Tag: dorpscafe

  • Veerboot Aquidaban – de levensader van de rivier de Paraguay – is in gevaar

    Veerboot Aquidaban – de levensader van de rivier de Paraguay – is in gevaar

    Als veerboot annex drijvende kruidenierswinkel en dorpscafé in een van de meest afgelegen delen van Zuid-Amerika is de Aquidaban ook een smeltkroes van culturen. Nu dreigt de dienst te worden opgeheven.

    Bijna een compleet dorp wurmt zich in een rij over de houten loopplank naar het voordek van de Aquidaban. De Tomáraho hebben enkele dagen terug stroomafwaarts de boot genomen om te stemmen bij de nationale verkiezingen van Paraguay. Daarna hebben ze vier nachten buiten geslapen, in afwachting van de Aquidaban, die hen vandaag weer naar huis brengt.

    Meer dan tweehonderd Tomáraho drommen samen, gehurkt op omgekeerde emmers, opeengepakt in hangmatten of languit op de grond. Niemand weet precies hoeveel reddingsvesten er aan boord zijn, maar bijna iedereen is er zeker van dat er meer passagiers dan zwemvesten zijn.

    ‘De Aquidaban is er al sinds mijn kindertijd,’ zegt Griselda Vera Velázquez (33). Ze is handwerker in het dorp van de Tomáraho, waar geen weg naartoe loopt. Voor haar dochter met het syndroom van Down neemt ze regelmatig de boot naar medische specialisten ruim zeshonderd kilometer verderop. ‘We leven geïsoleerd,’ zegt ze. ‘Er is geen andere manier van reizen.’

    Voor veel gemeenschappen is de kantine op het schip de enige plek waar ze een koud biertje kunnen vinden

    Vlakbij drinken vier veedrijvers het ene biertje na het andere en gooien de lege blikjes in de rivier. Ze hebben een maandenlange dienst op het platteland voor de boeg. Een moeder van zes kinderen is na haar scheiding op vakantie. Ze balanceert op de reling van het dek en neemt met luide stem een video op voor haar Facebookvrienden. Op het bovendek wiegt een jong stel uit de omgeving hun dochter van zeventien dagen oud; ze maken een lange reis van het ziekenhuis naar huis.

    Al 44 jaar is het 40 meter lange witte, houten schip de enige reguliere veerdienst die diep binnendringt in de Pantanal, een draslandgebied dat groter is dan Griekenland. Van dinsdag tot zondag vaart het schip 800 kilometer de rivier de Paraguay op en neer, waarbij van alles en nog wat wordt afgeleverd, van crossmotoren tot pasgeborenen. Het benedendek is een drijvende supermarkt, met tien verkopers die de banken waarop ze slapen ombouwen tot kraampjes met groente en fruit, vlees en zoetigheden. Voor veel gemeenschappen is de kantine op het schip de enige plek waar ze een koud biertje kunnen vinden.

    Essentieel vervoermiddel

    Behalve een essentieel vervoermiddel, waarmee de mensen uit de omgeving vrijelijk door het gebied reizen, is de Aquidaban ook een smeltkroes van culturen, die al heel lang het handelsmerk van Paraguay is. Dit nergens aan zee grenzende Zuid-Amerikaanse land met zeven miljoen inwoners oefent al generaties lang een grote aantrekkingskracht uit op een gestage stroom van fanatiekelingen, idealisten, utopisten en verschoppelingen van elders. Decennialang was de Aquidaban een van de weinige plekken waar al deze groepen samenkwamen.

    Aan boord zitten mormoonse missionarissen en mennonitische boeren naast lokale leiders en Japanse koks. Moeders geven peuters borstvoeding in een hangmat, boeren binden hun kippen vast aan de reling, jagers verkopen capibara’s zonder kop.

    Maar nu komt er misschien een einde aan het reizen met de boot. In het afgelegen noorden van het land heeft Paraguay nieuwe wegen aangelegd, als onderdeel van een transcontinentale corridor van Brazilië naar Chili, die de Atlantische met de Stille Oceaan verbindt. Deze en andere wegen hebben invloed op de omzet van de Aquidaban. Volgens de familie die eigenaar is van de boot, gaan de zaken steeds slechter.

    ‘Veel onderdelen zijn kapot en er is geen geld om ze te repareren’

    ‘Veel onderdelen zijn kapot en er is geen geld om ze te repareren,’ zegt Alan Desvars (35), mede-eigenaar van het schip. Hij staat op het voordek in een Duits thrashmetalshirt. ‘Dit is misschien wel het laatste jaar.’

    Op de Aquidaban is het vies en luidruchtig. Het eten is van dubieuze kwaliteit en de bemanning chagrijnig. Overal zitten bloeddorstige muggen. Op de vierde dag is de lucht bedompt door de geuren van bederfelijke waren, vee en boerenknechten die terugkeren na maanden in de bush. Maar voor de Desvars, een familie van scheepsbouwers, is de Aquidaban hun grote trots.

    Houten kano’s

    De familie begon bijna een eeuw geleden met de verkoop van houten kano’s langs de rivier, totdat de jongere generatie besefte dat de afgelegen riviergemeenschappen meer nodig hadden dan alleen kano’s. Aan alles was gebrek. Dus bouwden ze met het hout van de roze bloeiende lapacho een schip in de vorm van een lange schoen, dat wordt aangedreven door een oude Mercedes-vrachtwagenmotor. Ze noemden het de Aquidaban, naar een nabijgelegen zijrivier. Het was een schot in de roos. Na de tewaterlating in 1979 moest de bemanning in de havens soms mensen dwingen van boord te gaan om te voorkomen dat het schip zou zinken.

    Sindsdien bevaart de Aquidaban gedurende 51 weken per jaar de rivier met zo’n 10 bemanningsleden en 10 verkopers. Sommigen doen dat al meer dan 25 jaar. ‘Het voelt als familie,’ zegt Desvars. ‘Met sommigen kun je goed opschieten, en er zijn er die je de nek zou willen omdraaien.’ Een rondleiding is na een paar minuten al klaar. De enorme opslagruimte is gevuld met kratten melk, olietanks en televisies. Voorwerpen met afwijkende maten en vormen – bromfietsen, een spiegelkast, een geit – staan op het dek. De verkopers binnen bieden bananen, ingevroren kippen en deodorant aan.

    De vier toiletten lozen rechtstreeks in de rivier; de douches ernaast pompen rivierwater naar binnen. Op het bovendek bieden acht hutten met stapelbedden privacy aan degenen die het kunnen betalen. Voor de volledige riviertocht is het tarief 17,50 euro; een hut kost 12,90 euro extra. De meeste passagiers slapen in hangmatten, op banken of op de grond.

    Voor de inwoners, die het zonder elektriciteit moeten stellen, is dit elke vrijdagavond drie kwartier lang het dorpscafé

    Of ze gaan naar de eetzaal. De kok, Humberto Panza, maakt doorgaans twee gerechten: rijst met taaie stukjes rundvlees of pasta met taaie stukjes rundvlees. De overvloedige verse producten die beneden verkrijgbaar zijn, staan niet op zijn menu. ‘Ik bereid alleen vlees,’ zegt hij. De kantine is waarschijnlijk tevens de hipste bar van de Pantanal.

    Als de Aquidaban op vrijdagavond bij een dorp aankomt, staat er een menigte jonge mensen te dringen. Vanuit de kantine stromen ze de gang op. Ze drinken goedkope blikjes Braziliaans bier en roken sigaretten onder de ‘Verboden te roken’-borden. Voor de inwoners, die het zonder elektriciteit moeten stellen, is dit elke vrijdagavond drie kwartier lang het dorpscafé, vertellen ze.

    De Tomáraho worden gevolgd. Nathan en Zach Seastrand zijn op weg naar hun dorp voor het filmen van wat ze de ‘regendans’ van de Tomáraho noemen. ‘Dat lijkt wel iets uit Indiana Jones,’ zegt Nathan Seastrand, terwijl hij en zijn broer elk een kom met Panza’s stoofvlees naar binnen werken. De gebroeders Seastrand komen uit Utah en zijn jaren geleden als mormoonse missionarissen naar Latijns-Amerika afgereisd. Destijds waren ze gladgeschoren en droegen ze stropdassen en naambordjes met de tekst ‘ouderling Seastrand’.

    Tomáraho

    Nu zijn het bebaarde, langharige socialmedia-influencers zonder shirt; twee bierdrinkende, Spaanssprekende gringo’s die zich in de jungle wagen en honderdduizenden volgers hebben. ‘Veel mensen hebben talent,’ zegt Nathan Seastrand. ‘Maar ze zijn niet stoer, roekeloos of dwaas genoeg.’

    Als zendelingen doopten ze meer dan dertig mensen voor de mormoonse kerk. Maar toen vonden ze op internet een analyse waarin inconsistenties in de leer van de mormonen werden beschreven. ‘Dat was een mokerslag,’ zegt Nathan Seastrand. Ze verlieten de kerk en begonnen berichten te posten. Zoals foto’s waarop ze met ontbloot bovenlijf anaconda’s vasthouden. Nu filmen ze een documentaire over oorspronkelijke gemeenschappen die ze aan het Sundance Film Festival willen aanbieden. De Tomáraho zijn een van de laatste gemeenschappen die ze nog willen bezoeken.

    Behalve voor het vervoeren van meel, levende varkens en tractoronderdelen wordt de Aquidaban ook gebruikt om het evangelie te verspreiden

    Volgens Nestor Rodríguez, het hoofd van de Tomáraho, die bier drinkt op het dek, is het in de afgelopen twee jaar de vierde groep buitenlanders die door de Aquidaban naar het dorp wordt gebracht. ‘Hun project biedt steun aan de gemeenschap,’ zegt hij. De Seastrand-broers hebben te horen gekregen dat ze moeten betalen om binnen te komen.

    Bij volle maan vaart de Aquidaban naar het dorp. Twintig minuten lang schreeuwen de Tomáraho naar elkaar terwijl ze in het donker naar hun bezittingen zoeken. De Amerikaanse broers houden zich afzijdig. ‘We weten niet waar we terechtkomen,’ zegt Nathan.

    Behalve voor het vervoeren van meel, levende varkens en tractoronderdelen wordt de Aquidaban ook gebruikt om het evangelie te verspreiden. Al tientallen jaren maken missionarissen gebruik van de boot om de gemeenschappen langs de rivier te bereiken.

    Mormoonse geloof

    De noordelijkste halte, Bahía Negra, is de thuisbasis van misschien wel de meest afgelegen kerk van het mormoonse geloof. Als de Aquidaban er op een ochtend aanmeert, hebben de dorpsbewoners zich al verzameld aan de rand van de rivier, in afwachting van hun wekelijkse drijvende kruidenierswinkel. Onder hen zijn twee jonge mannen met stropdassen, de huidige mormoonse missionarissen, die hier naar eigen zeggen door goddelijke interventie heen zijn uitgezonden.

    ‘Een van de apostelen bekijkt ons, bestudeert onze papieren, leest wat informatie over ons en pakt er een landkaart bij,’ zegt A.J. Carlson (18) uit Fort Worth, Texas. ‘Dan krijgen ze een openbaring.’

    Iets verderop vlecht een groep vrouwen manden in een achtertuin. ‘Voor de kerk er was, hadden we alleen sjamanen,’ zegt Elizabeth Vera (64) over de mormonen. ‘Toen kwamen de Amerikanen.’ Ze wijst naar Carlson. ‘Hij is een boodschapper van Jezus Christus.’

    Emilia Santos reist met de Aquidaban van haar dorp naar een andere kerk. Ze werkt als kok voor de Unification Church in Puerto Leda, een buitenpost in de jungle. Deze religieuze beweging werd opgericht door dominee Sun Myung Moon, een Koreaan die beweerde de nieuwe christelijke messias te zijn, en die miljoenen volgelingen kreeg. Hij werd beschuldigd van hersenspoeling en wordt verantwoordelijk gehouden voor het bankroet van veel van zijn volgelingen.

    Hij werd beschuldigd van hersenspoeling en wordt verantwoordelijk gehouden voor het bankroet van veel van zijn volgelingen

    Deze nederzetting bestaat voornamelijk uit Japanse missionarissen, en Santos heeft er geleerd hoe ze curry’s en sushi moet klaarmaken. Ze heeft weer een dienst van twee weken voor de boeg, zegt ze. ‘En ik reis altijd met de Aquidaban.’ De missionarissen verbouwen tayer en onderhouden twintig visvijvers. Ze hebben ook een paar van hun buren bekeerd.

    Jamby Balbuena, een arbeider die helpt in de viskwekerijen, zit bier te drinken in de kantine van de Aquidaban. Hij is onderweg naar zijn werk in de nederzetting, waar alcohol verboden is. Twee jaar geleden heeft hij zich bekeerd, zegt hij. ‘Ik hou van hun religie, God volgen – dat allemaal.’

    Derlis Martínez ziet er nerveus uit. De 25-jarige politieagent in camouflagepak en gevechtslaarzen vervoert op de overvolle boot zijn eerste gevangene.

    Gekleed in een shirtje en met handboeien om oogt de 37-jarige Agustín Coronel ontspannen. ‘Hij is mijn lijfwacht,’ zegt hij glimlachend. De twee zijn samen op reis vanuit Bahía Negra, waar Coronel werd gearresteerd nadat hij zijn vrouw had geslagen. ‘Ik ben schuldig,’ zegt hij ongevraagd. Martínez moet hem naar een rechtszitting stroomafwaarts brengen. De reis duurt bijna twee dagen. ‘Voor slapen is geen tijd,’ zegt Martínez. ‘Ik moet hem bewaken.’

    Geboeide handen

    Coronel zegt dat hij ook wakker blijft, om zijn reispartner gezelschap te houden. De twee mannen kletsen met elkaar. Over Coronels misstap en zijn berouw, over hobby’s, over het leven. Nippend aan hetzelfde zilveren rietje delen ze een van een runderhoorn vervaardigde beker tereré, een koude mate die populair is in Paraguay. Ze eten zij aan zij in de kantine – Martínez betaalt Coronels maaltijd van zijn eigen geld.

    Om twee uur ’s nachts, nadat ze twintig uur samen hebben doorgebracht, zit Martínez beneden op een bank. Hij staart naar Coronel, die op de vloer ligt met zijn geboeide handen boven zijn hoofd. Ze hebben een band, zegt de gevangene. Martínez aarzelt. ‘Het is mijn werk,’ antwoordt hij.

    Tegen de ochtend zijn ze terug in de kantine en geven toe dat ze voor de machinekamer naast elkaar zijn ingedommeld. Hoe gaat het nu met ze? ‘Geweldig,’ antwoordt Coronel. Tijdens de lange uren in de krappe behuizing van de Aquidaban ‘hebben we vriendschap gesloten’, geeft Martinez toe. 

    Lees ook: