Tag: daesh

  • Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Geldwisselkantoren in Irak, Syrië, Turkije en Jordanië sluizen dagelijks miljoenen dollars van en naar het kalifaat. The Wall Street Journal legt uit hoe dit in zijn werk gaat.

    Al langer dan een jaar treffen de VS en hun bondgenoten Islamitische Staat met luchtaanvallen en financiële sancties. Desondanks weet de extremistische beweging nog altijd haar strijders te bevoorraden, voedsel te importeren en snelle winsten te maken door middel van geldspeculatie.

    Dat laatste gebeurt dankzij mannen als Abu Omar, een de facto bankier van de terreurgroep. De Iraakse zakenman maakt deel uit van een netwerk van financiers dat zich uitstrekt over Noord- en Midden-Irak. Al tientallen jaren regelen zij de financiële transacties van lokale handelaren die gewone banken mijden.

    Toen Islamitische Staat de regio in 2014 in handen kreeg, deed ’s werelds rijkste terreurgroep hem een aanbod waarop hij besloot in te gaan: hij kon zijn bedrijf houden als hij ook het geld van de IS zou beheren.

    ‘Ik stel geen vragen,’ zegt Abu Omar, wiens geldwisselkantoren in de Iraakse steden Mosoel, Suleimaniya, Arbil en Hit tien procent rekenen voor het overmaken van geld van en naar het gebied waar de extremisten de baas zijn – twee keer zo veel als het normale tarief. ‘Islamitische Staat is goed voor de zaken.’

    Deze financiers zorgen ervoor dat miljoenen dollars in contanten dagelijks de Islamitische staat in- en uitstromen, wat de internationale inspanningen frustreert om de groep af te snijden van het mondiale banksysteem, zo zeggen betrokkenen uit de financiële wereld. Ze opereren dwars door grenzen en slagvelden heen in een van ’s werelds gevaarlijkste conflicten, beschermd door winsten en hun onmisbare rol in de regionale economie.

    Daarnaast heeft Islamitische Staat, hoewel geleid door soennitische fundamentalisten, blijk gegeven van pragmatisme waar het de financiering van zijn activiteiten betreft. ‘IS volgt de wetten van het geld, niet die van de religie of politiek. Wat dat betreft is de beweging zo Iraaks als wat,’ zegt een geldwisselaar uit Al-Anbar, wiens netwerk reikt van de Jordaanse hoofdstad Amman tot Fallujah en Bagdad.

    ‘Er is geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’

    Daniel Glaser, de Amerikaanse onderminister die zich bezighoudt met terrorismefinanciering, zegt dat geldwisselkantoren – waarvan er alleen al in Irak meer dan zestienhonderd zijn – een zorgwekkende link naar de buitenwereld zijn voor het zelfverklaarde kalifaat.

    ‘We proberen op verschillende manieren IS zijn financiële middelen te ontnemen en de toegang tot het internationale financiële stelsel te ontzeggen,’ zegt Glaser. De Federal Reserve en het Amerikaanse ministerie van Financiën werken samen met bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar, zegt hij, er is ‘geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’.

    Hawala

    De mannen die de wisselkantoren en bijbehorende lege vennootschappen beheren, weerspiegelen de verscheidenheid aan etnische en religieuze groepen in Irak. Hun netwerk stoelt op vertrouwen. Hun leden voeren overboekingsopdrachten uit, in realtime. Iemand betaalt met contant geld in een kantoor en ver daarvandaan int een ontvanger hetzelfde bedrag, een praktijk die hawala heet en in het Midden-Oosten ouder is dan het moderne banksysteem.

    Geldwisselaars bieden een betrouwbare manier om transacties van tienduizenden dollars uit te voeren tussen plekken die honderden kilometers uit elkaar liggen. Ze voldoen hun rekeningen door grote hoeveelheden bankbiljetten heen en weer te vervoeren, vaak door oorlogsgebied.

    Drie Iraakse geldwisselaars zeggen dat ze sjiitische milities, die tegen Islamitische Staat vechten, betalen om geldtransporten te bewaken vanuit Bagdad, dwars door de frontlinies, naar gebied dat door strijders wordt gecontroleerd, in de provincie Anbar. Iraaks-Koerdische militanten, die ook in gevecht zijn met Islamitische Staat, worden omgekocht om doorgang te verlenen aan geldtransporten, dwars door hun frontlinies, naar gebieden rond Mosoel, die in handen zijn van IS. Volgens de geldwisselaars bedingen zowel sjiitische als Koerdische commandanten hiervoor tarieven van tussen de duizend en tienduizend dollar.

    Islamitische Staat heft op zijn beurt een belasting van twee procent op contanten die zijn grondgebied binnenkomen. In ruil hiervoor krijgen smokkelaars bescherming op het laatste stuk van hun route naar de wisselkantoren, zo melden vier betrokkenen.

    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images
    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images

    Het geld wordt via minstens drie routes afgeleverd. Een begint in de smalle straatjes achter de Grote Bazar van Istanboel en leidt via Iraaks-Koerdische steden naar Mosoel, de grootste stad in handen van Islamitische Staat. Een andere verbindt Amman met Bagdad en de door IS gecontroleerde delen van de provincie Anbar in Irak. Een derde voert van de stad Gaziantep in het zuiden van Turkije naar de Syrische regio rond Raqqa, het bestuurscentrum van IS.

    Financiële inperking

    Volgens Turkse en Jordaanse functionarissen zetten hun overheden alles op alles om Islamitische Staat te bestrijden. Zowel het witwassen van geld als de financiering van terreur worden stevig aangepakt. Iraakse functionarissen zeggen dat geldwisselaars met een vergunning een belangrijke rol spelen in de financiële sector van het land, maar dat wie de wet overtreedt of terroristen steunt moet worden gestraft.

