Tag: demonstratie

  • Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Cubanen uiten woede in niet eerder vertoonde protesten

    Het Caribische eiland ‘had sinds 1994 geen demonstraties van deze omvang meer gekend’, schrijft de onafhankelijke site Cubanet. Van Havana tot Santiago zijn zondag duizenden Cubanen de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering, terwijl het eiland de ergste economische crisis in dertig jaar doormaakt, die nog verergerd is door de coronapandemie.

    Volgens Miami Herald heeft de datajournalistieksite Inventario vijfentwintig rally’s geteld in verschillende steden op het eiland. De demonstraties, waarvan de beelden op grote schaal werden verspreid op sociale netwerken, begonnen spontaan op zondagochtend, een zeldzame gebeurtenis in dit land waar de enige toegestane bijeenkomsten die van de regerende communistische partij zijn.

    Deze volkswoede komt na maanden van tekorten aan medicijnen en voedsel, meldt Diario de Cuba. CNN wijst erop dat de toch al haperende economie van Cuba hard is getroffen doordat het toerisme en de invoer van goederen tijdens de pandemie sterk zijn gedaald. De protesten van zondag komen op een moment dat Cuba te maken heeft met een ongekend aantal nieuwe infecties en sterfgevallen in verband met covid-19, aldus Havana Times.

    ‘De mensen zijn het zat. De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval’

    ‘De mensen zijn het zat’, vertelde Nidialys Acosta, een ondernemer met een klein bezorgbedrijfje, aan The Washington Post. ‘De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval. Op het platteland kan het wel zes uur duren‘, zegt ze.

    ‘De energievoorziening lijkt de gemoederen bij sommige verhit te hebben‘, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel zondag tegenover verslaggevers, en gaf de VS en hun sancties de schuld van de crisis. ‘Als u wilt dat de mensen het beter krijgen, moet u eerst het embargo opheffen, dat al sinds 1962 van kracht is’, zei hij. ‘Er is een Cubaans-Amerikaanse maffia die heel goed betaalt op sociale media (…). Zij hebben de situatie in Cuba als voorwendsel gebruikt en overal in het land tot demonstraties opgeroepen‘, verklaarde hij, terwijl hij zijn aanhangers aanmoedigde de straat op te gaan.

    Lees ook:

    Aan het eind van de dag waren meerdere groepen demonstranten in verschillende delen van de hoofdstad bijeengekomen om zich voor te bereiden op de protestmars. Adonis Milán, theaterdirecteur in Havana, vertelde The New York Times dat er oproerpolitie op straat was en dat verschillende artiesten waren gearresteerd nadat ze hadden gevraagd om op nationale televisie te mogen spreken. ‘Ik wist te ontsnappen’, legde hij uit. Zondagavond riep Washington Cuba op om geen geweld te gebruikten tegen de demonstranten.

    Volgens The Washington Post ‘benadrukken deze protesten de risico’s die de Cubaanse regering heeft genomen door het land van 11 miljoen mensen in 2019 breder open te stellen voor het internet, toen het toegang kreeg tot 3G, en sociale media zo toegankelijker werden‘. Dissidenten hebben met name het internet gebruikt om hun anti-regimeboodschap te verspreiden, vooral na de arrestatie vorig jaar van Denis Solís, een Havaanse rapper en criticus van de regering. Mobiel internet werd zondagmiddag in een groot deel van het land afgesloten toen de protesten aan kracht wonnen.


    Zuid-Afrika in de greep van geweld na opsluiting Zuma

    Vijf dagen na de gevangenneming van de voormalige Zuid-Afrikaanse president zijn verschillende regio’s in Zuid-Afrika nog steeds het toneel van geweld. Wegen zijn afgesloten, er vinden plunderingen plaats en er zijn schermutselingen met de politie geweest. De Zuid-Afrikaanse pers vraagt zich af of aanhangers van Jacob Zuma proberen de regering te dwingen hun leider vrij te laten.

    Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof boog zich op maandag 12 juli opnieuw over de zaak-Zuma. Twee weken geleden veroordeelde het de voormalige president tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens minachting van het Hof – Zuma weigerde vragen te beantwoorden in het kader van een onderzoek naar een uitgebreid systeem van corruptie dat werd opgezet toen hij aan de macht was, van 2009 tot 2018. Het hoogste Zuid-Afrikaanse rechtscollege moet dat vonnis nu herzien en zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van een veroordeling die meer op vorm dan op inhoud is gebaseerd.

    De opsluiting van een voormalige president – een primeur in de geschiedenis van Zuid-Afrika – is niet alleen een politieke aardbeving. Het is ook al sinds enkele dagen het startpunt van een uitbarsting van geweld.

    Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen

    De woede-uitbarstingen begonnen in KwaZulu-Natal, de thuisregio van Jacob Zuma, en verspreidden zich vervolgens naar Johannesburg, de economische hoofdstad, meldde Daily Maverick. Wegen, waaronder de belangrijkste verbindingsweg tussen de twee provincies, zijn afgesneden, er zijn schermutselingen met de politie geweest en er is geplunderd. Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen, meldt News 24.

    Zoals het Zuid-Afrikaanse dagblad opmerkt, vinden deze rellen ook plaats tegen een achtergrond van economische crisis, die door de coronaepidemie voor veel Zuid-Afrikanen steeds moeilijker te dragen is geworden. Op zondag 11 juli kondigde president Cyril Ramaphosa aan dat de beperkingen die waren ingesteld om de ziekte te bestrijden, met twee weken werden verlengd. Tijdens zijn toespraak waarschuwde hij ook dat gewelddadigheden niet zouden worden getolereerd.

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie?

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie? ‘Decennialang is geweld een politiek instrument geweest in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheid gebruikte de regering geweld, en na de komst van de democratie bleef geweld gebruikt worden. Stakingen waren gewelddadig, maar dat gold ook voor interne rivaliteiten binnen politieke partijen‘, aldus Daily Maverick in een ander artikel.

    De rivaliserende leiders van het ANC, Jacob Zuma en Cyril Ramaphosa, zijn al maanden in een bittere strijd verwikkeld. De aanhangers van de eerste groep hebben verschillende malen tevergeefs geprobeerd de macht van de tweede groep over te nemen. Na zijn veroordeling probeerde de voormalige president een nieuwe rol te spelen in deze interne strijd door zijn zoon naar voren te schuiven, zijn militanten te mobiliseren, en tot het laatste moment te wachten om uiteindelijk in te stemmen met zijn gevangenneming.

    ‘Jacob Zuma’s aanhangers willen de mensen misschien doen geloven dat zij in staat zijn het land tot de grond toe af te branden en dat de enige manier om hen te stoppen de vrijlating van [hun leider] is‘, meent Daily Maverick. ‘Maar zelfs als het geweld hevig is, is het onwaarschijnlijk dat het zijn doel bereikt. Integendeel, het zal Zuma binnen het ANC verder verzwakken en de hoop op gratie of een terugkeer in de politiek nog verder doen vervliegen.’

    Kortere werkweek is een succes

    Proeven met een kortere werkweek in IJsland zijn een succes geworden. De productiviteit bleef gehandhaafd en het welzijn werd verbeterd. Door dit resultaat heeft de meerderheid van de IJslandse werknemers nu of in de toekomst recht op een kortere werkweek, bericht EuroNews.

    Voor de proeven werd het aantal werkuren tussen 2015 en 2019 verlaagd van 40 naar 35 of 36 uur. Het leidde tot verminderde niveaus van stress en burn-out, en een verhoogd of gelijkblijvend productiviteitsniveau. Bij de proeven, die werden geleid door de overheid en de BSRB, een belangrijke vakbondsfederatie, waren ongeveer 2500 mensen betrokken, 1 procent van de IJslandse beroepsbevolking. Volgens het eindrapport was de proef ‘een overweldigend succes’, omdat het welzijn van de werknemers een impuls kreeg, er een betere balans tussen werk en privéleven ontstond, en er sprake was van ‘een betere coöperatieve sfeer op de werkvloer’. De werknemers ontvingen voor de minder gewerkte uren hetzelfde inkomen als voorheen.

