Tag: coronapandemie

  • Deze hondenuitlaters verdienen meer dan 100.000 dollar per jaar

    Deze hondenuitlaters verdienen meer dan 100.000 dollar per jaar

    Meer dan 23 miljoen Amerikaanse huishoudens hebben tijdens de pandemie een hond of kat aangeschaft. Nu ze weer buitenshuis werken, moet iemand al die pandemiepuppy’s uitlaten.

    In een zwarte legging en een gewatteerd jack loopt Bethany Lane, 35, door Bleecker Street in Manhattan, samen met een roedel van drie goldendoodles en een bernedoodle genaamd Tinkerbelle. Bij de Whalebone-winkel krijgen ze wat lekkers. Daarna draven ze door het Hudson River Park, waar ze worden gefotografeerd door toeristen.

    Na een uur neemt Lane ze weer mee naar huis: een statig herenhuis van een echtpaar van veertig dat fortuin heeft gemaakt met onroerend goed. ‘Het is mijn taak om de honden te vermaken als hun eigenaren het druk hebben,’ zegt ze. ‘Ik ben verliefd op deze honden. Ik zie ze als mijn baby’s.’

    Zes cijfers

    Lane begon met het uitlaten van honden in 2012, nadat ze was afgestudeerd aan de Rutgers University en naar New York was verhuisd voor een carrière in de zorg. ‘Ik moest mijn huur en studieleningen betalen, dus ik keek op Craigslist [o.a. een vacaturesite],’ zegt ze. ‘Daar zag ik dat iemand bereid was te betalen voor het uitlaten van honden. Perfect voor een dierenliefhebber als ik.’

    De zaken gingen goed en in 2014 richtte ze in de West Village Whistle & Wag op, een boetiek voor dierenverzorging. Op een gegeven moment maakte ze dagen van twaalf uur. Dat stelde haar in staat haar studieleningen af te betalen en andere hondenuitlaters in te huren. Nu, in 2023 – bijna drie jaar na het begin van de pandemie – kan ze de vraag bijna niet aan. Ze denkt vorig jaar een bedrag van zes cijfers te hebben verdiend (specifieker wil ze niet zijn) na verhoging van haar tarieven. Tientallen nieuwe klanten meldden zich aan. Nu vraagt ze 35 dollar, ruim 32 euro, per wandeling.

    Ze heeft zoveel vertrouwen in haar bedrijf dat ze in de zomer van 2022 een weekendhuis kocht in Tuckerton, New Jersey. ‘Het is een huis met drie slaapkamers en een heel mooie tuin, aan de baai,’ vertelt Lane. Ze woont in Williamsburg, Brooklyn, waar ze een huis met twee slaapkamers huurt samen met haar partner. ‘Ik kan naar elk restaurant gaan, wanneer ik maar wil. Ik kan op vakantie gaan. Ik ben bevoorrecht. Had iemand me vroeger verteld dat ik de kost zou kunnen verdienen met de zorg voor honden, dan had ik diegene voor gek verklaard.’

    Er zijn doorgewinterde hondenverzorgers met welgestelde klanten die bijna drie keer zoveel vragen

    Het is een lucratieve tijd voor de hondenzorg, zeker als je je als ondernemer richt op de rijken. Op Rover en andere vacaturesites zijn beginnende hondenuitlaters in Manhattan te vinden, die slechts 14 dollar vragen voor een wandeling van 30 minuten. Ook zijn er doorgewinterde hondenverzorgers met welgestelde klanten die bijna drie keer zoveel vragen en per jaar 100.000 dollar of meer verdienen.

    De markt voor dierenverzorgers is groot. Volgens de American Society for the Prevention of Cruelty to Animals hebben meer dan 23 miljoen Amerikaanse huishoudens – bijna een op de vijf – tijdens de pandemie een hond of kat aangeschaft. Nu veel Amerikanen weer buitenshuis werken, moet iemand al die pandemiepuppy’s uitlaten. ‘Voor de pandemie kreeg ik misschien een of twee keer per maand een telefoontje van een potentiële nieuwe klant,’ zegt Lane. ‘Nu krijg ik meerdere telefoontjes per week. Het gaat om véél puppy’s.’

    Een hondenuitlaatservice was aanvankelijk aantrekkelijk voor mensen die een stabiel inkomen wilden, maar ook de flexibiliteit verlangden om andere passies na te jagen. Het was een geschikte baan voor acteurs, muzikanten, schrijvers, studenten, gepensioneerden, huismoeders en -vaders en mensen die nog wilden uitzoeken wat ze eigenlijk wilden.

    Door de toename van het aantal huisdierbezitters is de dierenverzorgingsindustrie gegroeid en ook flink uitgebreid. Het gaat niet langer alleen om standaardwandelingen, maar bijvoorbeeld ook om wandelingen in de natuur voor stadshonden, dagtochten naar boerderijen, trainingskampen en hondenspa’s.

    Puppy check-in

    Michael Josephs, 34, voormalig leraar in Brooklyn, hoopt mee te profiteren van deze hausse. Na schooltijd trainde hij zijn gemengde zwarte labrador Willy in Prospect Park. ‘Na drie maanden reed ik op mijn fiets het park in met de hond achter me aan,’ vertelt hij. ‘Mensen zagen onze interactie en vroegen of ik hun huisdier ook zou kunnen trainen.’

    In 2019 besloot Josephs zijn baan als leraar op te zeggen om Parkside Pups te beginnen. Hij bracht 20 dollar in rekening voor een groepswandeling van 30 minuten. Binnen een maand had hij ongeveer acht klanten. Hij werkte zo’n vijf uur per dag en verdiende circa 30.000 dollar per jaar.

    Tijdens de lockdowns in 2020 vielen de zaken stil, maar inmiddels is er weer volop belangstelling. ‘2022 was een geweldig jaar,’ zegt Josephs, die in Middletown, New Jersey, woont. ‘Vroeger hadden we vooral klanten in downtown Brooklyn of rond Prospect Park. Nu komen we in buurten waar je voorheen nooit veel honden zag, zoals Ditmas Park en Windsor Terrace.’

    Parkside Pups biedt nu puppytraining à 60 dollar per uur, een huisdieroppas voor 65 dollar per dag en voor 12 dollar een kwartier puppy check-in, ofwel een snelle dienst zoals uitlaten of voeren. Josephs genereerde vorig jaar meer dan 100.000 dollar aan inkomsten.

    Zijn vrouw Clarissa Soto helpt in het bedrijf. Het echtpaar overweegt uit te breiden met een hondendagverblijf in de buurt van Prospect Park en een overnachtingskamp in het westen van Connecticut. ‘Het belangrijkst voor ons is dat we nu financiële zekerheid hebben voor onze zoon,’ zegt Soto, die vorig jaar bevallen is. ‘We hebben een spaarrekening voor hem geopend, we hebben een studiefonds.’

    Ze hebben ook meer vrij besteedbaar inkomen. ‘We zijn net zes dagen met ons gezin op vakantie geweest naar Disney World,’ vertelt Josephs. ‘We zijn naar Miami geweest; we waren in Canandaigua voor een bruiloft en zijn een paar dagen gebleven. Zulke dingen kunnen we ons nu permitteren.’

    Sommige hondenverzorgers doen het financieel zo goed dat ze hun oude ambities weer op kunnen pakken

    Sommige hondenverzorgers doen het financieel zo goed dat ze hun oude ambities weer op kunnen pakken. Zo nam Maren Lavelle, 28, een aspirant-filmmaker uit New York, in 2017 samen met een studievriend het hondenuitlaatbedrijf Big City Woof Walker over. In het begin maakten ze dagen van acht uur. Ze lieten vijftien tot vijfentwintig honden per dag uit en verdienden 15 dollar per wandeling. Het werk ging al snel vervelen – de hele dag door poep oprapen en blaffende honden in bedwang houden –, maar na een tijdje verdienden ze genoeg om een tiental uitlaters in dienst te nemen. Het bedrijf was tijdens de pandemie een paar maanden gesloten, maar sinds de heropening gaan de zaken beter dan ooit.

