Tag: de hoorn

  • Oorlog in Iran slaat laatste anker Hoorn weg

    Oorlog in Iran slaat laatste anker Hoorn weg

    Door de jaren heen werd de haven van Berbera in Somaliland om beurten door grootmachten geëxploiteerd. De stopzetting van USAID, de oorlog in Iran en de sluiting van de straat van Hormuz hebben de geopolitieke spanningen nog eens verder opgevoerd. ‘Het resultaat is een haven in een regio die wordt uitgehold: de institutionele buitenkant staat nog overeind, maar de dragende kracht is verdwenen, en een nieuw model is nog niet in zicht.’

    Er is een haven aan de Golf van Aden die keer op keer onmisbaar blijkt voor grootmachten. Berbera, aan de kust van het huidige Somaliland, fungeert al drie eeuwen als graadmeter van grootmachtambities in de Hoorn van Afrika – een plek waar strategische berekeningen zichtbaar worden in dokken, landingsbanen en oliedepots.

    Door de eeuwen heen is niet de betekenis van Berbera veranderd, maar wie de haven exploiteert, met welk doel en met welk politiek verhaal die aanwezigheid wordt gerechtvaardigd. De Sovjet-Unie begreep tijdens de Koude Oorlog het belang van de haven. Toen generaal-majoor Siad Barre in oktober 1969 in Mogadishu de macht greep en het pan-Somalische irredentistische streven nieuw leven inblies – de droom van een Groot-Somalië dat de Ethiopische Ogaden-regio, noordoost Kenia en Djibouti verenigt – bood Moskou militair materieel in ruil voor toegang tot de haven en het vliegveld van Berbera. De insteek was glashelder: Berbera stel de de Sovjet-Unie in staat om het scheepvaartverkeer in het Suezkanaal en de Perzische Golf te controleren.

    De Hoorn van Afrika was voor geen enkele supermacht een humanitaire aangelegenheid, maar eerder een schaakbord – en Berbera was het bord waarop het spel werd gespeeld.

    Einde akkoord

    De Ogaden-Oorlog van 1977 tot 1978 betekende een abrupt einde voor het Sovjet-Somalische akkoord. Barres invasie van de Ogaden – gelanceerd om het pan-Somalische streven te verwezenlijken dat door het staakt-het-vuren van 1964 was doorkruist – zorgde voor een ommezwaai van Moskou, die zich nu achter de Ethiopische Mengistu Haile Mariam schaarde. Barre zette de Sovjet-adviseurs in november 1977 het land uit, zegde het vriendschapsverdrag op en zag zijn pan-Somalische streven wegzakken in het woestijnzand van de Ogaden.

    De Hoorn van Afrika had niet alleen Barres ambities opgeslokt, maar ook een pijler van diplomatie tussen grootmachten

    Zbigniew Brze zinski, Carters nationaal veiligheidsadviseur, merkte wrang op dat SALT – de eerste bindende nucleaire overeenkomst tussen Washington en Moskou – was meebegraven. De Hoorn van Afrika had niet alleen Barres ambities opgeslokt, maar ook een pijler van diplomatie tussen grootmachten. Het was het eerste staaltje van wat de regio herhaaldelijk zou laten zien: dat de Hoorn van Afrika grootmachtelijk streven opslokt en de brokken uitspuugt.

    Wat in de Koude Oorlog in gang was gezet, werd in de eenentwintigste eeuw verder doorgetrokken. DP World, grotendeels in handen van de regering van Abu Dhabi, tekende in 2016 een 30-jarige concessieovereenkomst ter waarde van 442 miljoen dollar voor de ontwikkeling van de haven. Waar Barre de haven gebruikte als onder handelingstroef om een oorlog voor nationale eenwording te voeren, gebruiken de Verenigde Arabische Emiraten dezelfde haven voor het tegenovergestelde: een wig drijven tussen Somalië en Somaliland, een as langs de Rode Zee-kust vormen tussen de VAE, Israël en Ethiopië, en de beveiligings- en commerciële infrastructuur opbouwen die Abu Dhabi stille invloed geeft op een van ’s werelds belangrijkste waterwegen.