    Ministers van Buitenlandse Zaken van de door de VS geleide coalitie tegen IS herhaalden vorige maand dat ze vastbesloten waren de economie en de financiële activa van de groep, die worden geschat op 300 miljoen tot 700 miljoen dollar, te verstoren. Deze pogingen tot financiële inperking maken deel uit van een campagne die verder bestaat uit Amerikaanse luchtaanvallen op oliebronnen van IS. Ook zijn er aanvallen geweest op kluizen in het centrum van Mosoel. Amerikaanse functionarissen vermoeden dat die contanten bevatten waarmee strijders worden betaald.

    Het Amerikaanse ministerie van Financiën en andere Amerikaanse instellingen sturen Bagdad regelmatig rapporten over vermoedelijke terroristische financiële transacties, aldus Amerikaanse ambtenaren. Ze onderhouden ook nauwe betrekkingen met toezichthouders en veiligheidsdiensten in de buurlanden. Desondanks blijft het geld stromen.

    In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt

    De Centrale Bank van Irak publiceerde in december een lijst van 142 geldwisselkantoren die Washington ervan verdenkt geld door te sluizen voor Islamitische Staat. De centrale bank sloot deze bedrijven uit van zijn tweemaandelijkse dollarveilingen, in de hoop een tekort aan Amerikaanse bankbiljetten te veroorzaken bij de terreurgroep – de economie van IS draait op contant geld, net als in een groot deel van Irak.

    Ten minste twee bedrijven op de lijst, beide gevestigd in Mosoel, blijven geld overmaken van Turkije naar Iraakse en Syrische steden in handen van IS, zo stellen drie klanten. Een van hen, Azva El Seyig, zegt over de telefoon geen financiële diensten – ook geen geldovermakingen – te verrichten binnen het grondgebied van de Islamitische Staat, omdat dit te moeilijk is geworden.

    Toch staan er op een regenachtige februariochtend ongeveer twintig Iraakse en Syrische mannen in de rij bij het kantoor van het bedrijf in de wijk Beyazit van Istanboel. In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt. Twee klanten ontvangen 10.000 dollar uit Raqqa, Syrië. Niemand op het kantoor vraagt wat het doel is van de transacties of naar de precieze herkomst van het geld.

    De employee achter het glazen raampje heeft maar één vraag voor een klant die 700 dollar uit Mosoel wilde innen: wordt de ontvanger gezocht door IS? ‘Dat is de enige transactie die we niet kunnen verrichten,’ zegt de werknemer.

    Raderen van de economie

    Iraakse vluchtelingen en zakenmensen in Turkije, Jordanië en de Koerdische stad Arbil in Irak zeggen dat de afgelopen anderhalf jaar nog veel meer van dergelijke bedrijven zijn ontstaan, vermoedelijk om te profiteren van de groei van de Islamitische Staat.

    ‘Geld stroomt makkelijker dan water,’ aldus de Iraakse handelaar Kemal, die gebruikmaakt van de diensten van een ander Turks-Iraaks bedrijf, Taha Cargo, om fondsen over te hevelen van IS, en vervolgens zijn logistieke netwerk benut om in ruil hiervoor goederen te vervoeren. Taha wil geen commentaar geven.

    Dergelijke transacties maken deel uit van het sociale weefsel in het Midden-Oosten, vanwege de service die ze verlenen, hun discretie en hun tijdige levering. Ze opereren vanuit kantoren die niets verraden van wat ze precies doen en van de hoeveelheid geld die ze beheren.

    De financiers van deze praktijken kennen de liquiditeit van hun handelspartners en gaan geen transacties aan die niet kunnen worden voldaan. Bedrog en overvallen komen zelden voor. In een dergelijke hechte beroepsgroep weten geldwisselaars dat hun families verantwoordelijk zullen worden gesteld voor onbetaalde schulden, en dat hun stam onder eventuele malversaties zal lijden.


    Iraakse bankiers en ontwikkelingsorganisaties schatten dat meer dan de helft van de Iraakse detailhandel vertrouwt op geldwissel- en geldovermakingsbedrijven, in plaats van op gewone banken. Hierdoor moeten Iraakse ambtenaren een midden zien te vinden tussen internationale vereisten en de gezondheid van hun economie. Ontmanteling van het netwerk van geldwisselaars zal een economische schok veroorzaken.

    ‘Ze zijn de raderen van de Iraakse economie. Zonder hen hebben we geen geïmporteerde kleding, komt er geen verse groenten binnen,’ zegt Yahya al-Kubaisi, een analist bij het Iraakse Studies Center in Jordanië en een voormalige Iraakse politicus.

    Kluizen van Mosoel

    Voordat IS Mosoel veroverde, had deze stad van bijna twee miljoen inwoners 40 banken en ongeveer 120 geldwisselaars en overmakingskantoren met een vergunning, zo melden de centrale bank en geldwisselaars in Irak.

    Alleen banken en overmakingskantoren hebben een vergunning om geld over te maken in binnen- of buitenland. Maar geldwisselaars lappen deze regels al lang aan hun laars en verleenden deze diensten in Mosoel, de economische motor van Noord-Irak.

    Toen IS Mosoel in juni 2014 veroverde, en daarna andere steden in Irak en het oosten van Syrië, betekende dat het einde van lokale banken. De terreurgroep plunderde de kluizen en maakte volgens Amerikaanse schattingen honderden miljoenen dollars buit.

    De Verenigde Staten en regionale overheden ondernamen onmiddellijk stappen om bankkantoren binnen de Islamitische Staat af te snijden van het internationale bancaire netwerk. Transacties die de identificatiecode van de in beslag genomen kantoren vermeldden, werden ongeldig verklaard.

    © Osman Orsal / Reuters
    © Osman Orsal / Reuters

    Daardoor groeiden geldwisselaars uit tot de enige aanbieders in een regio met enkele miljoenen inwoners. Een ondernemer in de provincie Anbar zegt dat zijn kantoren aan het einde van de zomer van 2014 500.000 dollar per week aan geldtransacties in en uit de Islamitische Staat behandelden. De commissie voor deze diensten bedroeg volgens hem tien procent. Voor de komst van IS lag het tarief tussen de drie en vijf procent.