    Ze hebben nu, in 2023, ongeveer zevenhonderd klanten, zo’n vijfentwintig hondenuitlaters in dienst in New York en daarnaast nog eens dertien uitlaters in Chicago, waar ze een tweede vestiging zijn begonnen. Om tegemoet te komen aan de puppyhausse biedt het bedrijf ook ‘socialisatietrainingen’ aan. ‘Veel van de pandemiepuppy’s hebben nauwelijks sociale skills ontwikkeld,’ vertelt Lavelle. ‘Ze zijn angstig of reageren heftig op geluiden en bewegingen, omdat die supernieuw voor ze zijn.’

    Door de goede business durfde Lavelle zelfs weer te gaan filmen. Ze maakt nu een korte horrorfilm die zich afspeelt in de staat New York. ‘Toen de zaak zoveel van ons vergde en niet veel betaalde, was het moeilijk om nog energie in het filmen te steken,’ zegt ze. ‘Nu heb ik een filmproductiebedrijf met mijn man. Het is dankzij ons succes met de hondenservice dat ik nu ook een creatieve carrière kan nastreven.’

  • WHO-lidstaten bereiken akkoord over voorzorg tegen toekomstige pandemieën

    WHO-lidstaten bereiken akkoord over voorzorg tegen toekomstige pandemieën

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Servische studenten houden fietstocht om corruptie in Servië aan te kaarten

    » Rusland veroordeelt vier journalisten die banden zouden hebben met Navalny

    ‘Een belangrijke mijlpaal,’ aldus de WHO-directeur-generaal

    Na meer dan drie jaar onderhandelen hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) woensdag met consensus een ‘historische’, wettelijk bindende wettekst goedgekeurd die voorziet in een versterking van de bescherming tegen nieuwe ziekteverwekkers, aldus Al-Jazeera. ‘Deze avond markeert een belangrijke mijlpaal in onze gezamenlijke reis naar een veiligere wereld,’ zei Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur-generaal van de WHO.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De onderhandelingen boekten dinsdag echter minder vooruitgang dan verwacht, na een onderbreking van drie dagen. Het belangrijkste struikelblok was de overdracht aan ontwikkelingslanden van technologie waarmee gezondheidsproducten kunnen worden geproduceerd die pandemieën kunnen tegengaan, zoals vaccins. Het was vooral deze kwestie die de ergernis van de armste landen opwekte tijdens de covid-19-pandemie, toen ze zagen dat rijke landen doses vaccins oppotten zonder dat ze zelf daartoe in staat waren bij gebrek aan de daarvoor vereiste technologie.

    Washington ‘nam geen deel aan de meest recente onderhandelingsronden’, aangezien Donald Trump in februari een decreet uitvaardigde om het Amerikaanse lidmaatschap van de WHO op te zeggen, zoals Al-Jazeera opmerkt.

  • Argentinië: inflatie op laagste punt in vier jaar

    Argentinië: inflatie op laagste punt in vier jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aanslag in München: Scholz belooft de Afghaanse verdachte te deporteren

    » Macron: ‘Vrede in Oekraïne mag geen capitulatie betekenen’

    Alleen tijdens de coronapandemie was de inflatie nog lager

    De inflatie in Argentinië is in januari gestegen tot 2,2 procent, ‘het laagste niveau sinds het aantreden van Javier Milei’ in december 2023, aldus Clarín. Voor een lager maandelijks inflatiecijfer (1,9 procent) moet je teruggaan tot juli 2020, toen de economie vertraging opliep door de covid-19-pandemie, merkt het Argentijnse dagblad op. Na twaalf maanden Milei staat het inflatiecijfer op 84,5 procent, nog steeds een van de hoogste ter wereld, maar sterk gedaald ten opzichte van eind 2023 (211,4 procent) en 2024 (117,8 procent).

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De post met de grootste stijgingen in januari was de horeca (5,3 procent) als gevolg van stijgingen in verband met de vakantieperiode. Daarna volgden huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen (4 procent) als gevolg van stijgingen van de huishuur en aanverwante uitgaven. De posten die de kleinste veranderingen vertoonden in januari 2025 waren onderwijs (0,5 procent), kleding en schoeisel. De twee laatstgenoemde posten waren de enige die deflatie vertoonden met een daling van 0,7 procent.

  • Milei trekt Argentinië terug uit de WHO

    Milei trekt Argentinië terug uit de WHO

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verenigde Staten en Panama in de clinch over tolgelden voor Panamakanaal

    » VS: eerste vlucht illegale migranten op weg naar Guantánamo Bay

    Hij zou ook uit het klimaatakkoord willen stappen

    ‘In lijn met de beslissing die Donald Trump een paar dagen geleden nam,’ merkt Clarín op, maakte de regering van Javier Milei woensdag bekend dat Argentinië uit de WHO stapt. Het besluit komt niet bepaald als een verrassing. Het dagblad wijst erop dat ‘Milei een fel criticus van de WHO was, zelfs voordat hij president werd’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Verder was de leider geen voorstander van de maatregelen tegen covid-19. Tijdens de pandemie stierven 130.000 mensen in een land waar in 2020 vijf maanden lang een bijzonder strenge lockdown van kracht was. Volgens Clarín overweegt de Argentijnse president ook om zijn land terug te trekken uit de klimaatakkoorden van Parijs, opnieuw in navolging van zijn Amerikaanse tegenhanger.

  • Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran: president Pezeshkian belooft zedenpolitie aan banden te leggen

    » Myanmar: dodental als gevolg van overstromingen stijgt naar 226

    Sinds de coronapandemie werken veel mensen nog op afstand

    De baas van het Amerikaanse megabedrijf Amazon, Andy Jassy, waarschuwde maandag werknemers van zijn administratieve diensten dat zij vanaf januari moeten stoppen met thuiswerken. Zoals veel giganten in de technologiesector had het Amerikaanse bedrijf geaccepteerd dat zijn werknemers tijdens de covid-19-pandemie op afstand werkten en ondervond het moeilijkheden toen het hen fulltime naar kantoor wilde laten terugkeren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Amazon eiste in februari 2023 al dat werknemers ten minste drie dagen per week op kantoor aanwezig zijn. Eén medewerker vertelde The Seattle Times dat werknemers ‘verrast’ waren door het besluit en dat sommigen op maandag ‘de mogelijkheid hadden geopperd om te gaan staken en acties te ondernemen’ als protest tegen de afschaffing van thuiswerken.

  • Waarom werken we eigenlijk? ‘Het leven draait om meer dan succes en productie’

    Waarom werken we eigenlijk? ‘Het leven draait om meer dan succes en productie’

    Sinds werknemers tijdens de pandemie de lusten (en lasten) van het thuiswerken hebben leren kennen, willen miljoenen mensen niet meer terugkeren naar hun kantoorbaan. Er staat een revolutie op de arbeidsmarkt voor de deur.

    De coronapandemie mag dan officieel voorbij zijn, maar als een reeks wissels op het spoor heeft ze tal van levens totaal verschillende richtingen op gestuurd. Miljoenen mensen keren niet meer terug naar hun arbeidsroutine van vóór de pandemie. Dit dwingt zowel werkgevers als werknemers om nieuwe modellen te bedenken die aan hun veranderende behoeften voldoen. Uit al die probeersels met hybride modellen rijst een cruciale vraag op: hoeveel werk volstaat?

    Solliciteren

    Thomas Edison zou in de jaren 1920 sollicitanten een kom soep voor hun neus gezet hebben met zout en peper ernaast. Als ze de soep op smaak brachten voordat ze een hap namen, werden ze afgewezen: hij wilde niet dat mensen die hij in dienst nam zich door aannames lieten leiden.

