Tag: Damascus

  • Thuiskomen in Damascus. ‘Het was ijskoud, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond’

    Thuiskomen in Damascus. ‘Het was ijskoud, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond’

    Voor het eerst in bijna tien jaar keert Zida Qanawati terug naar Damascus, naar het huis waar ze opgroeide. Ze slaapt in haar kinderbed, loopt door de straten van oud Damascus en spreekt met vrouwen die uit de gevangenissen zijn vrijgelaten. Een persoonlijk verslag van een thuiskomst die te lang op zich liet wachten.

    Het duurde bijna tien jaar voordat ik een kopje Arabische koffie kon drinken in de keuken van mijn moeder. Daar, waar de warme zon van het land schijnt en de stad ’s avonds door het gebrek aan elektriciteit in duisternis gehuld is. Daar, waar de muren volhingen met afbeeldingen van vermisten en vermoorden, in plaats van met portretten van de president, die voorheen de straten van de stad vulden. Een groot deel van ons leven wachtten we tot de oorlog voorbij was, tot de tiran stierf en wij weer toegang kregen tot onze steden. Tot 8 december 2024 was mijn leven verscheurd. Ik leefde met een wond die nooit leek te genezen: de wond van ballingschap, vervreemding en isolatie.

    In Europa, en in veel steden daarbuiten, heb ik twee kinderen alleen opgevoed. Ik heb tientallen keren gedroomd dat mijn moeder ze samen met mij opvoedde en dat mijn gezin een huis in mijn stad zou hebben, waar we de weekends samen door konden brengen, hun favoriete gerechten voor ze kon koken en in hun armen kon huilen over het verdriet van mijn alleenstaande moederschap.

    Ik droomde dat de afgelopen vertien jaar niet zo eenzaam zouden zijn.

    En daar was het dan, dat historische moment dat ik nog steeds kan bevatten: Syrië heeft volgehouden en Assad is gevallen.

    Diepe littekens

    Het vliegtuig landde op het vliegveld van Beiroet, een stad die indruk op me maakte vanwege de diepe littekens van de recente oorlog en de verwoeste gebouwen langs de vliegveldweg in de zuidelijke buitenwijken.

    Er lag veel sneeuw op de weg, net zoals toen ik Damascus verliet.

    Bij de grensovergang tussen Syrië en Libanon stond mijn hart even stil. Mijn angst voor arrestatie kwam even terug. Ik dacht aan de vrienden die op exact deze grensovergang verdwenen waren.

    Hij [Bashar Al Assad] daarentegen stak veilig over, zonder enig spoor van de veiligheidstroepen van het voormalige regime. Hoe had hij plotseling kunnen verdwijnen? Hoe was hij ontsnapt? Waarom gebeurde dit allemaal?

    Waarom moesten Syriërs veertien jaar wachten op vrijheid?

    Waarom moesten Syriërs veertien jaar wachten op vrijheid? Waarom moesten wij zo veel levens verliezen, moesten mensen gemarteld worden in de slachthuizen van een tirannieke familie, kennismaken met de moderne hel, verpletterd worden in gevangenissen, van al hun rechten beroofd?

    Waarom stopte de wereld niet bij het eerste bloedbad van Assad? Dit zijn vragen waar geen zinvol antwoord op bestaat. In een absurde wereld kunnen we enkel absurde antwoorden verwachten. Ik ontmoette mijn vader en moeder in het huis waar ik ben opgegroeid. We omhelsden elkaar stevig en ik heb veel gehuild…

    Dit keer waren mijn kinderen er niet bij, ik wilde deze emotioneel zware ervaring niet met hen delen. Die nacht viel ik in slaap in mijn kinderlijk bed, in mijn eerste kamer, te midden van mijn eigen schoolboeken en die van mijn zus en van het speelgoed dat mijn moeder voor onze kinderen had bewaard om mee te spelen. Voordat ze die kans kregen, waren ze al volwassen.

    Het was ijskoud en ik trilde tot op het bot, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond.
    Niet alleen onze huizen en onze dierbaren, onze levensjaren zijn ons ontnomen, ver buiten Syrië.

