Tag: Dossier

  • Dossier: Eilandverhalen

    Dossier: Eilandverhalen

    ‘Het is het continent dat slecht verbonden is met mijn eiland, niet andersom’, schreef de Kroatische dichter Senko Karuza. De buitenlandse pers van Turkije tot Noorwegen en Schotland over de aantrekkingskracht van het leven in een idyllisch landschap en hoe de harmonie tussen vissers, vluchtelingen en nieuwkomers wel of juist niet in tact blijft.

    In het dossier Eilandverhalen:

    1. Zomeravonden
    2. Kinloch is van een veertigtal inwoners
    3. Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland
    4. ‘Alsof het leven stationair draait’

  • Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.

    Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.

    Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze  hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.

    WINNAAR

    True Story Award

    De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.

    Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.

    Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.

    De verhalen zijn in het Engels te lezen op truestoryaward.org/winners.

    1.
    De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.

    2.
    De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).

    3.
    De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.

    In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.

    De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept

    De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.30.21
    © Studio tmo

    Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’

    Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.

    Het hart van Pevek

    De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.

    Surrealistisch

    Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.

    De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.

    ‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’

    ‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’

    1. Marzio G. Mian

    Winnaar True Story Award

    De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.

    Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.

    Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur

    Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaan­stomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.

    Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.13
    De drijvende kerncentrale Akademik Lomonosov werd gebouwd in Sint-Petersburg en heeft twee kernreactoren aan boord. – © Getty Images

    Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.

    Beschermingsniveau

    De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk? 

    We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).

    Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.

    Niet manoeuvreerbaar

    Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’

    2. Juan José Martínez d’Aubuisson

    MS13 & Co.

    Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.

    In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.

    De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de  Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.

    ‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’

    Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’

    Wurgende keuze

    Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.

    In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven

    Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.

    ‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’

    Oligarch en gouverneur

    Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.31
    De Tsjoektsjen wonen in Pevek in traditionele tenten van hertenleer die tchotaguns worden genoemd. – © Getty Images

    Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertien­duizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar. 

    Belastingopbrengsten

    ‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’

    Katia Patin

    Derde prijs

    ‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.

    Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.

    Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’

    Grootse ideeën

    De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.

    Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar

    Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay. 

    Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.

    In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.

    Eervolle vermelding

    Isaac Otidi Amuke

    De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.

    Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.52

    We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’

    1 miljard euro

    Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’

    De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’

    De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop

    Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.

    In de weg

    We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.

    Eervolle vermelding

    Bastian Berbner en John Goetz

    Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
    Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.

    Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.

    De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten. 

    Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.

    Lees ook:

  • Dossier: Het nieuwe oud

    Dossier: Het nieuwe oud

    Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt.

    Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.

    1. Het nieuwe oud
  • Dossier: Spionage blijft onmisbaar

    Dossier: Spionage blijft onmisbaar

    Wereldwijd is het traditionele inlichtingenwerk in volle gang. De ene na de andere diplomaat wordt uitgezet of teruggehaald.

    Want ondanks de invloed van digitale technologie zijn ouderwetse spionnen en hun fysieke bronnen nog altijd onmisbaar.

    1. Mondiale wedloop om informatie
    2. Lissabon, nest van geheime agenten
  • De vermenging van nieuws en entertainment leidt tot een waarheidsvrije wereld

    De vermenging van nieuws en entertainment leidt tot een waarheidsvrije wereld

    Door de constante behoefte aan ontsnapping en vermaak is de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagd, op televisie, in de politiek en in ons dagelijks leven. ‘Het wordt stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen.’

    De trend begon op TikTok, zoals zo vaak. Klanten van Amazon die op hun videodeurbel een bezorger voor de deur zagen staan, vroegen die bezorger om een dansje te maken. Die pakketbezorgers, werkzaam bij ‘het meest klantgerichte bedrijf op aarde’ en dus sterk afhankelijk van de waardering van de klant, deden wat hen gevraagd werd. De klanten plaatsten de videobeelden op TikTok. ‘Ik zei doe eens een dansje voor de camera en hij deed het!’ luidde de tekst bij beelden van een anonieme werknemer die wat lusteloze pasjes uitvoert. Een andere klant schreef het verzoek met krijt op het pad naar de voordeur. Doe een dansje, stond er, met een smiley en het woord ‘smile’ erbij. Wat de bezorger braaf deed. Zijn huppeldansje kreeg meer dan 1,3 miljoen likes.

    Toen ik dat filmpje zag, reageerde ik zoals ik bij het nieuws tegenwoordig wel vaker reageer: ik keek vol ongeloof toe, dacht even na over het verschil tussen wat louter bizar en wat werkelijk dystopisch is, en ging weer over tot de orde van de dag. Maar ze lieten me niet los, die filmpjes die op internet waren gezet door klanten die zichzelf als regisseur beschouwen, met beelden van mensen die tijdens het uitvoeren van hun werk ineens in een heel andere rol worden geduwd.

    In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven

    Veel dystopieën hebben één kenmerk gemeen: dat entertainment de bewoners van die naargeestige werelden vaak geen vlucht uit de werkelijkheid biedt, maar ze er juist in gevangen houdt. In Orwells 1984 heb je het telescherm, een apparaat dat wel iets weg heeft van de videodeurbel: beeldscherm en camera in één. In Fahrenheit 451 van Ray Bradbury worden alle boeken door het totalitaire regime verbrand, maar wordt tv-kijken gestimuleerd. In Brave New World van Aldous Huxley gaan mensen naar de bioscoop voor ‘feelies’ (‘voelms’): films die ook de tastzin aanspreken, ‘veel echter dan de werkelijkheid’. In de sciencefictionroman Snow Crash beschreef Neal Stephenson in 1992 een vorm van virtueel entertainment waar mensen zo volledig in opgaan dat ze er praktisch in kunnen wonen. Hij doopte dat het Metaverse.

    ANP 457963431
    Het metaverse- paviljoen was voor het eerst te zien op een internationale expo in 2022 in Beijing. © Imagine China / Stringer / ANP

    Inmiddels is dat metaversum vanuit de sciencefiction overgesprongen naar ons dagelijks leven. Microsoft, Alibaba en ByteDance (het moederbedrijf van TikTok) hebben allemaal zwaar geïnvesteerd in virtual en augmented reality. Ze hebben ieder zo hun eigen aanpak, maar hun doel is hetzelfde: van entertainment iets maken waarvoor we niet kiezen, per kanaal, stream of feed, maar iets waar we in wonen. In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven.

    Eindeloosheid

    Er is geen bedrijf dat hier zwaarder op inzet dan dat van Mark Zuckerberg. In oktober 2021 doopte hij Facebook om tot Meta om in dit ideële landschap alvast zijn vlag te planten. Het nieuwe bedrijfslogo was het wiskundige symbool voor oneindigheid, een kronkel zonder begin of eind. Heel toepasselijk: het herdoopte bedrijf wil zijn gebruikers een soort eindeloosheid bieden. Waarom zou je genoegen nemen met gewone gebruikers als je er bewoners van kunt maken?

    Meta’s belofte van een virtuele werkelijkheid om helemaal in op te gaan lijkt nu nog net zo onbeholpen als de headset die je nodig hebt om dat grenzeloze entertainment te beleven. Maar de belofte is ook overbodig: Zuckerberg werpt zich op als grote vernieuwer, maar de virtuele omgeving die hij in de markt wil zetten, bestaat in feite al. Die Amazon-bezorgers die een dansje deden, waar bevonden die zich anders dan in het metaversum?

    De Finse strijd tegen nepnieuws

    Zijn we gedoemd om langzaam weg te zinken in het metaversum en er nooit meer uit te geraken, zoals de lotuseters in de Odyssee van Homeros?

    Niet als het aan de Finnen ligt. Wat betreft weerbaarheid tegen desinformatie stond Finland in oktober voor de vijfde keer op rij bovenaan de Media Literacy Index: een lijst van 41 Europese landen die sinds 2017 wordt samengesteld door Open Society Institute Sofia (OSIS). Het Finse succes is het resultaat van het gedegen gratis onderwijs – alom beschouwd als het beste ter wereld – en van daadwerkelijke inspanningen om studenten te onderwijzen over nepnieuws. Mediageletterdheid is er onderdeel van het curriculum vanaf de kleuterschool. De gedachte is: tieners van nu zijn opgegroeid met sociale media, maar dat betekent nog niet dat ze gemanipuleerde nieuwsartikelen of video’s van politici kunnen herkennen en zich ertegen kunnen wapenen.

    Uit een studie in het British Journal of Developmental Psychology blijkt dat juist adolescenten zeer gevoelig zouden zijn voor samenzweringstheorieën. Dat is een belangrijke reden waarom Finland focust op jongeren. Maar behalve onderwijsprogramma’s heeft de regering ook bibliotheken aangewezen als plek om volwassenen te onderwijzen over misleidende informatie online. Niet onverstandig, gezien het feit dat mediamanipulatie door buurstaat Rusland sinds de oorlog in Oekraïne nog weliger tiert dan voorheen.

    Romanschrijvers waarschuwden dat we ons in de toekomst helemaal aan ons entertainment zullen uitleveren. Dat zal ons zo afleiden en afstompen dat we alle gevoel voor realiteit verliezen. Het ontsnappen aan de alledaagse sleur zal zo’n alomvattende onderneming worden dat we dááraan niet meer kunnen ontsnappen. Het zal resulteren in een bevolking die niet meer nadenkt, zich niet meer in een ander kan verplaatsen, en zelfs niet meer weet hoe ze kan regeren en geregeerd kan worden.

    Die toekomst is al aangebroken. Of we het nou willen of niet, we leven al in het metaversum.

    Wetenschappers die waarschuwen dat de VS zich ontwikkelen tot een ‘post-truth’-samenleving, hebben het daarbij meestal over de kwalijke zaken die onze politiek verzieken: de desinformatie, de argwaan, de president die blijkbaar dacht dat hij de loop van een orkaan kon bepalen met een viltstift. Maar de opkomst van een waarheidsvrije wereld raakt ook de cultuur.

    In 1961 hield Newton Minow, die toen net door John Kennedy was aangesteld als hoofd van de Amerikaanse toezichthouder op de media, een toespraak voor tv-bonzen. En hij wond er geen doekjes om. De zenderbazen, zei hij, vulden de ether met ‘een optocht van spelshows, afgezaagde sitcoms over volstrekt ongeloofwaardige gezinnen, moord en doodslag, sensatie, geweld, sadisme, bloedvergieten, boeven en schurken in het Wilde Westen, privédetectives, gangsters, nog meer geweld en tekenfilms’. Onder hun handen veranderde het tv-landschap in ‘een onafzienbaar braakland’.

    Dat etiket bleef hangen. Zijn toespraak wordt meestal aangehaald vanwege zijn kritiek op de kwaliteit van de tv-programma’s, maar getuigde ook van een vooruitziende blik wat betreft de macht van het medium. Avond aan avond straalde de tv zijn illusies de huizen en hoofden van de mensen in. Dat vormde hun wereldbeeld terwijl het hen afleidde van de werkelijkheid.

    Toen Minow zijn toespraak hield, bestond het tv-landschap in Amerika nog maar uit drie zenders die nog geen 24 uur per dag uitzonden en stonden tv’s alleen in de woonkamer. Nu stikt het overal van de schermen. De entertainmentomgeving is zo onafzienbaar dat je jezelf erin kunt verliezen. Zodra we een serie hebben uitgekeken, krijgen we van de streamingdienst al suggesties voor andere die misschien bij ons in de smaak vallen. Als het algoritme klopt, gaan we bingen, kunnen we uren- of zelfs dagenlang opgaan in een fictieve wereld – zijn we niet alleen bankhangers, maar lotuseters.

    ‘Voelms’ 

    En ondertussen lonken op dezelfde apparaten de sociale media met hun eigen belofte van amusement zonder end. Instagram-gebruikers staren naar de levens van vrienden en beroemdheden en zetten ondertussen hun eigen geretoucheerde levensverhaal online voor andermans vermaak. De eindeloze talentenshow van TikTok is zo fascinerend dat binnen inlichtingendiensten wel gevreesd wordt dat die door China wordt gebruikt om Amerikanen te bespioneren en propaganda te verspreiden: ‘voelms’ als oorlogswapen. Zelfs op het minder door foto’s geobsedeerde Twitter betreden gebruikers een alternatieve werkelijkheid. In de woorden van New York Times-columnist Ross Douthat: ‘Het is een plek waar mensen gemeenschappen vormen en bondgenootschappen smeden, vriendschappen en seksuele betrekkingen aanknopen, schreeuwen en flirten, juichen en bidden.’ Het is ‘een plek die mensen niet alleen bezoeken, maar waar ze wonen’.

    ANP 462972928
    Tentoonstelling van metaverse- producten in Kunshan, in de provincie Jiangsu, Oost-China. – © Zhang Congyu / Imaginechina via AP Images / ANP

    Ik heb ook op die manier op Twitter gewoond – en op Instagram en Hulu en Netflix. Ik wil niets afdoen aan de waarde van het entertainment zelf – dat zou onzinnig zijn en in mijn geval ook enorm hypocriet. Maar ik wil wel wat vraagtekens zetten bij de greep die dit alomvattende entertainment begint te krijgen op mijn leven, en misschien ook op dat van u.

    Als je lang genoeg in die omgeving verblijft, wordt het stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen. We raken zo gewend aan die uitvergrote werkelijkheid dat de saaie oude échte versie van de wereld erbij begint te verbleken. Een app met weersvoorspellingen stuurde me laatst een pushbericht over ‘interessante stormen’. Ik wist niet dat mijn stormen ook al interessant moesten zijn. Of neem de e-mail die ik kreeg van TurboTax met de vrolijke boodschap: ‘We hebben de mooiste belastingmomenten van dit jaar verzameld en daarmee je eigen persoonlijke belastingverhaal samengesteld.’ De absurditeit van het amusementsdictaat ten top: dat zelfs mijn aangiftebiljet nu al vergezeld gaat van een trailer met hoogtepunten.