    De soeptest wordt niet meer gebruikt, maar generaties werkzoekenden bereiden zich nog altijd voor op de klassieke verwachtingen waaraan zij denken te moeten voldoen. Je moet je opdoffen. Je moet doen alsof projectmanagement, of data-entry, of telemarketing je enige echte passie is. Je moet een antwoord hebben op stompzinnige vragen als: beschrijf jezelf in één zin. Of noem je grootste zwakte. Uit een onderzoek uit 2017 bleek dat 73 procent van de sollicitanten zegt dat het zoeken naar een baan een van de stressvolste ervaringen in hun leven is. Het is daarom steeds gebruikelijker dat sollicitanten vooraf een lijst met interviewvragen krijgen, zodat kandidaten doordachte antwoorden kunnen geven. ‘Een sollicitatiegesprek moet niet onnodig eng of moeilijk zijn en het moet niemand opzettelijk laten struikelen,’ zeggen hr-managers.

    The Wall Street Journal meldt dat meer docenten studenten helpen met ­elementaire basisvaardigheden, zoals sollicitatiebrieven schrijven en mensen bij hun naam noemen als ze met hen praten. Ze hopen dat deze cursussen de generatiekloof zullen helpen overbruggen en de scholieren zullen helpen bij het voeren van een geslaagd sollicitatiegesprek.

    De postpandemische veranderingen en experimenten kunnen in ieder geval in ontwikkelde landen leiden tot een revolutie op de arbeidsmarkt die niet meer is vertoond sinds de industriële revolutie, toen de overgang van landbouw naar fabriekswerk diepgaande veranderingen in werkomgeving, arbeidstijden en loon tot gevolg had. De huidige veranderingen kun je op twee niveaus bekijken. Op macroniveau ontstaat er geleidelijk een nieuwe balans tussen werk en privé. Met de nadruk op ‘geleidelijk’, zoals het ook een halve eeuw aan arbeidsconflicten, vakbondsacties en bedrijfsexperimenten duurde voordat de werkdag in de Verenigde Staten terugging van veertien naar acht uur en de werkweek van zeven naar vijf dagen.

    In 1914 verbaasde de Ford Motor Company concurrenten door de werkdag te beperken tot acht uur en werknemers een minimumloon van 5 dollar per dag uit te betalen. Het Congres maakte deze innovatie in 1938 tot wet, de Fair Labor Standards Act, en zo ontstond wat cultuurhistoricus Fred Turner het ‘sociaal pact uit het industriële tijdperk’ noemt. Evenzo leidden recente experimenten met een 32-urige werkweek tot gunstige effecten: minder vermoeidheid, een betere geestelijke gezondheid en een tevredener levensgevoel. Sterker, wie zijn week eenmaal zo heeft ingedeeld, wil meestal niet meer terug.

    Nieuwe arbeidsroutine

    Op microniveau hebben miljoenen mensen de coronajaren benut om tijd en geld opnieuw tegen elkaar af te wegen. Tijdens de lockdowns moesten veel werknemers zich een nieuwe arbeidsroutine aanwennen; daarbij genoten ze van de mogelijkheid om te pauzeren, meer tijd met hun dierbaren door te brengen en te sporten zonder de stress van het woon-werkverkeer of van de kantooromgeving. Deze ervaringen droegen later bij aan de zogeheten Great Resignation [grote ontslaggolf] in de VS en een toenemende populariteit van ‘quiet quitting’ [het afzweren van overwerk en andere overbodige inzet voor je werkgever]. 

    Dus toen bedrijven hun werknemers begonnen te verzoeken om terug te keren naar de status quo van vóór de pandemie, leidde de vraag ‘Hoeveel werk volstaat?’ al snel tot een andere: ‘Volstaat waarvoor?’ Om de kost te verdienen? Om aan de productiviteitsverwachtingen van werkgevers te voldoen? Om te voorzien in ons streven naar geluk, of misschien om met pensioen te kunnen gaan? De antwoorden variëren al naargelang wie de vraag stelt en wie erop ingaat. Voor miljoenen werknemers met een laag inkomen is het antwoord eenvoudig: ‘volstaan’ betekent het verdienen van een loon waarmee ze zichzelf en hun gezin kunnen onderhouden.

    Op microniveau hebben miljoenen mensen de coronajaren benut om tijd en geld opnieuw tegen elkaar af te wegen

    Onder degenen die het zich kunnen veroorloven om tijd en geld tegen elkaar af te wegen, komen twee groepen werknemers naar voren in de brede discussie over wat een adequate hoeveelheid werk precies inhoudt. De eerste groep bestaat uit zorgverleners, een sector die nog steeds gedomineerd wordt door vrouwen, maar geleidelijk meer mannen aantrekt. In de arbeidseconomie verwijst ‘werk’ traditioneel naar betaalde arbeid waarbij goederen en diensten worden geproduceerd in ruil voor een geldelijke vergoeding. Maar sinds de integratie van vrouwen in de beroepsbevolking (inclusief die van arbeidseconomen) heeft het onderzoeksveld zich uitgebreid naar onbetaald werk. Dit omvat een gezin stichten, een thuis scheppen en in de behoeften voorzien van degenen die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Dit zorgwerk is, zoals de Amerikaanse activist Ai-jen Poo zegt, ‘het werk dat al het andere werk mogelijk maakt’. Voor velen heeft deze vorm van arbeid evenveel betekenis als hun formele baan, of zelfs meer.

    Als we met de vraag ‘hoeveel werk volstaat?’ ook onbetaald werk bedoelen, wordt duidelijk dat miljoenen mensen met zorgtaken en betaalde banen vaak veel langer moeten werken dan de traditionele achturige werkdag. Het is dan niet verwonderlijk dat velen, als ze de kans krijgen, ervoor kiezen het aantal betaalde werkuren te verminderen om voor anderen te kunnen zorgen. Gezien het sociale belang van zorgwerk moet deze onmisbare maar onbetaalde vorm van arbeid terug te vinden zijn in economische statistieken en door overheden worden erkend in hun uitkeringsbeleid.

    Vrije tijd als gegeven

    Amerikanen geloven over het algemeen heilig in een volledige werkweek. Werk is alles voor ons, schrijft geschiedenisprofessor James Livingstone in No More Work: Why Full Employment Is a Bad Idea.

    Een baan geeft zin, doel en structuur aan ons dagelijks leven; door je werk kom je je bed uit, kun je je rekeningen betalen en ontwikkel je een gevoel van verantwoordelijkheid, aldus Aeon. Maar zoals antropoloog David Graeber in zijn boek Bullshit Jobs: A Theory stelt, zijn er miljoenen zinloze banen waar geen haan naar zal kraaien als die opeens verdwijnen. Sinds de pandemie weten we ook welke banen wel en welke banen niet als essentieel worden gekenmerkt en dat je de typische van 9 tot 5-baan ook heel anders kunt invullen.

    Ook Livingstone vindt bovenstaande beweringen niet langer plausibel, want er is niet genoeg ‘zinvol’ werk voor iedereen en bovendien betaalt het in de meeste gevallen nauwelijks de rekeningen. De krapte op de arbeidsmarkt voor essentiële banen is weer een ander probleem, dat zou kunnen worden opgelost door omscholing, maar daar blijkt weinig animo voor.
    Net zoals in veel Europese landen ligt het werkloosheidscijfer in de VS al onder de 6 procent, wat dicht in de buurt komt van wat economen ‘volledige werkgelegenheid’ noemen, maar de inkomensongelijkheid is niet veranderd. De zogeheten bullshit jobs lossen de sociale problemen niet op. Bovendien voorspellen economen dat bijna de helft van de bestaande banen binnen twintig jaar zal verdwijnen door automatisering. Daarom, stelt Livingstone, zullen we ons een wereld moeten voorstellen waarin werk niet langer zaligmakend is noch ons inkomen bepaalt of ons dagelijks leven domineert.

