Tag: dierenleed

  • Van Somaliland tot Dubai groeit de illegale handel in cheeta’s

    Van Somaliland tot Dubai groeit de illegale handel in cheeta’s

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw ‘dorp’ in Manchester moet dakloosheid doorbreken

    » DRC: minstens 43 doden bij aanvallen van aan IS gelieerde rebellen

    Zonder ingrijpen dreigt het dier in Afrika uit te sterven

    De illegale handel in cheeta’s tussen Somaliland en de Golfstaten neemt snel toe en vormt een directe bedreiging voor het voortbestaan van de soort, schrijft Le Monde. Jaarlijks worden honderden welpen uit het wild gehaald en via complexe smokkelroutes – vaak via Jemen – verkocht aan welgestelde kopers in landen als de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië.

    De dieren fungeren als statussymbool op sociale media en in privécollecties, maar betalen daarvoor een hoge prijs. Tijdens transport worden ze vaak gedrogeerd en onder erbarmelijke omstandigheden vervoerd; slechts een klein deel overleeft de reis. Veel cheeta’s die het wel halen, zijn ernstig verzwakt en herstellen nooit volledig. In opvangcentra in Somaliland verblijven inmiddels meer dan honderd geredde dieren die niet meer kunnen terugkeren naar het wild.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De handel wordt in stand gehouden door een combinatie van armoede in de Hoorn van Afrika, gebrekkige handhaving en een aanhoudende vraag vanuit de Golfregio. Ondanks internationale verboden blijven vervolgingen schaars, waardoor netwerken relatief vrij spel hebben. Zonder ingrijpen dreigt de cheeta in delen van Afrika volledig te verdwijnen, waarschuwen experts.

  • VS geven groen licht aan kweekvlees voor de consumentenmarkt

    VS geven groen licht aan kweekvlees voor de consumentenmarkt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » IJsland schort de walvisjacht op vanwege dierenwelzijn

    » China: minstens 31 mensen gedood door een explosie in een restaurant

    Kweekvlees zal eerst in toprestaurants beschikbaar zijn

    De Verenigde Staten staan toe dat in het laboratorium gekweekt kippenvlees op de markt wordt gebracht. ‘Het is een historische stap die het voedsellandschap onherroepelijk zal veranderen’, aldus Time Magazine. Op woensdag werden de Verenigde Staten het tweede land, na Singapore, dat de weg vrijmaakt voor kunstmatig vlees op ons bord door goedkeuring te geven aan de Californische bedrijven Upside Foods en Good Meat om hun producten op de markt te brengen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tal van start-ups streven ernaar om zogenaamd ‘kweekvlees’ te produceren en op de markt te brengen, zodat mensen dierlijke eiwit kunnen consumeren zonder dierenleed te veroorzaken. Time wijst er echter op dat de producten van Upside Foods en Good Meat naar verwachting niet onmiddellijk in supermarkten verkrijgbaar zullen zijn. De twee bedrijven plannen ‘een geleidelijke uitrol, te beginnen met toprestaurants’ in de VS.

    ‘Het nieuws uit de VS is een opwindende ontwikkeling voor het hele ecosysteem van cellulaire landbouw,’ zegt Maarten Bosch tegen Time. Bosch is de CEO van Mosa Meats, een in Nederland gevestigd bedrijf dat een van de eerste was die met deze technologie aan de slag ging. Kweekvlees wordt gemaakt van een klein aantal stamcellen dat in een bad met voedingstoffen in een bioreactor wordt opgekweekt tot een volwaardig stukje vlees.

    Lees ook:

  • ‘Sommigen geloven dat je door een tijger te eten, zelf een tijger wordt’

    ‘Sommigen geloven dat je door een tijger te eten, zelf een tijger wordt’

    Na een pandemie van meer dan een jaar die waarschijnlijk veroorzaakt is door de illegale handel in wilde dieren, lijkt deze handel nog steeds in blakende gezondheid te zijn. Niet alleen levende, ook dode tijgers en soortgenoten zijn zeer gewild.

    De inbeslagname van goederen die onderweg waren van Nigeria naar Vietnam was alleen wat omvang betreft al schrikbarend. De Nigeriaanse douane onderschepte, in samenwerking met de Britse grenswacht, een lading van 10 ton slagtanden, botten en schubben die naar schatting afkomstig waren van 709 olifanten, 11 leeuwen en 10.658 schubdieren.

    Na een pandemie van meer dan een jaar die waarschijnlijk veroorzaakt is door de illegale handel in wilde dieren – en die meer dan twee miljoen gemelde doden en biljoenen dollars heeft gekost – lijkt die handel nog steeds in blakende gezondheid te zijn.

    Het opmerkelijkst aan de inbeslagname in januari 2021, afgezien van de onthutsende aantallen bedreigde dieren met een marktwaarde van meer dan 16 miljoen dollar, is de aanwezigheid van de leeuw. Natuurexperts denken dat Afrikaanse leeuwen slachtoffer zijn geworden van de schimmige handel in tijgers.

    Gestimuleerd door de schijnbaar onverzadigbare vraag uit Vietnam en China en geleid door criminelen uit Laos en Thailand, is de druk op tijgerpopulaties zo ernstig dat delen van leeuwen, die in Afrika relatief makkelijker te krijgen zijn, gebruikt worden als vervanging om de markt te bedienen.

    Zwakke rechtshandhaving en corruptie

    Freeland, een antismokkel-ngo en partner van The Independent in de campagne ‘Stop de illegale handel in wilde dieren’, denkt dat de handel in tijgers, waarvan er nu wereldwijd minder dan vierduizend in het wild leven, geleid wordt door ‘Tiger Queens’ in heel Zuidoost-Azië.

    Net als in de Netflix-serie Tiger King fokken die dealers hun eigen tijgers, zogenaamd voor toerisme en instandhouding, wat in Thailand en Laos is toegestaan. Maar veel van die fokkerijen, die geregistreerd staan en ‘dierentuinen’ worden genoemd, laten in werkelijkheid geen toeristen toe of doen dat alleen om hun echte winstoogmerk te verdoezelen: de verkoop en heling van tijgerdelen.

    Volgens het Environmental Investigation Agency (EIA) zijn zo’n half dozijn onderkomens waar tijgers gevangenzitten betrokken bij de handel in tijgerproducten. Multinationale, criminele syndicaten maken misbruik van de zwakke rechtshandhaving en corruptie, terwijl ze profiteren van de hoge prijzen die betaald worden voor zeldzame en bedreigde dieren.

    Steve Galster, de oprichter van Freeland, zei: ‘Vanwege het strengere toezicht en omdat er meer aandacht is voor de handel, besloten de tussenpersonen in Laos hun eigen infrastructuur voor het fokken van wilde dieren te ontwikkelen. Daarmee willen ze ten eerste witwaskanalen opzetten – van elk dier dat van Thailand naar Laos werd gesmokkeld, kon op papier worden aangetoond dat het afkomstig was uit fokkerijen in Laos. Ten tweede willen ze hun eigen dieren fokken en minder afhankelijk zijn van onbetrouwbare Thaise leveranciers, die óf als smokkelaars gepakt werden óf hun prijzen verhoogden als compensatie voor duurdere maatregelen om het verscherpte toezicht te omzeilen.’

    Bij een politie-inval in december 2020 werden ter plekke zes tijgerkarkassen en een afgehakte tijgerkop aangetroffen

    Volgens Freeland is de Mukda Tiger Park Farm, in Noordoost-Thailand aan de grens met Laos, zo’n tijgerfokkerij. Uit onderzoek dat Freeland aan The Independent heeft laten zien, blijkt dat de ‘dierentuin’ in de zomer van 2020 zo’n dertig tijgers bevatte en levende welpen en volwassen tijgers de grens over bracht. Bij een politie-inval in december 2020 werden ter plekke zes tijgerkarkassen en een afgehakte tijgerkop aangetroffen. Een DNA-analyse van de levende tijgers wees uit dat ze genetisch niet verwant waren aan de andere, wat erop duidt dat ze van elders het land in waren gesmokkeld.

    Volgens Galster beweerden de eigenaren van de fokkerij dat ze de zes skeletten wilden opzetten, wat volgens de Thaise wet nog steeds legaal is. Dr. Mark Jones van de organisatie Born Free schat dat er in Zuidoost- en Oost-Azië meer dan 8300 tijgers in gevangenschap leven, vergeleken met 5000 in de VS.

    Een andere organisatie, Vannaseng, is in verband gebracht met een tijgerfokkerij en een apenfokkerij in de buurt van Vientiane, de hoofdstad van Laos. Freeland meent dat de directeur ervan, Viengnasone Ounalom, de schoondochter is van de directeur-generaal van de Laotiaanse douane.

    The Guardian schreef dat het bedrijf in 2014 van de Laotiaanse regering toestemming kreeg om 20 ton tijgervellen, botten en klauwen te verhandelen ter waarde van 1,2 miljoen dollar, in een land waarin 80 procent van de bevolking van minder dat 2,50 dollar per dag leeft. Vannaseng reageerde niet op een verzoek van The Independent om commentaar te geven op de activiteiten van het bedrijf en de staat van de dierenvoorzieningen.

    De Convention on International Trade in Endangered Species (CITES), waar alle Aziatische landen behalve Noord-Korea en Turkmenistan aan deelnemen, roept al sinds 2007 op een eind te maken aan het fokken van tijgers om handel mee te drijven. Sommige leden van de pro-fokkerijlobby betogen dat het fokken van tijgers de druk op in het wild levende tijgerpopulaties vermindert, maar dat wordt gelogenstraft door het almaar afnemende aantal wilde tijgers.

    Mazen in de wetten

    Volgens het World Wildlife Fund ondermijnen de tijgerfokkerijen de pogingen om het verbod op de handel in tijgerproducten af te dwingen. Het meent ook dat tijgerfokkerijen ertoe bijdragen om ‘de vraag ernaar te laten voortduren en toenemen’, omdat hun bestaan ‘die producten legitimeert en normaliseert in een gebied dat momenteel een grote en duurzame groei van consumentenklassen doormaakt’.

    In Laos en Thailand bestaan wetten die de landen dwingen zich te houden aan hun CITES-verplichtingen, maar veel mensen zeggen dat er onaanvaardbare mazen in die wetten zitten. Een rapport van de Environmental Investigation Agency uit 2019 wijst erop dat vergunningen om tijgers te fokken en te vervoeren vrij eenvoudig te krijgen zijn, en dat er ‘geen voorschrift’ bestaat om de handel in producten die delen van tijgers bevatten tegen te houden. Het rapport Op het slagersblok – de Mekong-route van de tijgerhandel richt zich vooral op de rol van de Speciale Economische Zones in de regio, zoals de Golden Triangle Speciale Economische Zone (GTSEZ), die in Laos ligt, maar feitelijk bestuurd wordt door een Chinees bedrijf.

    De GTSEZ wordt, met een leaseovereenkomst van negenennegentig jaar met de Laotiaanse regering, bestuurd door het in Hong Kong geregistreerde bedrijf de Kings Roman Group, dat op de sanctielijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën staat wegens betrokkenheid bij illegale activiteiten zoals het smokkelen van drugs, mensen en dierlijke producten.

    Het ministerie verklaart dat miljardair Zhao Wei, die de controle heeft over de regio, en zijn vrouw Su Guiqin, directeur van het bedrijf die in een artikel in de South China Morning Post de ‘Koningin van de Speciale Economische Zone Golden Triangle’ wordt genoemd, ‘de GTSEZ uitbuiten om deel te nemen aan de smokkel van bedreigde en kwetsbare dieren, waaronder Aziatische zwarte beren, schubdieren, tijgers, neushoorns en olifanten’.

    Het kroonjuweel van het gebied van 100.000 hectare is het Kings Roman Casino, dat zeer in trek is bij Vietnamese en Chinese bezoekers. De muntsoort die er wordt gebruikt, is de Renminbi en buiten patrouilleren vaak Chinese agenten.

    Debbie Banks van de EIA noemt wat zich afspeelt in die speciale economische zones ‘door Chinezen geleide activiteiten die wetteloze gebieden opleveren waar misdaden tegen dieren kunnen worden gepleegd’. Ze suggereert ook dat er in het gebied minstens twee faciliteiten zijn met tientallen tijgers, waar producten als tijgerbotwijn makkelijk verkrijgbaar zijn.

    Tijgerfokkerijen maken deel uit van een bredere tijgerhandel die al eeuwen bestaat en gevoed wordt door de vraag naar delen van tijgers in Zuidoost- en Oost-Azië. Die delen worden voornamelijk gebruikt voor medicijnen die gebaseerd zijn op de traditionele Chinese geneeskunde.

    Debbie Banks legt uit: ‘Tijgerbotten worden in Vietnam tot een lijmachtige substantie gekookt waar ze tijgerlijm van maken. In China worden ze op twee manieren gebruikt: vermalen tot een poeder dat als ingrediënt wordt gebruikt binnen de traditionele geneeskunde of geweekt in rijstwijn om tijgerbotwijn te maken, die op de markt wordt gebracht als een gezondheidsproduct of als een prestigieus cadeau.’

    Het eten van tijgervlees wordt door sommigen als luxueus beschouwd, net zoiets als een goede champagne, en de botten als een geneesmiddel

    De groei van de middenklasse in die twee landen verklaart voor een groot deel de aanhoudende vraag naar tijgerproducten: het eten van tijgervlees wordt door sommigen als luxueus beschouwd, net zoiets als een goede champagne, en de botten als een geneesmiddel. ‘Sommigen geloven dat ze door een tijger te eten net als een tijger worden,’ zei Steve Galster.

    Waar illegale handel wordt gedreven, komt onvermijdelijk fraude voor. Toen het moeilijker werd om tijgers te stropen, en landen als Thailand en China strengere beperkingen op de handel legden, begonnen natuurbeschermers delen van leeuwen te ontdekken in geconfisqueerde vrachten. Ze veronderstelden dat het substituten voor zeldzamer delen waren.

    Leeuwenskeletten zijn in grote aantallen beschikbaar in Zuid-Afrika, vanwege de populariteit van de jacht op grote dieren aldaar. In een rapport uit 2017 van Born Free met als titel ‘Cash Before Conservation’ staat dat Zuid-Afrika de grootste exporteur van leeuwenbotten en -skeletten naar het Verre Oosten is. Het land heeft tussen 2008 en 2015 98 procent van de leeuwenkarkassen naar Vietnam of Laos gestuurd.

    En dus hebben de Tiger Queens hun blik nu grotendeels op Afrika gericht. Freeland wijst erop dat er een onderzoek loopt naar een Laotiaanse tijgerfokkerij die een dochteronderneming in Zuid-Afrika heeft geopend. Intussen zijn mensen zoals Vixay Keosavang, een inwoner van Laos, nog op vrije voeten, ondanks het feit dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2013 een beloning van een miljoen dollar heeft uitgeloofd voor informatie over zijn netwerk voor het smokkelen van wilde dieren van Afrika naar Azië.

    Monster in de hoek

    Freeland heeft diverse autoriteiten ingelicht over Keosavangs netwerk, en dat leidde tot elf arrestaties, vier vervolgingen en miljoenen in beslag genomen dollars. Het lijkt er dus op dat Keosavangs netwerk niet meer bestaat, maar zelf blijft hij onvindbaar en de Tiger Queens zorgen dat de zaken doorgaan.

    Galster legt uit: ‘De syndicaten die wilde dieren smokkelen en verbonden zijn met de fokkerijen in Laos en Thailand, sturen tussenpersonen naar Zuid-Afrika om voor duizend dollar leeuwenkarkassen te kopen, die ongeveer vijfentwintig keer goedkoper zijn dan karkassen van volwassen tijgers. Diezelfde personen zijn uiteindelijk overgestapt op hoorns van rhinocerossen.’ Natuurbeschermers luiden nu de noodklok over leeuwenpopulaties in Afrika, die sinds 1994 met de helft zouden zijn gekrompen.

    Debbie Banks van de EIA vertelt nog dat verkopers en consumenten het verschil tussen tijger- en leeuwenbotten zonder een DNA-test niet kunnen zien. En vanwege de pandemie vindt de handel nu bijna helemaal online plaats.

    De EIA ontdekte onlangs een Chinees bedrijf in Vientiane dat adverteerde met producten van tijgerbotten op WeChat, een berichten-app van het Chinese Tencent, dat vorig jaar een blog vrijgaf met als titel ‘Het is belangrijker dan ooit om een eind te maken aan de illegale handel in bedreigde diersoorten’.

    Steve Galster: ‘Het is een grote, etterende wond, een monster dat we in een hoek hebben geplaatst. En het probleem is moeilijk aan te pakken omdat de fokkerijen geleid worden door zeer invloedrijke mensen en omdat het om grote hoeveelheden dieren gaat.’

  • Binnenkort komt leer uit de fabriek

    Binnenkort komt leer uit de fabriek

    Al sinds de oertijd maakt de mens schoeisel en kleding van dierenhuiden. Maar over een paar jaar wellicht niet meer. Het Amerikaanse bedrijf Modern Meadow zegt leer te kunnen kweken zonder daarvoor dieren te hoeven doden.

    Leerbereiding is een oud ambacht. Het oudste leerproduct dat tot nu toe is gevonden, is een 5500 jaar oude schoen in een grot in Armenië, maar schilderingen in Egyptische graftombes laten zien dat 7000 jaar geleden al allerlei dingen van leer werden gemaakt, van sandalen tot emmers en militaire uitrusting. Redelijkerwijs kunnen we aannemen dat het gebruik van dierenhuiden voor onderdak en kleding honderdduizenden jaren teruggaat.

    De leerbereiding is ook een smerige aangelegenheid. In het achttiende-eeuwse Londen werden rottende huiden gedrenkt in urine en kalk om resten vlees en haar los te weken. Daarna werden de huiden met uitwerpselen van honden bewerkt om ze zachter en duurzamer te maken. Dat alles veroorzaakte zo’n stank dat de bedrijven de stad uit moesten en gedwongen werden om zich aan de andere kant van de rivier in Bermondsey te vestigen. In landen zoals India en Japan vervuilde de leerproductie zowel mensen als leefgebieden en was ze (en is ze vaak nog steeds) voorbehouden aan sociale outcasts als de dalits en de burakumin [de laagste kasten in respectievelijk India en Japan].

    De moderne productiemethoden produceren minder stank dan die van de achttiende eeuw. Hondenpoep, kalk en urine zijn vervangen door chroom en andere chemicaliën. Maar sommige van die substituten zijn behoorlijk bijtende goedjes. De hele leerindustrie is gebaseerd op het gebruik van dierenhuiden en ligt nu onder vuur omdat de relatie tussen mens en dier de laatste jaren gevoelig ligt. Daartegenover staat een commercieel argument: leer, dat wordt gewaardeerd vanwege zijn duurzaamheid en soepelheid, is een bedrijfstak waarin jaarlijks 100 miljard dollar omgaat.

    Het ‘kweken’ van leer bij Modern Meadow.
    Het ‘kweken’ van leer bij Modern Meadow.

    Die contrasterende feiten hebben ervoor gezorgd dat de technologie zich op de leerproductie heeft gestort. Gelooide dierenhuiden krijgen concurrentie. De uitdaging komt echter niet, zoals je zou verwachten, van een substituut gemaakt van een synthetische polymeer, maar eerder van iets wat in bijna alle opzichten hetzelfde is als natuurlijk leer. Het verschil is dat het niet van de rug van een dier komt, maar per meter in fabrieken wordt gekweekt.

    De meest geavanceerde plek waar de nog experimentele kunst van het kweken van leer wordt beoefend, is het Amerikaanse bedrijf Modern Meadow. In augustus verhuisde het van Brooklyn, New York, waar zestig man personeel in alle rust het nieuwe materiaal hebben ontwikkeld, naar een laboratorium in Nutley, New Jersey, waar een experimentele productie wordt opgestart. Modern Meadow, dat meer dan 50 miljoen dollar heeft opgehaald bij investeerders en samenwerkt met een aantal tot nu toe nog niet met name genoemde bedrijven in de kleding-, schoenen-, meubel- en auto-industrie, hoopt het nieuwe materiaal binnen twee jaar op de markt te brengen.

    Gekweekt leer zou allerlei voordelen hebben ten opzichte van dierenhuiden. Ten eerste kan het worden gemaakt in handige lappen met rechte hoeken, in plaats van de onregelmatige vormen die een dierenhuid nu eenmaal heeft. Een ander voordeel is de constante kwaliteit, aangezien natuurlijke huiden vaak littekens, vlekken en andere mankementen vertonen. En gekweekt leer verschilt ook niet van dier tot dier, zoals bij natuurlijk leer. Al deze aspecten zorgen voor minder vervuiling en een betere kwaliteit. Ook zal het de mensen goeddoen die vinden dat dieren niet zouden moeten sterven voor de productie van mooie schoenen en zachte stoelbekleding.

    Bij het produceren van het leer begint Modern Meadow met een soort gist dat genetisch gemodificeerd is, om zo een eiwit te maken dat identiek is aan rundercollageen. Collageen is het belangrijkste basiseiwit in het lichaam van een dier. Het maakt in het bijzonder de huid sterker en elastischer. Het bestaat uit lange ketens aminozuren, de bouwstenen van alle eiwitten, samengevlochten tot driedubbele helices die op hun beurt weer worden samengevlochten tot vezels.

    Het doel van het bedrijf is om gewoon een nieuwe stof te produceren, met een eigen merknaam

    In dierenhuiden wordt de synthese van de eerste ketens aminozuren en de daaropvolgende vervlechting tot vezels gedaan door speciale cellen, de zogenaamde fibroblasten. Een van de belangrijkste trucs die de biotechnici van Modern Meadow onder de knie hebben gekregen, is – hoewel ze weinig details willen prijsgeven – dat ze kunnen stimuleren dat de ketens die door het gist worden uitgespuugd, zichzelf zonder tussenkomst van fibroblasten kunnen vervlechten tot vezels. En als je eenmaal vezels hebt, is het niet zo moeilijk om ervoor te zorgen dat die lagen gaan vormen waardoor er eigenlijk lappen ruw leer ontstaan. Die kunnen dan op de gebruikelijke manier worden gelooid, geverfd en afgewerkt.

    Volgens Dave Williamson, de hoofdtechnicus van het bedrijf, is dit proces zo ontworpen dat het gemakkelijk kan worden opgeschaald en in bestaande fabrieken kan worden uitgevoerd. Williamson werkte eerder voor DuPont, een groot chemisch concern, dus hij heeft veel ervaring met dergelijke apparatuur. Volgens hem zou het ook mogelijk zijn om in grote centrale fabrieken collageen te maken, en dat dan te transporteren naar lokale fabrieken en looierijen om het daar om te zetten in huid. Qua kosten zal het nieuwe materiaal concurrerend zijn met natuurlijk leer.

    Nog een voordeel van het productieproces van Modern Meadow is dat men verschillende delen van een lap verschillende eigenschappen kan geven. Zo kan men bepalen hoe het product eruitziet en aanvoelt. Eén gedeelte kan bijvoorbeeld stijf gemaakt worden en een ander gedeelte juist zacht. Daarmee kun je de nieuwerwetse ‘huiden’ aanpassen aan de wensen van de klant, die bijvoorbeeld een bepaalde schoen wil maken. Het proces zou ook verfijnd kunnen worden – hoewel het bedrijf zegt geen plannen in die richting te hebben – om speciaal leer te kweken, zoals van struisvogels of krokodillen.

    Modeshow

    Modern Meadow is er volgens Williamson niet op uit om imitatieleer te maken. Het doel van het bedrijf is om gewoon een nieuwe stof te produceren, met een eigen merknaam. Daarmee neemt hij de wind uit de zeilen van iedereen die paradoxaal genoeg de onvolkomenheden van een natuurlijk product verkiest boven de perfectie van het synthetische equivalent, zoals bij synthetische diamanten gebeurt.

    De gekozen naam zal op 1 oktober tijdens een modeshow in het Museum of Modern Art in New York worden onthuld – samen met een T-shirt, het eerste kledingstuk dat van het materiaal is gemaakt. De biotechnologie zal met haar producten pronken op de catwalk, en leer – welke naam het ook krijgt – zal de eerste voorzichtige stappen zetten om het abattoir achter zich te laten.

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

    Openingsbeeld: Traditionele leerlooierij in het Marokkaanse Fez. – © Getty Images