    Als de eenwording van Groot-Somalië in het zand van de Ogaden begraven ligt, loopt de weg naar definitieve blokkering door de turquoise wateren van Berbera. Op 25 december 2025 erkende Israël, als eerste VN-lidstaat, de onafhankelijkheid van Somaliland – een besluit dat geheel in de geest is van de Abraham akkoorden, aldus Netanyahu. In wezen ging het hier niet om Somaliland, maar om Berbera. Met de erkenning kreeg Israël een strategische voet aan de grond op 300 à 400 kilometer afstand van Jemen: een vooruitgeschoven inlichtingenpost en mogelijke militaire uitvalsbasis tegen Houthi-dreigingen en Iraanse invloed op de Rode Zee.

    Hiermee was de politieke laag van wat de Atlantic Council de ‘Berbera As’ noemt compleet: de hoofdstad van de VAE, de Ethiopische wens tot maritieme toegang, een Israëlische diplomatieke dekmantel, allemaal gecentreerd rond één diepwaterhaven. In reactie hierop annuleerde Somalië alle overeenkomsten met de VAE omtrent havenbeveiliging en defensie. Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte veroordeelden de erkenning. De breuklijnen werden zichtbaar.

    Uitbestedingsconstructie

    En toen volgde de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran en stortte alles wat al langzaam aan het afbrokkelen was, in één keer in. De rivaliteit tussen de grootmachten in de Hoorn van Afrika komt niet uit deze gezamenlijke aanval voort; die had de kop al opgestoken.

    ‘Operation Epic Fury’ maakte een einde aan iets wat veel specifieker was en verder reikte: de laatste geloofwaardige illusie dat de politieke economie van na de Koude Oorlog, die bijdroeg aan de humanitaire vooruitgang in de Hoorn van Afrika, opnieuw kon worden opgebouwd. Om te begrijpen wat er verloren ging, moet je begrijpen hoe het precies in elkaar stak, want het was niet wat het op het eerste gezicht leek te zijn. De westerse humanitaire draagstructuur die de Hoorn van Afrika na de Koude Oorlog voor instorting behoedde kwam in de kern niet voort uit moraliteit of plichtsbesef, hoewel dat een handig narratief was. Het functioneerde als een strategische uitbestedingsconstructie. Het Westen had een Hoorn van Afrika nodig die stabiel genoeg was om geen vluchtelingencrises te veroorzaken die op de Europese voorpagina’s zouden figureren, om geen vrijplaats voor jihadisten te worden die directe militaire interventie vereiste en geen breed uitgemeten hongersnoden voort te brengen die politieke verantwoording afdwongen. Op bepaalde momenten vond het Westen daarvoor lokale partners die bereid waren die stabiliteit te bieden – in ruil voor ontwikkelingsmiddelen en -voordelen die met ijzeren wil werden afgedwongen.

    Het Westen had een stabiele Hoorn van Afrika nodig om een vluchtelingencrises te voorkomen

    Meles Zenawi is een schoolvoorbeeld van die constructie. Meles was geen engel: de onderdrukking van de etnische groep Oromo en de Ethiopische Somalische regio, en de latere catastrofe in Tigray waar hij de basis voor legde, zijn geen voetnoten. Maar hij doorgrondde de logica van deze strategische uitbestedingsmodel als geen ander. Hij positioneerde zich als onmisbare partner van het Westen in de Hoorn van Afrika: de verdedigingsmuur tegen Al Shabaab, het anker van regionale stabiliteit, dé gesprekspartner die Washington, Brussel en Londen nodig hadden. En in ruil daarvoor verkreeg hij financiering via programma’s als PEPFAR, investeringen in landbouwvoorlichting, het Productive Safety Net Programme, toegang tot AGOA en leningen van de Wereldbank.

    Hongersnoden die anders zouden zijn uitgebroken, bleven nu uit

    Onder Meles kwam Ethiopië dichter bij voedselautonomie dan ooit tevoren in zijn moderne geschiedenis. Hongersnoden die anders zouden zijn uitgebroken, bleven nu uit. Dat is niet niks. Feitelijk is er geen nauwkeuriger maatstaf voor wat er nu te gronde wordt gericht. Toen Meles in 2012 stierf, verwaterde de uitbestedingsconstructie langzaam aan – maar niemand die er iets van zei.

    Hailemariam Desalegn handhaafde de vorm zonder de strategische inhoud. Abiy Ahmed ontbond de overeenkomst, niet uit incompetentie maar vanuit een fundamenteel andere visie op Ethiopische macht. Abiy’s politiek draait om de grote sprong voorwaarts en is gericht op het binnenland: zijn Medemer-filosofie [een sociaal-politiek perspectief gebaseerd op samenwerking]; orthodox-christelijk nationalisme, een politieke basis in [de regio] Oromia, en een Nobelprijs als persoonlijk handelsmerk. Hij hoeft niet zo nodig onderaannemer van het Westen te zijn. Hij wil de profetische koning van Ethiopië zijn. Met als resultaat een regering die de door Meles bedongen hulpstromen bleef ontvangen, zonder bijbehorende ontwikkelingsvoorwaarden. Die humanitaire draagstructuur verwerd tot een subsidie – en subsidies zonder strategische tegenprestatie leidden precies tot wat volgde: een regering die oorlog voert in Tigray terwijl zij tegelijkertijd humanitaire hulp ontvangt, zonder effectief politiek of financieel tegenwicht.

    De gezamenlijke aanval haalde niet een streep door de hulpstructuur zelf; USAID was al met de afbraak begonnen, en de breuklijnen in de Golf waren er al vóór de eerste aanval. 28 februari haalde een streep door het laatste geloofwaardige argument dat de drie voorwaarden voor een functionerend uitbestedingsconstructie binnen een afzienbare tijd konden worden herschept: westerse financiering, stabiliteit in de Golf en een staat in de Hoorn van Afrika die de capaciteit én de ambitie heeft om externe steun om te zetten in interne capaciteit. Alle drie zijn in één klap in rook opgegaan. En dat komt dus niet door de oorlog in het Midden-Oosten.

    Uitholling

    De taal van crisis – polycrisis, cascade, noodsituatie – onderschat consequent wat er structureel gebeurt in de Hoorn van Afrika. Deze termen beschrijven omstandigheden, niet het proces waarbij de dragende capaciteit van een systeem actief wordt verwijderd. De preciezere term is uitholling: de institutionele buitenkant blijft zichtbaar – UNHCR is nog aanwezig, het Wereldvoedselprogramma behoudt zijn logistieke hub in Djibouti, de Afrikaanse Unie houdt haar mandaat – terwijl de interne systemen die deze structuren functioneel maakten gelijktijdig worden onttrokken, en in sommige gevallen onomkeerbaar verdwijnen.

    De eerste onttrekking is financieel. Met één administratief besluit heeft de terugtrekking van USAID 42 procent van de mondiale humanitaire financiering verwijderd en 86 procent van de programma’s beëindigd. Ethiopië verliest daarmee jaarlijks meer dan 1 miljard dollar – zijn grootste externe financieringsbron en de opvolger van de investeringsstromen uit het Meles-tijdperk, die het landbouwsysteem hielpen opbouwen dat nu wordt afgebroken. Voedselprogramma’s sloten massaal. Europese landen verlaagden hun bijdragen. De VS waren geen donor onder velen, maar de dragende muur van het systeem.

    De tweede onttrekking is logistiek. Djibouti verwerkt 95 procent van Ethiopische import en fungeert als logistiek knooppunt voor hulp in de regio. Tegelijkertijd is het scheepvaartverkeer sterk afgenomen en verstoren conflicten de aanvoer van meststoffen. De prijzen zijn fors gestegen. Dit is geen extra belasting, maar het verdwijnen van de laatste buffer in een systeem dat al onder druk stond.

