Tag: drones

  • Oekraïne gebruikt houten lokwapens om Rusland te verleiden raketten te verspillen

    Oekraïne gebruikt houten lokwapens om Rusland te verleiden raketten te verspillen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Miljoenen getroffen door overstromingen in Pakistan, meer dan duizend doden

    » Levensverwachting VS is scherp gedaald sinds pandemie

    Rusland heeft al minstens 10 kruisraketten verspild

    Oekraïne gebruikt naar verluidt houten dummy’s van geavanceerde Amerikaanse raketsystemen om Rusland te verleiden zijn raketten aan hen te verspillen. Volgens The Washington Post trokken nepversies van door de VS geleverde raketlanceersystemen ten minste tien Russische Kalibr-kruisraketten. Als reactie voert Oekraïne zijn productie van replica’s verder op in een poging Moskou te verleiden zijn dure langeafstandsraketten op nepdoelen af te vuren.

    ‘Wanneer onbemande vliegtuigjes de neplanceersystemen zien, lijken ze net een vipdoelwit,’ vertelde een hooggeplaatste Oekraïense functionaris aan de krant. Russische drones spotten de replica’s van langeafstandsartillerie, en geven de locatie van de dummy door aan de marine.

    Sinds het begin van de oorlog heeft Rusland herhaaldelijk opgeschept dat het vele door de VS vervaardigde raketten heeft vernietigd, waaronder Himars-raketsystemen. De VS hebben deze beweringen als ‘overduidelijk onjuist’ bestempeld.

    Lees ook:

  • Het einde van de logge, dure tank. Vanaf nu gaat oorlogsvoering heel anders worden

    Het einde van de logge, dure tank. Vanaf nu gaat oorlogsvoering heel anders worden

    De mislukte Russische invasie illustreert de tanende macht van zwaar en duur militair materieel. Volgens experts is de bloedige strijd in Oekraïne ‘misschien wel de laatste oorlog met twintigste-eeuwse legers’.

    Bijna tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is het opvallend hoe dat conflict ons nog altijd achtervolgt. Zo is de historische erfenis groot; denk bijvoorbeeld aan politici die zichzelf vergelijken met Churchill, of aan de angst voor Duitse macht binnen Europa.

    Maar de Russische invasie in Oekraïne maakt duidelijk dat we ook op andere terreinen nog steeds in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog leven. Het Russische leger vertoont bijvoorbeeld veel gelijkenissen met de grote legers uit de vorige eeuw. De grondtroepen van het land zijn opgebouwd rond grote aantallen zware pantservoertuigen, waarvan tanks de bekendste zijn, en concentraties zware artillerie. Zoals de Duitse Wehrmacht plannen had om de Sovjet-Unie in 1941 aan te vallen, dachten de Russen met hun grote kanonnen gaten in de Oekraïense linies te kunnen schieten, om vervolgens tanks en gepantserde voertuigen met manschappen door de gaten te sturen en snel op te rukken. Daarbij zouden ze worden ondersteund door Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers. De Russische marine, met haar grote schepen die qua vorm en afmetingen niet veel verschillen van de exemplaren die zich begin twintigste eeuw in de Stille Oceaan of de Noord-Atlantische Oceaan bevonden, werd gezien als een strijdmacht die in staat was een amfibische aanval op de Oekraïense kust uit te voeren, ongeveer zoals de Geallieerden deden op D-Day in juni 1944.

    We weten nu dat het allemaal niet zo is gelopen als Moskou had gepland. Ten dele is dit te wijten aan fundamentele tekortkomingen van het Russische leger, die op allerlei manieren aan het licht zijn gekomen. Maar we moeten ook niet voorbijgaan aan een grotere verandering die plaatsvindt, en die grote invloed heeft op zowel de strategie als de verwachtingen van strijdkrachten overal ter wereld.

    Nieuwe strijdmiddelen

    De mislukte Russische invasie en de opmerkelijke vastberadenheid waarmee Oekraïne terugvecht, laten zien dat de macht van zware en dure militaire machtsmiddelen tanende is. Ze kunnen namelijk inmiddels worden bestreden met snellere, gemakkelijker te gebruiken en – cruciaal – goedkopere systemen. Tanks, gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen raken in onbruik en maken plaats voor nieuwe strijdmiddelen. In feite zijn we in Oekraïne misschien wel getuige van de laatste oorlog met twintigste-eeuwse legers.

    Deze overgang is het duidelijkst bij de tank, sinds de Tweede Wereldoorlog koning van het slagveld ter land. Ten tijde van de invasie in februari had Rusland niet alleen een aanzienlijk numeriek voordeel op Oekraïne wat betreft het aantal tanks, maar ook een kwalitatief voordeel: de Russische tank werd beschouwd als een van de beste ter wereld. Maar het liep uit op een massale ‘tankslachting’: de verliezen aan Russische tanks lopen uiteen van zevenhonderd tot twaalfhonderd op een totaal van de misschien vijftienhonderd stuks die aanvankelijk werden ingezet voor de invasie.

    De kwetsbaarheden van de tank – hij is voor veel soorten terrein ongeschikt, niet in staat flexibel te bewegen en allesbehalve onopvallend – zijn al jaren bekend, maar tot deze oorlog vormden ze schijnbaar geen groot probleem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Duitsers een uitstekend, goedkoop en handzaam antitankwapen, bijgenaamd de Panzerfaust, tot grote schrik van de Amerikaanse, Britse en Sovjet-tankbemanningen. Maar de Panzerfaust had aanvankelijk een effectief bereik van slechts dertig meter, wat tegen het einde van de oorlog was verbeterd tot hooguit honderd meter. Als een soldaat met een Panzerfaust miste – of zelfs als hij wel raakte –, was de kans groot dat hij zijn aanval niet zou overleven. In Oekraïne worden nu Russische tanks uitgeschakeld op afstanden van drie kilometer of meer, door kleine groepjes goed gecamoufleerde Oekraïense soldaten die draagbare antitankwapens gebruiken.

    Door Oekraïense Stinger-raketten kunnen Russische piloten geen patrouilles uitvoeren

    Die verschuiving ten gunste van kleinere en goedkopere verdedigingswapens zien we ook in de lucht terug. De Russische luchtmacht, waar men zulke hoge verwachtingen van had, is ontregeld door het Oekraïense gebruik van onder andere verschillende draagbare wapens, zoals Stinger-raketten, die al bijna een halve eeuw in gebruik zijn. Hierdoor kunnen Russische piloten geen patrouilles uitvoeren en moeten ze zich beperken tot snelle missies van A naar B. Door de Russische luchtmacht, met inbegrip van helikopters, op plekken als de Donbas op deze manier te neutraliseren, weten de Oekraïense strijdkrachten hun broodnodige mobiliteit te behouden. En als de Russen oprukken, passen de Oekraïners hun strategie aan. Naast goedkope luchtafweer maken ze goed gebruik van goedkope onbemande luchtvaartuigen, of drones, waarmee ze Russische stellingen verkennen en zo mogelijk aanvallen.

    Op zee is het een vergelijkbaar verhaal. Het meest schokkende moment van de oorlog tot nu toe was wellicht het tot zinken brengen van het Russische vlaggenschip Moskva in de Zwarte Zee, naar het schijnt door een zelfgemaakte Oekraïense antischeepsraket. Als we de westerse rapporten moeten geloven – Kyiv weigert hardnekkig commentaar te geven op haar rol in het tot zinken brengen van het schip – hebben de Oekraïners twee relatief goedkope systemen gebruikt om de Moskva te vernietigen. Ze gebruikten een drone om de afweersystemen van de Moskva af te leiden en raakten het schip vervolgens met twee raketten, waarna brand ontstond en de boot uiteindelijk zonk.

