Rusland voert oorlog tegen Europa, en de VS trekken zich terug. Dus wie zich afvraagt waarom de Bondsrepubliek moet betalen voor tanks in Polen, krijgt als antwoord: heel simpel, omdat zij, en zij alleen dat kan.
Zou je in zo’n wereld echt bondskanselier willen zijn? In het oosten: een Russische president die dood en verderf zaait in Oekraïne en van wie je moet vrezen dat hij daarmee door wil gaan in de Baltische staten of Polen. In het westen: een Amerikaanse president die de trans-Atlantische samenwerking op economisch en militair gebied minacht, ondergraaft en saboteert. Daartussenin: een Europa dat met schrik vaststelt dat het niet alleen opnieuw wordt bedreigd door een oude vijand, maar ook in de steek wordt gelaten door een oude vriend.
Een agressief Rusland dat oorlog voert én een al bijna vijandig Amerika, dat ons mogelijk niet langer wenst te beschermen: met deze geopolitieke constellatie hebben Duitsland en Europa nog niet eerder in hun geschiedenis te maken gehad. Dus begint Friedrich Merz aan zijn ambtstermijn als bondskanselier in een even nieuwe als gevaarlijke situatie.
Begrepen
Dat heeft Merz kennelijk begrepen. Anders had hij het behoud van vrijheid en vrede in Europa niet tot de belangrijkste opgave van zijn kanselierschap verklaard. In eigen land zal dat niet makkelijk te realiseren zijn – niet in een land waarin meer dan een derde van de kiezers stemt op partijen die de oorlogshitser in het Kremlin en/of Donald Trump en zijn MAGA-aanhang met hun rode petjes toejuichen.
Anders was Merz ook niet meteen – ahum – nadat hij tot kanselier was gekozen naar Parijs en Warschau gevlogen. Deze bezoeken hadden natuurlijk een historisch-symbolische betekenis, vooral op de tachtigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat had te maken met Duitse schuld. Maar Frankrijk is nu eenmaal ook het enige land in de EU met atoomwapens, en Polen is een van de belangrijkste Europese militaire machten en de grootste frontstaat aan de oostelijke grens. Zonder deze twee landen kun je de Europese veiligheid niet organiseren.
Begin mei werd Merz in Brussel verwacht bij de EU en de NAVO, en na drieënhalve verlammende kanselier-Scholz-zegt-nee-jaren, waarin Duitsland weliswaar lang niet niks heeft gedaan om Oekraïne te helpen en Europa weerbaar te maken, maar toch duidelijk minder dan veel bondgenoten graag hadden gezien, waren de verwachtingen die men van Merz had torenhoog. De nieuwe kanselier van zijn kant had zich bereid verklaard aan deze verwachtingen tegemoet te komen. Geen wonder dus dat in Brussel weer – en wel zeer hoopvol – werd gesproken over ‘Duits leiderschap’ – of ‘het nemen van verantwoordelijkheid’, zoals we in Duitsland misschien beter kunnen zeggen.
Leiderschap betekent in de praktijk van de veiligheidspolitiek meer lasten op zich nemen en meer kosten voor je rekening te nemen
Afgezien van alle hoogdravende retoriek die men er hoorde, en alle bezweringen van de Europese eenheid en vastbeslotenheid, betekent het Duitse leiderschap in de interpretatie van de meeste EU-regeringen vooral één ding: Duits geld. De berekening is bovendien heel eenvoudig, die wordt gedicteerd door de al genoemde nieuwe randvoorwaarden: Europa zodanig bewapenen dat het zich tegen Rusland kan verdedigen, ook als de Amerikanen niet te hulp komen. Dat wordt extreem duur. Dat wil zeggen: honderden miljarden euro’s. En Duitsland zal een buitenproportioneel groot deel van deze uitgaven moeten financieren, omdat het de grootste en economisch sterkste lidstaat is. Het kan niet anders.
Of deze bewapening wordt betaald met gezamenlijke Europese schulden – via zogeheten Eurobonds of Defence bonds – waarvoor Duitsland in belangrijke mate garant staat en betaalt, of via een verhoging van de reguliere EU-begroting, waaraan Berlijn het grootste deel bijdraagt, is van ondergeschikt belang. Dat zijn technische problemen die oplosbaar zijn. Belangrijk is dit inzicht: leiderschap betekent in de praktijk van de veiligheidspolitiek meer lasten op zich nemen, meer kosten voor je rekening te nemen dan anderen, die slechts volgen.
Dat is niet altijd eerlijk, in elk geval niet naar de gangbare maatstaven. Vraag maar eens in de VS wat ze daar intussen denken van de weelderige Europese verzorgingsstaten, die ondanks hun welvaart hun veiligheidskosten liever laten betalen door de Amerikaanse belastingbetalers. De VS, leider van de westerse wereld, hebben deze lasten decennialang gedragen, tot eigen voordeel, maar vooral tot grote vreugde van Europa. Maar dat is voorbij, nu is een Europese staat aan de beurt. En welke zou dat moeten zijn, als het niet het rijke Duitsland is?
Inzicht
Niet iedereen komt makkelijk tot dat inzicht. Het is niet toevallig dat uit de oude bondsregering steeds weer verwijtende, verontwaardigde vragen waren te horen als het in Brussel ging over het versterken van de verdediging van Europa: waarom moeten wij Duitsers meebetalen aan tanks voor Polen?
Terwijl het antwoord heel simpel is: omdat wij het kunnen – en wij alleen. Omdat de veiligheid van Polen (en Finland, Zweden, de Baltische staten et cetera) van existentieel belang is voor de veiligheid van heel Europa, en dus ook voor de veiligheid van Duitsland. De voorstelling van veel Duitse politici dat we hier gewoon vrolijk op de oude voet door kunnen gaan als Poetin onze oostelijke EU-buren bedreigt, is bizar. Hetzelfde geldt voor het idee dat Duitsland na de bevrijding van de schuldenlast op eigen houtje en voor zichzelf alleen een fonkelnieuw, modern leger bij elkaar kan kopen. Dat is een illusie: de veiligheid van Europa is ondeelbaar.
Merz ziet Duitsland terecht als de leidende macht in de Europese veiligheidspolitiek. Precies daarom mag hij niet, zoals zijn voorganger, alleen maar praten over het regelen van leiderschap. Hij moet dat leiderschap ook daadwerkelijk leveren. Heeft hij dat ook begrepen?