    Wat zouden we doen als we niet meer hoefden te werken om in ons levensonderhoud te voorzien? vraagt hij zich af. Als we meer vrije tijd zouden hebben? Die door een falende arbeidsmarkt afgedwongen ethische en morele omslag houdt in dat er een heel nieuw referentiekader bedacht moet worden voor de betekenis van werk, aldus Livingstone. Over de gevolgen voor de economie moeten economen zich op hun beurt buigen.

    Tegencultuur

    Een andere belangrijke groep werknemers die zich afvraagt ‘hoeveel werk volstaat’, bestaat uit jonge mensen, met name jongere millennials en leden van generatie Z, van wie velen tijdens de pandemie hun eerste stappen op de arbeidsmarkt zetten. Net zoals veel jonge mensen in de jaren zestig de tegencultuur omarmden – ‘turn on, tune in, drop out’ – en het conformisme van hun ouders verwierpen, zetten veel gen Z’ers nu vraagtekens bij een op productiviteit, ambitie en succes gerichte cultuur, die ze geneigd zijn te verwerpen als het zoveelste giftige product uit Silicon Valley.

    Gen Z’ers zijn opgegroeid in twee tumultueuze decennia, getekend door de terroristische aanslagen van 11 september, de introductie van de smartphone en sociale media, de financiële crisis van 2008 en de pandemie. Tegenwoordig worden ze geconfronteerd met neerwaartse sociale mobiliteit, tegen de achtergrond van een toenemende politieke polarisatie die de democratie onder druk zet, en een dreigende klimaatramp. Dit alles in aanmerking genomen is het niet vreemd dat ze kritisch staan tegenover de levenswijze van hun ouders en zich richten op het behoud van hun eigen geestelijke en lichamelijke gezondheid.

    Veel gen Z’ers zetten nu vraagtekens bij een op productiviteit, ambitie en succes gerichte cultuur

    Gen Z-iconen zoals turnster Simone Biles en tennisster Naomi Osaka, die zich terugtrokken uit grote sportevenementen om hun geestelijke gezondheid te beschermen, toonden de drive, het lef en het uithoudingsvermogen die nodig zijn om uit te blinken op het hoogste niveau. Maar door het idee te verwerpen dat hun waarde – zeker als prominente vrouwen van kleur – afhangt van de verwachtingen van anderen, lieten ze perfect zien dat persoonlijk welzijn niet mag worden opgeofferd aan goedkeuring van buitenaf. Hun besluit dat het leven om meer moet draait dan om productie en succes alleen is een daad van verzet tegen het kapitalisme zelf.

    Sinds de opkomst van ChatGPT en zijn concurrenten draait de discussie over de toekomst van werk om de mate waarin menselijke arbeid noodzakelijk blijft. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat kunstmatige intelligentie de arbeidsmarkt stevig zal ontwrichten, doordat traditioneel werk en arbeidsomgevingen uit het industriële tijdperk overbodig zullen worden. Maar ongeacht wat ons te wachten staat, kunnen we de vraag waar en hoelang we werken niet beantwoorden zonder eerst de meest fundamentele vraag te beantwoorden: waarom we werken.

    Het is geen kwestie van ‘niet willen’

    Er wordt vaak gezegd dat jonge mensen ‘niet willen werken’, maar klopt dat wel? Dat vroeg de Mexicaanse arbeidsmarktonderzoeker Nataly Hernández zich af in zakenkrant El Economista. Ook Mexicaanse bedrijven kunnen moeilijk personeel vinden, ondanks het feit dat er 2 miljoen werkzoekenden zijn en 6 miljoen mensen in de beroepsgeschikte leeftijd zich momenteel niet op de arbeidsmarkt begeven.

    ‘Het is opvallend dat dit gebeurt in ons land, waar zo veel mensen willen werken, onder wie veel jonge mensen die met hun vaardigheden kunnen bijdragen aan de economie,’ aldus Hernández. Volgens haar zijn de beschikbare banen in Mexico slecht te combineren met een gezinsleven, door een gebrek aan flexibele werktijden en goede kinderopvang, waardoor vooral jonge vrouwen worden uitgesloten.

  • China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    De casino’s van Macau maakten zes keer zoveel omzet als die van Las Vegas. Tot China’s strenge zerocovidpolitiek elk plezier uitbande. Nu wil Beijing de voormalige kolonie minder afhankelijk maken van de gokindustrie. Een riskant plan.

    Een verhaal over Macau moet beginnen met de Cotai Strip. Buiten stralen de half zo hoge kopieën van de Eiffeltoren en de Big Ben. Binnen, op het parket van de Parisian, een van de grootste casinoresorts van het gokgebied, verspeelt de Aziatische elite op één avond evenveel als anderen in een heel jaar verdienen.

    Het Taiwanese ondernemersechtpaar mevrouw Qiu en meneer Fu zit in designer-T-shirt en sneakers achter speelautomaten in het zogeheten High-Roller-domein, waar alleen de rijken spelen. Meneer Fu heeft zijn machine op automatisch ingesteld, hij hoeft dus geen vinger uit te steken. Met elk spel verdwijnen 176 Hongkongse dollars, omgerekend ongeveer 20 euro, van zijn rekening. Met honderden spelletjes per uur zijn dat meestal duizenden euro’s – verlies. Het huis wint altijd. 

    Het paar was dit jaar al drie keer in Macau, elke keer voor vier tot vijf dagen. Ze hebben iets in te halen, vertellen ze, want de drie voorgaande jaren konden ze vanwege de reisbeperkingen in verband met corona niet komen. Elke dag verloopt volgens dezelfde routine: opstaan, ontbijten, zwemmen in het zwembad, wandelen of wat werken. In de middag beginnen ze te spelen. Tijdens hun verblijf in Macau verlaten ze het resort nauwelijks. ‘We geven de voorkeur aan de automaten,’ zegt mevrouw Qiu. Dat is minder ‘werk’ dan spelletjes als poker, roulette of baccarat, die je hier natuurlijk ook hebt. ‘Je hebt alleen geluk nodig.’ Op deze avond hebben ze dat weer eens niet.

    Reorganisatie

    Slecht voor de spelers, goed voor het casino, en in breder verband ook voor Macau. Want deze Chinese ‘speciale bestuurlijke regio’ is aangewezen op de inkomsten uit gokspelletjes. Voor de pandemie haalden de casino’s zes keer zo veel omzet als die van Las Vegas. Ze droegen meer dan de helft bij aan het bruto binnenlands product van de voormalige Portugese kolonie, en 85 procent van de belastinginkomsten. In 2019 nog verdrongen 39 miljoen bezoekers elkaar in het gebied, dat kleiner is dan Berlijn-Mitte.

    Toen brak de coronapandemie uit: spelers konden niet meer komen, duizenden mensen verloren hun baan, de belangrijkste inkomstenbron van de staat droogde op: 95 procent minder inkomsten uit het gokken. Na beëindiging van de zerocovidpolitiek in China komen de spelers terug, de omzetten in Macau hebben die van Las Vegas alweer ingehaald. Maar naar aanleiding van de fatale ervaring met covid hebben de regeringen van China en Macau besloten dat het Mekka van de gokspelen voortaan minder afhankelijk moet zijn van het gokspel. Macau moet nu een centrum worden voor gezondheid, financiële en hightechbedrijven en jaarbeurstoerisme. Er is alleen één probleem: de reorganisatie die in de speciale bestuurlijke regio moet worden doorgevoerd is niet alleen een enorme klus, ze maakt Macau ook nog afhankelijker van Beijing.

    Nergens zijn de economische gevolgen van de pandemie beter waar te nemen dan aan de grensovergang Portas do Cerco, die het schiereiland verbindt met het Chinese vasteland. Elke dag passeren tienduizenden reizigers de douanecontroles. Velen van hen zijn Chinese arbeiders die ’s morgens binnenkomen en ’s avonds weer teruggaan naar hun woningen op het vasteland. Maar in de afgelopen drie jaar zijn er steeds meer inwoners bij gekomen die de omgekeerde route afleggen. Ze dragen volle zakken en zware koffers de grens over en komen met lege zakken en koffers terug.

    Smokkelaars kunnen in Macau producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het Chinese vasteland duurder doorverkopen

    Het zijn smokkelaars, die gebruikmaken van het feit dat Macau geen tol heft op import en het vasteland wel. Zo kunnen ze in de speciale bestuurlijke regio producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het vasteland duurder doorverkopen. Al in de Portugese tijd was het smokkelen big business. Tijdens corona bloeide de praktijk weer op. In de kleine, donkere zijstraatjes niet ver van de grensovergang zitten veel winkeltjes voor cosmetica, voedingssupplementen, medicamenten en spiritualia. Veel zaakjes  zijn niet meer dan opslagruimtes, of een loket in de muur. Maar voor elk daarvan vormen zich lange rijen mensen: klanten met bankbiljetten in de hand.

    Mevrouw Chen koopt blikken babyvoeding. Ze woont al bijna dertig jaar in Macau, is gescheiden en heeft een zoon die dit jaar zijn school afmaakt. In december 2021 verloor ze haar baan in een casino. ‘De baas kon ons niet eenvoudig ontslaan, dus heeft hij ons weggepest,’ vertelt ze. Sindsdien heeft ze geen nieuw werk meer gevonden. Er zijn volgens haar zoveel afgestudeerden die ook werk zoeken, ‘wie zou dan iemand van vijftig aannemen?’ In plaats van als croupière, zoals vroeger, werkt ze nu als smokkelaarster.

    ‘Aan een blik melkpoeder verdien je 6 Hongkongdollars,’ zegt Chen. Dat is minder dan een euro. Ze gaat eenmaal per dag de grens over, verdient er een paar euro mee. Van dat geld moet Chen het eten voor haar en haar zoon kopen en de lening voor haar woning afbetalen. Binnenkort loopt de volgende termijn af, ze slaapt nauwelijks nog, vertelt ze. Als ze drie termijnen in gebreke blijft, staan haar zoon en zij op straat.

    Het smokkelen is niet ongevaarlijk. De grenswachten zijn berucht om hun willekeur. In één maand is ze drie keer betrapt, vertelt Chen. 3000 Hongkongse dollars moest ze betalen. Omgerekend 350 euro. En de leveranties van consumptie-ijs, koffie en thee, ter waarde van meer dan duizend dollar zijn ook verloren – in beslag genomen door de controleurs. ‘De regering helpt ons niet,’ zegt ze. ‘Die is niet in ons geïnteresseerd.’ 

    Omscholing

    In werkelijkheid heeft de regering van Macau wel geprobeerd de economische gevolgen van de pandemie te verzachten. Ze heeft directe financiële steun verleend en omscholingsprogramma’s voor werklozen opgezet. Ondernemingen en zelfstandigen kregen belasting terug en subsidies. Tegelijk probeerden de autoriteiten te investeren in de toekomst. Ze knapten bezienswaardigheden op en gaven subsidies aan start-ups. Ten slotte verplichtten ze casino-eigenaren verleden jaar bij de uitgifte van nieuwe licenties om miljarden euro’s te investeren in sectoren buiten de gokwereld. Maar is Macau wel denkbaar zonder casino’s? 

    Een deel van het antwoord is te vinden in de Rua dos Ervanários. Slechts een paar stappen verwijderd van de ruïnes van de Pauluskerk, een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, ontmoeten het oude en het nieuwe Macau elkaar hier. De zwart-wit bestrate steeg kent een eeuwenlange geschiedenis. Ooit zat hier het hoofdkantoor van de Portugese douane. Talloze straatverkopers boden hier Chinese vazen en Portugese meubels te koop aan. Ook nu zijn er nog een paar oude zaken die wierookstokjes en antiquiteiten verkopen. Maar daarnaast zijn er in de afgelopen jaren hippe cafés en kleurrijke boetiekjes geopend. Het is een experiment waarvan het succes nog moet blijken.

    Tot in de tachtiger jaren had Macau een relatief diverse economie, waarin naast de gokbedrijven ook de textielindustrie een noemenswaardige rol speelde. Maar toen de kolonie in 1999 terugviel aan China, kwam er korte tijd later ook een einde aan het monopolie van het lokale casinobedrijf STDM. Amerikaanse investeerders in de gokbusiness namen toen de controle over de economie van Macau volledig over. Straten als de Rua dos Evanários in de oude stad van Macau raakten in verval. Dat wil de regering nu herstellen, en daarom steunt ze ondernemers met subsidies als ze daar een zaak openen.

    In de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau

    Het weer verlevendigen van de oude stad is maar één onderdeel van het masterplan voor Macau. Dat behelst verder het voornemen om tot 2040 ongeveer drie vierkante kilometer land te winnen op de zee; een vlakte zo groot als 420 voetbalvelden. Macau is een van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld. Hier leven ongeveer 680.000 mensen op 33 vierkante kilometer. Voor het jaar 2040 rekent de regering op 800.000 inwoners. Maar Macaus belangrijkste ontwikkelingsgebied ligt buiten de eigen grenzen, op het naburige eiland Hengqin, dat ongeveer drie keer zo groot is als de speciale bestuurlijke regio en bij het vasteland van China hoort.

    Volgens de planning van de Chinese regering moet het tot voor kort slechts door enkele vissers bewoonde eiland ‘een tweede Macau’ worden. Overal op Hengqin ontstaan nu nieuwbouwwijken. Woontorens en kantoorcomplexen schieten de grond uit. Het potentieel is geweldig: 100.000 nieuwe hotelkamers zouden hier gebouwd kunnen worden, naast de 40.000 die er in Macau al zijn. Een nieuw financieel district met wolkenkrabbers rijst al boven de zee-engte uit. Met het Chimelong-complex ontstaat een van de grootste recreatieparken ter wereld, inclusief een orkashow en kabelbaan. En in de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau.

    Maar de huidige werkelijkheid blijft er nog bij achter. Een lokale vastgoedmakelaar vertelt dat de meeste woningen op het eiland wel verkocht, maar nog onbewoond zijn. Het ontbreekt ook nog aan infrastructuur, ziekenhuizen bijvoorbeeld. Ook daarom waarschijnlijk schiet de regering van Macau nu te hulp door Hengqin voor ondernemers en bewoners aantrekkelijk te maken middels belastingverlagingen en subsidies.

    Waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden?

    De centrale regering in Beijing viert het project als een schoolvoorbeeld van goede samenwerking, maar het is duidelijk wie daarbij aan het langste eind trekt. Want terwijl Macau dringend verlegen zit om bezoekers van het vasteland – zij vormen meer dan driekwart van alle toeristen – is Macau voor China in economisch opzicht verwaarloosbaar. En waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden – behalve de casino’s die op het vasteland verboden zijn?

    Hoe dan ook heeft Macau geen keus. Dat wordt duidelijk als je in het Parisian-casino praat met een receptionist die zich ‘JJ’ noemt. De jongeman in een grijs uniform draait daar zijn nachtdienst. Eigenlijk is de zoon van Philippijnse immigranten te hoog gekwalificeerd voor dit baantje: hij is universitair afgestudeerd in toerisme. Na zijn examens in 2019 kon hij meer dan drie jaar lang geen baan vinden. Gelukkig kon zijn vader, die in een ander casino werkt, zijn baan tijdens de pandemie behouden en zo het gezin voeden.

    De nachtdiensten zijn zwaar, vertelt JJ. Hij moet er steeds zeven achter elkaar doen voor hij een dag vrij krijgt. Toch is hij gelukkig dat hij eindelijk ergens een kans heeft gekregen. Al ziet hij er achter de receptie van de Parisian vooral vermoeid uit.

    Lees ook:

  • Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Sinds na ruim twee jaar de coronapandemie voorbij is, lijkt het alsof we vergeten zijn dat er zoiets als verkoudheid bestaat en alsof we er niet meer zo goed tegen bestand zijn. Hoe komt dat? En is verkoudheid wel echt zo onschuldig als het lijkt?

    De afgelopen weken wordt mijn dagelijks bestaan gekenmerkt door de melodie van de late winter: het gedruppel van smeltend ijs, het zachte geritsel van pas ontloken bladeren en natuurlijk het non-stoplawaai van niezen en hoesten.

    Het gesnotter en het geluid van kelen die worden geschraapt weerklinken in de lobby van mijn flatgebouw. Iedere keer als ik over straat loop zie ik waterige ogen en rode neuzen. Zelfs de Slack-app van mijn werk zit vol met ziekte-emoji’s en tussen miserabele collega’s gaan veelzeggende berichten rond over waarom ze zich zo belabberd voelen. ‘Het is geen corona,’ zeggen ze. ‘Ik heb het een miljoen keer getest.’ Ze benadrukken dat iets anders ervoor zorgt dat ze zich voelen als een gevulde, gekookte gans.

    Dat ‘iets anders’ zou wel eens de enigszins vergeten verkoudheid kunnen zijn. Een heleboel verwekkers van aandoeningen aan de luchtwegen – waaronder adenovirus, RSV, metapneumovirus, parainfluenza, coronavirussen en tal van rhinovirussen – zijn vervelend genoeg weer heel gewoon na drie jaar grotendeels uit de schijnwerpers te zijn verdwenen. Mensen hebben er last van. Het goede nieuws is dat er geen bewijs is dat verkoudheden nu echt objectief erger zijn dan voor de pandemie begon. Het minder goede nieuws is dat velen van ons na enkele jaren respijt van een stel virale ongemakken, vergeten zijn dat een verkoudheid ook echt vervelend kan zijn.

    Behoorlijk ellendig

    De meesten van ons vonden verkoudheid ooit – vóór 2020, om precies te zijn – de normaalste zaak van de wereld. Volwassenen lopen elk jaar gemiddeld twee tot drie van de meer dan tweehonderd bekende virusstammen op die de aandoening kunnen veroorzaken. Jonge kinderen kunnen er een half dozijn of meer van oplopen wanneer ze in en uit de kweekvijvers van ziektekiemen komen die kinderdagverblijven en scholen vormen. De ziektes komen vooral voor in de wintermaanden. Veel virussen gedijen goed bij lagere temperaturen en mensen zijn dan binnen bij elkaar om cadeautjes en hun adem uit te wisselen. Maatregelen als maskers en afstand houden dwongen tijdens de pandemie verschillende van deze microben naar een schuilplaats – maar sinds de maatregelen zijn versoepeld, keren ze langzaam terug.

    Voor de meeste mensen is dat niet zo erg. Verkoudheidssymptomen zijn meestal vrij mild en na een paar dagen ongemak verdwijnen ze doorgaans vanzelf. Het virus dringt de neus en de keel binnen, maar kan niet veel schade aanrichten en wordt al snel overwonnen. Sommige mensen merken niet eens dat ze besmet zijn, of verwarren de ziekte met een allergie: snotterig, loopneus en niet veel meer. De meesten van ons weten wel hoe het verloopt. ‘Soms is het gewoon een verstopte neus gedurende een paar dagen en even een beetje moe zijn, maar voor de rest voel je je prima,’ zegt Emily Landon, infectiearts aan de Universiteit van Chicago. We hebben lang de gewoonte gehad deze symptomen af te doen als gewoon een verkoudheid, niet hinderlijk genoeg om werk of school over te slaan of een mondkapje op te doen. (Spoiler: De deskundigen met wie ik sprak zijn er stellig van overtuigd dat we deze dingen allemaal juist wel moeten doen als we verkouden zijn.)

    Het algemene dogma inzake infectieziekten is altijd geweest dat verkoudheden niets voorstellen, althans in vergelijking met griep. Maar ‘minder erg dan griep’ zegt niet zo veel. Griep is een gevaarlijke ziekte die elk jaar honderdduizenden Amerikanen in het ziekenhuis doet belanden en die, net als corona, patiënten soms opzadelt met langdurige symptomen. Hoewel een verkoudheid over het algemeen minder ernstig is, kunnen mensen toch flink lijden onder hoofdpijn, uitputting en brandende keelpijn. Ogen gaan tranen, holtes raken verstopt en mensen worden wakker met het gevoel dat ze gekartelde scheermesjes hebben ingeslikt of hun hoofd is volgepompt met snel uithardend beton.

    Het komt ook vaak voor dat verkoudheidsverschijnselen langer dan een week duren, of zelfs twee – vooral hoesten kan lang aanhouden nadat de loopneus en de hoofdpijn al zijn verdwenen. Een verkoudheid kan in het ergste geval leiden tot ernstige complicaties, vooral bij zeer jonge en zeer oude mensen en mensen met een haperend immuunsysteem. Soms lopen verkouden mensen naast hun virale ziekte ook nog een bacteriële infectie op, een een-tweetje dat een bezoek aan de eerste hulp kan rechtvaardigen. ‘Het feit is dat een verkoudheid behoorlijk ellendig is,’ zegt Landon. ‘En dat is altijd zo geweest.’

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen

    Er is niets veranderd aan de gemiddelde ernst van verkoudheidssymptomen voor zover deskundigen weten. ‘Het is perceptie,’ zegt Jasmine Marcelin, arts infectieziekten aan de Universiteit van Nebraska Medical Center. Nadat het verkoudheidsvirus ons enkele jaren heeft overgeslagen ‘voelt het nu erger dan gewoonlijk’. Eerlijk gezegd was dit al een probleem voordat corona op het toneel verscheen. ‘Elk jaar zijn er patiënten die me bellen met “de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad”,’ zegt Landon. ‘Maar het is eigenlijk hetzelfde virus dat ze vorig jaar hadden.’ Deze neiging tot drama is nu misschien sterker, vooral omdat mensen sinds de pandemie elk snotje en kuchje onder de loep nemen.

    Maar dat neemt de kans niet weg dat sommige verkoudheden dit seizoen een beetje onaangenamer zijn dan normaal. Veel mensen die nu ziek worden, hebben net een aanval achter de rug van corona, griep of RSV – elk daarvan heeft de afgelopen herfst en winter miljoenen Amerikanen (vooral kinderen) besmet. Hun reeds beschadigde weefsels zijn misschien niet zo goed bestand tegen een nieuwe aanval van een virus dat verkoudheid veroorzaakt.

    Het is ook mogelijk dat immuniteit, of een gebrek daaraan, een kleine rol speelt. Veel mensen worden nu voor het eerst in meer dan drie jaar verkouden. Dat betekent dat de kwetsbaarheid van de bevolking groter is dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor virussen zich sneller verspreiden en sommige infecties mogelijk erger zijn dan anders. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen, zegt Roby Bhattacharyya, arts infectieziekten en microbioloog in het Massachusetts General Hospital. Niet alle verkoudheidsvirussen zorgen voor een goede immuniteit. Maar van veel van de virussen die dat wel doen, wordt aangenomen dat ze het lichaam aanzetten tot een relatief duurzame verdediging van een paar jaar of langer tegen echt ernstige infecties.

    De kwestie immuniteit is grotendeels betwistbaar voor veel virussen die momenteel de ronde doen, zegt Landon. Er zijn zoveel verschillende ziekteverwekkers die verkoudheid veroorzaken, dat recente blootstelling aan een ervan waarschijnlijk niet veel uithaalt tegen de volgende. Iemand kan een half dozijn verkoudheden oplopen in een periode van vijf jaar zonder twee keer hetzelfde type virus te zijn tegengekomen.

    Valse tweedeling

    Maar het is wel mogelijk dat ‘de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad’ in feite een veel gevaarlijker virus is, zoals SARS-CoV-2 of een griepvirus. Snelle thuistests voor het coronavirus geven vaak foute negatieve resultaten in de eerste dagen van de infectie, zelfs nadat symptomen al waarneembaar zijn. En hoewel we een griep soms aan de hand van symptomen kunnen onderscheiden van een verkoudheid, lijken de twee vaak behoorlijk veel op elkaar. De ziekte kan alleen definitief worden vastgesteld met een test, waar moeilijk aan te komen is.

    De pandemie heeft van onze perceptie van ziekte een valse tweedeling gemaakt: ‘Oh nee, het is corona’, of ‘Gelukkig, toch niet’. Corona is ongetwijfeld nog altijd ernstiger dan een gewone verkoudheid, met een grotere kans op ernstige ziekte of chronische, slopende symptomen die maanden of jaren kunnen aanhouden. Maar de ernst van de ziekte overlapt meer dan onze tweedeling doet vermoeden. Bovendien, zegt Marcelin, wat voor de ene persoon echt ‘gewoon’ een verkoudheid is, kan voor iemand anders een vreselijke strijd zijn die wekenlang duurt, of nog erger. Daarom is het, ongeacht waardoor je gezicht precies in een snotfabriek is veranderd, nog altijd belangrijk om je ziektekiemen voor jezelf te houden. De huidige uitbraak van verkoudheid is misschien niet ernstiger dan normaal. Maar hij hoeft ook niet groter dan noodzakelijk te worden.

    Lees ook:

  • Brazilië: Lula en Bolsonaro noemen elkaar leugenaar in televisiedebat

    Brazilië: Lula en Bolsonaro noemen elkaar leugenaar in televisiedebat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    » Twee leiders van Rohingya-kamp vermoord in Bangladesh

    Sfeer in eerste televisiedebat blijft gematigd

    De twee Braziliaanse presidentskandidaten maakten elkaar zondag uit voor leugenaar in het eerste debat voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. ‘Lula, stop met liegen, een man van uw leeftijd!’ zei de 67-jarige extreemrechtse president in de openingsminuten. ‘U bent de koning van de valse informatie, de koning van de domheid,’ antwoordde Lula (76).

    Volgens Folha de São Paulo, die de confrontatie mede organiseerde, viel voormalig president Luiz Inácio Lula da Silva zijn rivaal Jair Bolsonaro vooral aan op zijn ‘incompetentie’ en ‘zijn slechte omgang met de coronapandemie en de economie’. Het huidige staatshoofd stelde op zijn beurt de ‘corruptie’ van de Arbeiderspartij van Lula aan de kaak.

    ‘Ondanks de harde woorden bleef de sfeer over het algemeen gematigd, waarbij de twee kandidaten hun stem niet verhieven, slechts ironisch glimlachten en zo agressie vermeden’, meldt het dagblad.

    Lees ook:

  • Joe Biden: ‘Coronapandemie is in de VS voorbij’

    Joe Biden: ‘Coronapandemie is in de VS voorbij’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Porsche gaat naar de beurs

    » China: 27 doden bij busongeluk met coronacontacten

    Pandemie is voorbij, aldus Amerikaanse president

    In een interview met CBS dat zondagavond werd uitgezonden, zei de Amerikaanse president Joe Biden dat de coronapandemie in de Verenigde Staten ‘voorbij’ was. ‘We hebben nog steeds een probleem met covid-19. We werken er nog steeds hard aan, maar de pandemie is voorbij,’ zei hij.

    The Washington Post wijst erop dat er nog ‘elke dag honderden Amerikanen sterven aan corona’ en vreest dat de uitlatingen van de president ‘de inspanningen van zijn regering – tot nu toe weinig succesvol – zullen bemoeilijken om het Congres zover te krijgen dat het extra geld beschikbaar stelt om meer vaccins en behandelingen voor het coronavirus te ontwikkelen en andere stappen te nemen om het te bestrijden’. Tijdens zijn toespraak verzekerde Joe Biden ook dat hij nog geen definitieve beslissing had genomen over zijn kandidatuur voor een tweede termijn in 2024 en zei hij dat de Verenigde Staten Taiwan zouden verdedigen als China het eiland zou binnenvallen.

    Lees ook:

  • Levensverwachting VS is scherp gedaald sinds pandemie

    Levensverwachting VS is scherp gedaald sinds pandemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Miljoenen getroffen door overstromingen in Pakistan, meer dan duizend doden

    » Oekraïne gebruikt houten lokwapens om Rusland te verleiden raketten te verspillen

    Levensverwachting daalde van 79 jaar naar 76 jaar

    De gemiddelde levensverwachting van de Amerikanen is in 2020 en 2021 scherp gedaald, de scherpste daling in twee jaar in bijna honderd jaar. ‘Een schrille herinnering aan de tol die de voortdurende coronapandemie eist van de natie,’ schrijft The New York Times. De daling was bijzonder sterk onder inheemse Amerikanen, meldde het National Center for Health Statistics.

    In 2021 is de levensverwachting van de gemiddelde Amerikaan zesenzeventig jaar, meldden federale gezondheidsonderzoekers woensdag. Dat is een verlies van bijna drie jaar sinds 2019, toen Amerikanen gemiddeld bijna negenenzeventig jaar oud konden worden. Hoewel de pandemie verantwoordelijk is voor het grootste deel van de daling van de levensverwachting, heeft een stijging van het aantal sterfgevallen door ongevallen en overdoses drugs ook bijgedragen, evenals sterfgevallen door hartaandoeningen, chronische leveraandoeningen en cirrose, aldus het nieuwe rapport.

    Lees ook:

  • Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    CNN-verslaggever Christiane Amanpour en voormalig oorlogscorrespondent is zich meer dan ooit bewust van de verantwoordelijkheid die zij heeft als journalist.  ‘Mijn aanwezigheid in Bosnië was zinloos geweest als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.’

    ‘Toen CNN veertig jaar geleden begon, was de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt. Onze oprichter Ted Turner wilde een internationale nieuwsorganisatie opzetten om in een van de angstigste periodes van de wereld mensen bijeen te brengen. De grootste angst in die tijd was de dreiging van een kernoorlog. Ik kwam in 1983 bij het team, rechtstreeks uit de collegebanken. Toentertijd dacht ik: “Geweldig, hier kan ik al doende het vak leren en dan zoek ik daarna een fatsoenlijke baan bij een echt netwerk.” Wist ik veel dat CNN tot de allergrootste zou gaan horen.

    Teds motto bij CNN was: “Leid, volg of ga uit de weg”. En ik heb altijd geprobeerd me daaraan te houden. Mijn eerste grote proef als buitenlandcorrespondent kwam toen ik in de zomer van 1990 op pad werd gestuurd. Binnen een paar maanden viel Saddam Hoessein Koeweit binnen, wat tot de eerste Golfoorlog leidde.

