Tag: drugsbeleid

  • In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    Europa neemt meer cocaïne in beslag dan ooit tevoren en toch zijn de autoriteiten niet bij machte om de bloeiende handel te stoppen. Volg de reis van het witte poeder vanuit Zuid-Amerika, via Antwerpen en Rotterdam naar een gebruiksruimte voor verslaafden in Zürich.

    Er wordt seks verkocht, op tv worden pornofilms vertoond en de dames van de bediening zijn halfnaakt. Sommige klanten zijn al niet meer in staat om seks te hebben; ze kwamen toch al niet daarvoor naar het bordeel, maar voor iets beters. Ze zijn hier voor crack, gekoppeld aan seksuele opwinding. Dit is de heetste rush die ze kennen, beter dan welk orgasme dan ook. En daarom blijven ze er een dag, twee, misschien zelfs drie dagen, tot ze helemaal uitgeput zijn van euforie, hun krediet op is, hun rekening zo’n vijf cijfers bedraagt en de week die voor hen ligt niet langer vooruit kan worden geschoven. Dan gaan ze er stilletjes vandoor. Ze gaan naar huis of terug naar kantoor, in afwachting van de volgende crack- of cocaïneorgie, over een paar weken. Of ze belanden in de verslavingstherapie, bij specialisten als Thilo Beck, waar ze klagen over hoe deprimerend het is om een normaal leven te leiden met normale seks.

    Seks verkoopt goed, cocaïne nog beter. Het verhaal dat verslavingsspecialist Beck ons vertelt over bordelen in Zürich en drugsgebruik, is een druppel op een gloeiende plaat van een gigantische cocaïnegolf die Europa momenteel overspoelt. Het stimulerende poeder is zuiverder, goedkoper en gemakkelijker verkrijgbaar dan ooit tevoren. In de straten van Zürich heeft de stof een zuiverheidsgraad tot 90 procent, terwijl vroeger 30 of 40 procent de norm was. En toch kost een gram nog steeds amper 100 Zwitserse frank (116 dollar), terwijl consumenten er vroeger 400 frank of zelfs meer voor betaalden. Als je deze gram in tien lijntjes verdeelt, kun je high worden voor 10 frank, wat goedkoper is dan menig drankje aan de bar. Cocaïne is veranderd van een luxedrug voor rijke, knappe en belangrijke mensen in een populaire drug die iedereen zich kan veroorloven en die overal verkrijgbaar is, volgens experts die de plaatsen delict en politieonderzoeksdossiers kennen.

    Van leerling tot gepensioneerde

    Je kunt coke op straat kopen, per post laten opsturen of bestellen via Telegram, Instagram of zelfs TikTok. Een koerier bezorgt het dan gratis – een soort Uber-dienst voor snuiven. En alle beroepen, klassen, geslachten en leeftijdsgroepen doen mee aan het snuiven en dealen – van bankiers en bakkers tot bouwvakkers. Van de meest verslaafde drugsgebruiker tot gestresste kantoormedewerkers, studenten en de gewone feestganger in het weekend. Van de professionele dealer tot de bedrijfsleider wiens mkb problemen heeft en de familieman die een renovatie van zijn huis moet financieren. Van tieners tot mensen van midden veertig en gepensioneerden.

    Volgens een onderzoek uit 2018 snuiven en roken de Zwitsers in totaal vijf ton cocaïne per jaar, ter waarde van ongeveer 500 miljoen frank [zo’n 515 miljoen euro]. En ook al ontbreken er precieze, nieuwe gegevens over de consumptie ervan, er zijn veel aanwijzingen dat het aantal gebruikers tegenwoordig nog groter is: de hoeveelheid cocaïneresten in het afvalwater van de grote steden van Zwitserland neemt toe; Zürich, Basel en Genève staan ergens bovenaan de top 10 van Europa wat betreft residugehaltes. De politie neemt steeds meer cocaïne in beslag en therapeuten moeten steeds meer gebruikers behandelen. En in de contact- en opvangcentra van Zürich hebben verslaafden die cocaïne koken met zuiveringszout of ammoniak en het vervolgens roken als crack of freebase, hun consumptie de afgelopen drie jaar met een kwart verhoogd.

    Uitgeholde ananassen

    Cocaïne is in opkomst. Ja, het is haast alsof de late negentiende eeuw weer is teruggekeerd. Cocaïne was een populair goedje, dat eerst werd aanbevolen aan morfineverslaafden en vervolgens aan verveelde dames uit de hogere klasse, voordat het de doorbraak van het drankje genaamd Coca-Cola ontketende. Het enige verschil is dat de stof nu illegaal is. En de handel is een eldorado voor de georganiseerde misdaad, op welk gebied Europa nu de VS heeft vervangen als marktleider. Op het oude continent is de vraag tegenwoordig groter, de prijs hoger en de smokkel gemakkelijker. Voor de Zuid-Amerikaanse kartels betekent dit meer winst met minder risico, dus verschepen ze hun goederen liever naar Europa.

    Kristian Vanderwaeren, een Belgische douanedirecteur, staat op wacht bij het grootste toegangspunt tot de Europese markt en weet niet of hij blij of bezorgd moet zijn. In 2023 onderschepten hij en zijn team 116 ton cocaïne in de haven van Antwerpen – een nieuw record, zoals elk jaar sinds 2014. Veel dat douanebeambten kunnen het verbranden van het materiaal niet bijhouden – het blijft soms dagenlang opgeslagen. ‘Helaas zijn wij de grootste importeur van cocaïne,’ zegt Vanderwaeren.

    Cocaïne wordt op talloze creatieve en bijna onvoorstelbare manieren Europa binnengesmokkeld. De drug komt aan in onderzeeërs, vastgemaakt aan scheepsrompen, verstopt in uitgeholde ananassen of geïmpregneerd in textiel.