    Al tientallen jaren, sinds de komst van de Panzerfaust, werd voorspeld dat goedkopere, eenvoudigere systemen het zouden kunnen opnemen tegen de ogenschijnlijk meer geavanceerde (en duurdere) uitrustingen van de grote legers van de wereld. Nu de voorspelling uitkomt, verandert er veel aan de manier waarop strijdkrachten overal ter wereld strategieën uitstippelen. Zoals antioproerexpert T.X. Hammes heeft betoogd, zijn voorwaartse bewegingen door de verbetering van defensieve vuurkracht zeer moeilijk geworden, waardoor de aanvaller het in de moderne oorlogsvoering veel moeilijker heeft.

    Lesmateriaal

    Het conflict in Oekraïne laat zien dat deze verandering misschien nog wel drastischer is dan gedacht. De afgelopen decennia waren Amerikaanse strijdkrachten nog in staat om overweldigende veldslagoverwinningen te behalen (hoewel die zich niet per se vertaalden in oorlogsoverwinningen). Ze hadden zo’n enorm voordeel op technologisch, logistiek en opleidingsvlak dat ze meestal in staat waren het verweer van strijdkrachten met kleiner en goedkoper materieel te neutraliseren.

    Maar de Russische ervaring belooft toekomstig lesmateriaal te worden voor alle staten, inclusief de VS, dat in de strijd in Irak en Afghanistan al minder profijt had van haar grote voorsprong. De effectiviteit van defensieve vuurkracht zal alleen maar verbeteren. Antitankwapens zullen een groter bereik krijgen, hun opsporingscapaciteit en nauwkeurigheid zullen verbeteren. Drones zullen langer in de lucht kunnen blijven en detectie beter kunnen ontwijken, terwijl hun dodelijkheid toeneemt en hun rekenprestaties verbeteren. Het vermogen van beide om ongezien zware landvoertuigen te vernietigen, zal eveneens toenemen. De slachting onder Russische voertuigen zoals we die we in Oekraïne hebben gezien, wordt de norm in plaats van de uitzondering. Als marines hun schepen al in de buurt van de kusten van een goed uitgeruste vijand durven plaatsen, moeten ze het opnemen tegen enorme salvo’s antischeepsraketten en zelfs antischeepsdrones, veel meer dan ze kunnen afweren.

    Investeren in groot materieel is nog nooit zo riskant geweest

    En dat heeft wereldwijde gevolgen. Mochten de Chinezen zo onbezonnen zijn om een amfibische aanval op Taiwan te ondernemen, of mochten de VS zo onbezonnen zijn om grote vliegdekschepen naar de Chinese kust te sturen in een slag om de Zuid-Chinese Zee, dan zal het resultaat vele malen dramatischer zijn dan de Moskva.

    Hoe legers er in de toekomst zullen uitzien is niet zeker. Zeker is wel dat investeren in groot materieel zoals we uit de Tweede Wereldoorlog kennen, zoals zware tanks, enorme vliegdekschepen en peperdure vliegtuigen, nog nooit zo riskant is geweest. Naarmate goedkopere maar niet minder dodelijke systemen steeds beter worden, zal het moeilijker worden om investeringen te krijgen voor grotere, duurdere wapensystemen die ertegen bestand zijn – zelfs voor het Amerikaanse leger. In plaats daarvan moeten politiek en militair leiders zich voorbereiden op een heel ander slagveld, vol lichtere, kleinere, mobielere en in veel gevallen autonome of op afstand bedienbare wapens. In wezen zullen zij zich moeten opmaken voor de eerste oorlogen van de eenentwintigste eeuw.

    Lees ook:

  • Songfestivalwinnaars veilen trofee om drones te kopen voor Oekraïense leger

    Songfestivalwinnaars veilen trofee om drones te kopen voor Oekraïense leger

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Shanghai beëindigt strikte lockdown na twee maanden

    » Washington stuurt geavanceerde raketwerpers naar Oekraïne

    Opbrengst bedroeg meer dan 1,1 miljoen euro

    ‘De Oekraïense overwinning op het Eurovisiesongfestival bracht nationale trots, vreugde en artistiek prestige aan een land dat verwikkeld is in een verwoestende oorlog. Nu zal de winst ook worden ingezet om drones te leveren aan het Oekraïense leger’, schrijft The New York Times.

    Kalush Orchestra, de Oekraïense band die Eurovisie won, heeft zijn trofee en de roze vissershoed die de leadzanger tijdens het Songfestival droeg, geveild. De opbrengst bedroeg meer dan 1,1 miljoen euro, zei de woordvoerder van de band maandag in een verklaring. Het geld gaat naar de Serhiy Prytula Charity Foundation en zal worden gebruikt om drie drones te kopen voor het leger.

    De trofee werd na hevige biedingenstrijd geveild voor zo’n 840.000 euro in cryptovaluta

    De trofee, een handgemaakte glazen microfoon ontworpen door de Zweedse kunstenaar Kjell Engman, werd na een hevige biedingenstrijd verkocht voor zo’n 840.000 euro in cryptovaluta. De vissershoed werd verloot in een aparte loterij, waarin elk lot 200 Oekraïense hryvnia kostte – zo’n 6,50 euro – en bracht uiteindelijk ongeveer 280.000 euro op.

    Lees ook:

  • Gewapende drones geven doorslag in Ethiopische burgeroorlog

    Gewapende drones geven doorslag in Ethiopische burgeroorlog

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije pakt oppositielid op wegens spionage voor Italië en Spanje

    » Chinese staatspers: Partijleden zijn verplicht drie kinderen te krijgen

    Gewapende drones uit Turkije en Iran geven het regeringsleger de overhand

    De al dertien maanden aanhoudende burgeroorlog in Ethiopië heeft opnieuw een dramatische wending genomen nu het tegenoffensief van de federale regering aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt tegen strijders uit de noordelijke Tigray-regio, waardoor de spectaculaire winst van de Tigray-strijdkrachten bij hun opmars naar het zuiden ongedaan is gemaakt, schrijft Al Jazeera.

    ‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’

    De Ethiopische staatsmedia verklaarden deze week dat regeringstroepen de strategische steden Dessie en Kombolcha hadden heroverd, de laatste in een reeks van overwinningen op het slagveld sinds premier Abiy Ahmed vorige maand zei dat hij naar de frontlinie zou trekken en de Ethiopiërs opriep zich bij de strijd aan te sluiten.

    Zoals Bellingcat al aantoonde is Ethiopië in het bezit van in Iran geproduceerde drones, daarnaast heeft het drones aangekocht van Turkije en bezit het ook Chinese drones. Dat versterkte wapenarsenaal zou bepalend kunnen zijn geweest in de opmars van het regeringsleger, aldus Al Jazeera. ‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’, schrijft de Qatarese nieuwssite.

    Lees ook:

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • Waar zullen we in de toekomst ons geld mee verdienen?

    Waar zullen we in de toekomst ons geld mee verdienen?

    Over tien jaar zullen miljoenen banen zijn verdwenen, en miljoenen andere zijn ontstaan. De kunst voor bedrijven en werknemers is om in te spelen op toekomstige behoeftes. Speciale afdelingen proberen deze glazen bol fulltime te ontcijferen.

    Een bouwopzichter bij de Duitse Spoorwegen zal in de toekomst met drones moeten werken. De opzichter moet weten hoe je de kleine vliegende robots moet bedienen en de data van de cameraopnames moet gebruiken. Hij of zij zal over meer vaardigheden moeten beschikken dan nu. Om precies te zijn: zes.

    Hoe het concern dat zo precies weet? Sinds ongeveer een jaar is een nieuw team, lab 1, uitsluitend bezig met de vraag welke beroepen er in de toekomst zullen bestaan. Sommigen van hen doen dat fulltime, anderen besteden een derde van hun uren eraan. ‘Wij willen niet overvallen worden door wat er straks gaat gebeuren, maar het nu al weten,’ zegt Kerstin Wagner, hoofd personeelwerving bij de Spoorwegen. ‘Wij willen de kristallen bol voorspelbaar maken.’

