Tag: deglobalisering

  • ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    Als westerse landen minder afhankelijk van China willen worden, dan moeten ze de productie in eigen huis nieuw leven inblazen, schrijft de Zweedse veiligheidsexpert Elisabeth Braw. Maar waar gaan ze de arbeiders vandaan halen? Omscholing kan een oplossing bieden.

    Nu jonge experts zo warm lopen voor deglobalisering en voor haar jongere zusje de-risking [risicomijding door banken], trekken zelfs politiek leiders die vrijhandel voorstaan de conclusie dat westerse landen hun productieafhankelijkheid van China moeten verminderen. Hoe? Door productie in eigen huis nieuw leven in te blazen, of deze te verplaatsen naar bevriende landen. Maar wie gaat er werken in al die fabrieken die er dan in het Westen zullen verrijzen?

    Als het de westerse landen ernst is met friendshoring [handel drijven met en/of produceren in ‘bevriende’ of ‘vertrouwde’ landen om politieke risico’s te vermijden], zullen we weer veel meer met onze handen moeten gaan werken – zij het geholpen door robots. En ja, daar moeten ook academici aan te pas komen. 

    Vorige week presenteerde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, haar voorstel voor een nieuwe economische veiligheidsstrategie ten behoeve van de Europese Unie. Het zou gaan om ‘een oefening in nieuw economisch denken’. Nationale leiders moeten zich nu buigen over de strategie die als uitgangspunt heeft dat ‘een economische macht als de EU meer aandacht dient te schenken aan de veiligheidsrisico’s in haar handels- en investeringsbeleid. Uitvoering van de strategie betekent dat de EU zich op het internationale toneel meer zal gedragen als de Verenigde Staten en Japan.’

    Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert?

    Dit betekent minder afhankelijkheid van China en meer productiebanen en raderen in de eigen toeleveringsketen. Klinkt goed. Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert, zoals de Amerikanen dat doen met hun anti-inflatiewet (Inflation Reduction Act)?

    Er zal een veel grotere behoefte ontstaan aan productiemedewerkers, én aan arbeiders van het soort dat onze economie nu al draaiende houdt, zoals machinisten, vrachtwagenchauffeurs – en zelfs mijnwerkers, als de EU ook de afhankelijkheid van door China bewerkte zeldzame mineralen wil verminderen.

    Het is alleen maar goed om dergelijke banen te creëren, banen die de binnenlandse productie stimuleren, maar… zo gemakkelijk gaat dat niet. Dat blijkt wel uit ontwikkelingen in de VS, dat Europa al een stap voor was op het gebied van globalisering, en nu een hele grote stap voor is wat betreft deglobalisering. Er zijn simpelweg niet genoeg arbeiders voor de banen die het Westen hoopt te creëren omwille van de nationale veiligheid en welvaartsgroei.

    Strategische rivalen

    In de Amerikaanse mijnbouwsector bijvoorbeeld is er ‘schaarste aan ingenieurs die arbeidslocaties opzetten, mijnwerkers die ruwe metalen winnen en vrachtwagenchauffeurs die ze verplaatsen voor verwerking – een extra kopzorg voor producenten die sowieso al moeite hebben om materialen te leveren voor elektrische auto’s, zonnepanelen en windparken,’ aldus The Wall Street Journal.

    Om te begrijpen wat de toekomst voor ons in petto heeft, is het nuttig de situatie in Duitsland te bekijken: dat land heeft al 100.000 onvervulde vacatures in de transportsector, en een tekort van nog eens 100.000 werknemers in productie- en installatiediensten – en dan hebben we het nog niet eens over vacatures in de gezondheidszorg, de horeca en het onderwijs.

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden

    Ondertussen is Tesla – dat onlangs een nieuwe fabriek in Brandenburg heeft gebouwd – bezig met de werving van 12.000 arbeiders om daar elektrische auto’s te bouwen. Aangezien er geen 12.000 arbeiders voor de auto-industrie beschikbaar zijn, leidt het bedrijf van Elon Musk nu leerlingen op en werft het mensen die ervaring hebben op andere terreinen en schoolt die om. Vorige week heeft bondskanselier Olaf Scholz een deal gesloten waarbij Intel een halfgeleiderfabriek in Maagdenburg zal opzetten. Waar het fabriekspersoneel vandaan moet komen is vooralsnog volkomen onduidelijk. 

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden. Andere landen zouden goederen produceren en zijzelf gingen zich richten op de diensteneconomie. Dat pakte erg goed uit, totdat duidelijk werd dat dergelijke landen strategische rivalen konden worden. En zo kwam het dat het Westen nu weer handarbeiders nodig heeft – zowel in fabrieken als voor het vervoeren van goederen over lange toeleveringsketens.

    Hard werken

    Ondertussen hebben westerse landen hun bevolking opgeleid voor een hoogwaardige diensteneconomie. In 1993 telde Duitsland bijvoorbeeld 1.775.661 universiteitsstudenten; dat aantal was in 2021 met liefst 66 procent gestegen. Westerse landen zitten nu dus opgescheept met te veel academisch geschoolde burgers die niet staan te trappelen om met hun handen te werken, en met te weinig mensen die bijvoorbeeld een vrachtwagen kunnen besturen of vuilnis willen ophalen – taken die zelfs in de hoogtijdagen van de globalisering noodzakelijk waren.

    Nu deze landen het fabriekswerk weer in ere willen herstellen, worden ze niet alleen geconfronteerd met een algeheel tekort aan handarbeiders, maar ook met een dreigend tekort aan werknemers in de groeiende productiesector. De Europese ontkoppeling van Russische energie is om deze reden in zwaar weer terechtgekomen: 900 Noorse booreilandwerkers – van wie er al te weinig zijn – hebben gedreigd in staking te gaan.

    Mensen die op school steeds te horen hebben gekregen dat de weg naar een comfortabel middenklassebestaan en sociale status via de universiteit leidt, zullen zich waarschijnlijk niet laten omscholen voor handarbeid. Want zoals de academisch geschoolden die het hebben geprobeerd kunnen beamen: dat is hard werken. Toen enkele leden van de Baader-Meinhof-groep [een terroristische organisatie in de Bondsrepubliek Duitsland] zich in de fabriek voegden bij de West-Duitse arbeiders – namens wie de groep beweerde haar gewapende revolutie te voeren – gaven ze er al na een paar dagen de brui aan.

    Maar er is veel gebeurd sinds zo’n vijfendertig jaar geleden de moderne globalisering in het Westen aanving. De banen die in deze landen eind jaren tachtig begonnen te verdwijnen behelsden grotendeels fysiek werk. De banen waaraan nu behoefte is, zijn in hoge mate technisch en vereisen veel expertise. Breng maar eens een bezoek aan een Duitse autofabriek, dan wordt dat meteen duidelijk.

    Scholen en universiteiten doen er goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector

    Het is helemaal niet zo gek te stellen dat veel toekomstige productiebanen meer vaardigheden met zich meebrengen dan een hoop kantoorbanen waarvoor je een universitair diploma nodig hebt. Het is geen verrassing dat Tesla samenwerkt met lokale universiteiten om arbeiders op te leiden voor de fabriek in Brandenburg, of dat de staat Arizona – die halfgeleiderbedrijven wil aantrekken om de productie uit China over te nemen – niet alleen de krachten heeft gebundeld met bedrijven, maar ook met Arizona State University, waar een uitgebreid programma is ontwikkeld om mensen op te leiden voor de goedbetaalde banen die er nu aankomen.

    Arbeiders hadden altijd al meer vaardigheden dan universitair geschoolden hun toedichtten, en naarmate de productie technologisch gezien steeds verfijnder wordt, zullen die vaardigheden alleen maar toenemen. Zonder arbeiders die de machines kunnen bedienen om de geavanceerde goederen te produceren die nu te riskant zijn om in China te laten maken, kunnen we bij voorbaat afscheid nemen van het idee van friendshoring. We zouden er dan ook goed aan doen onze opvattingen over handmatig werk bij te stellen.