    De meest voorkomende methode is echter nog steeds wat Vanderwaeren de rip-on/rip-off-variant noemt: een bende breekt een normale container open in de haven van vertrek in Zuid-Amerika, verstopt de cocaïne erin en stuurt het naar Europa zonder medeweten van de eigenlijke exporteur. Zodra de lading in de haven van bestemming is aangekomen, breken andere bendes de container open en stellen het materiaal veilig, hetzij in de haven of na inklaring buiten. Transporteurs nemen vervolgens de drugslading over en sturen deze op weg naar de landen van bestemming, waaronder Zwitserland.

    Dit is vaak zo eenvoudig als het klinkt. Elk jaar komen er 12 miljoen vrachtcontainers aan in Antwerpen, waaronder 350.000 uit Zuid-Amerika, veel daarvan met bederfelijke goederen die snel vervoerd moeten worden. Tot nu toe heeft de douane slechts 2 procent van de containers kunnen scannen en controleren op drugs. Dus als men veel verstuurt, kan men er nog steeds veel doorheen sluizen – er worden verliezen van 10 tot 15 procent ingecalculeerd, die gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd met een marge van meer dan 1000 procent. Hieronder vallen ook steekpenningen van tienduizenden euro’s om havenmedewerkers of douanebeambten op het juiste moment de andere kant op te laten kijken, een specifieke container te laten aanwijzen of de digitale afhaalcode te laten onthullen. En als corruptie niet helpt, nemen lokale bendes graag hun toevlucht tot geweld en chantage om lokale werknemers tot medewerking te dwingen. ‘Als we niet uitkijken, hebben we binnen tien jaar een narcostaat in Antwerpen’, waarschuwt Vanderwaeren.

    Daarom is België nu aan het ‘upgraden’. Er komen honderd nieuwe banen bij in de haven en er worden veertien extra scanners aangeschaft. ‘Over een paar jaar,’ zegt Vanderwaeren, ‘wil ik alle containers uit risicolanden kunnen controleren.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat. Aanvallen en schietpartijen nemen al jaren toe in België. Tijdens onderzoeken stuitte de politie op martelkamers die door lokale bendes werden gerund en de voormalige Belgische minister van Justitie moest zich wekenlang op een geheim adres schuilhouden uit angst te worden ontvoerd. Het is een spiraal van geweld, waarbij gewapende bendes tot het uiterste gaan. Ze hebben al verschillende keren geprobeerd om onder bedreiging van een vuurwapen in beslag genomen cocaïne die nog niet verbrand kon worden uit de haven te stelen.

    ‘Zover mogen we het niet laten komen.’ Aan de rand van Bern ontvangt het plaatsvervangend hoofd van de federale recherche gasten in een eenvoudige vergaderruimte op het hoofdkantoor van de federale politie. Zijn naam mag niet in de media verschijnen om zijn veiligheid te garanderen – de reden hiervoor staat in matrixvorm vermeld op een bord achter hem. Het toont de verschillende hiërarchieën in de drugshandel, met runners onderaan, kleine en grote distributeurs verder omhoog, dan importeurs en ten slotte, rood omlijnd, de georganiseerde misdaad. Dat is de tak die de ervaren politieman en zijn collega’s in het vizier hebben en waar partners uit Nederland en België hem dringend voor waarschuwen. ‘Je moet nu investeren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad,’ vertellen ze hem. ‘Anders loopt het met jullie net zo af als met ons.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat

    Niet dat de onderzoeker die tip nodig had. In zijn werk heeft hij snel oude, vermeende zekerheden moeten herzien: nee, als het gaat om internationale drugshandel is Zwitserland niet alleen een toevluchtsoord en een financieel centrum, het is ook volledig betrokken bij de operationele kant van de zaak en het is een van de meest aantrekkelijke markten in Europa.

    Dit werd duidelijk toen de Belgische drugsdealer Flor Bressers twee jaar geleden in Zürich werd gearresteerd. Terwijl hij op de vlucht was voor de autoriteiten, vond de zesendertigjarige, ook wel bekend als de ‘vingersnijder’, onderdak in Zürich en Rüschlikon bij zijn vriendin. Hij had een valse identiteit gebruikt en beheerde nog altijd zijn bedrijf. Onderzoekers beschuldigden hem van het importeren van tonnen cocaïne in Europa en het leveren van grote hoeveelheden ervan aan Zwitserland. Hij investeerde en gaf zijn winsten uit in het land; alleen al zijn vriendin gaf in twee jaar tijd 2,5 miljoen frank [ruim 2,6 miljoen euro] uit aan luxe goederen en appartementen.

    Bressers opereerde op een niveau waar de federale politie zich voornamelijk op richt – als tussenpersoon. Dit zijn de professionals in de georganiseerde misdaad die de cocaïnehandel organiseren in naam of voor rekening van grote criminele groepen en tegen betaling van provisie, in principe als een volkomen normale economische activiteit.

    De tijd dat een kartel of maffia de handel van teelt tot straatverkoop in handen had, is voorbij. Tegenwoordig functioneert de cocaïnehandel via een toeleveringsketen die gebaseerd is op een arbeidsverdeling met vele schakels: de producenten en lokale kopers in Zuid-Amerika, de kartels die de drugs per ton klaarmaken voor export en de tussenhandelaren die het transport organiseren. Deze huren op hun beurt bendes in die de Europese havens controleren, evenals transporteurs en kopers voor de grote steden. En ze hebben contact met advocaten, accountants en bankiers die helpen om de winsten wit te wassen. Iedereen die aan deze toeleveringsketen kan bijdragen, doet zaken. En de criminele groepen erachter, zoals de Italiaanse ‘Ndrangheta of de Albanese maffia, werken samen over families, etnische groepen en landsgrenzen heen – beter dan de politie.

