Tag: documentaire

  • Palestijnse regisseur Hamdan Ballal aangevallen en gearresteerd door Israël

    Palestijnse regisseur Hamdan Ballal aangevallen en gearresteerd door Israël

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Korea: interim-president Han Duck-soo terug in functie na afzettingsprocedure

    » Israël bombardeert Syrische bases en Gaza: 23 Palestijnen omgekomen

    Zijn docu No Other Land stelt misdaden van Israël aan de kaak

    Hamdan Ballal, de Palestijnse regisseur van de Oscar-winnende documentaire No Other Land, is onlangs aangevallen door een menigte gewapende kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en gearresteerd door Israëlische soldaten, zo maakte zijn Israëlische mederegisseur Yuval Abraham maandag bekend, aldus Haaretz.

    Abraham schrijft op X dat Hamdan Ballal was ‘gelyncht’ en wonden had aan zijn hoofd en buik en dat er sinds zijn arrestatie niets meer van hem vernomen is. Het is onbekend waar hij is en of hij medische behandeling krijgt. Het Israëlische leger beweerde later drie Palestijnen en een Israëliër te hebben gearresteerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De film No Other Land, die in 2024 werd uitgebracht en het debuut was van Abraham en Ballal, ‘documenteert het leven in de regio Masafer Yatta op de Westelijke Jordaanoever, onder het geweld van de Israëlische autoriteiten en kolonisten’, aldus Haaretz. De documentaire zorgde voor ophef in Israël nadat de winnaars in hun toespraken op het Internationale Filmfestival van Berlijn opriepen tot een staakt-het-vuren in Gaza en de Duitse regering vroegen om te stoppen met het leveren van wapens aan Israël.

    Lees ook

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Jackson en het fenomeen van verkeerde intimiteit

    Fotografie met een disclaimer

    FOTOGRAFIE | Alison Jackson was net afgestudeerd aan het Londense Royal College of Art toen prinses Diana in 1997 stierf. De intensiteit van het verdriet van de natie fascineerde en verontrustte haar. ‘Diana was zo sterk aanwezig in ons leven, als een lid van onze familie,’ vertelt ze. ‘Door de pers hadden we het gevoel heel dicht bij haar te staan, maar in feite stond ze heel ver van ons af.’ Ze besloot om via de fotografie dit ‘fenomeen van veronderstelde intimiteit met beroemdheden’ te onderzoeken, schrijft LA Times.

    Daarmee was ze eigenlijk haar tijd ver vooruit. Ze begon foto’s te maken die visualiseerden ‘wat bloeide en op de loer lag in de collectieve verbeelding’. Diana die haar middelvinger naar de camera opsteekt. Diana en vriend Dodi Fayed die elegante, nonchalante poses aannemen aan weerszijden van een baby, ogenschijnlijk die van hen.

    De media veroordeelden haar werk, maar drukten de foto’s af op ‘precies die plekken die voor nieuws waren gereserveerd’

    De media veroordeelden haar werk, maar drukten de foto’s af op ‘precies die plekken die voor nieuws waren gereserveerd’, aldus het dagblad uit Los Angeles. Jackson besloot verder te gaan op deze tour, en maakte met de hulp van lookalikes foto’s die zo overtuigend zijn dat kijkers ‘zeker wisten dat ze koningin Elizabeth II echt had betrapt terwijl ze geld uit een geldautomaat haalde, of Kanye die Kim in een corrigerende onderbroek helpt, of Donald Trump in het gezelschap van Ku Klux Klan-mannen met een kap op’. Zelf dringt Jackson er met disclaimers bij haar werk, zoals ‘This is not Donald Trump’, op aan dat wat we zien niet echt is – daarbij ook verwijzend naar Magrittes pijp die geen pijp is.

    Een van de gedachten achter haar werk is dat ‘nep het nieuwe echt is’, citeert The Guardian; ‘En mensen als Donald Trump en Kim Kardashian maken het ons makkelijk: ze zijn half echt, half karikatuur.’

    Volgens Jackson, die bekendstaat om haar controversiële uitspraken en dan ook, zo vertelt de Londense krant, ‘regelmatig bijna wordt gearresteerd’, begon ze te fotograferen omdat ze ‘fotografie haat. Ik vind het een bedrieglijk, glibberig en onbetrouwbaar medium dat je verleidt te geloven dat wat je ziet echt is’, aldus Daily Mail. Waar ze aan toevoegt: ‘Dat is toch eigenlijk precies waar het in Los Angeles om draait?’ 

    Truth is Death, van 23 maart tot 15 september 2024 te zien in Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.

    Door Laura Weeda

    truth is dead

    Verhalen vertellen op het dak

    Plezierig aandenken aan een onplezierige tijd

    Literatuur | Tijdens de eerste lockdown van de covidpandemie verzamelden New Yorkse flatgenoten zich ’s avonds op het dak om hun steun aan hulpverleners te betuigen door op potten en pannen te slaan. Later begonnen ze elkaar verhalen te vertellen waarin ze ook iets over zichzelf moesten prijsgeven. Dit gegeven vormde het uitgangspunt voor het boek Fourteen Days. Zesendertig schrijvers leverden een bijdrage, onder wie Margaret Atwood en Preston Douglas, die gezamenlijk de redactie voerden.  

    Het boek doet Alex Clark in The Guardian denken aan de Decamerone van Boccaccio en aan ‘de grote roman over het leven in een appartement: Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec’. Volgens Clark keren in elk verhaal van Fourteen Days ‘het meedogenloze verdriet en de onzekerheid van begin 2020 terug. Spookverhalen wedijveren met verhalen over verloren liefde, ruige hondenverhalen met het alledaagse, zwarte humor met het zoete en sentimentele. Het eindresultaat is een immens plezierig product van een immens onplezierige tijd.’ 

    ‘Kwesties als immigratie, racisme, politiegeweld en PTSS komen allemaal aan bod in deze monologen,’ staat te lezen op de site 24heuresdulivre. ‘Dankzij Atwood en Preston komt de lezer niet in de verleiding om telkens te kijken wie welk hoofdstuk heeft geschreven.’ De criticus concludeert dat ‘de naden misschien glad zijn, maar dat het wel een gekke lappendeken heeft opgeleverd’. 

    Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.

    Ook Rob Merrill van The Washington Post houdt het op ‘een allegaartje, zoals te verwachten met drie dozijn schrijvers’. Wat ze gemeen hebben, is dat ze proberen ‘het zinloze te begrijpen en orde te scheppen in de wanorde. Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.’ 

    In The Scotsman geeft Stuart Kelly aan dat hij het lezen van Fourteen Days als een spelletje beleefde: ‘Wie schreef wat? Nou, probeer dan maar eens het verschil tussen Dave Eggers en John Grisham uit te leggen.’ Meer algemeen heeft hij er veel plezier aan beleefd: ‘Al zit het er dik in dat geen enkele lezer van elk verhaal zal genieten.’ 

    Fourteen days, 36 auteurs, onder redactie van Margaret Atwood en Douglas Preston, vertaald door Liedwien Biekmann als Veertien dagen, verscheen in februari bij De Arbeiderspers. 

    Door Diederik Samwel 

    14 days

    De trauma’s en vitaliteit van Palestijnse vrouwen

    Soualem vervalt niet in oriëntalisme

    DOCUMENTAIRE | Ze is bekend van de Amerikaanse serie Succession, als de nooit volledig betrouwbare vrouw van mediamagnaat Logan Roy, om wie alles draait. Maar in de documentaire Bye Bye Tiberias laat Hiam Abbass een heel andere kant van zichzelf zien. Voor de camera van haar dochter, de Frans-Algerijns-Palestijnse regisseur Lina Soualem, ‘duikt de actrice in een verleden dat is getekend door de pijn van ballingschap’. Soualems zoektocht naar de levens en gemeenschappelijke trauma’s van de vrouwen in haar familie wordt door de Arabische pers volop geprezen. De Libanese site Raseef22 meent dat ‘het heel belangrijk is dat (…) cinema alles vertegenwoordigt wat er is gebeurd, wat er gebeurt en wat er zal gebeuren in Palestina’.

    Abbass groeide op in Palestina, dat ze verliet om haar droom te verwezenlijken: actrice worden. Aan het begin van de film staat ze met haar gezicht naar de camera van haar dochter, ‘ondergedompeld in wit licht, pratend over haar liefde voor kunst, film, komedie, maar naarmate de film vordert en richting het ouderlijk huis in Palestina beweegt, wordt de sfeer warmer, zoals dat past bij Arabische huizen. Een warmte waar iedereen in de diaspora naar terugverlangt’, aldus Raseef22.

    Vervolgens neemt Lina haar moeder mee naar Deir Hanna, het dorp dat nu in Israël ligt (vlak bij Tiberias), waar haar voorouders tijdens de Nakba in 1948 uit wegvluchtten. Vanaf dat moment klinken er ook andere stemmen, een overgrootmoeder, grootmoeder, moeder, tantes. Soualem maakt volgens Al Jazeera op ‘briljante wijze’ gebruik van oude homevideo’s, die ze vermengt met hedendaagse beelden en foto’s uit archieven. 

