Bewoners van koude gebieden houden er verschillende gewoontes op na om het gebrek aan licht te verzachten en de terugkeer van de zon te vieren. In een tijd van het jaar waarin de dagen nauwelijks te onderscheiden zijn van de nachten, brengen deze tradities verwondering en troost.
Keuze uit het archief
De decembermaand is aangebroken. Dat betekent koude dagen, lange nachten en de komst van de winter. Toch hebben Nederlanders niets te klagen als je kijkt naar andere plaatsen op de wereld, waar mensen soms maandenlang de zon niet zien. Deze reportage van The Guardian noemt een aantal van deze plaatsen en legt uit hoe de lokale bewoners daar met de duisternis omgaan.
Deze lange avonden rond de jaarwisseling, wanneer de schemering al vlak na de lunch lijkt in te vallen, doen me denken aan de extreme poolnacht die ik een paar winters geleden doorbracht op een klein, rotsachtig eiland voor de westkust van Groenland. De bewoners van de Upernavik-archipel zien van eind november tot januari geen zon. In de e-mail die ik ontving als uitnodiging om te komen werken in het kunstenaarsatelier van het museum op het eiland – het meest noordelijke museum ter wereld – stond dat ik kon kiezen tussen zomer of winter. ‘Veel zuiderlingen denken dat de duisternis van de winter een vreselijk zware tijd betekent’, schreef de museumdirecteur. ‘Maar als je er eenmaal aan gewend bent geraakt, is deze heel goed geschikt om na te denken – iets wat mensen gewoonlijk veel te weinig doen.’
Dat bleek te kloppen. Toen ik eenmaal enigszins gewend was aan de voortdurende duisternis, leerde ik de nuances van het licht te waarderen: de heldere sterrenbeelden, de veranderende maan of het licht dat uit de ramen van mijn buren kwam. Andere zintuigen drongen zich op de voorgrond. Ik hoorde het gehuil van sledehonden al in de verte, het gekraak van kindervoetjes in kleine sneeuwlaarsjes. Terwijl de grote ijsbergen aan de horizon zwak glinsterden in het maanlicht op hun doortocht naar het zuiden, beleefde ik intiemere reizen in de beschutting van mijn hut en legde ik een aantal oude spoken te ruste.
Het was een les in soberheid, maar ik was niet geïsoleerd. Er waren veel festiviteiten om de boel op te vrolijken – een feest is eindeloos als de dageraad nooit aanbreekt. De manier van leven van de eilandbewoners wees me op het belang van gezelschap en de eenvoudige aandacht voor rituelen. Die rituelen lopen uiteen van de dagelijkse zorg voor jezelf, zoals het bereiden van een bewerkelijke pap als ontbijt, tot het meer sociale, dagelijkse rondje kaffemik (koffiedrinken in het ene huis na het andere, vaak vergezeld van snoep en koekjes). Kerstmis, Nieuwjaar en Valentijnsdag kwamen en gingen, maar de gebeurtenis waarnaar het meest werd uitgezien, was de terugkeer van de zon. De datum waarop een eerste zwakke gloed aan de horizon is te zien varieert langs deze kust – meestal begint die rond 13 januari in Aasiat, richting het zuiden.
Overvloed aan boeken
Waar ik was, in het noorden, keken we naar televisiereportages van wat er op de lagere breedten gebeurde. De dagen verstreken en het licht kwam steeds dichterbij. En toen kwam de dag waarop onze gemeenschap naar het hoogste punt van het eiland trok om de gouden bol boven het zee-ijs te zien uitstijgen. Schoolkinderen gingen ons voor. Ze droegen uit geel papier geknipte zonnetjes op hun sneeuwpakken en zongen een welkomstlied. De terugkeer van de zon is een moment van hoop.
In IJsland zijn de nachten en dagen duidelijker van elkaar te onderscheiden, maar ook hier bieden atmosferische verschijnselen verwondering en troost. Ik woonde in een golfplaten hut in Siglufjörður op het schiereiland Trollskagi, waar ik schreef aan mijn boek The Library of Ice. Lezen en schrijven is een normaal binnenshuis tijdverdrijf voor IJslanders in de winter – jólabókaflóðið, ofwel ‘een overvloed aan boeken rond kerst’, is een welbekende traditie. Buitenshuis liggen meer ontastbare, elementaire vormen van vermaak op de loer. Het noorderlicht – het resultaat van geladen deeltjes die in botsing komen met de atmosfeer van de aarde – verschijnt het vaakst tussen september en april en dan vooral rond de nachtevening [het moment waarop de zon loodrecht boven de horizon staat]. Maar er is geen garantie op het fenomeen, en dat maakt het nog intrigerender.
Terwijl noorderlichtjagers in alle ernst de voorspellingen en weerberichten in de gaten hielden en in hun SUV’s dapper naar verre fjorden reden, genoot ik ervan te wachten tot de groene vuren zich veel dichterbij manifesteerden, ingekaderd door mijn raam boven een vertrouwd stuk berg. Volgens de folklore is het noorderlicht het spoor dat wordt achtergelaten door elfen, of zijn het ‘verborgen mensen’ (huldufólk) die in de donkere hemel dansen. Er zijn in Scandinavië veel mythische verklaringen voor het noorderlicht te vinden, maar misschien is het juist de ondoorgrondelijkheid die zo intrigeert, vanwege het mysterie en de onvoorspelbaarheid.
Schaduwen, waarzeggerij en het zesde zintuig zijn trouwens onlosmakelijk verbonden met winter. Deze donkere periode is ook een tijd van voorspellingen. Een nieuw jaar wordt vaak ingeluid met goede voornemens en voorspellingen. Toen ik tijdens oud en nieuw met een groep Duitse kunstenaars in Villa Concordia in Bamberg in Beieren verbleef, nam ik deel aan het zogenoemde loodgieten (Bleigießen), een gebruik waarbij gesmolten lood (tegenwoordig meestal tin of was) wordt gebruikt om de toekomst te voorspellen, zoals ook met theeblaadjes wordt gedaan.
Zodra er ijs ligt is rollen in verse sneeuw een meer dan bevredigend alternatief
Hierbij wordt een kleine hoeveelheid metaal in een pollepel boven een vlam gesmolten en dan in een kom met koud water gegoten. De organische, verwrongen vormen die het staafje lood aanneemt als het afkoelt, worden geïnterpreteerd om het komende jaar te voorspellen. Als het lood bijvoorbeeld een bal vormt, zegt men dat het geluk jouw kant op zal rollen. De vorm van een anker belooft hulp. De voorspelling is in een oogwenk gedaan, maar discussies over deze vormverandering van het element kunnen de hele nacht duren, vooral na een bocksbeutel [traditionele wijnfles] met bubbels.
Het loodgieten komt ook voor in Finland, waar het bekendstaat als tinanvalanta. Maar een nog intensere ervaring is om je bij koud weer terug te trekken in een zomerhuisje met sauna in het merengebied, om daar het oude jaar weg te stomen. In de zomer renden we vanuit de houten hut van mijn vriend naar het meer voor een verfrissende duik, maar zodra er ijs ligt is rollen in verse sneeuw een meer dan bevredigend alternatief.
Sommige internationale commerciële kuuroorden bieden zelfs kunstmatige ‘sneeuwkamers’ bij hun saunabehandelingen – een dappere poging om het rollen in pas gevallen sneeuw onder dennentakken die doorbuigen onder het gewicht van waterkristallen na te bootsen. Het oude jaar zou uitgewist kunnen worden met een paar koele slokken wodka met bosbessen, maar water is geschikter voor degenen die januari graag gezond aanvangen en willen profiteren van de heilzame effecten van de plotselinge overgang van warmte naar kou.
Vuurzee
Even opwindend is een duik in het koude water van de Firth of Forth, een oude traditie op nieuwjaarsdag voor de inwoners van Edinburgh. Voor de viering van Hogmanay [Schots voor oudejaarsavond en de bijbehorende festiviteiten], is in Portobello Park is een nieuw initiatief ontstaan. Om het einde van de feestelijkheden in te luiden worden afgedankte kerstbomen op het zandstrand ‘geplant’ en vervolgens in brand gestoken. Portobello is het enige openbare park in Schotland waar je een vuurtje mag stoken en kleine vreugdevuren zijn hier het hele jaar door te vinden, maar de brandstapel voor het nieuwe jaar moet soms door de autoriteiten worden getemperd. Het is misschien niet de meest duurzame manier om je te ontdoen van hout, maar indrukwekkend is de vuurzee aan de Firth of Forth well deze doet denken aan meer gevestigde Schotse midwintervieringen met vuur, uiteenlopend van Burning the Clavie in Burghead tot de Comrie Flambeaux en van de Fireballs in Stonehaven tot Helly Aa op de Shetland-eilanden. Het meest spectaculair is de dramatische verbranding van een model van een Vikingschip in het dorpje Lerwick.
Maar de vernietigende kracht van de elementen is uiteindelijk nergens duidelijker zichtbaar dan op de ijskap van Antarctica in de winter. Op het zuidelijk halfrond valt midwinter in juni. Dan wordt op onderzoeksstations het onderzoek naar ijskernen, gletsjers en de gewoonten van pinguïns stilgelegd en bereiden wetenschappers zich voor op de lange reis naar huis. Op de meest zuidelijke Britse basis, Halley VI, heersen temperaturen van min 30 graden Celsius, gepaard met snijdende wind. De zon komt wekenlang niet op boven de futuristische rode en blauwe cabines.
Een ervaren overwinteraar vertelde me dat de oudste persoon op de basis de vlag aan het einde van het seizoen laat zakken en dat de jongste hem zal hijsen als het onderzoeksprogramma in de lente weer begint. Het is inmiddels een traditie met nieuwjaar geworden, geliefd bij de weinige overwinterende wetenschappers en het ondersteunende personeel op Halley VI: voor de zonnewende op 21 juni zendt BBC World Service zijn misschien wel meest ongebruikelijke programma uit voor het kleinst beoogde publiek. Overal ter wereld kan men afstemmen op deze hartverwarmende mix van berichten aan familie en vrienden, muziekverzoeken en boodschappen van de British Antarctic Survey. Luisteraars kunnen in hun verbeelding meereizen met degenen die onderzoek doen naar de atmosfeer en het klimaat in het verleden om meer te weten te komen over de toekomst van de planeet – ook een vorm van voorspellen en goede voornemens, uiteindelijk zelfs de belangrijkste van allemaal.