    Dit werd drie jaar geleden duidelijk, toen Europese onderzoekers erin slaagden de versleutelde communicatiedienst Sky ECC, die werd gebruikt voor internationale drugshandel, te kraken. Ongeveer drieduizend gebruikersprofielen waren op korte of lange termijn actief in het Zwitserse mobiele netwerk en alleen al op basis van deze zaak lopen er momenteel meer dan veertig onderzoeken in Zwitserland. De herkomst van de verdachten lijkt op een eliminatieronde voor het Europees kampioenschap voetbal: Serviërs, Albanezen, Duitsers, Turken, Zwitsers, Nederlanders en nog veel meer – allemaal verenigd op hetzelfde chatplatform. De routes waarlangs cocaïne Zwitserland bereikt zijn net zo divers – vanuit de havens aan de Oostzee en de Middellandse Zee, vaak via koeriers of vrachtwagens. Het wordt ook vervoerd per passagiersvliegtuig, verstopt in luchtvracht of in de magen van slikkers die tot een kilo vervoeren in vingercondooms.

    Lichtschakelaar

    ‘Het is als een lichtschakelaar. Je rookt en wordt onmiddellijk euforisch, creatief en je raakt volledig gefocust.’ Het is een ijzige ochtend in december en het contact- en inloopcentrum op het Zeughausplein in Zürich ziet er een beetje uit als een slaperig festivalterrein: een cirkel van tenten en containers met toiletten, douches, recreatie- en gebruiksruimtes zijn allemaal met elkaar verbonden door houten loopbruggen. Frank (naam veranderd) komt uit een tent waar verslaafden ongestoord kleine hoeveelheden heroïne en cocaïne met elkaar kunnen ruilen. Frank vertelt hoe hij hier terecht is gekomen: eerst waren het gewoon joints, toen freebasing voor de kick en later, toen hij bij de bank werkte, heroïne, totdat het gewoon niet meer ging. Frank is nu vijfentwintig jaar verslaafd. Op dit moment heeft hij zijn verslaving tenminste enigszins onder controle, zegt hij, dankzij het heroïneprogramma en de contactcentra. Je kunt zien dat het niet altijd zo is geweest.

    Die ochtend is hij daar om te freebasen. Hij meldt zich bij de gebruiksruimte. Al snel wordt hij gebeld door een medewerker. Hij mag naar binnen en heeft nu 30 minuten om zijn cocaïne te koken en te roken aan een van de kleine tafeltjes. Frank kan zich niet voorstellen dat hij ooit van de drug zal afkomen. ‘Als het moment van de laatste inhalatie nadert, volgt meteen ook de gedachte aan de volgende. Het houdt nooit op,’ zegt hij.

    In zekere zin is Frank de laatste schakel in de toeleveringsketen van de internationale drugshandel, die zowel aan het begin als aan het eind veel mensen laat lijden, voor velen daartussenin een klein inkomen oplevert en in het midden voor enkelen buitensporige winsten oplevert. Frank staat ver af van deze profiteurs, zowel sociaal als fysiek. De cocaïne die hij in de straten van Zürich koopt, wordt daar niet gedistribueerd door criminele organisaties en er is ook geen Zürichse cocaïnekoning. Sterker nog, met enige overdrijving; dealen is een volkssport geworden. ‘De handel gaat dwars door de maatschappij heen,’ zegt Beat Rhyner, hoofd van Specialized Investigations bij de stadspolitie van Zürich.

    Het zijn vooral lokale criminelen die de drugs bestellen via tussenpersonen in Nederland of België. Zij ontvangen de drugs tegen vooruitbetaling en geven ze meteen door aan hun distributeurs in Zürich. Van daaruit sijpelt het handelswaar onmiddellijk naar beneden via ingewikkelde netwerken. Wat er op dit moment binnenkomt, wordt door Stefan Nebl, plaatsvervangend hoofd van de narcoticagroep van de stadspolitie, omschreven als een ‘episch overaanbod’. Een aanwijzing hiervoor is dat de politie vorig jaar dubbel zoveel cocaïne in beslag nam en 2 miljoen frank in contanten confisqueerde.

    Er zijn aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond

    Maar hoeveel cocaïne de politie ook in beslag neemt in België, Bern of Zürich, op straat verandert er niets. Ondanks alle successen en records blijft het aanbod hoog en de prijzen stabiel, op een laag niveau. In het beste geval, wanneer een makelaar zoals Bressers wordt gearresteerd, hapert de machine even voordat hij op hetzelfde tempo doorgaat, zelfs in Zwitserland.

    ‘Er is vorig jaar iets gebeurd, maar we weten nog niet precies wat,’ zegt adjunct-directeur van de Zwitserse Verslavingsstichting Frank Zobel, een prominent expert op het gebied van de Zwitserse drugswereld. Wat Zwitserland in 2023 meemaakte met betrekking tot cocaïne en vooral crack was ongewoon, zegt hij. Dat sterke en snel verslavende crack in de mode is, is niets nieuws, voegt hij eraan toe. Maar plotseling is het gebruik openlijk zichtbaar geworden, en niet alleen in hotspots als Genève of Zürich, maar ook in kleinere steden als Chur, Solothurn, Brugg of Lugano. Het wordt vaak gebruikt door bekende verslaafden, zoals Frank in de wijk Kreis 4 in Zürich. Maar er zijn ook aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond, zegt hij. ‘We weten nog steeds niet genoeg over wie deze mensen zijn,’ zegt Zobel, ‘maar bij mij gaan de alarmbellen al rinkelen.’

    De federale overheid heeft dit ook gemerkt. In november riep het Federale Bureau voor Volksgezondheid experts van kantons, steden en gespecialiseerde instanties bijeen voor een vergadering. ‘Het is een nieuwe situatie die we serieus moeten nemen,’ zegt Simona De Berardinis, hoofd van de Nationale Verslavingsstrategie. Toch is het bewezen verslavings- en drugbeleid van het land met zijn vier pijlers van preventie, therapie, schadebeperking en repressie nog steeds effectief, zegt ze. Ze zouden kunnen helpen om open drugscènes met hun ellende en geweld te voorkomen en de precaire situatie van gebruikers te verbeteren, voegt ze eraan toe. Nu is het zaak om de recent getroffen steden te ondersteunen door te laten zien hoe je deze pijlers in de praktijk toepast, zodat ook zij beschermde ruimten voor consumptie kunnen creëren. En we zullen de situatie in de zomer zeker in de gaten moeten houden, zegt ze. ‘We weten niet wat we kunnen verwachten.’