    ‘Irak heeft geen accountants, Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten’

    Aanvankelijk werden sommige transacties verricht voor mensen die aan de extremistische groep wilden ontsnappen. De geldwisselaars ‘vroegen niet waarom je geld stuurde of wie de ontvanger was, zelfs als ze wisten dat je het de Islamitische Staat uit stuurde, voor jezelf of de familie,’ zegt Mohammed, een voormalige professor in Mosoel, nu een vluchteling vanwege zijn verklaarde atheïsme, waardoor hij een doelwit is van IS.

    Een geldwisselaar in Fallujah zegt dat hij in juni 2015 100.000 dollar naar Bagdad overmaakte voor een man uit Anbar die in de ogen van de Iraakse autoriteiten mogelijk een strijder was van IS. De geldwisselaar zou de transactie hebben gedaan omdat hij niet geloofde dat de beschuldiging terecht was: ‘Ik vind niet dat ik iets verkeerd heb gedaan.’

    Tegen die tijd werden vrijwel alle goederen die de Islamitische Staat inkwamen – zoals motorolie voor auto’s die strijders vervoerden en de voor vrouwen verplichte zedige kleding – ingekocht via het netwerk van geldwisselaars, aldus drie betrokken handelaren.

    IS-leiders verboden wisselkantoren vorig jaar om geldovermakingen over de grenzen van de Islamitische Staat goed te keuren zonder ontvangstbewijs waaruit bleek dat de klant tien procent religieuze belasting (zakat) had betaald.

    Behalve met belastinginning, heeft het netwerk van geldwisselaars IS ook geholpen te profiteren van geldspeculatie – bijvoorbeeld door meer geld aan belasting te geven, en via de rechtstreekse winsten van wisselkantoren.

    Al jaren nemen wisselkantoren deel aan de tweemaandelijkse, door de centrale bank georganiseerde dollarveilingen. Ze kopen dollars op tegen de officiële koers en verkopen die met winst op straat. Het tariefverschil bedroeg het afgelopen jaar zeven procentpunten.

    Zwarte lijst

    Voor de eerste veiling in december plaatsten geldwisselbedrijven orders voor meer dan 20 miljoen dollar. Gezien de koersverschillen tussen de veiling en de zwarte markten in de Islamitische Staat, waren deze transacties goed voor een potentiële winst van ruim 330.000 dollar.

    De Centrale Bank van Irak heeft een grotendeels door oliereserves gefinancierde rekening bij de Federal Reserve, en onttrekt daaraan regelmatig grote zendingen van nieuwe bankbiljetten van 100 dollar. Het geld wordt door een gecharterd vliegtuig van een Fed-faciliteit in Rutherford, New Jersey, naar Bagdad overgevlogen.

    De Fed blokkeerde vorige zomer tijdelijk leveringen, uit angst dat de biljetten via de wisselkantoren bij IS terecht zouden komen. Een gebrek aan contanten dreigde, totdat de zendingen in augustus werden hervat, nadat Irak had toegezegd meer inzage te geven in de bestemmingen van het geld.

    Veel geldwisselbedrijven in de Islamitische Staat – of hun geaffilieerde kantoren elders in Irak – namen tot half december deel aan de veilingen, waarna de VS Irak onder druk zetten om tientallen bedrijven die mogelijk samenwerkten met de terreurgroep te verbieden.

    Geldwisselaars die nog steeds deelnemen aan de valutaveiling twijfelen aan de effectiviteit van de zwarte lijst. Irak heeft geen mechanisme om te voorkomen dat de eigenaars van verboden bedrijven de restricties omzeilen. Ze kunnen simpelweg nieuwe bedrijven oprichten, of een verborgen eigendomsbelang nemen in andere ondernemingen.

    ‘Irak heeft geen onderzoekers of accountants,’ zegt geldwisselaar Abu Omar. ‘Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten.’

    Auteur: Margaret Coker*
    Vertaler: Carl Stellweg

    • Suha Ma’ayeh in Amman, Emre Peker in Istanboel, Ali Nabhan in Bagdad en Emily Glazer droegen bij aan dit artikel.

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad, oplage 2.000.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.

    Bij dezen.

    Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.

    Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige 
mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland
valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter 
het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.

    Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.

    De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen 
van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in 
de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.

    Mag ook wel eens, na 240 jaar.

    (Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)

    De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.

    Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander 
vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars 
op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap 
met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij 
van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op 
de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 4. IS verslaan?

    4. IS verslaan?

    Bombarderen of niet bombarderen? Daarover gaat de discussie in het Westen als het IS betreft. Maar volgens de Libanese nieuwssite Now hebben militaire acties geen zin. Alleen door te proberen Irak nu eens écht te begrijpen, kunnen we een begin maken met een oplossing.

    Op dit moment heeft Amerika twee opties om IS te bestrijden, en die zijn geen van beide militair van aard. De eerste, een noodoplossing die in de toekomst wel eens contraproductief zou kunnen werken, houdt in dat het evenwicht tussen soennieten en sjiieten in Irak en de hele regio wordt hersteld. Daarvoor is het noodzakelijk dat Washington zich krachtig opstelt tegenover Iran, maar dat is een politiek die Obama zichtbaar tegenstaat. Dit ondanks het feit dat een nucleair akkoord met Teheran naar zijn eigen zeggen de VS de vrijheid zou bieden om zich zonder angst voor een nucleaire countdown te kunnen concentreren op de destabilisatiepolitiek van Iran.

    De tweede optie is Irak écht begrijpen – iets waar de Amerikanen niet voor openstaan, zoals Obama veelvuldig heeft herhaald. Amerika moet het idee loslaten een natie op te bouwen, en er juist voor zorgen dat het hele Midden-Oosten zich ontwikkelt tot een regio waarin gerechtigheid het wint van het recht van de sterkste.

    Pech gehad

    Om IS te ontmantelen moet Amerika eerst begrijpen wat de oorzaken zijn geweest voor het ontstaan van deze organisatie. Helemaal omdat Washington grotendeels verantwoordelijk is voor de situatie waaruit deze ergste terroristische groepering op aarde 
uiteindelijk is voortgekomen.

    Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, zoals geldt voor de meeste leiders van IS, dan hebt u vermoedelijk rond uw negende het uitbreken van de oorlog met Iran 
meegemaakt. In de jaren tachtig ging het op de Iraakse televisie alleen maar over dit conflict en werden de hele 
dag vaderlandslievende liederen en items met het laatste nieuws van het front uitgezonden. Tijdens deze oorlog werden de Irakezen voortdurend geconfronteerd met de dood van tientallen jonge mensen – ouders, vrienden, buren, naasten. In die tijd behoorden verdriet, sterfgevallen en begrafenissen tot de dagelijkse realiteit.

    Irakezen werden voortdurend geconfronteerd met de dood van ouders, vrienden, naasten

    In 1991 zou een Iraakse man die begin jaren zeventig geboren was rond de twintig zijn. Op dat moment viel Irak Koeweit binnen, dat vervolgens naar het stenen tijdperk werd teruggebombardeerd door de luchtaanvallen van een coalitie van veertien landen die 
de hele infrastructuur vernietigden 
en het Iraakse leger totaal uiteensloegen om het uit Koeweit te verdrijven.

    Dat was het moment waarop Washington de sjiieten in het zuiden en de Koerden in het noorden aanmoedigde om hun lot in eigen handen te nemen en tegen Saddam Hoessein in opstand te komen. Maar nadat de dictator de rebellen verpletterend had verslagen, was de enige reactie van Amerika: ‘pech gehad’.


    Vervolgens kregen de Irakezen ook nog een zwaar VN-embargo te verduren dat bijna tot hongersnood leidde. Door hyperinflatie daalde de dinar sterk in waarde, waarna de Iraakse regering geen andere keuze had dan het voedsel te rantsoeneren, en dat wordt tot op de dag van vandaag volgehouden.

    Net als Obama volgde ook oud-president Bill Clinton dezelfde beleidslijn – zich niet langer in de situatie ter plaatse mengen, maar wel de sancties hand‑
haven – met als enig resultaat dat de Iraakse bevolking nog verder verzwakte. Saddam en zijn handlangers hadden uiteraard geen last van het embargo 
en hebben het zelfs gebruikt om het weinige wat het land nog kon voortbrengen te plunderen. De rest van de bevolking leed armoede.

    De door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd

    Om de internationale sancties te overleven begonnen Irakezen die dicht bij de grens woonden te smokkelen. Na 2003 bleken de zo ontstane netwerken ook heel geschikt om mensen, geld en wapens te leveren voor een opstand die aan meer dan vierduizend Amerikanen het leven heeft gekost. Deze netwerken bestaan nog steeds en maken IS tot een goed geoliede organisatie, ondanks allerlei financiële sancties die door Amerika en de rest van de wereld zijn opgelegd.

    Afgezien van de wijdverspreide armoede en de werkloosheid moesten de Irakezen ook nog leven in de greep van een megalomane leider die steeds wreder werd naarmate zijn machts‑
basis verder afbrokkelde. Alsof deze optelsom van armoede, werkloosheid, geweld en economisch isolement nog niet genoeg was, bleven Amerika en zijn bondgenoten Irak bestoken op 
het punt van zijn programma voor massavernietigingswapens, ook al 
was dat inmiddels stopgezet. Van tijd tot tijd bombardeerden westerse 
jachtvliegtuigen Bagdad of andere delen van het land. Operatie Desert 
Fox in 1998 is daar een voorbeeld van.

    Operatie Wraak

    Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, en u hebt twee verwoestende conflicten, een VN-embargo, armoede, werkloosheid en de dictatuur van Saddam overleefd, dan hebt u dus de Operatie Iraqi Freedom in 2003 meegemaakt. Maar de door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd. Was u soenniet, dan was 2003 het jaar dat u er opeens onterecht van werd beschuldigd ofwel een Baath-aanhanger ofwel een terrorist te zijn. Zo raakten de vele duistere gevangenissen uit de tijd van Saddam langzaam vol met soennieten.

    Tegenwoordig zijn de Amerikanen en de rest van de wereld ervan overtuigd dat het een grove vergissing van Washington is geweest om de oorlog tegen Irak te beginnen, want dat gebeurde op grond van verkeerde inlichtingen van de onlangs overleden Ahmed Chalabi. Maar dat is enkel het topje van de ijsberg. Chalabi, van wie later duidelijk werd dat hij voor [de Iraanse] generaal Qasem Soleimani werkte, heeft de Verenigde Staten gevoed met valse inlichtingen, niet alleen voorafgaand aan, maar vooral na de oorlog. Onder invloed van Chalabi, dus in feite onder invloed van Iran, is Operatie Iraqi Freedom omgebogen in Operatie Wraak van Iran. De nieuwe Iraakse leiders – voornamelijk uit 
ballingschap teruggekeerde sjiieten 
en getrouwen van Teheran – hebben de Amerikaanse macht gebruikt om 
de fanatieke Saddam-aanhangers, maar tegelijk ook alle soennieten, 
volledig uit te schakelen.

    Auteur: Hussein Abdul Hussein
    Vertaler: Tess Visser

    Now
    Libanon | now.mmedia.me

    Arabische en Engelstalige nieuwssite sinds 2007, aanvankelijk geconcentreerd op Libanees nieuws. In 2012 werd de focus verlegd naar het gehele Midden-Oosten.

  • 3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    3. Turkije biedt stilzwijgend steun aan IS

    Als de Turken Koerdische strijdkrachten hun gang lieten gaan, zou IS kunnen worden uitgeschakeld.

    Na de terreuraanslagen in Parijs kon men van de westerse staatshoofden verwachten dat zij, zoals gebruikelijk, de oorlog zouden verklaren aan degenen die ervoor verantwoordelijk waren. Dat deden ze ook, maar ze meenden het eigenlijk niet. Terwijl ze tijdens de G20 in Antalya, twee dagen na ‘Parijs’, hun vastberaden uitspraken deden, babbelden diezelfde leiders met de Turkse president Erdogan, de man wiens stilzwijgende politieke, economische en zelfs militaire steun bijdraagt aan het vermogen van IS om diezelfde aanslagen in Parijs te plegen – nog afgezien van de eindeloze stroom van wandaden in het Midden-Oosten zelf.

