Tag: diplomatiek

  • Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Het Westen opende de deur, Venezuela sluit hem weer

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar Venezuela. De EU, de VS en Zuid-Amerikaanse landen zochten toenadering tot het geïsoleerde land, in de hoop de situatie daar te verbeteren. Venezuela lijkt echter niet op verandering uit te zijn.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Welke landen zoeken weer toenadering tot Venezuela?

    Venezuela is onder huidig president Nicolás Maduro afgegleden tot het zorgenkindje van Zuid-Amerika. Een doortrapte verkiezing in 2018, enorme protesten die gewelddadig werden onderdrukt, een massale exodus van Venezolanen, mensenrechtenschendingen, onderdrukte oppositie: het land raakte steeds verder geïsoleerd, onder meer door sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten.

    Dit jaar is dat anders. The New York Times spreekt van ‘de belangrijkste verbetering van de betrekkingen tussen Venezuela en de Verenigde Staten in jaren’. De krant wijst op een akkoord dat afgelopen maand werd gesloten tussen beide landen. ‘In een paar dagen tijd heeft de autoritaire regering van Venezuela ermee ingestemd om Venezolaanse migranten die uit de Verenigde Staten zijn gedeporteerd toe te laten en een overeenkomst getekend met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten ingestemd met het opheffen van enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie, een vitale bron van inkomsten voor de regering van Maduro.’

    Een historisch akkoord, noemden sommigen het. Americas Quarterly ging verder in op de deal. ‘Onder de versoepelde sancties mag Venezuela de komende zes maanden olie en gas exporteren naar de VS en andere landen. Tegelijkertijd kunnen internationale bedrijven nieuwe investeringen doen in de koolwaterstofsector. Maar de ruime versoepeling komt met een kritisch voorbehoud: vóór eind november moet de regering van Venezuela “een specifieke tijdslijn en procedure definiëren voor de versnelde herinvoering” van iedereen die zich volgend jaar kandidaat willen stellen voor het presidentschap.’

    ANP 482197527

    Ook Zuid-Amerikaanse landen proberen de banden met Venezuela aan te halen, nadat die onder het regime van Maduro flink waren bekoeld. Onder de nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, is de grens met Venezuela heropend, en landen als Chili en Argentinië hebben weer ambassadeurs in Venezuela, nadat die eerder waren teruggeroepen. ‘Diplomatieke toenadering is gemeengoed geworden’, schrijft denktank ASCOA. ‘Naast de verkiezing van meer linkse politici in de regio, zoals Luiz Inácio Lula da Silva uit Brazilië en Xiomara Castro uit Honduras, heeft dit ertoe geleid dat een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse landen ambassadeurs heeft teruggestuurd naar Caracas.’

    Maduro werd zelfs uitgenodigd op een Zuid-Amerika-top, die werd gehouden in Brazilië. ‘Tijdens de top in Brazilië vond de eerste persoonlijke ontmoeting van Maduro plaats met andere Zuid-Amerikaanse leiders in negen jaar’, schrijft Foreign Policy. ‘Terwijl Maduro’s terugkeer op het regionale diplomatieke podium werd gevierd, bleef de situatie in Venezuela niet onbesproken. Zowel de linkse president van Chili, Gabriel Boric, als de rechtse leider van Uruguay, Luis Lacalle Pou, bekritiseerden Maduro – in respectvolle bewoordingen – vanwege de crisis in Venezuela.’

    Naast de VS en Zuid-Amerika kijkt ook de EU naar een versoepeling van het beleid ten aanzien van Venezuela, hoewel daar tussen EU-lidstaten onderling nog geen consensus over bestaat. ‘Spanje is van mening dat het tijd is dat de EU haar sancties tegen Venezuela herziet en overweegt om ten minste enkele ervan op te heffen, zoals de Verenigde Staten al gedeeltelijk hebben gedaan’, schrijft El País. ‘Vanwege de recente dialoog tussen de regering van Nicolás Maduro en de oppositie, die zijn overeengekomen om volgend jaar presidentsverkiezingen te houden, zou het goed zijn als de EU-27 een tegengebaar maakt.’

    Wat eisen de genoemde landen van Venezuela?

    Verkiezingen, migratie; de landen die weer toenadering zoeken tot Venezuela hebben hun eigen redenen. Maar volgens Forbes speelt er nog een gemeenschappelijke factor mee. ‘De Europese Unie en energiebedrijven uit het continent zijn ambitieuze projecten gestart om de aardgassector van Venezuela te ontwikkelen. Naast de economische voordelen is er ook een essentieel milieuaspect. De verouderde infrastructuur op het gebied van energie, heeft het Latijns-Amerikaanse land veranderd in een topvervuiler wat betreft de uitstoot van broeikasgassen en de aantasting van ecosystemen.’

    De Venezolaanse columnist Jorge Jraissati schrijft in National Interest daat de VS soortgelijke redenen hebben. ‘Het lijkt erop dat Bidens oproep voorsal te maken heeft met die grote bedrijven die geld willen verdienen aan Venezuela’s olievelden en goudmijnen. Het is haast alsof hun winsten in het middelpunt van de belangstelling staan en Amerika’s geopolitieke behoeften en strategisch denken overschaduwen; een zorgwekkende ontwikkeling, vooral nu de wereld steeds gevaarlijker, radicaler en autoritairder wordt.’ Jraissati doelt daarbij op de invloed van China op Latijns-Amerika, de oorlogen in Oekraïne en Israël, en de autoritaire regeringen in Nigaracua, El Salvador en Cuba.