    Niemand weet het zeker, maar de voorspelling is dat er nog meer van het witte poeder zal komen. Europol verwacht dat de stroom cocaïne verder zal toenemen. En dat ondanks het feit dat de EU drugshandel al heeft aangemerkt als een van haar grootste bedreigingen voor de veiligheid en afgelopen najaar een breed opgezet actieplan tegen drugshandel heeft gelanceerd. ‘We lossen dit probleem op Europees niveau op of het gebeurt helemaal niet,’ aldus de Belgische douanedirecteur Vanderwaeren.

    De politie in Bern en Zürich zal haar Europese collega’s proberen te helpen en anders de zaken van kleine en grote handelaars in eigen land verstoren – tenminste voor zover de veiligheid en openbare orde worden gehandhaafd. ‘We oefenen overal druk uit, op straat, bij tussenpersonen en importeurs, zodat de situatie niet escaleert,’ zegt de Zürichse onderzoeker Rhyner. Rhyner en zijn collega’s hebben echter al lang niet meer de illusie dat ze met deze maatregelen de illegale drugshandel kunnen stoppen. Ze moeten nu genoegen nemen met het feit dat ze kunnen zeggen: ‘Als je vijf jaar lang dealt in Zürich, loop je een groot risico dat je wordt gearresteerd.’

    Het probleem is echter dat de volgende persoon dan alweer klaarstaat om het stokje over te nemen.

  • De ontvoering van een Nederlandse narco onthulde een internationaal netwerk

    De ontvoering van een Nederlandse narco onthulde een internationaal netwerk

    In augustus 2020 werd de Nederlandse drugsbaron Jamal B., codenaam ‘Partymaster’, ontvoerd in Marbella – waarschijnlijk door rivalen. Onderschepte berichten van de handlangers die naar hem op zoek gingen, brachten de Nederlandse, Belgische en Franse politie op het spoor van een grensoverstijgend drugsnetwerk.

    Hij noemde zichzelf ‘Partymaster’. Volgens de Europese politie was de Nederlander bezig met grootschalige cocaïnehandel. Jamal B., 31 jaar oud, was een doelwit met ‘zeer hoog internationaal aanzien’ en een drugsbaron binnen de criminele groepen die bekendstaan als de Mocro Maffia, wat door zijn familie wordt betwist. Hij woonde in Dubai en Andalusië in Spanje en hield er een luxe levensstijl op na. Het was in Spanje, op de hoek van een klein straatje in de jachthaven van Puerto Banus in Marbella, dat zijn rijzende ster onder de narco’s doofde, toen hij op de avond van 22 augustus 2020 in zijn Mercedes-AMG terreinwagen terugkeerde van een avondje uit in een restaurant met zijn vrouw en kinderen.

    Onder het voorwendsel van een routinematige verkeerscontrole hielden acht mannen, vermomd als politieagenten, zijn voertuig aan, sleepten de bestuurder eruit, sloegen hem in elkaar en namen hem mee. Van Jamal B. is sindsdien niets meer vernomen. Zijn handlangers zijn hun Partymaster kwijt. Maar in narcokringen kan zo’n ontvoering niet lang onbeantwoord blijven.

    Zijn familie, die hem neerzet als een eerlijke zakenman met een succesvol vastgoedbedrijf, heeft zelf een onderzoek ingesteld met de hulp van een privédetective. Ze hebben een beloning van 100.000 euro uitgeloofd voor alle informatie die leidt naar de verblijfplaats van de vermiste jonge vader. Maar de familie is niet de enige die zich zorgen maakt. Ook zijn naaste contacten ondernemen actie op gecodeerde-berichtendiensten die ze gebruiken voor het organiseren van hun handel.

    De meesten van hen zijn Nederlandstalig, maar een handvol medewerkers wisselt informatie uit in het Frans. Toegang tot hun gesprekken, vastgelegd op bewakings- en geluidsopnames, leverde de politie bewijs van de samenwerking van Franse drugshandelaren met de Mocro Maffia. Die naam wordt gebruikt voor criminele groepen die deels bestaan uit Nederlanders van Marokkaanse afkomst die ooit begonnen in de cannabishandel en vervolgens overstapten naar de cocaïnehandel in Noord-Europa.

    Gewelddadige verdwijning

    De zaak toont de vele contacten aan tussen teams van criminelen met verschillende achtergronden die grensoverschrijdend werken, zakendoen of conflicten uitvechten – afhankelijk van het belang van de handel – en schetst de contouren van de geglobaliseerde georganiseerde misdaad.

    Gedurende enkele maanden hadden Nederlandse, Belgische en Franse rechercheurs toegang tot gesprekken tussen gebruikers van de versleutelde-berichtendienst EncroChat. Het was vooral via dit kanaal dat Jamal B. met de gebruikersnaam Partymaster – hij wordt ook wel ‘Lambo’ genoemd – orders gaf, bestellingen plaatste en toezicht hield op de beveiliging van de illegale handel die naar schatting enkele miljoenen euro’s per jaar bedroeg.

    Drie Franse handelaren waren het meest actief. Zij reageerden het snelst op de plotselinge verdwijning van hun Nederlandse collega. Mohamed A., alias ‘Stabblelizard’, is bekend bij rechercheurs van de drugsbestrijdingsdienst in Straatsburg. Vanuit zijn bolwerk in de Elzas is hij betrokken bij verschillende grote cocaïnetransacties. Hij was de eerste die voorstelde om een gewapend commando op te zetten om Partymaster op te sporen en te bevrijden. Karim H., bekend als ‘Serialscarab’, staat dicht bij de georganiseerde misdaad en opereert in de regio tussen Lyon en Zwitserland. Hocine C., bekend als ‘Pakwat’ of ‘Surealpinguin’, wordt ervan verdacht te hebben bijgedragen aan de business van het trio, door rekeningen te vereffenen en door zijn banden met partners in de Dominicaanse Republiek.

