Tag: digitaal

  • Vinyl, magazines en cassettebandjes: de renaissance van analoge media

    Vinyl, magazines en cassettebandjes: de renaissance van analoge media

    Steeds meer mensen zoeken hun toevlucht in een analoge cultuur. Dat zijn geen nostalgische boomers, maar juist de generatie die is opgegroeid met schermen en smartphones. Martin Gelin ziet hoe zij de macht proberen terug te winnen van de techgiganten uit Silicon Valley.

    In het hartje van Amsterdam stap ik Athenaeum Boekhandel binnen, een van mijn favoriete plekken in Europa. De hele begane grond is gewijd aan tijdschriften. Kleine bladen niches en torenhoge ambities.

    Ik koop enkele edities van Pleasant Place, een Nederlands fanzine met essays over de botanische wereld. Het zijn literaire en kunsthistorische uitweidingen, geïllustreerd met een visuele speelsheid die het tijdschrift zelf even charmant en levendig maakt als een bloementuin in de voorzomer.

    De meeste tijdschriften hier zijn de afgelopen jaren op de markt gebracht. Ze worden gerund door idealisten en toegewijde redacteurs. Niet om commerciële successen te worden, maar om iets betekenisvols te creëren.

    Ik dwaal langs de schappen met nieuwe literaire tijdschriften, feministische kunstmagazines en een afdeling met elegante, kleine reisbladen. Er zijn tijdschriften die uitsluitend over wespen gaan en een Frans magazine dat een themanummer over Derek Jarman heeft gemaakt.

    Wie het tijdschrift wil lezen, moet een fysiek exemplaar opsporen

    Ik koop ook het nieuwste nummer van Real Review. Dit steeds onmisbaarder wordende Britse essaytijdschrift is opgericht door de jonge architect Jack Self. Hun motto is enigszins pompeus: ‘verklaren wat het betekent om vandaag de dag te leven’. Maar verrassend genoeg slagen ze daar ook in. Ze gebruiken kunst, geopolitiek, de klimaatcrisis, stadsplanning, mode en macro-economie als gelijkwaardige invalshoeken om de jaren twintig te doorgronden. In een doorsnee-editie spreekt Francis Fukuyama over de geopolitieke risico’s van AI-gestuurde drones, terwijl kunsthistoricus Shumon Basar de ideeën van Susan Sontag over fotografie en empathie analyseert in de context van Gaza.

    De teksten zijn nergens op internet te vinden, ook niet achter een betaalmuur. Wie het tijdschrift wil lezen, moet een fysiek exemplaar opsporen. De vormgeving versterkt de leeservaring: de teksten zijn gedrukt in een intuïtieve lay-out die uitnodigt tot verder lezen. Een soort alternatief internet waar alles goed is.

    Deze tijdschriften weerspiegelen een veel bredere renaissance van de analoge cultuur. Die komt ook tot uiting in de opkomst van onafhankelijke boekhandels, kleine en ogenschijnlijk anti-commerciële kunstgalerieën, nieuwe podia voor poëzievoordrachten en experimenteel proza en ruimtes waar jongeren samenkomen voor handwerk en keramiek. En dan is er nog de onverminderde populariteit van oude cultuurdragers als vinylplaten en korrelige VHS-banden.

    Alternatieven

    Deze honger naar een tastbare cultuur wordt niet gedreven door nostalgische boomers of mensen geboren in de jaren zeventig, maar bijna uitsluitend door de generaties die met het internet opgroeiden. Ze hebben sinds hun twaalfde een smartphone en verlangen nu vurig naar alternatieven. Ik denk dat we hen moeten zien als de kanaries in de vervuilde mijnschacht van het internet.

    Ooit gebruikten we het internet om de werkelijkheid te ontvluchten. Nu gebruiken we de werkelijkheid om het internet te ontvluchten.

    Die formulering zou ik graag claimen, maar hij is van Bloomberg-columnist Noah Smith en ik vond hem natuurlijk in mijn socialemediafeed. Juist die belofte – het ontdekken van een slim inzicht uit onverwachte hoek – zorgt ervoor dat wij, die met informatie, nieuws en ideeën werken, zo makkelijk blijven scrollen. Door dat rusteloze zoeken naar nieuwe indrukken grijpt het spiergeheugen van onze vingers voortdurend terug naar dezelfde apps en browsertabbladen – wel twintig, vijftig keer per dag.

    Wie zijn toevlucht zoekt tot fysieke tijdschriften en literatuur, tot de analoge cultuur, sluit zich niet af van de werkelijkheid. Het is geen escapisme. De meeste tijdschriften die ik bij Athenaeum koop, worden niet gemaakt door luddieten die de elektriciteit hebben afgesloten, maar door mensen die zo lang en intensief online zijn geweest dat ze juist daardoor de waarde van het analoge zijn gaan inzien – alsof er een raam wordt opengezet.

    Niet louter reproductief gedrag

    Jongeren hebben minder seks dan voorgaande generaties, aldus een artikel in The Telegraph, zelfs nu er meer openheid en keuzevrijheid is dan ooit tevoren.
    Hoewel de beschikbare data grotendeels afkomstig zijn uit Britse en westerse bronnen, wijst het stuk op een bredere culturele trend. Het benadrukt dat jongvolwassenen, vooral generatie Z, zich online vaak veiliger voelen dan in persoonlijk contact. Het artikel koppelt deze verandering deels aan de dominante rol van sociale media, continu aanwezige digitale prikkels en een verhoogde nadruk op psychologische veiligheid en persoonlijke identiteit.
    Het verhaal schetst seksualiteit niet alleen als reproductief gedrag, maar als indicator van sociale verbondenheid, waarbij afname kan wijzen op bredere gevoelens van angst, onzekerheid en een gebrek aan spontane menselijke interactie; door de verschuiving naar meer schermtijd en minder face-to-facecontact kan sociale isolatie toenemen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor emotionele gezondheid en welzijn in moderne samenlevingen, zo wijzen studies uit.

    De plek waar ik de meeste voorvechters van analoge oases ben tegengekomen is Palo Alto, in het hart van Silicon Valley. Elke keer dat ik daar ouders van jonge kinderen sprak, wedijverden ze met elkaar om wie zijn kinderen de minste schermtijd toestond. Hoe meer geld en cultureel kapitaal een gezin bezit en hoe hoger de posities van de ouders bij de techbedrijven zijn – juist die bedrijven die miljarden mensen verslaafd hebben gemaakt aan sociale media en smartphones – des te fanatieker proberen ze te voor- komen dat hun eigen kinderen diezelfde producten gebruiken.

    Dat komt natuurlijk doordat ze de keuken van binnenuit kennen. Zij hebben zelf ’s werelds beste psychologen en gedragswetenschappers van Princeton, MIT en Oxford gerekruteerd. Hun taak: de producten zo verfijnen dat ze nét iets verslavender worden en de gemiddelde gebruikstijd met nog eens 5 procent opdrijven.

    Het is veelzeggend dat juist in het epicentrum van de Amerikaanse technologische innovatie gezinnen weer naar het analoge verlangen. Een van de meest gewilde scholen in Silicon Valley is een vrije school in Los Altos (gemiddeld inkomen: 1,4 miljoen per jaar) waar de leraren nog steeds krijt en leien gebruiken. Verdienen niet al onze kinderen het om op te groeien in dezelfde analoge oases als de elite van Silicon Valley?

    In onderzoek naar internet- en telefoongebruik klinken jongeren tegenwoordig steeds vaker alsof ze het hebben over een monster uit een horrorfilm: een verschrikkelijk destructieve kracht waaraan iedereen wil ontsnappen, maar niemand ontkomt. Twee op de drie jonge Amerikanen proberen nu actief hun schermtijd te verminderen, blijkt uit een recent onderzoek van Pew Research. In Noorwegen zegt 80 procent van de bevolking onder de dertig dat ze te veel op internet zitten. Ook in Zweden stelt een meerderheid van de jongeren dat ze tijd ‘verspillen’ aan sociale media, aldus de Zweedse internetstichting.

    Controle terugwinnen

    Onderzoek in Australië en Frankrijk laat dezelfde dynamiek zien: het zijn vooral jongeren die wanhopig op zoek zijn naar alternatieven voor hun telefoons, voor TikTok, voor sociale platforms die draaien om status.

    Het is dus geen paternalisme of nostalgisch moralisme om iets aan dit pathologische gedrag te willen doen. Het zijn de jongeren zelf die hier luid en duidelijk om vragen. Ik voel een zekere opluchting wanneer de Franse president Emmanuel Macron, die niet altijd een feilloze politieke antenne heeft, een telefoonverbod invoert op Franse scholen. Mijn zoon groeit nu op in Parijs, waar leraren en autoriteiten een gezonde scepsis koesteren jegens smartphones en Amerikaanse techbedrijven. Tot nu toe is hij nog onaangetast door de sociale platforms; ze loeren als Sauron aan de horizon.

    Parijs bewijst bovendien dat een relatief analoge stad niet ten koste hoeft te gaan van creativiteit en nieuwe ideeën. Het is waarschijnlijk geen toeval dat veel van mijn favoriete steden – Parijs, Amsterdam, Tokio, Taipei – precies die eigenzinnige combinatie bezitten van het rusteloos moderne en het heilzaam analoge. Juist op plekken die bruisen van artistieke vernieuwing bloeit de liefde voor het analoge op.

    Simon Kuper, columnist voor de Financial Times hier in Parijs, kreeg onlangs de vraag wat de slimste mensen die hij kent, typeert. Ze brengen relatief weinig tijd achter hun schermen door, antwoordde hij.

    DOS Casettes compressed edited 1 scaled
    © Pexels

    De analoge renaissance biedt een kans om de controle terug te winnen. Niet alleen over onze toegang tot informatie, maar uiteindelijk ook over kennis zelf en ons vermogen om de wereld te begrijpen. Ik besteedde eindeloos veel tijd aan het samenstellen van lijsten met experts die ik wilde volgen op sociale platforms. Als vroege gebruiker van Twitter had ik de 200 beste Taiwan-experts ter wereld verzameld, de 70 grappigste filmcritici, de 300 slimste klimaatwetenschappers.

    Toen werd het platform fascistisch. Ik stak evenveel uren in het maken van afspeellijsten, met Japanse ambient en de beste contratenoren uit de barokmuziek, om vervolgens te moeten toezien hoe die werden uitgehold doordat artiesten volkomen willekeurig van het platform verdwenen.

    Hardnekkig proberen de techgiganten mijn aandacht te sturen. De standaardkeuze van Instagram als je inlogt, is ‘Voor jou’. Dat betekent dat je een feed krijgt die niet bevat wat je wilt zien – geen van de tweeduizend accounts die ik bewust volg. In plaats daarvan krijg je accounts voorgeschoteld waarmee hun adverteerders graag geassocieerd willen worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de jongeren die de meeste tijd op deze platforms hebben doorgebracht, op zoek gaan naar culturele producten die ze kunnen aanraken en bewaren, naar rituelen en fysieke gemeenschappen die cultuur weer betekenis geven.

    Vinyl

    The Economist doet een dappere poging om de zoektocht van jongeren naar analoge cultuur te kwantificeren en merkt op dat Taylor Swift vorig jaar 2,2 miljoen vinylplaten verkocht (al zou Taylor Swift waarschijnlijk ook 2 miljoen havermoutkoeken kunnen verkopen als ze dat wilde). Wereldwijd steeg de verkoop van vinylplaten met 300 procent tussen 2016 en 2023, precies de periode waarin sociale apps almachtig werden en de verslaving aan mobiele telefoons als pathologisch werd beschouwd. Ook de verkoop van cassettebandjes is verdrievoudigd. Economen zijn verbijsterd. Is dit werkelijk rationeel gedrag? Wat zou Adam Smith hiervan zeggen? ‘Misschien zijn de jongeren vergeten hoe lastig het is om de bandjes terug te spoelen,’ schrijft The Economist.

    Maar jongeren verzamelen cassettebandjes natuurlijk niet omdat ze zo efficiënt zijn. De clou is juist dat de analoge cultuur iets anders biedt dan optimalisatie en kwantificering. Het is een alternatief voor een samenleving waarin elke alledaagse interactie aanvoelt als een LinkedIn-profiel. Camerafabrikant Polaroid, die zijn omzet de afgelopen jaren fors zag stijgen, heeft een nieuwe campagne met een treffende slogan: ‘Niemand heeft er op zijn sterfbed spijt van niet meer tijd aan zijn telefoon te hebben besteed.’

    In mijn buurt in Parijs zijn verschillende oude krantenkiosken overgenomen door een nieuwe Spaanse keten, News & Coffee, die een uiterst doordacht assortiment van kwaliteitsbladen, kunsttijdschriften en verfijnde koffiesoorten verkoopt. De markt voor dagbladen loopt op zijn eind, maar wordt niet alleen vervangen door het internet, maar ook hierdoor: een nieuw premiumsegment van stijlvolle en interessante tijdschriften. De keten begon tijdens de pandemie in Barcelona, maar is inmiddels uitgegroeid naar een half dozijn Europese steden. Juist doordat tijdschriften decennialang gemarginaliseerd zijn, zijn ze ook bevrijd van de commerciële eisen en de meetbaarheid van de massacultuur, die altijd tot homogenisering leiden.

    ‘Speak up, men’

    The Guardian signaleert dat zogeheten talking circles mannen steeds vaker een veilige ruimte bieden om over gevoelens te spreken. In deze gespreksgroepen, met namen als Andy’s Man Club en Men’s Circle, krijgt iedere deelnemer ononderbroken tijd om te vertellen wat hem bezighoudt, zonder oordeel of directe feedback. Ze richten zich op mannen die moeite hebben met kwetsbaarheid en emotionele expressie – een probleem dat samenhangt met hoge cijfers voor eenzaamheid, depressie en suïcide onder mannen. De bijeenkomsten zijn geen therapie, maar fungeren als laagdrempelige oefenplaatsen voor luisteren, openheid en onderlinge steun. Ze zouden het idee doorbreken dat praten over emoties onmannelijk is, maar voor veel deelnemers blijkt simpelweg gehoord worden al een belangrijke eerste stap richting een gezondere omgang met zowel zichzelf als anderen.

    Het is dan ook veelzeggend dat Chloe Malle, de nieuwe hoofdredacteur van Vogue die in de voetsporen van Anna Wintour treedt, aankondigde dat de Amerikaanse Vogue minder gedrukte edities per jaar gaat uitbrengen, maar dat die edities wel mooier en luxueuzer worden. In plaats van een massaproduct dat wordt geconsumeerd en weggegooid, moet Vogue een prestigeproduct worden voor op de salontafel en voor winkels zoals Athenaeum en News & Coffee.

    Minder frequent, hogere kwaliteit. Het is niet zozeer een esthetische keuze als wel een overlevingsstrategie. Het probleem is alleen dat dit soort producten binnenkort alleen voor de happy few zijn weggelegd. Het is niet realistisch om te geloven dat een significant aantal mensen de digitale platforms zal verlaten om Nederlandse fanzines over bloemen te lezen.

    Er is een treffend moment in het nieuwe boek Ingen surf van schrijver en dichter Jonas Gren, waarin hij lijkt te beseffen dat hij de problemen van het internet niet in zijn eentje kan oplossen door naar het bos te verhuizen en een vuurtje te stoken met twijgen en berkenbast. Integendeel, de analoge renaissance moet het begin zijn van een veelomvattender hervorming van het internet en de cynische platforms die vandaag de dag domineren. Een van de mensen met wie Gren in het boek spreekt, is de jonge politicoloog Filippa Werner Sellbjer. Zij heeft eveneens ingezien hoe futiel individuele protesten tegen een kapot internet zijn; het is als genoegen nemen met afval scheiden terwijl de VS elke week nieuwe oliebronnen boren. Wat nodig is, zijn structurele veranderingen. ‘Reguleer die rommel,’ zoals zij het academisch uitdrukt.

    Tegenbeweging

    Twaalf jaar geleden trok ik dezelfde conclusie, toen ik over Silicon Valley begon te schrijven en zag hoe weinig de leiders van de bedrijven zich bekommerden om cultuur, democratie en beschaving. Het was, om het mild uit te drukken, een zware dobber om het ingenieursland Zweden hiervan te overtuigen: dat technologie ook iets anders kon zijn dan de redding van de mensheid. Maar nu komt de tegenbeweging van de kunstenaars, de ecodichters en de botanische nerds, en niet van de instellingen en politici die deze kwesties tien jaar geleden hadden moeten aankaarten.

    Is de analoge renaissance slechts de laatste, ijdele stuiptrekking van een kleine groep bohemiens en excentrieke architecten in Antwerpen, of is het het begin van iets zinvols? Dat hebben we zelf in de hand. Maar zelfs een opstand die zich niet verspreidt, heeft betekenis; het meest beangstigende zou een wereld zijn waarin niemand zich van de platforms afkeert.

    De nieuwe gouden eeuw van mooie, niche- en anticommerciële tijdschriften – indie publishing noemt men dat in de VS – is in elk geval een hoopvol teken. De grote techplatforms hebben koortsachtig geprobeerd een homogene cultuur te creëren, die ‘monocultuur’ waar cultuurpessimisten vaak over klagen, maar zijn daar feitelijk niet in geslaagd. Integendeel, de bloemen groeien: een veelheid aan ideeën verspreidt zich in deze tijdschriften, die zijn ontstaan tijdens de hegemonie van het internet, en ondanks de hegemonie van het internet.

    We moeten elkaar simpelweg helpen van het huidige internet af te komen, zodat we op een dag kunnen terugkeren naar een betere versie.

  • Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Na jaren van dromen lijkt het er eindelijk van te komen: Afrika begint een serieuze concurrent te worden in de mondiale outsourcingmarkt. Maar de snelle groei gaat gepaard met zorgen over arbeidsomstandigheden en de dreiging van automatisering.

    Zo halverwege het eerste decennium van deze eeuw hoorde Mercy Mugure voor het eerst over outsourcing. Berichten over wat het betekend had voor India, koploper in deze nieuwe branche, sijpelden door naar Afrika, dat nog geen vruchten plukte van de globalisering. ‘We dachten: waarom wij niet?’ zegt de Keniaanse onderneemster. Samen met een vriendin zette ze in 2006 een van de eerste outsourcingbedrijven in Kenia op. Wat hen aantrok, was het banenpotentieel van een branche waarin de activiteiten kunnen variëren van het beantwoorden van telefoontjes tot het afwikkelen van verzekeringsclaims en het signaleren van illegale of gewelddadige content op sociale media. Haar bedrijf Adept Technologies staat in Kenia nog steeds tamelijk alleen. Beleidsmakers droomden ervan dat Afrika de plaats zou innemen van India en de Filipijnen als backoffice van de wereld, maar die droom is nog niet uitgekomen. Al zit er nu wel schot in. Vanwege de groeiende vraag naar mensen die algoritmen kunnen trainen en digitale data annoteren zal naar verwachting een steeds groter aandeel van dit werk de komende jaren in Afrika plaatsvinden.

    Groeiende behoefte

    Daar is grote behoefte aan zulke banen. Driekwart van de jonge Afrikanen zegt geen geschikt werk te kunnen vinden. De traditionele maakindustrie, die met enorme werkgelegenheid de groei gestimuleerd heeft van landen als Zuid-Korea en Vietnam, vergt steeds complexere machines maar steeds minder mensen om ze te bedienen. Als bron van grote aantallen goede banen wordt die sector dus minder interessant. Dat gat kan voor een deel worden gevuld met outsourcing. Daarin zijn nu net 1 miljoen Afrikanen werkzaam: ongeveer 2 procent van het wereldwijde personeelsbestand van een sector die in Afrika tussen 2023 en 2028 naar verwachting met 14 procent per jaar zal groeien. Dat is bijna tweemaal zo snel als de verwachte jaarlijkse mondiale sectorgroei van 8 procent, en vier keer zo snel als de jaarlijkse groei in heel Afrika, die door de Wereldbank voor dit jaar op 3,5 procent wordt geraamd. In Kenia, waar een paar van ’s werelds grootste outsourcingbedrijven naartoe gegaan zijn, zal de sector volgens adviesbureau Genesis Analytics naar verwachting nog sterker groeien, met wel 19 procent. ‘Afrika is het nieuwe groeigebied,’ zegt Martin Roe, de directeur van CCI Global, wiens nieuwste callcenter in Kenia vijfduizend werknemers telt.

    Vooral Engelstalig Afrika heeft voor outsourcingbedrijven altijd al een paar sterke pluspunten gehad: een jonge bevolking, met een steeds betere opleiding en een goede Engelse taalvaardigheid. Bazen beweren dat veel westerse klanten liever ‘neutralere’ Afrikaanse accenten horen dan Indiase accenten. Ook de tijdzones van het continent zijn gunstiger voor activiteiten in Amerika en Europa. In het verleden was dit allemaal nog niet genoeg om de weegschaal in het nadeel van Azië te laten doorslaan, maar dat kan nu weleens veranderen.

    Werknemers in India en de Filippijnen worden steeds rijker en daarmee duurder

    Een belangrijke factor daarbij zijn de arbeidskosten, zegt Mark Graham, coauteur van The Digital Continent. Lonen en andere kosten zijn in Kenia 60 tot 70 procent lager dan in Amerika, Europa en Australië. Ondertussen worden werknemers in India en de Filippijnen steeds rijker en daarmee duurder. Het Fairwork-project, waarmee de universiteit van Oxford de arbeidsstandaard van techbedrijven in kaart brengt, constateerde dat werknemers van een buitenlands outsourcingbedrijf in Kenia 233 dollar per maand verdienen, terwijl werknemers bij een vergelijkbaar bedrijf in de Filipijnen 284 dollar verdienen.

    Meer gerichte douceurtjes van de overheid helpen ook. Kenia komt in juli met een langverwacht nieuwe beleidsprogramma waarmee het in de komende vijf jaar een miljoen nieuwe banen in de outsourcing wil creëren. Nigeria lanceerde in 2024 zijn ‘Outsource in Nigeria’-programma. Beide landen lonken met royale belastingvoordelen en subsidies. Zuid-Afrika deelt zelfs geld uit voor nieuwe banen. ‘Je moet de sector actief stimuleren,’ zegt John Kiria, hoofd digitale economie bij de Keniaanse overheid. Er zijn ook structurele veranderingen in de wereldeconomie die in het voordeel van Afrika werken. Nu de beroepsbevolking in veel delen van de wereld krimpt, groeit de vraag naar Afrikaanse arbeidskrachten. In mei organiseerde de Duitse overheid in Berlijn een beurs om Duitse en andere Europese bedrijven in contact te brengen met Afrikaanse outsourcingkantoren.

    Geen wondermiddel

    Outsourcing is geen wondermiddel. Critici maken zich zorgen over de kwaliteit van de nieuwe banen, vooral bij de contentmoderatie voor sociale media en de annotatie van data voor AI. Werknemers klagen dat ze zonder adequate psychologische ondersteuning veel schokkende teksten of beelden moeten bekijken, of dat ze te lang achter elkaar zonder pauze eentonige taken moeten uitvoeren. De techreus Meta en het Californische outsourcingbedrijf Sama, dat kortstondig door Meta werd ingehuurd, zijn in Kenia door voormalige moderatoren voor de rechter gedaagd vanwege hun arbeidsomstandigheden. (Sama zegt niets verkeerds gedaan te hebben en deze dienst ook niet meer aan te bieden. Meta stelt dat het niet onder de bevoegdheid van de Keniaanse rechter valt en de moderatoren niet in dienst waren van Meta zelf.)

     Een aanverwant probleem is de hypermobiliteit. In geval van slechte publiciteit of onbetrouwbare regeringen kunnen de uiteindelijke afnemers van het uitbestede werk hun heil elders zoeken. Uit recent onderzoek van het Londense Bureau of Investigative Journalism bleek dat Meta na de Keniaanse rechtszaken zijn contentmoderatie stilletjes naar Ghana had verplaatst. (Meta zegt de nieuwe locatie geheimgehouden te hebben om klanten en moderatoren te beschermen, en beweert serieus werk te maken van de ondersteuning van moderatoren.) ‘De klant kan zoiets van het ene op het andere moment beslissen,’ zegt Kiria. ‘Dan zitten ze vanaf morgenochtend 8 uur ineens in India.’

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd. Tien jaar geleden richtte de Britse ondernemer Graham Parrott een van de eerste outsourcingbedrijven in Ethiopië op, dat tijdens de pandemie is opgedoekt. Nu is hij bang dat het land ‘de boot al gemist heeft’. Volgens de consultant Bobby Varanasi wordt de sector ‘aan de onderkant volledig uitgehold’. In een rapport van Genesis Analytics voor de Mastercard Foundation wordt geschat dat meer dan veertig procent van de taken in outsourcing in Afrika geautomatiseerd dreigen te worden.

    Maar taken zijn wat anders dan banen. Toen Sama in 2008 werd opgericht, zegt directeur Wendy Gonzalez, kwam het annoteren van data neer op het beantwoorden van vragen als: ‘staat er een kat op deze foto?’ Tegenwoordig gaat het om verfijndere kwesties, zoals controleren of de schrijfsuggesties van AI-modellen grammaticaal in de haak zijn. Volgens Martin Roe van CCI Global zal er vraag blijven bestaan naar ‘complexe en op gevoel’ uitgevoerde diensten die alleen een mens kan leveren. Zulk werk zou ook beter betaald kunnen worden. Zo bezien kan het verwerven van een groter aandeel in de mondiale outsourcingmarkt uitzicht bieden op de hoogst gewaardeerde banen. Mugure van Adept Technologies levert geen contentmoderatie. Ze wil meer gaan doen met ‘kenniswerk’, waarvoor ze meer Kenianen nodig heeft die zijn afgestudeerd in AI en informatica. Investeren in onderwijs is voor landen dus misschien wel de beste manier om te voorkomen dat ze achterop raken.

  • NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    Tot voor kort was digitale kunst een niche waar weinig geld in omging. Maar de opkomst van NFT’s, oftewel digitale eigendomscertificaten, heeft tot speculatie en astronomische bedragen geleid. ‘De kunsthandel is radicaal veranderd door techspeculanten.’

    Hebt u weleens gehoord van ene Mike Winkelmann, alias Beeple? Tot een jaar geleden was hij een relatief onbekende grafisch ontwerper en animatiekunstenaar uit de Verenigde Staten. In maart 2021 veranderde hij ineens in de op twee na populairste levende kunstenaar ter wereld – na de Britten David Hockney en Damien Hirst – toen het veilinghuis Christie’s zijn werk Everydays: The First 5000 Days verkocht voor 69,5 miljoen dollar (62,3 miljoen euro). Het gaat niet om een doek of beeldhouwwerk. Je kunt het niet aanraken. Het is een mozaïek bestaande uit vijfduizend plaatjes en video’s die Beeple dag na dag in zijn social media plaatst en dat hij heeft gecodificeerd als een uniek digitaal bestand. 

    Welkom in het universum van de NFT’s, dat voor een omwenteling in de kunsthandel heeft gezorgd. 2021 kan in de bewuste drie letters worden samengevat. Zelfs het Collins-woordenboek koos NFT (non fungible token) als woord van het jaar: ‘Een digitaal certificaat dat dient om het eigendom van een afbeelding te registreren als kunstwerk of verzamelobject.’ Op zich is een NFT niets materieels: het is alleen een gesloten link, een via blockchaintechnologie versleuteld bestand, waardoor je bent verzekerd van een bepaald eigendom, of het nu gaat om een tweet, een meme, een liedje of een artikel… In één jaar tijd heeft dit technologische gereedschap de kunstwereld met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet. 

    Beeple 1536x1536 1
    Uit Everydays: The First 5000 Days

    Nieuw veilingrecord

    Zeven maanden na de aftrap bij Christie’s was Beeple goed voor een nieuw veilingrecord: 28,9 dollar voor Human One, een eenzame astronaut die almaar, dag en nacht, bij zon en bij regen (de omgeving verandert al naargelang de tijd en de plaats waar het werk wordt geïnstalleerd) door postapocalyptische landschappen struint. Het werk kan dienen als een vingerwijzing voor de weg die NFT-kunst zal gaan: ook die zal echt worden. Beeple presenteerde zijn videosculptuur in twee formats, het ene zuiver digitaal, het andere als fysiek object: een soort cabine waarin de astronaut rondloopt op een paar langzaam draaiende LED-schermen. Hij had maar twee veilingen nodig om 2021 af te sluiten met 100 miljoen dollar. 

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten’

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten.’ Aldus Brian Eno, die meer dan veertig jaar de grenzen van de muziek en de kunst heeft opgerekt door te experimenteren met digitale omgevingen en het componeren van uiterst avant-gardistische stukken. Nog radicaler laat David Hockney zich erover uit: ‘Internationale dieven en oplichters,’ liet hij zich met z’n 83 jaar ontvallen in een podcast. Hockney, de koning van de meest verfijnde popart, een van de eerste klassieke schilders die met zijn iPad overging op digitaal tekenen, kwalificeerde de NFT-kunstwerken als ‘belachelijk kinderachtig’. Damien Hirst daarentegen, die het best heeft weten te profiteren van marketing als artistieke handeling, sloot zich snel bij de NFT-golf aan en lanceerde zijn eigen collectie van 10.000 pixels of kleurenpuntjes (gebaseerd op een van zijn werken uit 2016). 

    Vijandige en sceptische tongen waarschuwen voor een speculatieve zeepbel terwijl enthousiaste technologen gewagen van een digitale revolutie zonder weerga. Filosofen als Gilles Lipovetsky en Zygmunt Bauman predikten een vloeibare moderniteit; inmiddels zijn we beland in het tijdperk van de niet-dingen, zoals de modieuze denker Byung-Chul Han het zegt. En de NFT’s manifesteren zich als de apotheose van de vloeibaarheid en de niet-dingen

    Duizelingwekkende cijfers

    Hoewel het moeilijk is om aan officiële cijfers te komen en de bedragen variëren al naar gelang het adviesbureau, bedroeg de wereldwijde NFT-omzet het afgelopen jaar rond de 20 miljoen euro, aldus het in blockchain gespecialiseerde bedrijf DappRadar. In het meest recente onderzoek van het verzekeringsbedrijf Hiscox wordt geschat dat de onlinekunstmarkt vergeleken met 2019 zo’n 280 procent is gestegen dankzij de NFT-omzet, die meer dan 3 miljard euro bedroeg. 

    De VIP-apenkoorts

    Neymar Jr. heeft zijn profielfoto op Twitter verruild voor die van een aap. 

    De populaire presentator Jimmy Fallon en de rapper Eminem hebben hem ook: hun kostte hij respectievelijk 220.000 en 462.000 dollar; omdat Neymar later kwam moest hij 1,1 miljoen dollar neertellen voor twee apen. Steeds meer acteurs, zangers en basketbalvedettes hebben hun eigen verveelde aap: ze zijn een statussymbool en maken dat je ‘cool’ overkomt, maar ze geven daarnaast toegang tot de meest exclusieve, virtuele én echte, privéfeesten. De serie ‘Bored Ape Yacht Club’, uit de Yuga Labs-studio, begon als een beperkte editie van 10.000 apen, in feite een soort luxe plaatjes (een ervan bracht 3,4 miljoen op bij Sotheby’s). Adidas kleed ze aan, voor een miljoenenakkoord.

    Is er sprake van speculatie? ‘Zeker.’ Gaat het om een revolutie? ‘Ook.’ ‘De NFT-speculatieboom is nauw verbonden met de pandemie. Historisch vallen tijden van crisis samen met wilde speculatieve transacties,’ stelt Daniel Canogar (Madrid, 1964), een van de pioniers op het gebied van digitale kunst in Spanje. Canogar is allesbehalve een fan van NFT’s en hij stopte zijn kritiek in een digitaal kunstwerk, Shred, dat via een algoritme in real time de NFT-werken die online te koop waren uit elkaar haalde. Hij stelde het kunstwerk afgelopen jaar op de kunstbeurs ARCO tentoon en het ‘baarde veel opzien bij pers en kritiek, maar deed qua verkoop niets’. Tot zijn galerie in New York hem overhaalde het te verkopen als NFT (het bestand wordt versleuteld via blockchaintechnologie). Toen was het wel degelijk in recordtijd uitverkocht. Een NFT-werk dat NFT’s bekritiseert? Cryptoverzamelaars lusten er wel pap van.

    ‘NFT is en blijft technologie en is goed noch slecht. In feite profileert NFT zich als de toekomst van de niet-tactiele media, als de manier om een digitaal werk te waarborgen. Maar toch… inhoudelijk stelt het heel weinig voor en heeft het meer te maken met grafisch ontwerp en emoji’s, instant-esthetiek en videospelletjes… Misschien is dat de tijdgeest. Maar ik mis makers die het gereedschap bewuster gebruiken, ik zou graag complexere werken zien,’ constateert Canogar, die al zeker vijftien jaar werkt aan een even doordacht als poëtisch oeuvre door de mogelijkheden van de technologie te verkennen en dieper door te dringen in de dematerialisatie van de kunst en de moderne tijd.

    Voor de Madrileense kunstenaar ‘heeft het fenomeen NFT niets te maken met de wereld van de kunst maar met cryptomunten’. ‘Het doet me een pervers genoegen als ik zie hoe radicaal de kunsthandel op z’n kop is gezet door de techspeculanten. Zo’n schok kán goede dingen teweegbrengen: minder elitisme, meer verantwoordelijkheid van de kunstenaars voor hun eigen werk,’ geeft Canogar toe.

    chayka boredapeclub
    Een eigen verveelde aap als profielfoto is inmiddels statussymbool.

    Paradigmawissel

    Om de paradigmawissel in het profiel van de verzamelaar te begrijpen is het miljoenenbod op The First 5000 Days verhelderend. De voornaamste bieder was de Chinese multimiljonair Justin Sun (31 jaar), CEO bij Bit Torrent en oprichter van het cryptomuntenplatform Tron. Maar een zekere MetaKovan ging op het laatste moment over zijn bod heen en bemachtigde de toen al historische Beeple. Achter het pseudoniem MetaKovan zit de impresario Vignesh Sundaresan (32 jaar), de ontwerper van de geldautomaten voor bitcoins. Voor hij miljonair werd in Singapore was Sundaresan een immigrant die India verliet zonder een cent op zak. ‘Cryptomunten vormen een nivellerende kracht tussen het Westen en de rest, het hele Zuiden komt in opstand,’ verklaarde hij bij die gelegenheid. 

    ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair’

    Enfin, binnen een paar weken nam Justin Sun revanche door een Picasso (een echte, uit 1932) voor 20 miljoen te kopen en er een token van te maken, dus een NFT-versie voor zijn virtuele kunstcollectie, die hij op de metaverse toegankelijk wil maken. ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair,’ laat ook de kunstenaar Javier Arrés (Motril, 1982) vanaf Fuerteventura weten. Moest Arrés voorheen zijn kunstenaarschap combineren met een baan in een animatiestudio om het eind van de maand te halen, het afgelopen jaar beliep de omzet van zijn werk een miljoen euro. 

    Arrés was een traditionele tekenaar, zo een die de kunstacademie heeft afgerond. Zijn illustraties en muurschilderingen hadden een heel hoog detaillistisch gehalte, bijvoorbeeld het werk dat hij met inkt en viltstift maakte voor de Biënnale in Londen waarmee hij in 2019 in zijn discipline de eerste prijs won. Tot hij het potlood verwisselde voor een tablet (‘Het is hetzelfde, behalve dat het potlood digitaal is’) en zijn Visual Toys (Visueel speelgoed) ging maken: bewegende constructies, microkosmossen waarin van alles gebeurt. 

    ‘Het is een soort puzzel met digitale stukken. Vroeger wist ik niet hoe ik dit aan de man moest brengen. Maar NFT is het ideale format voor dit soort digitale, niet-statische werk. Ik begrijp dat er veel verwarring over NFT bestaat, je ziet een hoop flauwekul, maar er zijn digitale werken met een heel ambachtelijke inslag,’ wil hij benadrukken. 

    Met het oog op de NFT-boom overweegt ook Arrés om een pauze in te lassen. ‘Al die speculatie is niet goed, de markt raakt oververzadigd. In 2019 kostte de creatie van een werk [in NFT veranderen en met blockchain versleutelen] maar 10 dollar. Normaal zou dat bedrag rond de 80 dollar schommelen, maar het is inmiddels gestegen naar 250 of 300 dollar, gewoon waanzin. Er is te veel vraag: er wordt als een gek ingebracht.’

    Voordelen

    Wat zijn de voordelen voor de kunstenaar? ‘De toegang tot de markt is democratischer en transparanter geworden. Er is geen tussenpersoon die profiteert, geen galerie die 50 procent voor jouw werk opstrijkt. Bovendien krijg je als dat werk binnen bepaalde tijd opnieuw wordt verkocht een deel van de opbrengst, bij wijze van auteursrecht. Dat is nooit eerder vertoond,’ aldus Arrés.

    In 2020 was de cryptokunst nog een undergroundbeweging die zich afspeelde op platforms voor cryptomunten en op metaversen als Decentraland of Cryptovoxels (virtuele universums die lijken op een videospel, met hun eigen wijken, galeries en musea). Nu wordt ervoor geadverteerd in de straten van New York, betaal je met Visa (het is niet nodig virtuele munten als ethers of bitcoins te hebben) en geldt Paris Hilton als influencer. Niemand heeft de NFT’s in de Verenigde Staten zo populair gemaakt als zij. Als muze, verzamelaar en mecenas lanceerde ze haar eigen collectie, Planet Paris, in samenwerking met de kunstenaar Blake Kathryn (haar virtuele Barbie-portret, Iconic Crypto Queen, werd voor 1,1 miljoen verkocht).

    Historische misstand  

    Kunnen NFT’s een historische misstand rechtzetten? Dat vraagt de cineaste en activiste Carmen Peláez zich af in haar manifest over de Amalia’s, de schilderijen van haar oudtante Amalia Peláez, die ze in NFT-versie online heeft gezet.

    Amalia Peláez (1896-1968) was een van Cuba’s belangrijkste schilders. Zo exposeerde ze in het MOMA in New York en introduceerde de avant-garde op haar geboorte-eiland. In haar stijl combineert ze het modernisme van Parijs met de meer uitgelaten aard van Cuba.

    Alle schilderijen die ze bij haar dood naliet, werden uiteindelijk door het regime van Fidel Castro geconfisqueerd en maken nu deel uit van de collectie van het Museum van Schone Kunsten in Havana.

    De achternicht, die in Miami woont en directeur van de Stichting Peláez is, heeft haar toevlucht tot NFT’s genomen om het werk van de kunstenares ‘aan de wereld terug te geven’. De opbrengsten komen ten goede aan de productie van een overzichtscatalogus en aan diverse organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten op Cuba. ‘Amalia heeft nooit deel uitgemaakt van de revolutie. Ze zal altijd horen bij Cuba én bij de Cubanen, waar ze zich ook bevinden,’ aldus Peláez.

    De NFT’s hebben zich al enigszins toegang verworven tot de wereld van de galeries en musea. Het eerste museum in Europa dat een zaal reserveerde die permanent was gewijd aan cryptokunst was het Museum of Modern and Contemporary Art (MOCO), dat afgelopen oktober in Barcelona aftrapte met de nieuwste kunst, van Kaws tot Banksy. Het MOCO is net als z’n naamgenoot in Amsterdam een particulier museum waarachter de Nederlandse verzamelaars Lionel en Kim Logchies zitten, directeuren van de Lionel Gallery. 

    Potentieel

    ‘2022 wordt het jaar waarin we zullen zien hoe de NFT’s de traditionelere musea en instituten veroveren. Cryptokunst is een revolutie op zich. Die zal veel dingen decentraliseren en veranderen, door alle makers kansen te geven,’ voorspelt Kim Logchies. Het MOCO, dat is gevestigd in het zestiende-eeuwse Palacio Cervelló, in de historische wijk El Born, is uitgegroeid tot het meest op instagram geposte museum van Barcelona, vooral vanwege de overweldigende digitale kunstinstallaties. In de NFT-zaal zijn zeven werken te zien van kunstenaars als Beeple, Daniel Arsham, de Argentijn Andrés Reisinger (die de aandacht op zich heeft gevestigd met zijn hybride mix van digitaal en fysiek werk) en… Blake Kathryn, die namens Paris Hilton in Bedroom Bliss, een roze fantasieslaapkamer creëert die ‘de kijker een etherisch vredesmoment bezorgt’. ‘Het potentieel is ongelooflijk. NFT’s en de digitale kunst in het algemeen kunnen onze creativiteit nog meer prikkelen dan traditionele kunst. Maar ze zullen altijd naast elkaar blijven bestaan,’ wil Logchies nog kwijt.

    De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens

    In november waren de NFT’s al een van de voornaamste attracties in de Miami Art Week en ze zullen ook een plaats krijgen op de volgende editie van de ARCO (Madrid, van 23 tot 27 februari), een van de meest invloedrijke kunstmanifestaties. ‘NFT-technologie speelt vandaag de dag en in de toekomst ongetwijfeld een rol en de vraag is hoe die zich in de kunstwereld zal ontwikkelen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat NFT gebruikmaakt van blockchaintechnologie om de uniciteit van de werken te waarborgen; het gaat op zich om digitale werken die al jarenlang in de kunstwereld meedraaien,’ aldus Maribel López, directeur van ARCO.

    Dat het NFT is, wil niet zeggen dat het kunst is. Dat Warner 100.000 avatars uit The Matrix online zet voordat de film in première gaat (zelfs Keanu Reeves kon zijn verbazing niet verbergen) betekent niet dat die virtuele kosmossen kleine kunstwerken zijn, eerder lucratieve merchandising: met 5 dollar per avatar is de actie goed voor zo’n 5 miljoen. Zelfs Melanie Trump kwam aanzetten met een NFT van haar ogen. Zangers en voetballers als Shakira en Piqué bleven niet achter. De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens. 

  • Wordt Rusland de grootste producent van digitaal goud?

    Wordt Rusland de grootste producent van digitaal goud?

    Lage elektriciteitskosten en een koud klimaat: sommige Russische regio’s verenigen deze twee gunstige vestigingsvoorwaarden voor rendabele miningboerderijen. De wetgeving past zich stukje bij beetje aan.

    Siberië en het Russische Verre Oosten, twee regio’s die bij uitstek mensvijandig zijn, blijken zich perfect te lenen voor de productie van bitcoins, het ‘digitale goud’. Hoe komt dat? Wat is het verband met de infrastructuur uit het Sovjettijdperk en de elektriciteitsprijs? En wat verhindert dat de Russische bitcoinminers zich nog verder kunnen verrijken?

    De snelle vlucht van de koers van de bitcoin en andere cryptovaluta’s heeft de productie ervan, het ‘minen’, bijzonder aantrekkelijk gemaakt, niet alleen voor een handjevol handige jongens en bedrijven, maar ook voor staten. Toegang tot goedkope elektriciteit is een van de belangrijkste voorwaarden voor succes in deze branche, vandaar dat deskundigen op het gebied van cryptovaluta’s bloeiende perspectieven voorspellen voor bepaalde regio’s in Rusland, met name Siberië.

    Gezien de industriële schaal waarop het minen van cryptovaluta’s inmiddels plaatsvindt hebben miners met toegang tot belangrijke hoeveelheden goedkope elektriciteit een doorslaggevend voordeel ten opzichte van concurrenten. Vandaar dat Rusland een van de landen is waar deze activiteit uiterst rendabel kan zijn. Het minen is aantrekkelijk in regio’s waar het elektriciteitsnet was berekend op militaire bases en belangrijke industriecomplexen uit de Sovjettijd die inmiddels verdwenen zijn of op een lager pitje functioneren, zegt Nikolaj Korinets, analist voor het platform TradingView Inc. Het Russische Verre Oosten en de regio Krasnojarsk bieden in die zin mooie perspectieven met elektriciteitskosten die 25 procent lager zijn dan het Russische gemiddelde en een klimaat dat geschikt is voor het koelen van de installaties.

    ANP 355936549 2
    Het cryptomuntenbedrijf Genesis Mining heeft overal ter wereld enorme hallen met computers staan die digitale valuta ‘delven’. Het Datacenter Mjoelnir ligt in Fitjar, IJsland. De Svartsengi energiecentrale produceert elektriciteit met behulp van geothermische energie. – © EPA/Hanna Andres Dottir.

    Deze mogelijkheden worden al op grote schaal benut. Het Amerikaanse financiële dienstverleningsbureau Bloomberg publiceerde kortgeleden een artikel over de eerste bitcoinminingboerderij in de in het noordpoolgebied gelegen stad Norilsk, in oktober 2020 in gebruik genomen door het in Zwitserland gevestigde BitCluster. De installatie zou maximaal zes bitcoins per dag moeten kunnen produceren, met name dankzij de goedkope stroom die wordt geleverd door de elektriciteitscentrale van het Russische bedrijf Norilsk Nickel. 

    Vooral de regio Irkoetsk, waarvan de elektrische infrastructuur is berekend op levering aan bauxietmijnen, heeft een groot energieoverschot en kent daarom veel miningactiviteit. Volgens het Russische dagblad Kommersant zijn er in die regio kortgeleden bijna 24.000 miningunits met een totale waarde van tussen de veertig en zestig miljoen dollar geïmporteerd.

    Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen

    Het energieoverschot van het stuwmeer van Bratsk, het op drie na grootste van Rusland met een lengte van 4417 meter en gelegen in de regio Irkoetsk, heeft de vestiging mogelijk gemaakt van een van de grootste miningcentra op het hele post-Sovjetgrondgebied, waarvan de capaciteit aan miners op alle continenten wordt aangeboden. Twee jaar geleden maakte Bloomberg melding van het plan van miljardair Oleg Deripaska, CEO van Rusal, de op twee na grootste aluminiumproducent ter wereld, om een datacentrum te vestigen in de buurt van de aluminiumfabriek in Bratsk; een idee dat waarschijnlijk wel gerealiseerd zal worden na de recente afkondiging van federale wetgeving inzake digitale financiële activa.

    Nu al valt overal waar goedkope elektriciteit is een concentratie van mininginstallaties waar te nemen, vooral in de buurt van elektriciteitscentrales, zegt Vjatsjeslav Oetoesjkin, directeur van betalingsplatform TTM Bank. Volgens hem kun je tegenwoordig moeiteloos plekken vinden met een volledig legale aansluiting op het elektriciteitsnetwerk voor 3,3 roebel oftewel 3,6 eurocent per kilowattuur. Een prijs die een stuk beneden het gemiddelde wereldniveau ligt; zelfs in China, waar het wemelt van de elektricieitscentrales, liggen de tarieven rond de 5 eurocent per kilowattuur.

    Tatjana Maksimenko, woordvoerder van cryptobeurs Garantex, bevestigt dat Rusland een van de aantrekkelijkste elektriciteitstarieven ter wereld aanbiedt. Volgens haar zou het minen geen elektriciteitstekort opleveren, noch in Rusland, noch op wereldschaal. ‘We zien steeds energiezuiniger installaties verschijnen die betere prestaties leveren bij een gelijkblijvend verbruik,’ licht ze toe. ‘Mining is een volstrekt open markt. Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen, omdat ze het elektriciteitsnet te zwaar belasten en de normale levering bedreigen, met name aan huishoudens. Maar als een miner in alle openheid de vestiging van een databehandelingscentrum in een bepaalde sector aankondigt en het lokale netwerk in zijn reële energiebehoefte kan voorzien, dan is er geen enkel probleem.’

    Niet helemaal legaal

    Voorlopig is Rusland nog lang geen wereldleider op het gebied van de productie van cryptovaluta’s. Volgens Denis Badjanov, analist bij Alfa Capital Management, wordt 65 procent van de bitcoins in China gemined en wordt de tweede plaats ingenomen door de Verenigde Staten, waar zich het merendeel van de grootste miningpools bevindt, zoals Bitmain, dat in 2020 goed was voor 23 procent van de wereldwijde bitcoinproductie. Daarna komen qua productievolume Georgië, Koeweit, IJsland, Estland, Canada en Venezuela.

    Momenteel is de status van de bitcoin en aanverwante cryptoactiva niet helemaal legaal in Rusland. De federale wet op digitale financiële activa, die na langdurige discussies eindelijk in werking is getreden op 1 januari jongstleden, definieert een cryptovaluta als een digitale code die als betaal- of spaarmiddel kan worden gebruikt, en ook als investeringsvehikel, maar verbiedt het gebruik ervan in Rusland voor de betaling van goederen en diensten. In andere landen wordt een soortgelijke benadering gehanteerd: de nationale monetaire instituties waken angstvallig over hun monopolie op het in omloop brengen van valuta’s.

    ‘De elektriciteitstarieven in Rusland zijn zeker lager dan in de meeste andere ontwikkelde landen,’ zegt Ivan Kladov, medeoprichter van beleggingsfonds Aravana Capital Management. ‘Maar de miners lopen nog tegen heel wat problemen op die te maken hebben met het gebrekkige juridische kader voor hun activiteiten: het is toegestaan om je bezig te houden met mining, maar verboden om de geproduceerde cryptovaluta’s te verkopen. Miners opereren vaak in een grijze zone, wat in een aantal landen al tot problemen met de autoriteiten heeft geleid.