    Scholen en universiteiten doen er dus goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector. En degenen die zo verstandig zijn de waarde en vaardigheden van productiewerk in te zien, zouden moeten overwegen zichzelf op dat gebied verdienstelijk te maken. Simpel gesteld: de fabrieksarbeider is terug van weggeweest – krachtiger dan ooit. Wat zou Karl Marx hebben gedacht van deze wending in het globaliseringsverhaal?

  • 5. Trump vs. Adam Smith

    5. Trump vs. Adam Smith

    Met Donald Trump is het mercantilisme weer terug.

    ‘Van de 16e tot de 18e eeuw zag het merendeel van de West-Europese landen de internationale handel 
als een spel met nul als uitkomst,’ zo kijkt website Quartz terug. ‘Het mercantilisme, het geloof dat 
landen alleen welvarend konden zijn als ze meer exporteerden dan importeerden, terwijl de totale wereldhandel een vaste omvang had, overheerste in het economisch denken.’

    Deze theorie, onderuitgehaald 
in 1776 door de Schotse econoom Adam Smith, is tot nieuw leven gewekt door Donald Trump, voegt de Amerikaanse website eraan toe – en vergelijkt citaten van beiden.

    ‘Indien het buitenland ons een 
product kan aanbieden voor een lagere prijs dan waarvoor wij het zelf kunnen produceren, kunnen we het veel beter in het buitenland kopen met een deel van onze nationale productie, op een wijze waarop wij daarvan enig voordeel kunnen hebben,’ schreef de Schotse filosoof-econoom in zijn standaardwerk 
The Wealth of Nations.

    ‘Als hij Trumps inauguratierede zou hebben kunnen horen, had Adam Smith zich in zijn graf omgedraaid,’ commentarieert Quartz. ‘We moeten onze grenzen beschermen tegen de verwoestingen van andere landen die onze producten maken, onze ondernemingen ondermijnen en onze banen 
vernietigen. De bescherming van eigen grenzen zal leiden tot een grotere economisch kracht en tot hogere welvaart,’ sprak Trump.

    ‘Maar in dit tijdperk van mondialisering met complexe bevoorradingsketens en onderlinge 
afhankelijkheid bestaat er geen economisch spel dat op nul 
uitkomt,’ stelt The Irish Times.

    Reclames voor McDonald’s en Starbucks in Shenzen, China. – © Brent Lewin / Getty Images
    Reclames voor McDonald’s en Starbucks in Shenzen, China. – © Brent Lewin / Getty Images

    Volgens het onafhankelijke onderzoekscentrum van de Amerikaanse automobielindustrie, zal het 
opleggen van 35 procent importbelasting op auto’s, zoals Trump heeft aangekondigd, de verkoop ervan met 450.000 stuks per jaar doen afnemen en in de VS 31.000 banen kosten. Want de voertuigen die in Mexico worden geproduceerd, bestaan voor 40 procent uit onderdelen van Amerikaans fabricaat.

    Het voornemen van Trump om de Amerikaanse industrie te dwingen haar productie naar Amerikaans grondgebied terug te halen, kan waarnemers ook niet overtuigen. 
In 2014 verschaften Amerikaanse bedrijven werk aan anderhalf 
miljoen mensen in Mexico en China, ‘dat wil zeggen nauwelijks één procent van het Amerikaanse arbeidspotentieel’, schrijft Jeffrey Sachs in The Boston Globe. Volgens deze econoom zou het repatriëren van Amerikaanse bedrijven op 
z’n hoogst 750.000 arbeidsplaatsen opleveren, want vanwege het 
salarisniveau in de VS is de automatisering er ver doorgevoerd.