    Het lijken misschien maar banale, onschuldige voorbeelden. Bedrijven die het van gekkigheid niet meer weten. Maar elke nieuwe mogelijkheid tot vermaak versterkt ook onze zucht ernaar: de neiging om altijd maar op verstrooiing uit te zijn, koste wat kost te voorkomen dat we ons gaan vervelen, altijd voorrang te geven aan de gedramatiseerde versie van gebeurtenissen boven de feitelijke. Wie in het metaversum leeft, gaat verwachten dat het echte leven zich op dezelfde manier ontrolt als op ons beeldscherm. En wat hierbij op het spel staat, is niet niks. In het metaversum is het helemaal niet schokkend maar volkomen vanzelfsprekend dat iemand die vooral bekendstaat als Twitter-orakel en presentator van een spelshow gekozen wordt tot president.

    Er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van

    In de jaren sinds Minow de zenderbazen toesprak, is het tv-jargon doorgesijpeld in de manier waarop wij in Amerika praten over de wereld om ons heen. Als we vinden dat iemands ideeën nergens op slaan, zeggen we dat die de draad kwijt is (‘they lost the plot’). Paria’s worden ‘gecanceld’, alsof ze een tv-serie zijn die van de zender wordt gehaald. Vroeger schreven mensen hun levensomstandigheden toe aan de grillen van het lot of de wil van goden. Wij mopperen op de artistieke keuze van ‘de scenaristen’ en jammeren dat Amerika weleens aan zijn laatste seizoen bezig kan zijn. Dat is natuurlijk maar scherts, maar het is humor met een ongemakkelijk randje. Zulke uitdrukkingen lijken tekenen van een sluipend besef dat we werkelijk in ons entertainment zijn gaan wonen.

    In mei 2022 werden in Texas op de Robb Elementary School in Uvalde negentien kinderen en twee van hun leraren doodgeschoten. Quinta Brunson, bedenker en hoofdrolspeler van de sitcom Abbott Elementary, deelde op Twitter een dag later een van de vele berichten die ze naar aanleiding van die schietpartij had gekregen: een fan van de serie had haar gevraagd om een verhaallijn over een schietpartij op een school toe te voegen. ‘Mensen bij wie het niet opkomt om meer te eisen van de politici die ze hebben gekozen, maar in plaats daarvan om “entertainment” vragen’, schreef ze op Twitter. ‘Ik kan niet langer vragen “gaat alles wel goed met jullie”, want het antwoord is “nee”.’

    Haar ergernis was begrijpelijk. Toch kun je het moeilijk haar fans verwijten, die uit verdriet om een echte schietpartij troost zochten in een fictieve. Zij zijn inmiddels geconditioneerd om te verwachten dat alles in het nieuws onmiddellijk tot entertainment wordt verwerkt.

    Want er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van. In 2019 kwamen 346 mensen om toen twee vliegtuigen van het type Boeing 737 Max neerstortten. Begin 2020 kopte Variety al: ‘Serie over ramp met Boeing 737 Max in de maak’. In juli 2020 berichtte The Hollywood Reporter dat het volgende grote project van Adam McKay zou gaan ‘over een hyperactueel thema: de wedloop naar een coronavaccin’. In januari 2021 lukte het Reddit-gebruikers om met een gezamenlijke actie de aandelenkoers van de winkelketen GameStop op te drijven. Een week later kondigde MGM aan dat het de filmrechten had verworven op een boekvoorstel over dit verhaal – dus geen boek, maar een voorstel voor een boek. In het metaversum herhaalt de geschiedenis zichzelf, eerst als tragedie en daarna als wrange dramedy op HBO Max.

    Producenten jatten natuurlijk al verhaalideeën van de voorpagina’s van kranten zolang er voorpagina’s bestaan. Het verschil met vroeger is de snelheid en de schaal waarop het tegenwoordig plaatsvindt. Er zijn commerciële redenen voor die manische run op filmrechten. Het is over het algemeen makkelijker om goede ideeën uit de werkelijkheid te halen dan om iets nieuws te verzinnen. Maar de streamingdiensten zouden die series niet blijven maken als er geen mensen naar keken. En het kan verwarrend zijn om ernaar te kijken.

    ‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn’

    Een goede illustratie van de gebruikelijke aanpak in dit nieuwe ‘vers van de pers’-genre is het terugkerende zinnetje aan het begin van elke aflevering van de Netflix-serie Inventing Anna uit 2022: ‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn.’ Inventing Anna is het sterk gefictionaliseerde verhaal van Anna Sorokin (beter bekend onder haar valse naam Anna Delvey), een Russische vrouw die zich als Duitse erfgename voordeed om rijke New Yorkers in te palmen en hun geld af te troggelen. Het is een verhaal over het succes van leugens die zo brutaal waren dat ze ook iets zeggen over sommige vaak verbloemde waarheden: het wensdenken in de financiële wereld en Amerika’s eeuwige kwetsbaarheid voor doortrapte oplichters. 

    Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven

    Inventing Anna is gebaseerd op een reportage uit 2018 van Jessica Pressler in New York Magazine. Van dat artikel, meeslepend geschreven maar trouw aan de waarheid, wordt in de serie een eigen versie gemaakt. Inventing Anna is zowel flitsend als provocerend en scherpzinnig. Het speelt zich af in wat postmodernisten een hyperrealiteit noemen: in verzadigde kleuren, met een razend hoog verteltempo, soms meer videoclip dan drama. En waar de serie je vooral van wil overtuigen, is de gedachte dat een wankele verhouding tussen feit en fictie op zichzelf al leuk is om mee te spelen.

    Dat maakt deze serie representatief. Ook in WeCrashed, Super Pumped: The Battle for Uber, The Dropout en tal van andere series worden nieuwsverhalen omgekat tot mooi verpakt amusement. In Gaslit, Winning Time, A Friend of the Family, Pam & Tommy en American Crime Story gebeurt dat met waargebeurde verhalen uit een verleden dat zo kort geleden is dat je het nog niet echt geschiedenis kunt noemen. Het zijn vaak heel bewuste staaltjes ‘kwaliteits-tv’ en ze zijn vaak ook heel goed: slim script, mooie productie en goede acteurs.

    Voyeurisme 

    Die tv-series hebben ook iets aangenaam voyeuristisch dat zelfs de meest gedetailleerde en best geschreven journalistiek moeilijk kan evenaren. Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven. In een recent reclamespotje belandt één jonge vrouw via de Quest 2-headset van Meta midden in een kluwen footballspelers op het veld, en een andere in het pak van Iron Man. Een serie als The Crown biedt een vergelijkbare ervaring. Daar zitten we ineens bij de koninklijke familie in de slaapkamer. We zien ze ruziën. We zien ze huilen. Het is een biopic over mensen die nog leven.

    Dat voyeurisme kan natuurlijk alleen bestaan bij de gratie van het feit dat deze series niet gebonden zijn aan de regels van non-fictie. Zoals in zoveel series in dit genre gaat een ver doorgevoerd fotorealisme in The Crown gepaard met onbekommerde artistieke vrijheden. Enerzijds is er een tot op de naad nauwkeurige kopie te zien van het weinig verhullende zwarte jurkje, de ‘revenge dress’, waarmee Diana zich in het openbaar vertoonde nadat het overspel van prins Charles aan het licht was gekomen. Anderzijds bevat de serie dialogen, gebeurtenissen en zelfs complete personages die volledig verzonnen zijn. In 2020 kreeg Netflix van de Britse minister van Cultuur het verzoek een disclaimer bij het programma op te nemen dat het in wezen om fictie gaat. Netflix weigerde dat met het argument dat de kijkers dat ongetwijfeld al weten. Maar de directie zal toch ook wel beseffen dat de aantrekkingskracht van de serie er juist in schuilt dat de verzinsels worden opgedist met het aplomb van waargebeurde feiten.

    Afgelopen najaar zat ik met mijn partner naar een aflevering te kijken van Gaslit, over het leven van de door het Watergate-schandaal beroemd geworden Martha Mitchell. We waren onder het kijken allebei ook met onze telefoon in de weer, en op een gegeven moment beseften we dat we allebei hetzelfde aan het doen waren: op Wikipedia kijken of de scène die we net hadden gezien echt gebeurd was. Daar is die serie niet voor bedoeld. Als je naar een programma als Gaslit of The Crown kijkt, word je geacht te weten dat het verhaal wel in grote trekken waar is, maar niet tot in elk detail. Het is niet de bedoeling dat je je gaat afvragen waar het verschil zit tussen non-fictie en een ‘licht’ gefictionaliseerd verhaal. En al helemaal niet dat je op Wikipedia de serie die je op Starz ziet aan de historische feiten gaat toetsen. 

    Nu protesteert de tv-liefhebber in mij en zegt vergoelijkend: het is ook maar tv. Het is maar voor de lol. En dat is ook zo. Ik heb van Gaslit genoten. En toen Uma Thurman in Super Pumped als Arianna Huffington werd gecast en blijkbaar maar één regieaanwijzing kreeg (‘hoe theatraler, hoe beter’), kon ik mijn ogen niet van het scherm houden. Maar per saldo beginnen zulke series toch ons gevoel te ondermijnen voor wat echt waar is en wat erbij werd verzonnen, of juist weggelaten, om er een smeuïg verhaal van te maken.

    Neem het Theranos-schandaal. Journalisten deden nauwgezet verslag van het bedrijf van Elizabeth Holmes terwijl de gebeurtenissen zich ontvouwden, vooral in The Wall Street Journal, en de hele opkomst en ondergang van haar leugens werd door een verslaggever van die krant, John Carreyrou, meesterlijk beschreven in zijn boek Bad Blood. Maar al dat bedrog blijkt zo fascinerend te zijn dat het nu ook onderwerp is van een documentaire, van de true-crimepodcast The Dropout, van een miniserie op Hulu die ook The Dropout heet, en binnenkort van een op Carreyrous boek gebaseerde bioscoopfilm van Adam McKay die ook Bad Blood heet. Je kunt het de consument van al dit nieuws en entertainment niet kwalijk nemen als die niet meer precies weet waar ze haar kennis nu vandaan heeft – en of die kennis op feiten of slechts op fictie berust.

    En bizar genoeg is deze hele fictionalisering van het Theranos-debacle nu ook al een rol gaan spelen in de niet-fictieve verhaallijn. In de rechtszaak tegen voormalig Theranos-directeur Sunny Balwani moesten in maart 2022 twee juryleden worden vervangen omdat ze afleveringen van The Dropout hadden gezien, wat hun mening over de in de rechtszaak behandelde feiten kon beïnvloeden. 

    Nieuws en entertainment

    In de jaren negentig maakten mediacritici zich – terecht – zorgen dat het nieuws te veel entertainment werd, of het nu ging om de schreeuwpartijen in het praatprogramma Crossfire, de sensatiezucht van nieuwsprogramma’s als Dateline of de overspannen aandacht voor de berechting van O.J. Simpson. Toen kwam de opkomst van entertainment dat zich voordeed als nieuwsprogramma en daar voor veel kijkers ook mee samenviel: Jon Stewart, Stephen Colbert, Samantha Bee. De kritiek dat nieuwszenders zich blindstaren op kijkcijfers of dat te veel kijkers het journaal hebben verruild voor The Daily Show klinkt inmiddels achterhaald. Het onderscheid is praktisch verdwenen: het nieuws is entertainment geworden en entertainment is het nieuws geworden.

    ANP 453254515
    Bezoekers nemen deel aan een virtual reality (VR) game op de Thailand Metaverse Expo 2022 in Bangkok. – © EPA/Rungroj Yongrit / ANP

    In januari 2021 kondigde het Britse televisienetwerk Sky aan dat Kenneth Branagh de rol van Boris Johnson zou spelen in een miniserie over de pandemie. Toen Branagh in september 2022 de vraag kreeg of het niet onlogisch was, zo’n tv-serie over een historische crisis die nog niet voorbij was, ging hij daartegen in. ‘Volgens mij zijn dit bijzondere gebeurtenissen,’ zei hij, ‘en het behoort ook tot onze taak om daar aandacht aan te geven.’

    De pandemie die al meer dan tweehonderdduizend Britten het leven heeft gekost en de premier die zich stuntelend een weg door de catastrofe baande, hebben aan aandacht van de BBC en The Times bepaald geen gebrek gehad. Maar Branaghs opmerking was veelzeggend. De opkomst van deze hyperrealistische tv-series valt samen met de neergang van de instellingen die van oudsher verslag doen van de wereld zoals die is. De journalistiek moet machteloos toezien hoe deze semifictie nu terrein verovert. We zijn stilaan gewend geraakt aan de gedachte dat iets niet echt gebeurd is zolang er geen tv-serie of film over is gemaakt. We halen de schouders op als er groot nieuws is: we wachten wel op de miniserie. En we gaan er klakkeloos van uit dat de daarin gepresenteerde versie van de werkelijkheid waar is – behalve de delen die volledig verzonnen zijn.

    Waardenstelsel

    Halverwege de vorige eeuw voltrok zich volgens historicus Warren Susman een grote verandering. Het Amerikaanse normen- en waardenstelsel had tot die tijd altijd de nadruk gelegd op een verzameling eigenschappen die je kunt samenvatten onder de noemer ‘karakter’: eerlijkheid, vlijt en plichtsgevoel. Met de opkomst van de massamedia veranderde dat, schrijft Susman. In de mediabewuste en op consumptie gerichte maatschappij die Amerikanen toen opbouwden, werd steeds meer waarde gehecht aan – en kwam dus ook meer vraag naar – wat Susman ‘persoonlijkheid’ noemt: charme, innemendheid, het vermogen om mensen te vermaken. ‘De sociale rol die iedereen in de nieuwe persoonlijkheidscultuur geacht werd te spelen was die van de performer’, schrijft Susman. ‘Elke Amerikaan moest leren zichzelf te spelen.’

