Tag: criticus

  • Iedereen is een criticus

    Iedereen is een criticus

    De digitale anarchie heeft van ons allemaal potentiële critici gemaakt. Maar door de hoeveelheid aan sensaties en meningen, is er amper tijd voor reflectie. 
Volgens filmcriticus A.O. Scott zouden we, high- of lowbrow, meer moeten twijfelen dan onze mening bevestigd willen zien.

    De Oscars – het jaarlijkse ritueel van de Academy of Motion Picture Arts – liggen dit jaar onder vuur vanwege de voorspelbare en beschamende raciale homogeniteit van de nominaties in 24 filmcategorieën, maar dat is niet de enige reden tot klagen.

    Ik ben recensent. Een schreeuwlelijk, een snob, een broodschrijver die erop uit is om kunstenaars aan te vallen en het plezier van het publiek te vergallen. Dat is althans de rol die ik soms geacht word te spelen. En in die hoedanigheid zou ik graag willen zeggen: vergeet die Oscars maar. De ervaring leert trouwens dat u dat al doet. De winnaars in de categorie Beste Film die die kwalificatie waarmaken – The Godfather, The Apartment, The Hurt Locker – zijn uitzonderingen op de opgeblazen, kortstondig succesvolle middelmaat. Around the World in 80 Days? Out of Africa? Crash? Kom op zeg.

    Intussen is het pantheon van fantastische klassiekers voor het grootste deel een verzameling van versmade titels als Citizen Kane, Do the Right Thing en Boyhood. 
De beste film van het jaar is vrijwel gegarandeerd 
een film die niet heeft gewonnen of zelfs niet eens is genomineerd.

    De dagen van de almachtige recensent zijn geteld

    Dat alles moge duidelijk zijn. De Oscars zijn onnozel. Waarom zouden we er ook van uit kunnen gaan dat de zesduizend leden van een bekrompen beroepsvereniging betrouwbare beoordelaars van kwaliteit zijn? Een showbusinessoligarchie kan toch niet serieus vaststellen wat we geacht worden goed te vinden en wat niet?

    Maar dat geldt ook voor het publiek. Kassuccessen zijn geen betere maatstaf dan de mening van de stupide insiders in de filmindustrie. Avatar heeft meer geld opgebracht dan welke andere film dan ook, maar er is toch geen mens die dat de beste film aller tijden vindt?

    Aan de andere kant: wie ben ik om dat te beoordelen? Ik verdien mijn brood met het rangschikken, indelen en beoordelen van films, en ik behoor tot het gilde van, jawel, smaakmakers, van mensen die bepalen wat goed of uitzonderlijk goed is. Als de Academy vast-geroest is, wat ben ik dan wel niet? Een dinosauriër. De koetsier van een postkoets in de tijd van Uber. Een ouwe vent die tegen een wolk staat te schreeuwen.


    Op internet is iedereen recensent: een door Yelp aangemoedigde afkraakkoning, een deskundige op Amazon, een cheerleader die door de sociale media in staat wordt gesteld om te Vind-ik-leuken en te Delen. Het opgeblazen, altijd verdachte gezag van ellendige pennenlikkers zoals ik is afgevlakt door de digitale anarchie. Wie wil de mening van een kribbige zeikerd horen als er ook een vriendelijk algoritme is dat je vertelt dat er op basis van eerdere aankopen iets is Wat U Ook Leuk Vindt, en als hordes Facebookvrienden bevestigen dat je de goede keuze hebt gemaakt?

    De dagen van de almachtige recensent zijn geteld. Maar die figuur – de hogepriester of kleinzielige 
dictator die met een pennenstreek een reputatie 
kan vernietigen of heiligen – is altijd enigszins mythisch geweest, een allegorisch monster dat werd opgeroepen door angstige kunstenaars en hun onzekere bewonderaars. De kritiek is in wezen altijd al een democratische onderneming geweest. Het is een eindeloos gesprek, geen reeks proclamaties. Het is een discussie die begint als je uit het theater of het museum komt: een discussie met vrienden of een privédiscussie in je eigen hoofd. Het is niet zo dat ik u vertel wat u moet vinden; het is een gesprek dat 
we samen voeren. Dat was zo voor de komst van internet, maar de opkomst van de sociale media heeft als spannend en verwarrend gevolg dat dat nu ook letterlijk een gesprek wordt.

