het ene bedrijf het andere uit de markt drukt, maar slechts op het aansprekende verhaal van een David die een Goliath verslaat. En dan is er nog het ‘delen’. Vroeger deelden we goederen met mensen in onze leefomgeving. Delen is nu het woord dat wordt gebruikt voor de financiering van een techstart-up die ons in contact brengt met mensen die wij vervolgens kunnen betalen om hun huis, auto of lego te mogen gebruiken.

    De zogeheten deeleconomie had nog maar nauwelijks het licht gezien of velen beseften dat de slogans over vertrouwen en netwerken slechts een list waren om mensen geld afhandig te maken. Maar deze list verandert nog steeds de manier waarop we werken. Platforms zoals Uber en Amazon Mechanical Turk [een digitaal platform waarop je eenvoudige klusjes kunt uitbesteden] gebruiken het feit dat ze op internet zitten om niet alleen de douane te omzeilen maar ook de regels omtrent fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Ze staan op het punt om werknemers op het gebied van arbeidsrecht meer dan een eeuw terug in de tijd te zetten. Maar dankzij datzelfde internet is dit het ideale moment om een economie van de grond te tillen waarin de deelnemers daadwerkelijk eigendom en daadwerkelijke zeggenschap delen.

    Deelnemers centraal

    Probeert u zich voor te stellen hoe anders Mechanical Turk eruit zou zien als de duizenden medewerkers ook mede-eigenaar van het platform zouden zijn. Ze zouden besluitvormingsapps kunnen gebruiken, zoals DemocracyOS of Loomio, om te beslissen aan welke beleidslijnen de werkgevers zich moeten houden. Ze zouden hun aandelen online kunnen beheren. Als het platform het goed doet, zouden ze kunnen beslissen hoeveel dividend ze zichzelf willen uitkeren en hoeveel ze willen investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ze zouden ongekend gemotiveerd zijn om het platform bij potentiële klanten aan te prijzen. Het succes van het platform zou hun succes zijn. En zou Facebook er niet ook anders uitzien wanneer de gebruikers tevens eigenaar waren en zelf konden bepalen wat er met hun gegevens gebeurde? Of Uber?

    Het is allemaal mogelijk. Neem de in Denver gevestigde coöperatie Green Taxi, die zijn eigen app heeft om een taxi te bestellen – het gemak van Uber, met als verschil dat de chauffeurs niet zijn overgeleverd aan regels die zijn opgesteld door een vrijwel anoniem bedrijf dat een deel van de winst opstrijkt. Het Israëlische La’Zooz zit al meer in de hoek van de sciencefiction: het is een autodeelsysteem dat gebruikmaakt van de technologie die ten grondslag ligt aan de bitcoin, waarbij zowel bestuurders als meerijders mede-eigenaren worden.

    Zou Facebook er niet anders uitzien als de gebruikers tevens eigenaar waren?

    Onze economie bestaat meer en meer uit kortlopende klussen die slechter worden betaald en minder zekerheid bieden dan in het verleden. Coöperaties zijn een manier om de deelnemers centraal te stellen. Met de hulp van Bay Area’s Sustainable Economies Law Center is het bedrijf Loconomics bezig een alternatief voor TaskRabbit [eveneens een klusjesplatform] te ontwikkelen dat in handen is van de medewerkers.

    Voor zo ongeveer elk ouderwets bedrijfsmodel waar wij op leunen is er een coöperatievere manier van werken denkbaar. De Amazon-achtige marktplaats Fairmondo, gevestigd in Duitsland, is in handen van de gebruikers en is daarmee iets heel anders dan een monopolist die de strijd aanbindt met uitgevers. Social media-federaties zoals Diaspora en Friendica maken duidelijk dat we over alle functionaliteiten van Facebook en Twitter kunnen beschikken zonder de zeggenschap te verliezen over wat er gebeurt met alle privégegevens die we daaraan toevertrouwen.

    © Hajo
    © Hajo

    Er zijn offlineredenen waarom de grote onlineplatforms gewoonlijk niet zo in elkaar steken – het is in elk geval niet zo dat de technologie ontbreekt. De meeste techbedrijven verkopen hun eigendomsrechten en zeggenschap aan rijke investeerders, wier voornaamste belang is om snel veel geld te verdienen. Durfkapitalisten zijn dol op ondernemingen die snel kunnen groeien zonder al te veel gedoe met werknemers die een humane behandeling eisen. De Uber-investeerders zullen staan te juichen zodra ze de chauffeurs kunnen vervangen door zelfrijdende auto’s.

    We moeten onze cultuur en onze drijfveren weer met elkaar in balans brengen

    Wie de burelen van een groot techbedrijf betreedt, zou de indruk kunnen krijgen dat de egalitaire utopie werkelijkheid 
is geworden. Ontwikkelaars rijden op een stepje door immense kantoortuinen en besluiten ter plekke in welke van de vele projectgroepen, die voortdurend in ontwikkeling zijn, ze hun tijd willen steken. Men heeft het over de do-ocracy [een organisatiestructuur waarin mensen zelf hun rollen en taken kiezen] en de holacracy [een systeem dat autoriteit en besluitvorming verdeelt over zelfstandige, autonome teams].