  • Wereldbeeld: koffergeroffel

    Wereldbeeld: koffergeroffel

    GettyImages 1232363789 2
    © Antonio Masiello / Getty Images

    Het water staat aan de lippen bij Italianen die actief zijn in de culturele sector. Overrompeld door corona ging hun land verschillende malen in strikte en langdurige lockdowns, en zaten de mensen die in de sector werken, zowel voor als achter de schermen, zonder publiek en zonder inkomen thuis. De entertainmentindustrie is vorig jaar in Italië met 82 procent gekrompen – veel meer dus dan het Europees gemiddelde van 31 procent –, maar steun bleef uit.

    Daarom demonstreert actiegroep Bauli in Piazza (‘Koffers op het Plein’) voor meer financiële ondersteuning en voor de heropening van theaters, live-evenementen en shows. De demonstranten zijn het zat, en dat lieten ze in Rome weten door keihard op de reiskoffers te roffelen waarmee ze normaal van optreden naar optreden trekken.

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • 2. Saksen komt in actie

    2. Saksen komt in actie

    Vrachtwagenchauffeurs op de West-Europese wegen komen steeds vaker uit Oost-Europa. Ze zijn maanden van huis en krijgen ver onder West-Europese norm betaald. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ook voor de branche.

    ’s Middags om vier uur is het nog tamelijk rustig op de Raststätte langs de A4 vlak voor Chemnitz. Van de zeventig parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn er maar een stuk of tien bezet. Personenauto’s zijn er ook nauwelijks. Voor het restaurant maakt een reusachtig hobbelpaard reclame voor het nabijgelegen Ertsgebergte naast een vlag met daarop een ‘knapperige schnitzel met patat voor € 10,49’. Een goed trefpunt voor mensen die hebben afgesproken op dit uitgestrekte oord.

    Deze woensdag komt er een bonte verzameling mensen bijeen: vier jonge vrouwen en een man in neonkleurige hesjes, naast politici en vakbondslui in pak. Wat hen bindt is de wens tot eerlijke arbeidsomstandigheden en rechtvaardige lonen voor vrachtwagenchauffeurs, waar ze ook vandaan komen. Tijdens een vier uur durende actie willen ze gesprekken voeren en folders uitdelen.

    Stefan Brangs, staatssecretaris van Economische Zaken van Saksen, stelt zich voor als ‘de geldschieter’ van de actie. Zijn deelstaatministerie financiert het vijfkoppige team van het adviesbureau voor buitenlandse werknemers in Saksen (BABS) met 500.000 euro. ‘We willen af van de zwarte schapen’, zegt hij. Het adviesbureau hoopt via voorlichting ertoe te kunnen bijdragen ‘dat de Duitse normen ten aanzien van het minimumloon en de loondoorbetaling bij ziekte de norm worden voor alle vrachtwagenchauffeurs op onze wegen’.

    Oost-Europese lonen

    Op het neongroene hesje van Michael Wahl staat: ‘Eerlijk werk, eerlijke betaling, eerlijke mobiliteit’. Wahl is van de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de Berlijnse koepelorganisatie van acht Duitse vakbonden. Hij werkt al meer dan een jaar voor het project ‘Eerlijke mobiliteit’ en heeft naar eigen zeggen gesproken met meer dan drieduizend chauffeurs. Bij de internationale cabotage, binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs, heersen volgens hem ‘wildwesttaferelen’: ‘De chauffeurs zitten meestal twee, drie weken aan één stuk achter het stuur. Roemenen en Bulgaren worden met een minibusje aangevoerd, gaan meteen op de bok zitten en zijn twee, drie maanden onderweg. Veel chauffeurs moeten zelfs in hun pauzes nog laden.’

    Hoewel het leven van de chauffeurs zich afspeelt op de autosnelwegen van West-Europa worden ze vaak afgescheept met loon op Oost-Europees niveau: € 1,57 is het minimumuurloon in Bulgarije, in Roemenië € 2,50, in Slowakije € 2,76 en in Polen € 2,85. En dat terwijl de financiële rechtbank van Baden-Württemberg twee weken geleden nog heeft bepaald dat het Duitse minimumuurloon van € 8,84 ook voor buitenlandse transportbedrijven en hun hier slechts tijdelijk ingezette chauffeurs geldt.

