Tag: Democraten

  • De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    Op 6 november worden in de VS midterm-verkiezingen gehouden. De grote 
vraag is of de Democraten de Republikeinen hun meerderheid zullen ontnemen. In Texas, voedingsbodem van het rechtse tribalisme, woedt een titanenstrijd tussen de conservatief Ted Cruz en zijn opponent, voormalig punkrocker Beto O’Rourke, die bepalend zou kunnen zijn voor de toekomst van Amerika.

    Tijdens een zwoele nacht in Austin, tegen de achtergrond van de glinsterende wolkenkrabbers van het florerende centrum, zet Beto O’Rourke zijn vermetele 
plannen uiteen om Texas, en Amerika, een ander aanzien te geven. Voor hem staat een goeddeels jonge menigte, opeengepakt in een park, zinderend van nauwelijks verholen vreugde. Zelfs in de liberale bubbel van Austin hebben ze niet eerder zoiets meegemaakt: een Democraat die een serieuze kans maakt te worden gekozen als senator en daarmee Ted Cruz van zijn troon zou stoten – de Tea Party-fanaticus 
die zelfs door mede-Republikeinen de duivel in eigen persoon wordt genoemd. ‘We nemen het niet op tegen een politieke partij of een bepaald idee’, houdt O’Rourke zijn aanhang voor. 
Hij steekt als een vurige revolutionair een vuist in de lucht, terwijl hij 
ondertussen met de charmes van 
een podiumdier probeert het publiek voor zich te winnen.

    De boodschap is boven alles positief. 
De 45-jarige O’Rourke heeft Obama’s slogan uit 2008, ‘Hope and Change’ [Hoop en verandering] aangepast aan deze donkere tijden: ‘Hope over Fear’ [Geen angst maar hoop]. ‘We gaan de strijd aan voor elkaar en voor dit land dat me zo dierbaar is’, zegt hij, waarna oorverdovend gejoel klinkt.

    Vermetel is nog niet eens het juiste woord voor O’Rourkes campagne. ‘Explosief’ komt dichter in de buurt. Het is op zich al een wonder dat een voormalig punkrocker die zich heeft ontpopt tot politicus, en die een jaar geleden nauwelijks enige bekendheid genoot buiten El Paso, de grensplaats die hij binnen het Congres vertegenwoordigt, zich in Texas in de strijd werpt. Het is 25 jaar geleden dat de staat voor het laatst een Democratische senator had. Sinds 1998 heeft Texas alle federale posities laten 
bekleden door Republikeinen. Maar de laatste peilingen geven aan dat het een zeer spannende strijd zal worden. 
Het gerespecteerde Cook Political Report zei tot verbijstering van velen dat de verkiezingen een dubbeltje op zijn kant gaan worden. In de peiling van Real Clear Politics ligt Cruz met vier punten voor, maar ook daar wordt gesproken van een dubbeltje op zijn kant.

    Beto-effect

    De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer de meerderheid krijgen in de Senaat, met alle gevolgen van dien voor het programma van Donald Trump – en wellicht zou het zelfs tot een impeachment kunnen leiden. Maar de weerslag zou nog veel groter zijn. Texas heeft het op een na hoogste inwoneraantal van de Verenigde Staten. Gezien de prognose dat het aantal inwoners van Texas in 2050 
zal zijn verdubbeld tot meer dan vijftig miljoen – even veel als Californië en New York bij elkaar – zal de nu al aanzienlijke invloed op de Amerikaanse cultuur en politiek dan helemaal immens zijn. Volgens Pulitzerprijswinnaar Lawrence Wright zal het geringste teken dat Texas een wezenlijke rol gaat spelen, een ware aardverschuiving in gang zetten. ‘Als dat eenmaal gebeurt, verandert de hele politieke situatie in het land. De Republikeinse presidentiële strategie komt dan zwaar onder vuur te liggen; zonder Texas kunnen ze het Witte Huis wel op hun buik schrijven.’

    Wrights boek God Save Texas kwam eerder dit jaar uit, toen er nog geen sprake was van het zogeheten Beto-effect. Het heeft haast iets griezeligs. Wright uitgangspunt – dat de sleutel van de toekomst van Amerika in handen ligt van Texas, dat niet alleen een belangrijke voedingsbodem is van het rechtse tribalisme dat Washington in de greep heeft, maar ook een mogelijke oplossing zou kunnen zijn – is precies waar het om draait in deze 
titanenstrijd om de zetel in de Senaat.

    ‘Cruz en O’Rourke vertegenwoordigen verschillende visies op de toekomst van Texas, en van Amerika’, zegt Wright. ‘Cruz heeft een kille visie, waarin mensen worden buitengesloten, en 
die niet in de pas loopt met de centralistischere politieke opvattingen die eigenlijk kenmerkend zijn voor Texas.’ Zelfs in zeer conservatieve gebieden, zoals de voorsteden van Dallas, duiken bordjes met ‘Beto for Texas’ op. Verrassend, gezien O’Rourkes achtergrond als bassist in een punkband en zijn onomwonden liberale opvattingen over kwesties als algemeen toegankelijke gezondheidszorg, wapenwetgeving, de hervorming van de immigratiewetten en het legaliseren van marihuana.
    Jongeren zeggen dat ze zich aangetrokken voelen tot de nieuwe manier van politiek die Beto hanteert (iedereen gebruikt zijn voornaam, die je uitspreekt als ‘Betto’). Men vindt het prettig dat hij wars is van focusgroepen en strategen, dat hij zegt wat hij denkt en dat hij weigert geld aan te nemen van grote bedrijven. De ‘Beto for Texas’-campagne is gedrukt in zwart-wit en niet in het blauw van de Democraten, om aan te geven dat men grenzen wil slechten.