    De bedoeling van kunst is onze geest te bevrijden

    Net als elke andere vorm van democratie is ook recenseren een lastige, polemische zaak waarin de regels net zo ter discussie staan als de uitkomsten, en waarvan de filosofische basis fragiel, om niet te zeggen vaag is. Smaken verschillen. Ieder mens is gezegend met een uiterst uniek bewustzijn, een geheel eigen manier van waarnemen en appreciëren. Maar we klitten ook samen in smaakgroepen die soms net zo prikkelbaar en gepolariseerd zijn als de andere clans waarmee we ons identificeren. We beschermen wat we waarderen en we raken gepikeerd als iemand zich daarmee bemoeit en het bespot.

    Obsessievelingen en dilettanten, omnivoren en freaks, highbrow en lowbrow: iedereen wordt liever bevestigd dan aan het twijfelen gebracht. Sommige mensen houden van opera. Anderen van hiphop. Een aanzienlijk aantal mensen houdt van allebei. ‘Het is allemáál prachtig!’ zegt u misschien. Maar dat gelooft u niet echt, net zomin als ik. Soms is iets afschuwelijk. Over smaak valt uiteraard niet te twisten en het valt ook niet te verklaren.

    Tegenstrijdig

    En toch is de manier waarop we over dit fundamenteel menselijke kenmerk nadenken zeer tegenstrijdig. Er valt over smaak niet te twisten, maar dat is precies wat we wel doen. We geven toe dat smaak subjectief is, maar daar laten we het zelden bij. We vinden het niet genoeg om te zeggen ‘Dat vind ik mooi’ of ‘Dat is niet echt iets voor mij.’ We willen s
tevige uitspraken, objectieve beweringen. ‘Dat was fantastisch! Dat was verschrikkelijk!’

    Boyhood, volgens A.O Scott ten onrechte niet gekozen tot Beste Film.
    Boyhood, volgens A.O Scott ten onrechte niet gekozen tot Beste Film.

    Of misschien ligt dat aan mij. De krant betaalt mij er tenslotte voor om mijn persoonlijke indruk van films in overtuigende argumenten te gieten: niet alleen om op te schrijven wat ik van een film vind, maar ook om een beoordeling te formuleren en de lezers een nuttig advies te geven. Het lijkt misschien alsof ik hier uit eigenbelang mijn werk aanprijs. Vertrouw 
de insiders die over de Oscars gaan niet! Let niet op de groepsdwang van de recensiesite Rotten Tomatoes of van Box Office Mojo waar de filmopbrengsten bekend worden gemaakt! Luister naar mij!

    Natuurlijk, ik heb er belang bij om de relevantie van mijn eigen baan te verdedigen, ook al geef ik toe dat het een nogal krankzinnige manier is om je brood te verdienen. Critici worden soms gewaardeerd, in zeldzame gevallen zelfs bewonderd, zoals Roger Ebert, maar meestal worden we gevreesd, verfoeid of volkomen genegeerd. In de ogen van het publiek zijn critici haters en spelbedervers. Misschien zijn we sadisten, zoals de boosaardige, Martini zuipende theaterrecensent van The New York Times in Birdman. Of misschien zijn we masochisten: ondanks die wrede karikatuur kreeg Birdman, bekroond met een Oscar voor Beste Film, door Rotten Tomatoes het predicaat ‘Certified Fresh’ toebedeeld (ik vind de film overigens zeer overschat, maar dat is alleen maar mijn mening).

    Recenseren mag dan een hachelijke manier zijn om je brood te verdienen, de kritiek blijft onmisbaar. Kunst maken – populair of hoogstaand, cryptisch 
of toegankelijk, sacraal of werelds – is een van de glorieuze capaciteiten van de mens. We zijn als enige soort begiftigd met het vermogen om een voorstelling te maken van onze wereld en de manier waarop we die ervaren, om verhalen te vertellen en tekeningen te maken, muziek te maken van geluid, dans van beweging. Net zo wonderbaarlijk is ons vermogen, 
en zelfs onze plicht, om te beoordelen wat we hebben gemaakt, om te beredeneren waarom we er ontroerd, verward, verrukt of verveeld door raken. We zijn allemaal – in elk geval potentiële – kunstenaars. En omdat we het vermogen hebben om de creativiteit van anderen te herkennen en erop te reageren, zijn we ook allemaal – in elk geval potentiële – critici.