    Kortstondige vreugde

    Ik keek uit het raam waar ik al jaren van droomde. Ik zag een oude kerk en moskee, een palmboom vol mals, rood fruit, een tuin en Damasceense daken vol met zonnepanelen; de enige energiebron voor gezinnen die het zich konden veroorloven.

    Had het er altijd zo uitgezien? vroeg ik me af.

    Op de eerste dag nam mijn moeder me mee naar oud Damascus. Ik realiseerde me dat dit vroeger onze vaste route was. We gingen winkelen, dronken koffie en maakten lange wandelingen onder het dak van de historische Hamidiyeh Souq. Bij de baden van Khan Asaad Pasha rustten we zwijgend uit.
    Een kortstondig gevoel van vreugde komt op, waarna ik weer besef hoeveel verwoesting, wreedheid en armoede de bevolking hier heeft gekend.

    De gezichten in Damascus zijn getekend door honger als gevolg van jaren van belegering en onderdrukking. Hun huid hangt over de dunne botten in het gezicht.

    Maar deze gezichten dragen ook menselijke waardigheid, vanwege het onverwoestbare verlangen dat het leven doorgaat, de hoop op gerechtigheid, al is het maar gedeeltelijk, en de liefde voor degenen die terugkeren uit een gedwongen ballingschap die eeuwig leek te duren.

    Ik ruik de geuren van Damascus, een mengeling van diesel, uitlaatgassen, specerijen en thee. Ik denk aan alle inwoners van de gebieden die zijn gebombardeerd. Kunnen de wonden in de harten van de overlevennden worden genezen?

    Ik besef dat mijn familie heeft overleefd en dat iedereen die nog in Syrië is die alomaanwezige dood heeft weten te trotseren.

    Stap-voor-stapafspraken

    Politicoloog Amr Hamzawy betoogt dat voor Gaza een gefaseerde, verifieerbare aanpak kansrijker is dan een totaalakkoord.

    Het nieuwe, in Egypte ondertekende Gaza­akkoord heeft juist dankzij zijn gefaseerde opzet kans van slagen, betoogt Hamzawy in Foreign Affairs, mits het stevig wordt bewaakt en begeleid. Zijn punt: ‘gradualisme’ werkte eerder in het Midden-­Oosten, zolang er monitoring, prikkels en druk bestonden; waar die ontbraken (zoals bij Oslo) ging het mis.

    De geschiedenis biedt voorbeelden. Na 1948 legden de wapenstilstands­akkoorden van 1949 niet ‘de vrede’ vast, maar wel een werkbare pauze met duidelijke lijnen en gemengde commissies die incidenten moesten temperen: een klassiek stap­-voor­-stap kader.

    In de jaren zeventig volgden de Sinaï­ disengagements tussen Egypte en Israël (1974 en 1975): eerst scheiding van troepen en zones van beperking, daarna pas verdere politieke stappen. Die sequentie, onder intensieve Amerikaanse druk, effende de weg naar Camp David en het vredesver­drag van 1979 (met de MFO als toezichthouder).

    Parallel aan die logica stond het Israël-­Syrië­akkoord van 1974 op de Golan, waarbij een VN-­missie (UNDOF) decennialang de scheidslijn bewaakte; een voorbeeld van hoe volgehouden, extern toezicht een fra­giel bestand kan stabiliseren. Hamzawy plaatst daar tegenover dat Oslo niet struikelde over het principe van fasering, maar over gebrekkige borging: te weinig harde afspraken, prikkels en sancties om partijen door de moeilijke fases heen te duwen. Dat is volgens hem de les voor Gaza nu.

    In het huidige akkoord – met staps­gewijze vrijlatingen en gefaseerde veiligheids­ en hulpafspraken – staat of valt de vooruitgang met conse­quente internationale betrokkenheid en verificatie. Zonder die combinatie wordt een gefaseerd plan een verza­meling tactische pauzes; mét die combinatie kan het, zoals eerder in de regio, ‘de brug slaan tussen een wapenstilstand vandaag en politieke afspraken morgen’.