    Dit levert veel hartverscheurende scènes op, schrijft New Arab

    Dit levert veel hartverscheurende scènes op, schrijft New Arab. Zoals het verhaal van Abbass’ tante die tijdens de Nakba van haar familie werd gescheiden en sindsdien gedwongen in een vluchtelingenkamp in Syrië leeft, waar ze vrijwel niets voor haar kunnen betekenen.

    Toch, meent het pan-Arabische platform, is de film bovenal een ‘prachtig portret van vier generaties vrouwen: hij vertegenwoordigt het trauma dat ze hebben geërfd, maar ook de banden van liefde, de gemeenschappelijke geschiedenis en de herinneringen die ons altijd zullen verenigen met de dierbaren die ons zijn voorgegaan’. De zwaarte van dit verleden wordt verzacht door ‘de lichtheid en humor die tussen de actrice en haar zussen bestaat’.

    Ook Al Jazeera prijst de kracht en vitaliteit van de zussen, en volgens Raseef22 behoedt deze aanpak Soualem ervoor in oriëntalisme te vervallen; ‘ze toont de menselijkheid van deze vrouwen en hoe ze er ondanks hun beproevingen in zijn geslaagd hun doelen te bereiken’. 

    Door Laura Weeda

    Bye Bye Tiberias @@. V1

    Hoe een lichte tenor atletisch en scherp blijft

    Ongemakkelijke seksliedjes

    Muziek | ‘Een optreden in de pauze van de Super Bowl, de Olympus van de Amerikaanse popmuziek; als dat geen comeback is…’ Zo omschrijft Aida Baghernejad de lancering van Coming Home, het nieuwe album van rapper annex R&B-ster Usher (45) in Musikexpress. ‘En jawel, hij schrijft nog steeds ongemakkelijke seksliedjes en wil weer dolgraag knuffelen in bed. Tegelijkertijd bewijst hij met deze verbazingwekkend smaakvolle productie dat hij met zijn ongelooflijke vocale vaardigheden nog altijd relevant is.’

    ‘Puur showmanschap in plaats van creatief vernuft en esthetische visie. De twintig tracks vormen een beetje een opgeblazen puinhoop’

    Paul Attard van Slant Magazine is minder enthousiast: ‘Puur showmanschap in plaats van creatief vernuft en esthetische visie. De twintig tracks vormen een beetje een opgeblazen puinhoop.’ Voor The New York Times typeert Jon Pareles Ushers muziek als ‘langzaam wiegende soul en gesynthetiseerde pop in een eenentwintigste-eeuws jasje. Bovendien is hij er heel bedreven in om artiesten als Beyoncé, Alicia Keys en Burna Boy naar zijn studio te lokken.’ 

    De criticus van de Franse muzieksite Zimbalam weet zeker dat Usher ‘nooit een druppel melk heeft gedronken. Anders was zijn lichte tenor dertig jaar na zijn debuut nooit zo atletisch en scherp gebleven.’  

    Coming Home, het negende album van Usher Raymond IV, verscheen half februari. Concert op 22 april 2025: Ziggo Dome, Amsterdam.

    Door Diederik Samwel

    usher
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Popicoon keert terug naar zijn oorsprong 

    Roman verpakt in een liedje van drie minuten

    MUZIEK | Experimenteren en het verkennen van genres vormt een rode draad in de ruim veertigjarige carrière van de Britse singer-songwriter Elvis Costello (67). Althans, zo denkt Tony Clayton, criticus van The Irish Times, erover. Daarom is het volgens Clayton een verademing dat Costello met zijn nieuwste, tweeëndertigste album A Boy Named If teruggrijpt naar de postpunk en new wave van eind jaren zeventig: ‘Met songs die meteen vlam vatten en daarna aangenaam blijven smeulen.’

    In The Sydney Morning Herald schrijft Barry Divola dat Elvis Costello (artiestennaam van Declan MacManus) de critici die hem de laatste jaren een terugkeer naar de stijl van zijn allereerste platen adviseerden op hun wenken bedient. ‘Hoewel hij switcht tussen psychede-lische rock, geëxalteerde ballads en theatrale songs, blijft het album coherent en wordt het nergens gekunsteld.’

    Ook Eric Debarnot van de Franse cultuursite Benzine concludeert dat Costello na talrijke omzwervingen terug is bij zijn oude liefde, ‘energieke rock met venijnige en zelfs gewelddadige songteksten’. Of de muzikant in zijn hang naar nostalgie zichzelf kopieert? ‘Welnee, daar zijn de songs veel te sterk voor en zijn teksten te briljant en urgent.’

    ‘Wie durft er te beweren dat Costello een leeftijd heeft bereikt om gas terug te nemen?’ schrijft John Murphy op de Britse site musicOMH. De muzikant komt naast het album namelijk ook met een kinderboek vol sprookjes voor volwassenen rond hoofdpersonage If (Imaginary Friend). Heel toepasselijk, vindt Murphy: ‘Want Costello is er een meester in om verhalen te verpakken in liedjes van drie minuten. Luister maar naar My Most Beautiful Mistake, daar zit haast een hele roman in.’ 

    Elvis Costello & The Imposters, A Boy Named If is eind januari verschenen.

    Door Diederik Samwel

    Elvis Costello


    Odyssee van een moderne gastarbeider

    Klimaatfictie over wereldwijde honger naar energie

    LITERATUUR | Wenzel werkt al jaren op een olieplatform, wanneer voor de kust van Marokko zijn liefdespartner Mátyás verdwijnt, overboord geslagen tijdens een storm. De directie overweegt niet eens een reddingspoging, waarop Wenzel ontslag neemt en door Europa gaat reizen. Om Mátyás’ familie te bezoeken, zijn verleden onder ogen te komen en zichzelf te vinden. Dat is het uitgangspunt van Hoe hoog het water stijgt, de debuutroman van de Duitse dichter Anja Kampmann. 

    Kampmanns eigenzinnige taalgebruik, ongewone beelden en vreemde gedachtensprongen zorgen voor een ongrijpbaar gevoel van ongefundeerdheid, vindt Andrea Heinz in Der Standard: ‘Precies zoals Wenzel zich moet voelen.’ Heinz beschouwt het boek als een aanklacht tegen het kapitalisme. ‘Hoe bedrijven rijk worden door de wereldwijde honger naar energie, terwijl dat ten koste gaat van de arbeiders.’ Fiona Bell van Chicago Review komt tot dezelfde conclusie. Al moest ze ook denken aan de boeken van James Baldwin en andere ‘grote gay romans’. Met dit verschil dat Kampmann homoseksualiteit niet probeert af te zetten tegen opvattingen in een heteromaatschappij of cultuur- of klassenverschillen wil aanstippen, schrijft Bell. 

    Anja Kampmanns debuutroman Hoe hoog het water stijgt verscheen half februari bij Prometheus, 
    in vertaling van Roland Fagel.

    Door Diederik Samwel


    Felle kritiek op Nollywood na nieuwe release

    Na dertig jaar wil het publiek iets nieuws 

    SERIE | Na de release van de Nigeriaanse serie Chief Daddy 2 op Netflix ging er een storm van tweets onder de hashtag #WeWantNewNollywood de sociale media over, meldt OkayAfrica. De eerste reeks van de komedie bracht 385 miljoen naira (ruim 800.000 euro) op en in Nigeria werd reikhalzend uitgezien naar het vervolg. Maar fans spotten met ‘de montage, het acteerwerk en de dunheid van de plot’, aldus de Afrikaanse culturele en politieke nieuwssite. Nollywood-films zouden steeds hetzelfde recept toepassen: populaire acteurs, welvarende buitenwijken en droneopnames van oriëntatiepunten. ‘Dit zijn legecalorieënproducties’, aldus de site.

    Ook Africa Arguments uitte felle kritiek: ‘De Nigeriaanse filmindustrie is grotendeels gebouwd op het nastreven van de grootst mogelijke commerciële levensvatbaarheid, in plaats van artistieke expressie en integriteit’. Het pan-Afrikaanse platform brengt in herinnering dat Nollywood werd geboren na een film uit 1992, Living in Bondage, over een man die zijn vrouw ritueel offerde om rijk te worden. Na het plotselinge succes volgde een hele reeks films die alle waren gebaseerd op het ‘goed triomfeert over kwaad’-principe.

    De site merkt ook op dat Nigeria, ondanks het feit dat het de op een na grootste filmindustrie ter wereld heeft, geen geloofwaardige filmscholen heeft. ‘Er is ruimte nodig voor kritiek en discussie, zoals filmclubs en filmfestivals. Kortom, het land moet investeren in zowel zijn toekomstige filmmakers als zijn toekomstige bioscoopbezoekers’, om tegemoet te komen aan een veeleisender publiek. 

    Chief Daddy 2 is te zien op Netflix.

    Door Laura Weeda

    wp 1641033115587647185584885767074


    Het verleden heeft een toekomst’

    Raoul Peck doorbreekt opnieuw de stilte 

    DOCUMENTAIRE | ‘Het bestaan van deze film is een wonder,’ verklaart de Haïtiaanse filmmaker Raoul Peck in de vierde en laatste aflevering van zijn nieuwe documentairereeks Exterminate All the BrutesThe Intercept beaamt zijn uitspraak. ‘Tot voor kort was het onmogelijk voor te stellen dat een van de grootste bedrijven ter wereld – [kabel- en satellietoperator] AT&T, eigenaar van HBO (…) – zo’n film zou financieren en uitzenden.’ Time spreekt van ‘de meest radicale en intellectueel stimulerende documentaire die ooit voor televisie is gemaakt’.