    Die behoefte is er nog steeds. Maar inmiddels gaat het niet meer alleen om charme in onderling contact, maar om het vermogen die charme op een groot publiek over te brengen. De sociale media hebben van ons allemaal echte podiumkunstenaars gemaakt. ‘De wereld is een schouwtoneel’ was ooit beeldspraak. Tegenwoordig is het een feitelijke beschrijving van het leven in het metaversum. Zoals journalist Neal Gabler al voorzag in zijn boek Life: The Movie is performen – als taal maar ook als norm – tot praktisch alle facetten van ons dagelijks leven doorgedrongen.

    Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is

    H&M beloofde zijn klanten in een reclamecampagne onlangs dat ‘jij in elke dag de hoofdrol speelt’. Mijn partner boekte laatst een hotelkamer voor een weekendje weg. De e-mail waarin de boeking werd bevestigd bevatte de mededeling dat zijn verblijf hem zou helpen ‘je verhaal verder vorm te geven’. Mijn iPhone heeft inmiddels de gewoonte om door mij gemaakte foto’s en video’s samen te voegen tot kleine films. De software voegt er zelfs automatisch een soundtrack aan toe. En die filmpjes dienen zich spontaan aan. Laatst werd ik getrakteerd op een diapresentatie van foto’s die ik van mijn hond had genomen, met vioolmuziek die zo uit een geschiedenisdocumentaire leek te komen. De reden is natuurlijk puur commercieel. Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is. Een leven zo rijk dat de filmrechten worden opgekocht: de nieuwe Amerikaanse droom.

    Of de nieuwe Amerikaanse nachtmerrie. Op Twitter is ‘hoofdpersoon’ al een aanduiding voor wie daar de pispaal van de dag is. De mensen die naar zo iemand uithalen, vaak in felle bewoordingen, reageren soms op echte maar soms ook alleen op vermeende misstappen van die persoon, die ze zelf niet kennen. Hoe dan ook geven ze blijk van wat de psycholoog John Suler het online-ontremmingseffect noemt: de neiging van mensen om in de digitale ruimte gedrag te vertonen waaraan ze zich offline nooit zouden bezondigen. Wellicht komt die ontremming voort uit de gedachte dat de digitale wereld anders is dan de ‘echte’, of uit een gevoel dat er bij online-uitwisselingen niet zo veel op het spel staat. Maar het resultaat is soms dat de mensen aan de andere kant van het scherm worden bejegend alsof het helemaal geen mensen zijn – alsof ze niet echt zijn.

    Op een dag in juli 2022 zat Lilly Simon in de New Yorkse metro toen iemand haar zonder dat ze het wist begon te filmen. Het apenpokkenvirus was in die tijd door de WHO net tot wereldwijd gevaar uitgeroepen en waarde rond in de stad. Simon heeft een genetische aandoening waardoor er tumoren groeien aan haar zenuwuiteinden, die soms zichtbaar zijn op haar huid. Ze zijn meestal goedaardig, maar kunnen pijnlijke complicaties opleveren. En ze zijn niet besmettelijk. De persoon die haar filmde wist dat allemaal niet. Die zoomde gewoon in op haar benen en armen, trok daar conclusies uit en plaatste de uitkomst van dat ‘onderzoek’ op TikTok. Toen Simon daarvan hoorde, plaatste ze zelf een filmpje met een reactie. ‘Ik laat jullie de jaren van therapie en behandelingen niet ongedaan maken die ik heb doorstaan om hiermee te leren leven,’ zei ze. Al snel ging haar filmpje viraal, werd het andere filmpje verwijderd en kon Simon The New York Times een interview geven over die hele ervaring.

    Min of meer een happy end dus, van wat toch een akelig verhaal is over hoe het leven in het metaversum eruit kan zien: iemand die nietsvermoedend op weg is naar haar werk wordt tegen haar zin tot hoofdpersoon gebombardeerd van een film waarvan ze niet eens wist dat ze erin zat. De dynamiek is doodsimpel en ontluisterend. De mensen op ons scherm zien eruit als personages, dus beginnen we ze ook als personage te bejegenen. En personages zijn uiteindelijk toch vervangbaar. Ze dienen slechts het verhaal. Zodra we ze niet meer nodig hebben, kunnen we ze eruit schrijven.

    De ontremming mag dan in de onlinewereld beginnen, maar blijft daar niet toe beperkt. De dystopische kanten van het metaversum hebben ook politieke implicaties, zij het niet precies op de manier die de profetische romanschrijvers uit de vorige eeuw voor ogen hadden. Zij stelden zich een bevolking voor die met oppervlakkig entertainment werd zoet gehouden. Ze hielden geen rekening met de mogelijkheid dat het telescherm mensen juist zou aanzetten tot politiek geweld.

    Mijn collega Tom Nichols heeft betoogd dat de deelnemers aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 in grote mate gedreven werden door verveling – en door het gevoel dat ze er recht op hadden de held te worden in hun eigen Amerikaanse Revolutie. Wie de gebeurtenissen die dag live op tv heeft gevolgd, moet zijn opgevallen hoeveel plezier de bestormers hadden in hun plundering. Ze poseerden voor (belastende) foto’s. Ze maakten livestreams van de vernielingen voor hun volgers. Ze speelden opstandje voor Insta. Een opvallend groot aantal oproerkraaiers ging gekleed als superheld. Sommigen hadden een campagnevlag van Trump om de hals gebonden, die als een cape achter ze aan fladderde terwijl ze plunderend door het gebouw trokken.

    Een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het goed past bij het metaversum

    Sommige oproerkraaiers hadden zich verkleed als helden uit een ander fictief universum: niet dat van Marvel of DC, maar QAnon. De oorsprong van die complottheorie is ingewikkeld en er zijn verschillende verklaringen voor de blijvende aantrekkingskracht ervan. Maar een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het zo goed past bij het metaversum. De QAnon-aanhangers hebben zich zo diep teruggetrokken in hun eigen bubbel dat ze in een universum van fictie leven. Ze geloven vooral in de anonieme serieproducent die de werkelijkheid schrijft, regisseert en produceert en af en toe een intrigerende hint laat vallen over wat er in de volgende aflevering te gebeuren staat. De held van deze serie is Donald Trump, de man die misschien wel als geen ander in onze geschiedenis een meester is in de kunst van manipulatie via televisie. De schurken in dit verhaal zijn de vertegenwoordigers van de ‘deep state’, duizenden pedofiele onmensen die het met elkaar gemunt hebben op de kinderen van Amerika.

    Ook de pogingen om de aanstichters van de bestorming ter verantwoording te roepen zijn ons als entertainment voorgeschoteld. ‘Hoorzittingen 6 januari kunnen realityblockbuster van de zomer worden’ luidde de kop van een opiniestuk bij CNN in mei 2022. De impliciete boodschap was dat de hoorzittingen een flop zouden zijn als ze niet genoeg kijkers trokken. ‘LOL niemand kijkt hiernaar’ zette een van de Republikeinse commissieleden tijdens de uitzending van de hoorzittingen op Twitter, om de indruk te wekken dat het zo’n kijkcijferflop was.