    Sinds de tussentijdse verkiezingen van 2014 zijn er zo’n 1,6 miljoen extra kiezers geregistreerd, en die toename kan van cruciaal belang zijn voor O’Rourke. Een van zijn stokpaardjes is dat Texas een conservatieve noch een liberale staat is. Het is vooral een staat waar men niet naar de stembus gaat. In 2016 wist Trump Texas binnen te halen 
met negen punten voorsprong, maar zowel hij als Hillary Clinton werd 
afgestraft door het leger aan Texanen dat thuisbleef. Slechts 43 procent van de geregistreerde keizers nam de moeite te gaan stemmen – een van 
de laagste opkomstcijfers van het hele land – en het aantal jonge mensen 
dat ging stemmen was nog veel lager. Als O’Rourke niet alleen die poel van jongeren aan zich weet te binden, maar ook nog eens de mensen met een laag inkomen en de hispanics, die meer sympathie hebben voor de Democraten maar zelden naar de stembus gaan, dan lijkt de hersenschim van een paar maanden geleden ineens realiteit te kunnen worden.

    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH
    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH

    En dan zijn er ook nog vrouwen als 
Jennifer Harris (45). Zij is de trotse 
eigenaresse van een bumpersticker met de tekst: ‘Republicans for Beto’. Harris stemt al twintig jaar op de Republikeinen, maar nu gaat ze op O’Rourke stemmen. ‘Gematigde vrouwen zoals ik, die hebben gestudeerd, zijn het beu, al dat tribalisme en de negatief geladen politiek die Ted Cruz vertegenwoordigt.’ Harris heeft al langer problemen met haar gezondheid, en ze heeft er geen vertrouwen 
in dat onder de Republikeinen haar ziektekostenverzekering overeind zal blijven. Onder invloed van de Tea 
Party heeft Texas het grootste aantal onverzekerden van heel Amerika – zo’n 4,3 miljoen mensen, onder wie 623.000 kinderen.

    Harris heeft ook een zoontje van tien, en tot haar verbijstering heeft ze geconstateerd dat de Tea Party-Republikeinen met hun belastingverlagingen de investeringen in onderwijs 
op openbare scholen hebben terug-geschroefd tot zo’n 9000 dollar per kind per jaar. Dat is een kwart minder dan het landelijk gemiddelde, in een staat waar 10 procent van de Amerikaanse kinderen woont. De druppel voor Harris was het feit dat Ted Cruz de kandidatuur van Brett Kavanaugh voor het hooggerechtshof steunde, ondanks aantijgingen van seksueel wangedrag. ‘Republikeinse vrouwen zijn kwaad’, zegt Harris. ‘Wij zouden weleens de doorslag kunnen gaan geven bij deze verkiezingen.’

    De laatste keer dat in Texas de balans doorsloeg naar de andere kant, is 
dertig jaar geleden. De staat was vele decennia in handen geweest van de Democraten, maar in de jaren tachtig en negentig kwam er een ommekeer en werd het een Republikeins bolwerk. Toen Cruz in 2012 meeliftte op de Tea Party-golf en zo in de Senaat belandde, had hij enkel een interne strijd hoeven leveren – tussen rechts en ultrarechts – om uit te maken wie de Republikeinse kandidaat zou worden. Al met al won hij dat jaar de voorverkiezingen met 631.000 stemmen – in een staat met 27 miljoen inwoners.

    Positieve politiek

    Cruz, die maar twee jaar ouder is dan O’Rourke, maar overkomt alsof hij tot een veel stoffiger generatie behoort, volgt de traditionele campagneaanpak: veel geld steken in negatief getinte spotjes die de integriteit van zijn tegenstander in twijfel moeten trekken. Vorige maand waarschuwde hij nog dat zijn tegenstander van plan zou 
zijn in heel Texas het barbecueën te verbieden. Onlangs moest O’Rourke zijn excuses aanbieden voor een recensie van een Broadwayshow die hij in 1991 had geschreven, toen hij negentien was, en die iemand ergens had weten op te duiken. In die recensie schreef hij dat de actrices weinig andere kwaliteiten hadden dan 
‘gigantische borsten en strakke billen’.

    Maar over het algemeen genomen pakt het goed uit, O’Rourkes weigering om af te wijken van zijn positieve politiek. Uit het feit dat Cruz hulptroepen heeft ingeschakeld in de vorm van zijn aartsvijand Trump, blijkt wel dat hij ten einde raad is.

    Ondanks alle tekenen dat Cruz ’m knijpt, is het nog te vroeg om hem in politiek opzicht af te schrijven. Als we kijken naar het stemgedrag in Texas, wijst alles erop dat de Republikein de meeste kans maken om te winnen. Voor Texas was 2004 een historisch jaar: de minderheidsgroepen – latino’s, zwarten en Aziaten – overtroffen de witte meerderheid. Sindsdien is de latino-populatie alleen nog maar gegroeid, tot momenteel 40 procent van de Texaanse bevolking. Het aandeel witte, niet-hispanic Texanen, ook wel Anglos genoemd, is teruggedrongen tot 42 procent. De fundamentele geografische verschuiving betekent dat rechtse Republikeinen – overwegend witte mannen – steeds minder een afspiegeling vormen van de Texaanse bevolking. Op electoraal vlak sijpelen deze verhoudingen maar heel 
langzaam door. Het merendeel van 
de mensen die naar de stembus gaan, zijn nog altijd witte Texanen.

    Een paar uur ten zuiden van Austin ligt Gonzales, een plaatsje met zevenduizend inwoners, in een gebied van veehouders. Gonzales schreef geschiedenis als het stadje waar in 1835 het eerste schot van de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd gelost, nadat kolonisten hadden geweigerd Mexico een geleend kanon terug te geven.

    ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien’

    Terwijl de kolonisten van Gonzales de strijd aanbonden met het Mexicaanse leger, hielden ze een zelfgemaakt spandoek in de lucht waarop het kanon was getekend, met als tekst: ‘Come and take it’ [Kom hem maar halen]. Die kreet is door de Tea Party overgenomen als symbool voor de onverschrokkenheid van de Texanen en hun liefde 
voor wapens. Ted Cruz droeg een Come and take it-speldje op zijn revers, toen hij de Senaat toesprak. Op het plein van Gonzales wappert nu een grote Come and take it-vlag.

    Een eindje uit het centrum van het stadje zitten vier cowboys in restaurant Cow Palace, moe van een lange ochtend in het zadel. WR Low (75) kauwt op zijn gefrituurde steak, die is overgoten met witte saus, en legt uit waarom er helemaal geen sprake is 
van een spannende strijd. ‘Het is een gelopen race. Niemand gaat op die vent stemmen’, zegt hij, doelend op O’Rourke. ‘Omdat het een mafketel is. Zijn programma slaat nergens op. Hij 
is tegen de politie en tegen het leger. Hij wil dat iedereen de grens oversteekt en hier zijn hand ophoudt.’

    Als ‘die vent’ wordt gekozen, denkt Low, dan komt de hele manier van leven van de cowboys in het gedrang. ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien.’

    Gary Henderson (64) kijkt vanaf zijn ranch naar zijn koeien die in de beschutting van mesquitebomen 
en eiken staan. Volgens hem is het 
probleem met de Democraten dat ze denken dat het geld aan de bomen groeit. ‘Er moet ergens een grens zijn – zij geven belastingvoordelen aan 
miljonairs.’ Maar Trump heeft toch net een belastingvoordeel van 30 miljard dollar gegeven aan mensen die meer dan een miljoen per jaar verdienen? Dat is wel zo, maar dat was niet politiek gemotiveerd, zegt Henderson. 
Persoonlijk heeft hij nauwelijks baat gehad bij de belastingvoordelen van Trump. ‘Maar mijn belasting is in ieder geval niet omhooggegaan.’

    Toekomst

    Gonzales bestaat voor 40 procent uit hispanics, al zou je dat niet zeggen. 
De latino-gemeenschap is min of meer onzichtbaar, aangezien de meesten van hen een baan hebben in de vleesverwerkende industrie net buiten de stad, en degenen die wel in de stad wonen zich gedeisd houden.

    Sebastian Esquivel (21) is een van de koks van Milupita Taco House, een familiebedrijf . Hij heeft nog nooit 
van zijn leven gestemd en volgens hem heeft niet een van zijn ongeveer 
twintig familieleden in Gonzales – stuk voor stuk Amerikaanse staatsburgers – ooit de gang naar de stembus gemaakt. De namen Beto O’Rourke en Ted Cruz zeggen hem niets, en hij heeft ook geen idee bij welke partij ze horen. ‘Om heel eerlijk te zijn kan het me niets schelen’, zegt hij.

    Wat kan hem dan wel schelen? ‘Mijn familie, mijn eigen leven. Brood op de plank, geld om de rekeningen te betalen.’

    Dit is de uitdaging waar Beto O’Rourke zich voor geplaatst ziet. Hele gemeenschappen van gemarginaliseerde stemgerechtigden die buiten het 
politieke proces zijn geplaatst – stelselmatig, jaren en jaren. Er is meer voor nodig is dan één superster-kandidaat tijdens één verkiezingsronde om hen bij de politiek te betrekken. De toekomst van Texas, van Amerika, ligt in hun handen. Alleen weten zij dat zelf nog niet.

    Auteur: Ed Pilkington Pilkington

  • Niet te veel praatjes krijgen, Democraten

    Niet te veel praatjes krijgen, Democraten

    Bij recente tussentijdse verkiezingen in diverse Amerikaanse staten, waaronder Virginia, herstelden de Democraten zich van de pijnlijke nederlaag tegen Trump. Toch is er geen reden tot juichen, waarschuwt The Baltimore Sun. Het ontbreekt de versplinterde partij nog steeds aan een gezamenlijk programma.

    Maandenlang werd de race om het gouverneurschap in Virginia gezien als een graadmeter van het Democratische vermogen om zich te herstellen, nadat de partij in de strijd om het presidentschap in 2016 zo verbijsterend verloren had van Donald Trump. De verkiezingsresultaten op dinsdag 7 november waren zo goed als de Democraten maar hadden kunnen hopen. De polls hadden een nek-aan-nekrace voorspeld, maar de Democratische kandidaat, Ralph Northam, versloeg de Republikein Ed Gillespie ruim, met negen punten, en de Democraten haalden veertien zetels binnen in het Huis van Afgevaardigden van de staat. De Democraten domineerden niet alleen in Virginia. Ze wonnen het gouverneurschap van New Jersey, zetels in de wetgevende macht in Georgia en een Senaatszetel in de staat Washington die hun de totale controle geeft over de gouverneursposten en de wetgevende instellingen langs de westkust. Kiezers in Maine besloten in grote meerderheid Medicaid uit te breiden in het kader van de Affordable Care Act, en een vooraanstaande sociaal-conservatief in het Huis van Afgevaardigden in Virginia verloor van een politieke nieuwkomer die toevallig een transgendervrouw is. Exitpolls en opkomstcijfers wezen op een anti-Trump-golf, waardoor de traditionele zwakte van de Democraten tijdens verkiezingen die niet om het presidentschap gaan, meer dan teniet werd gedaan. Analisten suggereren nu dat de partij, na de tussentijdse verkiezingen die volgend jaar plaatsvinden, een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden zou kunnen hebben.

    De Democraat Ralph Northam versloeg zijn Republikeinse tegenstander Ed Gillespie met negen punten. – © Win McNamee / Getty
    De Democraat Ralph Northam versloeg zijn Republikeinse tegenstander Ed Gillespie met negen punten. – © Win McNamee / Getty

    We kunnen alleen maar zeggen: niet 
te veel praatjes krijgen, Democraten. De vele overwinningen van de partij kunnen de scheuren die ze in 2016 heeft opgelopen niet dichten. Democraten konden eigenlijk nergens eensgezind achter staan; het enige wat hen bond, was antipathie jegens president Trump. Vóór de verkiezingen was de publicatie van de openhartige memoires van de gewezen interim-partijvoorzitter Donna Brazile voor de Democraten hét politieke verhaal van de week. Daarin wordt gedetailleerd verteld over de combinatie van mismanagement, gemiste kansen en overmoed, waardoor de kandidatuur van Clinton vorig jaar tot mislukken gedoemd was. Brazile beschuldigt de Clinton-campagne ervan het nominatieproces te hebben gekaapt en de partijleiding te hebben gedwongen tot een fondsenwervingsstrategie die het mogelijk maakte te sjoemelen met de voorverkiezingen, ten koste van de linkse senator Bernie Sanders van Vermont. Brazile zei erbij dat de Clinton-campagne niets illegaals heeft gedaan. Maar er werd wel een wig gedreven tussen de coalitie van hervormers uit de middenklasse, arbeidsactivisten, minderheden en door de Obama-campagnes verenigde jonge mensen, die groot genoeg was om Trump een beslissende overwinning in het kiescollege te bezorgen, ondanks het feit dat hij op de verkiezingsdag minder stemmen kreeg dan Clinton.

    Op 7 november boekten de Democraten veel overwinningen, omdat de kiezers zo graag een anti-Trump-boodschap wilden afgeven. Maar bij de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar zal dat veel moeilijker worden

    Op 7 november boekten de Democraten veel overwinningen, omdat de kiezers zo graag een anti-Trump-boodschap wilden afgeven. Maar bij de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar zal dat veel moeilijker worden. De Democraten moeten drie zetels veroveren om een meerderheid in de Senaat te verkrijgen, maar ze verdedigen 25 van de 33 zetels die volgend jaar opnieuw gekozen moeten worden, en ze moeten die allemaal winnen in staten waar het naar verwachting een nek-aan-nekrace gaat worden. De Democraten dienen 24 zetels te veroveren om het Huis van Afgevaardigden te domineren, en ondanks polls die een Democratische voorsprong van dubbele cijfers aantonen zal dat nog een zware taak worden, gezien alle gekonkel over de verdeling van de kiesdistricten.

    Opvallende verschuivingen in tussentijdse verkiezingen doen zich met enige regelmaat voor, maar het is veel moeilijker om zonder een duidelijke agenda te winnen. De Democraten, die nog steeds ruziën over de Hillary vs. Bernie-strijd in de voorverkiezingen, hebben geen andere agenda dan oppositie voeren tegen alles wat Trump doet of zegt.

    Toegegeven, de Republikeinen zijn net zo verdeeld als de Democraten, zo niet erger, en de uitdagingen waarvoor zij zich gesteld zien waren op de dinsdag van de verkiezingen duidelijk zichtbaar. In Virginia begon Gillespie, gewezen voorzitter van het Republikeins Nationaal Comité en adviseur van president George W. Bush, aan de race om het gouverneurschap met een onberispelijke staat van dienst en nauwe banden met belangrijke partijdonoren. Maar omdat er tijdens de voorverkiezingen ter rechterzijde aan hem werd getwijfeld en polls aantoonden dat hij achterlag op Northam, begon Gillespie de oorlogszuchtige en tweedracht zaaiende campagneretoriek over misdaad, immigratie en andere controversiële kwesties van Trump over te nemen, al hield hij enigszins afstand van de president zelf. Dat deed hem de das om.

    Nu we 2018 naderen, wordt het duidelijk dat noch het etnische nationalisme van de Republikeinen noch de identiteitspolitiek van de Democraten de verdeeldheid in de Amerikaanse maatschappij kan overbruggen, of antwoord kan geven op de problemen die ons in de eenentwintigste eeuw te wachten staan. Die kwestie werd die dinsdag voor de Democraten verdoezeld door een anti-Trump-spirit, maar dat gaat moeilijker worden in 2018, en in 2020 is het misschien zelfs onmogelijk. We hebben gezien wat er de vorige keer gebeurde toen Trump het opnam tegen een versplinterde Democratische Partij. Ondanks de kritiek van machtige figuren zoals ex-president George W. Bush en de senatoren Bob Corker, Jeff Flake en John McCain, blijft Trumps basis hem onverminderd steunen. De Democraten hebben een programma nodig en kandidaten die eenzelfde doel nastreven. De verkiezingen van dinsdag hebben aangetoond dat de Democraten na de verkiezing van Trump terug kúnnen komen, maar niet dat het onvermijdelijk is.

    The Baltimore Sun
    VS | dagblad | oplage 270.000

    Aan de misdaadverhalen van David Simon voor deze krant uit 1938 hebben wij The Wire 
te danken.

  • Een weekend met Bernie

    Een weekend met Bernie

    De democraat Bernie Sanders, die Hillary Clinton in de peilingen begint te naderen, is na Donald Trump de meestbesproken Amerikaanse presidentskandidaat van dit moment. En de meest onwaarschijnlijke. De wat norsige senator uit Vermont is een openlijk socialist, die het hele politieke systeem op zijn kop wil zetten.

    De allereerste vraag op de allereerste campagne
bijeenkomst van Bernie Sanders in Iowa komt van een jonge knul met een baard en een superheldenshirt. Hij wil weten wat Sanders’ plannen zijn voor de regelgeving rond onlinepoker.

    ‘Om heel eerlijk te zijn: dat is niet iets waarover ik 
al veel heb nagedacht,’ zegt de 73-jarige senator van Vermont ronduit. Hij zwijgt even en mompelt dan: ‘Een van mijn kinderen pokert best veel, geloof ik. Als de vraag is: mogen bedrijven pokerspelers een poot uitdraaien, dan is het antwoord nee. Ziet u, mensen, dat is iets wat je als senator leert: iedereen snijdt wel een probleem aan.’ 


    Sanders heeft opvallend wit haar en zijn bruuske manier van praten en zijn zware Brooklyn-accent doen denken aan de komiek Larry David. Of om 
precies te zijn: aan Larry Davids imitatie van de 
barse honkbalclubvoorzitter Steinbrenner in Seinfeld. ‘Er is al meer geschreven over mijn haar dan over mijn plannen voor de infrastructuur of het hoger onderwijs, dat is zeker,’ klaagt Sanders later tegen me. Deze donderdagavond in mei houdt hij een 
toespraak op St. Ambrose University, een kleine katholieke universiteit in Davenport. De Republikein Rick Santorum is toevallig ook in de stad voor de lancering van zijn eigen campagne. Volgens de 
regionale krant The Des Moines Register werd Santorums bijeenkomst bijgewoond door tachtig mensen. Sanders trekt er circa zevenhonderd, meer dan alle andere kandidaten in Iowa dit seizoen.

    Socialist

    Het is bij de Democraten onderhand bijna een ritueel: de plotse opkomst in de eerste voorverkiezingen van een kandidaat die linkser is dan de grote favoriet. Bill Bradley in 2000, Howard Dean (net als Sanders uit Vermont) in 2004 en Barack Obama in 2008. Maar Sanders is nog linkser dan die vorige outsiders. Zijn tegenstander in de voorverkiezingen, Hillary Clinton, kan Amerika’s eerste vrouwelijke president worden. Sanders zou de eerste openlijk socialistische president zijn. Als je vraagt wat dat in de praktijk zou betekenen, wijst hij naar Europa, met name naar Scandinavië: ruimhartige sociale voorzieningen 
die iedereen een bestaansminimum garanderen, georganiseerd door een robuuste, activistische 
regering, die dat financiert met hogere belastingen voor rijken en bedrijven en bezuinigingen op zaken zoals de onnodige, 2 biljoen dollar verslindende oorlog in Irak.

    Sanders is ervan overtuigd dat er veel steun bestaat voor zulke ideeën, niet alleen in de linkse marge maar in de hele arbeidersklasse, zelfs in overwegend Republikeinse staten. Toch zijn progressieve bewegingen door het establishment de afgelopen jaren naar de marge gedrongen (Howard Dean, de Occupy-beweging) of, zoals met de steun voor Obama’s plannen, een loze belofte gebleken. Maar door te blijven hameren op economisch populisme denkt Sanders een kans te maken, al is het een kleine.

    ‘Als je de sociale vraagstukken zoals abortus, homorechten en wapenbezit links laat liggen en je concentreert op de economische kwesties,’ zegt hij, ‘dan is er veel meer consensus dan de commentatoren inzien.’ In Davenport weet Sanders de aandacht van zijn publiek inderdaad bijna twee uur vast te houden met een fel, onvermoeibaar en af en toe zeer gedetailleerd verhaal over zijn politieke agenda. Dat is een soort nieuwe New Deal à la Oslo of Helsinki: een federaal banenprogramma (in vijf jaar tijd 1 biljoen dollar investeren in infrastructuur om daarmee 13 miljoen banen te creëren en onze luchthavens, bruggen, wegen en spoorlijnen op te knappen); een federaal minimumloon van 15 dollar per uur; het opknippen van grote banken die too big to fail zijn geworden; een grondwetswijziging om paal en perk te stellen aan de sponsoring van verkiezingscampagnes door het bedrijfsleven; afschaffing van het collegegeld voor alle openbare universiteiten; rijken meer belasting laten betalen en mazen in de wet dichten waardoor bedrijven belasting ontwijken; een belasting op CO2-uitstoot om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen en gebruik van alternatieve energie-bronnen te stimuleren; gratis kinderopvang voor iedereen; een ziekenfonds voor iedereen; betaald ziekteverlof en minstens twee weken betaald verlof voor alle werkenden. Er is nog meer, maar dit zijn de hoofdpunten van zijn betoog.

    Sanders in gesprek met een journalist op zijn campagnehoofdkantoor in Iowa. – © Scott Olson / Getty Images
    Sanders in gesprek met een journalist op zijn campagnehoofdkantoor in Iowa. – © Scott Olson / Getty Images

    Als spreker is Sanders een stuk ongepolijster dan senator Elizabeth Warren, met wie hij het meest wordt vergeleken. Maar hij slaagt er heel goed in om van het begrip ‘inkomensongelijkheid’ (wat door al 
te frequent gebruik al net zo’n loze kreet dreigt te worden als ‘hoop en verandering’) niet alleen een heel schrijnend beeld te schetsen, maar er ook een prangende ethische kwestie van te maken. Hoe heeft het rijkste land in de geschiedenis het zover laten komen dat de rijkste 0,1 procent van de bevolking evenveel bezit als de armste 90 procent? Hoe bestaat het dat het inmiddels niet alleen mogelijk, maar zelfs volkomen vanzelfsprekend is dat één enkele familie (de gebroeders Koch, via een door hen aangestuurd politiek donornetwerk) meer geld aan de komende verkiezingen zal besteden dan de Democratische of de Republikeinse partij zelf? En nog 
fundamenteler: moet het kapitalisme echt alleen maar blijven streven naar groei ten koste van alles?

    Het klinkt allemaal niet als materiaal voor filmpjes die viral zullen gaan op internet, maar toch weet Sanders met zijn drammerige antistijl een publiek in zijn ban te houden. Soms maakt hij een gebaar alsof hij tussen duim en wijsvinger iets heel kleins en onzichtbaars te pakken heeft dat zijn pleidooi onderstreept. Als hij naar een vragensteller luistert, tuit hij zijn lippen en steekt zijn kin naar voren, zijn gezicht staat dan ernstig en loopt soms rood aan. Waar alle andere kandidaten Amerika om het hardst ophemelen, zegt Sanders ijskoud: ‘Op dit vlak zijn we in Amerika zo ontzettend dom bezig, het is onvoorstelbaar. Nou ja, we zijn op een helebóél vlakken dom bezig…’ In Davenport zegt hij later: ‘Weet je wat ik mijn Republikeinse collega’s zou willen zeggen?’ Dan zwijgt hij, en bij Sanders is zo’n stilte meteen geladen: heel even verwachten we dat hij nu schuttingtaal gaat uitslaan. Dat beseft hij maar al te goed, dus hij rekt die stilte nog even en buldert dan: ‘Ik ben het niet met u eens.’ Maar omdat die gedachte aan schuttingtaal nog in de lucht hangt, klinkt zijn gespeelde beleefdheid meer als: ‘Go fuck yourselves!’ Het publiek gaat uit zijn dak.

    Het is bij de Democraten onderhand een ritueel: de plotse opkomst van een kandidaat die linkser is dan de favoriet

    Als je Sanders lang genoeg hoort spreken, merk je dat een handjevol uitdrukkingen steeds terugkeren en de aandachtige luisteraar waarschuwen dat er weer een harde waarheid aankomt: ‘in mijn ogen’, ‘kun je je dat voorstellen?’, ‘laat ik daar heel eerlijk over zijn’, ‘geloof het of niet’, ‘laat ik heel duidelijk zijn’, ‘en hoe komt dat nou?’ Het is opzwepend, die gefundeerde minachting van Sanders en het feit dat hij die niet verbloemt. ‘Mijn vrouw zegt altijd dat ik iedereen de put in praat.’ Dat is een grapje, maar niet helemaal. Zijn norsheid maakt hem op een bepaalde manier authentiek.

    Er is al vaker opgemerkt dat hij verrassend populair is op de sociale media, en dat zijn grootvaderlijke gemopper op de stand van zaken lijkt aan te slaan bij twintigers, een moeilijk bereikbare groep kiezers. Juist omdat Sanders het tegendeel is van een BuzzFeed-kop, is hij misschien wel de ideale BuzzFeed-kop. Het is bijna onwerkelijk, die schurende, agressieve toon en openlijke minachting voor de conventies van het moderne campagne voeren. 
En het onderstreept nog eens hoe inhoudsloos en gekunsteld de optredens van de andere kandidaten zijn, hoe afgezaagd hun voorgekauwde teksten.

    Sanders waakt ervoor om een rooskleurig portret van zichzelf te schilderen als grote redder die de boel wel even zal veranderen. Hij praat überhaupt niet veel over zichzelf. Als je het soort kandidaat bent voor wie presidentiële politiek vooral theater is, wil je een verhaal ophangen waarin jij de hoofdpersoon bent. Een massapubliek bereik je met verhalen van strijd en overwinning en een held of heldin die enerzijds zo gewoon is als je eigen broer of zus en anderzijds zo uitzonderlijk als, nou ja… als Amerika zelf, landgenoten!

    Toespraak tijdens de Scott County Democrats Picnic in the Park in Eldridge, Iowa. – © Al Drago / Getty Images
    Toespraak tijdens de Scott County Democrats Picnic in the Park in Eldridge, Iowa. – © Al Drago / Getty Images

    Op de vijf verkiezingsbijeenkomsten in Iowa en New Hampshire die ik bijwoon, doet Sanders dat allemaal niet. In Davenport zegt hij: ‘Laat ik even wat over mezelf vertellen, vrienden.’ En dan volgen er welgeteld drie zinnen, waarin hij vertelt dat hij eerst burgemeester en lid van het Huis van Afgevaardigden is geweest voordat hij senator werd. Dat zijn vader een immigrant was die de kost verdiende met het verkopen van verf. En dat hij in zijn jeugd heeft ‘geleerd wat geld, of geldgebrek, voor een gezin kan betekenen, als je ruzie krijgt over elk dubbeltje dat wordt uitgegeven.’ (En om zelf thuis geen ruzie te krijgen wijst hij ook zijn vrouw Jane in de zaal aan en vertelt dat ze net 27 jaar getrouwd zijn.) 


    Halverwege twee interviews, als we het al hebben gehad over het banenverlies in de Amerikaanse industrie, de funeste invloed van internationale 
handelsovereenkomsten en de invloed van het bedrijfsleven op de Democratische partij, komen we te praten over zijn eerste politieke ambt, als burgemeester van Burlington. Ik vraag hoe hij, als geboren Brooklyner, in Vermont is beland. ‘Dus dit wordt weer zo’n verhaal dat vooral over mijn persoon gaat, in plaats van over wat ik wil bereiken?’ zegt hij geërgerd. 


    Toen Sanders in april officieel aankondigde dat hij het tegen Clinton wilde opnemen, werd hij meteen weggezet als een marginale figuur. De Columbia Journalism Review houdt dat precies bij: ABC Evening News besteedde achttien seconden aan zijn aankondiging (waarvan vijf voor een welkomsttweet van Clinton), CBS Evening News één zinnetje en The New York Times een stukje van zevenhonderd woorden op pagina 21.

    Vergelijk dat eens met de bekendmaking van de 
kandidatuur van senator Ted Cruz. Blijkbaar is die minder ‘marginaal’ dan Sanders, al heeft hij openlijk begrip getoond voor complotdenkers die zeker weten dat Obama legeroefeningen in Texas laat houden omdat hij er de noodtoestand wil afkondigen. Cruz’ kandidatuur haalde de voorpagina van The New York Times, met een prominent artikel dat tweemaal zo lang was als dat over Sanders. Maar toen Sanders in Iowa veel publiek bleek te trekken, steeg de aandacht exponentieel. Niet omdat de media ineens dachten dat hij een serieuze kans maakt tegen Clinton, maar omdat ze verslaafd zijn aan het wedstrijdelement waar Sanders juist zo’n hekel aan heeft.

    Winstkansen

    Toch zegt Sanders dat hij zich niet alleen kandidaat heeft gesteld om een daad te stellen of om als een soort Democratische Tea Party Clinton verder naar links te trekken. ‘Ik had geen zin in een campagne die alleen bedoeld is om aandacht voor onze standpunten te krijgen, weet je, en hij ook niet,’ zegt zijn vrouw Jane op een tuinfeest in West Branch, bij Iowa City. ‘Ik lag dwars, ik gaf steeds allerlei redenen waarom hij het vooral níét moest doen. Ik voerde 
elk argument aan dat ik kon bedenken, inclusief de vraag: Kunnen we winnen? Ja, we willen de inhoud van het debat beïnvloeden. Maar dat doe je omdat je mensen wilt mobiliseren. En als ze de echte feiten horen, zullen ze anders stemmen.’

    Ze wijst op Sanders’ tegenstander in de Senaatsverkiezingen van 2006: Richard Tarrant, een van de rijkste mensen in Vermont, die 7 miljoen dollar in zijn campagne stak en toch met een marge van 33 procentpunt verloor. ‘Als je alleen met veel geld een serieuze kandidaat kunt zijn,’ zegt ze, ‘dan had hij zelfs nooit burgemeester kunnen worden.’ 


    Als Sanders een week na Davenport de vergaderkamer van zijn kantoor in Washington binnenstormt, is hij gejaagder en feller dan anders. Hij moet het vliegtuig naar Burlington halen, maar eerst moet hij nog tegen een defensiebegroting stemmen. In hoog tempo lopend én pratend, als een personage in een politieke dramaserie, begeeft hij zich naar de ondergrondse monorail tussen de Senaatskantoren en het Capitool. ‘Succes, senator,’ roept een jonge liftbediende hem na. In het Capitool stapt hij uit het treintje, een soort minimetro, beent naar de Senaatskamer, laat daar zijn stem registreren en staat in een mum van tijd al weer buiten. ‘Dat is democratie,’ zegt hij droog, en hij loopt naar een deur waar alleen senatoren door mogen. ‘Ik heb assistenten bij me,’ wuift hij de beveiliger weg, die wat beduusd kijkt maar ons niet tegenhoudt.

    Buiten staat een auto te wachten. Sanders is bang om zijn vlucht te missen en kijkt onder het praten voortdurend op zijn horloge, onderbreekt het gesprek zelfs af en toe om de chauffeur aanwijzingen te geven. De vraag of hij kans maakt om president te worden is in veel opzichten totaal niet interessant. Hoeveel kans maakt hij nou tegen een buitengewoon slimme en gedreven tegenstander met 100 procent naamsbekendheid, met meer ervaring in het Witte Huis dan enige andere kandidaat in de geschiedenis en een obscene hoeveelheid geld (Clintons campagneteam belooft 2 miljard dollar bijeen te brengen) – plus natuurlijk de stimulans dat zij kiezers de kans biedt om wéér geschiedenis te schrijven, door de allereerste vrouwelijke president te kiezen? Vrij weinig kans, zou ik zeggen!

    Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is

    Maar volgens Sanders gaat dat alleen op als de huidige electorale werkelijkheid niet verandert: een extreem lage opkomst, meer aandacht voor de persoon dan voor de inhoud, en de verderfelijke invloed van het grote geld. Dus de volgende vraag is veel interessanter: maakt Sanders kans om iets te veranderen aan de inmiddels breed geaccepteerde fundamenten van de moderne campagnevoering? Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is.

    Zeven jaar geleden brak Barack Obama alle records wat betreft kleine particuliere campagnebijdragen en de kiezersopkomst van Afro-Amerikanen. Sanders neemt vooral een voorbeeld aan de werknemers in de fastfoodsector die ijveren voor een minimumloon van 15 dollar: een eis die door de elite eerst nauwelijks serieus werd genomen, maar die uiteindelijk wel van beslissende invloed is geweest op de nationale discussie over het bestaansminimum (en in grote steden als Los Angeles, San Francisco en Seattle nu zelfs wettelijk is vastgelegd). Daarom wil Sanders in het door ego’s gedomineerde verkiezingscircus zijn eigen ego zo veel mogelijk buiten beeld houden. Hij wil alle aandacht die hij krijgt gebruiken om kiezers te verleiden met de nooit eerder geboden mogelijkheid van echte radicale verandering.

    ‘De Amerikaanse politiek is uitgegroeid tot een miljardenindustrie die de kiezers wijsmaakt dat de regering niets voor je kan doen en dat je je hoop moet vestigen op Wall Street en het bedrijfsleven,’ zegt Sanders in een van onze gesprekken. ‘Ik zeg vaak: Bedenk nou eens waarom de gebroeders Koch een miljard dollar in deze campagne willen steken. Als zij politiek zo belangrijk achten, kun jij dat misschien beter ook doen.’

    Een aanhanger van Sanders pakt een verkiezingsplakkaat op een bijeenkomst in de Valley High School in West Des Moines, Iowa. – © Scott Olson / Getty Images
    Een aanhanger van Sanders pakt een verkiezingsplakkaat op een bijeenkomst in de Valley High School in West Des Moines, Iowa. – © Scott Olson / Getty Images

    Sanders is opgegroeid in Flatbush, een arbeidersbuurt in Brooklyn met een gemengde etnische samenstelling (Italianen, Ieren, Joden). Zijn vader Eli, een Poolse immigrant, en zijn moeder Dorothy, de in Amerika geboren dochter van Poolse Joden, woonden daar met hun twee zonen.

    Sanders wil niet veel kwijt over zijn jeugd, maar makkelijk kan die niet geweest zijn. Zijn vader had een groot deel van zijn familie in de Holocaust verloren en zijn moeder overleed toen Sanders nog maar negentien was. Hij zat samen met zangeres Carole King op de James Madison High School (waar hij aanvoerder van het atletiekteam werd). Met zijn eerste vrouw, die hij op de universiteit had leren 
kennen, kocht hij in 1964 een lap grond (35 hectare voor 2500 dollar) in Vermont, in Middlesex. Hij hield altijd al van het platteland, zegt hij, en in 1968 vestigde hij zich voorgoed in die staat.

    Het landelijke Vermont trok destijds zo veel ‘terug naar de natuur’-types aan dat gouverneur Deane Davis in 1971 zelfs een persverklaring over ‘de toestroom van zogenaamde hippies’ uitvaardigde: hij wilde bezorgde burgers verzekeren dat ‘de overgrote meerderheid van deze jonge passanten net als de meeste mensen rustig haar eigen gang gaat, volstrekt vreedzaam en zonder iemand lastig te vallen, ook al zijn hun uiterlijk en hun gewoonten misschien niet altijd naar onze smaak’.

    Sanders had lang haar en kon zich helemaal vinden in de politieke overtuigingen van de tegencultuur, maar volgens vrienden was hij geen hippie. Hij kluste hier en daar als timmerman en maakte een documentaire over de socialistische vakbondsleider (en vijfvoudig presidentskandidaat) Eugene V. Debs. (Sanders sprak ook een deel van de voice-over in. ‘Als jij zo’n gemiddelde Amerikaan bent die veertig uur per week tv kijkt,’ zegt hij met een voice-overstem, ‘dan heb je vast weleens gehoord van belangrijke figuren als Kojak en Wonder Woman. Maar gek genoeg heeft niemand je ooit verteld over Gene Debs, een van de belangrijkste Amerikanen van de twintigste eeuw.’) 


    Nadat zijn huwelijk eind jaren zestig op de klippen was gelopen, probeerde hij als socialistische kandidaat vergeefs gekozen te worden tot senator en gouverneur. Zijn goede vriend en huisgenoot Richard Sugarman haalde hem in 1981 over mee te doen aan de burgemeestersverkiezingen van Burlington. ‘Ronald Reagan was net gekozen en ik zei: Kijk Bernard, in een land waar Reagan president kan worden, moet jij toch zeker burgemeester van Burlington kunnen worden!’ aldus Sugarman, die inmiddels een leerstoel aan de universiteit van Vermont bekleedt als specialist in het werk van de joodse existentialistische filosoof Emmanuel Levinas. Als volslagen onbekende en onafhankelijke kandidaat moest Sanders het opnemen tegen een Democraat die al vijfmaal was herkozen. Hij maakte geen schijn van kans. Maar hij won toch, met tien stemmen verschil.

    Politieke aardverschuiving

    ‘Dat was een van de grootste politieke aardverschuivingen in de geschiedenis van Vermont, en onze staat is al meer dan tweehonderd jaar oud,’ vertelt Sanders me: voor het eerst klinkt hij bijna opschepperig. 
Sanders voldeed nooit aan de makkelijke karikatuur van de typische linkse politicus, daarvoor was zijn beleid veel te pragmatisch. In Burlington zorgde hij vooral dat de gemeente beter ging sneeuwruimen, hij ontwikkelde stadsparken en het havengebied, 
liet wegen opknappen en onderhandelde bij kabelaanbieders over een lager tarief voor consumenten (al bracht hij ook een bezoek aan de socialistische Nicaraguaanse president Daniel Ortega en riep daar een ‘zusterband’ uit tussen Burlington en Puerto Cabezas).

    In het Huis van Afgevaardigden wist hij meer amendementen aangenomen te krijgen dan enig ander lid tussen 1995 en 2005, en hij benutte zijn positie als onafhankelijk kandidaat om met beide partijen samen te werken. (Die politieke behendigheid heeft Sanders nog steeds: de ultraconservatieve senator en klimaatontkenner James Inhofe omschreef hem onlangs als zijn ‘beste vriend’ in de Senaat.)

    Wat betreft wapenbezit is Sanders’ stemgedrag zelfs veel rechtser dan dat van Hillary Clinton. Vermont is pro-wapenbezit, en in zijn boek Outsider in the House betreurde Sanders al in 1997 dat hij in het begin van zijn carrière veel stemmen van ‘arbeiders’ had verspeeld doordat ‘we dom zijn omgesprongen met de wapenkwestie’.

    Hij heeft zijn carrière als Congreslid zelfs gedeeltelijk aan de National Rifle Association te danken: in de verkiezingen van 1990 werd zijn tegenstander, de zittende Republikeinse Afgevaardigde, doelwit van een serie tv-spotjes van de NRA omdat hij het wapenbezit aan banden wilde leggen. In 2013 zei hij enkele maanden na de schietpartij op een school in Sandy Hook tegen het lokale weekblad Seven Days: ‘Al neem je morgen de strengst mogelijke wapenwet aan, ik denk niet dat dat veel zou uitrichten tegen de tragedies waarvan we getuige zijn geweest.’

    In 1988 werd Sanders de eerste onafhankelijke volksvertegenwoordiger die in 40 jaar verkozen was tot het Huis van Afgevaardigden.  – © Rob Swanson
    In 1988 werd Sanders de eerste onafhankelijke volksvertegenwoordiger die in 40 jaar verkozen was tot het Huis van Afgevaardigden. – © Rob Swanson

    ‘Ik weet dat hij al vrij lang met de gedachte speelde om zich verkiesbaar te stellen voor het presidentschap,’ zegt Sugarman. ‘Ik voorzag dat het hem zwaar zou vallen, en volgens mij merkt hij dat nu ook. Als presidentskandidaat moet je je vaak enorm inhouden. Maar hij raakte er steeds meer van overtuigd dat iemand het moest doen. Had hij het liever iemand anders zien doen? Dat denk ik wel. Ik denk dat hij in het begin hoopte dat Elizabeth Warren het zou doen. Maar hij heeft de handschoen opgepakt.’

    Sugarman geeft toe dat zijn vriend ook wel van zijn openbare optredens geniet. ‘Hij vindt het heerlijk om rond te rijden en de kleinste plaatsjes in Vermont af te gaan,’ zegt hij. ‘Ik zei een keer tegen hem: Bernard, waarom laat je de mensen niet even met rust? Toen zei hij: Nee, ze willen dat ik kom luisteren naar wat ze willen. Ik zei: Misschien willen ze alleen maar dat ze eens een dagje met rust gelaten worden.’

    Maar overschat hij de Amerikaanse behoefte aan revolutie niet? Al marcheren straks een miljoen van zijn aanhangers naar Washington, komen er dan niet evenveel Tea Party-aanhangers om het tegen hem op te nemen? ‘Goeie vraag,’ zegt Sanders. 
(Ook zo’n stopwoordje van hem.) ‘Het zal heel, heel moeilijk worden. En misschien is het wel onmogelijk. Niemand heeft mij ooit horen zeggen dat het makkelijk wordt.’

    Auteur: Mark Binelli

    Rolling Stone
    VS | tweewekelijks tijdschrift | oplage 1,5 miljoen

    Meest gelezen muziektijdschrift van de VS, gelanceerd in 1967. Oprichter Jann Wenner is nog altijd hoofdredacteur. Behandelt ook cultuur en politiek. Door The Guardian werd Rolling Stone omschreven als ‘De bijbel van de Sixties en de tegencultuur’.