Tag: Dag van de Soevereiniteit

  • De volgelingen van Karadzic vieren feest

    De volgelingen van Karadzic vieren feest

    Op 9 januari vierden de leiders van de Republika Srpska, het Servische gebied in Bosnië en Herzegovina, met veel pracht en praal hun Dag van de Soevereiniteit.

    Vrijwel de gehele Servische elite schaarde zich die dag in Banja Luka achter president Milorad Dodik van Srpska. Ook de president van Servië, Tomislav Nikolic, was er, evenals zijn gedoodverfde rivaal bij de volgende verkiezingen in dat land, Vuk Jeremic, en ook de Servische ‘troonpretendent’, erfprins Aleksandar Karadzordzevic en zijn (Griekse) vrouw Katarina, de Servische patriarch Irinej, de ‘hofkunstenaar’ Emir Kusturica en de motorclub De Nachtwolven. Alleen de Servische premier Aleksandar Vucic liet die dag verstek gaan wegens een bezoek aan India.

    In Banja Luka, de hoofdstad van Srpska, werd een parade van sovjetachtige allure georganiseerd. Achter het derde infanterieregiment van het leger defileerden de brandweermannen, de postbodes, de metselaars… Het Servische volkslied God der Gerechtigheid en andere patriottische liederen werden uit volle borst meegezongen. De redevoeringen waren gloedvol, zoals het hoort.

    Dodik verklaarde dat de Republiek Srpska was gegrondvest ‘op Jasenovac’ [een vernietigingskamp dat geleid werd door pro-nazi-Kroaten tijdens de Tweede Wereldoorlog], en voegde eraan toe: ‘Dit is een klein land, maar de Serviërs zijn een groot volk en Bosnië is voor hen geen staat.’ Kortom: ‘Ofwel we komen terug op de uitgangspunten van de akkoorden van Dayton, of het is: vaarwel Bosnië!’

    Tomislav Nikolic, de president van het echte Servië, stelde: ‘Zonder de Republika Srpska geen Servië, en ik zou zelfs het omgekeerde moeten zeggen.’ Patriarch Irinej sloot af met de woorden: ‘De Republika Srpska is niet toevallig ontstaan, maar geschapen door God voor de instandhouding van het Servische volk op zijn met bloed doordrenkte bodem.’

    Zouden ze er ook maar één moment bij hebben stilgestaan dat de Servische Republiek Bosnië Herzegovina bezoedeld zou kunnen zijn door het bloed van andere volkeren en gegrondvest zou kunnen zijn op hun doden?

    Kusturica de hofkunstenaar liet zich als volgt uit: ‘In de afgelopen eeuwen hebben de Serviërs het ’t zwaarst te verduren gehad. (…) Het is het enige volk waarvoor vrijheid geen prijs heeft. Ik zou een kleine atoombom willen hebben om een einde te maken aan al die roddels als zou dit volk van martelaars crimineel zijn,’ aldus de regisseur.

    Het kwam erop neer dat ze roerend blijk gaven van de wereldlijke en de geestelijke eenheid van het Servische volk. Maar ter ere waarvan? Ze herdachten 9 januari 1992, de dag waarop de afgevaardigden van de Servische democratische partij, onder aanvoering van Radovan Karadzic, de nationale vergadering van Bosnië en Herzegovina verlieten om zich te vestigen in Pale [een dorp vlak bij Sarajevo], waar ze de Servische Republiek Bosnië Herzegovina uitriepen, die later werd omgedoopt tot Republika Srpska.

    Vier maanden later begonnen de beschietingen en de belegering van Sarajevo. Vervolgens hechtten de afgevaardigden van de Servische Republiek hun goedkeuring aan zes strategische doelstellingen, waaronder de afscheiding van de Serviërs van de Bosniërs en de Kroaten, het uitroepen van 75 procent van het grondgebied van Bosnië en Herzegovina tot Servisch grondgebied, de deling van Sarajevo, toegang tot zee voor hun Servische Republiek en opheffing van de grens met Servië langs de rivier de Drina.

    Politieagenten van de Republika Srpska tijdens de parade in Banja Luka. © Radivoje Pavicic / HH
    Politieagenten van de Republika Srpska tijdens de parade in Banja Luka. © Radivoje Pavicic / HH

    Vervolgens kwamen er detentiekampen voor Bosnische moslims in de buurt van de steden Prijedor, Brcko, Foca en Visegrad, werden er bloedbaden aangericht in het oosten van Bosnië in de zomer van 1992, met massale vervolgingen, brandstichting in moskeeën, de genocide in Srebrenica in juli 1995. En ten slotte, in november van datzelfde jaar, de akkoorden van Dayton waarin de Servische Republiek Bosnië Herzegovina werd erkend als een van de samenstellende entiteiten van Bosnië en Herzegovina – maar niet als een zelfstandige staat.

    Zonder te willen aanwijzen wie de eerste agressor was, noch welke partij meer geleden heeft dan de andere, kunnen we ons alleen maar afvragen of de genodigden bij de festiviteiten vorige maand in Banja Luka er ook maar één moment bij hebben stilgestaan dat de Servische Republiek Bosnië Herzegovina bezoedeld zou kunnen zijn door het bloed van andere volkeren en gegrondvest zou kunnen zijn op hun doden. Herinneren zij zich dat de stichters van de Servische entiteit door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag schuldig zijn bevonden, hetzij in eerste, hetzij in tweede instantie, aan de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid, met inbegrip van genocide?

    Als ze zich dat gerealiseerd hadden, als ze ook maar íéts van berouw hadden getoond, misschien zouden ze dan op legitieme wijze iets hebben kunnen vieren, zij het met een brok in de keel.

    En dat was ik bijna vergeten: de festiviteiten werden afgesloten met vuurwerk dat was georganiseerd door de supporters van de voetbalclub van Banja Luka, bijgenaamd de Borac, ofwel De Gieren.

    Auteur: Dejan Anastasijevic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.