    Die nacht slaap ik niet gemakkelijk. De pijn van de stad ligt me zwaar op het hart en ik huil om alles wat ik verloren heb. Daarna heb ik het elke dag kouder en met de toenemende stroom- en wateruitval wordt het leven met de dag moeilijker. De afgelopen acht jaar, na mijn afstuderen aan de Media-universiteit in Tsjechië, heb ik gewerkt voor feministische organisaties die zich inzetten voor de rechten van Syrische vrouwen. Ik heb de schendingen gedocumenteerd waarmee zij te maken krijgen onder de druk van oorlog, militarisering en de strijdende krachten binnen Syrië, gedomineerd door de duistere kant van het patriarchaat. De oorlogsjaren hebben interne conflicten aangewakkerd en in veel opzichten de generaties-oude geweldscycli vergroot, met een directe impact op het leven van Syrische vrouwen.
    Maar ze bleven strijden. En hoewel de strijd van de Syrische vrouwen werd beperkt door bombardementen, ontheemding, verbanning, arrestaties en zelfs moord, gaven ze niet op. Zodra het oude Syrische regime viel, voelde ik dat alles waar we ons voor hadden ingespannen zinvol was en dat we binnenkort de zon zouden zien, of in ieder geval een glimp daarvan.

    Ik ben niet voor een persoonlijk bezoek naar Damascus gekomen. Ik wilde vrouwen ontmoeten die uit de gevangenis zijn vrijgelaten. Ik wilde hun overlevingsverhalen vastleggen en de moedige keuzes die ze hebben gemaakt door zich te verzetten. Ik wilde hen vragen waar ze de moed vandaan halen om om ondanks de angst voor dood en marteling te blijven strijden. Hoe gaan ze om met het stigma waarmee ze te maken krijgen tijdens hun detentie en na hun vrijlating, en met welke gevolgen hiervan hebben ze vandaag de dag nog steeds te maken? Ondanks de somberheid meen ik hoop in hun blikken te ontwaren…

    Hoop

    In Damascus heb ik mezelf herhaaldelijk afgevraagd wat hoop betekent en wat het is dat ons aanmoedigt om eraan vast te houden. Ik besefte dat we geen andere keus hebben.

    Wat hebben we in een land waar grote delen met de grond gelijk zijn gemaakt en de gezichten van de bevolking zijn weggevaagd, behalve hoop om te overleven? Na tien jaar ontmoette ik mijn levenslange vriendin Lama in Damascus. Terwijl ik daar naast haar zat en de tranen me over de wangen stroomden voelde ik hoe erg ik haar miste, hoeveel liefdevoller mijn leven zou zijn geweest als ik dicht bij haar was geweest, bij iedereen van wie ik hou.

    Lama zei: ‘Ik had niet verwacht dat we elkaar ooit nog zouden zien. Mijn droom om Damascus te bezoeken was een fantasie geworden, zoals veel van van onze wensen zijn dromen geworden.’
    Maar sommige fantasieën zijn uitgekomen. Zou ook de vrede die we zo vurig voor Syrië wensen ooit hersteld kunnen worden?

    ’s Avonds, terwijl ik tussen mijn moeder en vader zit op het wollen kleed, naast een kleine oliekachel die nauwelijks warmte brengt, pak ik mijn tas weer in. Uit de enorme boekenkast kies ik mijn favoriete boek van Isabel Allende, Liefde en schaduw, om mee te nemen naar Berlijn, mijn nieuwste ballingsoord, waar ik al anderhalf jaar woon.

    In dat boek las ik voor het eerst over een massagraf. Ik vond het een schokkend idee, en had nooit verwacht dat ik op een dag in mijn eigen prachtige stad over massagraven zou lopen, met daarin misschien wel de botten van mijn schoolvrienden, mijn stadsgenoten en kinderen die de smaak van brood, de geur van tijm en goedkoop snoepgoed onthouden werd.

    Mijn moeder blijft hardop herhalen: ‘Als een droom… je kwam bij ons als een droom.’

    Ik open de laatste pagina van Allendes boek en lees:

    ‘Bij het gouden ochtendgloren bleven ze even stilstaan om voor de laatste keer naar hun thuisland te kijken. Erin fluisterde: “Komen wij nog eens terug?”
    Francesco antwoordde: “Wij komen terug.”