    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)
    Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)

    Hoe kan IS worden uitgeschakeld? In de regio weet iedereen dat: door de goeddeels Koerdische strijdkrachten van de YPG (Democratische Unie) in Syrië en de PKK in Irak en Turkije erop los te laten. Zij hebben bewezen uitermate effectief te zijn. Tegen de gebieden in Syrië die door de YPG worden gecontroleerd, heeft Turkije evenwel een embargo afgekondigd, en de PKK-eenheden worden door de Turkse luchtmacht gebombardeerd. Daarentegen steunt Turkije Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaida.

    Vertaler: Lambiek Berends

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 2. Zo komt IS aan wapens en munitie

    2. Zo komt IS aan wapens en munitie

    De strijders van IS hebben voortdurend behoefte wapens en (vooral) munitie. De Financial Times bracht de bloeiende illegale handel in kaart. ‘Ze kopen als gekken,’ zegt een wapenhandelaar. Als het moet zelfs van de vijand.

    In zijn geboortestad in Oost-Syrië was algemeen bekend dat Abu Ali wapens leverde aan rebellen die tegen IS vechten. Hij wist een jaar 
geleden dan ook zeker dat zijn dagen waren geteld toen twee jihadistische commandanten uit hun pick-uptruck stapten en naar hem toe liepen. Maar tot zijn verbazing gaven ze hem een gedrukt velletje papier met de tekst: ‘Deze persoon mag allerlei soorten wapens kopen en verkopen binnen de Islamitische Staat.’ ‘Er stond zelfs een stempel van de stad Mosul op,’ herinnert Abu Ali zich.

    In plaats van te worden vastgezet of verdreven, zoals ze hadden gevreesd toen IS vorig jaar Oost-Syrië veroverde, werden veel handelaren op de zwarte markt – zoals Abu Ali – door de jihadisten in de watten gelegd. Ze werden opgenomen in een ingewikkeld systeem van vraag en aanbod dat ervoor zorgt dat ’s werelds rijkste jihadistische groepering voorzien blijft van munitie in het zelf uitgeroepen ‘kalifaat’, dat 
de helft van Syrië en eenderde van 
Irak omvat.

    Miljoenenhandel

    ‘Ze kopen als gekken, iedere dag: ’s morgens, ’s middags en ’s avonds,’ zegt Abu Ali, die – net als anderen 
die binnen het grondgebied van IS hebben geopereerd – heeft gevraagd niet bij zijn echte naam genoemd te worden.

    IS kreeg voor honderden miljoenen dollars aan wapens te pakken toen in de zomer van 2014 de tweede stad van Irak, Mosul, werd ingenomen. Sindsdien heeft de groepering bij iedere slag die ze heeft gewonnen meer materiaal verworven. Tot het arsenaal behoren Amerikaanse Abrams-tanks, M16-geweren, MK19-granaatwerpers (die werden afgenomen van het Iraakse leger) en Russische M46-kanonnen 
(die werden buitgemaakt op de Syrische strijdkrachten).

    Maar de handelaren zeggen dat er ondanks dit alles nog steeds iets is 
wat IS hard nodig heeft: munitie. 
Het meest gevraagd is munitie voor kalasjnikovs, machinegeweren en luchtafweergeschut. IS koopt ook raketgranaten en kogels voor sluipschutters, maar dan in kleinere hoeveelheden.

    Het is lastig de precieze bedragen te berekenen die gemoeid zijn met de miljoenenhandel in munitie van IS. Eerder dit jaar vergden de schermutselingen aan de frontlinie bij de oostelijke stad Deir Ezzor – slechts een van de vele slagvelden – per maand op zijn minst voor een miljoen dollar aan munitie, volgens interviews met strijders en handelaren. Alleen al het decemberoffensief van een week op 
het nabijgelegen vliegveld kostte een miljoen dollar, zeiden ze.

    Bij de gevechten kunnen op één dag tienduizenden kogels gebruikt worden

    De behoefte van IS aan munitie weerspiegelt de tactiek die de groepering in de strijd hanteert: bij aanvallen en terugtrekkingen is ze sterk afhankelijk van autobommen, zelfmoordvesten en geïmproviseerde explosieven. Maar bij de snel op en neer gaande gevechten daartussenin – meestal met kalasj‑
nikovs en op trucks gemonteerde machinegeweren – kunnen op één dag tienduizenden kogels verbruikt worden. Strijders zeggen dat vracht‑
wagens diverse frontlinies iedere dag van nieuwe munitie voorzien.

    Om dit aanbod veilig te stellen maakt IS gebruik van een ingewikkelde logistieke operatie, waarvan strijders zeggen dat die zo cruciaal is dat ze onder rechtstreeks toezicht staat van de hoge militaire raad die deel uitmaakt van het hoogste leiderschap van de groepering. Dit lijkt op de wijze waarop het beheer wordt gevoerd over de oliehandel, de voornaamste bron van inkomsten van IS.

    Foto Iraakse strijdkrachten inspecteren een partij wapens en munitie die is buitgemaakt op IS. – © AP Photo / Osama Sami
    Foto Iraakse strijdkrachten inspecteren een partij wapens en munitie die is buitgemaakt op IS. – © AP Photo / Osama Sami

    De beste bronnen voor munitie zijn de vijanden van IS. De milities in Irak die aan de zijde van de regering vechten, verkopen een deel van hun voorraden aan handelaren op de zwarte markt, die ze vervolgens doorverkopen aan IS-handelaren. Vooral in de drievoudige oorlog in Syrië zijn de IS-strijders afhankelijk van hun rivalen: de strijdkrachten van president Bashar al-Assad en de rebellen die strijden om zowel Assad als IS omver te werpen. Dit is het punt waarop Syrische wapenhandelaren een cruciale rol spelen. Abu Ali vluchtte toen hem werd gevraagd tot hun gelederen toe te treden, maar Abu Omar, een veteraan op de zwarte markt, heeft zich voluit in de handel gestort.

