Tag: Dos1

  • Bestaat er zoiets als een rechtvaardige oorlog?

    Bestaat er zoiets als een rechtvaardige oorlog?

    Hedendaagse oorlogen zijn voorbeelden van de totale verwoesting die door mensen kan worden aangericht. Toch bestaat er zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’. Is deze nog te verdedigen?

    Oorlog kennen we allemaal. Het is al duizenden jaren onderdeel van de menselijke ervaring. Het grootste deel van die tijd waren er bepaalde regels voor hoe een oorlog moest worden gevoerd. Ze vonden plaats op een slagveld, de burgerbevolking werd beschermd en er werd gebruikgemaakt van eenvoudige wapens. Maar de oorlogsvoering is veranderd. Ze is verwoestender geworden door het gebruik van geavanceerde drones en bommen, waarbij vaak ook burgerdoden vallen.

    Het aantal conflicten in de wereld heeft een toppunt bereikt sinds de Tweede Wereldoorlog en het aantal landen met kernwapens groeit gestaag. De oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn hedendaagse voorbeelden van de totale verwoesting die oorlog kan aanrichten. Bertrand Russell schreef: ‘Oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft, maar alleen wie er overblijft.’ In hedendaagse oorlogen blijft er niet veel over. We kennen de verhalen van deze twee oorlogen omdat we ze indirect meemaken en zien hoe ze zich voltrekken. We weten dat de aanvallende partijen kolossale offensieven zijn gestart. We weten dat de binnengevallen landen wreed zijn aangevallen en hevig lijden, terwijl er maar geen eind lijkt te komen aan het conflict.

    Vanaf het moment dat oorlog voor het eerst werd uitgezonden op televisie zijn we meegenomen naar slagvelden over de hele wereld. De beelden van deze oorlogen zijn in ons geheugen, ons hart en onze ziel gegrift. We zien de holle ogen van uitgehongerde kinderen die door een broer of zus worden vastgehouden. We zien kinderen die met uitgestrekte armen lege pannen omhooghouden bij een voedselpunt om maar iets te krijgen om mee naar huis te kunnen nemen. We zien ziekenhuizen met een gebrek aan medisch materiaal, bedden en hygiëne. We zien dokters en verpleegkundigen die worden overspoeld door het aantal binnengebrachte gewonden. We zien mannen die lijkzakken dragen en vrouwen die huilen om een geliefde. We zien demonstranten die eisen dat hun familielid, levend of dood, na twee jaar gijzeling weer haar huis wordt gebracht. We zien hoe Oekraïners zich door de strenge winters vechten. We zien mensen van vlees en bloed die de littekens van oorlog voor de rest van hun leven met zich mee zullen dragen.

    We zien hoe Netanyahu zijn plannen verdedigt om de overgebleven Palestijnen over te brengen naar een land als Soedan, waar mensen hun eigen hel van honger, dood, dakloosheid en burgeroorlog doormaken. We zien hoe Oekraïners hun land met man en macht beschermen en elke nacht vernietigende droneaanvallen ondergaan. Dit is oorlog anno 2025.

    Theorie

    Oorlog kun je beschrijven als gruwelijk, verschrikkelijk, verwoestend, zinloos, wreed, enzovoort, maar we moeten de term eerst beter begrijpen voordat we er iets mee kunnen. Er bestaat zoiets als de theorie van de ‘rechtvaardige oorlog’, en het loont om uit te zoeken wat dit precies betekent, omdat zoiets niet vaak is voorgekomen en omdat de theorie ons misschien kan helpen om vragen te stellen – en die te beantwoorden. Een rechtvaardige oorlog is ‘een ethisch kader dat de omstandigheden beschrijft waarin oorlog moreel gerechtvaardigd is, gericht op de redenen om oorlog te voeren en het gedrag binnen de oorlogvoering’. Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden: het recht om oorlog te voeren, het juiste gedrag tijdens de oorlog, en rechtvaardigheid na afloop van de oorlog. Deze principes moeten grondig worden overwogen alvorens de oorlog te verklaren.

    Rusland wist allang wat het wilde: herovering van grondgebied waarop het recht beweerde te hebben, plus macht en aanwezigheid in de rest van Europa. Netanyahu gebruikte de slachting en de gijzelingen van 7 oktober als rechtvaardiging voor zijn acties tegen Palestina. Zijn doel is de volledige vernietiging van Hamas, de initiator van de aanslag op Israël, en de herovering van Palestijns grondgebied. In beide gevallen draait het om land en macht.

    Er zijn bij een rechtvaardige oorlog drie zaken om rekening mee te houden

    Wat ons betreft zijn deze twee conflicten geen weerspiegeling van de theorie van de rechtvaardige oorlog. Een rechtvaardige oorlog omvat de verplichting om de burgerbevolking, en in het bijzonder kinderen, te beschermen. Israël en Rusland hebben dit principe verworpen. Daarnaast is het geweld dat in deze oorlogen wordt gepleegd niet proportioneel als het gaat om de aantallen doden en de mate van verwoesting. De internationale gemeenschap noemt wat er gaande is genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden.

    Sinds het begin der tijden lijken wij mensen vijanden nodig te hebben om op te zoeken en te vernietigen. Onze eindeloze zoektocht om oorlog – en in het bijzonder het concept van de rechtvaardige oorlog – te begrijpen gaat door. Maar vandaag de dag moeten we ons afvragen: is een rechtvaardige oorlog überhaupt mogelijk, of zijn we met deze nieuwe dimensies van onmenselijkheid en kwaad dat station al ruimschoots gepasseerd?

  • De gebrekkige werkelijkheidszin van de NAVO

    De gebrekkige werkelijkheidszin van de NAVO

    Volgens voorstanders van de NAVO is dit multinationale bondgenootschap het succesvolste aller tijden. Het houdt al 75 jaar stand en wordt geroemd als het eerste goedaardige militaire bondgenootschap ter wereld. Essayist Tom Stevenson zet een aantal hardnekkige misverstanden over de NAVO recht.

    De Groene Amsterdammer en 360 Magazine

    Twee bladen weten meer dan één. Daarom hebben De Groene Amsterdammer en 360 Magazine de koppen bij elkaar gestoken om in aanloop naar de NAVO-top een dossier samen te stellen met artikelen uit de internationale pers, waarin de rol van de alliantie onder de loep wordt genomen.

    Sinds de Russische invasie in Oekraïne staat het eerste militaire bondgenootschap ter wereld, opgericht in 1949, weer volop in de schijnwerpers. Europese politici zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens dat een krachtige verdediging in de huidige onvoorspelbare en agressieve geopolitieke wereld van essentieel belang is. Al helemaal omdat de Amerikaanse president zijn handen van de alliantie dreigt af te trekken als de lidstaten niet flink meer van hun bnp gaan afdragen. Opeens moeten Europese landen, waar het defensiebudget tot op de laatste soldatenkistjes is wegbezuinigd, hun militaire verdediging weer serieus nemen en kunnen zij niet meer vertrouwen op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten.

    Tom Stevenson schrijft in dit artikel dat de onderlinge machtsverhoudingen altijd al scheef waren. Sylvie Kaufmann schetst verschillende scenario’s voor de herijking van het bondgenootschap die volgens haar en vele anderen onontkoombaar is. En Jean Ellerman-Kingombe, adjunct-secretaris generaal van de NAVO, benadrukt de urgentie van een andere manier van oorlog voeren die het Europese continent zich eigen zal moeten maken om zich te ‘wapenen’ tegen huidige en toekomstige agressors. Dat we niet op de oude voet kunnen doorgaan nu de soevereiniteit van landen in gevaar komt, daar is iedereen het wel over eens. De beste uitkomst van de top is volgens voormalig secretaris generaal De Hoop Scheffer dat duidelijk wordt hoe belangrijk het is om bij elkaar te komen, het liefst met de VS, en in goede sfeer de verdediging tegen agressie te bestendigen.

    Voorstanders van de NAVO roemen dit multinationale bondgenootschap als het succesvolste aller tijden. Dat slaat mede op het feit dat het al zo lang standhoudt: de NAVO bestond vorig jaar 75 jaar en streefde daarmee de Delische Bond voorbij, het bondgenootschap tussen Griekse stadstaten dat in 478 v.Chr. werd gesloten en 74 jaar heeft bestaan. Het Verdrag van Kadesh, het ‘eeuwige verdrag’ tussen Egypte en de Hettieten, hield nog langer stand, maar daar waren maar twee landen bij betrokken, terwijl de NAVO nu 32 lidstaten telt.

    Dat de aard en de levensduur van de NAVO uniek zouden zijn, is eerder een politiek statement dan een geschiedkundige waarheid. Het is populair geworden om de NAVO af te schilderen als het eerste goedaardige militaire bondgenootschap ter wereld, een alliantie zonder geheime politieke doelen. Zo worden wel een paar vervelende feiten onder het tapijt geveegd. De schandaligste gevallen van internationale agressie sinds de oprichting van de NAVO waren allemaal Amerikaanse aangelegenheden: Korea, Vietnam, de Eerste Golfoorlog, Afghanistan, Irak. Maar dankzij het bondgenootschap worden Amerika’s oorlogen door Europa meestal verdedigd als een gerechtvaardigde strijd. Daden die volstrekt krankzinnig zouden worden genoemd als ze door een andere staat of bondgenootschap waren begaan, zijn boven kritiek verheven geacht. Door de jubelstemming over de NAVO worden ook de geheime operaties die de VS tijdens de Koude Oorlog binnen Europa uitvoerde met de mantel der liefde bedekt.

    In de Engelstalige wereld is de geschiedenis van de NAVO nog steeds verknoopt met de mythe dat de overwinning in de Tweede Wereldoorlog te danken is aan de Anglo-Amerikaanse samenwerking. Dat Groot-Brittannië in 1940 standhield en als springplank kon dienen voor Eisenhowers ‘kruistocht in Europa’, schiep de voorwaarden voor het ontstaan van de NAVO. En dat de bevrijding van de Oude door de Nieuwe Wereld uitmondde in een langdurige militaire bezetting door die laatste, was te wijten aan de dreiging van de Sovjet-Unie. Maar zoals NAVO-functionaris Jamie Shea constateerde in een toespraak ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de NAVO in 2009, was het niet alleen het Sovjet-gevaar geweest dat de aanzet gaf tot de vorming van het bondgenootschap. Het gebeurde ook op een moment waarop Amerika abnormaal sterk en Europa hopeloos verzwakt was.

    Praatjes

    Er zijn in de geschiedenis maar weinig internationale militaire allianties geweest waarin de onderlinge machtsverhoudingen zo scheef waren. En de praatjes over verheven idealen zijn niet uniek voor de NAVO: ook volgens het Japanse keizerrijk was zijn Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer een kwestie van ‘onderlinge samenwerking’ in het streven naar ‘een op rechtvaardigheid gebaseerde orde van gezamenlijke welvaart en welzijn’. Het ligt voor de hand om dit te vergelijken met het Warschau-pact. Maar zodra je vindt dat ze met elkaar vergeleken kunnen worden, rijst de gedachte dat de NAVO misschien toch niet zo goedgunstig is.

    Er wordt weleens gezegd dat de VS de NAVO in zijn gelokt door sluwe Europeanen die er hun militaire verantwoordelijkheden op wilden afschuiven in ruil voor rijkdom en een lui leventje. Donald Trump vertolkt ongeveer dat sentiment met zijn geklaag over Europese profiteurs. Anderen schrijven het ontstaan van de NAVO vooral toe aan de overredingskracht van de toenmalige Britse Labour-leider Ernest Bevin. Maar al zou je de hele correspondentie van Bevin met de Amerikaanse generaal George Marshall en senator Arthur Vandenberg uitvlooien op sporen van geniale Britse diplomatie, het verhaal klopt niet. Vijf dagen nadat in maart 1948 het Verdrag van Brussel was getekend, hielden de VS, het Verenigd Koninkrijk en Canada in het Pentagon al geheime besprekingen om tot deze alliantie te komen, resulterend in plannen die bekendstaan als de ‘Pentagon-voorstellen’. De ondertekening van het oprichtingsverdrag van de NAVO werd uitgesteld tot april 1949, zodat Harry Truman eerst zijn uitdager Thomas E. Dewey kon verslaan in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1948. Groot-Brittannië wilde de ondertekening laten plaatsvinden op Barbados en Portugal op de Azoren, als symbolische locatie midden op de Atlantische Oceaan, maar de VS hielden vast aan Washington D.C.

    De NAVO heeft twee strategische commandocentra: een in Virginia in de VS en een in het Belgische Bergen. Maar de hoogste militair van de organisatie, de Supreme Allied Commander Europe, is sinds 1949 altijd een Amerikaanse generaal of admiraal geweest. Aanvragen voor lidmaatschap moeten worden ingediend bij de Amerikaanse regering, niet op het NAVO-hoofdkwartier. Ruim 35 jaar na het einde van de Koude Oorlog zijn er bijna honderdduizend Amerikaanse militairen in Europa gelegerd. Van Stavanger in Noorwegen tot de baai van Souda op Kreta is Europa bezaaid met Amerikaanse legerbases. Op luchtmachtbases in Duitsland, Italië, België en Nederland liggen met kernkoppen uitgeruste B61-bommen. Die kunnen alleen worden ingezet op bevel van de Amerikanen.

    Het was Washington erom te doen dat Europa niet militair onafhankelijk zou worden

    In beschrijvingen van de NAVO door vooraanstaande Amerikaanse functionarissen gaat het zelden over de verdediging van Europa en vooral veel over het strategisch belang van de alliantie voor de VS zelf. Volgens een memorandum dat de generale staf van het Amerikaanse leger in 1948 opstelde voor Eisenhower, was ‘het Amerikaanse standpunt’ simpelweg: ‘We zitten in Berlijn omdat we dat hebben veroverd.’ Minister van Defensie Robert McNamara hield zijn president in 1966 nog voor dat een van Amerika’s militaire doelen in Europa was om ‘herleving van het Duitse militarisme’ te voorkomen. Douglas Lute, de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO onder Obama, was nog explicieter. De alliantie ‘dient in wezen een cruciaal Amerikaans belang’, zei hij, want als zich nu een crisis aandient kunnen de VS ‘die het hoofd bieden met dertig gelijkgestemde, militair slagvaardige partners’. En er is ook een politiek motief: ‘Als we bij onze 25 procent van het mondiale bbp de pakweg 25 procent van Europa kunnen optellen, kunnen we in de komende decennia China oneerlijk blijven beconcurreren.’ Dat geeft de VS een ‘geostrategisch voordeel’, en Poetin en Xi kunnen daar allebei ‘niets tegenoverstellen’.

    ANP 524216239
    Vliegbasis Leeuwarden is gastheer van de internationale oefening Ramstein Flag. Deze NAVO-oefening vervangt dit jaar de jaarlijkse oefening van de Koninklijke Luchtmacht. – © ANP

    In zijn inleiding bij Natopolitanism, een bundel met essays en gelekte documenten die minder glansrijke kanten van de NAVO-geschiedenis onthullen, betoogt samensteller Grey Anderson dat de alliantie zelfs tijdens de Koude Oorlog nooit in de eerste plaats een wederzijds verdedigingspact was. Zeker in de beginjaren was de NAVO ‘voor Europese regeringsleiders evenzeer een verdedigingslinie tegen interne opstand als tegen het Rode Leger’. Daarnaast was het Washington erom te doen dat Europa niet militair onafhankelijk zou worden. De Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk in de jaren zestig, Charles Bohlen, waarschuwde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk dat ‘het Europa van na de oorlog’ in de visie van De Gaulle ‘een derde mondiaal machtscentrum’ moest worden. Bohlen was van mening dat ‘de VS en onze bondgenoten kunnen voorkomen dat de visie van De Gaulle vrucht draagt’.

    Anderson dateert de opkomst van het moderne trans-Atlantische denken in Europa in de jaren zeventig, toen het US Information Agency, de Atlantische Raad, de denktank German Marshall Fund en de vereniging Atlantik-Brücke campagne gingen voeren tegen de Neue Ostpolitik, het beleid van ontspanning onder Willy Brandt. Met de Koude Oorlog had dit allemaal niet veel te maken. Lyndon Johnsons adviseur Zbigniew Brzezinski voerde in 1966 al aan dat ook zonder Sovjetdreiging de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa nuttig was om te bouwen aan een ‘wereldorde op basis van nauwere samenwerking tussen de meer ontwikkelde landen’. In januari 1992 werd in een CIA-rapport gesteld dat de NAVO hielp om Europa mee te krijgen in ‘economische veiligheidsbeslissingen die van vitaal belang zijn voor Washington’.

    Oost-Europa

    Als de NAVO Amerika’s belangrijkste middel was om kibbelende Europeanen in het gareel te krijgen, was het logisch om het bondgenootschap te willen uitbreiden naar Oost-Europa zodra de kans zich aandiende. In Not One Inch: America, Russia and the Making of Post-Cold War Stalemate (2021) schrijft historica Mary Elise Sarotte naar aanleiding van de onderhandelingen met Gorbatsjov inzake de Duitse hereniging dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker zich daarin de belofte liet ontvallen dat de NAVO niet verder naar het oosten zou worden uitgebreid. Maar of Amerikaanse en Europese politici zoiets nu wel of niet hebben ‘beloofd’ doet niet ter zake: Moskou maakte zich geen enkele illusie over de Amerikaanse bedoelingen en had daar ook geen verweer tegen. Sarotte laat zien dat het in feite gewoon ging om ambitieus opportunisme: Washington ‘besefte dat het niet alleen dik kon winnen, maar nog veel dikker’.

    In de jaren negentig leek het de goede kant op te gaan met de betrekkingen tussen het Amerikaanse blok en het verzwakte Rusland. Rusland was tegen het militair ingrijpen van de NAVO in Joegoslavië, maar ze kwamen nader genoeg tot elkaar om in 1997 een basisakkoord te ondertekenen waarin beide partijen beloofden elkaar niet aan te vallen en samen te werken op veiligheidskwesties. In dat akkoord zegde de NAVO toe zich in nieuwe lidstaten te onthouden van grootschalige troepeninzet of stationering van kernwapens. Maar in 2001 trokken de VS zich eenzijdig terug uit het ABM-verdrag dat het gebruik van antiraketsystemen aan banden legde, en in de jaren daarna zijn er Amerikaanse raketafweersystemen geïnstalleerd in Polen en Roemenië. Het begin van de NAVO-uitbreiding in de Baltische staten en op de Balkan en de toetreding van Slowakije vielen in 2004 samen met de Oranjerevolutie in Oekraïne en vormden zo de opmaat naar de huidige ontwikkeling van de relatie tussen de VS en Rusland. Toen op de NAVO-top in Boekarest in 2008 werd aangekondigd dat Oekraïne en Georgië een lidmaatschapstraject in gingen, liepen de spanningen nog verder op.

    Op het eerste gezicht is het vreemd dat de politieke invloed van de VS in Europa nog dieper reikt dan in Latijns-Amerika

    Voor veel nieuwe fans in Oost-Europa vertegenwoordigde de NAVO een stralend nieuw alternatief of op zijn minst een manier om de eigen fouten uit het verleden goed te maken. In plaats van te koorddansen tussen de lokale grootmacht en de mondiale alleenheerser, wilden de Oost-Europese nationalisten zich zonder meer aansluiten bij het wereldrijk. Het is begrijpelijk dat het voor Amerika verleidelijk was om Oost-Europa in te lijven: een groot rijk heeft altijd graag lokale vazalstaten. Maar met veiligheid had de NAVO-uitbreiding voor beide partijen weinig te maken. Eind jaren negentig en begin deze eeuw was de NAVO in Europa in geen enkel opzicht een defensieve alliantie. De NAVO raakte betrokken bij militaire acties buiten Europa, van Mazar-i-Sharif tot de Golf van Aden. Net zoals West-Europa altijd al was, moest Oost-Europa een partner worden in Amerika’s mondiale project: Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië, Irak. Op het eerste gezicht is het vreemd dat de politieke invloed van de VS in Europa nog dieper reikt dan in Latijns-Amerika, waar het de bedenkers van de Monroe-doctrine vooral om te doen was. De NAVO is nooit een club van democratieën geweest: er was nooit enig bezwaar tegen de lidmaatschappen van Portugal onder Salazar, het imperialistische Groot-Brittannië, de Griekse en Turkse junta’s en – officieus – het franquistische Spanje. Het lidmaatschap van de NAVO ging staan voor lidmaatschap van ‘het Westen’: de synthese van de Noord-Amerikaanse en Europese culturele identiteit enerzijds, en de integriteit van de Amerikaanse militaire macht anderzijds. De gretigste deelnemers aan het Amerikaanse mondiale project zijn, afgezien van het Verenigd Koninkrijk, de landen die pas rond de eeuwwisseling zijn toegetreden, landen waar erkenning als onderdeel van ‘het Westen’ een belangrijk doel van de lokale elite was. Rond 2010 was dat een beetje op de achtergrond geraakt, maar vooral dankzij de oorlog in Oekraïne is deze gedachte weer helemaal terug.

    De vraag of de oorlog in Oekraïne is ‘veroorzaakt’ door de NAVO-uitbreiding of door de intrinsieke slechtheid van de Russische regering heeft weinig zin. Maar de strategische voorwaarden waaronder een oorlog plaatsvindt zijn altijd van het grootste belang. John Mearsheimer publiceerde in 2014 een essay in Foreign Affairs onder de titel ‘Waarom de Oekraïnecrisis de schuld is van het Westen’. Hij noemde de NAVO-uitbreiding ‘de hoofdoorzaak van de problemen’ en voorspelde dat het Amerikaanse en Europese beleid inzake Oekraïne ‘de vijandigheden met Rusland zou versterken en al doende Oekraïne zou verwoesten’. Daarmee wekte Mearsheimer de woede van beroepsideologen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, omdat hij het waagde het beleid van zijn eigen kamp onder een vergrootglas te leggen zonder Rusland op de vereiste wijze te demoniseren. Maar uit alle verslagen van de onderhandelingen tussen de Oekraïense en Russische regering in Belarus en Turkije in 2022 komt naar voren dat de verhouding van Oekraïne tot de NAVO een cruciaal twistpunt was.

    Vooruitzicht

    Toen Rusland in 2021 troepen begon te mobiliseren bij de Oekraïense grens, was NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne nog geen onmiddellijk vooruitzicht. Maar dat mag geen reden zijn om ons niet af te vragen of het beleid van de VS en andere NAVO-landen niet aan de uitbraak van de oorlog heeft bijgedragen. In augustus 2021 tekenden de VS en Oekraïne een overeenkomst voor een strategisch defensiekader waarin de VS beloofden te helpen ‘de Russische agressie tegen te gaan’ en samen stappen te zetten naar ‘interoperabiliteit met de NAVO’. Even afgezien van de for-mele vraag naar NAVO-lidmaatschap: tussen 2014 en 2022, onder Obama, Trump en Biden, is Oekraïne door de VS en zijn bondgenoten geholpen zijn strijdmacht volledig opnieuw op te bouwen. Die wederopbouw heeft een rol gespeeld in de verslechterende Amerikaanse betrekkingen met Rusland, en bleek uiteindelijk van cruciaal belang voor het stuiten van de Russische opmars in februari en maart 2022.

    Met de toetreding van Finland (april 2023) en Zweden (maart 2024) heeft de NAVO er 1300 kilometer grens met Rusland bij gekregen. Al voordat Zweden officieel was toegetreden, had het de VS toestemming gegeven voor het gebruik van zeventien militaire locaties op Zweeds grondgebied. In december 2023 hebben de VS en Denemarken een samenwerkingsovereenkomst getekend waardoor Amerikaanse soldaten en materieel door de VS permanent in Denemarken gestationeerd kunnen worden. De VS hebben hun antiraketsysteem voor de middellange afstand in mei 2024 gestationeerd op het Deense eiland Bornholm in de Oostzee, waar de NAVO-luchtmacht nu al geregeld Russische toestellen onderschept.

    ‘De gezamenlijke capaciteit van de NAVO is veel groter dan die van Rusland, zelfs als die van Amerika niet wordt meegerekend’

    Dankzij de vrijwel onverdeelde steun die de NAVO onder de Europese elite geniet, zijn er voor enorm veel geld grote aantallen Amerikaanse F-35 straaljagers aangeschaft. Veel eurosceptische en etnisch-nationalistische politieke krachten op het continent doen in hun liefde voor de NAVO nauwelijks nog onder voor de Duitse Groenen. Zelfs Rassemblement National stelt zich op dit punt nu milder op.

    Je kunt je afvragen of het vuur van dit nieuwe NAVO-geloof in Europa kan standhouden. Dringender is de vraag of het in Amerika zal standhouden. Trump zegt geregeld dingen over het bondgenootschap die NAVO-fans zorgen baren. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat zijn presidentschap het einde van het bondgenootschap zal betekenen. Zijn uitspraken zijn meestal geen uiting van echte vijandigheid jegens de NAVO, het zijn eerder van weinig realiteitszin getuigende eisen voor betere deals met Europese regeringen. Trump wil dat Europa meer uitgeeft aan wapens, vooral als die in Amerika worden gemaakt. Zelfs al zouden de VS zich terugtrekken uit de NAVO, dan is het moeilijk voorstelbaar dat het land ook al zijn militaire posities in Europa opgeeft: de strategie zou dezelfde blijven, maar dan zonder de verplichtingen van Artikel 5.

    De VS zitten mede in de NAVO om de Europese militaire onafhankelijkheid in te tomen. Maar het is goed om de enorme omvang van de Europese investeringen in gedachten te houden, en het militaire voordeel dat Europa daarmee heeft behaald. Zoals een rapport van het Centre for Strategic and International Studies in juni stelde: ‘de gezamenlijke capaciteit van de NAVO is veel groter dan die van Rusland, zelfs als die van Amerika niet wordt meegerekend’.

    Een wereld zonder Amerika’s militaire dominantie in Europa zou een andere wereld zijn. Die wereld zou een nieuw evenwicht vereisen tussen Europa en Rusland, en tussen Europa en de VS. Maar het denken over Europese strategische autonomie heeft nooit concrete vormen aangenomen. De militaire uitgaven van Europese landen zijn sinds 2014 met meer dan 60 procent gestegen. Toch is het voor Amerikaanse diplomaten nog steeds een fluitje van een cent om G7-bijeenkomsten naar hun hand te zetten. De NAVO is sterker dan ooit, maar nog net zo ongeschikt als altijd om de volgende wereldcrisis af te wenden.

  • Georgi Gospodinov: ‘Fictie kan wonderen verrichten’

    Georgi Gospodinov: ‘Fictie kan wonderen verrichten’

    Fictie is geen ‘onware, niet-feitelijke literatuur’, vindt International Booker Prize-winnaar Georgi Gospodinov. Ze schenkt betekenis aan de werkelijkheid en helpt ons die te begrijpen.

    Wat kan fictie (ook in vertaling) doen in tijden als de onze? Niets. Dat zou het kortste, krachtigste en meest pessimistische antwoord zijn op de vraag. Maar dat zou betekenen dat we deze tekst moeten negeren, de festivals moeten afblazen, de boeken uit de bibliotheken moeten verwijderen, het creëren van literatuur moeten staken en gedwee het einde van de wereld afwachten. Want als we stoppen met het vertellen van verhalen over de wereld, is het einde inderdaad nabij.

    Vooral fictie is in staat om wonderen te verrichten. Mijn eerste ervaring hiermee deed ik op toen ik zes of zeven jaar oud was, dus ik begin met een persoonlijk verhaal. Ik had een terugkerende nachtmerrie. Op een ochtend verzamelde ik de moed om hem aan mijn grootmoeder te vertellen; destijds woonde ik bij haar in het dorp. Maar zodra ik begon te praten, hield ze me tegen en drukte een vinger tegen haar lippen. Enge dromen mogen niet opnieuw worden verteld, omdat ze daardoor uitkomen. Eigenlijk drukte ze het veel mooier uit: ze vullen zich dan met bloed en komen tot leven. Dus bleef ik alleen achter met mijn nachtmerrie. En zo kwam ik op het, in mijn ogen, briljante idee – we kunnen pas briljant zijn vanaf ons zesde of zevende – om mijn droom op te schrijven. Ik scheurde in het geheim een pagina uit het notitieboekje van mijn opa en gebruikte de pas geleerde letters van het alfabet om mijn droom uit te spellen. En… er gebeurde een wonder. De nachtmerrie is nooit meer teruggekeerd. Maar ik ben hem ook nooit vergeten. Dat was de prijs. (Negenenveertig jaar later herinner ik me de droom nog steeds levendig. Wie weet besluit ik hem aan het einde van de lezing te vertellen.)

    Er zijn twee dingen die ik uit deze herinnering wil afleiden. Ten eerste: schrijven bevrijdt ons van onze angsten. Het tweede is dat schrijven ons doet onthouden. We vertellen verhalen om te onthouden. Soms ook geldt het omgekeerde: we onthouden iets om het door te kunnen vertellen. Schrijven brengt dus herinneringen voort, ook al is dat er soms een aan iets beangstigends. De herinnering aan iets beangstigends is niet altijd een beangstigende herinnering. Integendeel, als een verhaal eenmaal verteld is, als het eenmaal gezellig is bijgeplaatst in de kamers van de herinnering, beginnen ook de beangstigende varianten hun angstaanjagende aard te verliezen. Door verhalen te vertellen kunnen we onze angsten dus een beetje temmen.

    Verhalen vertellen

    Waarom vertellen we kinderen ’s avonds voordat ze in slaap vallen een verhaaltje? Om dezelfde reden dat er mythen bestaan. We vertellen verhalen om de wereld te temmen. We vertellen verhalen om een chaotische en onverklaarbare wereld van onweersbuien, vuur en overstromingen te verklaren, evenals een wereld van diezelfde elementen binnenin ons. Terwijl we verhalen vertellen, creëren we de illusie dat deze wereld überhaupt vertelbaar is (dat ze in woorden kan worden samengevat en gedeeld) en ordenbaar (dat ze kan worden georganiseerd). Stiekem vermoed ik dat er geen orde is en dat alleen onze verhalen deze creëren. Maar dat maakt ze des te belangrijker.

    Laat me een zijpad inslaan naar de kwantumfysica. Volgens het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, opgesteld in de jaren twintig, verandert het waarnemen van een proces zélf al de uitkomst ervan. Met andere woorden: in de kwantumwereld verloopt een proces anders afhankelijk van of het wordt bekeken of niet. Als we dat doortrekken naar onze eigen wereld: stel dat niemand zou kijken, luisteren en verhalen vertellen – zou die wereld dan niet allang uit elkaar gevallen zijn?

    Feestmaal met Nino Haratischwili

    De Georgisch-Duitse schrijver en theaterregisseur Nino Haratischwili (1983), bekend van onder meer Het achtste leven, organiseert tijdens het Forum een supra; een traditionele Georgische feestmaaltijd waarbij het gaat om gastvrijheid en het delen van verhalen.

    De supra, letterlijk ‘tafel’ in het Georgisch, is een diepgeworteld sociaal en cultureel fenomeen in Georgië. Bij dit ceremoniële banket komen gasten samen om te dineren, wijn te drinken, te zingen en te luisteren naar toespraken van de tamada, de ceremoniële toastmeester. Thema’s als vriendschap, liefde, geschiedenis en familie staan daarbij centraal, vaak aan de hand van persoonlijke verhalen en beschouwingen.

    Traditioneel wordt de supra geleid door mannen, en vinden de gesprekken en rituelen plaats binnen een patriarchaal kader. Vrouwen, wier aanwezigheid weliswaar wordt gevierd in een poëtische en vaak verheffende toast, spelen vooral een rol als kok en gastvrouw.

    Haratischwili plaatst deze eeuwenoude traditie in een nieuw licht, door de supra vanuit vrouwelijk perspectief te benaderen. Samen met Georgische muzikanten en actrices creëert ze een alternatieve versie van het ritueel, waarin vrouwelijke stemmen en verhalen centraal staan. Tijdens de avond wordt er gegeten, gezongen, gedeeld – en nagedacht over de betekenis van cultuur, identiteit en verbondenheid binnen Europa. Het publiek is uitgenodigd.

    25/06, 19:30 in de Grote Zaal in De Balie, Amsterdam.

    En daarmee belanden we bij de volgende belangrijke taak van de schrijver, die toch al veel op zijn schouders draagt: verhalen vertellen om de wereld bij elkaar te houden. Om betekenis te geven aan wat er gebeurt – met de wereld en met onszelf – als tegenwicht voor de stille angst dat er misschien helemaal geen betekenis is. Ook daarom lezen we boeken, en vooral fictie.

    Veel mensen geloven dat fictie denkbeeldige, onware, niet-feitelijke literatuur is. In mijn ogen is dit een diepgaand misverstand

    Veel mensen geloven ten onrechte dat fictie denkbeeldige, onware, niet-feitelijke literatuur is. In mijn ogen is dit een diepgaand misverstand. Fictie weeft mythen en schenkt betekenis aan de werkelijkheid; het vormt een legende rond wat we zien, maakt er een verhaal van en helpt ons het te begrijpen. Zoals Pessoa schreef: ‘De mythe is het niets dat alles is.’

    Fictie kan echte herinneringen oproepen. Ik zal nooit vergeten hoe ik na het lezen van Oorlog en vrede op het slagveld van Austerlitz lag en naar de wolken boven me keek alsof ik ze voor het eerst zag. Hoe kan ik ze nooit eerder hebben opgemerkt? zei ik hardop in mijn eigen stem, in plaats van die van de gewonde prins Bolkonsky. Na Honderd jaar eenzaamheid had ik een duidelijke herinnering aan een middag waarop mijn vader me meenam naar de zigeuners om voor het eerst echt ijs te zien. Ik herinner me ook een sneeuwstorm en de kaars die flikkerde in de kamer à la Pasternak [een verwijzing naar de klassieker Dokter Zjivago].

    Literatuur richt zich niet alleen op het verleden en de herinnering, maar werpt ook vaak een blik vooruit en schetst mogelijke toekomsten. Literatuur verbeeldt utopieën – ideale werelden – en reikt daarmee de samenleving, het lot en zelfs het universum suggesties aan voor wat komen kan. Toch slaan zulke toekomstvisies vaak om in dystopieën, al blijken veel van de dystopische romans die we schrijven verrassend realistisch te zijn. Orwell verzette zich achteraf tegen het idee dat 1984 een handleiding zou zijn; het was bedoeld als waarschuwing, niet als blauwdruk. Iets soortgelijks heb ik ervaren met mijn roman Schuilplaats voor andere tijden – maar dat is een verhaal voor een andere keer.

    Behalve herinneringen creëeren en onze angsten beteugelen, is literatuur in staat tot het meest wezenlijke: levens redden.

    Nieuwsgierigheid 

    Literatuur vertelt verhalen en stelt daarmee het einde uit. Dat komt het meest letterlijk tot uiting bij Sjeherazade. Met elk verhaal dat ze vertelt, wint ze een levensdag. Haar verhalen zijn haar krachtigste onderhandelingsmiddel om te blijven leven. Veranderen ze iets in Shahryar, de vrouwenmoordenaar? Wekken ze zijn empathie voor de wereld? Wie zal het zeggen. Wat ze hem in elk geval schenken, is een nieuw soort nieuwsgierigheid – naar de wereld met al haar wonderen, verrassingen, liefde en bedrog.

    Wanneer het slachtoffer een verhaal vertelt, bevindt ze zich tijdelijk in een andere, beschermde ruimte. De verteller – vrouw of man – en hun luisteraars (of lezers) raken verstrikt in het labyrint van het verhaal, een wereld op zichzelf. Ze bevinden zich als het ware op twee plaatsen tegelijk: in de echte én in de fictieve wereld. Zo kom ik terug bij de elementaire deeltjes in de kwantumfysica, die ook op twee locaties tegelijk kunnen bestaan. In dat opzicht lijken literatuur en kwantumfysica meer op elkaar dan we vaak beseffen. En de literatuur begreep dit al eeuwen vóórdat de wetenschap erachter kwam. 

    Als kind voelde ik onbewust de garantie die literatuur ons biedt; ik koos er altijd voor om boeken te lezen die in de eerste persoon enkelvoud werden verteld, omdat ik dan wist dat de hoofdpersoon aan het einde van het boek niet zou sterven. Zolang ik verhalen vertel, besta ik. Zolang ik verhalen vertel, houd ik mezelf en de wereld om me heen intact. Ik vertel, dus ik ben.

    Fictie verdedigt het menselijke. Ze weigert mee te gaan in de terugval naar ontmenselijking

    Vandaag de dag bevinden we ons in de context van twee oorlogen aan de rand van Europa; die in het Midden-Oosten en die tegen Oekraïne. Dit zijn echte oorlogen, met tanks, drones, dode soldaten en burgers, vluchtende gezinnen, verwoeste steden en landschappen. Dat alles gebeurt vandaag de dag, in een Europa dat dacht dat het zichzelf voorgoed van de verschrikkingen van de oorlog had bevrijd. Maar Poetins invasie van Oekraïne begon niet met de eerste schoten en de opmars van Russische tanks. Hij begon lang daarvoor, met propaganda en nepnieuws. De strijd om woorden en verhalen – de propagandaoorlog – liep parallel aan de gevechten aan het front. Het doel: de tegenstander ondermijnen en het verzet al vóór het eerste schot breken. Propaganda- en complottheorieën, racistische uitbarstingen en agressie, post-truth zijn alle bedoeld om te ontmenselijken, om de Ander zijn menselijke eigenschappen te ontnemen en hem tot kanonnenvoer te maken, tot een vijand, die geen lid is van het menselijk ras. De vijand heeft geen eigen geschiedenis. Als die opzet lukt, dan is de strijd al gewonnen voordat deze zelfs maar is begonnen.

    Wat voor rol kan fictie hierbij spelen? Ze verdedigt het menselijke. Ze weigert mee te gaan in de terugval naar ontmenselijking. Literatuur werkt als een natuurlijk tegengif tegen het gif van propaganda. Waar propaganda de wereld in drie minuten reduceert tot zwart-wit – goed tegenover kwaad – biedt fictie een rijker, gelaagder en vollediger perspectief. In fictie draait alles om het individu, met diens angsten, verlangens, kwetsbaarheid, hoop en verdriet. Ook propaganda speelt in op emoties, maar slechts als middel tot massamanipulatie. Fictie en propaganda opereren op hetzelfde terrein, dat van het mens-zijn, maar ze doen dat met totaal verschillende bedoelingen.

    De werkelijkheid

    Je zou kunnen zeggen dat propaganda en fictie hetzelfde zijn; ze gebruiken allebei verhalen en bieden afwijkende versies van de werkelijkheid. Maar laten we proberen het verschil te zien. Het verraderlijke van propaganda en complottheorieën is dat ze fundamentele inzichten uit de menselijke kennis vervangen, eeuwen aan cultuur en beschaving terugbrengen tot karikaturen en het volledige geestelijke erfgoed van de mensheid ondermijnen en vernietigen. Terwijl echte literatuur, fictie en verhalen op dit archief voortbouwen en versies van de wereld construeren met behulp van gecoördineerde systemen van goed en kwaad, leugens en waarheid, het humane en het inhumane, het toegestane en het ontoelaatbare. Of we het beseffen of niet, vandaag de dag zijn we aanwezig bij, nemen we feitelijk deel aan een grootse en soms onzichtbare strijd – niet alleen om het menselijk leven te beschermen, maar om de kern van wat het betekent mens te zijn, en het leven zelf, te behouden.

    We komen langzaam tot het besef dat de wereld niet verklaard kan worden door politieke en economische verhoudingen alleen. Omdat we niet alleen bestaan uit economie en politiek. We bestaan ook uit verdriet en twijfel, uit broze en moeilijk te bevatten elementen. Juist daar ligt het domein van de literatuur – haar kracht ligt in het vinden van taal voor precies die fragiele beleving.

    Waartoe is literatuur nog meer in staat? Smaak creëren. Het belang daarvan mag absoluut niet worden onderschat; smaak is niet alleen een kwestie van esthetiek. Iemand met smaak is minder vatbaar voor flauwe propaganda, is bijvoorbeeld in staat de politieke kitsch zien die ten grondslag ligt aan het nationalisme. Zo zei Joseph Brodsky dat zijn verzet tegen het Sovjetgezag wellicht minder politiek dan esthetisch was. Voordat de rede het kwaad heeft begrepen, hebben onze zintuigen – als ze voldoende op elkaar zijn afgestemd – de vieze adem al geroken en zijn ze al vol walging teruggedeinsd. Ook de literatuur draagt eraan bij om een dergelijke fijngevoeligheid te produceren.

    Meestal zie ik de schrijver als een oor, één groot oor dat luistert naar de verhalen van de wereld

    Een verhaal wordt verteld als er een luisterend oor is. Ik denk dat het belangrijk is om hierop te wijzen, omdat we storytelling prijzen. Storytelling is belangrijk, maar het is niets zonder het gevoel dat er ergens een oor klaar staat om te horen. Er is geen storytelling zonder storyhearing. Als we de schrijver met slechts één lichaamsdeel zouden afbeelden, zou het geen schrijvende hand of een mond zijn die kostbare woorden uitspreekt. Meestal zie ik de schrijver als een oor, één groot oor dat luistert naar de verhalen van de wereld. Een oor en een hart. Een oor afgestemd op alles wat pijn doet.

    Tash Aw over kolonialisme en identiteit

    De Maleisisch-Britse schrijver en essayist Tash Aw gaat tijdens het forum in gesprek over de maatschappelijke verschuivingen waarmee generaties te maken krijgen. Centraal daarbij staat zijn nieuwe boek The South, waarin hij de diepgaande politieke en sociale omwentelingen in Azië in de jaren negentig beschrijft, door de ogen van een Maleisische familie. Hij onderzoekt hierin thema’s als klasseverschillen, economische onzekerheid en de zoektocht naar (queer) identiteit. Zijn werk belicht de pijnlijke overgang van postkoloniale samenlevingen waarin traditie botst met moderniteit en persoonlijke verlangens vaak in conflict komen met collectieve verwachtingen. Wat betekent het om jezelf te vinden in een wereld waarin culturele normen en maatschappelijke structuren voortdurend verschuiven?

    Tash Aw (1971) groeide op in Maleisië en vertrok als tiener naar Engeland om rechten te studeren. Tegenwoordig woont hij in Parijs. Hij brak internationaal door met The Harmony Silk Factory (2005), gevolgd door het eveneens gevierde Five Star Billionaire (2013), dat evenals andere werken van hem werd genomineerd voor de Man Booker Prize. Hij staat bekend om zijn genuanceerde benadering van gevoelige onderwerpen en wordt gezien als een van de belangrijkste literaire stemmen uit Zuidoost-Azië.

    26 juni, 17:30 in De Salon in De Balie, Amsterdam.

    Tegenwoordig hebben we een sterke behoefte aan empathie, zowel op persoonlijk als op politiek vlak. Totalitaire ideologieën en fundamentalisme kennen geen empathie. Voor hen is de ander – de vijand – ontdaan van menselijkheid. ‘Geen mens, geen probleem,’ zei Stalin ooit cynisch. Vandaag echoën populisme en propaganda dat idee: zonder menselijkheid is er niets om rekening mee te houden. Dat is misschien wel het angstaanjagendste van alles. Daarom hebben we verhalen nodig – en empathie. De stille kracht van onze persoonlijke verhalen zit in hun vermogen om het wezenlijk menselijke te raken, dat aan elke ideologie en elke staatsmacht voorafgaat.

    Ik zal hier niet ingaan op een strikt wetenschappelijke definitie van empathie. Omdat ik denk dat iedereen op de hoogte is van dit ‘in de schoenen van de ander stappen’, en ook omdat het een wat uitgehold concept is. Maar ik denk dat we het breder moeten inzetten. Empathie is niet alleen aangeboren, maar wordt verworven, geleerd en ontwikkeld door dagelijkse oefening, ook door het lezen van fictie. Zonder empathie is verhalen vertellen, lezen, luisteren en zelfs samenleven onmogelijk. Hoe lees je een roman zonder je in te leven? Hoe leef je te midden van anderen zonder je in hen te verplaatsen?

    De Ander

    Maar wie is vandaag de dag de Ander? Als we het over empathie hebben, blijven we normaal gesproken, bewust of onbewust, binnen de grenzen van de menselijke soort. Is het niet tijd om over te stappen op een bredere empathie voor het milieu? Als we ons sprookjes en onze eigen kindertijd herinneren, zullen we zien dat literatuur en kinderen dat al heel lang doen. Voor hen is het heel normaal om met een slak, een hond of een roos te praten en je in te leven in hun verhalen.

    Laat de mens een tijdje zijn mond houden en in de stilte die volgt de stem horen van een andere verhalenverteller – een vis, libel, wezel of bamboe, kat, orchidee of kiezelsteen… 

    Interessant genoeg wijzen ook recente onderzoeken van milieuwetenschappers, die zoeken naar manieren om mensen te motiveren de natuur te beschermen, op het belang van empathie. De hoopvolle conclusie: mensen blijken, althans als het om klimaatverandering gaat, eerder gemotiveerd door empathie voor niet-menselijke wezens dan door eigenbelang. Een mogelijke verklaring is dat dit appelleert aan onze aangeboren neiging tot compassie.

    Een korte evolutionaire zijlijn: vaak wordt gedacht dat sympathie en het helpen van zwakkeren geen rol spelen in natuurlijke selectie. Volgens deze redenering zouden empathie en altruïsme evolutionair zwak staan tegenover egoïsme. Maar evolutiebioloog David Sloan Wilson, een volgeling van Darwin, zegt iets anders. In zijn visie geldt: binnen een groep wint egoïsme het van altruïsme, maar altruïstische groepen verslaan eerder egoïstische groepen.

    Laten we eerst luisteren naar de verhalen en stemmen van het heden, de verhalen van anderen, van migranten, van vluchtelingen

    Als we deze stelling in historisch perspectief plaatsen, zien we dat altruïstische samenlevingen meer ontwikkeld en gevoeliger waren en beter hebben gepresteerd op het gebied van politiek, economie, cultuur en menselijk geluk dan dictaturen. Onderzoek heeft dit uitgewezen.

    Misschien is het tijd om nieuwe verhalen over de toekomst te vertellen, om de lege kamers te vullen met de verhalen waar we in willen wonen. Maar laten we eerst luisteren naar de verhalen en stemmen van het heden, de verhalen van anderen, van migranten, van vluchtelingen, van degenen die de oorlog ontvluchten, van degenen die het vandaag in de schuilkelders van Oekraïne hebben overleefd. Laten we deze verhalen keer op keer vertellen en horen totdat we een herinnering hebben gecreëerd die sterk genoeg is om te voorkomen dat deze nachtmerries zich herhalen, althans niet zo snel.

    Tot slot heb ik besloten u die nachtmerrie van negenenveertig jaar geleden te vertellen. De droom was eenvoudig en eng. Aan de onderkant van onze dorpsbron bevindt zich mijn hele gezin: mijn moeder, vader en broer. De put is diep en donker. Ik zie nog net hun silhouetten omhoogkijken, niet in staat om eruit te komen. Ik ben de enige erbuiten. Veilig, maar alleen. De angst is tweeledig: ten eerste voor hen, en ten tweede voor mij: ik ben van hen gescheiden, ik ben niet bij hen, wat ik wel wil, ook al zitten ze op de bodem van de put. Deze dubbele angst – voor anderen en voor mijzelf – dit gevoel van verlatenheid heeft me waarschijnlijk tot een schrijver gemaakt, of heeft in ieder geval aanleiding gegeven tot dat eerste verhaal van mij, gekrabbeld in lelijke, kromme letters. En het opschrijven hielp. Mijn redenen om vandaag te blijven schrijven zijn niet veel veranderd ten opzichte van de reden van die jongen om zijn nachtmerrie op te schrijven. Ik schrijf omdat ik niet wil dat de nachtmerries uitkomen. 

    Georgi Gospodinov (1968) is een Bulgaarse auteur, dichter en toneelschrijver. Zijn romans, waaronder Tijdschuilplaats (Booker Prize 2023), zijn bekroond en wereldwijd vertaald.