    De internetcultuur heeft ons veel geleerd over samenwerken. Maar deze utopie strekt zich – op hier en daar een aandelenpakket na – niet uit tot eigendom en zeggenschap. Uiteindelijk is de onderneming erop gericht de winst te maximaliseren in het belang van de investeerders, die al dan niet betrokken zijn bij het daadwerkelijke product. De voorkant van het internet, waarin gelijkheid het motto lijkt, verhult het deprimerend vertrouwde bedrijfsmodel aan de achterkant.

    We hebben een keuze. We kunnen steeds meer de richting opgaan van Uber en Mechanical Turk, waar het werk geen zekerheid biedt, onpersoonlijk is en door anderen wordt ingevuld. Of we kunnen bouwen aan de onlinearbeidsplaatsen die een democratische samenleving verdient. Dat houdt in dat de mensen die de boel draaiende houden – of dat nu thuisgebruikers zijn of programmeurs op kantoor – een aandeel kunnen hebben in de beslissingen, en daar vervolgens ook de vruchten van kunnen plukken. Dat wil zeggen dat projecten gefinancierd worden met middelen die we als groep beheren, in plaats van terug te vallen op markten die ongelijkheid in de hand werken. Dat kan ook beteken dat er nog wel 
wat dotcomzeepbellen uit elkaar zullen spatten.

    Voor zo ongeveer elk ouderwets bedrijfsmodel is een coöperatievere manier van werken denkbaar

    Een coöperatiever internet ligt alleen binnen bereik als we onze cultuur en onze drijfveren weer met elkaar in balans weten te brengen – en daarnaast de woorden die we gebruiken een andere invulling geven. De overheid zou bijvoorbeeld voorrang kunnen geven aan aanbieders die in hun eigen beleid een werkelijk democratisch uitgangspunt hanteren. Techjournalisten kunnen besluiten zich niet langer positief uit te laten over disrupties in de markt die werknemers niet méér zeggenschap over hun bestaan geven. En wie de loftrompet steekt over de deeleconomie zou kunnen benadrukken dat bij het delen ook het eigendom zou moeten worden betrokken.

    Dit is eerder een praktische dan een ideologische uitdaging. Het gaat er niet om een starre, rechtlijnige praktijk te ontwikkelen. Waar het wél om gaat, is dat we een wereld scheppen waarin een jonge, veelbelovende ondernemer – iemand die niets liever wil dan iets nieuws en goeds in de markt zetten – inziet dat hij het beste volgens democratische principes te werk kan gaan.

    Auteur: Nathan Schneider
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Nathan Schneider schrijft over politieke, economische en religieuze ontwikkelingen in de VS. Hij was de eerste journalist die over Occupy Wall Street schreef voor o.a. Harper’s Magazine, The Nation, The New York Times en publiceerde daarover in 2013 Thank You, Anarchy: Notes from the Occupy Apocalypse.

    Pacific Standard
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 100.000
    Dit in 2008 opgerichte tijdschrift droeg tot 2012 de achternaam van oprichter Sara Miller McCune, die ook eigenaar is van de internationale uitgeverij Sage Publications. PS is onderdeel van de non-profitorganisatie Miller McCune Center for Research, Media and Public Policy. Vanuit de gedachte dat de wetenschap vaak oplossingen biedt op maatschappelijke problemen maakt deze publicatie belangrijke onderzoekresultaten inzichtelijk voor een breed publiek.

  • De coöperatie 2.0

    De coöperatie 2.0

    Coöperaties leken iets uit het verleden – denk aan Rabobank of onze woningbouwverenigingen. Maar de coöperatie is terug: overal ter wereld verenigen burgers zich in klusbedrijven, banken of woongemeenschappen. Volgens het Californische tijdschrift Pacific Standard is het hoog tijd dat ook deelbedrijven dit model ormarmen.

    1. De toekomst van ons werk: een gezonde deeleconomie
    De deeleconomie zoals die nu bestaat deugt niet, vindt Pacific Standard. Deelnemers hebben nauwelijks zeggenschap en de winst vloeit naar een kleine groep aandeelhouders. Door een coöperatievere manier van werken kunnen we zelf de touwtjes in handen nemen.

    2. Antikapitalist? Ik?
    De Oostenrijkse bankier Robert Moser kon zijn goedbetaalde baan niet langer verenigen met zijn principes. Hij nam ontslag en ging bij een coöperatieve bank werken.

    3. Een woongroep voor 1200 man
    Zürich loopt voorop als het gaat om coöperatieve woningen. De laatste aanwinst is een complex van 380 appartementen, compleet met meditatieruimte, filmzaal en wintertuin.

    4. Projectontwikkelaars buitenspel
    De initiatiefnemers van een nieuw coöperatief woonproject in Madrid hopen zich te wapenen tegen speculanten.