Tag: Der Spiegel

  • Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis. En nu het bedrijf zijn macht uitbreidt, worden de schadelijke bijwerkingen steeds zichtbaarder.

    Hoorzittingen van het Amerikaanse Congres in Washington zijn voor de bazen van de grote Amerikaanse concerns vaak politiek theater en schandpaal tegelijk. Het hele land is er via tv getuige van in welke bochten ze zich wringen, of ze op het verkeerde moment glimlachen of te lang zwijgen. Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Tim Cook (Apple) moesten er al aan geloven. Alleen Jeff Bezos lukte het tot op heden om eronderuit te komen. Niet lang meer, naar het zich laat aanzien: ook de baas van Amazon zal binnenkort de pijnlijke vragen van afgevaardigden moeten beantwoorden.

    Het zal gaan om de macht die zijn concern heeft op de markt, om een oneerlijke manier van zakendoen en mogelijk ook over de omgang met het personeel tijdens de coronacrisis. De aankondiging van de dagvaarding was al uitgesproken koel: ‘Hoewel we verwachten dat u vrijwillig zult verklaren’, schreven de leden van de Commissie voor Mededinging in mei aan Bezos, ‘behouden we ons het recht voor om indien nodig terug te grijpen op dwangmaatregelen.’ Nadat hij zich aanvankelijk had verzet, liet Bezos tenslotte weten bereid te zijn om naar Washington te komen.

    De komende maanden zouden wel eens ongezellig kunnen worden voor de handelsreus uit Seattle, die voor meer dan 300 miljoen klanten wereldwijd synoniem is geworden met online shoppen. In de VS lopen zowel bij de Commissie voor Justitie als ook bij het toezichtorgaan voor de handel (FTC) onderzoeken tegen Amazon op verdenking van concurrentievervalsing. In Europa bereidt de Commissie onder leiding van Margrethe Vestager, Commissaris voor Mededinging, een aanklacht voor tegen Amazon wegens kartelvorming. Bovendien wordt het concern in meerdere landen scherp bekritiseerd omdat het zijn medewerkers onvoldoende zou beschermen tegen het coronavirus. Op verschillende vestigingen kwam het tot protestacties van het personeel.

    Niet zonder ironie

    Het is niet zonder ironie dat Amazon in de crisis tegelijkertijd zo onmisbaar en toch ook aanvechtbaar is geworden. ‘Nooit was Amazon machtiger dan nu,’ zegt de Amerikaanse Amazon-critica Stacy Mitchell, ‘en tegelijk waren de lelijke kanten van die macht nog nooit zo duidelijk.’

    Amazons bezorging aan huis is voor een samenleving in de homeoffice- en distantiemodus vrijwel onvervangbaar geworden, en het concern heeft geweldige inspanningen gedaan om te voldoen aan de gestegen vraag. Maar de schadelijke bijwerkingen van zijn businessmodel komen in de crisis sneller dan ooit aan het licht. De slachtoffers van een systeem waarin de klant alles is, en al het andere niets, worden steeds zichtbaarder.

    Bijvoorbeeld magazijnmedewerkster Allegra Brown in de VS, die op grond van besmettingsgevaar ‘bang was om te gaan werken’, en desondanks sinds het begin van de pandemie geen dag heeft verzuimd, met een weekloon van amper 500 dollar. En kleine ondernemers zoals Alexander Meier in Duitsland die koffie verkoopt via het online platform. Hij zegt: ‘Amazon is zo machtig dat ze met ons handelaren kunnen doen wat ze willen.’ En medewerkers als Christian Müller in Leipzig, die aan het eind van een werkdag onder tijdsdruk 20 kilometer tussen de stellingen heeft afgelegd.

    Amazon heeft zich in de voorbije jaren tegen kritiek op zijn machtige marktpositie verdedigd met een verwijzing naar zijn nog altijd overzichtelijke marktaandeel in de detailhandel. Hoewel Amazon in de e-commerce in de VS marktleider is met ongeveer 40% (in Duitsland is het 48%), ligt zijn aandeel in de detailhandel als geheel slechts op 6% (in Duitsland: 5%). “(Lees hier meer over de situatie in Nederland.)”:https://www.emerce.nl/achtergrond/wat-wil-amazon-in-nederland

    Maar het argument ‘zo groot zijn we helemaal niet’ gaat niet meer op in de pandemie, waarin online shoppen tijdelijk de enige mogelijkheid is geworden en Amazon nieuwe kopersgroepen kon aantrekken. ‘Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis,’ zegt Stacy Mitchell, ‘daar is geen twijfel over mogelijk.’ En veel analisten geloven dat het succes de crisis zal overleven. Wie het Amazon-imperium eenmaal als klant heeft betreden, verlaat het niet meer zo snel.

    Veelgehoorde critica

    Maar het eigen succes zou nu wel eens gevaarlijk kunnen worden voor het bedrijf. Het verzet tegen deze manier van zakendoen wordt openlijker en luider. Dat laat ook het voorbeeld zien van het Congreslid Pramila Jayapal in de VS.

    Het kiesdistrict van Jayapal beslaat een groot deel van Seattle; haar verkiezingszege dankt ze naar eigen zeggen ook aan stemmen uit het hoofdkwartier van Amazon. Met haar kritiek op het bedrijf bewandelde ze lange tijd de weg van discretie, ze zocht het gesprek met managers op in plaats van met de publiciteit. Maar tijdens de pandemie werd Jayapal een veel gehoorde critica van het concern. Ze schreef Bezos, wiens dagvaarding naar Washington ze steunt, eind april een open brief van vier pagina’s.

    ‘Geachte heer Bezos’, zo luidt haar schrijven, ‘ik maak me veel zorgen over het personeel van Amazon: minstens 800.000 arbeidskrachten.’ Ze vermeldde het groeiende aantal besmettingen onder werknemers van Amazon, de covid-dode die binnen het concern viel, en de kritiek op tekortschietende veiligheidsmaatregelen. Jayapal laakte dat Amazon zijn mensen geen gevarentoelage aanbood en slechts twee weken uitbetaalde bij ziekte. Het is een ‘perverse ironie’ volgens Jayapal, dat uitgerekend de slechtst betaalde werkers de minste kans hadden om hun werk vanuit huis te doen, om zichzelf en hun gezin te beschermen.

    Droomvoorwaarden voor consumenten

    In het centrum van Jayapals stad Seattle aan de Amerikaanse westkust ligt Amazons wijd vertakte hoofdkwartier, dat zijn stempel drukt op meerdere straten. In de entreehal is de grondwet van Amazon, bestaande uit de beroemde veertien ‘leiderschapsprincipes’, in grote letters op de muur geschilderd. Ze zijn ook ingelijst in de toiletten opgehangen en op gelamineerde kaartjes gedrukt die passen in de portefeuilles van de leidinggevenden. De kop boven de eerste wet luidt: ‘Customer obsession’ – klantbezetenheid.

    De radicale gerichtheid op klanttevredenheid heeft Amazon in slechts 25 jaar tot een van de hoogst gewaardeerde bedrijven in de geschiedenis van de economie gemaakt, de op een na grootste private werkgever in de VS en Jeff Bezos, de baas, tot de rijkste man ter wereld. ‘Customer obsession’ betekent bijvoorbeeld dat klanten de artikelen meestal gratis thuisbezorgd krijgen, dat de leveringstermijn voor Prime-klanten meestal slechts één dag is en dat de meeste producten kosteloos teruggestuurd kunnen worden. Artikelen met vermeende defecten worden prompt vervangen of vergoed zonder dat handelaren of makers daartegen bezwaar kunnen maken. Droomvoorwaarden voor consumenten. Met Prime bereikt Amazon 82 procent van de huishoudens in de VS, in Duitsland zijn 17 miljoen van de 41 miljoen huishoudens Prime-klant.

    Dat alles heeft Amazon tot een hemel voor klanten gemaakt – en tot een hel voor de vele medewerkers, zakenpartners, derde aanbieders, producenten en koeriers die de artikelen bezorgen.

    In Seattle zag men snel in dat de pandemie een gelegenheid is om de eigen macht te vergroten. Om de groeiende vraag aan te kunnen, trok het concern eerst 100.000 nieuwe arbeidskrachten aan en daarna nog eens 75.000. Jeff Bezos, die zich in de voorbije jaren meer was gaan bezighouden met zijn ruimtevaartbedrijf Blue Origin, bemoeide zich weer meer met de dagelijkse gang van zaken om zijn bedrijf door de storm te loodsen. Het piepte en kraakte in de coronamaanden wel een beetje meer dan gewoonlijk in het raderwerk van de reuzenmachine, en niet elk pakket kwam op de beloofde tijd aan, maar dat deed geen afbreuk aan de vraag.

    Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen

    Met zijn streamingaanbieding Amazon Prime hielp het concern miljoenen aan huis gekluisterden over de hele wereld door de pandemie heen. De omzet in het eerste kwartaal was 26 procent hoger dan die van vorig jaar. Dat Amazon aankondigde dat het zijn bescheiden kwartaalwinst van 4 miljard euro zou investeren in mondkapjes, coronatesten en nieuwe medewerkers, bedroefde de beleggers maar kort. Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen.

    Arbeiders veranderen in machines. In het Nedersaksische Winsen (in Luhe) telt de secondewijzer onverbiddelijk, terwijl een Amazonmedewerkster in een hoge gele stelling naast haar een plekje zoekt voor een aangeleverd product. Ze is ‘stouwster’, bergt dus artikelen in de magazijnstellingen op. Soms heeft ze 18 seconden nodig, soms zijn 7 seconden genoeg. Een groene cirkel licht op boven een van de vier dozen voor haar en geeft aan uit welke ze het volgende product moet halen, waarna ze het scant en in de stelling opbergt.

    Het moet snel gaan, een werkdag in een machinaal tempo. Voor veel mensen hier is het tegelijk een strijd om het bestaan. Hun contracten zijn vaak tijdelijk; Amazon laat er veel aflopen en neemt indien nodig nieuwe collega’s in dienst. Zo ontstaat angst voor baanverlies. ‘De medewerkers moeten voortdurend bezig zijn, mogen niet te veel pauzes inlassen,’ zegt een leidinggevende uit een Amazoncentrum. ‘Extra pauzes kosten geld.’

    Christian Müller werkt bij Amazon in Leipzig als ‘picker’, dat wil zeggen: hij zoekt de bestelde artikelen bij elkaar voor verzending. Die artikelen plaatst hij in door de computer aangewezen dozen; daarbij loopt hij tot wel 20 kilometer per dag heen en weer, zegt Müller. ‘Dan val je ’s avonds thuis vaak aan tafel in slaap.’ Het is een monotoon baantje. ‘Het Amazon-systeem bepaalt alle routes.’ Het ‘systeem’ is de scanner, het gereedschap waarmee Müller werkt. De scanner vertelt hem welk product hij als volgende moet zoeken, en op welke plek. Zodra hij het artikel gevonden heeft en in de transportkrat legt, scant hij het. De scanner levert data op: wanneer en hoe vaak Müller heeft ‘gepickt’. Elk voorval wordt meegenomen, op elke werkdag, bij elke picker.

    Deze data kunnen gebruikt worden voor statistieken, of ook voor een individuele arbeidsevaluatie. Hoeveel artikelen behandelt Müller in vergelijking met zijn collega’s? Presteert hij boven de norm, of eronder?

    Maar worden de data ook daadwerkelijk benut voor prestatiecontroles? Medewerkers die al jaren voor Amazon werken, zeggen: ja. ‘Vroeger kregen we voortdurend feedback met getallen,’ zegt Müller. ‘Dan was het: “Op dinsdag zat je onder de norm”, of “Je zit voortdurend onder het gemiddelde. Hoe komt dat?”’

    Het tempo in de Amazoncentra is in de voorbije jaren constant gestegen. 350 artikelen verwerkt een picker in Winsen gemiddeld per uur. Vorig jaar lag het gemiddelde nog op 320, in het jaar daarvoor op 280 artikelen – Amazon verklaart dat ook uit de optimalisering van processen. Daarvoor moet een picker zes artikelen per minuut uit de rekken halen en weg zetten. Soms zitten ze klem en moeten er eerst andere artikelen uit getrokken en weer teruggelegd worden. Dan vliegt de tijd. Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt. Juist de nieuwkomers bij Amazon werken hard, en drijven daarmee het gemiddelde verder omhoog.

    Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt

    Wie carrière wil maken als leidinggevende doet er ook aan mee. ‘Sommigen bekijken tijdens het middagmaal zelfs de arbeidsscores van hun team op de laptop,’ zegt de manager van een Amazoncentrum. ‘Het komt voor dat een leidinggevende aan een werknemer vraagt waarom hij zo vaak naar de wc gaat. De medewerkers veranderen hier in machines.’ Van een dergelijke werkdruk wil men bij Amazon niets weten: leidinggevenden ‘stimuleren’ en ‘coachen’ de medewerkers. Criteria voor de productiviteit zouden aan de hand van objectieve maatstaven worden bepaald.

    Maar de wedren in de magazijnhallen, die bij Amazon ‘vervullingscentra’ heten, is de noodzakelijke voorwaarde voor een klant die al een dag na de bestelling het artikel ontvangt, compleet met het eeuwig glimlachende Amazonlogo op het pakje.

    Wie werk verschaft aan honderdduizenden medewerkers, kan ze niet makkelijk op twee meter afstand van elkaar houden. In de VS waren er berichten over besmettingen in meer dan vijftig Amazonmagazijnen. In Frankrijk legde Amazon midden april het werk in zijn magazijnen stil toen vakbonden klaagden over de ontbrekende bescherming van medewerkers. Een rechtbank bepaalde dat Amazon nog maar een fractie van zijn gewoonlijk hoeveelheid artikelen mocht verzenden. Begin mei diende in de VS een software-ingenieur met een topfunctie zijn ontslag in, uit protest, zoals hij schreef, omdat Amazon medewerkers had ontslagen die tegen de ontoereikende veiligheidsmaatregelen in de covid-crisis hadden geprotesteerd.

    In Duitsland maakt Amazon het aantal besmettingen niet bekend. Een tijd lang konden de medewerkers bijvoorbeeld in Winsen het aantal op dat moment besmette medewerkers in quarantaine zien op een lijst. Begin april, toen het aantal van 33 besmettingen bereikt werd, was de lijst verwijderd, vertellen medewerkers. Intern wordt gezegd dat men de collega’s informeert over elk covid-geval, maar toch circuleren er verschillende getallen. Het Nedersaksische ministerie van Gezondheid sprak over 53 gevallen tot eind april, in een publicatie van de Landeskreis Harburg van 4 mei staan 77 gevallen genoteerd.

    ‘Work hard, have fun, make history’

    Natuurlijk is er een automatische temperatuurmeting bij de ingang, als de medewerkers langs het opschrift ‘Work hard, have fun, make history’ lopen. De looproutes zijn gemarkeerd, om afstand te houden. En toch komen ze te vaak te dicht bij elkaar, zeggen medewerkers. Bijvoorbeeld als iemand vlug iets bij een werkplek van een collega moet scannen, of een technicus daar iets moet doen.

    Het komt zelden voor dat Amazonwerknemers zich met naam en foto in de pers laten citeren. Verreweg de meesten zijn bang hun baan te verliezen. De Amerikaanse Allegra Brown, 23, magazijnmedewerkster in Avenel, New Jersey, doet het toch. Ze zegt dat ze bang is om naar haar werk te gaan, om besmet te worden. Als ze met Jeff Bezos, haar hoogste baas zou kunnen spreken, wat zou ze dan tegen hem zeggen? ‘Dat wij werkers niet veel verlangen, maar we zouden graag met respect behandeld worden.’ In de afgelopen maanden was dat niet het geval. Haar werk is wel als ‘vitaal’ bestempeld, en ondanks de pandemie is ze nooit weggebleven van het werk, ‘maar in werkelijkheid geven de bazen helemaal niets om ons’, zegt Brown.

    Amazon betaalde tot voor kort elke medewerker twee euro per uur meer als hij werkte. Tegelijk riskeren tijdelijke collega’s hun baan als ze zich vaker ziek melden.‘Veel mensen hebben zich ook verkouden naar het werk gesleept,’ zegt een Duitse medewerker. ‘Dat was precies het doel van Amazon: uitpersen waar het kan,’ briest Orhan Akman, verantwoordelijk vakgroepsleider van de vakbond Ver.di over de twee-euro-regel. De gezondheid van de werknemers zou achteloos ondergeschikt worden gemaakt aan de winst.

    Amazon spreekt dat tegen: medewerkers zouden van begin af aan geïnformeerd zijn dat ze met verkoudheidsverschijnselen niet naar het werk moesten komen en naar huis zouden worden gestuurd. Men zou alles doen om de medewerkers te beschermen. In Winsen zouden er sinds eind april geen nieuwe Covid-19 gevallen meer zijn geweest.

    Vorig jaar leverde Amazon naar schatting rond zeven miljard pakketten af. Iets meer dan de helft van alle goederen komt daarbij van derde aanbieders, dus onafhankelijke handelaren die het platform gebruiken voor hun zaken. Ze maken samen ongeveer 60 procent uit van het totale handelsvolume. Amazon biedt hen een unieke kans om klanten te bereiken – met een groot risico: als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af.

    Alexander Meier, de koffiehandelaar in Duitsland, herinnert zich nog hoe een medewerker van het concern hem eens opbelde. Er zou een probleem zijn. Drie klanten uit Frankrijk hadden geklaagd dat hun artikelen niet in de beloofde vier dagen levertijd waren aangekomen. Meer dan honderd pakketten had Meier naar eigen zeggen naar Franse klanten verstuurd, maar de pakketdienst DHL staakte. Meier moest een zogeheten actieplan opstellen, maar wat kon hij eraan veranderen? Daarop blokkeerde Amazon zijn account voor Frankrijk.

    Meier weet dat hij veel aan Amazon dankt. ‘Zonder Amazon zou ik vandaag niet zijn waar ik ben. Wij handelaren kunnen via dit platform in de kortst mogelijke tijd ongelofelijke omzetten behalen, in de hele wereld verkopen zonder een eigen dure website,’ zegt Meier. ‘Maar wie als handelaar een probleem heeft, wordt door Amazon in de steek gelaten.’ Amazon laat weten dat men zonder de naam van de handelaar te kennen geen uitspraken kan doen over de verwijten. En Meier wil zijn echte naam niet noemen uit angst dat Amazon hem zou straffen en van het platform verwijderen. En hij is niet de enige.

    Als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af

    Handelaren hebben er ook last van dat bij Amazon bijna alles geautomatiseerd verloopt: aanbieders en artikelen, levertijden en retouren, klantvragen en bestellingen – alles wordt door computerprogramma’s in de gaten gehouden. Daarbij gaan steeds weer dingen fout, is de kritiek van ondernemers. In de coronacrisis bijvoorbeeld zou het Amazon-algoritme de verkoop van artikelen hebben stopgezet omdat het prijzen uitfilterde als woekerprijzen, zonder dat die veranderd waren. Op vragen deelde de onderneming mee dat men geen ruimte wilde bieden aan ‘prijsopdrijverij’ en teleurgesteld was over ‘onzuivere pogingen’ om in de gezondheidscrisis ‘de prijzen voor producten van levensbelang kunstmatig te verhogen’. Bij een bepaalde shophouder zou het concern de verkoop van batterijkabels hebben gestopt, omdat Amazons programma ze met batterijzuren in verband bracht dat en als verkoper van gevaarlijke stoffen automatisch van verkoop uitgesloten had. Dat hield wekenlang aan. De handelaar moest naar eigen zeggen 20.000 euro aan omzetverlies incasseren.

    Omgekeerd worden fouten van handelaren door Amazon niet vergeven. Peter Marx verkocht met succes shirts via Amazon, tot hij een keer vergat 150 zendingen als verzonden te markeren. Daarop werd zijn account geblokkeerd. Toen de blokkade weken later werd opgeheven, was hij in de ranking van verkopers ver weg gezakt, nauwelijks meer zichtbaar voor klanten, aldus Marx. Zijn omzet was ingestort, hij moest zeven mensen ontslaan. ‘Ik heb er alles aan gedaan om bij Amazon te kunnen verkopen. Daar zitten de klanten. Maar er heerst een angstcultuur,’ zegt hij.

    Ongeveer een vijfde van de handelaren op Amazons portal zou problemen hebben, ‘en vaak zonder dat het hun schuld is,’ schat de e-commerce deskundige Mark Steier. ‘Dat brengt veel bedrijven in aan de rand van faillissement. Amazon biedt de kans om veel geld te verdienen, maar laat de handelaren bij twijfel creperen.’

    Amazons omgang met de partners bracht verleden jaar het Bundeskartellamt (de Duitse Mededingingsautoriteit) in het geweer. Het verplichtte het concern om voortaan informatie te verstrekken over blokkades van accounts en de redenen daarvoor, om weerwoord mogelijk te maken. ‘Veel zal dat niet helpen,’ meent Steier. ‘De redenen worden niet altijd duidelijk genoemd, en niemand wil het met Amazon aan de stok krijgen.’

    Weinig illustreert de lompe omgang met de handelaren zo duidelijk als Amazons zogenaamde A-tot-Z-garantie. ‘Duivelstuig’ noemt een handelaar dit instrument. Wat het in de praktijk betekent, heeft ook Marx al eens meegemaakt: klanten hadden T-shirts bij hem besteld en beweerd dat de kwaliteit niet goed was. Amazon besliste dat zij hun geld terug kregen, maar het werd afgeboekt van Marx’ handelaarsrekening. Het grootste deel van de shirts kreeg hij nooit terug.

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld. ‘Dan verlies je vaak je artikelen en tegelijk het geld,’ klaagt Marx. Honderden keren heeft hij dat meegemaakt. Weliswaar oordeelde het Bundesgerichtshof in mei dat de handelaren niet gebonden zijn aan Amazons beslissing en hun recht tegenover de klant kunnen opeisen. Maar dat zou ook betekenen: ruzie krijgen met Amazon. ‘Je moet het slikken, of je raakt uit de gratie bij Amazon,’ zegt Marx.

    Het concern riposteert dat dat niet juist is. Met de A-tot-Z-garantie beschermt het de klanten, verkopers zouden bezwaar kunnen maken. Maar terwijl klanten vierentwintig uur per dag via e-mail, telefoon of chatten gepaaid worden, biedt Amazon de handelaren meestal alleen de kans schriftelijk bezwaar in te dienen – soms komt er dagenlang geen reactie of slechts een standaardbrief die je nauwelijks verder helpt.

    Als de klachten van klanten zich ophopen, zegt Amazon daarover, streeft men ernaar dat de handelaar het probleem zelf erkent en verhelpt. Het concern zou elk jaar miljarden uitgeven ‘om verkooppartners te helpen succesvol te worden op onze websites’. ‘Amazon regeert volgens het principe “slikken of stikken”,’ zegt Gerrit Heinemann, handelsexpert en econoom. ‘Dat is macht, pure macht.’

    De truc van Amazon

    Misschien heeft het concern de handelaren binnenkort ook helemaal niet meer nodig. Want Amazon maakt met typerend radicalisme aanstalten om zelf de belangrijkste aanbieder van merkartikelen te worden. Steeds vaker verkoopt de onderneming merkartikelen rechtstreeks, zodat de tussenhandel wordt uitgeschakeld. Voor Markus Diekmann is dat een natuurlijke, niet tegen te houden ontwikkeling. ‘Op Amazon is geen plaats meer voor handelaren’, meent de bedrijfsleider van de fietsenhandel Rose Bikes. Amazon neemt de klassieke handelsfuncties al over,’ zegt hij, ‘en voor handelaren is dat natuurlijk oneerlijk.’

    De truc van Amazon: het concern benut de handelaars op zijn portal als truffelzwijnen. Zij sporen de trends op, wat klanten kopen of versmaden. Veelbelovende producten biedt Amazon vervolgens zelf aan. Handelaren vertellen bovendien dat het concern de prijzen zo ver laat zakken dat de oorspronkelijke handelaar er niets meer aan verdient en ophoudt met de verkoop. Zo bepaalt Amazon uiteindelijk de prijzen.

    Het concern bestrijdt dit. ‘Ik ben een groot fan van Amazon. Amazon stimuleert innovatie, het heeft de handel beter gemaakt met zijn absoluut centraal stellen van de klant, en is daarmee een voorbeeld voor mij,’ zegt Diekmann, bedrijfsleider van Rose Bike. ‘Maar er zijn wettelijke regels nodig om prijsdumping te verhinderen.’

    Het concern neemt het zelfs op tegen de makers van merken die Amazon afwijzen. Birkenstock, fabrikant van sandalen, en de tassenfirma Ortlieb verkopen hun artikelen liever via andere handelaren. Amazon veranderde het aanbod zodanig dat klanten die op internet naar die firma’s zochten, in plaats daarvan naar het portal van het concern werden geloodst, waar ze soortgelijke of de originele producten vonden. Ortlieb procedeerde tot aan het Bundesgerichtshof om daar een eind aan te maken. Om Birkenstock-sandalen te kunnen aanbieden, had Amazon ze tot grote ergernis van het bedrijf blijkbaar opgekocht van andere handelaars.

    Amazon deelt mee dat handelaren de producten van een fabrikant rechtmatig kunnen verwerven uit verschillende bronnen, en doorverkopen. Zelf wil men het ‘klanten zo simpel mogelijk maken om alles wat ze online zouden willen kopen, te vinden’. Het lijkt erop dat het klantendoel de middelen heiligt.

    The Wall Street Journal berichtte een paar weken geleden bovendien dat medewerkers in het geheim de gegevens van handelaren op het platform zouden gebruiken om de producten als eigen product te presenteren. Amazon verwierp de aantijgingen en kondigde een intern onderzoek aan.

    Ook de EU Commissie zal nu Amazons dubbelrol als online marktplaats voor derden en als handelaar doorlichten. Dat Vestager geen grote sympathie heeft voor het concern, liet ze onlangs al eens weten: ‘U zult het niet geloven, maar je kunt op het internet dingen kopen zonder Amazon in te schakelen,’ zei ze in een interview met Der Spiegel. ‘Ik heb pas zonneschermen besteld. En dat was niet bij Amazon.’

  • De tragische dood van blogger Sophie Hingst

    De tragische dood van blogger Sophie Hingst

    Sophie Hingst was een veelbelovende jonge Duitse vrouw woonachtig in Dublin met een succesvol, prijswinnend blog. Maar een artikel uit Der Spiegel onthulde dat achter de talentvolle schrijver een tragisch verhaal schuilging van pathologische leugens en psychische ziekte.

    Bijna zeven weken geleden ontmoette ik Sophie Hingst voor het eerst en voor het laatst, op een zoele zondagmiddag in Berlijn.

    Terwijl ik stond te wachten op het station tegenover de Wannsee, dook ze opeens achter me op, als een kat. Ze groette niet en haar bruine ogen, uilachtig achter een grote ronde bril, ontweken mijn blik. Haar gezicht was rood en haar lange haar, van oorsprong bruin maar nu grijzend en vaal bij de wortels, zat strak naar achteren in een staart.

    In zichzelf mompelend begon ze voor me uit te lopen. Ik volgde haar, probeerde wat over koetjes en kalfjes te praten en vroeg me af waar dit heen ging. Nu weet ik het eindelijk.
    Drie uur hebben we die dag gezeten, gewandeld en gepraat. De 31-jarige vertelde me over haar kindertijd in Oost-Duitsland, haar studies in Berlijn, Lyon, Los Angeles en Dublin, en haar liefde voor literatuur – vooral voor de literaire grootmeester Heinrich von Kleist.
    En ze legde uit hoe de week daarvoor het nieuwe thuis dat ze voor zichzelf in Ierland had opgebouwd, ondersteboven was gegooid door een artikel in het Duitse tijdschrift Der Spiegel.

    ‘Zo gaat het dus, als je levend wordt gevild,’ zei ze, terwijl we uit zaten te kijken over de kabbelende golven van rivier de Havel, die in de Wannsee uitstroomt. ‘Zo kan een tijdschrift iemand aan de schandpaal nagelen.’

    Holocaustslachtoffers

    Het echte verhaal is niet zo eenvoudig. Negen dagen eerder, op 31 mei, had ik vooraf bericht gekregen dat Der Spiegel de volgende dag een artikel zou brengen over een blogger met een doctoraat in de geschiedenis van Trinity College Dublin (TCD). Het blad beweerde dat Sophie 22 Holocaustslachtoffers had verzonnen, van wie velen familie van haar zouden zijn, en documenten ter herinnering aan hen had ingediend bij het Israëlische Holocaustmonument Yad Vashem.

    Der Spiegel -journalist Martin Doerry, die ik ooit kort had ontmoet, vertelde me aan de telefoon over de weken werk die hij had besteed aan het uitpluizen van Sophies blog Read On, my Dear, Read On. In dat blog, grotendeels journalistiek met literaire ambities, schreef een figuur die Sophie ‘Fräulein Read On’ noemde, over haar leven in Ierland en in Duitsland, maar ook over haar Joodse identiteit en familie. Een geregeld terugkerende figuur was haar geliefde oma, overlevende van Auschwitz, die jaarlijkse bijeenkomsten hield voor de bejaarde overlevenden. Ze beschreef hoe haar grootouders elk jaar op 9 november de Kristallnacht herdachten – de door de nazi’s georganiseerde pogrom in 1938 tegen Joden. Dan zetten ze de klokken stil en zaten ze in de invallende duisternis, zo schreef ze, te wachten op familieleden die nooit terugkwamen.

    Toen onderzoekers, en later lezers, haar aanspraken op aperte onjuistheden en twijfelachtige details in haar blog, wees Sophie hun vragen woedend van de hand, in één geval als ‘schandelijke laster’. Afgelopen december had een onderzoeker contact opgenomen met Der Spiegel en langzaam tekende zich een gecompliceerd verhaal af.

    Vanaf september 2013 had Sophie naar het Israëlische Yad Vashem-monument 22 ‘getuigenisbladen’ gestuurd, meestal met de hand ingevuld, waarin mensen werden beschreven die in de Holocaust waren omgekomen. De meeste mensen op de formulieren hadden Joods klinkende namen: Cohen, Rosenwasser, Zilberlicht – maar van de meeste waren er geen gegevens waaruit bleek dat ze ooit hadden bestaan.

    ‘Het verzinnen van Holocaustslachtoffers is in wezen de spot drijven met al degenen die werkelijk door de nazi’s zijn gemarteld en vermoord’

    Door de Yad Vashem-documenten te combineren met wat Sophie zelf in haar blog had geschreven, stelde Doerry haar omstreden en tegenstrijdige verhaal en gebrekkige familiestamboom samen. Zij beweerde dat veel familieleden van haar waren vermoord in Auschwitz en slechts een handjevol had overleefd, maar geen van hen werd vermeld in enig bevolkings- of Holocaustregister. En het handjevol dat nog leefde was niet joods, zoals zij beweerde, maar luthers.

    ‘Dit type bedrog is misschien niet per se een misdaad, maar het is toch schandelijk,’ schreef Doerry in Der Spiegel. ‘Het verzinnen van Holocaustslachtoffers is in wezen de spot drijven met al degenen die werkelijk door de nazi’s zijn gemarteld en vermoord.’

    Dat was ook precies hoe Tomi Reichental het zag toen ik hem de dag voordat het verhaal in Der Spiegel verscheen, in Dublin belde om commentaar voor mijn eigen artikel. Reichental komt oorspronkelijk uit Tsjecho-Slowakije, overleefde het concentratiekamp Bergen-Belsen, maar is veel familieleden verloren. Hij heeft zijn latere jaren in zijn nieuwe vaderland gewijd aan het bezoeken van scholen, als levende getuige van de verschrikkingen van de Holocaust.
    ‘Mensen zoals ik zijn echt, maar dit schaadt ons,’ zei hij die vrijdagmiddag, de laatste dag van mei, tegen me, ‘omdat mensen onmiddellijk gaan denken: “Vertelt hij de waarheid?”’
    Terwijl ik die middag aan mijn artikel werkte, zag ik dat het blog snel van het internet verdween. Ik sloeg op wat ik kon en stuurde Sophie een e-mail om haar commentaar te vragen. Haar online antwoord: ‘Ik ontken alle beschuldigingen van Der Spiegel en zal juridische informatie inwinnen over die kwestie.’

    Laat op die avond besloot The Irish Times mijn stuk niet te plaatsen en ik stuurde haar opnieuw een e-mail met het voorstel om in plaats daarvan een afspraak te maken.
    Ook al hielden wij het verhaal vast, het deed al snel de ronde in Dublin. De website van de Russische propagandazender RT (Russia Today) wijdde er een item aan en studentenpublicaties van TCD hadden het verhaal te pakken gekregen. Uiteindelijk vertaalde Der Spiegel het artikel in zijn geheel in het Engels en maakte het beschikbaar op zijn website.

    © Yad Vashem / Unsplash
    © Yad Vashem / Unsplash

    Een paar dagen later zaten wij op een stoffige rivieroever en zei ze dat haar vertrouwde leven de afgelopen zes dagen in rook was opgegaan.

    Met verwijtende blik daagde ze me uit om haar vragen te stellen. Maar ik zei niets, in de hoop dat mijn zwijgen haar aan het praten zou brengen.

    Ze vertelde me over haar moeder, Rachel, een ‘gestoorde’ vrouw uit een Frans-Israëlische familie in de Languedoc, die voor Artsen zonder Grenzen werkte. Samen hadden ze de wereld over gereisd, tot Sophie zestien jaar was.

    ‘Toen vond ik mijn moeder in bad met een kogel in haar hoofd,’ zei de. ‘Mijn moeder heeft zich het leven benomen.’

    Haar vader was hertrouwd, zei ze, en ze was opgegroeid bij haar oma van vaderskant, Helga Brandl. Zij was een lutherse tandarts, maar Sophie hield vol dat ze Auschwitz-overlevende was met een getatoeëerd nummer op haar arm.

    Wat was het nummer, vroeg ik.

    Ze aarzelde even voor ze antwoordde: 6140.

    Onverwacht haalde ze een imitatieleren portefeuille uit haar zak, ritste die open en haalde er iets uit dat ze mij in de hand duwde. Ik vouwde een ster van gele stof open met ‘Jude’ in het midden: het soort gele ster dat alle Joden onder de Neurenberger wetten moesten dragen.
    ‘Deze ster en een kapotte bril waren het enige dat mijn oma nog bezat na Auschwitz,’ zei ze zacht. ‘Voel er maar aan en vraag me dan alsjeblieft nog eens of ik dingen verzin. Dat is wat je me aandoet, als je me dwingt dit te zeggen.’

    Ik voelde hoe ze naar me keek en op een reactie wachtte. Ik dacht eerst aan de Holocaust, daarna aan eBay. Maar ik hield mijn uitdrukking neutraal terwijl ik de ster aan haar teruggaf.

    ‘Het was als een soort tv-serie waarin de schuldige partij de bewijzen tegen zich onder de neus gewreven krijgt’

    Al snel vertelde ze over haar confrontatie met Doerry van Der Spiegel drie weken eerder. Ze hadden afgesproken in het Merrion-hotel in Dublin om te praten over een kunstboek dat ze had geschreven. Doerry had van tevoren laten weten dat hij haar vragen zou stellen over haar blog en haar Joodse familie, maar zij had nadrukkelijk gezegd dat ze dat niet wilde.

    Tijdens hun gesprek had hij toch doorgezet, zei ze, en had hij haar vijf pagina’s gegeven met vragen over details en inconsequenties in haar blog. Na een uur was ze woedend uit het interview weggelopen.

    ‘Hij maakte er een soort detectiveverhaal van… het is zo sappig en hij doet het zo goed,’ zei ze tegen me. ‘Hij praatte tegen me als een premiejager, hij had helemaal geen vragen… hij wilde alleen maar een overzicht geven van zijn bevindingen. Het was als een soort tv-serie waarin de schuldige partij de bewijzen tegen zich onder de neus gewreven krijgt.

    Ze beschreef hoe ze zich in de hoek gedreven voelde door Der Spiegel: gedwongen na dat artikel om te bewijzen dat ze een Duitse Jood was – van de derde generatie na Auschwitz – door met haar oma’s ster uit de nazitijd te komen.

    Het volgende moment ontkende ze dat ze de Yad Vashem-documenten over haar omgekomen familieleden had ingediend, ook al waren die in haar handschrift ingevuld en had ze er beelden van op haar Twitterfeed gezet. Ze beweerde ook dat iemand zich voor haar uitgaf, dat ze een advocaat in de arm had genomen en een aanklacht bij de politie had ingediend.

    Verwarde vrouw

    Twee uur werd drie uur en ik merkte dat ik niet meer zozeer naar haar verhaal luisterde, maar meer naar haar lichaamstaal en andere signalen keek. Nu eens klonk ze als een speels meisje dan weer als een boze volwassene en vice versa, en tussendoor lachte ze zonder reden. Haar gezicht werd rood, daarna bleek. Haar handen fladderden als twee rusteloze vogels rond in haar schoot.

    Aan het eind van onze wandeling wist ik niets meer te zeggen, en ik besefte dat ik me op onbekend terrein bevond. Dit was geen krantenartikel. Dit was een zeer verwarde vrouw die hulp nodig had – en in de wetenschap dat we nu snel uiteen zouden gaan was ik bang dat ik misschien wel de laatste was die haar in leven zou zien.

    Bij het afscheid herhaalde ik een paar zinnen die een bevriende therapeut me had gegeven. Ik zei dat ik niet zeker wist wat er gebeurd was, wat het echte verhaal was, maar dat ik hoopte dat ze iemand had met wie ze hierover kon praten, en iemand bij wie ze vanavond kon zijn: een vriendin of haar familie. Ze zei dat ze die wel had en liep weg.

    Later belde ik ik twee mensen op. Eerst Cornelia Hingst, die in het Duitse telefoonboek stond als tandarts in Wittenberg. Toen ik naar Rachel Hingst vroeg, Sophies Joodse moeder, zuchtte ze hoorbaar. Er was geen Rachel, zei ze. Zij, Cornelia, was Sophies echte moeder en niet, zoals Sophie zei, haar stiefmoeder.

    ‘Mijn dochter heeft veel realiteiten en ik heb maar tot één daarvan toegang,’ zei ze. Ze vertelde over de jarenlange worsteling van haar dochter met geestesziekte, de therapieën die ze telkens weer had geprobeerd en de nieuwe stabiliteit die ze in Ierland had gevonden.
    Cornelia was bang dat de onthullingen slecht zouden vallen bij Sophies werkgever in Ierland, chipmaker Intel, en dat het verlies van haar baan Sophie nog verder uit haar evenwicht zou brengen. Ik drong er bij haar op aan dat ze contact opnam met haar dochter en haar in haar verwarde toestand niet alleen zou laten.

    ‘Dat arme meisje heeft hulp nodig. Als het in de krant kwam zou het alleen maar nog meer pijn veroorzaken’

    Daarna belde ik rabbi Zalman Lent in Dublin. Hij had geruchten over het verhaal gehoord, maar zei dat hij Sophie nooit had ontmoet, en haar ook niet herkende van gebiedsdiensten.
    ‘Het is een kleine gemeenschap, dus ik zou haar wel kennen als ze hier was geweest,’ zei hij.
    Mijn contact met Yad Vashem leverde een schriftelijke verklaring op waarin stond dat er bij het instituut in Jeruzalem 4,8 miljoen namen staan geregistreerd. Documenten zoals Sophie had ingediend ‘ondergaan een korte controleprocedure om basisgegevens na te trekken’, maar ‘die procedure is niet waterdicht en we zijn af en toe gewezen op onjuiste informatie.’

    ‘Wij gaan ervan uit dat de getuigenispagina’s te goeder trouw worden ingediend, en vragen om de handtekening van de indiener, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de geleverde informatie,’ ging de verklaring verder. ‘De door Sophie Hingst ingediende formulieren zijn voor nader onderzoek overgedragen aan wetenschappers van Yad Vashem.’

    Ik had me al tot twee vrienden gewend, een therapeut en een arts. Beiden waren er huiverig voor om op afstand een diagnose te stellen, maar ze zeiden allebei, onafhankelijk van elkaar, dat Sophie – op basis van haar verwarde verhaal maar ook van haar lichamelijke signalen – een psychische stoornis leek te hebben. Dat soort stoornissen waren uitstekend te behandelen, volgens de bevriende therapeut; hij zei ook dat het vaker voorkomt dat Duitsers beweren afkomstig te zijn uit een Joodse familie die onder de Holocaust heeft geleden. De drang om in deze context liever bij de slachtoffers te willen horen dan bij de daders had volgens hem vaak te maken met een ander trauma in iemands leven.

    Vijf dagen na mijn ontmoeting met Sophie ging ik naar Hamburg voor een afspraak met Doerry, de schrijver van het artikel in Der Spiegel. Lopend van het station naar het glazen gebouw van het tijdschrift, belde ik Reichental nog een keer.

    Ik beschreef hem de gejaagde vrouw die ik had ontmoet en vertelde over de kennelijke psychische problemen van Sophie. Met het oog hierop had ik besloten dat dit geen verhaal voor The Irish Times was. Kon hij zich daarin vinden?

    ‘Natuurlijk,’ zei hij. ‘Dat arme meisje heeft hulp nodig. Als het in de krant kwam zou het alleen maar nog meer pijn veroorzaken.’

    Falsificaties

    Een paar minuten later, onder het glazen dak van het café in het Hamburgse hoofdkwartier van Der Spiegel, legde Doerry uit waarom hij toch doorging met het verhaal.
    Vorig jaar oktober had Doerry eenzelfde geval aan de hand gehad van een man die zich presenteerde als hoofd van een Joodse gemeenschap in de buurt van Hamburg, ondanks het feit dat hij Duits protestant was. Doerry is ook de kleinzoon van een Holocaustslachtoffer. En afgelopen december heeft Der Spiegel moeten erkennen dat een van zijn topjournalisten ‘op grote schaal artikelen had gefalsifieerd.’

    In minstens veertien overtuigende artikelen had de 33-jarige Claas Reloitius personages, plaatsen en ontmoetingen gefingeerd. De volle omvang van het bedrog stortte het tijdschrift in een van de diepste crises uit zijn 72-jarige bestaan.

    Doerry is historicus en voormalig adjunct-hoofdredacteur van het blad, en er was hem veel aan gelegen om Sophie te laten ophouden, omdat die steeds verder ging met haar leugens. Ze was uitgeroepen tot blogger van het jaar 2017 voor haar online werk en had in 2018 in Dublin een prijs voor beste jonge schrijver van The Financial Times aanvaard met een toespraak waarin ze over haar ‘Joodse’ familie sprak. Eerdere pogingen om haar aan de tand te voelen waren op niets uitgelopen. Dus de manier waarop hij haar in Dublin had benaderd was bedoeld om haar met de feiten te confronteren.

    Cornelia, de moeder van Sophie Hingst, belde me een paar keer om te vertellen hoe het met haar dochter ging. Intel, haar Ierse werkgever was bereid geweest om haar in dienst te houden, op voorwaarde dat ze gesprekken aanging met een therapeut van het bedrijf. Haar dochter was gaan inzien dat ze hulp nodig had, zei ze, maar werd achtervolgd door haar reputatie online. Er was een Wikipedia-onderwerp op haar naam aangemaakt, waarin ze ‘blogger en bedrieger’ werd genoemd. Het artikel van Der Spiegel stond nog steeds online in het Duits en in het Engels, en die laatste versie was gratis beschikbaar.

    In Wittenberg zei Cornelia dat ze zich verheugde op een nieuw leven na haar pensionering van de tandartsenpraktijk.

    Vorige week belde Cornelia me, terwijl ze op vakantie was aan de Baltische kust, om te zeggen dat de politie contact met haar had opgenomen. Haar dochter was de dag daarvoor, woensdag 17 juli, dood aangetroffen in haar bed in Dublin. Cornelia nam meteen aan dat haar dochter zelfmoord had gepleegd. Dit is nog niet bevestigd door de lijkschouwing; volgens de politie zijn er geen aanwijzingen voor betrokkenheid van een derde partij.

    Getroubleerde geest

    Terwijl ik naar de stem van de moeder luisterde, die verstikt klonk van verwarring en verdriet, ging ik in gedachten terug naar de vrouw die ik zeven weken eerder had ontmoet: gejaagd en gekwetst, maar ook intelligent en zelfs humoristisch. Een getroebleerde geest en een getalenteerd schrijver, maar ook iemand die – weken van tevoren – Doerry had aangevallen omdat hij haar verzinsels over voorouders die Holocaust-overlevenden of -slachtoffers waren in twijfel trok.

    Voor het artikel verscheen en onder druk van haar moeder, had Sophie Doerry gebeld om haar verontschuldigingen aan te bieden. Ze had toegegeven dat ze fouten had gemaakt, maar hield vol dat ze alleen maar herhaalde wat ze van haar moeder had gehoord. In Der Spiegel suggereerde Doerry dat ze nu ‘probeerde haar overleden protestantse oma tot zondebok te maken’.

    Voor de publicatie van het artikel had Sophie een advocaat in de arm genomen; ze benadrukte dat haar schrijfsels literair van aard waren en een verklaring van dezelfde strekking verscheen op haar blog.

    Achteraf gezien lijkt het erop dat beide kanten – de Hingsts en Doerry – vonden dat de andere kant zich agressief opstelde. Cornelia beschuldigt Doerry ervan dat hij de persoon achter de feiten over het hoofd heeft gezien.

    Na haar dood gaf Doerry uitgebreid commentaar aan The Irish Times, maar hij wilde niet dat zijn opmerkingen werden gepubliceerd. In plaats daarvan dicteerde hij een eenregelige verklaring: ‘Der Spiegel geeft geen commentaar op het artikel en betreurt haar dood.’
    In Duitsland kreeg de familie Hingst kritiek omdat ze niet de verantwoordelijkheid had genomen om in te grijpen en te voorkomen dat Sophie Holocaustleugens verspreidde of andere artikelen scheef waarin ze beweerde dat ze een kliniek voor seksuele voorlichting had gesticht in een sloppenwijk van New Delhi.

    Cornelia houdt vol dat ze geen idee had hoe ver haar dochter was gegaan met haar bedrog, niet had geweten dat haar dochter die documenten bij Yad Vashem had ingediend of dat wat Sophie online schreef was doorgesijpeld naar haar dagelijks leven en haar publieke persoon.
    ‘Toen ik Sophie hier een keer naar vroeg, zei ze dat ze geen geheel was,’ vertelt Cornelia, ‘en dat ze uit heel veel stukken bestond.’

    ‘Hij leefde en zong en leed / in een vreugdeloze, zware tijd / hier zocht hij de dood / en vond onsterfelijkheid’

    Cornelia en Doerry hadden allebei te maken met een complexe, verwarde persoon met veel gezichten die voor hen nooit tegelijk zichtbaar waren. Het tragische van dit verhaal is dat Sophie, de enige die haar motieven en haar stukken zou kunnen verklaren, nu dood is. Ze is op 31 juli begraven in haar geboortestad Wittenberg.

    Cornelia heeft de manier waarop Intel met haar dochter is omgegaan ‘voorbeeldig’ genoemd, omdat het bedrijf haar in dienst hield en zorgde dat ze bij een therapeut in behandeling ging. ‘De Ieren zijn de enigen die ons hebben gesteund,’ zei ze.

    Het bericht over Sophies dood was een grote schok voor haar vrienden en vroegere collega’s aan Trinity College en bij Intel. Vroegere TCD-collega’s treuren om een talentvolle en aardige persoon die vrijwilligerswerk deed voor het Ierse Rode Kruis.

    Aan het begin van onze wandeling vorige maand wilde Sophie per se dat we naar een lommerrijke plek gingen waar het Duitse literaire genie Heinrich von Kleist in november 1811 eerst zijn vriendin en daarna zichzelf doodschoot, en waar zij beiden nu begraven liggen. De schrijver was pas vierendertig toen hij stierf. Sophie was drie jaar jonger.

    De originele inscriptie, die door de nazi’s werd verwijderd omdat hij van een Joodse schrijver was, is gerestaureerd. Naast elkaar stonden we de tekst te lezen:

    ‘Hij leefde en zong en leed / in een vreugdeloze, zware tijd / hier zocht hij de dood / en vond onsterfelijkheid.’

    Het grootste deel van wat Sophie heeft geschreven is met haar verdwenen blog verloren gegaan. Als ik onze e-mailcorrespondentie doorlees, zie ik een vrouw die van woorden hield – ook al lieten die haar greep op de realiteit soms in de steek.

    ‘Ik ben een beetje jaloers op alle mensen die wisten wat ze wilden doen, die wisten dat woorden hen toebehoren,’ schreef ze. ‘Ik ben altijd alleen maar een hebzuchtige dief, hongerig naar woorden. En zoals jij en de rest van de wereld kunnen zien, is het niet goed afgelopen.’

    Auteur: Derek Scally
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Sophie Hingst

    The Irish Times
    Ierland | dagblad | oplage 61.000

    Gerenommeerde krant die in 1859 is opgericht door protestanten, maar onafhankelijk is in politiek en religieus opzicht. Staat bekend om de journalistieke kwaliteit, wint regelmatig prijzen. Vooral de zaterdagkrant is populair onder een breed publiek.