    In 2017 werd Peck meermaals bekroond voor zijn documentaire I Am Not Your Negro, geïnspireerd op de geschriften van James Baldwin. Met zijn nieuwe werk neemt hij ons mee op ‘een geweldige reis door de tijd en over continenten’, aldus het Amerikaanse weekblad The Nation. ‘De serie is een onverbiddelijke aanklacht tegen racisme, genocide, kolonialisme en de plunderingen van het imperialistische en postimperialistische kapitalisme.’ Peck ‘interpreteert de geschiedenis als het verslag van de overwinnaars en beschouwt de Amerikaanse nationale mythologie als fictie gebaseerd op verondersteld racisme’, schrijft The New Yorker.

    Bij de manier waarop hij dit doet, heeft onder meer The New York Times bedenkingen. Behalve de ‘enigszins monotone vertelling’ betreurt het dagblad ‘de neiging van documentaires om ideeën uit te buiten die in een korte film meer kracht zouden hebben’. Veel van de door de filmmaker ontwikkelde argumenten zijn al bekend, vervolgt de krant. Het resultaat zou daarmee niet ten goede komen aan een didactiek.

    The Nation denkt daar anders over. ‘Het verleden heeft een toekomst’, kopt het blad. ‘Voor Peck is het doel (…) om het bewustzijn te vergroten en verandering teweeg te brengen’, benadrukt The New Yorker. ‘Wat hier aan de kaak moet worden gesteld is niet zozeer de realiteit van de genocide op de inheemse Amerikanen, of de realiteit van slavernij, of zelfs de realiteit van de Holocaust; wat aan de kaak moet worden gesteld zijn de gevolgen van deze realiteiten in ons leven en ons leven van vandaag’, aldus Peck zelf.

    Hoewel The New Yorker de kritiek van The New York Times deelt, is het eindvonnis positief: ‘De stilte doorbreken is het doel van de film, en dat is gelukt. Hoe Peck het verhaal van witte suprematie vertelt is minder belangrijk dan de alomvattende en indringende kijk die hij biedt.’ 

    Exterminate All the Brutes is onder meer te zien op Arte.tv

    Door Laura Weeda

    9a723a56 7579 4b77 aa63 c9367fba5d16


  • Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.

    Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’

    Een van de beste geheime operaties

    Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid. 

    Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’

    Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.

    Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.

    De mol

    Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’

    Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland]. 

    Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.

    En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.

    ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’ 

    Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.

    Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’. 

    Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’

    Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.

    In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime

    Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.

    ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’ 

    Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’

    ‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’ 

    In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.

    Krankzinnige reis

    Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’

    Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.

    ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.

    Detector

     In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’

    Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’

    Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.

    De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’

    ‘Allemaal gelogen’

    In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.

    De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’

    Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij. 

    Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.

    De documentaire is te kijken op NPO Plus.

  • De kwaadwillenden

    De kwaadwillenden

    De Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Littell maakte een documentaire over voormalige kindsoldaten in Afrika. Der Spiegel zocht hem op tijdens het draaien.

    De zaken gaan slecht. Voor een café in Gulu, een stad in het noorden van Oeganda, zitten Geofrey, Dan, Omony en David op hun bodaboda’s, bromfietstaxi’s. Het is heet, ze hangen rond en scheppen op over hun avonturen.

    ‘We hebben seks met blanke vrouwen,’ zegt Omony.

    ‘Moet je hem horen,’ antwoordt Geofrey. ‘Jij hebt nog geen borst van een blanke aangeraakt.’

    ‘Nee, zonder dollen,’ zegt Omony. ‘Ik heb vaak genoeg een blanke vrouw genaaid.’

    ‘Heb je daar foto’s van?’ vraagt David.

    Luid gelach. Vroeger waren deze vier mannen soldaat in het Verzetsleger van de Heer, een van de wreedste rebellenbewegingen van Afrika. Hun gepoch is ook een manier van omgaan met het verleden dat hen elke dag achterhaalt. Om niet geconfronteerd te worden met de pijnlijke herinneringen, de nachtmerries en de schuldgevoelens.

    Moordenaars

    Deze mannen zijn moordenaars. De Franse schrijver Jonathan Littell filmt hen voor een documentaire die hij op dit moment in Oeganda maakt. Volgend jaar moet de film, die de werktitel Wrong Elements draagt, in de bioscoop komen. Littell wil erin het verhaal vertellen van de voormalige kindsoldaten van het Verzetsleger, van de verwoestingen die de oorlog in hun ziel heeft aangericht, van hun vergeten en verdringen en ook van hun omgang met schuld en boete.

    Jonathan Littell, een kleine, gespierde man van 47, maakt een vermoeide indruk. Zijn hoekige gezicht zit onder het stof, zweetspoortjes lopen langs zijn slapen. Vanuit Jebelin, een voormalig trainingskamp van het Verzetsleger in Zuid-Soedan, is hij zo-even met zijn team teruggekeerd in Gulu. Ze filmen op plekken waar de burgeroorlog woedde, in het ongebaande oerwoud, op de uitgedroogde savanne, in troosteloze dorpen die ergens in Noord-Oeganda, Oost-Congo of de Centraal-Afrikaanse Republiek voor zich uit liggen te dommelen.

    Littell werd in 2006 bekend als schrijver. In dat jaar publiceerde hij de roman die hem in één klap wereldberoemd maakte, De Welwillenden. In dit boek schildert hij vanuit ik-perspectief de fictieve levensweg van SS-officier Maximilian Aue. De roman lokte heftige controverses uit, omdat Littell expliciet poogde te beschrijven hoe uit Aue een moordenaar kon groeien die later zijn herinneringen probeerde te verdringen. Uiteindelijk moet Aue toegeven dat het verleden nooit voorbijgaat.

    Het verleden zal ook voor mannen als Geofrey en zijn op hun bromfiets door de stoffige straten van Gulu knetterende vrienden nooit voorbijgaan. Gedreven door religieuze waanideeën doodden, folterden en verminkten ze mensen die net zo onschuldig waren als zijzelf. Ze verloren in de woorden van Littell ‘hun jeugd en halve leven in een mix van chaos, terreur en gedisciplineerde waanzin’.

    Littell Op de set van Wrong Elements.
    Littell Op de set van Wrong Elements.

    Eind jaren tachtig richtte Joseph Kony in het noorden van Oeganda zijn Verzetsleger van de Heer op. Tot op de dag van vandaag staat hij boven aan de opsporingslijst van het Internationaal Strafhof in Den Haag. De Acholi, het grootste volk in het noorden van het land, waren op dat moment een guerrillaoorlog begonnen tegen de regering. Vele duizenden mensen volgden de christelijk-fundamentalistische oproep tot bekering van Joseph Kony en zijn strijders. Kony zei dat de Heilige Geest hem had opgedragen de regering in Kampala ten val te brengen en zijn lijdende volk te bevrijden, om in eeuwige vrede in een oudtestamentische theocratie te kunnen leven.

    Kony’s soldaten ontvoerden zestigduizend kinderen en jongeren, vernederden de meisjes tot seksslavin en dresseerden de jongens tot moordmachines. Vaak moesten zij hun eigen vaders, moeders, broers of zussen doden. Ongeveer de helft van de op jonge leeftijd gedwongen rekruten overleefde de burgeroorlog. Inmiddels hebben zij amnestie gekregen van de Oegandese regering en mochten ze terug naar hun steden en dorpen. Maar ondanks de hulp van humanitaire organisaties gingen velen niet meer terug naar hun gemeenschap.

    Deze mensen zijn teruggekeerd uit een wereld van gruwelen en bloedvergieten om te ontdekken dat de wereld doorgaat en hen vergeten is, zegt Littell. Hij vraagt zich af of wij hun tweevoudige trauma wel echt kunnen begrijpen. Of zij zelf kunnen verwerken wat ze hebben meegemaakt: ontvoering, hersenspoeling, beestachtige slachtpartijen, stigmatisering na hun terugkeer.

    Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. “Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,” zegt hij

    De regels van een totalitair leefsysteem hielpen de gedwongen soldaten om betekenis te geven aan een bestaan in constant geweld, daar waar geen betekenis bestond, zegt Littell. ‘Zij leefden in de beide werkelijkheden van de toverspiegel die hun door geesten bezeten aanvoerder Kony had gecreëerd. Ze waren slachtoffer én dader.’

    Omony, een van de taxichauffeurs, wil niet in detail treden. Hij was bij heel veel gruweldaden aanwezig, maar verzekert dat hij niemand heeft omgebracht. Hij is nu 28. Toen hij elf was, werd hij ontvoerd. ‘Aan mijn handen kleeft geen bloed,’ zegt hij, ook al is dat nauwelijks geloofwaardig. Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. ‘Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,’ zegt hij.

    De wreedheid van de strijders past in het vertekende beeld van het irrationele, dierlijke, oorlogszuchtige Afrika dat al eeuwen in Europa overheerst. ‘Afrikanen zijn in onze waarneming gewetenloze daders of hulpeloze slachtoffers. Er zit niks tussen,’ zegt Littell. Het is een flinke uitdaging om niet steeds weer met het verhaal van Heart of Darkness aan te komen. Of het geheimzinnige Afrika te romantiseren. Daarom luistert Littell zijn filmbeelden ook op met sacrale muziek van Bach en Josquin des Prez, of met vioolsonates van de Boheemse componist Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern. Afrikaanse muziek zou authenticiteit suggereren, maar in werkelijkheid alleen een ‘hopeloos postkoloniale ansichtkaartenblik’ geven, meent Littell.

    De auteur-cineast kent Afrika, de verscheidenheid en de tegenstrijdigheden van het continent. In Congo en Sierra Leone werkte hij voor de Franse hulporganisatie Action Contre la Faim. Hij schreef briljante rapportages over oorlogs- en crisisgebieden. Hij las toonaangevende etnografische studies, waaronder die van de Duitse onderzoekster Heike Behrend over de oorlogszuchtige bekeringscultus in Noord-Oeganda.


    Zonder grondige kennis van de voorgeschiedenis van het gebied van de Acholi valt het fenomeen Verzetsleger niet te begrijpen. Het is de geschiedenis van een arme regio die sinds de dagen van de Britse koloniale heerschappij systematisch werd verwaarloosd. De mensen leden onder de blanke uitbuiting, vervolgens onder de terreur van Idi Amin die duizenden Acholi-soldaten liet vermoorden en ten slotte onder de gedwongen verhuizingen en de oorlogsmisdaden van het Oegandese leger tijdens het regime van [de huidige president] Museveni. De geweldsexcessen brachten steeds opnieuw migraties en vluchtelingenstromen op gang. De mensen gingen gebukt onder hongersnood, droogte, veeziektes en epidemieën, duizenden stierven als gevolg van aids. Het was alsof ze door alle Bijbelse plagen tegelijk werden getroffen.

    Het land van de Acholi is veranderd in een land ‘waarin iedereen elkaar verdacht maakte en probeerde te schaden’, schrijft etnoloog Heike Behrend. Het volk houdt de boze, wraakzuchtige geesten van hen die door geweld zijn gestorven verantwoordelijk voor de beproevingen in het bestaan.

    ‘In de cultuur van de Acholi gaan verschijnselen van bezetenheid terug op oeroude tradities, met name in tijden van grote nood,’ zegt Littell. In de overgeleverde rituelen slopen in de twintigste eeuw ook elementen van de moderne tijd binnen: zogeheten vreemde geesten ontleenden hun oorsprong aan de verhalen van missionarissen, maar ook aan de import van westerse producten en videofilms tot in de verste uithoeken van Afrika. Als de soldaten van het Verzetsleger in kruisformatie aanvielen, schreeuwden ze ‘James Bond! James Bond!’ Ze waanden zich onkwetsbaar en geloofden dat de magische olie van de boterboom hen tegen de kogels van de vijand beschermde. Het Oegandese oerwoud is ook een metafoor voor het collectieve onderbewustzijn, waarin feit en fictie in elkaar overlopen. De vroegere strijders zien zichzelf als spelers, verstrikt in een geheimzinnig, onontwarbaar lot.

    Situatief vertellen

    Dat bleek ook bij de arrestatie van Dominic Ongwen, die momenteel voor het Internationaal Strafhof in Den Haag terechtstaat voor misdaden tegen de menselijkheid. Ongwen werd op negenjarige leeftijd door het Verzetsleger ontvoerd en groeide uit tot een van zijn wreedste commandanten. Littells team was er toevallig bij toen Ongwen zich begin dit jaar vrijwillig aangaf in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Op Littells filmmateriaal zit Ongwen in een legertent – een knappe man met fijne gezichtstrekken, die praat als een priester. Ergens op de achtergrond stelt Littell vragen, bedachtzaam en pretentieloos.

    ‘Situatief vertellen’ noemt Littell zijn manier van 
documentaires maken. De camera gaat met de hoofdrolspelers mee naar de plaatsen van verschrikking, naar de scholen van de ontvoerden, langs de marsroutes van destijds, naar de kampen.

    In het land van de Acholi eisen velen dat Ongwen zwaar wordt gestraft voor zijn misdaden. Maar de meesten willen dat hij net als de meerderheid van 
de ex-strijders van het Verzetsleger gratie krijgt. ‘Ze vinden het aanmatigend dat het Internationaal Strafhof hun landgenoot berecht,’ zegt Littell. But that’s another story. Een ander verhaal, een verhaal over het universele karakter van waarden en normen en 
de vragen die daaruit voortvloeien: kennen de Afrikanen een ander moreel referentiesysteem? Hoe verschillen hun ideeën van recht en gerechtigheid van de onze?

    Jonathan Littell rookt op het terras van een gastenverblijf in Gulu een sigaartje. De schrille klanken 
van insecten vullen de avondlucht, langzaam valt 
het duister over de stad. Een uur dat zich leent voor zelfbespiegeling. ‘Je weet wat je zoekt. Maar je weet niet altijd wat je zult vinden,’ zegt Littell. ‘Ook mijn documentaire is niet meer dan weer een film van een blanke man over Afrika.’

    Auteur: Bartholomäus Grill
    Vertaler: Marten de Vries

    In Nederland ging Wrong Elements tijdens IDFA 2016 in première; vanaf 22 maart is de film ook te zien in België.

    Der Spiegel
    Duitsland, weekblad, oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Video: HyperNormalisation

    Video: HyperNormalisation

    Adam Curtis (61) is een BBC-journalist die al een aantal (lange) semidocumentaire(series) op zijn naam heeft staat. In zijn jongste, HyperNormalisation (2016), betoogt hij dat overheden, financiers en technologische utopisten sinds de jaren zeventig de complexe ‘echte’ wereld hebben ingeruild voor een simpele nepwereld, die wordt gerund door grote bedrijven en onder controle gehouden door politici.

    The Guardian schreef dat de film ‘een passend voorwoord zou kunnen zijn bij Donald Trumps “global horror show”’. En verder: ‘Curtis betoogt dat wij zijn verdwaald in een nagebootste wereld en de werkelijkheid achter de fake niet meer waarnemen.’

    En dat was ruim voor aan Trumps overwinning op 8 november 2016. HyperNormalisation bevat veel materiaal uit de BBC-archieven, en fragmenten van films als Dr. Strangelove, Stalker, Deep Impact, Independence Day, Godzilla, Armageddon en The Rock.


  • Veel jongeren vinden de jihad gewoon cool

    Veel jongeren vinden de jihad gewoon cool

    De Indonesische documentairemaker Noor Huda Ismail weet als ex-radicaal hoe aantrekkelijk de propaganda van IS kan zijn. Met zijn film Jihad Selfie wil hij pubers de ogen openen.

    De radicale en terroristische propaganda maakt tegenwoordig met veel succes gebruik van de drijfveren van de popcultuur, een succes dat de zegetocht van de ‘K-pop’, de Koreaanse popcultuur die erg in trek is bij Indonesische jongeren, wel eens zou kunnen evenaren. Dat toont Jihad Selfie, een documentaire van Noor Huda Ismail. De manier waarop op de sociale netwerken mannelijkheid, roem en de door IS gepropageerde moed worden verheerlijkt is inmiddels evenzeer in staat pubers voor zich te winnen als de popcultuur.

    Huda, een beroemde voormalige militant en journalist, volgt extremistische bewegingen en heeft in 2008 Prasasti Perdamaian opgericht, een instelling die de internationale vrede wil bevorderen. De instelling heeft tot doel voormalige terroristen te helpen om een normaal leven op te bouwen als ze uit de gevangenis komen en niet weer banden aan te knopen met radicale groeperingen. Jihad Selfie vertelt het waargebeurde verhaal van de zestienjarige Teuka Akbar Maulana, afkomstig uit de provincie Aceh in het noorden van Sumatra, die in het spoor van zijn vrienden naar Syrië vertrok om de jihad te voeren en zich aan te sluiten bij IS.


    In 2013 zat Akbar met een beurs van de Turkse regering op het internationale Anatolia Mustafa Germirli Imam Hatip Lyceum in Kayseri, in Centraal-Turkije. Hij was een briljante leerling en erg populair bij zijn vrienden in Aceh. Maar hij was naarstig op zoek naar zijn identiteit. De virtuele wereld, met haar sociale netwerken, is een reëel universum dat het leven van alle pubers van Akbars generaties beïnvloedt. En Akbar vond op Facebook een van zijn vroegere kameraden terug, Yazid, die met een AK-47 voor een IS-vlag poseerde.

    ‘Het is echt cool om iemand van ons de jihad te zien voeren. Als hij het kan, nou, dan kan ik het ook! En nog beter! Ik zag die foto’s van Yazid, supertrots op zijn wapen, een AK-47. Hij had het verder geschopt dan het Indonesische leger, en zelfs dan het keurkorps,’ roept Akbar in de film uit.

    Kweekvijver

    Huda besloot de film te maken nadat hij Akbar in juni 2014 toevallig was tegengekomen in een kebabtentje in Kayseri. ‘Toen Akbar me vertelde dat hij naar Syrië wilde vertrekken had hij het geen enkele keer over religie. Hij had het alleen maar over zijn vrienden die zo cool waren en zo trots dat ze samen met IS de jihad voerden. Huda zag op het jonge gezicht van Akbar zijn eigen geschiedenis terug. ‘Toen ik net zo oud was als hij had ik een tijdje diezelfde bevlieging, wilde ik deelnemen aan een grote mondiale verandering. Het verschil is dat ik persoonlijk door een ronselaar benaderd werd,’ herinnert Huda zich, die in zijn jeugd leerling was van het Koraninternaat Al-Muk’min, gesticht door de radicale leider Abu Bakar Ba’asyir, die momenteel in de gevangenis zit. Dit internaat, gevestigd in Surakarta op Centraal-Java, was in het begin van deze eeuw een kweekvijver voor jonge terroristen.

    3 x still uit Jihad Selfie.
    3 x still uit Jihad Selfie.

    Tussen maart 2015 en mei 2016 heeft Huda meer dan 180 uur film opgenomen in Australië, in Turkije, in Egypte, op Bali, in Jakarta, in Wonosobo, in Kudus, in Surakarta, in Jogjakarta, in Lamongan en op Nusakambangan, het grote gevangeniseiland voor de zuidkust van Java waar terdoodveroordeelden worden geëxecuteerd. Hij heeft gepassioneerde, om niet te zeggen verbluffende gesprekken opgenomen met diverse bronnen die IS in Indonesië steunen. En zelfs een inwijdingsceremonie van IS in een moskee in het centrum van Jakarta, niet ver van het presidentiële paleis.

    Huda rondt momenteel zijn studie politieke wetenschappen en internationale betrekkingen af aan de Monash Universiteit in het Australische Melbourne. Jihad Selfie is onderdeel van zijn masteronderzoek. Hij hoopt dat de nationale instituten die belast zijn met de strijd tegen radicalisering andere strategieën zullen gaan gebruiken, zoals deze film en andere ‘popproducten’, in plaats van alleen maar affiches en vlaggetjes met krachteloze slogans.

    Jihad Selfie zal zowel op Indonesische scholen worden verspreid als onder geïnteresseerde gemeenschappen of verenigingen

    ‘Ik ben geen cineast. Ik hoop dat mijn collega-cineasten een fictieversie van mijn film zullen maken zodat deze belangrijke en dringende boodschap zo veel mogelijk wordt verspreid. Mijn documentaire is gebaseerd op het ethische principe van toestemming. Als een gefilmde bron uiteindelijk besloot er niet in te willen verschijnen, heb ik hem gewist, hoe interessant zijn getuigenis ook was.’

    Jihad Selfie is in april 2016 vertoond in het Centrum voor Veiligheidsbeleid in Genève, in het kader van een conferentie over terrorismepreventie, en zal zowel op Indonesische scholen worden verspreid als onder geïnteresseerde gemeenschappen of verenigingen. Hoofdpersoon Akbar, inmiddels achttien, heeft zijn ervaringen opgeschreven in een ‘poproman’ met de titel Boys Beyond the Light. ‘Ik wil Indonesische pubers de ogen openen zodat ze niet in de propaganda van IS trappen.’

    Auteurs: Crazy Ed-Jiwa, Edward Akbar en Sarie Ferbiane
    Vertaler: Peter Bergsma

    Kompas
    Indonesië | dagblad | oplage 450.000

    Opgericht in1965 als reactie op de communistische pers. Geschreven in het Indonesisch. Kompas is de grootste landelijke krant met achtergrondverhalen over de door Java vaak ‘vergeten’ andere eilanden.

  • 5. Vermenging van genres

    5. Vermenging van genres

    Voor de Innovation Award van de European Press Prize zijn zes inzendingen genomineerd, afkomstig van makers uit Duitsland, Portugal, Italië, Noorwegen, Zweden en Spanje. Het vernieuwende van deze journalistieke producties schuilt in de vermenging van media: het geschreven woord, het gesproken woord, foto’s, film, interactieve grafieken en kaarten.

    © Fernando Moleros / HH
    © Fernando Moleros / HH

    E-Waste 
Republic

    In 2018 produceert de wereld 50 miljoen ton aan E-waste: elektrische en elektronische apparatuur die niet meer functioneert of is verouderd, waar de eigenaar om welke reden dan ook van af wil. Wasmachines, koelkasten, printers, laptops, smartphones, tv-ontvangers. De groei van dit afval is exponentieel: in 2010 was het nog minder dan 34 miljoen ton. Naar schatting wordt 15 procent naar behoren verwerkt. Dat betekent dat 85 procent buiten de recycling valt. En toch ergens terechtkomt.

    De Italiaanse wetenschapper en journalist Jacopo Ottaviani begint zijn webdocumentaire E-Waste Republic in Agbogbloshie, even buiten de Ghanese hoofdstad Accra, een van de grootste vuilstortplaatsen voor e-afval ter wereld. Jongeren branden iedere dag opnieuw kilometers elektrische kabels en kabeltjes af om het koper eruit te kunnen halen. Ouderen ontfermen zich over de nog bruikbare spullen. In Agbogbloshie staan geen huizen, alleen hutjes en krotten. Maar het is vaak mooi weer en morgen komt er weer een lading containers. Uit Europa bijvoorbeeld. Uit Nederland wellicht, want volgens een welingelichte Ghanees heeft hij een vaste afspraak met een groot Amsterdams hotel dat om de zes, zeven maanden op alle kamers de tv-ontvangers vernieuwt.

    Volgens de Conventie van Bazel is het verboden gevaarlijke afvalstoffen te exporteren – maar wat is gevaarlijk? In een onderzoek van de Universiteit van Ghana wordt gezegd dat ‘het verwerken van e-afval de kosten verhoogt indien men zich houdt aan de milieuwetten van de rijke landen en hoogst vervuilende verwerkingsmethoden daarom de neiging hebben te verhuizen naar ontwikkelingslanden, waar dergelijke wetten niet bestaan’.

    Jacopo Ottaviani (Italië): E-Waste Republic (gepubliceerd op de website van Al Jazeera, Qatar). De webdocumentaire van Ottaviani kwam tot stand met een beurs van de Bill & Melinda Gates Foundation.

    cascais2

    Café Cascais

    Volgens de Portugese autoriteiten hebben zich in de loop der tijden vijftien tot twintig Portugezen gemeld in Syrië om zich daar bij de Islamitische Staat te voegen. Opvallend is dat een aantal van hen niet rechtstreeks vanuit Portugal reisden, maar een omweg maakten via Londen; om er te gaan studeren aan de University of East London in Stratford.

    Een team van de Portugese krant Expresso reconstrueerde het leven van vijf van deze studenten en probeerde te achterhalen wat hen uiteindelijk deed besluiten zich aan te sluiten bij IS. Opvallend is dat het vijftal, onder wie twee broers, voordien in Lissabon niets met het islamitisch geloof hadden. Er waren er drie bij die in katholieke gezinnen waren opgegroeid.

    Veel Portugese jongeren die, doorgaans voor hun studie, in Londen verblijven, treffen elkaar daar in het Portugese Café Cascais in de wijk Leyton, waar ze in de weekeinden samen naar voetbal kijken. Ook in die kring merkte men niets van veranderingen in hun gedrag, totdat de oudste van de vijf, Edgar Costa, plotseling van de drank af bleek te zijn.

    In de reportage wordt voor het beeld opvallend vaak teruggegrepen op propagandafilmpjes van IS zelf, naast beelden die in Cascais werden gemaakt en een paar gefilmde interviews met Britse deskundigen van enigerlei soort. Interessant is dat de makers in kringen van de Portugese inlichtingendienst te horen kregen dat er inmiddels ook twee Portugezen uit Syrië in hun geboorteland zijn teruggekeerd. Zonder gevolgen. De Portugese wet voorziet niet in maatregelen tegen jihadisten.

    Raquel Moleiro, Hugo Franco en Joana Beleza (Portugal): Doden en sterven voor Allah – Vijf Portugese leden van IS (gepubliceerd op de website van Expresso, Lissabon).

    De downloaders

    ‘They are the end users in an industry that uses children als sexual commodities. They think they are invisible. But we found them.’


    Dat klinkt voor een binnenkomer al redelijk dreigend. Maar het wordt nog sterker. De Noorse krant Verdens Gang beschikt over gedetailleerde informatie over 78 Noren die tijd, geld en middelen hebben besteed om de vraag te vergroten naar video’s van kinderen die worden misbruikt. ‘We weten wie zij zijn en waar ze wonen, en wat werd gedownload naar gebruikersnamen en IP-adressen die naar hen kunnen worden herleid. Het materiaal bevat een totaal van 36 miljoen regels met gegevens, hetgeen overeenkomt met een boek van een miljoen pagina’s.’

    Een journalist van de krant zocht tien van de mannen op. Zeven van hen bekenden dat ze kinderporno van het internet hadden gehaald, vrijwel altijd tegen betaling. Drie anderen ontkenden. Sommigen toonden enige schaamte, sommigen slechts een lichte gêne, sommigen verdedigden zich. ‘Ik doe niks verkeerds. Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren.’

    ‘Ze zijn erg streng in dit land,’ beklaagde een van de tien zich. ‘Als de politie hierachter komt, draai ik de gevangenis in, raak ik mijn huis kwijt, mijn baan. Dan is het met me gedaan.’

    Maar de kans dat hij wordt gepakt is niet zo groot. Een jaar of tien geleden werd de Noorse nationale recherche uitgebreid om de verspreiding van kinderporno aan te pakken, maar inmiddels zijn er weer andere prioriteiten gesteld door de politiek. Intussen neemt volgens Save the Children in Noorwegen het downloaden nog altijd toe.

    Håkon Høydal, Einar Otto Stangvik en Natalie Remøe Hansen (Noorwegen): The Downloaders (gepubliceerd op de website van Verdens Gang, Oslo).

    © Getty
    © Getty

    Voor alles bang

    Jennifer Wilton maakte een interactieve productie over het verschijnsel radeloze en redeloze angst. Ze laat ‘op schrift’ een vrouw aan het woord, die voor de buitenwereld al een kwart eeuw normaal functioneert, maar die bijna dagelijks wordt geconfronteerd met vrijwel onbedwingbare gevoelens van angst. Haar verhaal is de geredigeerde versie van een vermoedelijk urenlang gesprek, op sommige plekken onderbroken door de mogelijkheid voor de lezer om door te klikken naar de mening van ‘de experts’: achtereenvolgens komen in beeld de neuroloog, de psychiater, de psycholoog, therapeuten voor alle aandoeningen en van alle richtingen, en ten slotte mensen uit het publiek, ‘the community’, in goed Duits. ‘Ik heb,’ zegt de vrouw, ‘een hele reeks diagnoses gekregen. Algehele angststoornis. Paniekstoornis. Fobieën: angstfobie, ruimtefobie, claustrofobie, angst om te braken, angst voor het donker, voor ziekte, en vaak ook voor andere mensen. Ik heb analytische therapie gehad en gedragstherapie, groepstherapie en Gestalttherapie, bewegingstherapie en autogene training, meditatie. Ik ben in verschillende ziekenhuizen opgenomen, op verschillende afdelingen. Ik heb medicijnen geslikt: van homeopathische middelen tot antidepressiva en kalmeringsmiddelen. En wat heeft het geholpen? Niets.’

    Jennifer Wilton (Duitsland): Angst (gepubliceerd op de website van Die Welt, Berlijn / Hamburg).
    © Ute Grabowsky / Getty
    © Ute Grabowsky / Getty

    Medicamentalia

    Medicamentalia is een langlopend project van de Spaanse ngo Civio. In het project worden prijzen van medicijnen voor de meest voorkomende ziekten wereldwijd vergeleken en geanalyseerd. Daarbij richten de onderzoekers, journalisten en wetenschappers zich allereerst op de ontwikkelingslanden en op ziekten die daar de grootste bedreiging voor de volksgezondheid vormen, zoals tuberculose, malaria, hepatitis, knokkelkoorts, aids en kanker. Doorgaans wordt de vergelijking gemaakt tussen de prijzen en beschikbaarheid van de medicijnen in deze landen en in Europa. Het gaat in die vergelijking tussen voorlopig veertien van de meest noodzakelijke medicijnen niet louter om de prijs, maar ook om de prijs in relatie tot het gemiddelde inkomen.

    De eerste conclusie die in het project wordt getrokken is dat een burger in een ontwikkelingsland veel langer moet werken om zich dezelfde medische behandeling te kunnen veroorloven als een burger in een van de andere landen. In de laatste categorie werden Argentinië, Italië, Spanje en Duitsland gekozen als referentielanden. Een voorbeeld: een behandeling met omeprazol (tegen maag- en darmzweren) kost de patiënt in Nigeria of Congo dertien werkdagen, in Spanje, Italië en Duitsland één à twee werkuren. Een inwoner van Kyrgyzstan moet elf dagen werken om zich de astma-inhaler salbutamol te kunnen aanschaffen, een Spanjaard daarentegen 48 minuten.

    Het patent op geneesmiddelen is ook van grote invloed op de prijs. Het project onderzoekt daarom de juridische strijd tussen de regering van Zuid-Afrika en de farmaceutische industrie over de hervorming van de huidige wetgeving op dat gebied. In Brazilië wordt nagegaan wat de gevolgen zijn geweest van de beslissing die de regering zeven jaar geleden nam om het patent op een middel tegen het aidsvirus te negeren. Is daardoor het aantal aidsdoden gedaald? Maar ook: waarom kost de behandeling met een bepaald medicijn 1000 dollar in de VS, 320 dollar in Spanje en 554 dollar in Frankrijk?

    Eva Belmonte Belda en haar team (Spanje): Medicamentalia: Third World Treatments, First World Prices (gepubliceerd op de website van La Nación, Buenos Aires).

    © Magnus Wennman / via European Press Prize
    © Magnus Wennman / via European Press Prize

    Slapen, waar dan ook

    De Zweedse fotograaf Magnus Wennman reisde in 2015 naar Jordanië, Libanon, Turkije, Servië en Hongarije en maakte op die tocht een serie foto’s van slapende kindvluchtelingen, zo maar ergens in een bos onder een lakentje, of langs de gesloten Hongaarse grens temidden van gewoel, op straat in Beiroet of in een ziekenhuisbed in Amman. Die foto’s combineerde hij met een korte film over het negenjarige Syrische meisje Fatima, dat drie jaar geleden met haar moeder en twee broertjes de stad Idlib ontvluchtte toen het regeringsleger daar slachtingen aanrichtte onder de burgerbevolking.

    Het gezin – de vader was in Syrië gearresteerd – verbleef twee jaar in een vluchtelingenkamp in Jordanië, en toen het daar niet meer uit te houden was, trok het viertal naar Libië, vond een plek op een overvolle boot van mensensmokkelaars en maakte de overtocht naar Italië.
    Onderweg beviel een vrouw aan dek, na twaalf uur in de gloeiende zon. Haar kind gaf geen teken van leven en werd overboord gezet. Toen het schip het onderweg niet langer leek te houden, werden de opvarenden opgepikt door de Italiaanse kustwacht. Fatima woont nu in het plaatsje Norberg in Midden-Zweden. Ze gaat er naar school en houdt van tekenen. ’s Nachts droomt ze vaak dat ze van een schip overboord valt. Wennman filmde haar, thuis en op school, en haar tekeningen. Daar staan huizen op zoals kinderen huizen tekenen, en vliegtuigen waar bommen uit vallen.

    Magnus Wennman en Carina Bergfeldt (Zweden): Het Icare Project – Where the Children Sleep (gepubliceerd op de website van Aftonbladet, Stockholm).

    Samengesteld door: Lambiek Berends

  • Bekijk de documentaire: Cartel Land

    Bekijk de documentaire: Cartel Land

    Mexico wordt al tientallen jaren geterroriseerd door drugsbaronnen. Regisseur Matthew Heineman kreeg het onwaarschijnlijke gedaan; hij filmde in de methlaboratoria, zag de martelingen en was getuige van het corrupte perpetuum mobile waarin de drugswereld en overheid elkaar in stand houden. Met de documentaire Cartel Land dook Heineman in het hart van de drugsduisternis.

    Oorspronkelijk wilde Heineman een film maken over de freelance ‘vigilantes’, de zelfbenoemde Border Patrol in Arizona. Maar toen zijn vader een krantenknipsel stuurde over de burgermilities aan de andere kant besloot hij een parallel verhaal te filmen.

    Heineman bleef en bleef en kroop onder de huid van de horror, de nachtmerrie die Mexico in stukken scheurt en al meer dan 100.000 doden telt en 20.000 vermisten. Het resultaat is een rauwe, onverschrokken film over de drugsoorlog die de VS en Mexico jammerlijk verbindt.

    Cartel Land won de Best Director Award en de Special Jury Award for Cinematography op het Sundance Festival in 2015.


  • ‘We moeten af van de architectuur van de angst’

    ‘We moeten af van de architectuur van de angst’

    Giancarlo Mazzanti, de Colombiaanse architect die Escobars vesting in een toeristische attractie omtoverde, wil met zijn ontwerpen iets wezenlijks bijdragen aan de gemeenschap, die volgens hem nog altijd door angst wordt beheerst.

    Om aan de maatschappelijk behoeften te voldoen moeten er risico’s worden genomen, aldus architect Giancarlo Mazzanti, ontwerper van gedurfde publieke bouwwerken. Volgens deze Colombiaan, die onlangs de Internationale Prijs voor Duurzame Architectuur van het Institut Français d’Architecture heeft gewonnen, wordt de vooruitgang van de bouw in zijn land belemmerd doordat een groot deel van de architectuur in Colombia gebaseerd is op angst.

    Het feit dat hij de oude onneembare vesting van de huurmoordenaars van Pablo Escobar uit de jaren tachtig heeft veranderd in een toeristische attractie waar de bewoners van Santo Domingo Savio, een wijk van Medellín, trots op kunnen zijn, was echter niet zozeer een dappere daad als wel een mijlpaal: voor dit Parque Biblioteca España ontving Mazzanti de prijs voor het beste architectonische werk op de VIe Latijns-Amerikaanse Biënnale voor Architectuur en Urbanisme.

    Maar dit is niet zijn enige project van culturele betekenis voor een kwetsbare, gewelddadige gemeenschap. Bibliotheek La Ladera in Medellín, kleuterschool El Porvenir in Bosa, de Gerardo Molina-school in Suba, het Museo del Caribe in Barranquilla, het Parque Tercer Milenio in San Vitorino, een sportcomplex voor de IXe Latijns-Amerikaanse Spelen in Medellín, en tal van andere projecten – allemaal hebben ze hetzelfde uitgangspunt: eerbied betuigen aan de mensen die het minste hebben, hun laten zien dat een maatschappij er beter op kan worden door scholing.

    ‘Mazzanti is gefascineerd door het onderwerp scholing en heeft op dat gebied een belangrijke rol gespeeld. Hij heeft een nieuwe dimensie aan de architectuur gegeven en deze naar een niveau getild waarvan we niet hadden durven dromen, dankzij zijn talent voor creëren en verrassen,’ zegt architect en historicus Alberto Escovar.

    © Redux Pictures / Hollandse Hoogte
    © Redux Pictures / Hollandse Hoogte

    Giancarlo Mazzanti, die inmiddels 47 jaar oud is, deed al vroeg van zich spreken. Hij was nog maar pas afgestudeerd aan de Javeriana-universiteit van Bogotá, toen hij de prijsvraag won voor het Museo de Arte Moderno van Barranquilla ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Le Corbusier. ‘Hij behoort tot een generatie voor wie al die architectonische paradigma’s – zoals het functionalisme – niet meer voldeden en die zich, mede dankzij het systeem van prijsvragen voor publieke bouwwerken, anders is gaan uiten,’ verklaart Escovar. ‘Door de vele publieke bouwprojecten maakt de Colombiaanse architectuur twee gouden decennia door.’

    Mazzanti voelde zich als kind al aangetrokken tot de stadsmuren van Cartagena, tot forten en tot lego. Hij is totaal niet dogmatisch en respecteert de opvattingen van anderen. Hij is intelligent, theoretisch, geïnteresseerd in geografie en geschiedenis – hij volgde een master in Geschiedenis en Theorie van de Architectuur en het Industrieel Ontwerp aan de Universiteit van Florence – en ook is hij filosofisch onderlegd. Hij citeert Hegel om aan te geven dat hij niet gelooft in het verband tussen esthetiek en ethiek, en [de Mexicaanse auteur] Octavio Paz om het breken met traditie te definiëren als kritische rede, want zonder kritische rede zou er geen vooruitgang bestaan.

    Bij een openbare aanbesteding wordt de goedkoopste beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert

    Hij is een mediafenomeen, maar er zijn ook mensen die twijfelen aan de doelmatigheid van zijn ontwerpen. ‘Ik zie daarin heel fantasierijke, subjectieve ideeën, die de ware taak van de architectuur echter soms in gevaar brengen, namelijk het scheppen van ruimten die geschikt zijn voor het gebruik,’ betoogt architect Daniel Bermúdez, de ontwerper van het pas geopende cultureel centrum Julio Mario Santo Domingo. ‘Zijn oplossingen missen de technische kwaliteit die ze zouden moeten hebben voor duurzame architectuur,’ meent hij. Hoewel hij erkent dat Mazzanti’s ontwerpen moedig zijn, voegt hij eraan toe: ‘Je moet niet overal opvallende, bijzondere dingen willen neerzetten, je moet ook leren bescheiden te zijn.’

    Esthetisch vraagstuk

    Ondanks dit soort kritiek is Mazzanti vast van plan door te gaan met zijn ‘onbescheiden’ ontwerpen. Vanuit zijn glazen studio naast het Museo Nacional filosofeert en schrijft hij, ontwerpt en droomt hij.

    Waarom verkiest u de architectuur van de buitenkant boven die van het interieur?
    In Italië heb ik me beziggehouden met het interieur, maar ik ben vooral geïnteresseerd in de publieke architectuur, want dat is de manier om het sociaal welzijn te bevorderen en culturele activiteiten te genereren. Bovendien werk ik over het algemeen in buitenwijken waar armoede en geweld heersen.

    Wat geeft het publieke bouwwerk u wat de private bouw u niet geeft?
    De betekenis van het publieke bouwwerk is handelen in sociale termen, werken aan welzijn, stedelijke en architectonische verbanden ontwikkelen. Daarbij speelt de politiek een rol, terwijl de private bouw wordt bepaald door persoonlijke smaak en de kans op economisch gewin; het oogmerk ervan is comfort te verschaffen. Als je een huis bouwt, word je geleid door je eigen smaak of door de wensen van een opdrachtgever, en in dat proces raakt het huis op de achtergrond en wordt het een esthetisch vraagstuk.

    De bibliotheek La Ladera, Medellin. Hij is beschikbaar voor de bewoners uit de omliggende slums en er worden o.a. sportaciviteiten, internetcursussen en voorleesuren georganiseerd. © Paul Smith / The New York Times / HH
    De bibliotheek La Ladera, Medellin. Hij is beschikbaar voor de bewoners uit de omliggende slums en er worden o.a. sportaciviteiten, internetcursussen en voorleesuren georganiseerd. © Paul Smith / The New York Times / HH

    Maar de architectuur wordt toch bepaald door de esthetiek van degene die het ontwerp maakt?
    Ja en nee. Wanneer de architectuur een kwestie van goede smaak is, wordt het een subjectieve kwestie. Ik veroordeel het een noch het ander, het zijn alleen twee verschillende dingen. Wat mij interesseert in de architectuur is het bouwen aan de samenleving, architectuur als instrument van politiek handelen. Ons doel – dat van mij en mijn team – is het omvormen en scheppen van politieke voorwaarden in een maatschappij die behoefte heeft aan wezenlijke veranderingen.

    Hoe hebben uw ontwerpen het sociale klimaat veranderd?
    Bij elk bouwwerk ligt dat weer anders. Wat we in Medellín met de Biblioteca España voor ogen hadden was een houvast creëren voor een gestigmatiseerde gemeenschap. We wilden een verwijzingselement creëren, een icoon van het stoere landschap. Bij de kleuterschool El Porvenir, in Bosa, hebben de mensen rechtstreeks toegang tot de groenzone, zonder dat de school daar last van ondervindt, en daardoor behoort het gebied meer toe aan de gemeenschap; hetzelfde gebeurt bij de Gerardo Molina-school in Suba. Alle ontwerpen beogen drie dingen: een meervoudig gebruik, een plaats krijgen binnen de stedelijke structuur als een plek van referentie, en ten derde dat de mensen met het minste geld een eersteklas bouwwerk krijgen dat ze zich kunnen toe-eigenen.

    Volgens u is een groot deel van de Colombiaanse architectuur gebaseerd op angst. Waarom?
    Ik hoor vaak: ‘Pas op, dat moet je zo niet ontwerpen’, ‘dat moet je niet maken, want het materiaal wordt binnen een maand gestolen’. Er is altijd veel angst en verzet tegen verandering. Maar de motor van een stad heet ‘kritische rede’, dat is een begrip van Octavio Paz. Zonder kritische rede geen verandering, en zonder verandering geen vooruitgang. Als ons onderwijs draait om angst, krijgen we angstige mensen die niet in staat zijn met het oude te breken en risico’s te nemen.

    Een door Mazzanti ontworpen bladerdak boven een groot stuk grond dat is bedoeld als dorpsplein voor de zeer gewelddadige en arme sloppenwijk Cazuca, Bogotá, Colombia. © Paul Smith / The New York Times / HH
    Een door Mazzanti ontworpen bladerdak boven een groot stuk grond dat is bedoeld als dorpsplein voor de zeer gewelddadige en arme sloppenwijk Cazuca, Bogotá, Colombia. © Paul Smith / The New York Times / HH

    Vragen mensen die in de buurt van uw bouwwerken wonen zich ook af waarom deze publieke gelden niet worden aangewend voor het verbeteren van hun huizen en straten, of voor openbare voorzieningen?
    Dat komt neer op: geef ik ze vis of leer ik ze vissen? Ik geloof in dat laatste. Een bibliotheek biedt de mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, en die van Santo Domingo Savio functioneert niet alleen als bibliotheek maar ook als een groot gemeenschapscentrum waar workshops in het starten van kleine ondernemingen worden gegeven en waar jongeren worden gestimuleerd om zich niet bij bendes aan te sluiten. Op die manier verander je de samenleving. De architectuur is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale.

    Hoe ziet u de rol van de overheid bij sociale woningbouwprojecten?
    Tegenwoordig vervult de overheid deze taak heel weinig, omdat ze de oplossing van het woningbouwprobleem aan de privésector heeft overgelaten. De overheid moet veel meer ingrijpen. Ze moet meer beleid voeren en meer stedelijke projecten genereren, zoals dat is gebeurd met Metrovivienda – wat een goed voorbeeld van stedenplanning is. De megaprojecten zijn in handen van private partijen en de overheid heeft geen controle over de uiteindelijke kwaliteit.

    Moeten steden in de hoogte of in de breedte groeien?
    Ze moeten wat dichter worden, vooral de onze. En de groei van de periferie moet worden beteugeld, anders zijn steden niet werkzaam.

    Wat voor beleid zou er moeten worden gevoerd bij zo’n hoge mate van informele bouw?
    Moeilijke vraag. We zijn niet in staat de bouw van een stad onder controle te houden als 60 of 70 procent informeel is. We zouden mechanismen moeten creëren die ervoor zorgen dat de woningen een zo goed mogelijke kwaliteit hebben, en dat heeft weer te maken met scholing, met workshops waardoor bouwsystemen verbeteren en ruimten beter worden benut.

    Tegen welke problemen met aannemers bent u aangelopen?
    Tegen de aannemer die bij de bouw uitsluitend geïnteresseerd is in het besparen van zo veel mogelijk geld. Over het algemeen wordt bij een openbare aanbesteding de goedkoopste kandidaat beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert.

    En architectonisch gesproken?
    Ik hoef niet vaak strijd te leveren. Dat komt doordat je ontwerp bij het winnen van een prijsvraag niet ter discussie staat; de aannemer heeft het gewoon uit te voeren. Colombia is in Latijns-Amerika een voorbeeld wat betreft het uitschrijven van prijsvragen, zo gaat het hier al bijna veertig jaar. De prijsvraag is de enige optie in de architectuur om dingen te doorbreken.

    Waar komt de kritiek op uw werk vandaan?
    Die komt van mensen die het moeilijk vinden dingen te waarderen die zijzelf nooit zouden maken, omdat ze daartoe niet in staat zijn of omdat ze die niet mooi vinden. Hun angst is gebaseerd op een dogma, op één enkele zienswijze op de architectuur. Ik zie tot mijn spijt dat ons land op vele gebieden heel fundamentalistisch is.

    Sommige mensen beweren dat u buitenlandse ontwerpen kopieert…
    Ik geloof dat het bouwwerk van ideeën en bouwstijlen niet aan één bepaalde plek toebehoort. Wij zijn westerlingen, en wat we doen is ontwerpen maken zoals die ook in Europa of de Verenigde Staten worden gemaakt. Ik ben niet bang voor een soort ‘vervuiling’ die je zou krijgen door ideeën van elders hier toe te passen. Ik geloof niet in identiteiten, en ook niet dat we één enkele vorm van Colombiaanse architectuur hebben.

    Hoe moeten we ervoor zorgen dat de architectuur vriendelijker voor onze planeet wordt?
    De meesten van ons doen aan duurzame architectuur, en de beroepsgroep meent dat dit voldoende is om druk vanuit de maatschappij te voorkomen.

    Wat is duurzame architectuur?
    Regenwater opvangen, omstandigheden in de buitenomgeving aanwenden om luchtstromen en ventilatie te genereren in plaats van airconditioning te gebruiken. Maar we moeten veel verder gaan, dat we op een andere manier naar de maatschappij en het milieu moeten kijken. Duurzaamheid bestaat niet alleen uit het verbeteren van energieprestaties, het stoppen met bomen kappen en het verwerken van grassen in het dak van een gebouw. Dat is een nogal naïeve gedachte.

    Gekleurd rubber

    Waarom krijgen duurzame materialen zo’n warm onthaal?
    Er zijn materialen die in de loop der tijd worden afgebroken, die door het milieu kunnen worden opgenomen. Ik heb die wel op een paar plaatsen gebruikt, maar in onze context is dat niet makkelijk. We hebben gewerkt met een bepaald type plantaardige bekledingsmaterialen waarmee je de buitentemperatuur kunt reguleren, met materialen die belangrijke thermische isolatie mogelijk maken, en nu met gekleurd rubber – dat lijkt op kurk – gemaakt van hergebruikte banden.

    Waar bent u op dit moment mee bezig?
    Met de plannen voor een park langs de Calle 26, in Bogotá, en de bouw van een kleuterschool in Soledad, en ook nog een in Santa Marta. Ik heb net een sociaal woningbouwproject in Spanje afgerond en ben bezig een ander project te ontwikkelen met de architectengroep Elemental de Chile. En ik ben uitgenodigd projecten in Taiwan en in Bahrein te presenteren.

    Auteur: Amira Abultaif Kadamani
    Vertaler: Harriët Peteri

    El Tiempo
    Colombia, dagblad, oplage 1.100.000
    Grootste krant van Colombia. Uitgesproken conservatief en centrum-rechts, in tegenstelling tot zijn links-liberale concurrent El Espectador , maar bereid om verschillende standpunten te tonen.

  • Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Colombia begint een onteigeningsprocedure tegen de erven van Griselda Blanco, alias ‘de zwarte weduwe’, beter bekend als de peetmoeder van Pablo Escobar. Inzet is onroerend goed met een geschatte waarde van 2,7 miljoen euro.

    Griselda Blanco, de buitenechtelijke dochter van een grondbezitter en zijn dienstmeisje, was de koningin van de wereldwijde cocaïnehandel en peetmoeder van de destijds nog ordinaire autodief Pablo Escobar, voor wie ze de weg plaveide.

    Volgens de legende liet ze jarretels, hakken en bh’s met geheime ruimtes ontwerpen om drugs in te vervoeren. Op het hoogtepunt in haar carrière verscheepte ze meer dan 1500 kilo cocaïne per maand tussen Colombia en de Verenigde Staten. Haar dood drie jaar geleden – ze werd op haar negenenzestigste geliquideerd nadat ze vlees had gekocht bij haar vaste slager – was een onverwachtse afrekening.

    De staat Colombia probeert in een procedure beslag te leggen op vier panden, gelegen in de exclusieve wijk El Poblado van Medellín. De eigendommen zouden zijn gekocht met geld dat afkomstig is uit de drugshandel. De panden ter waarde van ongeveer 2,7 miljoen euro staan op naam van Griselda’s zonen Michael Corleone – vernoemd naar de Godfather – en Dixon Darío Trujillo Blanco, en vertegenwoordigen slechts een klein deel van het fortuin van ‘de weduwe’, ooit een van de rijkste vrouwen ter wereld. Het meeste is via legale verkoop in handen van derden gekomen. Vandaar dat de autoriteiten besloten die zaken niet mee te nemen in het onteigeningsproces. Wel wordt beslag gelegd op enkele eigendommen die Griselda Blanco in de Verenigde Staten wist te bemachtigen.


    Genadeloos

    Griselda’s moeder, Ana Lucía Restrepo, was huishoudster op een landgoed in Cartagena, maar werd ontslagen toen ze zwanger bleek te zijn van haar baas. Moeder en dochter leefden in grote armoede en konden niets anders dan hun heil te zoeken in de sloppenwijken van Medellín. Daar ontwikkelde Griselda, nauwelijks elf jaar oud, zich tot een professionele zakkenroller. Op haar elfde zou Blanco tevens haar eerste moord hebben gepleegd, toen ze samen met leeftijdsgenoten een rijk jongetje ontvoerde in de hoop op losgeld. Toen de familie van het slachtoffer niet snel genoeg reageerde, zette de jonge Blanco een pistool tussen zijn ogen en haalde de trekker over. Deze genadeloosheid 
is kenmerkend voor haar verdere loopbaan. Begin jaren zeventig vermoordde ze haar eerste echtgenoot José Trujillo, een kleine straatcrimineel en Blanco’s jeugdliefde. In de VS trouwde ze cocaïnedealer Alberto Bravo en legde met hem een geraffineerd smokkelnetwerk aan. Maar Blanco verdacht haar man ervan geld achterover te drukken en schoot hem meerdere malen in zijn gezicht. Sindsdien draagt ze de bijnaam ‘de zwarte weduwe’.

    Arrestatiefoto van Griselda Blanco
    Arrestatiefoto van Griselda Blanco

    Griselda Blanco werd in 1975 door een rechtbank in New York bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, het gevolg van de zogenoemde Operatie Bashee, die in dat jaar een zware slag toebracht aan de Colombiaanse kartels die in de Verenigde Staten werkzaam waren.


    Twee kogels

    Haar arrestatie in 1985 maakte een abrupt einde aan Blanco’s loopbaan. Ze werd in Californië opgepakt en veroordeeld tot 25 jaar cel, tien jaar boven op haar eerdere straf. Eind jaren negentig ontsnapte ze ternauwernood aan de doodstraf doordat haar aanklagers een procedurefout maakten. In 2004 kwam ze vrij en werd ze naar haar vaderland gedeporteerd. Daar leidde ze een betrekkelijk onopvallend bestaan, totdat ze in 2012 stierf met twee kogels in haar hoofd toen ze in de wijk Belén de slagerij uitliep.

    Pablo Escobar en Donald Trump

    In Colombia wordt getergd gereageerd op de Amerikaanse serie Narcos (op Netflix) over het leven van Pablo Escobar. ‘De serie overtuigt wellicht de gringo’s in Miami, maar ons absoluut niet’, briest de krant El Tiempo (Bogotá). Al jaren verdraaien Amerikaanse tv-series volgens de krant de werkelijkheid en vergelijken ze Colombia met een narcostaat. ‘Het grappige is ditmaal dat volgens de serie de Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA de klus hebben geklaard. Narcos schetst een even vertekend beeld van Colombia als Donald Trump van de latino’s in het algemeen.’

    Lees ook:
    Hoe latinokinderen griezelen van Donald Trump (360, editie 84)


    (Foto boven: Griselda Blanco met haar voormalige minnaar en partner in crime Charles Cosby. – Still uit de documentaire Cocaine Cowboys)

  • Mijn geliefde vijand

    Mijn geliefde vijand

    Sinds de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 wonen honderdduizend Irakezen in de Verenigde Staten. In de webdocumentaire My beloved enemy van Claire Jeantet en Fabrice Catérini vertellen de vluchtelingen vanuit Detroit, Boston en Las Vegas over hun gedwongen vertrek en hun nieuwe leven in de Verenigde Staten.

    (_My beloved enemy _is geoptimaliseerd voor de browser Google Chrome.)