    Toekomstige sollicitatiegesprekken

    De vijftien werknemers uit heel verschillende afdelingen hebben daarvoor een eigen methode bedacht. Eerst analyseren ze bij een functieomschrijving hoe die er nu uitziet en ondervragen ze de werknemer: wat doe je elke dag? Welke vaardigheden zijn daarvoor nodig? Bij de bouwopzichter is het bijvoorbeeld niet meer zo dat hij perrons opmeet en de gegevens met de hand op papier noteert. Hij gebruikt een digitaal bouwdagboek.

    Daarna spreekt het team met deskundigen uit de eigen onderneming en van buitenaf die goed thuis zijn op het gebied van technologie, politiek en maatschappij, demografische veranderingen, milieu en duurzaamheid. Zij moeten vertellen welke trends er in hun vakgebieden zijn en hypothesen opstellen over de effecten die dat op hun speciale vakgebied zal hebben – en wanneer.

    Na deze vijf analyses overlegt de personeelsafdeling van de Spoorwegen welke bijscholingen belangrijk zijn voor de werknemers en wat voor banen er gecreëerd moeten worden. Bij de bouwopzichter zou het in toekomstige sollicitatiegesprekken aankomen op digitale vaardigheden, de omgang met data en de visualisering daarvan. Bij presentaties zouden er in elk geval geen plattegronden meer aan de wand hangen. ‘Maar we hebben het hier niet over een radicale verandering in de komende een of twee jaar, maar over een ontwikkeling in tien jaar,’ zegt Kerstin Wagner.

    Van de vijfhonderd beroepsprofielen bij de Duitse Spoorwegen heeft het lab er vijf uitgezocht waarbij de methode eerst getest wordt: treinmachinist, bouwopzichter, data-analist, signaalmonteur en elektricien. Daarna moeten alle overige beroepsbezigheden doorgenomen worden. Een nieuw beroep dat pas sinds kort bij de Spoorwegen is ontstaan, is geomaticus. Zijn taak: geodata verzamelen en geschikt maken voor multimediale producten. 

    ‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn’

    Het Bondsministerie voor Arbeid en Sociale Zaken houdt er rekening mee dat in de komende zes jaar 1,3 miljoen arbeidsplaatsen zullen verdwijnen en 2,1 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen zullen ontstaan. Voor het jaar 2035 rekent het ministerie op een toename van 3,3 miljoen en een afname van 4 miljoen arbeidsplaatsen. Niet alleen bij de Duitse Spoorwegen stelt men zich de vraag welke banen heel concreet schuilgaan achter deze cijfers.

    Bij het autoconcern BMW heet het, heel in het algemeen, dat de personeelsafdeling analyseert welke competenties belangrijker worden en welke onbelangrijk, en dat men prognoses maakt hoe groot de behoefte aan werknemers in de toekomst zal zijn.

    ‘Maar alleen grote bedrijven kunnen zich bezighouden met langetermijn perspectieven,’ zegt Oliver Stettes, arbeidsmarktdeskundige bij het Institut der Deutsche Wirtschaft (IW) in Keulen, dat dicht bij de werkgevers staat. ‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn.’

    Soms wacht men met een verandering tot die wordt afgedwongen. Juist nu moeten bedrijven hun arbeidsorganisatie veranderen omdat werknemers vanwege de pandemie thuis moeten werken. Het businessmodel kan plotseling veranderen omdat klanten andere wensen hebben. Zo werd al voor covid-19 steeds vaker online gekocht in plaats van in winkels. Waaruit het beroep van e-commercehandelaar voortkwam.

    Met sociale media werd ook de socialemediamanager geboren. Iedereen heeft het plotseling over duurzaamheid: ondernemingen maken daar speciale afdelingen voor. In de fabriek zullen machines steeds meer met elkaar in contact staan. Wat daar nu al ontbreekt, zal daarom nog belangrijker worden: informatici die kunstmatige intelligentie programmeren en grote hoeveelheden data kunnen analyseren. De gezondheidszorg zal verder groeien, en nog veel meer personeel nodig hebben, alleen al omdat de mensen steeds ouder worden.

    Jobreport 2020

    Een onderneming die precies weet welke banen gevraagd worden, is LinkedIn. Dat sociale netwerk voor professionals heeft wereldwijd 700 miljoen leden, van wie meer dan 15 miljoen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. ‘Wij zien in real time welke nieuwe vaardigheden onze leden opgeven, wat voor arbeidsplaatsen worden aangeboden en naar welke banen de mensen overstappen,’ zegt Kristin Keveloh. Zij geeft leiding aan alle projecten rondom economische diagrammen voor de Duitstalige wereld.

    In het Jobreport 2020 heeft Linkedin uiteengezet welke beroepen tussen 2015 en 2019 steeds belangrijker werden – en nog zullen worden. ‘Wij kunnen niet in de toekomst kijken, maar wij zien aan de hand van onze verzamelde data veranderingen en trends die de arbeidsmarkt in de komende jaren zullen beïnvloeden,’ zegt Kristin Keveloh.

    Volgens het rapport zijn mensen die verstand hebben van kunstmatige intelligentie en data-analyse de meest gevraagden. Gevolgd door een ‘site reliability engineer’, die de ontwikkeling van sites en apps coördineert. Aangezien nieuwe technologieën het dagelijks leven ook in de toekomst sterk zullen bepalen, moet er volgens LinkedIn van uitgegaan worden dat dit beroep voortaan van elementair belang zal zijn. 

    Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan

    Hoe de wereld van het werk verandert, willen ook economen als Oliver Stettes weten. Daarom analyseert hij de cijfers van de Bundesagentur für Arbeit, van de microcensus, of bekijkt hij gedetailleerde enquêtes van werknemers en bedrijven. ‘Sommige anderen zijn stoutmoedig en stellen berekende scenario’s op,’ zegt hij. ‘Maar dat is voor mij een blik in een glazen bol.’

    Enzo Weber ziet dat anders. Weber leidt het onderzoek naar prognosen een economische analyses bij het Institut für Arbeitsmarkt und Berufsforschung (IAB). Naast enquêtes benut hij ook modelberekeningen. Hij kijkt daarbij naar parameters als de demografie en de consumptie – en ontwikkelt op basis daarvan scenario’s. Een resultaat kan bijvoorbeeld het aantal bakkers zijn dat in 2035 zal bestaan. ‘Natuurlijk kan er in de toekomst iets gebeuren dat niet te voorzien is,’ zegt hij. ‘Dat is altijd de onzekere factor bij prognoses.’

    Sinds meer dan tien jaar werkt Weber mee aan het Qube-project, waarin het IAB met het Bundesinstitut für Berufsbildung toekomstprojecties voor verschillende kwalificaties en beroepen opstelt. Volgens dit onderzoek zal er ongeveer evenveel vraag zijn naar opvoeders, artsen, ouderenverzorgers en loodgieters. Wie werkt in de verkoop, in de gastronomie of de metaalbewerking zal in het jaar 2035 met fellere concurrentie te maken krijgen. Treinmachinisten hoeven zich ondanks de digitalisering geen zorgen te maken. Enerzijds gaan binnenkort heel veel machinisten met pensioen, anderzijds zullen treinen wel autonomer rijden, maar ze moeten toch gecontroleerd worden.

    Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan die zich bezighouden met de in een gedigitaliseerde stad beschikbaar komende big data. Personal data brokers zouden de persoonlijke data van hun klanten kunnen beheren en te gelde maken.

    Op deze ideeën kwam het IT-adviesbureau Cognizant. In de studie ‘21 toekomstige jobs’ speculeert het welke beroepen er zouden kunnen bestaan, waar nu nog niemand een idee van heeft. Bekeken werden de belangrijkste macro-economische, demografische, zakelijke en technologische ontwikkelingen van deze tijd. Behalve met digitalisering zouden mensen binnenkort geld kunnen verdienen met het gezelschap houden van ouderen.