    De dreigende woorden van Trump lijken evenwel hun uitwerking niet te missen. De groep Ford heeft begin januari aangekondigd af te zien van de bouw van een fabriek 
in Mexico. Ford gaat daarentegen 700 miljoen dollar investeren en 700 banen scheppen in een van de vestigingen in de staat Michigan waar men elektrische en zelfrijdende auto’s wil gaan produceren.

    ‘Dat betekent één baan per miljoen geïnvesteerde dollars. In dat tempo komt Trump niet erg ver,’ schrijft Jeffrey Sachs ironisch.

    Auteur: Lambiek Berends

  • Dossier – Amerika doet niet meer mee

    Dossier – Amerika doet niet meer mee

    De globalisering lijkt over haar hoogtepunt heen.

    De VS kiezen onder Donald Trump voor een protectionistische koers (‘America first’), die ingrijpende gevolgen kan hebben voor de Europese export. Ook de hoogtijdagen van de multinationals lijken voorbij. Zijn straks de Aziatische landen de lachende derde?

    1. Kan Europa het ook zonder Amerika?

    2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    3. Foxconn wil Trumps spelletje best meespelen

    4. China, de andere wereldkampioen

    5. Trump vs. Adam Smith

    Openingsbeeld: Bedrijven als Mercedes-Benz vrezen voor dalende exportinkomsten als gevolg van het beleid van Donald Trump. – © Mike Coppola / Getty Images

  • Scrabbelen op het wereldbord

    Scrabbelen op het wereldbord

    ‘Kunnen we het zonder Amerika?’ vraagt de Duitse journalist Georg Meck zich af in het dossier over deglobalisering. Waarschijnlijk niet. Alleen al de uitvoer van auto’s naar dat continent levert Duitsland 200.000 arbeidsplaatsen op.

    Het nieuwe antiglobalisme dat president Trump de wereld 
in twittert, past in het politieke spectrum van zowel extreem-rechts als extreem-links en is onlosmakelijk verbonden met het oprukkende populisme. Het leidt immers alleen maar tot banenverlies en terrorisme. De onhoudbaarheid 
van de Eigen Land Eerst-doctrine is voor leiders die met 
kreten hun kiezers weten te bereiken niet opportuun. En daarom een belangrijke call voor tegenstanders die naar emoties hengelende ismes met feiten kunnen weerleggen. Want elk land en America first besteedt veel werk uit, 
anders zou de binnenlandse markt veel te duur worden voor consumenten. Welk land is volledig zelfvoorzienend?

    Maar het internationale handelsverkeer en de uitwisseling van arbeid, kennis en goederen heeft behalve tot ongekende welvaart ook voor enorme ongelijkheid gezorgd. Door met Oost-Europa, India en China te moeten concurreren, werden arbeidsvoorwaarden tot op het bot uitgebeend, terwijl 
men zich aan de bovenkant juist heeft kunnen verrijken 
aan de globalisering.

    Trump mag dan wel blaffen, de karavaan zal verder trekken – en dan voornamelijk langs de zijderoute richting China

    Trump heeft dus een punt, dat hij echter meteen weer 
verliest in zijn eigen verbale kabaal. Met enige moeite kunnen we er in ieder geval uit afleiden dat de nieuwe president van de Verenigde Staten een voorstander is van economisch protectionisme en isolationisme.

    Amerika is gelukkig groter dan zijn president, en de wereldeconomie omvangrijker dan de VS. Voor zover Trump nog aanzien genoot binnen de eigen Republikeinse Partij, is dat in de eerste maand van zijn presidentschap al fors afgebladderd. Hij kan zich op economisch vlak weinig capriolen veroorloven, wil hij niet het risico lopen dat hij door Congres of Senaat – of beide instituties – wordt gecensureerd.

    We kunnen helemaal niet zonder de Verenigde Staten, en dat hoeft ook niet. Ze zijn nog altijd ’s werelds grootste importeur, maar komen als het om export gaat op de tweede plaats. Trump mag dan wel blaffen, de karavaan zal verder trekken – en dan voornamelijk langs de zijderoute richting China.

    Je kunt wel merken dat de voormalige hotelier niet van jongs af aan heeft gescrabbeld, en dat zijn cognitieve vaardigheden behoorlijk zijn verkommerd. Anders (lees het hier) beschikte hij nu wel over wat meer geduld en was hij beter in staat geweest gestructureerd te denken.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: Een met LED verlicht en draadloos werkend scrabblebord moet het spel sexyer maken. – © Mind Sports International

  • 4. China, de andere wereldkampioen

    4. China, de andere wereldkampioen

    Nu Trump de protectionistische kaart trekt, profileert China zich als voorvechter van de open economie. Maar wil het land echt een voorbeeld worden, dan zal het eerst moeten hervormen, schrijft men in Hongkong.

    Op 17 januari heeft Xi Jinping tijdens het Economische Wereldforum in Davos de economische globalisering vurig verdedigd. Natuurlijk was het enigszins ironisch om een communistische leider tijdens een kapitalistisch forum de vrijhandel te horen bezingen. Toch is deze man ook de leider van de tweede economie en de eerste handelsmacht van de wereld, en als zodanig is het niet meer dan logisch dat hij wil opkomen voor de economische globalisering en de voordelen van de vrijhandel prijst. Volgens voorspellingen van het IMF zal China in 2016 1,2 procentpunt hebben bijgedragen aan de mondiale economische groei, waar de VS blijft steken op 0,3 procentpunt en Europa op 0,2. De Chinese bijdrage stijgt ruimschoots uit boven die van de gezamenlijke ontwikkelde landen. De woorden van Xi Jinping klinken als muziek in de oren van de elite van de mondiale financiële wereld, als tegenwicht tegen een verontrustend isolationistische Donald Trump die zijn problemen op anderen afwentelt.

    Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd

    Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd. Maar toen hij verklaarde dat ‘protectionisme een doodlopende weg is’, dat ‘we ons aan onze beloften moeten houden en de regels moeten respecteren; we kunnen niet maar van alles accepteren of verwerpen naar het ons goeddunkt’, of toen hij naar aanleiding van het akkoord van Parijs zei dat ‘we daar niet te luchtig over mogen doen’, richtte hij zich duidelijk tot Donald Trump. ‘In China zal de deur altijd wijd open staan voor de hele wereld en nooit dichtgaan,’ vervolgde de Chinese leider.

    Diezelfde dag publiceerde zijn regering decreten ten gunste van meer openheid. Ook buitenlandse ondernemingen kunnen voortaan een notering krijgen op de beurs voor A-aandelen (uitgedrukt in yuans), op de beurs voor kleine en middelgrote ondernemingen, op de GEM-beurs (Growth Enterprise Market) in Hongkong en op de New OTC-beurs, die zich vooral op opkomende mkb-bedrijven richt; om kapitaal op te halen kunnen ze ook obligaties uitgeven en leningen afsluiten bij niet-financiële instellingen. Ook zijn de regels voor de hoogte van buitenlandse investeringen in banken en bedrijven versoepeld en zijn de sectoren waar die zijn toegestaan uitgebreid met accountancy, boekhouding en architectuur, evenals met ratingbureaus. Daarmee wordt de kapitaalvlucht afgeremd en wordt aan de rest van de wereld getoond dat China zich echt wil openstellen.

    Daar moet wel bij worden gezegd dat Xi Jinping zijn veelvuldig gebruikte ‘globalisering’ steevast vergezeld liet gaan van het adjectief ‘economische’. Want voor universalisme is China nooit warmgelopen. Wat de internationale politiek betreft, houdt het land strikt vast aan de soevereiniteit en waardigheid van individuele staten en aan het principe dat nooit mag worden ingegrepen in binnenlandse aangelegenheden.

    China produceert goedkoop speelgoed voor de hele wereld. – © HH
    China produceert goedkoop speelgoed voor de hele wereld. – © HH

    Donald Trump wil zich ontdoen van het juk van de huidige wereldorde, maar ook Xi Jinping wil die niet ongemoeid laten. In Davos zei hij het te betreuren dat het mondiale governancesysteem nog altijd geen weerspiegeling is van de ingrijpende ontwikkelingen die het internationale economische krachtenveld de laatste decennia heeft doorgemaakt, en dus niet representatief genoeg is. De noodzaak om dit systeem te hervormen neemt met de dag toe, vervolgde hij: de internationale gemeenschap streeft ernaar dat landen met opkomende markten ook een stem krijgen en zich beter vertegenwoordigd zien.

    De Chinese president heeft bovendien willen tonen dat China zijn verantwoordelijkheid als grootmacht neemt door aan te kondigen dat zijn land 200 miljoen yuan [ca. 27 miljoen euro] extra zal bijdragen aan de hulp aan Syrische vluchtelingen en zal deelnemen aan VN-programma’s op dit terrein.

    Donald Trump predikt ‘America first’: koop Amerikaanse waar, neem Amerikanen in dienst. Xi Jinping spreekt van een ‘menselijke lotsgemeenschap’ en van ‘een wereld waarin het beter zal gaan naargelang het China beter gaat’ – ideeën waaruit een diametraal tegenovergesteld wereldbeeld spreekt. In de VS is een nieuwe, onvoorspelbare en huiveringwekkende president aangetreden; Europa dreigt uiteen te vallen door het opkomende populisme, dat het gevolg is van de enorme toestroom van vluchtelingen en de economische neergang. De oplossing die Xi Jinping aan de hele wereld voorstelt is een uitstekende gelegenheid om de Chinese ‘soft power’ te etaleren; toch zullen de Chinese leiders moeten begrijpen dat ze daarvoor niet alleen op hun economische en militaire macht kunnen steunen. Om het Chinese model en de Chinese oplossing aantrekkelijk te maken voor de planeet en vooral voor de wereldbevolking, zal het land eerst zijn eigen instituties moeten vernieuwen en zich toleranter en welwillender moeten opstellen tegenover de mensheid.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Ming Pao
    China | dagblad | oplage 338.000

    Ondanks een duidelijke affiniteit met de Chinese machthebbers, blijft Ming Pao trouw aan de gewoonte om in de commentaren af en toe zeer kritisch te zijn over Peking. Onderdeel van de grootste Chineestalige persgroep buiten China.

    CONTEXT – Mexico: Woedend gegrom

    De frontale aanvallen van Donald Trump op Mexico hebben al geleid 
tot het afzeggen van het bezoek van president Enrique Peña Nieto aan Washington, dat voor 31 januari op 
de agenda stond. Ze hebben ook 
snel geleid tot massale oproepen op 
de sociale media in Mexico om 
Amerikaanse producten te boycotten. Met hashtags als #AdiósStarbucks en #AdiósCocaCola, zo schrijft de krant Milenio, roepen de gebruikers van 
de sociale media op om ‘lokaal te 
consumeren’ en hebben het daarbij voorzien op de pareltjes van de 
Amerikaanse consumptiemaatschappij, die een sterke positie hebben op de Mexicaanse markt, ‘maar die voor het merendeel franchiseondernemingen in Mexicaanse handen zijn’, aldus de krant.

    De regering van Peña Nieto probeert – nog schuchter, zo merken de media op – van deze stemming te profiteren om de Mexicaanse economie te 
ondersteunen. Begin februari, zo schrijft de krant Excélsior, kondigde de regering een ‘modernisering’ aan van de vermelding Hecho en Mexico (‘Geproduceerd in Mexico’) om nationale producten onder de aandacht 
te brengen. Zij bekrachtigde tevens 
het oprichten van een orgaan dat de uitvoer van Mexicaanse producten moet bevorderen, met name door het verlagen van de douanetarieven.

  • 2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    Politici als Donald Trump, die tekeergaan tegen de macht van grote internationale bedrijven, lopen in veel opzichten achter. Multinationals waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour.