    Dat betekent bovenal dat het onze taak is om na te denken. Als cultuurconsument worden we passief gemaakt, of op zijn best aangespoord tot een pseudo-semi-zelfbewustzijn, we worden in de richting geduwd van ofwel de defensieve groepsidentiteit 
van de subcultuur van fans, ofwel een oppervlakkig, half-ironisch eclecticisme. We grazen, we bingen, 
we doen esthetische ervaringen op en verwerpen ze weer alsof het goedkope speeltjes zijn. En dat zijn 
het vaak ook: massageproduceerde speeltjes van de lopende band.

    Intussen zijn we in onze rol als burger van de politieke republiek ingelijfd in een gepolariseerd klimaat van ideologische oorlogszucht. Gebral in plaats van argumenten. Belangrijke politieke verschillen worden tegelijkertijd uitvergroot en gemarginaliseerd. Er is weinig ruimte voor twijfel en amper tijd voor reflectie, omdat we murw worden gebeukt door sensaties en meningen.

    Hoe kunnen we daar nog wijs uit worden? Hoe houden we ons staande in de stormvloed van alles wat aanspraak maakt op onze aandacht? We worden voortdurend verleid om niet na te denken – genoeg keus in stupiditeit. Maar we worden ook omringd door genialiteit, en die zit ook in onszelf. Je hebt Hamilton [Broadwaymusical] en To Pimp a Butterfly [album van rapper Kendrick Lamar]. Transparent [Amazonserie] en de romans van Elena Ferrante. Kies maar uit! Bepaal wat u ervan vindt!


    We zijn veel te veel geneigd om de kunst te beschouwen als een onbelangrijke, frivole aangelegenheid, en smaak als een strikt afgebakend smal pad waar we ons stuntelig op voortbewegen, alleen of in gezelschap van gelijkgestemden. Tegelijkertijd trachten we te vaak de creatieve aspecten van ons leven waar we plezier aan beleven ondergeschikt te maken aan de zogenaamd gewichtiger ervaringsgebieden, en proppen we de esthetische dimensies van het leven weg in de dozen die onze religieuze overtuigingen, onze politieke dogma’s of onze morele overtuigingen bevatten. We bagatelliseren de kunst. We verheffen de onzin. We kunnen niet voorbij de horizon van onze eigen conventionele wijsheden kijken.

    Dat moet afgelopen zijn! De bedoeling van kunst is onze geest te bevrijden, en de taak van de recensent is om uit te zoeken wat we met die vrijheid kunnen doen. Dat we allemaal recensent zijn, betekent dat we allemaal in staat zijn om onze eigen vooroordelen te heroverwegen, om scepticisme te compenseren met een onbevooroordeelde houding, om onze afgestompte en overvoerde zintuigen aan te scherpen en te vechten tegen de intellectuele matheid die ons omringt. We moeten onze bijzondere hersens gaan gebruiken en onze eigen ervaring serieus gaan nemen.

    Soldaat

    De werkelijke cultuurstrijd (die nooit ophoudt) wordt gevoerd tussen het menselijke intellect en zijn al even menselijke vijanden: luiheid, banaliteit, pretentie, onechtheid. Een strijd tussen creativiteit en gelijkvormigheid, tussen het comfortabel vertrouwde en de schok van het nieuwe. Een recensent is een soldaat in die strijd, die het leven van de kunst verdedigt en vecht voor de kunst van het leven.

    Met andere woorden: het is niet zomaar een baan.

    Auteur: A.O. Scott
    Vertaler: Lidwien Biekmann

    A.O. Scott is de filmcriticus van The New York Times. Hij stond op de shortlist van de Pulitzerprijs in 2010. Scott is ‘Distinguished Professor’ in de filmkritiek aan de Wesleyan University in Connecticut en auteur van het boek Better Living Through Criticism, dat op 9 februari verschijnt bij Penguin Press.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.