    De derde onttrekking is politiek – en sluit herstel vrijwel uit. De oorlog met Iran trekt de Golfstaten terug uit hun stabiliserende rol in de Hoorn. Zowel hun capaciteit als hun bereidheid om betrokken te blijven nemen af. Dat creëert geen stabiliteit, maar een machtsvacuüm. Gewapende groepen worden zelfstandiger en gewelddadiger. De Rapid Support Forces in Soedan, bijvoorbeeld, worden zonder externe financiering niet zwakker, maar juist autonomer: ze financieren zich via goudwinning en belasting heffing op burgers. Tegelijk verdwijnen de voorwaarden en beperkingen die met externe steun gepaard gingen.

    Er is geen hefboom meer om aan te trekken

    Ook de Afrikaanse Unie verliest de basis waarop haar veiligheidsstructuur rustte. Missies worden gefinancierd door Europa, bemiddeling vereist Golfpartners. Wanneer beide tegelijk wegvallen, wordt niet zozeer de zwakte van Afrikaanse instituties zichtbaar, maar het feit dat hun functioneren grotendeels afhankelijk was van externe steun die nu is verdwenen.

    De vierde en meest directe onttrekking raakt gezinnen zelf: geldtransfers. Landen als Somalië en Ethiopië zijn sterk afhankelijk van geld dat migranten naar huis sturen. Conflicten en financiele controles kunnen deze stromen snel onderbreken. Gezinnen verliezen tegelijk stabiliteit en inkomen. Er is geen staat die deze klappen opvangt. Het klassieke humanitaire model gaat uit van herstel. Maar in de Hoorn verdwijnen de voorwaarden voor herstel nog voordat conflicten eindigen. In Soedan is de economie ingestort. De landbouwbasis is geplunderd. Staatsinkomsten zijn vrijwel verdwenen.

    Dit is de meest tastbare vorm van verlies: niet instituties, maar menselijk potentieel

    Zowel het leger als paramilitaire groepen financieren zich via roof. Dit is geen staat die wacht op wederopbouw. De voorwaarden voor wederopbouw zijn zelf vernietigd. De gevolgen slepen zich voort. Onder voeding bij kinderen veroorzaakt onomkeerbare schade die generaties lang doorwerkt. Dit is de meest tastbare vorm van verlies: niet instituties, maar menselijk potentieel.

    Tegelijk groeit de aantrekkingskracht van gewapende groepen, die bieden wat staten niet kunnen: inkomen, diensten en orde. Extremisme wordt daarmee een economisch systeem.

    China

    De voor de hand liggende vraag is of China het vacuüm opvult. China beschikt over middelen, strategisch inzicht en een groeiende aanwezigheid in de regio. Toch zal het de rol van het Westen niet overnemen. Beijing heeft gezien dat het eerdere model alleen werkte in combinatie met sterke staten. Nu die ontbreken, richt het zich op het beschermen van infrastructuur en investeringen. Het neemt wel havens en spoorlijnen over, maar niet de humanitaire last. Het vacuüm is daarmee geen tijdelijk verschijnsel, maar structureel.

    Het neemt wel havens en spoorlijnen over, maar niet de humanitaire last

    Institutioneel geheugen

    Als de strategische uitbestedingsconstructie voorbij is, kan de oplossing niet zijn om simpelweg een nieuwe uitvoerder te zoeken. Aanvulling – meer donoren, meer financiering, meer coördinatie – bouwt slechts dezelfde externe structuur opnieuw op, op dezelfde wankele fundamenten, en blijft daar mee even kwetsbaar voor politieke schokken als voorheen. De oorlog met Iran heeft die kwetsbaarheid onmiskenbaar blootgelegd. Wat nodig is, is iets dat moeilijker te financieren en uit te leggen is: het doelbewust in stand houden van de technische en institutionele basis die een toekomstige ontwikkelingsstaat nodig zal hebben.

    De oorlog met Iran toonde de kwetsbaarheid

    Dat betekent dat landbouwvoorlichting, vroegtijdige waarschuwingssystemen voor voedselzekerheid, infrastructuur voor hawala- netwerken en financiering voor kunstmestimport beschermd moeten worden – niet omdat ze nu goed functioneren, maar omdat ze het institutionele geheugen vormen waarop een toekomstige leider met de strategische discipline en ontwikkelingsambitie van Meles moet kunnen voortbouwen.

    Het Productive Safety Net Programme heeft jaren gekost om op te bouwen. De infrastructuur rond kunstmestgebruik, die Ethiopië dichter bij voedselzelfvoorziening bracht, vergde een decennium van consistente investeringen. Zulke systemen kun je na een instorting niet zomaar opnieuw opbouwen; ze moeten in de tussentijd in leven worden gehouden.

    Concreet betekent dit: een voedselzekerheidspact voor de Hoorn van Afrika – gemodelleerd naar de Maputo verklaring, met de afspraak om 10 procent van het budget aan landbouw te besteden, maar met afdwingbare voorwaarden – waarin Ethiopië, Somalië, Kenia en welke Sudanese autoriteit ook overeind blijft gezamenlijk garant staan voor humanitaire toegang en de bescherming van landbouwketens. Geen liefdadigheid aangestuurd vanuit Washington, maar zeggenschap over de keten zelf, gefinancierd via de multilaterale structuren die het wegvallen van USAID overleven en ondersteund door regionale machten die zich geen alternatief kunnen veroorloven.

    De sluiting van de Straat van Hormuz – waar 27 procent van de mondiale zeehandel in ruwe olie en tot 30 procent van de wereldwijde kunstmestexport doorheen gaat – is geen tijdelijke verstoring. Volgens het IMF leidt een stijging van de olieprijs met 10 procent tot een toename van de wereldwijde inflatie met 0,4 procentpunt. In een regio waar al vóór het conflict meer dan 45 procent van de kleine boeren minder kunstmest kocht, en waar 24,6 miljoen Sudanezen al met acute voedselonzekerheid kampten, is die inflatie geen abstract macro-economisch gegeven. Het is een dodelijke rekensom die zich in realtime voltrekt, bij gebrek aan de staatscapaciteit die dat ooit kon opvangen.

    Berbera heeft elke macht overleefd die er ooit van afhankelijk was

    Het overleefde de Sovjet-Unie. Het overleefde Barre’s droom van Groot-Somalië. Het zal ook de huidige combinatie van commerciële ambities van de VAE en de strategische herpositionering van Israël overleven. De haven blijft bestaan dankzij haar ligging – op het snijpunt van Europa, Afrika en Azië, aan de ingang van wateren waar de wereldeconomie doorheen ademt.

    Wat de haven niet kan bieden, en wat geen enkele externe macht ooit heeft kunnen vervangen, is de ontwikkelingsstaat erachter. Meles begreep dat de strategische waarde van Berbera voor externe machten een hefboom was – een hefboom die hij, onvolmaakt en vaak hardhandig, gebruikte om iets op te bouwen. Zijn opvolgers hebben dat niet begrepen. De externe machten die hem vervingen, hebben het ook niet geëist. Het resultaat is een haven in een regio die wordt uitgehold: de institutionele buitenkant staat nog overeind, maar de dragende kracht is verdwenen, en een nieuw model is nog niet in zicht. Een haven zonder ontwikkelingsstaat erachter is slechts een knelpunt. De Hoorn van Afrika heeft zulke knelpunten nog steeds. Wat ontbreekt, is de politieke economie die ze ooit in het voordeel van de regio liet werken.

    De oorlog met Iran heeft die leegte niet gecreëerd. Hij heeft alleen de illusie weggenomen dat ze tijdelijk was

    Wat op 28 februari 2026 eindigde, was geen tijdelijke structuur, maar het idee dat die opnieuw opgebouwd kon worden op dezelfde fundamenten, door dezelfde actoren en met dezelfde doelen. De vraag is nu niet hoe het oude kan worden hersteld, maar of de technische en institutionele basis lang genoeg in stand kan worden gehouden zodat er iets nieuws – en werkelijk geworteld – kan ontstaan. Dat is een langere tijdshorizon dan welke droogteperiode, IPC-rapport (Integrated Food Security Phase Classification) of donorconferentie dan ook hanteert. Maar het is wel het enige eerlijke antwoord op wat er is verdwenen.