    ‘Help ons alsjeblieft, het is belangrijk wallah, we hebben geen informatie, ik denk dat het Fransen zijn’

    Op 23 augustus 2020 reageerde Mohamed A. op het nieuws dat Jamal B. was ontvoerd: ‘Salam, het is goed bro, ik heb je nodig. Ik denk dat ze Lambo hebben ontvoerd. Het gaat om een team nepagenten uit Marbella en probeer er alsjeblieft achter te komen wie het zijn of geef ze mijn contactgegevens. Zie je, ik kan onderhandelen met hen. Help ons alsjeblieft, het is belangrijk wallah [ik zweer het je], we hebben geen informatie, ik denk dat het Fransen zijn.’

    Om er zeker van te zijn, stapte Mohamed A. in zijn auto en ging op weg naar Andalusië. Hij had geen idee dat zijn zwarte Volkswagen Golf met GPS in de gaten werd gehouden door de Franse rechercheurs. Toen hij in Marbella aankwam, ontmoette hij Karim H. Samen stelden ze zich op de hoogte van de entourage van Jamal B. en probeerden ze het mysterie van zijn gewelddadige verdwijning te ontrafelen.

    ‘Zeer professioneel’

    Er komt wat informatie los over de ontvoering: de ontvoerders zouden 20 miljoen euro losgeld willen voor de vrijlating van Partymaster. Geruchten gingen eerst over ‘mensen uit Marseille’, toen over ‘Bulgaren’, voordat werd gespeculeerd over een ‘team uit Oost-Europa’. Vervolgens – met grotere zekerheid – over ‘een Fransman’, en zelfs de naam van Ridouan Taghi werd genoemd. Hij is de meest bekende en gevreesde figuur van de Mocro Maffia, en wordt ervan verdacht opdracht te hebben gegeven voor talrijke moorden, waaronder die op een advocaat en een journalist. Momenteel staat hij terecht in Amsterdam. Wie er ook achter zit, Karim H. schrijft: ‘Ze laten hem niet zomaar gaan.’

    Toen ze zich realiseerden dat EncroChat ‘gekraakt’ was, stapte de Franse groep in juni 2020 over op berichtendienst Sky ECC, waarbij ze ook hun pseudoniemen veranderden. Sky ECC werd daarna ook gedecodeerd door de politie. Uit de chats blijken ieders rol en activiteiten.

    ‘Zeer professioneel in het gebruik van hun communicatiemiddelen (PGP oftewel Pretty Good Privacy, een algoritme voor het versleutelen van gegevens) en hoog in de hiërarchie van drugshandelaren, zijn deze personen betrokken bij de massale invoer van verdovende middelen, via de rip-offmethode en het plaatsen van drugs in legale zendingen of door het gebruik van voertuigen uitgerust met een verborgen opslagruimte,’ is de conclusie in het politierapport over Hocine C., Karim H. en Mohamed A.

    De rechercheurs houden Mohamed A. nauwlettend in de gaten

    De drie Fransen besteden veel zorg aan vertrouwelijkheid en beveiliging. Ze waken erover zowel tijdens hun reizen – waarbij ze meerdere keren van auto wisselen – als tijdens hun ontmoetingen, die plaatsvinden in ondergrondse parkeergarages of benzinestations buiten het bereik van bewakingscamera’s. Maar de rechercheurs houden Mohamed A. nauwlettend in de gaten. In een paar maanden tijd maakt hij minstens twee reizen naar Nederland, voorafgegaan door de Peugeot 106 van een vriend als verkenningsvoertuig, met het oog op het terugbrengen van de ‘handel’ naar Frankrijk.

    Zijn Volkswagen Golf, uitgerust met afluisterapparatuur, is het middelpunt van frequente discussies over de toekomst van Partymaster, maar ook over witwasoperaties via vastgoedbedrijven (percelen grond, appartementen en dergelijke) en de doorverkoop van luxe auto’s. Dit alles voorziet de drie Fransen van een comfortabel inkomen.

    ‘De grootste vis van Europa’

    Maar deze winstgevende operaties, onder toezicht van Nederlandse groepen – en Partymaster in het bijzonder – weerhouden de Franse narco’s er niet van om ook hun sombere momenten te hebben. En die uiten ze op hun messaging-netwerk. ‘Het leven als handelaar is niet makkelijk, alleen in films lijkt het leuk,’ zegt Karim H. ‘Jij denkt dat de affs [gebeurtenissen] mogelijk door encro komen? Maar dan is het toch vreemd dat het niet in de krant staat,’ antwoordt Hocine C. ‘De telefoon van Lambo moet afgeluisterd zijn geweest,’ benadrukt Karim H., die ervan overtuigd is dat hij nu wordt beschouwd als ‘de grootste vis van Europa’. Op dezelfde dag zoeken ze op internet naar de straffen voor overtredingen begaan door een georganiseerde bende.

    Het trio is enigszins voorspelbaar: door hen zo op de voet te volgen, zien de rechercheurs kans om actie te ondernemen. Op 16 november 2021 verplaatst Karim H. zakjes drugs van kluis naar kluis in een ondergrondse parkeergarage in Schiltigheim, een buitenwijk van Straatsburg, als hij wordt aangehouden door politieagenten van de antidrugsbrigade.

    Volgens een smokkelaar uit Le Havre is Jamal B. ‘de man met het meeste geld in Europa’

    Volgens het parket van Parijs zijn tot nu toe negen mensen aangeklaagd in deze zaak, na een gerechtelijk onderzoek dat een jaar eerder, op 25 november 2020, begon. De meervoudige aanklachten betreffen georganiseerde invoer van drugs, drugshandel, criminele samenzwering, witwassen van drugsgeld en georganiseerde ontvoering.

    Terwijl het onderzoek in Parijs wordt voortgezet onder auspiciën van Junalco, de Franse nationale rechtbank belast met de strijd tegen de georganiseerde misdaad, is er in Spanje nog geen spoor van Partymaster gevonden. 

    De Spaanse krant El Confidencial onthulde dat in 2022 zes mannen – waaronder Franse staatsburgers die bij de Franse justitie vooral bekend waren vanwege wapenhandel – gearresteerd werden door de Andalusische politie. Door een procedurefout werden ze echter vrijgelaten. 

    De zaak wordt zeer nauwlettend gevolgd door zowel de autoriteiten als de rechercheteams. In een ander dossier noemt een smokkelaar uit Le Havre – die inmiddels op de vlucht is – Jamal B. ‘de man met het meeste geld in Europa’.

    Lees ook:

  • De Braziliaanse ‘schoonzussen’ geven via TikTok een inkijk in de gevangenis

    De Braziliaanse ‘schoonzussen’ geven via TikTok een inkijk in de gevangenis

    In Brazilië hebben vrouwen van gevangenen succes op TikTok met video’s over de bezoekjes aan hun partners. Zo zorgen ze ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft in een land waar meer dan 900.000 mensen achter de tralies zitten.

    In het nagenoeg oneindige universum van TikTok-sterren hebben Braziliaanse ‘schoonzussen’ hun plekje veroverd. En ze hebben veel succes. Het zijn echtgenotes en vriendinnen van gevangenen – cunhadas noemen ze zichzelf: schoonzussen – die in korte, zelfgemaakte video’s het reilen en zeilen van hun dagelijks leven laten zien. Een bezoek aan hun liefje achter de tralies gaat gepaard met een mix van routine, emoties en onzekerheid. 

    De video ‘Dia de visita no xilindró’ [Bezoekdag in de bajes] werd een grote hit. Een meisje van in de twintig met onmogelijke wimpers en getatoeëerde handen vertelt hoe ze eindelijk haar boy gaat bezoeken, nadat ze hem vijfenveertig dagen niet heeft gezien – ‘omdat hij in eenzame opsluiting zat, ze hem daarna naar een halfopen instelling brachten en hij vervolgens naar een andere gevangenis is overgeplaatst’. De bureaucratische formaliteiten zijn net afgerond en ze is al in de gevangenis, dus staat weinig de langverwachte hereniging nog in de weg, vertelt ze. Maar dan begint de nachtmerrie. ‘Een aardige politieagent, een schatje, echt het toonbeeld van empathie,’ zegt ze sarcastisch, ‘zei dat het röntgenapparaat niet werkt. Daarom is het bezoek opgeschort. Maar hij zei dat we wel een kwartiertje mochten praten via de telefoon.’

    De maker van de video slaagde erin haar lotgevallen als vrouw van een gevangene om te zetten in een bron van sponsoring en inkomsten

    Vanaf dat moment toont de schoonzus een waaier aan emoties, het best werkende recept voor sociale media. En – want dit is TikTok – er loopt een katje door het beeld. Het resultaat: zes miljoen internetgebruikers zagen de video, die ruim zesduizend reacties kreeg. De maker, Mischa Lemos, heeft bijna een miljoen volgers en slaagde erin om haar lotgevallen als vrouw van een gevangene om te zetten in een bron van sponsoring en inkomsten. Haar geval is niet uitzonderlijk, maar ook niet erg gangbaar.

    Overvolle gevangenissen

    Tot voor kort liep niemand ermee te koop de vrouw van een gevangene te zijn. Maar clip na clip, vaak met gevangenisraps op de achtergrond, openen deze vrouwen een deur naar een tastbare werkelijkheid binnen de gevangenismuren, die af en toe de krantenkoppen haalt – dan is het vaak een met bloed bevlekt beeld, vol rellen, barbaarse slachtingen en martelingen. In Brazilië zitten meer dan 900.000 mensen gevangen; de gevangenissen zijn overvol en de omstandigheden zijn er erbarmelijk. Alleen China en de VS tellen meer gedetineerden.

    Socioloog Fernanda Naiara Lobato van de Federale Universiteit van Ceará bestudeert het fenomeen van de schoonzussen op TikTok en Instagram voor haar promotieonderzoek naar vrouwen die een romantische of echtelijke relatie hebben met gedetineerde mannen. ‘Deze vrouwen vertellen over hun dagelijks leven in de taal van het internet, met memes, humor, sarcasme en betrokkenheid,’ zegt ze in een videogesprek vanuit Fortaleza.

    De filmpjes van geliefden van gevangenen op sociale media zorgen ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft

    Juist de gevangenissen van Ceará zijn momenteel in het nieuws vanwege diverse gevallen van marteling van gedetineerden, zoals het breken van vingers of het draaien van testikels. Lobato wijst op het symbolische aspect van het mishandelen van gevangenen in het ‘kamertje van de liefde’, de plek voor intimiteit ‘die ooit iets heel anders betekende’.

    De filmpjes van geliefden van gevangenen op sociale media zorgen ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft, zegt Lobato. Daarnaast zorgen ze voor solidariteit tussen deze vrouwen en vermenselijken ze de ervaringen in gevangenissen. Ook laten ze zien dat de gevangeniswereld niet losstaat van de rest van de samenleving.

    Op TikTok delen de vrouwen weinig details over hun geliefden, zegt de onderzoeker, ze praten vooral over zichzelf. Als het om de gevangenis gaat, vraagt niemand voor welke misdaad of aanklacht iemand vastzit; dat wordt als beledigend ervaren. Gevangeniscodes worden binnen noch buiten de muren geschonden, want daar zitten consequenties aan.

    Vrouwelijke gedetineerden worden doorgaans in de steek gelaten door hun partners en familie

    De machtigste criminele groep van Zuid-Amerika, de Primeiro Comando da Capital (PCC), domineert de gevangenissen en favela’s. Zij begonnen met de term ‘schoonzussen’ voor de vrouwen van bendeleden (hermanos, broers). De term breidde zich later uit tot elke vrouw die een gevangen man bezoekt. Vrouwelijke gedetineerden worden daarentegen doorgaans in de steek gelaten door hun partners en familie.

    Drugswet

    Braziliaanse gevangenissen zitten overvol. Aan het begin van deze eeuw waren er ongeveer 200.000 gevangenen, maar in ruim twee decennia is de gevangenispopulatie met een factor vier gestegen. De belangrijkste reden dat er nu meer dan 900.000 gevangenen zijn, is een antidrugswet uit 2006 die geen onderscheid maakt tussen dealers en gebruikers.

    De Hoge Raad is van plan het debat te hervatten over decriminalisering van drugsbezit voor persoonlijk gebruik. Er is een datum vastgesteld voor de behandeling van een hoger beroep, dat was ingediend door een man die was betrapt met 3 gram marihuana. De zaak lag jarenlang onder op de stapel van de hoogste Braziliaanse rechtbank, wat aangeeft hoe netelig de kwestie is. In 2015 begon de Hoge Raad met het bestuderen van het hoger beroep. Drie van de elf rechters stemden voor versoepeling, maar een vierde vroeg tijd om de zaak nauwer te bestuderen. En daar bleef het steken. 

    Acht jaar zijn inmiddels verstreken. De verwachting is dat de rechters zullen instemmen met een versoepeling van de drugswet. De grootste optimisten dromen ervan dat de Hoge Raad het eens wordt over een bepaalde hoeveelheid die consumenten onderscheidt van dealers.

    De snelheid waarmee bendes innoveren en zich aanpassen is verbluffend

    De georganiseerde misdaad regeert niet alleen over de gevangenissen van Brazilië, maar beheert ze ook min of meer. Het is gebruikelijk dat de autoriteiten gedetineerden vragen of ze geïnterneerd willen worden in een gevangenis die wordt gedomineerd door een bepaalde bende, om zo gevangenisoorlogen te vermijden. En de snelheid waarmee bendes innoveren en zich aanpassen is verbluffend. Tijdens de pandemie begon de ondernemingsgezinde PCC de wachtrijen van bezoekers via Telegram te organiseren om drukte te vermijden, aldus een recent verslag in het tijdschrift Piauí. Het systeem is inmiddels uitgebreid naar andere gevangenissen.

    Schendingen van mensenrechten worden door de cunhadas op sociale media niet aan de kaak gesteld. Dat blijft het terrein van groepen zoals het gevangenispastoraat van de katholieke kerk. De influencers laten hun eigen versie van hun dagelijks leven zien – mierzoet, zoals TikTok voorschrijft. Ze filmen zichzelf terwijl ze maaltijden koken om mee te nemen en de gerechten, zoals pasta bolognese of soms zelfs een biefstuk, in doorzichtige zakken stoppen. ‘Jumbo’ is in gevangenisjargon de naam voor die doorzichtige tas waarin ze eten meenemen, of nieuwe kleren of tandpasta – in veel Braziliaanse gevangenissen ontbreken zelfs de meest basale dingen.

    Parallel universum

    Tiktok-video’s met de hashtag #mulherdepreso [gevangenisvrouw] of #soltaopresoseujuiz [rechter, laat de gevangene vrij] tonen de beha of het parfum voor het volgende intieme bezoek. Of de cunhadas poseren in kleding waarmee ze de penitentiaire inrichting zouden willen betreden, maar die verboden is. Gevangenissen hanteren namelijk eenvoudige kledingvoorschriften voor bezoekers: T-shirt, legging en slippers. Ze maken ook van de gelegenheid gebruik om geïnteresseerden te informeren: hoe een elektronische enkelband moet worden opgeladen en wat de kosten en reistijd zijn voor dat langverwachte moment eens in de zeven of veertien dagen. En dan pakken ze hun mobiele telefoon, zetten hun liefste gezicht op en delen dat moment met de wereld.

    Dit parallelle universum doet overigens veel denken aan de echte wereld. Want hoewel de meeste Braziliaanse gevangenen mestizo of zwart zijn, zijn de populairste cunhadas wit met glanzend steil haar.

    Lees ook:

  • ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’

    Keuze uit ons archief

    Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.

    Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.

    Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.

    Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.

    Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld

    Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.

    Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.

    In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.40 AM

    In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.

    Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt

    De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.

    In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.

    Slachtoffers noch monsters

    Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.

    Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.

    De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.

    Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.

    Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.

    Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden.
    Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’

    Niets te verliezen

    Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.

    De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).

    Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).

    De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’

    “Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”

    In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).

    Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).

    Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas).
    Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).

    ‘Echte man’

    In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.

    De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.

    In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’

    In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).

    Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.22 AM 2 1

    In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.

    Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.

    De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’

    Macho-ideologie

    De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.

    Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.

    Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.

    Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.

    Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.

  • Tunesië lacht niet om een jointje

    Tunesië lacht niet om een jointje

    In Tunesië draai je zomaar een jaar de gevangenis in voor het roken van een joint. Een nieuwe wet, bedoeld om de situatie te verbeteren, maakt deze volgens activisten juist erger.

    ‘Ik werd op straat besprongen door tien agenten, nadat ik vloeitjes had gekocht,’ zegt de 27-jarige gitarist Matmati in een café in Tunis. Hij vertelt hoe zijn leven op die avond in december 2014 tot stilstand kwam. De politie fouilleerde hem, vond de vloeitjes en arresteerde hem, waarna er op het politiebureau cannabis in zijn portemonnee werd gevonden.

    Matmati had die dag niet gerookt, maar gebruikte wel geregeld marihuana. Hij besloot zich niet te verzetten tegen een urinetest. ‘Die viel positief uit.’ Matmati werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.

    Onder ‘Wet 52’ worden Tunesische drugsgebruikers veroordeeld tot een gevangenisstraf van een tot vijf jaar en een boete die kan oplopen tot 1250 euro. In 2016 zaten er meer dan zesduizend mensen vast wegens drugsgebruik. Matmati zat acht maanden van zijn straf uit en kwam na een presidentieel pardon vrij.

    Daarna viel het hem moeilijk om zijn leven weer op te bouwen. Muziek was zijn passie en hij hoopte ermee zijn brood te kunnen verdienen. Maar na zijn arrestatie kon hij geen vergunning krijgen als professioneel musicus, en die heb je nodig om te mogen optreden.

    ‘Het is een middel om de bevolking te pesten, vooral de jongeren’

    Wet 52 werd in 1992 aangenomen onder dictator Zine el-Abidine Ben Ali. Voor die tijd konden drugsgebruikers alleen veroordeeld worden als ze op heterdaad werden betrapt, legt Ghazi Mrabet uit. Hij is advocaat en oprichter van Al Sajin 52 (Gevangene 52), een groep activisten die zich inzetten voor de hervorming van Wet 52.

    Onder de nieuwe wet mocht de politie urinetesten uitvoeren om drugsgebruik te bewijzen, en dat leidde tot veel arrestaties die alleen op vermoedens waren gebaseerd.

    ‘Het is een middel om de bevolking te pesten, vooral de jongeren,’ zegt Mrabet. ‘Er werden veel artiesten gearresteerd, vooral rappers, omdat rap een boodschap van bevrijding en verandering uitdraagt.’ Hij hamert erop dat de wet inefficiënt is en komt met cijfers van het ministerie van Justitie die aantonen dat 54 procent van de veroordeelden blijven gebruiken. 
Volgens het ministerie van Volksgezondheid rookt 13,6 procent van de mannen en 0,4 procent van de vrouwen in Tunesië cannabis.

    Al Sajin 52 en organisaties als Human Rights Watch pleiten ervoor gevangenisstraffen voor drugsgebruikers te vervangen door soepeler alternatieven als boetes en taakstraffen. Het debat over de drugswetten begon na de revolutie in 2011 toen Slim Amamou, toentertijd staatssecretaris voor Jeugdzaken, opriep de repressieve wet af te schaffen. In 2012 eisten demonstranten de hervorming van Wet 52 nadat drie rappers waren gearresteerd wegens marihuanagebruik. Tijdens zijn verkiezingscampagne in 2014 beloofde president Beji Caid Essebsi Wet 52 te hervormen om ‘de toekomst van verdachten, vooral diegenen die nog studeren en bij hun families wonen, te beschermen’.

    In december 2015 werd er een nieuwe wet opgesteld. Op 3 januari 2017 begonnen de discussies erover in het parlement. Maar het debat nam een onverwachte wending waardoor de parlementsleden, volgens mensenrechtenorganisaties, uiteindelijk voor een wet konden stemmen die juist nog repressiever is. ‘Het ministerie van Justitie kwam met een gewijzigde versie waarin sommige potentiële verbeteringen in het oorspronkelijke concept zijn herzien,’ zei Human Rights Watch op 19 januari. Bovendien zouden drugstesten onder de verbeterde wet nog steeds blijven bestaan, maar met een onverwacht nieuwigheidje: een half jaar gevangenisstraf voor iedereen die de test weigert.

    Een groep jongemannen in een café in Sidi Bouzid, de stad waar de Arabische Lente begon. – © MadsNissen / HH
    Een groep jongemannen in een café in Sidi Bouzid, de stad waar de Arabische Lente begon. – © MadsNissen / HH

    Een van die wijzigingen is de introductie van de overtreding ‘aanzetting tot gebruik’. Amna Guellali, directeur van Human Rights Watch Tunesië, verklaarde dat deze maatregel de vrijheid van meningsuiting kan ondermijnen. Ze is teleurgesteld in de nieuwe wetsversie. Volgens haar is die een achteruitgang en zal ze niet helpen om het drugsgebruik terug te dringen. ‘In deze wet komt preventie nauwelijks aan de orde.’

    Dr. Abdelmajid Zahaf, hoofd van de Tunesische vereniging die strijdt tegen soa’s, aids en drugsmisbruik, vertelde dat er op dit moment geen afkickcentra in het land bestaan. Maar zijn vereniging opent binnenkort dagcentra om verslaafden in de steden Gabes en Djerba te helpen.

    Intussen verklaarde Hassouna Nasfi, vicevoorzitter van de parlementaire commissie voor algemene wetgeving, dat het nog minstens een maand zal duren voor er over de wet zal worden gestemd. Sommige parlementsleden vinden dat drugsgebruik alleen kan worden tegengegaan door strafmaatregelen; anderen zijn het daar niet mee eens. Guellali van Human Rights Watch, die een rapport publiceerde over misstanden met betrekking tot Wet 52, zei dat de gevangenen in ellendige omstandigheden leven. ‘Het is een hel.’

    Overvol en smerig

    Isam Absy (31) is uitsmijter in nachtclubs en rapt in het cultuurcollectief Gam7. Na een vechtpartij in een club werd hij gearresteerd. Er werd meteen maar een drugstest gedaan, waarna hij werd veroordeeld tot een jaar in de gevangenis. Daar was het overvol en smerig. ‘Soms zaten we met 125 mensen in de cel. Er waren bedwantsen, ratten en ander ongedierte…’

    Mensenrechtenadvocaten en -activisten zeggen dat ze zich zullen blijven verzetten. ‘Ik hoop dat we binnenkort een nieuwe, moderne wet zullen krijgen die de menselijke waardigheid respecteert,’ zegt advocaat Mrabet. ‘Als we naar de ontwikkeling van de wetgeving in de grote democratieën kijken, dan zien we dat die meer en meer de kant op gaat van lichtere straffen voor drugsgebruikers.’

    Auteur: Timothee Vinchon
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Middle East Eye
    Ver.-Kon. | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.