    We konden wapens van het regime, de Irakezen en de rebellen kopen – zelfs als we wapens van de Israëli’s hadden kunnen kopen, had het ze niets kunnen schelen, zolang ze de wapens maar kregen,’ zegt Abu Omar. In gesprek met de Financial Times, in een bar in Turkije, vertelt hij – terwijl hij de ene na de andere whisky naar binnen giet – hoe zijn jaar als wapenhandelaar voor IS is verlopen. Hij is er in augustus mee opgehouden, zegt hij, nadat hij had geconstateerd dat IS ‘repressief’ was.

    IS-commandanten zorgen voor gestempelde identiteitsbewijzen voor handelaren die officieel zijn goedgekeurd door twee leden van de veiligheidsdienst van IS. De groepering legt vervolgens een exclusiviteitsclausule op: de wapenhandelaren mogen zich vrijelijk bewegen en hun handel bedrijven – zolang IS maar hun enige klant is.


    De tegenstanders van de jihadisten zijn geïntrigeerd door het vermogen van de groepering om tijdens gevechten snel grote hoeveelheden munitie te verplaatsen. In Noord-Irak hebben Koerdische peshmergastrijders gedetailleerde documenten gevonden van wapen- en munitieleveranties, met orders die waren opgesteld voor gevechten die nog maar net waren geëindigd. ‘Binnen 24 uur werd de munitie per auto naar hen toegestuurd,’ zegt een veiligheidsfunctionaris in Irak, die niet bij naam genoemd wil worden.

    Strijders en handelaren prijzen de snelheid van de communicatiesystemen van de jihadisten. Een rondreizende ‘commissie’, benoemd door de militaire raad in Irak, spreekt voortdurend met de ‘wapencentra’ in iedere provincie, zo zeggen zij, die op hun beurt verzoeken van de militaire emirs in behandeling nemen. Gesprekken tussen de emirs 
en de ‘centra’ kunnen soms door hun vijanden op walkietalkiefrequenties worden afgeluisterd. Aan de Iraaks-Syrische grens zitten Koerdische peshmergastrijders rondom een apparaat dat is afgestemd op een krakende IS-frequentie, waar strijders om ‘kebab’, ‘kip tikka’ en ‘salade’ vragen.

    Alles draait om geld. Het kan niemand iets schelen wie je bent… Ze geven alleen maar om dollars

    Kebab staat waarschijnlijk voor een zwaar machinegeweer,’ zegt Abu Ahmad, een rebellencommandant uit Oost-Syrië die onder IS heeft gevochten totdat hij deze zomer naar Turkije vluchtte. ‘Salade moet munitie voor kalasjnikovs zijn. Er zijn explosieve kogels, doordringende kogels – een mix, net als salade,’ lacht hij.

    Abu Omar zegt dat hij via WhatsApp 
in contact trad met de centra. Om de paar dagen geeft de rondreizende 
commissie prijslijsten uit, die de centra gebruiken voor de kogels en granaten die het meest in trek zijn. Het centrum waar Abu Omar verslag aan uitbracht stuurde hem sms-berichten over prijswijzigingen. Volgens handelaren liepen hun commissies uiteen van 
10 tot 20 procent.

    De prijzen stijgen naarmate de door 
de VS gesteunde coalitiekrachten de groepering verder wegdrijven van de Turkse grens, waardoor het aantal potentiële smokkelroutes kleiner wordt, vertelde Abu Ahmad aan de Financial Times. IS heeft meer licenties verstrekt om de concurrentie te bevorderen en de prijzen omlaag te krijgen, klaagde een handelaar. Wapenhandelaren vechten nu om dezelfde handeltjes.

    Het grootste deel van de munitie komt uit Syrië, dat nu een bron van wapens is geworden voor de hele regio. Financiers uit de Golfstaten sturen hun favoriete rebellengroepering vrachtwagens vol munitie over de Turkse grens. 
Corrupte strijders zorgen ervoor dat een deel daarvan bij lokale handelaren terechtkomt; de grensprovincies Idlib en Aleppo zijn nu de grootste zwarte markten van het land geworden, aldus lokale bewoners. Na vijf jaar oorlog doet ideologie er nauwelijks nog toe, aldus Abu Ahmad. ‘Sommige dealers haten IS zelfs. Maar dat maakt niet uit als het om winst maken gaat.’

    Geld

    Dealers maken gebruik van een netwerk van chauffeurs en smokkelaars om munitie te verbergen in trucks 
die civiele goederen als groenten en bouwmaterialen afleveren. ‘Er is een druk in- en uitgaand verkeer van vrachtwagens. Ze gebruiken altijd dingen die niet verdacht zijn,’ zegt 
Abu Ahmad. ‘Brandstoftrucks worden vaak gebruikt, omdat die leeg naar 
het grondgebied van IS terugrijden.’

    Munitie uit Moskou en Teheran, bestemd voor Assad, is een andere bron van wapens voor de zwarte markt. 
‘Ze houden van Russische producten,’ zegt Abu Omar. ‘Ook Iraanse producten worden verkocht – maar voor weinig geld.’

    In een gebied waar nog maar weinig economische mogelijkheden over zijn, is het stopzetten van de handel een lastige aangelegenheid. Iedere keer dat een wapenhandelaar vlucht, duiken er weer anderen op die wanhopig op zoek zijn naar een kans om geld te verdienen. ‘Vandaag de dag draait alles om geld. Het kan niemand iets schelen wie je bent… Ze geven alleen maar om dollars,’ aldus Abu Omar.

    Auteurs: Erika Solomon en Ahmed Mhidi
    Vertaler: Menno Grootveld

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 1. De mierenhandel: hoe Europese (IS-)terroristen hun wapens kopen

    1. De mierenhandel: hoe Europese (IS-)terroristen hun wapens kopen

    Door het wegvallen van de grenscontroles binnen de Schengenzone kunnen wapensmokkelaars en terroristen als mieren door Europa trekken. Wapens aanschaffen om een aanslag mee te plegen wordt zo een koud kunstje.

    Toen hij op de Duitse snelweg werd aangehouden voor een routinecontrole, zag de Beierse politie aanvankelijk niets bijzonders aan de 51-jarige man in de gehuurde Volkswagen Golf. Hij kwam uit Montenegro en zei dat hij op weg was naar Parijs, waar hij de Eiffeltoren wilde beklimmen. Pas toen ze zijn auto 
doorzochten – wat ze konden doen op basis van een nieuwe wet tegen illegale migratie – zagen ze dat hij geen toerist was. In verborgen bergruimtes vonden ze een angstaanjagend wapenarsenaal, met onder meer diverse kalasjnikovs, handgranaten, een pistool en 200 gram dynamiet.

    De wapenleverancier van een gangster verwikkeld in een extreem gewelddadige vete? Of een kwartiermeester van het terreurnetwerk dat in de Franse hoofdstad onlangs een vreselijk bloedbad aanrichtte? Vooralsnog blijven de bedoelingen van deze Vlatko V., die acht dagen voor de Parijse aanslagen werd opgepakt, in nevelen gehuld. De verdachte zit in verzekerde bewaring en justitie doet, aldus het Beierse ministerie van Binnenlandse Zaken, ‘intensief onderzoek naar eventuele banden met de gebeurtenissen in Parijs’. Maar wat hij ook van plan was, de aanhouding geeft een verontrustend beeld van wat deskundigen de ‘mierenhandel’ noemen: wapensmokkelaars, en tegenwoordig ook terroristen, die met wapens door heel Europa trekken. ‘We noemen dat mierenhandel omdat je in Europa heel veel kleine partijen wapens van individuele handelaren ziet rondgaan, in plaats van grote vrachtladingen,’ aldus An Vranckx van de Belgische Group for Research and Information on Peace and Security, die de wereldwijde handel in handvuurwapens onderzoekt. ‘Maar als er een hele colonne mieren op pad is, tikt dat toch aan.’

    Bloedig

    In Groot-Brittannië bleek twee jaar geleden hoe bloedig de gevolgen van die mierenhandel kunnen zijn. Dale Creegan, een crimineel uit Manchester, pleegde toen een aanslag met een handgranaat die twee politieagentes het leven kostte. Die granaat was afkomstig uit een partij van honderden granaten uit voormalig Joegoslavië die waarschijnlijk al door allerlei criminele elementen zijn gebruikt, van Noord-Ierse protestante paramilitairen tot drugsdealers in het noordwesten van Engeland. En zoals de Britse vuurwapen‑
deskundige David Dyson vorige week tegen deze krant zei: ‘Als een gast in Manchester aan zulke spullen kan komen, kunnen aanhangers van IS 
dat misschien ook.’

    Achter het Brusselse Zuidstation kun je voor 1000 euro een kalasjnikov op de kop tikken

    Gelukkig is echt oorlogstuig in Groot-Brittannië nog zeldzaam, omdat de wapenwetgeving na de moordpartijen in Hungerford (1987) en Dunblane (1996) steeds verder is aangescherpt en omdat de grenzen van een eilandstaat nu eenmaal makkelijker te bewaken zijn. Als Scotland Yard weer eens met de vondst van een crimineel wapenarsenaal pronkt, gaat het vaak om antieke vuurwapens uit de Tweede Wereldoorlog of omgebouwde alarmpistolen. 
Een teken dat illegale wapens in Groot-Brittannië niet voor het oprapen liggen.

    Maar in de rest van Europa is het een heel ander verhaal. Door het wegvallen van de grenscontroles binnen de Schengenzone staat niets de ‘mierenhandel’ in de weg, of het moeten de afstanden zijn: de lange autorit van en naar de leveranciers in de voormalige Oostbloklanden. In de Sovjettijd bevonden zich in landen als Bulgarije en Oekraïne enorme wapendepots, voor als er oorlog zou uitbreken met de NAVO. Na de val van het IJzeren Gordijn zijn die wapens in allerlei conflict‑
regio’s beland, van West-Afrika tot de Balkan. Alleen al in Albanië zijn na de val van de regering in 1997 meer dan een half miljoen wapens uit overheidsdepots geplunderd. In Servië en Bosnië bevinden zich sinds de burgeroorlog naar schatting nog bijna twee miljoen illegale wapens in handen van particulieren.

    Zuidstation in Brussel. Foto  Amaury Henderick/Flickr Creative Commons
    Zuidstation in Brussel. Foto Amaury Henderick/Flickr Creative Commons

    Ook in buurland Montenegro, waar de in Beieren opgepakte smokkelaar vandaan kwam, stikt het van de wapens. Het is wellicht geen toeval dat Montenegro de thuishaven is van Europa’s succesvolste bende roofovervallers, de ‘Pink Panthers’, die met overvallen op juweliers in Londen en Parijs de afgelopen tien jaar voor minstens 100 miljoen euro aan sieraden hebben buitgemaakt. Zij hebben nog het aura van volkshelden – sinds november wordt er zelfs een Britse dramaserie over hen uitgezonden met John Hurt in de hoofdrol. Maar de wapenvoorraden die hun huzarenstukjes mogelijk maakten, worden nu ook aangesproken door terroristen.

    Frankrijk werd hier in 2012 op brute wijze mee geconfronteerd toen de tot jihadist bekeerde kleine crimineel Mohammed Merah moordend door Toulouse trok. Hij had het vooral gemunt op joden en militairen, en maakte zeven slachtoffers. Thuis had hij onder meer een kalasjnikov en een uzi liggen, en het dagblad Le Figaro vroeg zich af: ‘Hoe heeft hij zomaar al die wapens kunnen kopen, alsof het yoghurtjes waren?’ Het antwoord was: niet legaal. Net als in de rest van de EU zijn kalasjnikovs in Frankrijk strikt verboden. Maar Merah kon er makkelijk aan komen via zijn contacten in de Franse onderwereld. Die is erg actief in de veelal door arme immigranten bewoonde Franse banlieues. En volgens Nic Marsh, een wapendeskundige van het Peace Research Institute in Oslo, zijn alleen in die banlieues al zo’n vierduizend machinegeweren in omloop. In Marseille zijn de afgelopen vijf jaar tientallen afrekeningen tussen drugsbendes uitgevoerd met kalasjnikovs. 
In februari werd de hoofdcommissaris er zelfs mee beschoten tijdens een bezoekje aan een door criminaliteit geplaagde wijk.

    Gapend gat

    Zijn de aanslagplegers in Parijs ook 
zo aan hun kalasjnikovs gekomen? Daar willen de opsporingsdiensten 
nog niets over kwijt. Maar aangezien de hele operatie gepland was vanuit België, is het niet ondenkbaar dat ze hun aandacht nu weer richten op die schimmige markt achter het Brusselse Zuidstation, waar je al voor 1000 euro een kalasjnikov op de kop kunt tikken. Daar zouden de daders van de aanslag op Charlie Hebdo ook hun machinegeweren hebben gekocht. De politie heeft inmiddels achterhaald dat die wapens afkomstig waren van een handelaar in Slowakije.

    Daarbij kwam een gapend gat in de Europese wapenwetgeving aan het licht. De betreffende verkoper was namelijk geen louche onderwereld‑
figuur: het betrof een geregistreerde wapenhandelaar, die deze wapens 
volkomen legaal verkocht als ‘onklaar gemaakte’ vuurwapens. Die worden 
in de hele EU legaal verhandeld, als rekwisieten in films of nagespeelde historische veldslagen, of als verzamelobject. Maar de wettelijke veiligheidseisen voor het onklaar maken van wapens verschillen hopeloos van land tot land. In Groot-Brittannië is het praktisch onmogelijk om zulke wapens ooit nog te gebruiken, maar in sommige landen hoef je niet veel meer te doen dan een pen in de loop te steken, die er gemakkelijk weer uit te halen is. Pas sinds deze zomer gelden in de hele EU dezelfde veiligheidseisen, nadat Brussel vorig jaar had erkend dat er te weinig rekening was gehouden ‘met de mogelijke risico’s van hernieuwde ingebruikname’.

    In Servië en Bosnië bevinden zich nog bijna twee miljoen illegale wapens in handen van particulieren

    Maar al is die maas in de wet nu gedicht, de EU heeft nog steeds een probleem met de Balkan. Vooral met voorheen agressieve staten als Servië, dat inmiddels wil toetreden tot de EU. Servië werkt mee met het South Eastern and Eastern Europe Clearinghouse for the Control of Small Arms and Light Weapons (SEESAC), een VN-project om wapens uit de circulatie te krijgen. Maar tijdens een amnestieperiode van drie maanden werden dit jaar maar tweeduizend vuurwapens ingeleverd. En de beveiliging van staatsdepots is weliswaar verbeterd, maar volgens Ivan Zverzhanovski van SEESAC ‘blijft diefstal van wapens uit wapendepots een probleem’. Volgens hem is het 
na de verschrikkelijke aanslagen in Parijs tijd voor een ‘radicaal andere benadering’ door de EU. ‘De vraag naar wapens kwam vroeger vooral van de georganiseerde misdaad. Maar na de aanslagen op Charlie Hebdo is volgens mij wel duidelijk dat ook bij terreurgroeperingen steeds meer vraag is 
naar vuurwapens,’ verklaarde Zverzhanovski tegen deze krant. ‘Dat wijst op banden tussen de georganiseerde misdaad en terreurgroepen. We moeten zorgen dat de betreffende landen zo’n amnestieperiode serieus nemen, en dat de EU daar meer politieke en financiële steun aan geeft.’

    Beelden van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. De broers Kouachi kochten hun wapens in Brussel.
    Beelden van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. De broers Kouachi kochten hun wapens in Brussel.

    Maar ook als Zverzhanovski zijn zin krijgt, zal de wapentoevoer nooit 
helemaal stoppen. Criminelen zoeken hun toevlucht nu steeds vaker tot het ‘Dark Web’. Alleen in Frankrijk zijn vorig jaar al 57 mensen gearresteerd omdat ze hadden geprobeerd via internet wapens (waaronder kalasjnikovs) 
te kopen. En als we alle wapens in de Balkan van de markt halen, dan ontstaat er op andere plaatsen wel weer nieuwe ‘mierenhandel’ – ergens langs die ontiegelijk lange Europese grens die we nu al niet kunnen sluiten tegen illegale migratie. Er zijn al meldingen van wapens die de EU in druppelen vanuit nieuwe brandhaarden als Oekraïne en Libië. En men vermoedt dat ze via Turkije ook vanuit IS-grondgebied in Syrië en Irak hierheen komen. ‘Als je drugs daarheen kunt smokkelen, kun je ook kalasjnikovs hierheen smokkelen. En daar doe je weinig tegen, behalve met goed inlichtingenwerk,’ zegt vuurwapendeskundige Dyson.


    Het enige wat de EU verder kan doen, 
is zo hoog mogelijke straffen opleggen aan de verantwoordelijken voor die mierenhandel. Dat zegt Iain Overton, schrijver van het onlangs verschenen Gun Baby Gun, over de wereldwijde gevolgen van de handel in vuurwapens. Wrang genoeg zou juist de krankzinnige bloeddorst van IS deze branche, die niet bepaald bekendstaat om zijn scrupules, nog tot enige terughoudendheid kunnen dwingen. ‘Iedereen die willens en wetens een vuurwapen verkoopt aan een terrorist, is zelf net zo schuldig,’ zegt Overton. ‘Die wapenhandelaren moeten net zo streng worden bestraft als de daders van de aanslagen zelf.’

    Auteur: Colin Freeman
    Vertaler: Frank Lekens

    The Telegraph
    India | oplage 485.000

    Veel aandacht voor India’s buitenlandbeleid en geconcentreerd op het problematische noordoosten van het land.