    Een van de vele dingen waar Donald Trump een hekel aan heeft zijn grote wereldconcerns. Hij verwijt ze een ‘bloedbad’ onder gewone Amerikanen aan te richten door banen en fabrieken naar het buitenland te verhuizen. Hij wil deze plunderende multinationals temmen. Lagere belastingen zullen hun geld naar Amerika laten terugvloeien, importheffingen zullen hun buitenlandse aanvoerketens belemmeren, en de handelsovereenkomsten waardoor ze zaken kunnen doen zullen herschreven worden. Om aan strafmaatregelen te ontkomen ‘hoeven jullie alleen maar hier te blijven’, zei hij tegen de Amerikaanse bazen.

    Trumps agressief protectionistische toon is ongebruikelijk. Maar hij loopt in veel opzichten achter. Multinationals, de aanjagers van globalisering, waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour. Hun financiële resultaten blijven achter, waardoor ze niet langer plaatselijke bedrijven uitkleden. Vele lijken niet meer in staat verder in hun kosten en belastingen te snijden en hun plaatselijke concurrenten te slim af te zijn. De impact op de wereldhandel zal groot zijn.

    Multinationals, die een groot deel van hun zaken buiten hun thuisbasis doen, bieden wereldwijd werk aan slechts een op de vijftig mensen. Maar ze zijn wel belangrijk. Een paar duizend bedrijven bepalen wat miljarden mensen bekijken, dragen en eten. Multinationals als IBM, McDonald’s, Ford, H&M, Infosys, Lenovo en Honda zijn het ijkpunt voor managers. Zij coördineren de aanvoerketens die verantwoordelijk zijn voor 50 procent van de wereldhandel. Zij nemen wereldwijd een derde van de waarde van de effectenbeurzen voor hun rekening en bezitten het leeuwendeel van het intellectuele eigendom – van lingerieontwerpen tot virtual-realitysoftware en medicijnen tegen diabetes.

    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images
    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images

    Hun grote bloei kwam begin jaren negentig, toen de markten van China en het voormalige Sovjetblok opengingen en Europa integreerde. De omvang en efficiency van multinationals viel in de smaak bij beleggers. Een Chinese fabriek kon gereedschap uit Duitsland gebruiken, belasting betalen in Luxemburg en verkopen aan Japan. Het was een gouden tijd.

    Belangrijk voor de opkomst van multinationals was hun aanspraak dat ze goudmijnen bij uitstek waren. Die aanspraak ligt inmiddels in duigen. De winsten van multinationals zijn de afgelopen vijf jaar met 25 procent gedaald. Hun investeringsresultaat is in twee decennia niet zo laag geweest. Deze neergang is deels te verklaren door de sterke dollar en een lage olieprijs. Technologische toppers en consumentenbedrijven met sterke merken doen nog steeds goede zaken. Maar de pijn is te wijdverbreid en langdurig om als een dipje te kunnen worden afgedaan. Liefst 40 procent van alle multinationals heeft minder dan 10 procent rentabiliteit van het eigen vermogen, een ongekend slechte prestatie. De meeste industrieën groeien langzamer en zijn minder winstgevend dan de plaatselijke bedrijven die in hun achtertuin zijn blijven hangen. Wereldwijd is de winst waarvoor multinationals verantwoordelijk zijn, gedaald van 35 procent tien jaar geleden tot 30 procent nu. Voor veel bedrijven op het gebied van de maakindustrie, financiële dienstverlening, grondstoffenvoorziening, media en telecommunicatie is de globalisering een last geworden in plaats van een lust.

    Dat komt doordat de winstgevendheid na dertig jaar onder druk staat. Bedrijven hebben hun belastingaanslagen tot het laagste punt teruggeschroefd; in China stijgt het loon van fabrieksarbeiders. Plaatselijke bedrijven zijn slimmer geworden; ze kunnen de innovaties van multinationals stelen, kopiëren of wegconcurreren zonder kostbare kantoren en fabrieken in het buitenland te hoeven bouwen. Van de Amerikaanse schalie-industrie tot de Braziliaanse banken, van de Chinese e-commerce tot de Indiase telecommunicatie, overal voeren plaatselijke bedrijven de boventoon, en niet de multinationals.

    Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen

    Het veranderende politieke landschap maakt het nog moeilijker voor de reuzen. Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen. China wil dat ze niet alleen hun aanvoerketens in het land vestigen, maar ook activiteiten waaraan meer hersenwerk te pas komt, zoals onderzoek en ontwikkeling. Van Duitsland tot Indonesië, overal worden de overname-, antitrust- en dataregels aangescherpt.

    De komst van Trump zal het bloederige herstructureringsproces alleen maar versnellen. Veel bedrijven zijn simpelweg te groot: ze zullen hun imperium moeten afslanken. Andere proberen zich dieper te wortelen in de markten waarop ze opereren. General Electric en Siemens ‘lokaliseren’ aanvoerketens, productie, banen en belastingen tot regionale of nationale eenheden. Een andere strategie is om ‘ongrijpbaar’ te worden. Toppers uit Silicon Valley, zoals Uber en Google, breiden zich nog steeds in het buitenland uit. Fastfood- en hotelketens stappen over van hamburgers bakken en bedden opmaken op het verkopen van merkrechten.

    Dat multinationals op hun retour zijn, zal politici het idee geven dat ze een grotere vinger in de pap krijgen. Maar niet elk land kan een groter deel van de productie, banen en belastingen van hetzelfde bedrijf in de wacht slepen. En een snelle aftakeling van de dominante vorm van zakendoen gedurende de afgelopen twintig jaar kan chaotische gevolgen hebben. Veel landen met een tekort op de handelsbalans (zoals het ‘globale’ Verenigd Koninkrijk) vertrouwen op de kapitaalstroom die multinationals binnenbrengen. Als de bedrijfswinsten dalen, zal de waarde van de effectenbeurzen vermoedelijk instorten.

    Hogere prijzen

    En de consumenten en stemmers? Die raken schermen aan, dragen kleren en slikken geneesmiddelen die worden geproduceerd door bedrijven die ze als immorele, afstandelijke uitbuiters beschouwen. De gouden tijd voor multinationals is ook een gouden tijd geweest voor consumentenkeuze en efficiency. Door hun neergang zal de wereld misschien eerlijker lijken. Maar de inkrimping van multinationals kan niet alle banen terugbrengen die mensen als Trump beloven. En het zal leiden tot hogere prijzen, minder concurrentie en vertragende innovatie. Mettertijd zouden miljoenen kleine bedrijven die zakendoen met het buitenland de grote bedrijven kunnen vervangen als overdragers van ideeën en kapitaal. Maar hun gewicht is gering. Misschien zullen de mensen, als ze terugkijken naar een tijd waarin multinationals de zakenwereld beheersten, betreuren dat die voorbij is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Alle stukken worden anoniem gepubliceerd.

    CONTEXT – VK: Op de terugtocht

    Hoe staan de grote multinationale ondernemingen ervoor in dit tijdperk van herlevend protectionisme, vraagt The Economist zich af. Die zijn ‘op de terugtocht’, concludeert het Britse weekblad in een uitgebreid dossier waarin wordt teruggekeken op het soms overdonderende succes van multinationals als McDonald’s of KFC in de decennia rond de eeuwwisseling en hun verval van de laatste jaren.

    CONTEXT – VS: 11.500 daling koopkracht

    Het gemiddelde Amerikaanse gezin zou de komende vijf jaar een verlies aan koopkracht van 11.500 dollar tegemoet moeten zien als Washington vasthoudt aan een importbelasting van 35 procent op producten uit Mexico en van 45 procent op import uit China en Japan, waarmee Donald Trump heeft gedreigd. Dat zou overeenkomen met het opleggen van een consumentenbelasting van 18 procent aan de 10 procent armste Amerikanen (en van slechts 3 procent aan de 10 procent rijkste), volgens een onderzoek van de National Foundation for American Policy, geciteerd door The Economist.