  • Naar een concert in je eigen bubbel

    Naar een concert in je eigen bubbel

    Luxe woningen, legalisering van drugs, het verband tussen taalgebruik en Alzheimer & meer nieuws wereldwijd.

    Zwembad
    © Unsplash

    Verenigde Staten

    Stijgende verkoop dure huizen

    Dat corona de welvaartsverschillen in de VS heeft vergroot, blijkt uit de sterk gestegen vraag naar luxe woningen. De verkopen in het hogere segment stegen in het derde kwartaal met 42 procent ten opzichte van vorig jaar, volgens een rapport van makelaarsbedrijf Redfin. Dat is de grootste sprong sinds 2013.

    De verkoop in het middensegment steeg met slechts 3 procent en de verkoop van betaalbare huizen daalde met 4 procent. De rijken lijken te profiteren van de stijgende aandelenmarkten en de lage hypotheekrentes, terwijl banken kredietverlening voor nieuwe kopers juist aanscherpen.

    ‘De luxehuizenmarkt krijgt normaal gesproken een klap tijdens recessies omdat rijke Amerikanen dan hun hand op de knip houden, maar dit is geen normale recessie,’ aldus de hoofdeconoom van Redfin.

    Het vooruitzicht om veel langer thuis te moeten werken zorgt ook voor een verschuiving van populaire plekken. Zo stegen de verkopen in Sacramento, 145 kilometer van San Francisco, met maar liefst 86 procent, omdat werknemers uit Silicon Valley bereid zijn verder weg te gaan wonen.

    Los Angeles Times | Los Angeles

    Bubbel

    Verenigde Staten

    Naar een concert in je eigen bubbel

    Zweterige concertzalen vol schreeuwende mensen zijn nou niet bepaald geschikt in het anderhalvemetertijdperk. Toch bedacht de Amerikaanse rockband The Flaming Lips een manier om optredens te blijven geven, terwijl de band en het publiek beschermd zijn tegen het coronavirus: iedereen in zijn eigen bubbel. Tijdens een concert in Oklahoma City begin oktober kropen het publiek en de bandleden zelf elk in hun persoonlijke, opblaasbare bal – honderd in totaal. ‘Je kan zo enthousiast doen als je wit, je kan zoveel schreeuwen als je wilt, maar de persoon naast je kan je niet besmetten, ook al vergeet je alles even in je enthousiasme,’ zegt Wayne Coyne, frontman van The Flaming Lips.

    My Modern Met | New York

    Zwitserland

    En we noemen haar Twifia

    Het is weliswaar de derde voornaam van het meisje dat begin oktober in het Zwitserse Graubünden werd geboren, maar toch: Twifia. Een naam als een internetprovider. En dat klopt. De ouders vielen voor de oproep van internetprovider Twifi om Twifius of Twifia op de geboorteakte van zoons of dochters te zetten, want dat levert 18 jaar lang gratis internet op. Het uitgespaarde geld, maandelijks 60 Zwitserse franc, ruim 54 euro, zal door de provider op een bankrekening worden gezet voor de kleine. En als het bedrijf over 18 jaar niet meer bestaat? ‘Dan ben ik persoonlijk aansprakelijk,’ belooft Twifi-baas Philippe Fotsch.

    Natuurlijk is de actie bedoeld om reclame te maken voor het merk dat in augustus werd gelanceerd, maar, zegt Fotsch, ‘Twifius en Twifia hebben een Romeins tintje. Volgens oude geschriften bestond de naam al in het verleden.’

    Blick | Zürich

    Drone
    © Unsplash

    Oostenrijk

    Geen Oostenrijkse motoren meer voor Turkse drones

    Demonstranten kondigden voor 5 november acties aan bij Rotax in het Oostenrijkse Gunskirchen. Dat bedrijf maakt motoren die worden gebruikt in Turkse TB2-gevechtsdrones. Die drones worden niet alleen ingezet in de strijd tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en geallieerde Syrische milities, maar ook door Azerbeidzjan in het Nagorno-Karabach-conflict met Armenië.

    De demonstranten kunnen thuis-blijven, want Rotax stopt met onmiddellijke ingang met de levering van vliegtuigmotoren aan ‘landen met onduidelijk gebruik’. Dit op last van het Canadese moederbedrijf Bombardier, dat onder vuur kwam na publicaties in de Oostenrijkse Standard over het gebruik van de motoren.

    Ook drones van de Iraanse Revolu-tionaire Garde, die eveneens worden aangedreven door Rotax-motoren, worden getroffen door de leveringsstop. De VS merkten de Revolutionaire Garde vorig jaar aan als terroristische organisatie.

    Der Standard | Wenen

    Verenigde Staten

    Taalgebruik verraadt vroege tekenen van Alzheimer

    Een onderzoeksteam van IBM en Pfizer heeft met Artificiële Intelligentie (AI) vroege tekenen van Alzheimer weten te herkennen door naar het taalgebruik te kijken. Ze gebruikten gegevens van de Framingham Heart Study, die sinds 1948 meer dan 14.000 mensen van drie verschillende generaties volgt. Om de AI-modellen te trainen, gebruikten de onderzoekers digitale kopieën van handgeschreven antwoorden die deelnemers in de loop der tijd hebben ingeleverd. Zo kwamen ze taalkenmerken op het spoor die in verband worden gebracht met vroege tekenen van cognitieve stoornissen, zoals spel-fouten, herhaling van woorden en het gebruik van eenvoudige zinnen. Deze kenmerken komen overeen met al bestaande kennis over hoe Alzheimer taalgebruik kan beïnvloeden.

    Een van de gebruikte AI-modellen behaalde een nauwkeurigheid van 70 procent bij de voorspelling welke deelnemers uiteindelijk vóór de leeftijd van 85 jaar Alzheimer-gerelateerde dementie ontwikkelden.

    De onderzoekers erkennen dat de resultaten zeker nog niet sluitend zijn, onder meer omdat het een relatief kleine en specifieke groep betreft en omdat bijvoorbeeld gesproken taal ontbreekt. Nader onderzoek moet uitwijzen of de AI-modellen ook in studies van grotere en meer diverse populaties stabiel blijken bij het op-sporen van trends in taalgebruik. Als dat het geval is, dan zijn de onderzoekers ervan overtuigd de ontwikkeling van Alzheimer te kunnen voorspellen ruim voordat ernstige symptomen zichtbaar worden en zonder dat ingrijpende tests of scans nodig zijn.

    Scientific American

    Pillen
    © Unsplash

    Groot-Brittannië

    Brits pleidooi voor legalisering van drugs

    Om de wereldwijde drugsgerelateerde criminaliteit te stoppen, moeten cocaïne, ecstasy en amfetamine worden ‘genationaliseerd’ zodat legale verkoop mogelijk wordt. Dat adviseert de Britse campagnegroep voor drugsliberalisering Transform in een onlangs verschenen boek waarin Helen Clark, de voormalige premier van Nieuw-Zeeland, het voorwoord schreef.

    In het boek How to regulate stimulants: A practical guide stelt Transform voor om de drugs te verkopen in speciale apotheken die door de staat worden beheerd. De groep pleit voor een gespecialiseerde regelgevende instantie, die onder toezicht van de overheid licenties uit kan geven voor de productie van de drugs. Die nieuwe instantie moet ook de prijzen bepalen en reclame voor de drugs moet worden verboden. Volgens Transform zouden winstprikkels de verkoop alleen maar aanjagen en daarom benadrukt de groep het belang van een staatsmonopolie. Onder strikt toezicht moeten gespecialiseerde nieuwe apotheken worden geopend met verkopers die zijn opgeleid om gezondheids- en risicobeperkende adviezen te geven aan drugsgebruikers.