    Deze belofte zou hun lot voor de komende jaren bepalen: Wij komen terug, wij komen terug.’


  • Een nieuwe dageraad in Damascus

    Een nieuwe dageraad in Damascus

    De toekomst van Syrië blijft onzeker, maar het belangrijkste is nu dat het bewind van Bashar al-Assad toch niet ‘voor eeuwig’ bleek te zijn.

    De laatste keer dat ik voet op Syrische bodem zette, was in 2017, toen ik naar de stad Khan Sheikhun ging om verslag te doen van een aanval met chemische wapens door het inmiddels afgezette regime van Bashar al-Assad. Ik weet nog dat ik naast een man zat die Abdoel Hamid al-Yoessef heette. Een dag eerder had hij zijn vrouw en twee baby’s begraven. Ze waren gestikt in gifgas terwijl hij druk bezig was gewonden te helpen. Hij was flauwgevallen en wakker geworden in een nabijgelegen ziekenhuis.

    Een van de aanwezigen bij hun herdenkingsdienst vertelde hem een ​​hadith, een overlevering van de profeet Mohammed. Die luidde als volgt: op de Dag des Oordeels zullen alle mensen de brug al-Sirat oversteken. Die brug overspant de hel en leidt naar het paradijs. Slechte mensen zullen struikelen en vallen, maar voor goede mensen verbreedt de brug zich tot een laan die ze moeiteloos kunnen uitlopen. Voor degenen die hun kinderen jong verliezen en doorzetten zullen hun kleintjes reïncarneren als engelen die hen op hun vleugels over de brug loodsen

    Al-Youssef ontwaakte even uit zijn verdoving door verdriet: ‘Zal mijn vrouw er ook zijn? En onze neven en nichten?’

    Toen ik daarna voor het inderhaast aangelegde familiegraf stond, met de kaneelkleurige grond rondom, dacht ik terug aan dat verhaal. Ik schaamde me bijna dat ik met hem over zijn verdriet had gesproken, omdat ik diep in mijn hart wist dat hij nooit gerechtigheid zou vinden in deze wereld. Hij zou moeten wachten tot het hiernamaals. Dat was de ware troost van dat verhaal. Alleen in de dood, en alleen als er een God is, kan er sprake zijn van gerechtigheid. Dat zijn veel onzekere factoren. Ik kon het niet opbrengen erover na te denken. Ik schreef de reportage en ging verder met mijn leven, zoals ik zo vaak had gedaan nadat ik had gesproken met vluchtelingen, met mensen die door vaatbommen waren getroffen, met slachtoffers van de Islamitische Staat, en van een van de wreedste totalitaire politiestaten ooit.

    Maar wat nu? Alleen al de mogelijkheid van gerechtigheid, het idee dat er een triomferende morele lichtboog is in deze wereld, dat er altijd een schijnseltje van hoop is geweest aan het eind van de donkere tunnel, als je maar scherp genoeg had gekeken – ik kan me nog altijd nauwelijks iets bij deze formuleringen voorstellen. 

    Jannah Jannah

    Wat stellen woorden eigenlijk voor? Ze moeten betekenis overbrengen, maar hoe kun je betekenis destilleren uit wat er is gebeurd, die afgelopen paar weken waarin de Syrische rebellen de grootste comeback in de geschiedenis maakten en zo een einde maakten aan zestig  jaar bewind door de Baath-partij van Bashar al-Assad? Hoe verwoord je de bevrijding van Aleppo, een van de oudste steden ter wereld? Hoe beschrijf je de bevrijding van Hama, een stad die diep getraumatiseerd raakte door de moordende razernij van Hafez al-Assads broer (en Bashar Assads oom) Rifaat in de jaren tachtig, waar de inwoners veertig jaar moesten wachten om te rouwen om hun mannen, vrouwen en kinderen? Hoe leg je de emotionele inwerking vast van kerkklokken die in het christelijke Sahnaya luiden op de melodie van ‘Eén, één, één, het Syrische volk is één?’ Of van de sonore stem van het overleden verzetsicoon (tevens ex-doelman) Abdel Baset al-Sarout, die het revolutionaire lied Jannah Jannah zong, een lied dat nu weer klinkt op het Omajadenplein in Damascus? De gezangen van honderdduizenden die zich verzameld hebben op het Assiplein in Hama en rond de klokkentoren van Homs? 