    Manipulatie van verkiezingen

    Dat de strijd tegen nepnieuws belangrijk is bewijst de ontmaskering half februari van ‘Jorge’.

    Dankzij samenwerking van dertig media, waaronder The Guardian, Le Monde, Der Spiegel en El País, werd ‘Jorge’ min of meer op heterdaad betrapt door een team van drie undercoverjournalisten die zeiden gebruik te willen maken van zijn diensten: de duistere kunst van politieke manipulatie. Gespecialiseerd in geheime politieke operaties, bereidde ‘Jorge’ vier weken voor de Nigeriaanse presidentsverkiezingen in 2015 een reis naar het Afrikaanse land voor. Op 17 januari dat jaar vroeg hij per mail om informatie aan Cambridge Analytica: het beruchte politieke adviesbureau dat meewerkte aan illegale manipulatie van de gegevens van miljoenen Facebook-gebruikers ten behoeve van de Trump-campagne in 2016.

    ‘Jorge’ werkte met Cambridge Analytica aan een geheim plan om Afrika’s grootste democratie te manipuleren en om de zittende Nigeriaanse president Goodluck Jonathan herkozen te krijgen. Dat mislukte, maar het lukte ‘Jorge’ aanvankelijk wel om door media-manipulatie de Nigeriaanse verkiezingen uitgesteld te krijgen. ‘Jorge’ werd door The Guardian en mediapartners ontmaskerd als Tal Hanan, een hacker- en desinformatiespecialist die opereert vanuit Israël. Hij noemt zijn groep ‘Team Jorge’ en beweert ‘namens klanten’ in het geheim te hebben gewerkt aan meer dan 33 verkiezingscampagnes op ‘presidentieel niveau’.

    Maar de hoorzittingen flopten niet. Integendeel, de eerste trok zo’n twintig miljoen kijkers – vergelijkbaar met die van een uitzending van Sunday Night Football. En dat kijkcijfersucces was deels te danken aan het feit dat de commissie er zulke boeiende tv van wist te maken. Er werden welbespraakte en in veel gevallen telegenieke getuigen opgeroepen. Uit de wanordelijke hoeveelheid informatie van elke dag werd steeds een begrijpelijke verhaallijn gedestilleerd. De hele productie was zo’n succes dat The New York Times de hoorzittingen op de lijst van de beste tv-programma’s van 2022 zette.

    De commissie begreep dat de mensen alleen interesse zouden hebben in de gebeurtenissen van 6 januari 2021 – interesse in de meest grootschalige poging tot een staatsgreep in de Amerikaanse geschiedenis – als het geweld en landverraad van die dag vertaald werden in die universele Amerikaanse taal: een goeie show.

    In september 2022 zette Ron DeSantis, gouverneur van Florida, een groep asielzoekers op het vliegtuig. Ze kregen te horen dat ze naar een plek werden gevlogen waar ze onderdak, financiële ondersteuning en werk zouden krijgen. In werkelijkheid vlogen de toestellen naar Martha’s Vineyard, het rijke vakantie-eiland boven New York, waar de verblufte migranten niets anders wachtte dan de al even verblufte lokale bewoners. Maar die bewoners gaven hun wel voedsel en onderdak. Asieladvocaten schoten te hulp. Journalisten bemachtigden de brochure die aan de asielzoekers was uitgedeeld en maakten bekend met welke valse beloften deze mensen hier als zetstuk waren gebruikt.

    Opgestookt door tv

    Het hele ‘stuur ze naar Martha’s Vineyard’-plan was opgestookt door de tv. Toen de Texaanse gouverneur Greg Abbott migranten begon af te voeren naar plekken waar ze naar zijn idee ten laste zouden komen van Democratische kiezers, werd ‘migranten verkassen’ een terugkerend gespreksthema op Fox News, met name in de ontbijtshow Fox & Friends. De presentatoren bleven maar grappen maken over de vervoermiddelen waarmee mensen naar Martha’s Vineyard gebracht konden worden. Die grap werd zo vaak herhaald dat, zoals je wel vaker ziet, de grap een plan werd en dat plan vervolgens werkelijkheid, zodat wanhopige en misleide asielzoekers als een Amazon Prime-pakketje werden verstuurd naar een eiland dat was uitgekozen omdat Barack Obama er zijn vakanties doorbrengt.

    En al resulteerde die hele show alleen maar in beelden van een plaatselijke bevolking die zijn best deed om mensen in nood te helpen, het leidde bij de producenten niet tot zelfkritiek, maar tot de aankondiging van nog meer theater. Senator Ted Cruz, wiens vader toevallig als vluchteling naar de VS was gekomen, kondigde aan dat een groep asielzoekers naar de plek zou worden gebracht waar Joe Biden zijn vakanties doorbrengt. (‘Volgende keer naar Rehoboth Beach, Delaware,’ zei hij.) Ook Abbott voerde weer migranten af uit Texas: ditmaal liet hij ze afzetten voor de woning van vicepresident Kamala Harris in Washington. En de commissie van Republikeinse senatoren deed er nog een schepje bovenop met het toevoegen van publieksparticipatie aan de show: in een e-mail om fondsen te werven werd kiezers gevraagd wat de volgende bestemming moest zijn waar Republikeinse gouverneurs migranten naartoe moesten ‘verkassen’.

    ‘Het doel van de propagandist’, schrijft Aldous Huxley, ‘is om een groep mensen te laten vergeten dat andere groepen mensen ook mensen zijn.’ Donald Trump had de neiging zijn tegenstanders collectief als ‘kwaadaardige, afschuwelijke’ mensen weg te zetten. De beeldspraak is er sindsdien alleen maar hallucinanter op geworden. In september 2022 hield het Congreslid Marjorie Taylor Greene een zaal vol jongeren voor dat haar Democratische collega’s ‘een soort schepsels van de nacht zijn, zoals heksen, vampiers en grafrovers’.

    Het lijkt misschien bespottelijk, maar het dient een doel. Dit taalgebruik is bedoeld om te ontmenselijken. En het heeft effect. Het Public Religion Research Institute publiceerde vorig jaar een onderzoek naar de invloed van QAnon op het denken van Amerikanen. Bijna twintigduizend geënquêteerden werd de vraag voorgelegd of ze het eens waren met de QAnon-gedachte dat ‘overheid, media en de financiële wereld in handen zijn van pedofiele Satan-aanbidders’. Zestien procent, bijna een zesde, antwoordde ja.

    In 1985 schetste cultuurcriticus Neil Postman in zijn boek Amusing Ourselves to Death een land dat zich verliest in entertainment. Wat Newton Minow in 1961 ‘een onafzienbaar braakland’ had genoemd, was in de Reagan-tijd volgens Postman uitgemond in wat hij ‘het totale afglijden in banaliteit’ noemde. Hij zag een publiek dat gezag verwart met beroemdheid en dat politici, geestelijk leiders en docenten niet beoordeelt op hun wijsheid, maar op hun vermogen om mensen te vermaken. Hij vreesde dat die grensvervaging zou voortduren. Hij was bang dat het onderscheid dat aan alle andere ten grondslag ligt, dat tussen feit en fictie, aan die vaagheid ten onder zou gaan.

    Eind 2022 onthulde The New York Times dat George Santos, die net door Long Island in het Huis van Afgevaardigden was gekozen, niet alleen zijn cv had verzonnen of aangedikt (een maar al te bekende politieke zonde), maar zijn complete levensverhaal. Hij had zich in feite als een fictief personage verkiesbaar gesteld, en gewonnen. De hele en halve leugens die hij had opgedist over zijn opleiding, zijn arbeidsverleden, zijn werk voor goede doelen en zelfs zijn geloofsovertuigingen, waren van een verbijsterende brutaliteit. En ze werden ook veelal afgedaan met een collectief schouderophalen. ‘Iedereen liegt zijn cv bij elkaar,’ zei een van zijn kiezers tegen de The New York Times. Een ander beweerde nog steeds achter hem te staan: ‘Mij heeft hij nooit voorgelogen,’ zei ze. Reacties die doen denken aan die voormalige Obama-kiezer die in 2016 in Politico uitlegde waarom hij van kamp was veranderd: ‘Trump is tenminste leuk om naar te kijken.’

    Daar wordt de grootste angst van Postman bewaarheid. En die van Hannah Arendt. Uit haar analyse van samenlevingen in de greep van totalitaire dictators (de maar al te reële dystopieën van halverwege vorige eeuw) maakte Arendt op dat de ideale onderdanen van zo’n regime niet de fervente aanhangers zijn die geloven in de goede zaak, maar juist de mensen die alles en niets geloven: mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie niet meer bestaat.

    Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers

    Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers. In 2020 maakte een oud-ambtenaar van Volksgezondheid zich zorgen dat ‘de kijkers het na nog een seizoen wel gehad hebben met corona’. Die zorg bleek terecht: de Amerikanen hebben grote moeite met een pandemie die zich niet wil houden aan een keurige verhaalopbouw: een overzichtelijk plot met een climax waar iedereen gelouterd uit komt.

    Het leven in het metaversum brengt een schrijnende tegenstrijdigheid met zich mee. Nooit eerder konden we zo veel informatie over onszelf met zo veel anderen delen. En zoals uit het ene na het andere onderzoek blijkt: nooit hebben we ons méér alleen gevoeld. Op zijn best kan fictie ons vermogen vergroten om de wereld door andermans ogen te zien. Maar fictie kan ook vervlakkend werken. Denk bijvoorbeeld aan al die Amerikanen die in de donkerste dagen van de pandemie het dragen van een mondkapje maar bleven betitelen als ‘deugpronken’ – geen echte ziektebestrijdingsmaatregel, maar het uitdragen van een politiek standpunt. Of denk aan al die echt gebeurde drama’s – schietpartijen op scholen, gezinnen die door een hardvochtige overheid uit elkaar worden gehaald – die door commentatoren worden afgedaan als het werk van ‘acteurs’. In een normaal functionerende maatschappij staat de mededeling ‘ik ben een echt mens’ buiten kijf. In de onze moet je maar hopen dat iemand je gelooft.

    Onze weelde, onze last

    Dit kan weleens het punt zijn waar ons de draad van het verhaal uit handen glipt. Dit kan het sombere slot worden van America: The Limited Series. Maar misschien is het nog niet te laat om te doen waar de inwoners van de fictieve dystopieën niet in slaagden: opkijken van het scherm en elkaar en de wereld zien zoals die zijn. Ons door het entertainment laten meeslepen, maar niet opsluiten. 

    ‘Worden jullie niet vermaakt?’ brult Maximus, de held van de film Gladiator, tegen de Romeinse menigte voor wie zijn pijn hun vertier is. Misschien kunnen we zowel in de gevangengenomen strijder als in de toeschouwers iets van onszelf zien. We voelen zijn terechte woede. We herkennen het plezier dat zij beleven. Nooit eerder werden we zo met vermaak overladen als nu. Dat is onze weelde – en onze last.

  • Dossier: Bonheur

    Dossier: Bonheur

    Er komt maar geen einde aan de crises die elkaar opvolgen en door elkaar heen lopen. Pandemie. Oorlog. Brute repressie. Inflatie. Migratie. Klimaatschade. Het is om moedeloos van te worden.

    Maar ondanks alles wat ons overkomt, blijven we zoeken naar een zekere vorm van welbevinden. Misschien dat deze aanbevelingen uit de buitenlandse pers voor een betere (innerlijke) wereld een zetje in de rug kunnen zijn.

    1. Onverschrokken passie
    2. Recepten voor geluk volgens de buitenlandse pers
    3. Veerkracht in uitzonderlijke tijden
    4. Klassieke oplossingen voor moderne malaise
  • Dossier: Opkomen voor waardigheid

    Dossier: Opkomen voor waardigheid

    Menselijk offer

    Samenscholingen die met geweld uiteen worden gedreven, verklaringen die met zware sancties worden bestraft, activisten die worden gevangengezet, gemarteld en soms zelfs geëxecuteerd of opgehangen.

    Van Iran tot Rusland, van Marokko tot Hongkong, overal wordt het recht om te demonstreren van overheidswege hard de kop ingedrukt. Het aantal mensen dat een politiek, sociaal en menselijk offer heeft moeten brengen is indrukwekkend. 360 maakte samen met Courrier International en Amnesty International een schrijnend dossier.

    » 1. Riffijns in hart en nieren

    » 2. ‘Het enige perspectief op vrijheid is ballingschap’

    » 3. Belachelijke beschuldigingen & meer

  • George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    Deze crisis is een kans om onze economie te hervormen en in dienst te stellen van de mens. We hebben een ecologisch pact nodig, betoogt de Britse schrijver en klimaatactivist.

    Keuze uit het archief

    Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, kwam eerder deze week met een rapport, waarin stond dat de aarde sinds 1990 ‘onomstotelijk’ door mensen is opgewarmd. De schade aan ecosystemen neemt toe en wie nu jong is zal over enkele decennia in een wereld leven waar de gevolgen van klimaatverandering steeds zwaarder gevoeld worden. Een alarmerend rapport, dat dit betoog van George Monbiot uit 2021 in de Guardian weer relevant maakt.

    ‘Niet Reanimeren’. Dat kaartje moet je de olie-, luchtvaart- en auto-industrie bij zich laten dragen. Overheden zouden aan het personeel van die bedrijven financiële steun moeten verlenen en tegelijkertijd de economie moeten veranderen om nieuwe banen in andere sectoren te creëren. Ze zouden alleen die sectoren overeind moeten houden die bijdragen aan het voortbestaan van de mensheid en de rest van de levende wereld. Ze zouden vervuilende industrieën moeten opkopen en die ombouwen tot schone technologieën, of doen wat ze vaak roepen maar nooit echt willen doen: het aan de markt overlaten. Met andere woorden: die bedrijven failliet laten gaan.

    Dit is onze tweede grote kans om de dingen anders te doen. Misschien wel onze laatste kans. De eerste, in 2008, werd spectaculair verknald. Grote hoeveelheden publiek geld werden uitgegeven om de vervuilende oude economie weer op te tuigen en tegelijkertijd werd ervoor gezorgd dat het geld in handen van de rijken bleef. Nu lijken veel overheden vastbesloten om die rampzalige vergissing te herhalen.

    Genationaliseerd risico

    De ‘vrije markt’ is altijd een product van overheidsbeleid geweest. Als de antitrustwetten zwak zijn, blijven slechts een paar molochs over en gaat de rest kapot. Als vervuilende industrieën strak gereguleerd worden, bloeien schone industrieën op. Zo niet, dan winnen de snelle jongens. Maar ondernemingen in kapitalistische landen zijn nu afhankelijker van de overheid dan ooit. Veel grote industrieën kunnen voor hun voortbestaan niet zonder de staat. Overheden hebben de olie-industrie in hun macht – de sector zit met honderden miljoenen onverkoopbare vaten in zijn maag – net zoals ze in 2008 de banken in hun macht hadden. Destijds hebben die overheden niet hun macht gebruikt om de sociaal destructieve praktijken van die sector met wortel en tak uit te roeien en de banken weer op te bouwen rondom de behoeften van de mens. En nu maken ze dezelfde fout.

    De Bank of Engeland heeft besloten om schulden op te kopen van oliebedrijven zoals BP, Shell en Total. De overheid heeft EasyJet zelfs 600 miljoen Britse pond geleend, ook al had het bedrijf nog maar een paar weken daarvoor 171 miljoen Britse pond in dividenden uitgekeerd: de winst is geprivatiseerd, het risico is genationaliseerd. De eerste reddingsoperatie van de VS hield onder meer 25 miljard dollar voor de luchtvaartmaatschappijen in. Al met al heeft die reddingsoperatie tot gevolg dat zo veel mogelijk olie in strategische oliereserves wordt opgeslagen en milieuwetten van tafel worden geveegd, terwijl duurzame energie wordt geboycot. Verscheidene Europese landen proberen hun luchtvaartmaatschappijen en autofabrieken te redden.

    ‘We hebben de consumptie te veel gestimuleerd’

    Je moet ze niet geloven als ze zeggen dat ze dat doen voor je bestwil. Een recent onderzoek door Ipsos in veertien landen laat zien dat 65 procent van de mensen wil dat bij het economische herstel de klimaatverandering prioriteit krijgt. Overal moet het electoraat de overheid zien over te halen om te handelen in het belang van het volk, in plaats van in het belang van de bedrijven en miljardairs die erin investeren en ervoor lobbyen. Het is een voortdurende democratische uitdaging om de nauwe banden te verbreken tussen politici en de economische sectoren die zij zouden moeten reguleren, of in dit geval zouden moeten sluiten.

    gettyimages 1223526592 1
    Op Avalon Airport in Melbourne staan de vliegtuigen aan de grond, als gevolg van de covid-19-maatregelen. – © Ingrid Hendriksen / Getty

    Zelfs als het parlement zich als pleitbezorger daarvoor probeert  op te werpen, zijn de pogingen vaak te zwak en naïef. De brief die een groep parlementsleden uit meerdere partijen aan de regering heeft geschreven, waarin ze vragen om aan de steun aan luchtvaartmaatschappijen de voorwaarde te verbinden dat ze ‘meer doen om de klimaatcrisis aan te pakken’, zou ook in 1990 geschreven kunnen zijn. De luchtvaart is inherent vervuilend. Er zijn geen realistische maatregelen die ook maar op de middellange termijn een significant verschil kunnen maken. 

    We weten nu dat de vraag van parlementsleden om de CO2-uitstoot te normeren zinloos is: iedere economische sector moet zijn uitstoot van broeikasgassen maximaal beperken, dus het verplaatsen van de verantwoordelijkheid van de ene sector naar de andere lost niets op. De enige effectieve hervorming is het verminderen van vluchten. Alles wat de inkrimping van de luchtvaartindustrie verhindert, verhindert de reductie van de vervuilende effecten.

    De crisis laat ons even zien hoeveel we moeten doen om af te stappen van de huidige, rampzalige koers. Ondanks de grote veranderingen die we al hebben doorgevoerd, zal de mondiale CO2-uitstoot slechts met 5,5 procent per jaar dalen. Een VN-rapport laat zien dat we, om een stijging van de opwarming van de aarde met 1,5 graad of meer te voorkomen, de komende tien jaar de uitstoot met 7,6 procent per jaar moeten verminderen. 

    Met andere woorden, de lockdown toont aan dat het effect van individuele acties beperkt is. Minder reizen helpt, maar is niet voldoende. Om de benodigde vermindering te bewerkstelligen is een structurele verandering noodzakelijk. Dat betekent een totaal nieuw industriebeleid, vormgegeven en geleid vanuit de overheid.

    Overbodig gereis

    Overheden als die van het Verenigd Koninkrijk zouden hun wegenbouwplannen moeten schrappen. In plaats van luchthavens uit te breiden moeten ze ervoor zorgen dat het aantal vluchten wordt beperkt. Ze moeten zich expliciet committeren aan het beleid om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.

    Tijdens de pandemie beginnen velen van ons in te zien dat veel van ons gereis overbodig is. Overheden kunnen hierop voortborduren door plannen te maken voor het inperken van de noodzaak tot reizen en te investeren in lopen, fietsen en – als het afstand houden minder noodzakelijk wordt – het openbaar vervoer. Dat betekent bredere trottoirs, betere fietspaden en buslijnen die niet worden geëxploiteerd om winst te maken maar om een dienst te verlenen. Ze zouden veel moeten investeren in groene energie en nog meer in het terugbrengen van de energievraag – door bijvoorbeeld woningisolatie en zuinigere verwarming en verlichting.

    De pandemie laat zien dat de inrichting van een buurt verbeterd moet worden, met minder ruimte voor auto’s en meer ruimte voor mensen. Ook wordt duidelijk dat we een soort veiligheid willen die een land met een lichte belastingdruk en een gedereguleerde economie niet kan bieden.

    Met anderen woorden, het wordt tijd voor waar veel mensen al lang vóór deze ramp om vroegen: een nieuw, groen beleid. Maar laten we het alsjeblieft niet langer een stimuleringsplan noemen. We hebben de afgelopen honderd jaar de consumptie te veel gestimuleerd en daarom worden we nu geconfronteerd met een milieuramp. Laten we het een overlevingsplan noemen, waarvan het doel is dat iedereen een inkomen heeft, de 
    welvaart wordt verdeeld en rampen worden voorkomen, zonder dat een voortdurende economische groei wordt gestimuleerd. Red mensen, geen bedrijven. Red de levende wereld, niet de vervuilers. Laten we onze tweede kans niet verknallen.