    Volgens arts James Nicholls, directeur van Transform, die op één avond twee zoons verloor aan nepecstasy, bieden de praktische suggesties van het boek een uitweg uit de oorlog tegen drugs die al meer dan vijftig jaar faalt. ‘Onze voorstellen halen de drugs weg bij de georganiseerde misdaad en bieden een systeem dat de schade vermindert in plaats van vergroot. De status quo kan niet blijven bestaan.’ In haar voorwoord valt Helen Clark hem bij: ‘Naarmate de consensus groeit dat de ‘war on drugs’ is mislukt, neemt ook de behoefte toe aan een openhartige verkenning van de alternatieven. Het is essentieel dat we een serieuze discussie beginnen over hoe we stimulerende middelen reguleren.’

    Op de vraag of er bij de huidige conservatieve Britse regering plannen leven om de wet op drugs te heroverwegen, reageerde een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zeer beslist: ‘Absoluut niet.’

    The Guardian | Londen

    Wat zeggen zij over … het grondwetreferendum in Chili

    José María del Pino buitenlandcorrespondent

    ‘Chili laat de huidige grondwet achter zich, die is opgesteld tijdens de dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1990) en die door velen wordt beschouwd als de bron van de grote ongelijkheden in het land. Over de andere vraag die in deze historische stemming aan de orde kwam, betreffende het orgaan dat de nieuwe grondwet moet gaan schrijven: 79 procent stemde voor een constitu-tionele conventie, die zal worden samengesteld uit burgers die voor dat doel zullen worden gekozen.’

    Charis McGowan correspondent Zuid-Amerika

    ‘De grondwet van 1980 bevatte de neo-liberale filosofieën van een groep Chileense conservatieven onder leiding van de Amerikaanse econoom Milton Friedman. De privatisering van publieke sectoren zoals gezondheidszorg, pensioenen en onderwijs werd erdoor gefaciliteerd, waardoor Chili een van de rijkste maar ook meest ongelijke landen van Latijns-Amerika werd. De armoedecijfers gingen omlaag, maar de groeiende middenklasse van het land leefde van dag tot dag, opgezadeld met schulden en afhankelijk van leningen.’

    Amaya Alvez Marin universitair hoofddocent recht en politicologie

    ‘Ik behoor tot de Mapuche, de grootste inheemse groep in Chili. En eigenlijk is dit een heel relevant moment, want voor het eerst wordt er gediscussieerd over het creëren van een plek voor inheemse volkeren in de grondwetgevende vergadering. En dat is een hele grote verandering want we hebben er nooit eerder deel van uitgemaakt. We hebben in het verleden 12 grondwetten gehad en de inheemse bevolking heeft er nooit deel van uitgemaakt. Dus dit is een belangrijk moment voor ons.’

    Jennifer M. Piscopo & Peter Siavelis politicologen

    ‘Vrouwen krijgen een grotere stem in de toekomst van Chili. Slechts twee vrouwen behoorden tot de 12 auteurs van de grondwet uit het Pinochet tijdperk. Maar feministische leiders en vrouwen in het congres eisten dat van de burgers die voor de constitutionele conventie worden gekozen, de helft vrouw is. Met succes. Volgens de wet moet nu de helft van de burgers die worden gekozen om de nieuwe grondwet van Chili te schrijven, vrouw zijn. Wereldwijd een baanbrekende standaard voor de politieke inclusie van vrouwen.’

  • Drones om te helen, niet om te doden

    Drones om te helen, niet om te doden

    Een Amerikaans bedrijf gebruikt drones om bloed te leveren aan klinieken in Rwanda. Het initiatief kan duizenden levens redden.

    Wanneer het over Afrika gaat, spreken beleidsmakers graag over het ‘haasje-overeffect’: het idee dat nieuwe technologieën Afrikaanse landen kunnen helpen om hele trajecten in traditionele ontwikkelingen over te slaan. Geen vaste telefoonlijnen? Niet erg, want met mobiele netwerken kunnen mensen vanaf vrijwel elke plek met elkaar praten. Geen banken? Maak je niet druk, want met vernieuwingen op het gebied van mobiel geldverkeer zoals M-Pesa en Dahabshiil kun je sparen en geld overmaken zonder hulp van officiële instellingen.

    Onlangs was het continent in Rwanda getuige van weer zo’n grote sprong, een die voor een revolutie kan zorgen op het gebied van zowel de gezondheidszorg als het transport. Hier, in het ‘land van duizend heuvels’, voerde Zipline, een Amerikaans robotbedrijf, zijn eerste commerciële dronevlucht uit naar een medisch centrum in het westen.

    Elke levering is ongeveer even duur als een motorfietskoerier

    De drone, met een katapult gelanceerd vanaf een nieuw aangelegde basis in het district Muhanga, hoefde maar vijf minuten te vliegen voor hij zijn pakketje kon laten vallen, dat met een plof neerkwam op het gazon voor het Kabgayi District Hospital. In het pakket zaten kartonnetjes bloed die nodig waren voor levensreddende transfusies. Zonder drone zou het ziekenhuis een auto hebben moeten sturen om bloed op te halen uit de hoofdstad Kigali, een reis die heen en terug minstens drie uur duurt, maar meestal veel meer tijd vergt.

    In Rwanda is, net als in een groot deel van Afrika, vaak amper sprake van een wegennetwerk, of het is slecht onderhouden. Dat betekent dat reizen tussen steden en dorpen veel langer duren dan noodzakelijk is, en de situatie verslechtert nog in het regenseizoen, waarin de zandwegen onbegaanbaar zijn. Dat oponthoud is voor de gewone reiziger al frustrerend, maar het kan fataal zijn voor patiënten die dringend medicijnen of zorg nodig hebben.


    ‘In alle ontwikkelingslanden hapert de toegang tot levensreddende en essentiële gezondheidszorg door wat het “laatste kilometer”-probleem wordt genoemd: het onvermogen om noodzakelijke medicijnen van een stad naar landelijke of verafgelegen locaties te vervoeren vanwege het gebrek aan adequate transportmogelijkheden, communicatiemiddelen en een bevoorradingsnetwerk. Tijdens het langdurige regenseizoen in Rwanda staan veel wegen blank. Het resultaat is dat er geen bloed aanwezig is voor iemand die een transfusie moet hebben om te kunnen overleven,’ legde Zipline in een verklaring uit.

    De oplossing voor Rwanda’s gebrekkige infrastructuur is misschien niet de aanleg van een nieuw wegennetwerk, maar de totale vermijding van wegen. Zipline is van plan om bloed (en uiteindelijk ook andere medische producten) vanuit de lucht te leveren. Het bedrijf werkt met vijftien drones vanaf zijn basis in Rwanda, die elk in staat zijn om zakken bloed van anderhalve kilo (genoeg voor een transfusie voor één patiënt) over een afstand van honderdvijftig kilometer (inclusief terugreis) te vervoeren. Het zegt binnen een halfuur te kunnen reageren op directe bestellingen van ziekenhuizen en is uiteindelijk van plan om vijftig tot honderdvijftig vluchten per dag te maken naar 21 transfusieklinieken in de regio (op dit moment bedienen ze er slechts twee). Elke levering is ongeveer even duur als een motorfietskoerier.

    Nu kan het droneprogramma nog slechts transfusiecentra in de westelijke helft van het land bereiken, maar Zipline en Rwanda zijn van plan om het volgend jaar uit te breiden tot de oostelijke helft door de aanleg van nog een basis. In het begin zal het alleen bestaande bloedleveringsnetwerken aanvullen, maar het einddoel is die volledig te vervangen.

    Winst maken

    Het idee van bevoorrading per drone is niet nieuw. In 2014 haalde het onlinebedrijf Amazon de wereldpers toen het aankondigde zijn producten per drone naar klanten te brengen, maar die plannen zijn vooralsnog in de testfase blijven steken. In datzelfde jaar probeerde Artsen Zonder Grenzen in Papoea-Nieuw-Guinea tuberculosetesten per drone te verspreiden, waarbij ze de drones gebruikten om sputummonsters van patiënten in landelijke gebieden te verzamelen.

    Maar Ziplines project in Rwanda is anders. Het is bijvoorbeeld al veel uitgebreider dan eerdere pogingen, en kan een voorbeeld zijn voor bedrijven als Amazon wat betreft de uitvoerbaarheid van dronebevoorrading.

    ‘De hele wereld zal naar Rwanda kijken,’ zei Justin Hamilton, een woordvoerder van Zipline. De laatste keer dat de hele wereld naar Rwanda keek, was ten tijde van de genocide in 1994. Dat het land nu fungeert als speerpunt van technologische innovatie, geeft wel aan hoe ver het gekomen is.

    Belangrijker is echter nog dat de techniek commercieel haalbaar moet worden. ‘Zipline is een firma die winst wil maken, maar ook een sociale missie heeft,’ zei Hamilton. Maar al te vaak komen humanitaire en gezondheidsprojecten in Afrika tot stand dankzij goedbedoelende donoren, die de duurzaamheid van de plannen niet kunnen garanderen. Maar Rwanda’s nieuwe bevoorradingsnetwerk per drone werkt als een zakelijk bedrijf, wat betekent dat het niet afhankelijk is van de grillen van internationale financieringsprioriteiten. Daarom heeft het ook op de lange termijn wezenlijke mogelijkheden.

     Een ingenieur van Zipline met een drone op de basis in Muhanga. – © James Akena / Reuters
    Een ingenieur van Zipline met een drone op de basis in Muhanga. – © James Akena / Reuters

    Als Zipline in Rwanda succes heeft, kan de firma ook helpen om de visie op drones in Afrika te veranderen. Onbemande voertuigen worden gewoonlijk eerder geassocieerd met militaire doeleinden in plaats van medische. Ze zijn bijvoorbeeld door de VS gebruikt om militanten (en soms ook burgers) in Somalië op de korrel te nemen.

    Hamilton zegt dat het bedrijf zich bewust is van de zorg dat hun product gebruikt zal worden voor boosaardige doeleinden; dat bommen droppen net zo makkelijk zal zijn als bloed droppen. Hij houdt echter vol dat het model van Zipline betekent dat alle drones alleen door Zipline-personeel worden geladen en bestuurd, zodat er geen mogelijkheid bestaat voor regeringen of gewapende groepen om er misbruik van te maken.

    Laten we hopen dat hij gelijk heeft, en dat Ziplines drones werkelijk voor de grote technologische sprong zullen zorgen die ze kunnen bewerkstelligen.

    Auteur: Simon Allison
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Daily Maverick
    Zuid-Afrika | dailymaverick.co.za

    Begon in print, veranderde in 2008 noodgedwongen in een digitaal tijdschrift en groeide uit tot een van de belangrijkste nieuwssites van Zuid-Afrika. Eigenzinnig en reactionair, analytisch en grondig.

  • 4. De drone-president

    4. De drone-president

    Als winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede kreeg Obama veel kritiek op zijn inzet van drones voor het uitschakelen van terroristen. Maar zijn staat van dienst op dit gebied is genuanceerder dan je misschien zou verwachten.

    Op 5 maart van dit jaar voerden de VS met onbemande drones en bemande vliegtuigen 
een bombardement uit op wat de 
regering omschreef als een kamp van Al-Shabaab, bijna 200 kilometer ten noorden van Mogadishu. Daarbij zouden zo’n honderdvijftig leden van de terreurbeweging zijn gedood. Volgens de regering vormden deze strijders een directe bedreiging voor de troepen van de Afrikaanse Unie waar Amerikaanse adviseurs mee samenwerken, al werd daarvoor geen bewijs aangevoerd. Het nieuws dat Amerika aan de andere kant van de wereld, in een land waarmee het niet in oorlog is, honderdvijftig niet nader genoemde mensen had gedood, kreeg in eigen land nauwelijks aandacht, laat staan dat het enige ophef veroorzaakte. Het op afstand en buiten oorlogsgebied doden van mensen lijkt de gewoonste zaak van de wereld te worden.

    Een opvallende ontwikkeling, des te meer omdat die zich heeft voorgedaan onder Obama, die bij zijn aantreden toch het imago van antioorlogspresident had – in zo sterke mate dat hij misschien wel als enige man ter wereld de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen op basis van wishful thinking. Als president voert onze Nobelprijswinnaar nu al langer oorlog dan al zijn voorgangers. Hij heeft in zeven landen militair geweld ingezet: Afghanistan, Irak, Syrië, Pakistan, Libië, Jemen en Somalië. In de laatste vier landen bestaat dat geweld bijna volledig uit onbemande drones die 
terreurverdachten executeren die 
banden zouden hebben met Al-Qaida of ‘daaraan gelieerde machten’.

    Dat een antioorlogspresident het gebruik van drones zo aantrekkelijk vindt, moet een teken aan de wand zijn. In de woorden van Hugh Gusterson in Drone: Remote Control Warfare:

    Als buitenrechtelijke liquidaties al zo’n aantrekkingskracht uitoefenen op een president die vroeger staatsrecht doceerde, die van begin af aan tegen de oorlog in Irak was, die een eind maakte aan het martelprogramma van de CIA en die bij zijn aantreden de intentie uitsprak om het detentiekamp in Guantanamo Bay te sluiten, dan is het onwaarschijnlijk dat eender welke opvolger de verleiding van de drone zal kunnen weerstaan.

    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.
    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.

    En we moeten ons dan niet alleen 
zorgen maken om president Trump of Clinton. Andere landen zullen ook niet schromen om naar het middel van onbemande luchtaanvallen te grijpen om problemen buiten hun landsgrenzen ‘op te lossen’. Israël, het Verenigd Koninkrijk, Iran, Irak, Nigeria en Pakistan hebben het voorbeeld van de VS 
al gevolgd en zetten inmiddels ook bewapende drones in. China heeft ze 
in de aanbieding voor 1 miljoen dollar per stuk. Het zal niet lang meer duren 
voordat het grootste deel van de 
ontwikkelde wereld over dit wapen beschikt. En als andere landen een 
precedent zoeken, is Obama’s staat 
van dienst op dit gebied het eerste waarnaar ze zullen wijzen.

    Wat is die staat van dienst? En wat 
kan en moet hij nu nog doen om de risico’s te verkleinen van een met 
drones bewapende wereld? Sommige critici stellen Obama’s staat van dienst op dit vlak gelijk aan de oorlogsmisdaden van zijn voorganger Bush. 
Zo beweert Glenn Greenwald in het nawoord bij The Assassination Complex dat Obama’s dronebeleid ‘de slechtste kanten belichaamt van wat de war on terror van Bush en Cheney zo funest maakte’. Greenwald vat Obama’s 
benadering van drones als volgt samen:

    De kern van zijn drone-moordprogramma is dat hij en hij alleen bij machte is om overal 
ter wereld mensen, ook Amerikaanse burgers, op de korrel te nemen en eenzijdig het bevel 
te geven om hen te executeren, op basis van zijn overtuiging dat het beoogde slachtoffer een terrorist is.

    Droneaanvallen zijn van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost

    Als dat inderdaad zijn beleid was, 
zouden de verwijten van Greenwald 
en tal van andere critici terecht zijn. Maar het klopt niet. Ten eerste maakt Obama geen aanspraak op het recht om af te rekenen met ‘terroristen’, maar alleen met personen die onze tegenstander zijn in een door het 
Congres gesanctioneerd gewapend conflict met Al-Qaida en daaraan 
gelieerde organisaties. En het recht 
om vijanden in een gewapend conflict te doden is zo oud als het fenomeen oorlog zelf.

    Ten tweede maakt Obama geen 
aanspraak op het recht op de inzet van dodelijk geweld ‘overal ter wereld’, maar alleen in oorlogsgebieden, en daarbuiten alleen tegen vijandelijke strijders die een direct gevaar vormen dat niet op een andere wijze kan 
worden bestreden – meestal omdat het land waar zo’n strijder zich bevindt niet in staat is hem gevangen te nemen. Als zo’n land de vijand wel kan oppakken en berechten, is executie 
volgens onze regering geen optie.

    Ten derde blijkt uit meerdere bronnen, waaronder Greenwalds eigen website The Intercept, dat Obama zijn doelwitten zeker niet op eigen houtje kiest. Hij heeft een uitgebreid proces opgetuigd waarbij de informatie en adviezen van allerlei hooggeplaatste functionarissen in de krijgsmacht en de regering 
worden meegewogen voordat een gerichte actie wordt goedgekeurd.

    Minder drone-inzet

    Het is ook belangrijk om op te merken dat Obama’s beleid en praktijk ten 
aanzien van de inzet van drones in 
de loop van zijn regeerperiode sterk 
is veranderd. Zijn eerste jaren in het ambt werden gekenmerkt door een agressieve uitbreiding van het droneprogramma. Zo zijn er volgens de 
New America Foundation onder Bush 48 drone-aanvallen uitgevoerd in 
Pakistan, met tussen de 377 en 558 doden tot gevolg, terwijl er onder Obama 355 aanvallen werden uitgevoerd, met in totaal tussen de 1907 
en 3067 doden tot gevolg. Maar nadat het aantal droneaanvallen in Pakistan in 2010 piekte met 122, is het sindsdien ieder jaar gedaald. In 2015 zijn er in Pakistan slechts tien aanvallen uitgevoerd en dit jaar tot nu toe nog maar drie. Ook het aantal droneaanvallen in Jemen is gedaald, van een piek van 47 in 2012 tot 24 in 2015 en negen in dit jaar. Obama’s neiging om drones in te zetten is in zijn tweede ambtstermijn dus beduidend zwakker dan in zijn eerste.

    Volgens critici kosten drones veel levens van onschuldige burgers. Ook hier is het beeld gecompliceerd. De VS hebben jarenlang geweigerd droneaanvallen te erkennen, en legden dus ook geen publieke verantwoording af over de slachtoffers die daarbij vielen en over de vraag of dat strijders of 
burgers waren. Diverse onafhankelijke organisaties proberen in die leemte te voorzien, maar het is buitengewoon moeilijk om aan accurate gegevens te komen.

    Het Londense Bureau of Investigative Journalism kwam met de schatting 
dat in Pakistan, Jemen en Somalië samen tot 24 mei 2016 tussen de 493 
en 1168 burgers zijn omgekomen door Amerikaanse droneaanvallen. De New America Foundation is voorzichtiger en houdt het op 370 tot 448 burger-doden in dezelfde drie landen. Na 
zevenenhalf jaar over het onderwerp 
te hebben gezwegen, meldde de regering op 1 juli jongstleden zelf dat er tussen januari 2009 en december 2015 64 tot 116 burgers zijn omgekomen 
bij 473 ‘terreurbestrijdingsoperaties buiten actieve conflictgebieden’. Daarbij werden Irak, Syrië en Afghanistan expliciet als ‘actieve conflictgebieden’ aangemerkt, dus het rapport bevatte geen cijfers over de hoeveelheid burgerslachtoffers die er in die landen zijn gevallen, al mag je ervan uitgaan dat het om aanzienlijke aantallen gaat.


    De discrepantie met de cijfers van organisaties als de New America 
Foundation was volgens de regering het gevolg van de veronderstelde 
superioriteit van haar eigen inlichtingenwerk en het feit dat onafhankelijke organisaties zich baseren op nieuwsbronnen die mogelijk vatbaar zijn voor terroristische propaganda. Maar in 2011 beweerde John Brennan, Obama’s toenmalige adviseur voor de nationale veiligheid, dat er in het jaar daarvoor niet één onschuldige burger was omgekomen als gevolg van een drone-aanval: terroristen zijn dus niet de 
enigen die propaganda maken.

    De beschuldiging dat droneaanvallen zo veel burgerslachtoffers eisen, roept enerzijds de vraag op: in vergelijking waarmee dan? In één opzicht lijkt het vreemd om juist droneaanvallen te bekritiseren omdat er burgerslachtoffers bij vallen. Zoals Avery Plaw van de Universiteit van Massachusetts in Dartmouth overtuigend aantoont in Killing by Remote Control, zijn droneaanvallen van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost. Bemande vliegtuigen kunnen veel minder 
precies te werk gaan, omdat ze niet urenlang in de lucht kunnen blijven hangen om te wachten op het ideale moment om toe te slaan. En grondtroepen resulteren bijna onvermijdelijk in meer collateral damage dan een 
droneaanval.

    Dat er burgerslachtoffers vallen is te wijten aan allerhande factoren, met als voornaamste dat het moeilijk is om ‘de vijand’ te lokaliseren als die zich tussen burgers verschuilt en geen uniform draagt. Gebrekkig inlichtingenwerk is een andere oorzaak, evenals een te groot vertrouwen in de belgegevens van telefoons waarvan je niet zeker kunt weten of ze echt in handen zijn van het beoogde slachtoffer. Zoals 
The Intercept hoorde van een voormalige dronebestuurder: ‘We jagen niet op mensen maar op hun telefoon – in de hoop dat de persoon die we treffen 
ook daadwerkelijk de boef is.’ Of zoals Michael Hayden in 2014 zei, in een debat met mij aan de Johns Hopkins-universiteit: ‘We doden mensen op basis van belgegevens.’

    Het aantal burgerslachtoffers van droneaanvallen buiten oorlogsgebieden is de afgelopen jaren niettemin sterk gedaald. Zo maakt de New America Foundation melding van 49 tot 63 doden in Pakistan in 2011, maar heeft het er van 2014 tot 2016 slechts twee geteld. In Jemen meldt het zestien 
burgerdoden in 2012, maar slechts 
vijf in 2014 en tot nu toe niet een in 2015 en 2016. De cijfers van het Bureau of Investigative Journalism vallen doorgaans hoger uit, maar ook daar 
is sprake van een daling en zie je de laatste jaren nog maar heel weinig burgerslachtoffers.

    Betere cijfers

    Eén reden voor die betere cijfers schuilt misschien in de nieuwe standaard 
voor droneaanvallen buiten conflictgebieden, die Obama in mei 2013 
aankondigde. In een toespraak voor de National Defense University en in een gelijktijdig uitgevaardigde geheime presidentiële beleidsrichtlijn zei hij gerichte aanvallen buiten oorlogsgebieden alleen nog te zullen toestaan als 1) het doelwit een aanhoudende bedreiging vormt voor Amerikaanse burgers, 2) gevangenneming niet 
haalbaar is en de dreiging niet op een andere wijze kan worden geneutraliseerd, en 3) het vrijwel zeker is dat 
bij de actie geen doden of gewonden onder burgers zullen vallen. Diverse critici, waaronder ikzelf, hebben 
kritiek geuit op de ruime betekenis die aan de term ‘aanhoudende bedreiging’ wordt gegeven en gevraagd wat de regering precies bedoelt met de 
‘haalbaarheid’. Maar bij een strenge uitleg van die woorden kun je er eigenlijk niet zo veel meer op tegen hebben 
en valt te verwachten dat er minder aanvallen worden uitgevoerd, en dat er daarbij ook minder burgerslachtoffers vallen.

    Het dronebeleid van Obama laat 
dus een gemengd beeld zien. In zijn eerste ambtstermijn was het een 
middel waarvan hij intensief gebruikmaakte, in zijn tweede termijn is hij steeds selectiever geworden. Daar zijn waarschijnlijk twee belangrijke redenen voor. Ten eerste heeft Obama in 
de loop van zijn regeerperiode, mede in reactie op de brede kritiek, steeds meer openheid over het droneprogramma gegeven – al ging dat met horten en stoten. Na een toespraak van toenmalig juridisch adviseur van Buitenlandse Zaken Harold Koh, in maart 2010, is 
de regering begonnen het programma publiekelijk te verdedigen en steeds meer details prijs te geven. Transparantie dwingt je om verantwoording af te leggen: het is geen toeval dat grotere openheid geleid heeft tot voorzichtiger beleid en grotere terughoudendheid 
bij de inzet van drones.

    Ten tweede heeft de regering misschien meer oog gekregen voor de strategische nadelen van de aanvankelijke nadruk op drones. Enerzijds zijn 
droneaanvallen een effectieve manier om gevaarlijke individuen op moeilijk toegankelijke plaatsen uit te schakelen. Zoals Audrey Cronin opmerkt in Drones and the Future of Armed Conflict:

    De dreiging van drones heeft terroristische operaties verstoord en uit koers geslagen. 
Het dwingt Al-Qaida en zijn bondgenoten hun gedrag aan te passen, zodat ze vooral 
nog bezig zijn te overleven en ernstig worden belemmerd in hun bewegingsvrijheid en 
hun mogelijkheden om operaties te plannen en uit te voeren.

    Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt

    Anderzijds schrijft Cronin ook dat droneaanvallen ‘niet kunnen voorkomen dat de leiders worden opgevolgd en de organisatie doorgaat met het maken van propaganda en het uitvoeren van lokale aanslagen’. En als drones haat zaaien en daarmee de steun voor onze vijand vergroten, zijn ze misschien contraproductief. De meeste berichten lijken daarop te wijzen. Generaal 
Stanley McChrystal, die het bevel 
voerde over de Amerikaanse troepen 
in Afghanistan, zei in 2013 tegen The Huffington Post dat droneaanvallen 
‘een beeld van Amerikaanse arrogantie’ creëren en ‘hartgrondige’ haat oproepen. In 2012 bleek uit peilingen dat 
90 procent van de Pakistanen tegen droneaanvallen was en 74 procent 
de VS als vijand beschouwde. En dat terwijl Pakistan de op een na grootste ontvanger van Amerikaanse financiële steun is, na Afghanistan, en nog vóór Israël.

    Juist hun specifieke kwaliteiten maken drones zo verleidelijk. Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt. En daardoor, zo waarschuwt Gusterson, kunnen drones leiden tot ‘een vorm van permanente kleinschalige militaire operaties 
waardoor de grens tussen oorlog en vrede dreigt te vervagen’.

    De vraag voor Obama is of hij de geschiedenis wil ingaan als de leider die het tijdperk van permanente, 
kleinschalige oorlogvoering per drone heeft ingeluid. Andere leiders, zowel 
in Amerika als elders, zullen in zijn optreden een rechtvaardiging voor hun eigen handelwijze zoeken.

    Het ligt volledig binnen Obama’s macht om een minder dubieuze 
erfenis inzake drones achter te laten. Daarvoor moet hij dan nog wel een aantal andere hervormingen door-voeren. Het is niet genoeg, zoals een voormalige hoge regeringsmedewerker me uitlegde, om de presidentiële richtlijn voor de inzet van drones openbaar te maken: hij moet er een presidentieel decreet van maken, zodat het voor zijn opvolger moeilijker wordt om ervan 
af te wijken. En hij moet de in die richtlijn geformuleerde strenge voorwaarden als uitgangspunt nemen 
voor gesprekken met onze NAVO-bondgenoten over een algemeen aanvaarde standaard voor de inzet van drones buiten oorlogsgebieden. Of we het leuk vinden of niet, drone-aanvallen horen bij de oorlogvoering van de toekomst, en de hele wereld heeft er belang bij om op internationaal niveau een hoge drempel op te werpen tegen de inzet van dat middel.

    Het overheidsrapport over burgerslachtoffers van 1 juli is wat dat betreft een belangrijke stap vooruit. Het is de eerste poging om verantwoording af 
te leggen over de resultaten van het gebruik van drones. Het op dezelfde dag uitgevaardigde presidentiële decreet verplicht de regering om 
hierover voortaan jaarlijks een rapport uit te brengen. Ook verplicht het alle partijen die zijn betrokken bij de inzet van geweld, zowel binnen als buiten oorlogsgebied, om het aantal burgerslachtoffers tot een minimum te beperken en ‘indien van toepassing en in overeenstemming met de doelstelling van de missie’ fouten te erkennen en schadeloosstelling te betalen aan burgerslachtoffers of hun nabestaanden. De regering verdient hiervoor 
alle lof.

    Maar de nieuwe openheid en het presidentieel decreet schieten op belangrijke fronten ook ernstig tekort. Door alleen totaalcijfers te geven over de hele 
afgelopen periode van zeven jaar, maakt de regering het onmogelijk haar cijfers te vergelijken met de door ngo’s gedocumenteerde individuele incidenten. Daarbij komt dat het presidentiële decreet weliswaar geldt voor álle 
burgerslachtoffers van oorlogsgeweld, maar dat de jaarlijkse verplichte 
rapportage alleen burgerslachtoffers buiten actieve conflictzones betreft. Burgerslachtoffers verdienen altijd erkenning, waar ze ook vallen. Voor deze beperking van de jaarlijkse 
rapportage geeft de regering geen 
verklaring.

    Formeel toezicht

    Het belangrijkste wat Obama moet doen betreft niet alleen de formulering van algemene richtlijnen voor drone-inzet, maar de implementatie daarvan. De bevoegdheid om iemand van 
het leven te beroven moet een strak juridisch kader krijgen. En om daarover verantwoording te kunnen afleggen is een vorm van formeel toezicht vereist.

    In Israël moeten alle gerichte liquidaties na afloop door de rechter worden getoetst. Bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaat het de kant op dat er zelfs rechterlijke toetsing wordt geëist voor doden die op het slagveld vallen. Maar onder president Obama hebben de VS duizenden 
personen ver van enig slagveld geëxecuteerd zonder daarvoor ooit specifieke verantwoording af te leggen, met als enige uitzondering de liquidatie in september 2011 van Anwar al-Awlaki, een Amerikaans staatsburger. De regering heeft nooit uitgelegd wie er zijn gedood, op basis waarvan de besluiten zijn genomen en wat de daadwerkelijke gevolgen van specifieke droneaanvallen zijn geweest.

    Het op het slagveld doden van vijandelijke strijders wordt in oorlogstijd geaccepteerd en vereist doorgaans geen afzonderlijke rechtvaardiging: dat iemand 
een vijand is, is dan rechtvaardiging genoeg. Maar een land dat het recht opeist om specifieke personen buiten oorlogsgebieden te elimineren op 
basis van hun vermeende wandaden, moet dat kunnen verantwoorden – 
en moet dat zo veel mogelijk openbaar doen. Aan een dergelijke verantwoording heeft het tot nu toe ontbroken. Geheime executies zijn niet verenigbaar met de rechtsstaat. Dat is het werk van doodseskaders, niet van een democratie.

    Zoals Obama in 2013 in zijn toespraak op de National Defense University zei: ‘Dezelfde menselijke vooruitgang die ons de technologie schenkt waarmee we aan de andere kant van de wereld een aanval kunnen uitvoeren, legt 
ons ook de plicht op om die macht te beteugelen – of het risico te lopen dat we er misbruik van gaan maken.’ Hij is nu nog in de gelegenheid om die macht aanzienlijk te beteugelen. Als hij die kans niet grijpt, zal hij de geschiedenis ingaan als de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede die verantwoordelijk is voor de doorbraak van een vreselijk gevaarlijke en ethisch dubieuze vorm van oorlogvoering. Dat is niet de Obama die ik me wil herinneren.

    Auteur: David Cole
    Vertaler: Frank Lekens

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.