    Hoe leg je de emoties vast van een vader en moeder die hun zoon, die tien jaar geleden werd verbannen en nu is teruggekeerd als bevrijder, weer voor het eerst in al die tijd zien – en hoe hij zijn militaire houding bij de deur afwerpt en knielt om de voeten van zijn ouders te kussen, terwijl hij tranen met tuiten huilt?  

    Hoe beschrijf je de pure vreugde en het leed op de gezichten en in de ogen van de duizenden gevangenen die nu zijn bevrijd uit de kerkers van Assad na tien, vijftien, veertig jaar zonder frisse lucht, beroofd van hun dromen, van hun betekenis? En waarvoor? Voor niets, uiteindelijk. Assad is gevlucht. Geen woord voor zijn volgelingen die trouw zijn orders opvolgden en hun land in de as legden om zijn criminele narcostaat in stand te houden. 

    Ja, ze hebben het land in de as gelegd. De helft van de bevolking van huis en haard verdreven, talloze mensen vastgehouden in een netwerk van stalinistische kerkers die deel uitmaakten van een giftige politiestaat waar iedereen tegen iedereen werd uitgespeeld, vrouw tegen man, broer tegen zus, vader tegen zoon. Een repressief systeem waarin meer dan zeventig manieren werden bedacht om gevangenen te martelen. Ruim vierhonderdduizend doden. Duizenden gedood door chemische aanvallen. Nog eens duizenden gedood door vaatbommen, ofwel: vaten gevuld met TNT die zo onnauwkeurig waren dat ze ver achter de linies van de rebellen neerkwamen op burgers die in de rij stonden voor eten – en dat alleen om te voorkomen dat ze per ongeluk hun eigen troepen doodden. Aanhoudende en verlammende angst. Een vluchtelingencrisis die de westerse politiek transformeerde. Zo werden de voorwaarden geschapen voor de oprichting en bloei van de Islamitische Staat. Het is nauwelijks voor te stellen dat er iets ergers in het verschiet zou kunnen liggen. 

    Het einde van voor eeuwig

    Woorden? Die schieten op dit moment tekort. Mijn vrouw komt uit Aleppo en de afgelopen dagen was het alsof er een dam is bezweken onder een enorme emotionele waterval. Ik hoor veel gesprekken van haar met familie thuis en met Syriërs over de hele wereld die staan te popelen om naar huis te gaan, om te proberen terug te winnen wat verloren is gegaan. Het zijn gesprekken waarin ongeloof, euforie en tranen om voorrang strijden. 

    ‘Hij is weg! Hij is weg! Hij is weg!’ 

    ‘Naar huis! Mijn huis! Hij heeft ons zoveel aangedaan! Wat heeft hij ons aangedaan! Naar huis! Mijn God! We zijn vrij!’ 

    Ikzelf blijf proberen er woorden voor te vinden, maar ze schieten tekort. Niets lijkt dit moment te kunnen vatten. Ik worstel in de krochten van mijn geest om woorden te vinden. Dan zie ik een foto van een gevangene, stort ik in en moet ik opnieuw beginnen. En ik ben niet eens een Syriër, maar gewoon iemand die het voorrecht had even met hen mee te mogen liften. Waarom voelt mijn hart dan alsof het op barsten staat? 

    Ik heb het misschien gevonden. De aanhangers van Assad scandeerden vaak: ‘Qaedna lel abad [onze leider voor eeuwig], Bashar al-Assad.’ 

    ‘Voor eeuwig is voorbij,’ scandeerden de Syriërs nu keer op keer. 

    Het einde van voor eeuwig. Dat was een mooi sluitstuk. 

    Toen zag ik een poëtische regel, getweet door Fairouz, de legendarische Libanese zangeres, toen de zon opging boven een vrij Damascus. Ik hou van de Engelse taal, maar toen ik die regel las had ik ernstig te doen met mensen die geen Arabisch kennen, omdat ze daardoor nooit de schoonheid van de regel die zij plaatste ten volle zullen ervaren. Voor nu moet een goedkope, ontoereikende vrije vertaling volstaan – wat op zich toepasselijk is, omdat mijn woorden ook maar een goedkope vrije vertaling zijn van een diepe oceaan van emotionele euforie en beroering.  