    Niemand is er ooit op voorbereid als een gewoon leven omslaat in een extreem leven. En een bestaan als oorlogs- en rampenverslaggever, dat is extreem. Je verkeert op de rand van het leven en dus op de rand van de dood. Het duurde even voordat ik als kersverse correspondent gewend was te leven tussen mensen die onder vuur lagen, op een plek waar iedereen slachtoffer kon zijn. Maar ik moest mijn werk doen, dus stap voor stap leerde ik en paste ik me aan.

    koshu kunii 6m9F6QrJskY unsplash
    Met de leus ‘No justice, no peace’ eisen Black Lives Matter- demonstranten gerechtigheid voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. – © Koshu Kunii / Unsplash

    Lockdown

    Mijn volgende oorlog was in Bosnië, waar ik verslag deed vanuit Sarajevo, dat toen in volledige lockdown was.

    Je was ofwel aan het werk of je sliep in een soort slaapzaal in het enige hotel dat open was. Je kon elk moment door een sluipschutter op de korrel worden genomen of in een bombardement terechtkomen. En omdat de wereld niet wilde ingrijpen om een eind aan het geweld te maken, zeiden grootmachten als de Amerikanen, de Britten en de Fransen: “Alle strijdende partijen zijn even schuldig. En wij kunnen er niets aan doen.” Nou, ik kon ter plaatse met eigen ogen zien dat dat niet waar was. Er was een agressor en er waren slachtoffers. En ik realiseerde me al snel dat mijn aanwezigheid daar zinloos was als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.

    Op dat moment heb ik geleerd dat het in de journalistiek niet om neutraliteit gaat. Je kunt niet neutraal zijn wanneer je getuige bent van iets als genocide. Het gaat om objectiviteit, bereid zijn alle kanten te onderzoeken. Maar je kunt niet alle partijen gelijk behandelen, als die duidelijk niet gelijk zijn. Het veranderde mijn hele kijk op mijn verantwoordelijkheid als verslaggever. En sindsdien is mijn mantra altijd gebleven: “wees waarheidsgetrouw, niet neutraal”.

    Deze manier van verslaggeving is niet zonder risico. Ik ben op plekken geweest waar werd geschoten, ik heb in malariagebieden gewoond, ik was in Rwanda toen daar de volkerenmoord plaatsvond en zwaar gedrogeerde mensen als gekken met machetes in het rond sloegen. En ook journalisten zijn soms doelwit.

    Lichtpuntjes

    Ja, het was vaak gevaarlijk, maar de andere kant van de medaille is dat ik heb geleerd om uit te kijken naar lichtpuntjes. Waar ik ook was, ik heb altijd geprobeerd dat kleine beetje menselijkheid te vinden. Ik put vreugde en troost uit de manier waarop mensen in tijden van narigheid bij elkaar komen. En zeker nu, met de coronapandemie, zien we dat volop gebeuren.

    In bepaalde opzichten is het alsof de ervaringen die ik als buitenlandverslaggever heb opgedaan een soort training waren voor de moeilijke omstandig-heden waarmee we nu te maken hebben. Het was training voor een lockdown, voor noodmaatregelen, en voor het op afstand per telefoon vergaren van feiten en informatie. Die overlevingstactieken zijn des te belangrijker omdat we nu te maken hebben met een ander soort vijand, die misschien nog wel verwoestender is, aangezien hij ervoor heeft gezorgd dat de hele wereld knarsend tot stilstand is gekomen.

    Dit is iets totaal anders dan alle oorlogen, rampen, epidemieën en andere ellende waarvan ik verslag heb gedaan. Het is altijd mijn instinct geweest om snel op pad te gaan naar wat er ook gaande was. Maar dit is anders dan een oorlog of terrorisme, waarbij je zorgt dat je ter plaatse bent en laat zien dat je niet bang bent. Nu zitten we allemaal achter gesloten deuren. Ik woon alleen en werk vanuit huis, dus ik begrijp de stress die veel mensen nu doormaken. En als journalist in het tijdperk-Trump, dat één eindeloze aanval vanuit het Witte Huis op de media is, ben ik scherper dan ooit op waarheid en feiten.

    Mensen hebben hun vertrouwen in deskundigen en instituties verloren.
    Er zijn zelfs mensen die vraagtekens plaatsen bij de wetenschap. Dat is in mijn ogen verschrikkelijk gevaarlijk. Juist nu is wetenschap het verschil tussen leven en dood. De afgelopen jaren hebben gewetenloze leiders onophoudelijk campagne gevoerd om de journalistiek verdacht te maken, om feiten verdacht te maken, maar we hebben nu meer dan ooit deskundigen nodig. Ik strijd voor de waarheid. Dat zal ik absoluut blijven doen. Het kan me niet schelen of de machthebbers me aardig vinden. Ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten.

    Gerechtigheid

    Als buitenlandcorrespondent heb ik ook talloze demonstraties, manifestaties en revoluties verslagen. Toen ik tijdens de Arabische Lente reportages maakte over de protesten in landen als Libië, Irak en Libanon, benoemde ik wat er gaande was: een beweging van mensen die de straat op gingen tegen onrecht en voor gelijkheid en vrijheid. En dat is precies wat we op dit moment, sinds de brute moord op George Floyd, in de Verenigde Staten en over de hele wereld zien: een opstand voor gerechtigheid en tegen het straffeloos vermoorden van zwarte mensen.

    Mijn hele carrière lang ging het erom mensen rekenschap te laten afleggen: voor oorlogsmisdaden, voor mensenrechtenschendingen, voor ongelijkheid van ras en gender. Vandaar dat ik me altijd sterk met het rechtssysteem heb beziggehouden. En in mijn ogen is de protestleus “No justice, no peace” niet zomaar een kreet. Hij is van groot, wezenlijk belang. En hij drukt precies uit waar dit moment in de geschiedenis om gaat.

    Deze protesten bevatten een zeer belangrijk politiek element. Ze zijn bedoeld om tot verandering te leiden, dus we moeten doorgaan en we moeten de grote vragen stellen.

    Institutioneel racisme bestaat en het moet worden uitgeroeid. Dit is daarvoor het moment. En onze politieke leiders moeten luisteren.

    Eindelijk zien we dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor hun racistische slavernijverleden. Sinds de moord op George Floyd heb ik veel mensen uit de zwarte gemeenschap geïnterviewd, maar ook vooraanstaande witte leiders die zeggen: “Wij hebben dit veroorzaakt, dus wij moeten ook deelnemen aan het oplossen ervan.” Die samenwerking is uiterst belangrijk, want gerechtigheid bereik je niet met maar één groep of met een andere, dit gaat de hele samenleving aan.

    Ik zal mijn schijnwerper blijven richten op de Black Lives Matter-beweging, want ik wil niet zien dat politici, bedrijven of individuen slechts een “hashtagmoment” hebben. Dit is geen kwestie van “en nu weer over tot de orde van de dag”. We moeten onze wereld verbeteren. Politiegeweld is een symptoom van structureel racisme, gebaseerd op structurele armoede.

    Het systeem is zo ingericht dat de ene groep wordt onderdrukt zodat een andere kan bloeien. Ik vind dat we op alle maatschappelijke terreinen onze deuren moeten openzetten en onderwijs-, economische en professionele kansen toegankelijker moeten maken. Anders is het allemaal alleen maar lippendienst. En we kunnen het ons niet veroorloven om dit moment onbenut te laten.

    De twee pandemieën, die van het coronavirus en die van het racisme, hebben ons een enorme kans geboden. Nu moeten we intelligent genoeg, dapper genoeg, empathisch genoeg en eerlijk genoeg zijn om die kans te grijpen en te doen wat nodig is. We moeten weer ergens zien te komen waar deze hyperpartijpolitieke polarisatie, die zo giftig is, begint te vervagen.

    Ik hoop dat er licht is na dit alles. Ik hoop dat we de uitdaging aankunnen. En ik hoop echt dat we dankzij deze periode onze menselijkheid met andere ogen gaan bezien, of het nu gaat om klimaatverandering, mensenrechten, kapitalisme of gewoon de kwaliteit van het leiderschap dat we kiezen. De waarheid is dat de donkerste dagen soms de juiste soort verandering brengen.’