    Bij ziekte wordt deze chauffeurs stelselmatig een groot deel van de loondoorbetaling onthouden, zegt het Saksische deelstaatministerie van Economische Zaken. Veel chauffeurs krijgen bovendien de laatste maand van hun arbeidscontract niet betaald. Verder moeten ze vaak onder mensonterende omstandigheden werken. De werkgevers sturen de chauffeurs dwars door Europa met amper 8 euro per dag voor maaltijden. De chauffeurs slapen in de cabine, hoewel ze recht hebben op een hotel. Maar omdat de kosten daarvoor afgaan van de onkostenvergoeding, blijven ze liever in de vrachtwagen – ook uit zorg om de lading, want elk jaar worden 26 duizend vrachtwagens opengebroken.

    Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald

    Naast een truck met oplegger uit Macedonië zijn twee chauffeurs op een gasbrandertje aardappels met spek aan het bakken. Een van hen – gelet op zijn zwart-wit gestreepte voetbalshirt een fan van Juventus – zegt dat ze vijf dagen onderweg zijn, tweeduizend kilometer hebben afgelegd en nu de dag aan het afsluiten zijn. De idylle is bedrieglijk. Met informatie zijn ze karig en in de krant willen ze al helemaal niet. De voorlichters hebben het niet eenvoudig. Veel chauffeurs zijn onzeker, sommigen gluren door een spleet tussen de gordijntjes. Angst voor controle, niet vermoedend dat daarbuiten mensen zijn die willen helpen.

    Maar weinigen laten zich verleiden tot langere gesprekken of zijn bereid om over hun nomadenbestaan te vertellen. ‘Veel chauffeurs waren dankbaar voor de informatieflyer – die zelfs in hun moedertaal was – en het contact met het adviesbureau’, zegt BABS-adviseur Leona Bláhová. Haar collega Paulina Bukaiová praat vooral met Poolse chauffeurs. ‘Soms krijgen we echt vreselijke verhalen te horen’, zegt ze. Zo zijn er chauffeurs ‘die al jaren voor een expeditiebedrijf werken, maar nog nooit een salarisafrekening hebben gezien’. Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald. ‘Maar er zijn ook goede verhalen’, zegt ze relativerend. Enkele chauffeurs zijn erg tevreden over hun werkgever.

    Volgens de federale dienst voor het goederenverkeer is het aandeel tolkilometers van West-Europese vrachtwagens sinds 2007 gedaald van 13 naar 10 procent. Het aandeel van de Oost-Europeanen is daarentegen gestegen van 18 naar 24 procent. De Polen lopen hierin voorop, zoals ze ook de parkeerplaatsen op de Raststätte vlak voor Chemnitz domineren.

    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom
    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom

    Onder druk van de prijzenoorlog trekken steeds meer Duitse ondernemingen zich na de internationale transport ook terug uit het nationale vervoer en rijden ze alleen nog maar regionaal. De vereniging voor goederenverkeer, logistiek en afvalverwerking maakt zich zorgen om de branche en de aantrekkingskracht van het chauffeursberoep en heeft de Europese Unie al opgeroepen om de wildgroei niet te legaliseren door het grensoverschrijdende verkeer uit de transportrichtlijn te schrappen.

    Maar Michael Wahl van de DGB weet: ‘Zwarte schapen zitten niet alleen in het buitenland. Ook Duitse ondernemingen doen aan loon- en sociale dumping’, zegt hij. ‘Wie als opdrachtgever zo weinig betaalt, is zich er heel goed van bewust dat die deal alleen maar door lage lonen tot stand kan komen.’ Ook Andreas Brosam van de vereniging van beroepschauffeurs in Chemnitz-Zwickau kent het klappen van de zweep. Hij rijdt op een 40-tonner voor Weck + Poller, een van de grootste expeditiebedrijven van Saksen. ‘60 procent van de buitenlandse vrachtwagens rijdt voor Duitse opdrachtgevers’, zegt hij. ‘De buitenlandse chauffeurs zijn niet de boosdoeners. Zij zijn collega’s die worden uitgebuit.’

    Zes uur, de parkeerplaats loopt vol. De vrachtwagens hebben Tsjechische, Slowaakse, Litouwse, Bulgaarse, Oekraïense en vooral Poolse kentekens. Maar dat laatste zegt niet veel, vanwege de kosten. ‘Er zitten steeds vaker Oekraïners op’, zegt Michael Wahl. De uitbuiting verschuift verder richting het Oosten.

    De voorlichters gaan naar de Raststätte aan de andere kant van de autosnelweg, richting Dresden. De 46-jarige Aleksei heeft er de laatste parkeerplaats weten te bemachtigen. De Oekraïner zit op een Slowaakse truck, waaraan een Tsjechische oplegger hangt. Hij komt van de Franse grens en is doodop. Maar hij draait het raampje omlaag. Hij moet naar Lichtenau, zegt hij. En hoewel hij in een kwartiertje op zijn bestemming zou zijn, beveelt de tachograaf pauze. Hij was ooit ingenieur in de vliegtuigindustrie en verdient sinds twee jaar de kost als vrachtwagenchauffeur. Hij moet geld verdienen voor zijn studerende dochter en zoon. Hij heeft heimwee en wil voor het paddenstoelenseizoen thuis zijn.

    Wanneer de zon ondergaat, maakt Leona Bláhová van BABS de balans op. ‘We hebben met 48 vrachtwagenchauffeurs uit acht landen gesproken’, zegt ze. ‘De meesten hebben in elk geval het informatiemateriaal aangenomen. De actie is een succes geweest.’

    Haar collega Paulina Sokolowska gokt net als na de eerste actie in februari op de aansluitende mond-tot-mondreclame. ‘Wie vrijwillig naar ons toekomt, staat open voor advies’, zegt de 34-jarige Poolse. Ze benadrukt: ‘We zijn geen babysitters en geven alleen maar een voorzet. Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf zorgen.’

    Kwart voor acht. Op de Raststätte valt de schemering. Maar bij sommige vrachtwagenchauffeurs begint het misschien juist te dagen.

    Auteur: Michael Rothe
    Vertaler: Pieter Streutker

    Sächsische Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 205.565

    Regionale krant die sinds 1946 in Oost-Saksen wordt verspreid, en daar de nummer één is.

  • ‘In Navalny herken ik Lenin’

    ‘In Navalny herken ik Lenin’

    De onlangs overleden Russische oppositieleider Aleksej Navalny kreeg op 12 juni 2017 tienduizenden Russen op de been. Daarin deed hij denken aan een beroemde voorganger, aldus de krant Moskovski Komsomolets destijds.

    Aleksej Navalny speelt een kat-en-muisspelletje met het Russische bewind. Dat doet hij zonder zich zorgen te maken over het lot van de muizen die hij verleidt en die het risico lopen tijdens het spel te worden verslonden. De betoging van 12 juni 2017 was natuurlijk maar een eenmalige gebeurtenis, het zoveelste gevecht in de lange en slopende oorlog die Navalny tegen het Kremlin voert. Maar op deze dag heeft hij ook definitief laten zien een echte politicus te zijn. Hij heeft zijn talenten laten schitteren, maar ook jammerlijk blijk gegeven van zijn gebreken.

    Keuze uit het archief

    Vrijdag werd bekend dat Aleksej Navalny op 47-jarige leeftijd in de gevangenis is overleden. Het wordt algemeen aangenomen dat zijn dood een politieke moord was die kan worden toegeschreven aan Vladimir Poetin. Navalny toonde zich een fel criticus van de Russische president en was vanwege zijn activisme veroordeeld tot negentien jaar gevangenisstraf.

    De demonstratie van 12 juni 2017, waarbij tienduizenden Russen in verschillende steden protesteerden tegen corruptie en het regime van Poetin, was een van de grootste wapenfeiten van Navalny. Hij werd daarbij opgepakt, maar vergaarde ook grote bekendheid en populariteit. Moskovski Komsomolets benadrukte toen al het gevaarlijke spel dat de oppositieleider speelde. Volgens de Russische krant had Navalny veel weg van Lenin ‘vanwege zijn vastberadenheid, zijn vermogen om grote mensenmassa’s te motiveren en het systeem met een minimum aan middelen op zijn gevoeligste plek te raken’.

    In 2020 werd hij tijdens een reis naar Duitsland ernstig ziek en verschillende landen stelden later vast dat hij was vergiftigd met novitsjok, een zenuwgas uit het Sovjettijdperk dat minstens één keer eerder was gebruikt bij een aanval op een vijand van het Kremlin.

    Politiek is een spel dat een niet onbelangrijke dosis lef en elan vereist: je moet bereid zijn alles op het spel te zetten, onverwachte klappen uit te delen, je tegenstanders te misleiden. Aan de vooravond van 12 juni toonde Aleksej Navalny definitief aan dat hij over deze kwaliteiten beschikt. Het heeft Vladimir Poetin nooit aan vijanden en opponenten ontbroken. Maar zo’n steeds sterker wordende, zich voortdurend aanpassende tegenstander als Navalny in de zomer van 2017 is nieuw voor hem.

    Het Kremlin van Poetin voelt zich thuis in zijn rol van kat die zijn slachtoffer in een hoek drijft, hem steeds minder bewegingsvrijheid gunt voordat hij ten slotte vernietigend uithaalt met zijn poot. Maar bij de snelle, wendbare Navalny lukt dat niet. Het bewind had bijna een op maat gemaakte politieke muizenval voor hem gezet. Maar het slachtoffer was al elders en maakte zich vrolijk over de manier waarop hij het mechanisme van de val onklaar had gemaakt.

    Fascinerend

    Ik weet nog steeds niet wat ik moet geloven van het verhaal dat er een verbod was om een voldoende sterke geluidsinstallatie op de Sacharov Avenue te plaatsen (wat door Navalny als excuus werd aangegrepen om de route van de betoging te verleggen). Maar dat doet er ook niet toe. Feit blijft dat Navalny erin is geslaagd zijn voordeel met de nieuwe situatie te doen en die tegen het bewind te gebruiken. Zijn vermogen om met geheel onverwachte ideeën te komen, zoals het verplaatsen van de betoging naar de Tverskaja Avenue in het centrum van de hoofdstad, om het strijdtoneel behendig naar zijn hand te zetten, is fascinerend. Ook al koester ik voor de man zelf geen enkele sympathie, toch kan ik een gevoel van bewondering niet onderdrukken.

    Heel anders denk ik over zijn absolute onverschilligheid ten aanzien van de risico’s die hij zichzelf en anderen (vooral anderen) daarbij laat lopen. Het is waarschijnlijk overdreven te stellen dat Navalny met het verplaatsen van de betoging bewust een bloedbad heeft willen uitlokken. Maar als intelligente man, die zich als geen ander verschillende scenario’s kan voorstellen, had hij zijn ogen niet mogen sluiten voor het feit dat de gekozen optie het bewind er hoogstwaarschijnlijk toe zou dwingen geweld te gebruiken.

    De gedachte dat men zoiets zomaar zou laten passeren, en daarmee de ‘legitimiteit’ van zijn idee zou erkennen, getuigt van een naïviteit die niet bij hem past. Hij weet heel goed dat het bewind zich geen gezichtsverlies kan permitteren, niet kan toestaan dat de situatie in de straten en op de pleinen uit de hand loopt. En los van de intriges van het Kremlin had Navalny moeten voorzien dat het organiseren van een massale protestbetoging op een verkeersader die al was opgetuigd voor het vieren van een nationale feestdag, onaanvaardbare veiligheidsrisico’s met zich mee zou brengen.