    Ook Euronews ziet de grote gas- en olievoorraden van Venezuela als een van de factoren die de EU en de VS warm laten lopen voor een versoepeling van hun respectievelijke beleid. ‘Vorig jaar kreeg energiegigant Chevron groen licht om zijn activiteiten in Venezuela uit te breiden en in januari verleenden de VS een vergunning aan Trinidad en Tobago om een groot gasveld in Venezolaanse wateren te ontwikkelen. Het is waarschijnlijk dat de invasie van Rusland in Oekraïne deze concessies van de VS deels heeft gemotiveerd.’ Na de oorlog in Oekraïne werd Rusland geraakt door sancties en werd de export van olie en gas aan banden gelegd. Rusland besloot zelf ook om olie en gas in mindere mate naar Europa te laten gaan, waardoor landen op zoek lijken te gaan naar alternatieven.

    De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners

    Naast de olie spelen ook de verkiezingen van volgend jaar een rol. Voor veel landen vormen die hét moment voor eventuele veranderingen in Venezuela, om Maduro van het podium te laten verdwijnen middels eerlijke verkiezingen, om een prowesters regime te installeren – zeker omdat Venezuela door de isolatie van de afgelopen jaren steeds meer richting China, Rusland en Iran is gegroeid. Maar er zijn twijfels over het akkoord.

    ‘Of de heer Maduro nu ruimte maakt voor een echt competitief politiek proces, of alleen olie-inkomsten int, hangt in de eerste plaats af van de heer Maduro, maar in de tweede plaats van de vraag of de oppositie, het Venezolaanse maatschappelijk middenveld en de Verenigde Staten hem aan zijn beloften houden. Anders zal de gok de situatie nog slechter hebben gemaakt dan voorheen’, schrijft de Washington Post. De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners. 

    Is verandering in Venezuela echt mogelijk? 

    Toenadering van de EU, VS en Zuid-Amerika is mooi, versoepeling van sancties klinkt veelbelovend, net als een akkoord voor vrije verkiezingen, maar hoe realistisch is dat, met Nicolás Maduro als leider?

    ‘De regering van de Venezolaanse president Nicolas Maduro blijft willekeurige detentie gebruiken om politiek tegenstanders hard aan te pakken’, schreef Al Jazeera eerder dit jaar. ‘In een rapport documenteerde Amnesty International gevallen van mensen die tussen 2018 en 2022 “slachtoffer waren van politiek gemotiveerde willekeurige detenties”, waaronder leraren, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers.’

    Critici van de toenadering tot Maduro zeggen volgens The Wall Street Journal hetzelfde. ‘Zijn regering toont weinig interesse om een einde te maken aan de schendingen van mensenrechten. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties meldde vorige maand dat de staatsveiligheidsdiensten steeds harder optreden tegen dissidenten. De commissie noteerde van januari 2020 tot augustus 2023 ten minste 58 willekeurige opsluitingen en 28 gevallen van marteling van gevangenen.’

    ANP 478742335

    De verkiezingen volgend jaar brengen een nieuw probleem aan het licht. Afgelopen maand hield de oppositie van Venezuela voorverkiezingen om te besluiten wie het volgend jaar tegen Maduro opneemt in de presidentsverkiezingen. De winnaar is María Corina Machado, en volgens The Financial Times is dat problematisch voor Maduro.

    ‘In tegenstelling tot sommige andere oppositieleden weigert deze politicus te onderhandelen met de regering. Ze wil dat Maduro berecht wordt voor misdaden tegen de menselijkheid en heeft ze in het verleden gepleit voor een buitenlandse militaire interventie in Venezuela. De regering-Maduro heeft haar vijftien jaar lang verboden zich verkiesbaar te stellen’, aldus de krant. ‘Machado’s stijgende populariteit vormt een obstakel voor de overeenkomst tussen de VS en Venezuela, die tot stand kwam na achttien maanden van intensieve geheime diplomatie, onder andere tijdens ontmoetingen in Qatar en Italië.’

    Machado leek goed te beseffen wat een verenigde oppositie teweeg kan brengen in Venezuela. ‘Ik heb een mandaat gekregen om Nicolás Maduro te verslaan’, zei ze na haar verkiezingswinst. ‘We zijn al begonnen met die campagne.’

    ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten daarbinnen te creëren, om haar aanhang te demoraliseren’

    Deze week kwam het Hooggerechtshof van Venezuela bovendien met een uitspraak waarmee het akkoord tussen de VS en Venezuela op losse schroeven kwam te staan. Dit Hooggerechtshof, vol Maduro-loyalisten, zei dat er sprake was van financiële onregelmatigheden bij de voorverkiezingen van de oppositie, en de uitslag werd volgens persbureau Reuters opgeschort ‘ondanks een verkiezingsakkoord tussen de regering en de oppositie dat elke partij toestaat haar eigen kandidaat te kiezen’.

    De Verenigde Staten en Zuid-Amerikaanse landen reageerden met waarschuwingen, teleurstelling en ook woede. Voorlopig lijkt Maduro niet open te staan voor een democratisering van het land en alleen versoepeling van sancties te zoeken om zo meer olie-inkomsten voor zijn regering te genereren. De stap van het Hooggerechtshof is pas een eerste stap, zegt de Venezolaanse politiek analist Pedro Benítez tegen The New York Times. ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten in de oppositie te creëren, om haar aanhang te demoraliseren. Dat is fase een. Dan komt de volgende fase; een direct offensief tegen het verkiezingsproces.’

  • Honduras wil betrekkingen aanknopen met China

    Honduras wil betrekkingen aanknopen met China

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Senegal: demonstranten steunen oppositieleider in aanloop naar proces

    » Inflatie in Argentinië stijgt naar meer dan 100 procent

    Band met Taiwan staat dit echter in de weg

    De Hondurese president Xiomara Castro heeft op haar sociale netwerken aangekondigd dat Honduras officieel betrekkingen zal aanknopen met de Volksrepubliek China, hoewel niet bekend is of zij daarmee diplomatieke betrekkingen bedoelt, schrijft de Hondurese krant El Heraldo. ‘Ik heb minister van Buitenlandse Zaken Eduardo Reina opgedragen officiële betrekkingen met de Volksrepubliek China aan te gaan, als teken van mijn vastberadenheid om het regeringsplan uit te voeren en open toenadering te zoeken tot de andere naties van de wereld’, aldus Castro in haar tweet.

    Dit roept de vraag op hoe het nu verder zal gaan met de diplomatieke betrekkingen tussen Honduras en Taiwan. China hanteert namelijk het principe dat het alleen relaties onderhoudt met landen zolang zij geen betrekkingen met Taiwan onderhouden.

    ‘Het één-Chinabeleid vormt de politieke basis van China’s betrekkingen met de rest van de wereld’

    ‘Het één-Chinabeleid is een universeel erkende norm in de internationale gemeenschap en vormt de politieke basis van China’s betrekkingen met de rest van de wereld,’ vertelde de Chinese ambassadeur in Costa Rica, Tang Heng, in januari aan El Heraldo.

    ‘Honduras onderhoudt nog steeds diplomatieke betrekkingen met de Chinese regio Taiwan, wat het grootste obstakel is voor nauwe samenwerking tussen China en Honduras. We hopen dat Honduras zo snel mogelijk de juiste beslissing zal nemen,’ zei de diplomaat verder tegen de krant. Het valt nog te bezien hoe Taiwan zal reageren op de aankondiging van de Hondurese regering, aangezien de twee naties al eenentachtig jaar een diplomatieke band met elkaar hebben.

    Lees ook:

  • China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    Door de democratie te versterken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken hopen verschillende organisaties in Taiwan China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is.

    In 2018 zorgde een tyfoon ervoor dat duizenden mensen strandden op Kansai International Airport, nabij Osaka in Japan. Onder hen waren enkele toeristen uit Taiwan. Normaal gesproken zou dit verhaal niet veel politieke betekenis hebben gehad. Maar een paar uur na het incident meldde een obscure Taiwanese nieuwssite dat Taiwanese diplomaten er niet in zouden zijn geslaagd hun burgers te redden. Een handvol bloggers begon erover te posten op sociale media en prees Chinese ambtenaren die bussen hadden gestuurd zodat hun burgers snel konden ontkomen. Sommige Taiwanese toeristen zouden zich als Chinezen hebben voorgedaan om aan boord te komen. Geruchten over het incident verspreidden zich. Foto’s en video’s, zogenaamd van de luchthaven, begonnen rond te gaan.

    Nationale afgang

    Het verhaal verscheen al snel in de Taiwanese media. Journalisten vielen de regering aan: waarom hadden Chinese diplomaten wél zo snel en effectief gehandeld? En waarom waren de Taiwanezen zo incompetent? Nieuwsorganisaties in Taiwan beschreven het incident als een nationale afgang, vooral voor een land waarvan de leiders beweerden geen steun van China nodig te hebben. ‘Om in de bus te geraken moest je doen alsof je Chinees was,’ werd er bijvoorbeeld gekopt, en: ‘Taiwanezen namen Chinese bus’. Op het hoogtepunt werden de boze berichten en de aanvallen via sociale media zo overweldigend dat een Taiwanese diplomaat, die de stortvloed aan commentaar en de schande van dit falen blijkbaar niet kon verdragen, zelfmoord pleegde.

    Latere onderzoeken brachten enkele opmerkelijke feiten aan het licht. Veel van de mensen die zo prominent en enthousiast over het incident hadden gepost, bestonden helemaal niet; hun foto’s waren samengesteld uit andere foto’s. De obscure website die het verhaal als eerste onder de aandacht bracht, bleek gelieerd te zijn aan de Chinese Communistische Partij. De video’s waren fake. De Japanse regering bevestigde dat er geen sprake was geweest van Chinese bussen, en dus ook niet van een falen aan Taiwanese kant. Maar de schijn van mislukking werd aangegrepen door journalisten en presentatoren, vooral om de regeringspartij aan te vallen. En dat was overduidelijk de bedoeling van de Chinese propagandisten. Die hadden de anonimiteit van sociale media, de snelle verspreiding van ‘nieuwssites’ van onduidelijke oorsprong en vooral het zeer partijgebonden karakter van de Taiwanese politiek aangegrepen om een van de favoriete verhalen van het Chinese regime te verkondigen: dat de Taiwanese democratie zwak is en de Chinese autocratie sterk. En dat Taiwanezen in geval van nood Chinees willen zijn.

    Niet alle Chinezen wensen verenigd te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij

    Het incident was niet zozeer opmerkelijk omdat het volkomen nieuw of onverwacht was, maar omdat het een nieuwe zet leek te zijn in een langdurige campagne die aanwijsbaar teruggaat tot de stichting van het moderne Taiwan. In 1949 verplaatste generaal Chiang Kai-shek zijn nationalistische partij Kwomintang (KMT) naar het eiland en vestigde hij er de Republiek China. Sindsdien beschouwt de Volksrepubliek China Taiwan als haar ideologische vijand en als een irritante herinnering aan het feit dat niet alle Chinezen verenigd wensen te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij.

    GettyImages 1242926201
    Gevechtsoefening van het Chinese leger in Zhangzhou, in de provincie Fujian. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Soms was de Chinese druk op Taiwan van militaire aard, middels dreigementen of raketten. Maar de laatste jaren combineerde China die dreigementen en raketten met andere vormen van druk, door intensivering van de ‘cognitieve oorlogsvoering’, zoals Taiwanezen het noemen: niet alleen door propaganda, maar ook met pogingen om de geesten rijp te maken voor capitulatie. Deze gecombineerde militaire, economische, politieke en informatieve oorlogsvoering hoeft inmiddels niemand te verbazen, want we zagen die recentelijk ook in Oost-Europa. Vóór 2014 hoopte Rusland Oekraïne te veroveren zonder een schot te lossen, gewoon door de Oekraïners ervan te overtuigen dat hun staat te corrupt en incompetent is om te kunnen overleven. Nu streeft Beijing een verovering na zonder grootscheepse militaire operatie, in dit geval door de Taiwanezen ervan te overtuigen dat hun democratie rampzalig is, dat hun bondgenoten hen zullen verlaten en dat er niet zoiets bestaat als een ‘Taiwanese’ identiteit.

    Taiwanese regeringsfunctionarissen en andere leiders weten heel goed dat Oekraïne op verschillende manieren een precedent vormt. Hoewel Taiwan en Oekraïne geen geografische, culturele of historische banden hebben, zijn de twee landen nu verbonden door de kracht van de analogie. 

    Zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd

    Maar er is nog een overeenkomst. De Russische verhalen over Oekraïne waren zo krachtig dat veel mensen in Europa en Amerika ze geloofden. De Chinese propaganda over Taiwan is ook geducht, en de Chinese invloed op het eiland is zeer reëel, maar zaait ook verdeeldheid. De meeste mensen op het eiland spreken Mandarijn, de dominante taal in de Volksrepubliek, en velen zijn nog steeds door familie, zakenrelaties of culturele heimwee met het vasteland verbonden, hoezeer ze ook tegen de Communistische Partij zijn. Maar net zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich – psychologisch en militair – voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd.

    Niet alle Taiwanezen hebben persoonlijke banden met het vasteland. Velen stammen af van families die zich lang vóór 1949 op het eiland vestigden en spreken een andere taal dan het Mandarijn. Veel Taiwanezen, ongeacht hun achtergrond, voelen dus niet méér heimwee naar het Chinese vasteland dan Oekraïners naar de Sovjet-Unie. De belangrijkste politieke tegenstander van de KMT, de Democratische Progressieve Partij (DPP), is doorgaans de politieke thuishaven voor degenen die zich alleen als Taiwanees identificeren. Maar of ze nu KMT- of DPP-aanhangers zijn of ze nu deelnemen aan venijnige onlinedebatten of levendige bijeenkomsten, de overgrote meerderheid is inmiddels tegen het oude ‘één land, twee systemen’-principe voor hereniging. Vooral sinds het neerslaan van de prodemocratische demonstraties in Hongkong beseffen miljoenen eilandbewoners dat de Chinese oorlog tegen hen niet iets toekomstigs is, maar dat die al volop aan de gang is.

    Doublethink Lab

    Het vreemde verhaal van de niet-bestaande bussen op de luchthaven van Kansai had één onvoorzien gevolg: het inspireerde de Taiwanese activisten Ttcat en Puma Shen tot de oprichting van Doublethink Lab, een onderzoeksgroep zonder winstoogmerk. Ttcat (zijn schuilnaam) is een schoolverlater die veel gamede, op de universiteit werd aangenomen voor de studie computerwetenschappen, weer stopte en vervolgens verzeild raakte in de wereld van de milieucampagnes. Dat cv vormde een uitstekende voorbereiding op wat hij nu doet: Chinese informatieoperaties opsporen en identificeren, en programma’s ontwerpen om het publiek daarover voor te lichten. Het betekent ook dat hij en Shen, die werkt als advocaat en criminoloog, zich kunnen inzetten voor Taiwan terwijl ze op afstand blijven van de Taiwanese regering. Niemand kan een activist met een achtergrond in computergames immers aanwrijven dat hij een politieke carrièreladder probeert te bestijgen.

    Het luchthavenverhaal had Ttcat gedwongen beter na te denken over manieren om zo’n geweldloze aanval te pareren. Het was immers niet simpelweg een verzinsel, maar een zeer goed voorbereide poging om een verhaal over Taiwanese zwakte het Taiwanese politieke debat binnen te smokkelen. Na die gebeurtenis stelden Shen en hij een team samen dat nu bijeenkomt op een werkplek zoals je je die wel kunt voorstellen: een paar donkere, smoezelige kamers, vol met piepjonge mensen die continu online zijn. 

    Een van hun onthullingen: opmerkelijk genoeg bestaan er nogal wat Chinese verhalen rond een willekeurige Oekraïense toerist die opdook in Hongkong tijdens de massale demonstraties in 2019. De foto van de man verschijnt keer op keer in Chinese en Taiwanese media, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan zijn tatoeage, een extreemrechts symbool. Hij wordt afwisselend beschreven als een neonazi en een provocateur, die werd gestuurd – door de CIA? – om demonstranten in Hongkong te helpen. Het idee is om angst voor wanorde, chaos en extremisme op te wekken en die met zowel Hongkong als Oekraïne in verband te brengen. Chinezen die handelen in opdracht van de staat hebben ook samenzweringstheorieën verspreid over niet-bestaande biolabs in Oekraïne – het zijn dezelfde verhalen die Rusland en internationaal extreemrechts gebruiken om de Russische invasie in februari te verklaren en te rechtvaardigen.

    GettyImages 1455895576
    Militairen worden gedrild om gevechtsklaarheid te tonen op een militaire basis in Kaohsiung, in Taiwan. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Doublethink is niet het enige team dat propagandacampagnes tegen Taiwan opspoort en analyseert. Een andere organisatie die daarop toeziet, de Information Operations Research Group (IORG) – die eveneens bestaat uit jonge mensen met een achtergrond in onlineactivisme – stelde een rapport op over Chinese media en influencers die tijdens de coronapandemie het debat op het eiland probeerden te beïnvloeden. In 2021 poneerden de Chinezen eerst de suggestie dat de VS Taiwan ervan weerhielden vaccins te bemachtigen, vervolgens dat de Taiwanezen wat vaccins betrof achterliepen op de rest van de wereld, en daarna dat de Taiwanezen hun vaccins heimelijk uit China haalden. Deze verhalen lijken nogal mager en weinig overtuigend in het licht van de desastreuze Chinese lockdowns van 2022, maar ze deden soms wel degelijk de ronde in Taiwan.

    Beide organisaties delen hun analyses van de Chinese tactieken niet alleen met hun regering: ze werken vooral ook aan het tegengaan van die tactieken. Ook willen ze het grotere verhaal leren begrijpen, bijvoorbeeld dat pro-Chinese media informatie (of die nu echt of nep is) op sociale media zo aan elkaar koppelt dat mensen gaan twijfelen of hun land wel bondgenoten heeft, of het wel in staat is zich afzijdig te houden van China en of het überhaupt wel een toekomst heeft. Yu zelf twijfelt overigens niet aan de toekomst van Taiwan. Zijn omschrijving van zichzelf op zijn website luidt: ‘Taiwanese hacker die werkt aan een nieuwe natie.’

    Minister van Digitale Zaken

    Het bekendste lid van deze amorfe wereld van onlineactivisten maakt inmiddels deel uit van de regering. Audrey Tang, de eerste Taiwanese minister van Digitale Zaken, promoot niet alleen deze wereld van digitaal activisme, maar is er ook een van de aanjagers van. Als wonderkind dat al op negentienjarige leeftijd als programmeur in Silicon Valley werkte, nam ze deel aan de Zonnebloemrevo-lutie van 2014, een jeugdbeweging die was georganiseerd rondom het verzet tegen een handelsovereenkomst met China. Ze beschrijft zichzelf als ‘conservatief anarchist’ en ‘post-gender’ en vertelde dat ze contact onderhield met het innovatieve digitale ministerie van Oekraïne. 

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China. De gecentraliseerde, hardhandige en misdadige tactiek van de Chinese Communistische Partij kan alleen worden afgeslagen door iets compleet anders: gedecentraliseerde burgergroepen die opensourcesoftware gebruiken en zo transparant mogelijk blijven. In overeenstemming met die filosofie is het aantal werknemers op Tangs ministerie zeer klein. Veel van het werk dat de Chinese verhalen moet tegengaan wordt overgelaten aan groepen als Doublethink en IORG. In Taiwan, zegt ze, krijgt de sociale sector – coöperaties, ngo’s, sociale ondernemers – meer vertrouwen van het publiek dan politieke partijen of de particuliere sector. Daar gaat een geschiedenis aan vooraf: burgeractivisten drongen in de jaren tachtig aan op het einde van het eenpartijstelsel van de KMT en in 2014 op het inperken van de economische banden met China. Tang zegt dat een van de prominentste politieke discussieforums van het land, PTT, wordt beheerd door studenten van de Nationale Universiteit van Taiwan, die gebruikmaken van ‘alle vrije software, open source, collectief bestuur, enzovoort’. ‘Geen enkele politieke partij zal zeggen: o, laten we PTT sluiten. Als ze dat doen, krijgen ze geen stemmen meer,’ aldus Tang.

    Omdat activisten een grote rol hebben gespeeld bij het opbouwen van de moderne democratie van Taiwan, krijgen die volgens Tang nu meer dan de regering het vertrouwen om toe te zien op de complexe wereld van de Chinese desinformatie. In plaats van zich tot de overheid te wenden, kunnen Taiwanezen die twijfelen over iets wat ze hebben gehoord of gelezen zich bijvoorbeeld wenden tot Cofacts, een opensourcewebsite die gebruikers in staat stelt hun eigen factchecks toe te voegen aan het debat. 

    Aantoonbare resultaten

    Tang heeft nog steeds niet genoeg invloed binnen de regeringspartij om al deze ideeën uit te dragen, maar er zijn al wel aantoonbare resultaten. Tijdens de pandemie moedigde het digitale ministerie een soort grappenwedstrijd aan tussen mensen die het Moderna-vaccin kregen en mensen met het Pfizer-vaccin, als een manier om vaccinatie in het algemeen te bevorderen Onder haar leiding experimenteerde de regering ook met het gebruik van Polis, een onlinediscussieplatform, om betere openbare debatten te voeren. De toegang tot nationale debatten is beperkt tot Taiwanezen; de online-identiteit van de gebruikers is gekoppeld aan hun lidmaatschap van het nationale zorgstelsel. Hoewel sommige gesprekken die op Polis worden gevoerd vrij triviaal lijken – een nationaal debat over het gebruik van e-scooters bijvoorbeeld – zijn de doelstellingen dat zeker niet. 

    數位發展部揭牌暨部長布達典禮
    De Taiwanese president Tsai Ing-wen en andere hoogwaardigheidsbekleders, onder wie Audrey Tang, de minister van Digitale Zaken. – © Chien Chi-hung

    De visie van Tang is uiterst rationeel: betere gesprekken, betere democratie en meer transparantie zullen zelfs de subtielste Chinese informatiecampagne bestrijden. Maar niet elke tactiek van China is bedoeld om onopgemerkt te blijven. Toen Beijing na het bezoek van Nancy Pelosi oorlogsschepen, vliegtuigen en raketten richting het eiland stuurde, was de opzet niet alleen om een gevoel van onveiligheid te creëren, maar ook om angst te zaaien.

    Hoe kan deze angst worden bestreden? De bangeriken berispen of hen van lafheid beschuldigen is geen oplossing. Angst is een fysieke sensatie, en die kun je het best bestrijden met een fysieke activiteit, of tenminste een vorm van actie. In Taipei zag ik hoe dat eruit kan zien: een dertigtal kantoormedewerkers die op een regenachtige doordeweekse middag op de vloer van een vergaderzaal zaten te leren hoe ze zware bloedingen konden stelpen.

    Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden

    De ehbo-trainers, de siliconen lede-maten en het verband werden allemaal geschonken door de Forward Alliance, een andere burgerorganisatie. Oprichter Enoch Wu verdiepte zich in de psychologie van het verzet, en in het bijzonder in de noodzaak van burgerbescherming. De Forward Alliance geeft overal op het eiland meerdere dagen per week trainingen in de procedure bij een noodsituatie of evacuatie, meestal in kerken en scholen. Als zich werkelijk een tyfoon, een aardbeving of een militaire aanval voordoet, heeft het eiland immers onmiddellijk mensen nodig met verstand van evacuatie en geneeskundige noodhulp. Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden. 

    Sinds februari is de vraag naar noodhulptraining dan ook ‘in een stroomversnelling geraakt’, zegt hij, en niet alleen bij zijn organisatie. Een Taiwanese zakenman schonk in september meer dan 20 miljoen dollar aan een andere liefdadigheidsinstelling voor burgerbescherming, de Kuma Academy – mede opgericht door Puma Shen van Doublethink – die niet alleen lessen in noodhulp biedt, maar op den duur ook training wil geven in het gebruik van wapens. 

    Maar het doel van deze oefeningen is niet alleen om mensen te leren wapens te hanteren of een wond te verbinden. Ze zijn ook bedoeld om gevoelens van saamhorigheid en verbondenheid te kweken, door mensen van tevoren het vertrouwen te geven dat ze in geval van nood op hun medeburgers kunnen rekenen. Dit soort mentale voorbereidingen zijn bijzonder belangrijk in Taiwan, een land waar de politiek sterk gepolariseerd is, waar leden van het blauwe en het groene kamp elkaar beschuldigen van onverantwoordelijkheid of onredelijkheid – vergelijkbaar met de rood-blauwe tegenstelling in de Verenigde Staten. 

    Grote gok

    In de praktijk doen zowel de Taiwanese activisten die de burgerbescherming organiseren als degenen die proberen de Chinese verhalen te weerleggen natuurlijk een grote gok. Ze gokken erop dat democratie en transparantie het kunnen winnen van autocratie en geheimhouding, dat vertrouwen polarisatie kan overwinnen, dat de samenleving zich van onderaf kan organiseren om angst te overwinnen. Ze doen dat in een land dat op een complexe manier verbonden is met zijn ergste vijand – qua taal, gedeelde geschiedenis, familie en investeringen – en dat begrijpelijkerwijs bezorgd is over de betrouwbaarheid van verre bondgenoten.

    Hun strijd tegen China’s cognitieve oorlogsvoering is niet alleen een schaduwgevecht tegen bots op het internet. De Russen vielen Oekraïne deels binnen omdat ze er ten onrechte van uitgingen dat de Oekraïners niet zouden terugvechten. Als de Chinezen veronderstellen dat de Taiwanezen zullen terugvechten, denken ze misschien wel twee keer na. In die zin is er een nauw verband tussen het werk van de Taiwanese sociale activisten enerzijds – de groepen die Chinese desinformatie online opsporen, maar ook de groepen die pleiten voor een onafhankelijke rechterlijke macht of die campagne voeren voor de rechten van Hongkongers en etnische minderheden, of die transparantie van de overheid voorstaan – en het werk van het leger anderzijds, dat zijn verrekijker op de Straat van Taiwan gericht houdt. Door de democratie te versterken, de polarisatie af te zwakken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken, hopen al deze verschillende partijen China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is. Hun overtuigingskracht is bepalend voor de toekomst van Taiwan. 577c3bbb 0383 4241 afef 3caa831e282d

  • ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    Hoe de zoveelste diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, tot slachtoffer maakte van een grimmige lastercampagne.

    Het is een kerel wiens bescheidenheid en eenvoud door iedereen, zijn vijanden in-begrepen, worden geprezen. Een uitstekende voetballer die zijn berichten, brieven en e-mails altijd beëindigt met hoffelijke ‘sportieve groeten’. Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, houdt zich totaal niet bezig met de politiek in zijn land. Hij heeft geen ideologische voorkeur en wanneer hij het over de koning heeft, bezigt hij het eer-biedige en gebruikelijke predicaat ‘Zijne Majesteit’.

    Nooit heeft hij onderwerpen aangeroerd als ernstige mensenrechtenschendingen door het Marokkaanse regime, de onderdrukking van de Sahrawi (het volk van de Westelijke Sahara), de wandaden tegen de mijnwerkers van Jerada, de activisten van Sidi Ifni, de leden van de protestbeweging Hirak in het noordelijke Rifgebied, die werden gemarteld en in de cel gegooid, de zware gevangenisstraffen voor journalisten, youtubers of doodgewone internetters, enkel omdat zij zogeheten gevoelige onderwerpen durfden aan te snijden.

    ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement’

    ‘Ik ben sportman, ik heb geen verstand van dat soort dingen,’ zegt hij, en daarmee is voor hem de kous af. Hij benadrukt dat hij zich als MRE (Marocain résidant à l’étranger, Marokkaan die in het buitenland woont) niet al te bewust is van wat er in zijn land gebeurt. ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement.’

    Als het om liefdadigheidsactiviteiten gaat, is het een ander verhaal. Toen Marokko in 2020 hard werd getroffen door corona, schonk Ouaddou 1 miljoen dirham (bijna 100.000 euro) aan een bijzonder fonds voor de beheersing van de pandemie. Hij is ook bepaald niet te beroerd om computers en tablets te schenken aan schoolkinderen in zijn douar (dorp) of andere gebieden in Marokko, om benefietwedstrijden ter plaatse te organiseren of om een gezin in financiële nood te helpen.

    Alles gegeven 

    Abdeslam was twee jaar oud toen zijn vader, die zich in 1970 in Frankrijk vestigde, hem in 1980 in het kader van de gezinshereniging liet overkomen. Zijn integratie in Frankrijk verliep naar verluidt voorspoedig. In een lokaal pupillenteam, werd hij opgemerkt door AS Nancy-Lorraine, dat hem inlijfde. Later speelde hij in Frankrijk onder meer voor Stade Rennais en Valenciennes FC. Ook in het buitenland bouwde hij een mooi cv op: hij kwam uit voor het Londense Fulham, voor Olympiakos Piraeus en voor andere grote clubs.

    Zijn carrière in Marokko begon in 1998 bij het Olympisch team dat deelnam aan de Spelen van Sydney, in de zomer van 2000. Daarna maakte hij zijn debuut voor het Marokkaanse elftal. ‘Tien jaar international, tachtig keer geselecteerd, een jaar lang aanvoerder: ik heb alles gegeven voor mijn team, voor mijn land,’ meldt hij telefonisch vanuit Nancy, zijn woonplaats in Frankrijk.

    Tijdens het toernooi om de Afrika Cup in 2004, in het Taïeb Mhiri-stadion in Sfax, Tunesië, scoorde de jonge Ouaddou in de 75ste minuut een doelpunt tegen Benin. Dat was een moment van groot geluk en trots. Een paar dagen later won zijn team in hetzelfde stadion afgetekend met 3-1 van Algerije. Marokko bereikte de finale, maar moest daarin buigen voor Tunesië: 1-2. 

    De eer was echter gered. Iedereen in Marokko besefte dat het nationale team een uitstekende prestatie had geleverd. Koning Mohammed VI nodigde staf en spelers uit in het koninklijk paleis in Agadir.

    In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten een brief aan het schrijven waren

    Eén gebeurtenis uit die periode staat hem nog levendig bij. In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten, ‘minstens 80 procent van de aanwezigen’, een brief aan het schrijven waren. Hij vroeg wat er aan de hand was en kreeg te horen dat de ontmoeting met de vorst een ideale gelegenheid was om een ‘verzoek’ in te dienen. Hij begreep er niets van. Desgevraagd legde een van zijn medespelers uit dat dit het moment was om het staatshoofd een gunst te vragen: onroerend goed, een licentie voor een taxi- of busbedrijf, een vergunning voor het een of ander, een voordeeltje.

    Deed hij mee aan deze bedelactie? ‘Nee!’ klinkt het stellig. ‘Ik had geen douceurtjes nodig. Ik verdiende goed bij mijn club (Stade Rennais) en van de Marokkaanse voetbalbond kon ik een bonus tegemoet zien voor mijn deelname aan de Afrika Cup. Ik vond toen, net als nu, dat er mensen waren die het harder nodig hadden dan ik.’

    Bovendien, benadrukt hij, was hij bereid om onbetaald voor Marokko te spelen. ‘De ontmoeting met Zijne Majesteit, die zei erg trots te zijn op de wijze waarop wij het land hadden vertegenwoordigd, was al een grote eer voor mij.’

    Belangeloze houding

    Deze in Marokko zeldzame belangeloze houding, zijn toewijding aan zijn team en zijn bescheidenheid konden hem in 2021 echter niet behoeden voor een agressieve campagne in de Marokkaanse pers en op sociale media. Hem werd verweten de kandidatuur van [de Algerijn] Kheireddine Zetchi voor hoofd van de Confédération Africaine de Football (CAF, de Afrikaanse voet-balbond) te hebben gesteund, in plaats van die van [zijn landgenoot] Fouzi Lekjaa. Hij werd gesommeerd zijn voorkeur voor de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond boven de machtige baas van de Marokkaanse voetbalbond toe te lichten, maar weigerde tekst en uitleg te geven.

    En dat om één simpele reden: van Marokkaanse supporters wilde hij kritiek voor deze keuze naar eigen zeggen wel accepteren, maar de wekenlange belastering door een georganiseerde bende die ertoe opriep zijn Marokkaanse paspoort in te trekken en hem zijn Marokkaanse nationaliteit te ontnemen – dat ging hem veel te ver.

    Aan deze golven van haat heeft Ouaddou onprettige ‘herinneringen’ over-gehouden. Zo worden er online allerlei berichten gepost en opmerkingen geplaatst, vaak met kwaadaardige beelden en kwetsende woorden: ‘verrader’, ‘buitenlandse agent’, ‘klootzak’ en andere fraaie teksten – als hij al niet wordt vergeleken met een ‘aap’.

    8a32f734 7517 4270 b26c 6336f2d4c559Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land’

    ‘Ik verkeer nog steeds in shock. Het is alsof mijn wereld is ingestort,’ klinkt het verbluft. ‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land.’ En dan hij heeft nog niet eens gelezen wat er in het Arabisch over hem is geschreven.

    Net als zijn ouders is Ouaddou Berbertalig. Het Darija, een mix van Arabisch, Berbers, Frans en Spaans die de lingua franca is van veel Marokkanen, verstaat hij wel maar beheerst hij niet tot in de puntjes. Het Arabisch schrift kan hij al helemaal moeilijk ontcijferen. 

    Adressenlijst

    Om de lawine aan haat tot stilstand te brengen zocht Ouaddou in zijn adressenlijst de namen op van enkele Marokkaanse sportjournalisten, maar geen van hen reageerde. ‘Ze lieten me allemaal barsten. Niemand wilde me vragen stellen of was geïnteresseerd in mijn reactie of mijn kant van de zaak. Het was alsof ik van de ene op de andere dag niet meer voor hen bestond,’ verzucht hij.

    De honderden trollen op internet hebben maar één doel: hem vernederen

    Op sociale media probeert hij het gesprek aan te gaan met zijn criticasters, ook als ze hem hebben geschoffeerd. Tevergeefs: door het grote aantal tegenstanders ziet hij zich gedwongen de strijd te staken. De honderden trollen, de accounts van Moorish – een racistische en extreemrechtse clandestiene organisatie die zou zijn voort-gekomen uit de Marokkaanse geheime diensten – hebben maar één doel: hem vernederen.

    Maar vanwaar dan al dit tumult – vooral als je bedenkt dat de voormalige Algerijnse international Lakhdar Belloumi zichzelf zonder problemen kon uitroepen tot ‘ambassadeur van Marokko’ voor het WK van 2026?

    Antwoord: omdat Ouaddou in de zoveelste politieke en diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije beland raakte, over een eeuwigdurend conflict: dat van de Westelijke Sahara. Met deze keer als pikant extraatje het Marokkaanse besluit om de diplomatieke betrekkingen met Israël te normaliseren. Een soeverein besluit van het koninkrijk, dat door het buurland als een bedreiging wordt gezien, wegens – in de woorden van de Algerijnse regering – de ‘installatie’ van Israël voor haar deur. 

    Nog zo’n onderwerp dat, net als de mensenrechten, zijn pet te boven gaat, maar waarvan hij het belang wel degelijk inziet, gezien het enorme aantal bots onder zijn lasteraars. Het feit dat hij in de pers hevige kritiek te verduren kreeg van voormalige Marokkaanse internationals, bevestigt zijn bange vermoeden dat deze vloedgolf van smaad is georkestreerd.

    Deze oud-spelers, met wie hij ooit goed meende te kunnen opschieten, geeft hij lik op stuk. Noureddine Naybet? ‘Welk opleidingsniveau heeft deze meneer en wat doet hij tegenwoordig precies?’ Youssef Chippo? ‘Welke meerwaarde heeft hij gehad voor het Marokkaanse voetbal?’ Mustapha El Haddaoui? ‘Die is al vijftien jaar coach van het nationale beachvoetbalteam en voorzitter van de Marokkaanse Unie van Professionele Voetballers [UMFP]. Op welke resultaten mag hij zich laten voorstaan?’

    Wat Mohammed Sahil en anderen betreft: die zegt hij niet te kennen, maar hij neemt aan dat ze verplicht zijn hem aan te vallen om de ontvangen voordeeltjes te rechtvaardigen – dezelfde voordeeltjes die hij weigerde op te strijken na de wedstrijd tegen Tunesië in 2004.

    Ontslag

    Direct na zijn aankomst in Oujda kreeg Ouaddou te maken met spelers die staakten omdat ze hun loon niet uit-betaald kregen. Pijnlijker nog is dat hij beweert te zijn ‘geïntimideerd’ door de bestuurder van de regio Oriental, Mouaad Jamai, die hem naar verluidt tijdens een door de club georganiseerde lunch verweet dat hij de spelers steunde en ‘de club gijzelde’. 

    ‘De club gijzelen omdat spelers uit hun woning worden gezet vanwege een huurachterstand die ze buiten hun schuld niet meer konden ophoesten?’ vraagt hij ironisch. ‘Sommigen hadden niet eens genoeg te eten,’ zegt Ouaddou, die erop wijst dat ook hij en zijn staf niet werden betaald. Dit wordt bevestigd door de uitgebreide correspondentie tussen zijn Parijse advocaat, Alexis Rutman, en de directie van MCO.

    Zijn weigering om de plaatselijke bestuurder en de voorzitter van Mouloudia ter wille te zijn en te aanvaarden dat zijn contract van vier naar één jaar werd teruggebracht, leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Hij verliet de stad met een bittere smaak in zijn mond en nog een laatste leuke ‘herinnering’: een door de chauffeur van de spelersbus uitgelokt handgemeen, waardoor hij vijfentwintig dagen niet kon werken.

    ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’

    Steunde Ouaddou daarom Zetchi in plaats van Lekjaa? De oud-international ontkent het ten stelligste. Bovendien, zo rechtvaardigt hij zichzelf, had hij ruim voor zijn aanstelling bij Mouloudia d’Oujda de Marokkaanse bond gevraagd of hij ergens stage mocht lopen om zo een trainersdiploma te kunnen behalen. Diverse keren schreef hij de bond aan, maar zonder resultaat.

    Daarop wendde hij zich tot de Algerijnse voetbalbond (FAF), via Djamel Belmadi, de coach van het Algerijnse nationale team. En zie, de deuren van de deze bond zwaaiden wél voor hem open. Dat viel niet goed bij een aantal bobo’s van het Marokkaanse voetbal. 

    De beschuldigingen op sociale media konden natuurlijk niet uitblijven: ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’ 

    Maar, zo bezweert hij, hij wil echt een einde te maken aan deze zaak. Dat hij Zetchi steunde en niet Lekjaa, is niet uit ressentiment of wraak, maar puur uit sportieve overwegingen. Voor hem heeft de Algerijn een project in gedachten, een visie voor het Afrikaanse voetbal die hij volledig onderschrijft. Algerije won in 2019 de Afrika Cup met een nationaal team dat voor 70 procent bestond uit spelers uit de Algerijnse competitie; de Marokkaanse kampioen telde voor 98 procent spelers die in het buitenland actief waren. Van een jeugdopleiding die de kans op toekomstig succes van het Marokkaanse voetbal kon vergroten, was geen sprake. 

    Verduistering

    Daarnaast wijst Ouaddou erop dat Fouzi Lekjaa de secondant was van de Malagassiër Ahmad Ahmad, de voorzitter van de CAF die werd geschorst wegens ‘het aanvaarden en uitdelen van geschenken en andere voordelen’, ‘machtsmisbruik’ en ‘verduistering’. Die veroordeling maakte zijn herverkiezing onmogelijk.

    ‘Lekjaa heeft veel gedaan voor infrastructuur en stadions in Marokko, maar vergeten wordt dat hij voor Ahmad werkte, die een tekort van 10 miljoen euro in de schatkist van de CAF achterliet. Als we daarbij optellen dat er in Marokko duizend profspelers zijn uit de eerste en tweede divisie die geen sociale zekerheid hebben, dan geeft dat te denken,’ zo stelt een sportjournalist die anoniem wenst te blijven uit angst voor represailles. 

    En zoals Abdeslam Ouaddou hardop zegt, wekt dit enkel wrevel bij de Marokkaanse voetbalbond.

    En verder, zegt hij, terwijl hij zich excuseert omdat hij zijn vliegtuig moet halen: ‘Als Zijne Majesteit of de hoge autoriteiten van mijn land van mening zijn dat ik een verrader ben en dat ik het niet verdien om Marokkaan te zijn, dan ben ik bereid mijn paspoort bij het dichtstbijzijnde consulaat in te leveren’. 5ebda3b7 9ec1 4dd6 bb03 8006a0efa7b7