    Dit schreef Fairouz: ‘Mijn ogen zijn op u gericht, o Damascus, want het is uit u dat de ochtend vloeit.’ 

  • Syrië: rebellen zetten alles op alles om Hama in te nemen

    Syrië: rebellen zetten alles op alles om Hama in te nemen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Korea: minister van Defensie dient ontslag in

    » Defensieovereenkomst tussen Moskou en Pyongyang treedt in werking

    Ze hebben de stad bijna volledig omsingeld

    Syrische rebellenstrijders, geleid door de radicale islamitische groep Hayat Tahrir Al-Cham (HTC), ‘verdubbelden woensdag hun inspanningen om de centrale stad Hama in te nemen’, aldus The Washington Post. Syrische regeringstroepen proberen de rebellen nog steeds terug te dringen, maar de laatsten hebben de stad bijna volledig omsingeld, volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (OSDH).

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het verlies van Hama, gelegen op minder dan 130 kilometer ten zuiden van Aleppo en zo’n 200 kilometer ten noorden van Damascus, ‘zou een grote klap zijn voor de regering en zou de rebellen dichter bij Homs brengen, een strategische stad en toegangspoort tot de Middellandse Zeekust van Syrië’, aldus het Amerikaanse dagblad.

  • Syrië: rebellen staan voor de poorten van de belangrijke stad Hama

    Syrië: rebellen staan voor de poorten van de belangrijke stad Hama

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden kondigt meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aan

    » Mensenrechtencommissaris Georgië: ‘Politie martelt demonstranten’

    Hama is de op drie na grootste stad van Syrië

    Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (OSDH) zijn de rebellen die een offensief in het noorden leiden dinsdag dicht bij Hama, de op drie na grootste stad van Syrië, gekomen. Hama is een strategische locatie in centraal Syrië tussen Aleppo en de hoofdstad Damascus. Het leger maakte melding van ‘hevige gevechten’, vooral in het noorden van de provincie Hama, terwijl ‘grote versterkingen’ waren aangekomen in de stad, volgens een militaire bron die geciteerd wordt door het officiële agentschap Sana.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op 27 november lanceerde de rebellencoalitie, gedomineerd door de radicale islamitische groep Hay’at Tahrir Al-Sham (HTS), de voormalige Syrische tak van Al-Qaeda, een bliksemoffensief in het noordwesten van het land. Ze veroverden tientallen steden en een groot deel van Aleppo, de op één na grootste stad van Syrië, voordat ze hun opmars naar het zuiden voortzetten.

    De Russische president Vladimir Poetin, wiens land samen met Iran de belangrijkste bondgenoot is van Damascus, zei dinsdag tijdens een telefoongesprek met zijn Turkse ambtgenoot Recep Tayyip Erdogan dat hij wilde dat het offensief van de rebellen ‘snel’ zou eindigen.

    ‘Het Syrische regime zou onder druk kunnen worden gezet om te onderhandelen door zijn Iraanse en Russische sponsors, die proberen hun macht te behouden en hun militaire betrokkenheid op het terrein te beperken,’ schrijft L’Orient-Le Jour.

  • Syrië van Bashar al-Assad is na 12 jaar weer welkom in de Arabische Liga

    Syrië van Bashar al-Assad is na 12 jaar weer welkom in de Arabische Liga

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Slowaakse regering treedt af, premier vervangen door ’technocraat‘

    » Peru: 27 doden bij brand in goudmijn

    Arabische landen normaliseren banden met Al-Assad

    De ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Arabische Liga zijn overeengekomen Syrië weer toe te laten tot het samenwerkingsverband nadat het meer dan tien jaar geleden werd geschorst, aldus Al Jazeera. Die beslissing werd zondag gemaakt tijdens een besloten bijeenkomst in Cairo.