    1. Met Garry Kasparov bij een demonstratie tegen Poetin; 2. met zijn vrouw Yasha voor een rechtszitting in Moskou n.a.v. de massademonstratie op 12 juni; 3. Bij een betoging in Moskou, waar hij wordt afgevoerd. – © Jeremy Nicholl, Pavel Golovkin / HH
    1. Met Garry Kasparov bij een demonstratie tegen Poetin; 2. met zijn vrouw Yasha voor een rechtszitting in Moskou n.a.v. de massademonstratie op 12 juni; 3. Bij een betoging in Moskou, waar hij wordt afgevoerd. – © Jeremy Nicholl, Pavel Golovkin / HH

    Waarom heeft hij, hoewel hij dat allemaal wist, toch dat risico genomen? Naar mijn mening had hij alles van tevoren uitgedacht, waarschijnlijk ook dat hij preventief in hechtenis zou worden genomen. Het enige gevaar dat hij in zijn eigen ogen liep was het mislukken van zijn betoging door een gebrek aan deelnemers. Alle andere scenario’s bleven voor hem binnen de grenzen van het aanvaardbare. Stel dat de machthebbers de aftocht zouden moeten blazen voor een ontketende menigte? Dat zou voor Aleksej Navalny het gedroomde scenario zijn geweest, waardoor hij het idool zou zijn geworden van een klein deel van de bevolking, iemand die een serieuze gooi naar macht en invloed deed. Stel dat de machthebbers geweld zouden gebruiken en zich lieten verleiden tot het verrichten van talloze arrestaties en het toebrengen van lichamelijk letsel? Daarvoor had Navalny vermoedelijk het volgende voorzien: alle verantwoordelijkheid afwijzen en de schuld leggen bij ‘machthebbers die een legitieme en vreedzame protestbeweging de kop indrukken’.

    Nogmaals, ik verdenk hem niet van gewelddadige bedoelingen. Maar ik bespeur wel dat hij er vast van overtuigd is dat regels niet voor hem gelden. Het enige wat hij te allen tijde najaagt is het vervullen van zijn politieke wensen. Hij staat in zijn recht. Zijn wil is wet. En die absolutistische houding doet me denken aan een andere politicus uit onze geschiedenis, die zich in 1917 eveneens ‘openbaarde’: Vladimir Lenin.

    We hebben al een Lenin gehad. Eén is wel genoeg

    Natuurlijk gaat die vergelijking mank. Lenin had een plan om de maatschappij vanaf de grond opnieuw op te bouwen. Lenin had grote kennis van politiek en economie. Lenin zou nooit hebben geprobeerd om op een simpele feitelijke vraag van televisie-interviewer Xenia Sobtsjak zijn oppervlakkige kennis van het onderwerp te verhullen met retorische kunstgrepen. Navalny onderscheidt zich van Lenin door zijn gebrek aan serieuze ideologische bagage en het feit dat hij volstaat met het idee dat hij zelf aan de macht wil komen en de corruptie wil bestrijden, een idee dat in de huidige Russische situatie vooral neerkomt op de slogan: ‘Vóór het goede, tegen het kwaad!’

    Toch zijn Navalny’s politieke talenten tot op zekere hoogte te vergelijken met die van Lenin, vanwege zijn vastberadenheid, zijn vermogen om grote mensenmassa’s te motiveren en het systeem met een minimum aan middelen op zijn gevoeligste plek te raken. Dat klinkt tegelijkertijd als een plichtmatig compliment en een waarschuwing aan het adres van de Russische politici. Binnen de grenzen van de redelijkheid zou de invloed van Aleksej Navalny een gunstig effect kunnen hebben op de politiek in ons land. Hij zou onze elite ertoe kunnen dwingen zich gedisciplineerder te gedragen en op het rechte spoor te blijven. Maar als hij op een dag ‘aan de knoppen’ zou komen te zitten en zich de bestuurlijke en politieke mechanismen zou toe-eigenen, dan zou hij de Russen moeten laten zien, net als Lenin in 1917, uit welk hout hij is gesneden. Ik geloof dat het maar beter niet zover kan komen. We hebben al een Lenin gehad. Eén is wel genoeg.

    Openingsbeeld: Navalny neemt een selfie met aanhangers nadat iemand een agressieve groene vloeistof in zijn gezicht heeft gegooid, in maart dit jaar. – © Jeremy Nicholl, Pavel Golovkin / HH