    Het besluit werd genomen voorafgaand aan de top van de Arabische Liga in Saoedi-Arabië op 19 mei en nadat verschillende landen in de regio de afgelopen weken de banden met Syrië en president Bashar al-Assad hadden aangehaald. Het herstel van de banden met Damascus kwam in een stroomversnelling na de dodelijke aardbevingen van 6 februari in Turkije en Syrië, en de normalisering van de betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en Iran, die tegengestelde partijen in het Syrische conflict hadden gesteund, analyseert het Qatarese nieuwsmedium.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Oppositiegroepen hebben de normalisering van de banden met Damascus bekritiseerd, maar het Arabische blok wijst erop dat dit de enige weg vooruit is. Er is een ‘door de Arabische wereld geleide politieke oplossing’ nodig voor het conflict, citeert Al Jazeera een Jordaanse topdiplomaat.

    De Arabische Liga rechtvaardigt haar besluit ook door te benadrukken dat ‘de crisis moet worden opgelost die is veroorzaakt door de burgeroorlog in Syrië, waaronder de komst van vluchtelingen naar buurlanden en drugshandel in de regio’, merkt Middle East Eye op.

    Lees ook:

  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

    De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda

    Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.

    Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘

    Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

    Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

    Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

    Marie Antoinette 

    Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

    Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

    Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

    Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

    Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

    Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

    Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

    Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

    Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

    Slungelige student

    Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

    Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

    Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

    Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

    Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

    Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

    GettyImages 110839797 2
    Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

    Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

    In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

    Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

    Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

    Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

    Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

    Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

    Masker

    Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

    Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

    Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

    Onmenselijkheid

    De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

    Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

    ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

    Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

    Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

    Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

    Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

    Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

    Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

    Prinsessengedrag

    De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

    Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

    Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

    Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

    Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

    Onbenullen

    De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

    ‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

    Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

    ‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

    Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

    De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

    Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

    De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

    Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

    In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

    ‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

    Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

    ‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

    Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

    De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

    Ziektekiemen

    Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

    In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

    Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

    In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

    Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

    Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

    Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

    In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

    De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

    Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

    Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

    Zenuwgas

    Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

    Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

    De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

    Nieuwe Asma

    De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

    De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

    ANP 415356501 2
    Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

    In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

    Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

    Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

    Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

    Syriatel

    Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

    Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

    Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

    Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

    Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

    Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

  • Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’

    ‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.

    Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.

    Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.

    De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht

    De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.

    De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.

    De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.

    De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.

    Beelden van Damascus voor en na de oorlog. – © Business Insider

    Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.

    Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.

    Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.

    Absolute liefde

    Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.

    Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’

    Auteur: Youssef Bazzi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Twee mannen spelen een potje backgammon in de beroemde soek van Damascus, 2010. – © HH

    SYRIA TV
    Syrië | www.syria.tv

    Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.

  • 2. Zege met een bittere nasmaak

    2. Zege met een bittere nasmaak

    De Syrische Koerden hielpen de VS om IS te verslaan. Maar nu de Amerikanen hen niet meer nodig hebben als bondgenoot, dreigen ze zoals zo vaak aan het kortste eind te trekken.

    Met de val van Raqqa is het lot van IS praktisch bezegeld. De beweging is bezig haar laatste stedelijke bolwerken in Syrië en Irak te verliezen en zal veroordeeld worden tot de rol van een guerrillagroep die verrassingsaanvallen uitvoert vanuit de woestijn. Tijdens het beleg van Raqqa, dat op 6 juni begon, verdedigde IS zich met verve, maar zag de groep zich voor een overmacht geplaatst.

    Ook de overwinnaars zijn echter niet te benijden. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is een Koerdisch-Arabische strijdmacht, maar de militaire slagkracht komt van de YPG, de zogeheten Volksverdedigingstroepen: zeer gemotiveerde, goed georganiseerde en ervaren Syrisch-Koerdische strijders die banden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije. De SDF hebben weliswaar bewezen over uitstekende grondtroepen te beschikken, maar danken hun grote successen niet alleen aan hun onmiskenbare militaire vaardigheden, maar ook aan de verwoestende vuurkracht van de door de VS geleide coalitie met haar bommen, raketten en drones.

    De Koerden in Syrië hebben zich altijd angstig afgevraagd wat er met hen zou gebeuren als de Amerikanen hen niet meer nodig hadden als cruciale bondgenoot tegen IS. Zij vormen een gemeenschap van zo’n 2,2 miljoen mensen die werden gemarginaliseerd en vervolgd tot aan de opstand tegen het Syrische regime in 2011. Het Syrische leger trok zich in 2012 terug uit hun leefgebied, waarop de Koerden de republiek Rojava (‘Het Westen’) uitriepen, een reeks Koerdische enclaves op een strook land in het noordoosten van Syrië, ten westen van Iraaks-Koerdistan (vandaar de naam) en ten zuiden van Turkije.

    In 2014 viel IS de Koerdische stad Kobani aan. Uiteindelijk schoot de Amerikaanse luchtmacht de Koerden te hulp met een grootschalige interventie. Het Pentagon was al lange tijd op zoek naar een plaatselijke bondgenoot en vond die in de YPG. De Amerikaans-Koerdische alliantie is ook zeer effectief gebleken, maar dreigt nu slachtoffer te worden van haar eigen succes.

    schermafbeelding 2017 11 01 om 1 11 18 pm

    Tegenwoordig zijn de Koerden actief in soennitisch-Arabische gebieden. Het is een illusie dat ze die gebieden kunnen behouden. Enkele SDF-eenheden zijn over de rivier de Eufraat doorgedrongen tot in de zuidelijke provincie Deir ez-Zor, waar de helft van de Syrische olie wordt geproduceerd en IS zich heeft teruggetrokken. Er dreigt echter ook een botsing tussen de Koerden en het Syrische leger, dat vanuit het westen oprukt.

    In het Witte Huis klinken geluiden om de YPG en soennitische stammen te blijven gebruiken voor de verwezenlijking van het plan van president Trump om Iran en zijn bondgenoot – het Syrische regime – te verzwakken. Daaraan kleven evenwel ernstige nadelen: het is mosterd na de maaltijd, omdat het pleit in Syrië feitelijk al is beslecht door het bewind van president Bashar al-Assad en zijn bondgenoten: de Libanees-sjiitische beweging Hezbollah, de Iraanse Revolutionaire Garde en Iraaks-sjiitische paramilitaire groepen. De SDF hebben aanzienlijke versterking nodig van lokale Arabische bondgenoten om nog een kans te maken, waarbij hun rol van afstandsbediening van de VS tot een confrontatie met Rusland kan leiden.

    Koerdische commandanten hebben het nu over onderhandelingen met Damascus, omdat het Assad-regime de Arabische oppositie grotendeels heeft verslagen en alleen de Koerdische minderheid als tegenstander overblijft. Trump sloeg onlangs een strijdlustige toon aan tegen Iran, maar het is twijfelachtig of hij verstrikt wil raken in een niet te winnen oorlog in Syrië die Washington mogelijk meer schade berokkent dan Teheran.

    Vele spelers

    De grootste bedreiging voor de Syrische Koerden komt van Turkije, dat de officieuze Koerdische staat langs zijn zuidgrens als een permanent gevaar ziet. Des te vervelender voor de Turken dat ze voorlopig weinig aan de situatie kunnen doen, zolang de VS en Rusland zich met de regio blijven bemoeien. Als Ankara zijn beperkte militaire activiteiten in Syrië wil uitbreiden, zal daarvoor luchtsteun nodig zijn. De Russen zullen geen Turkse vliegtuigen boven Syrië dulden.

    Het Syrische politieke en militaire schaakbord is complex en kent vele spelers. Raqqa markeert de zoveelste van een reeks nederlagen van IS. De beweging zal het nog moeilijk krijgen om te overleven, al zal ze op de val van de stad hebben geanticipeerd en een vlucht naar afgelegen gebieden hebben voorbereid met de aanleg van bunkers en wapen- en voedselopslagplaatsen. Met dat bijltje heeft IS, toen het nog ISI ofwel Islamitische Staat in Irak heette, tussen 2008 en 2011 al gehakt, na op de knieën te zijn gedwongen door een coalitie van de VS en soennitische stammen.

    In Syrië en Irak is de belangrijkste kwestie niet meer hoe IS te verslaan, maar wat te doen met de Koerden. Die zullen de grootste moeite hebben om de winst te behouden die zij in de oorlog hebben geboekt.

    Auteur: Patrick Cockburn
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Independent
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600

    Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland.