Tag: drugsoorlog

  • Rodrigo Duterte aangeklaagd om misdaden tegen de menselijkheid

    Rodrigo Duterte aangeklaagd om misdaden tegen de menselijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: stortregens eisen minstens één slachtoffer in Catalonië

    » Noord-Korea: Kim Jong-un onder voorwaarden bereid tot dialoog met de VS

    Hij zou duizenden mensen zonder proces hebben vermoord

    De voormalige president van de Filipijnen wordt door het Internationaal Strafhof vervolgd om zijn oorlog tegen drugs, ‘waarin duizenden kleine dealers, gebruikers en anderen zonder proces zijn vermoord’, aldus de BBC. Volgens het Hof zou het tachtigjarige oud-staatshoofd een indirecte rol hebben gespeeld bij tientallen moorden, die soms door de politie zelf zijn gepleegd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een eerste aanklacht betreft de periode van 2013 tot 2016 in Davao City en zijn vermeende betrokkenheid bij de dood van negentien mensen in de stad waarvan Duterte burgemeester was. Twee andere aanklachten hebben betrekking op feiten die zich tussen 2016 en 2022 hebben voorgedaan, toen hij president was.

  • Mexico geschokt door moord op twee jezuïeten

    Mexico geschokt door moord op twee jezuïeten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: Minister van BZ verlaat Vijfsterrenbeweging en begint nieuwe fractie

    » Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    De lichamen zijn nog niet gevonden

    Maandag zijn twee jezuïtische priesters, Joaquín Mora en Javier Campos, doodgeschoten in hun kerk in Cerocahui, ongeveer 600 kilometer ten zuiden van de grens met de VS. Een andere man, die blijkbaar werd achtervolgd door een huurmoordenaar, had net in die kerk zijn toevlucht gezocht. ‘Een commando heeft de drie lichamen meegenomen’ en de jezuïetengemeenschap eist dat ‘de autoriteiten in actie komen om de lichamen van de geestelijken te vinden’, meldt El Universal. De schutter is naar verluidt geïdentificeerd.

    ‘De moord op mijn broeders is het zoveelste voorbeeld van de incompetentie van de regering’

    President Andrés Manuel López Obrador en de Senaat hebben de moorden officieel veroordeeld. Maar op sociale media stak een priester uit hetzelfde bisdom als de vermoorde geestelijken zijn woede jegens de politiek niet onder stoelen of banken: ‘Wij zijn overmand door verdriet, niet alleen om hen die vandaag zijn gestorven, maar om iedereen die is omgekomen als gevolg van een absurde en domme oorlog [tegen drugs]. De moord op mijn broeders Joaquín Mora en Javier Campos is het zoveelste voorbeeld van de incompetentie van de regering, van het onvermogen van degenen die gekozen zijn om ons te beschermen en die ons aan ons lot overlaten. Niet alleen degene die de trekker overhaalt, maar ook degenen die de macht hebben om deze barbaarse daad te stoppen en die liever niets doen, zijn medeplichtig,’ aldus pater Francisco Moriel Herrera.

    Lees ook:

  • De taliban, de grootste drugshandelaren ter wereld

    De taliban, de grootste drugshandelaren ter wereld

    De machtsovername door de taliban in Afghanistan twee jaar geleden betekende niet de overwinning van de islam, maar de overwinning van de heroïne, aldus de Italiaanse journalist en auteur van Gomorra Roberto Saviano. ‘Het is verkeerd om de taliban “moslimmilitanten” te noemen: het zijn drugshandelaren.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week, op 15 augustus, was het twee jaar geleden dat de Afghaanse hoofdstad Kaboel viel. Kort daarop namen de taliban de macht in Afghanistan over en nu, twee jaar later, zitten ze nog altijd stevig in het zadel. Deze religieuze beweging staat natuurlijk vooral bekend om haar islamitische en vrouwonvriendelijke opvattingen, maar dit artikel laat ze van een geheel andere kant zien. De letterlijke betekenis van het woord taliban mag dan ‘koranstudenten’ zijn, volgens de schrijver van dit artikel is het gepaster om ze voortaan aan te duiden als ‘drugshandelaars’. Ze hebben van Afghanistan een ‘narcostaat’ gemaakt, zo stelt hij.

    Als je de rapporten leest van het UNODC, het Bureau voor Drugs en Criminaliteit van de Verenigde Naties, zie je steeds dezelfde data: meer dan 90 procent van alle heroïne wereldwijd wordt geproduceerd in Afghanistan. Dat betekent dat de taliban samen met de Zuid-Amerikaanse narco’s de machtigste drugshandelaren ter wereld zijn. In de afgelopen tien jaar zijn ze ook een belangrijke rol gaan spelen in de handel van hasj – ze produceren niet alleen Afghaanse hasj maar ook charas [een cannabisconcentraat] – en marihuana. Het lijkt misschien verwarrend, maar als het over Afghanistan gaat, wordt de voornaamste dynamiek van het conflict altijd vermeden, de primaire bron van inkomsten voor de financiering van de oorlog wordt genegeerd. Daardoor ontbreekt bij het beeld dat je hebt van het eeuwige conflict in dat verre land het centrale element, namelijk opium. 

    De oorlog in Afghanistan is een opiumoorlog. Vóór de koranscholen, de verplichte boerka, vóór de kindbruiden, vóór dat alles zijn de taliban drugshandelaren die een absoluut monopolie eisen op het gebied van drugsgebruik en -teelt, die in 2001 nog zogenaamd door hen werd verboden. Daarbij heeft de Amerikaanse regering een van haar grootste fouten gemaakt. In 2002 verklaarde generaal Franks, de eerste die de invasie in Afghanistan door Amerikaanse grondtroepen coördineerde: ‘Wij zijn geen antidrugstaskforce. Dat is niet onze missie.’ De boodschap was gericht aan de opiumbaronnen, om ze aan te sporen zich niet aan te sluiten bij de taliban, en betekende in feite dat de Verenigde Staten de teelt van opium zouden toestaan. James Risen onthulde in 2009 in een artikel in The New York Times waarin stond dat wie de kant van de Amerikaanse troepen had gekozen, niet langer op de zwarte lijst van het Pentagon stond van heroïnehandelaren die moesten worden gearresteerd.

    Akhundzada is de belangrijkste leider van de taliban en een van de grootste drugshandelaren ter wereld

    Maar het loopt hoe dan ook niet goed af, want met de Amerikaanse militaire aanwezigheid worden de zaken van de opiumsmokkelaars, die zich juist snel moesten kunnen bewegen, voortdurend tegengehouden, geïnspecteerd en geautoriseerd. De taliban kunnen zich daarentegen wel snel bevoorraden en bewegen, maar dat niet alleen: ze gaan ook dubbel belasting heffen bij producenten die niet voor hen werken en hun eigen papavervelden bebouwen. In plaats van af te persen gaan ze dus zelf de drugshandel managen.

    De moedjahedien waren daar al eerder mee begonnen, in de oorlog tegen de Sovjets, met steun van het Westen. De boeren hadden toen geen keus: zodra de troepen van het Rode Leger zich in 1989 hadden teruggetrokken, begreep moellah Akhundzada dat het innen van de 10 procent protectiegeld van de heroïnehandelaren moest stoppen en dat zij, de guerrillastrijders van God, zelf de drugshandel moesten overnemen. Hij beval dat de hele Helmand-vallei in het zuiden van Afghanistan zou worden bebouwd met opium en dat wie zich verzette en toch met staatssteun granaatappelbomen bleef kweken of tarwe verbouwen, zou worden gecastreerd. Het resultaat was een productie van 250 ton heroïne.

    Nu wordt Akhundzada de belangrijkste leider van de taliban genoemd en is hij een van de grootste drugshandelaren ter wereld. Vergeleken met vroeger klimmen steeds meer talibanleiders die actief zijn in de drugshandel op in de binnenlandse hiërarchie (ook de religieuze), zodat de capabelste militaire leiders en religieuze figuren toegang krijgen tot baantjes en infrastructuur. 

    Belangrijke as

    De heroïne van de taliban gaat naar de camorra, de ‘ndrangheta en de cosa nostra, voorziet de Russische drugskartels en de Amerikaanse cosa nostra en alle distributieorganisaties in de Verenigde Staten, met uitzondering van de Mexicanen die onafhankelijk proberen te worden van de Afghaanse opium (wat moeilijk is, want Sinaloa-heroïne is duurder dan Afghaanse). Via de route Afghanistan-Pakistan-Mombassa (Kenia) leveren de taliban ook aan de gigantische markt van de kartels van Johannesburg in Zuid-Afrika.

    Ze leveren heroïne aan Hamas, ook een organisatie die zichzelf financiert met hasj en heroïne, en die zelfs heeft verklaard: ‘Wij feliciteren het islamitische volk van Afghanistan met de nederlaag van de Amerikaanse bezetting op het gehele Afghaanse territorium, en de taliban en hun goede leiderschap met deze overwinning, die het hoogtepunt vormt van hun lange strijd van de afgelopen twintig jaar.’ Dit lijken politiek-ideologische bondgenootschappen, maar het zijn in feite criminele pacten.

    De heroïne van de taliban heeft een belangrijke as gecreëerd met de maffia van Mumbai, de D-Company van Dawood Ibrahim, de koning van de Indiase drugshandel, die wordt beschermd door Dubai en Pakistan en de feitelijke distributeur is van het Afghaanse goud. De Chinese markt is nog niet veroverd, maar de ambities van de taliban zijn gericht op het Oosten; daar willen ze ook Japan overnemen (de Japanse criminele organisatie Yakuza krijgt de drugs aangeleverd uit Laos, Vietnam en Myanmar) en vooral de Filipijnen, een land met een bloeiende markt die altijd op gespannen voet staat met de Myanmarese heroïnemarkt. De Myanmarese heroïne is, net als de Chinese, rechtstreeks in handen van de militairen en kan daardoor rekenen op een snelle en efficiënte productie, die voor de kartels, gebonden als ze zijn aan smeergeld en provisies, vaak niet haalbaar is.

    Het is belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen

    2017 was het jaar van de grootste opiumproductie in de geschiedenis: 9900 ton met een waarde van ongeveer 1,4 miljard dollar. Maar als je kijkt naar alle drugs samen – hasj, marihuana en heroïne – bedraagt de omvang van de totale illegale economie van Afghanistan in dat jaar 6,6 miljard dollar, aldus de UNODC. Gretchen Peters, de journalist die de band tussen heroïne en taliban van dichtbij heeft gevolgd, merkt in haar boek Seeds of Terror op: ‘De grootste mislukking in de strijd tegen terrorisme is niet dat Al-Qaida zich aan het reorganiseren is in tribale gebieden in Pakistan en waarschijnlijk nieuwe aanvallen tegen het Westen aan het beramen is. Nee, de grootste mislukking is het spectaculaire onvermogen van de westerse wetshandhavingsinstanties om de geldstroom die hun netwerken in stand houdt, te stoppen.’

    De guerrillabeweging FARC kon het Colombiaanse leger het hoofd bieden door 26 procent van het land te bezetten, en hun economische kracht was gebaseerd op cocaïne. Ook al kun je deze twee guerrillabewegingen niet met elkaar vergelijken, toch is het belangrijk dat men inziet dat drugsoorlogen niet kunnen worden gewonnen met bezettingen en evenmin met de klassieke oorlog tegen drugs: plantages afbranden, telers straffen, handelaren arresteren. 

    Fatale fout

    De taliban hebben het internationale strijdperk veranderd. Cosa nostra en de Marseillaanse maffia importeerden van de jaren zestig tot 2000 hun heroïne uit Zuidoost-Azië; het opiummonopolie bevond zich toen in de Gouden Driehoek, het grensgebied van Myanmar, Laos en Thailand. Nu is die plaats ingenomen door de taliban en is er in Zuidoost-Azië nog slechts een restmarkt met een marktaandeel van 1 tot 4 procent. Toen de Verenigde Staten beseften dat ze werden verraden door de opiumbaronnen en dat de taliban de nieuwe bazen in de drugshandel waren, gaven ze 8 miljard dollar uit om de papavervelden te vernietigen: een fatale fout, want de Afghaanse boeren konden niet anders dan de kant kiezen van de ‘koranstudenten’ – de betekenis van het woord ‘taliban’. Paradoxaal genoeg investeerden de Verenigde Staten dus miljarden dollars in de strijd tegen een guerrillabeweging die zichzelf financierde met de verkoop van heroïne aan haar eigen burgers. De eerste en tweede heroïnemarkt in Europa zijn het Verenigd Koninkrijk en Italië. De westerse regeringen negeren al jarenlang het debat over drugs.

    Drugsgebruik is niet simpelweg een zonde of een immorele neiging: de kwaliteit van leven verslechtert, concurrentie maakt de gemoedsrust kapot. Zowel de geprivilegieerde westerling als de wanhopige boer in het Midden-Oosten heeft toegang tot drugs: zonder die drugs zouden ze worden verpletterd door de ondraaglijkheid van het leven. Terwijl vorig jaar de coronapandemie woedde, nam de papaverteelt toe met 37 procent. Hoe onmenselijker het leven in deze wereld wordt, des te groter de behoefte aan drugs zal worden en des te meer winst de handelaren zullen opstrijken. 

    Een feit waarover in geen enkel debat wordt gesproken. Maar de taliban verkopen niet alleen aan kartels: zonder opium kunnen er geen pijnstillers worden gemaakt. Zonder opium is er geen morfine, en geen codeïne. Farmaceutische bedrijven kopen opium van erkende producenten, maar die kopen op hun beurt steeds vaker van Indiase bedrijven die rechtstreeks afnemen van de Afghanen. De taliban beslissen dus ook over onze narcose en onze psychofarmaca. In 2005 zei de toenmalige Afghaanse president Karzai: ‘Óf Afghanistan vernietigt de opium, óf de opium zal Afghanistan vernietigen.’ Het is precies gegaan zoals zijn tweede hypothese voorspelde. Maar zijn uitspraken waren grotendeels een façade. Karzai was een van de belangrijkste eigenaren van Afghaanse opiumraffinaderijen. In feite zei hij: ‘We zullen de opium van de taliban vernietigen en de onze behouden.’ Kortom: het monopolie van deze drug is niet te vermijden, moge de beste handelaar winnen. 

    Afghanistan is veranderd in een narcostaat

    De nieuwe generaties taliban zijn identiek aan de oude, met één wezenlijk verschil: de oude taliban zagen de anti-Sovjet-moedjahedien als helden, de nieuwe taliban hebben de grote drugshandelaren als voorbeeld, degenen die het verloop van de oorlog (en van hun eigen leven) hebben veranderd met opium. De taliban gebruiken de islamwet om een autoritair regime op te bouwen dat noodzakelijk is voor hun handel. Ze verbieden muziek en oogschaduw, terwijl ze de drugs tot twintig jaar geleden uitsluitend buiten de landsgrenzen verkochten. Er is een koersverandering opgetreden; nu verkopen ze ook in eigen land. Drugsverslaving is in Afghanistan een epidemie geworden die door niemand serieus wordt genomen maar die elk jaar toeneemt. Daar profiteren de taliban van: de jonge rekruten worden volgestopt met hasj. En dat is nog het minst erge, want ze krijgen ook toegang tot heroïne: sluit je aan bij onze groep en je kunt heroïne gebruiken, luidt de onuitgesproken (twintig jaar geleden nog ondenkbare) oproep van de talibanleiders. En wanneer die rekruten uiteindelijk tot wrakken zijn verworden, worden ze als uitgeteerde zombies afgedankt. 

    Afghanistan is veranderd in een narcostaat. Als je het Amerikaanse leger ziet, met zijn pantservoertuigen en zijn helikopters, lijkt het misschien een schatrijke legermacht, tegenover de herders met lange baarden en roestige messen. Maar de Verenigde Staten hebben in twintig jaar oorlog 80 miljard dollar uitgegeven om een Afghaans leger te trainen en officiers, troepen, politieagenten en lokale rechters aan te stellen, terwijl de taliban in twintig jaar tijd meer dan 120 miljard dollar hebben verdiend aan opium. Welk leger was het rijkst? Welke kant kon je het beste kiezen?

    De overwinnende taliban zullen niet rusten. Hun volgende vijanden zijn de Iraniërs. Iran heeft net zo hard heroïne nodig als benzine, en alle heroïne die in Teheran wordt gebruikt komt uit Afghanistan. De Iraanse drugshandelaren willen de Afghaanse heroïne kunnen beheren, ze willen dat niet langer de Turken en de Libanezen (en de Koerden) de tussenhandelaren met Europa zijn, maar zijzelf. Ze willen niet alleen de controle over Hezbollah als instrument van de hasj- en heroïnehandel, ze willen ook de Afghaanse opium beheren, en de taliban zullen spoedig hun vijanden zijn die moeten worden overwonnen en vervangen door hun eigen mannen. Iran wordt verteerd door een heroïne-epidemie, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat het om de afspraak om de taliban voortaan bij hun naam te noemen: drugshandelaren.

    Lees ook:

  • Bekijk de documentaire: Cartel Land

    Bekijk de documentaire: Cartel Land

    Mexico wordt al tientallen jaren geterroriseerd door drugsbaronnen. Regisseur Matthew Heineman kreeg het onwaarschijnlijke gedaan; hij filmde in de methlaboratoria, zag de martelingen en was getuige van het corrupte perpetuum mobile waarin de drugswereld en overheid elkaar in stand houden. Met de documentaire Cartel Land dook Heineman in het hart van de drugsduisternis.

    Oorspronkelijk wilde Heineman een film maken over de freelance ‘vigilantes’, de zelfbenoemde Border Patrol in Arizona. Maar toen zijn vader een krantenknipsel stuurde over de burgermilities aan de andere kant besloot hij een parallel verhaal te filmen.

    Heineman bleef en bleef en kroop onder de huid van de horror, de nachtmerrie die Mexico in stukken scheurt en al meer dan 100.000 doden telt en 20.000 vermisten. Het resultaat is een rauwe, onverschrokken film over de drugsoorlog die de VS en Mexico jammerlijk verbindt.

    Cartel Land won de Best Director Award en de Special Jury Award for Cinematography op het Sundance Festival in 2015.


  • ‘We moeten af van de architectuur van de angst’

    ‘We moeten af van de architectuur van de angst’

    Giancarlo Mazzanti, de Colombiaanse architect die Escobars vesting in een toeristische attractie omtoverde, wil met zijn ontwerpen iets wezenlijks bijdragen aan de gemeenschap, die volgens hem nog altijd door angst wordt beheerst.

    Om aan de maatschappelijk behoeften te voldoen moeten er risico’s worden genomen, aldus architect Giancarlo Mazzanti, ontwerper van gedurfde publieke bouwwerken. Volgens deze Colombiaan, die onlangs de Internationale Prijs voor Duurzame Architectuur van het Institut Français d’Architecture heeft gewonnen, wordt de vooruitgang van de bouw in zijn land belemmerd doordat een groot deel van de architectuur in Colombia gebaseerd is op angst.

    Het feit dat hij de oude onneembare vesting van de huurmoordenaars van Pablo Escobar uit de jaren tachtig heeft veranderd in een toeristische attractie waar de bewoners van Santo Domingo Savio, een wijk van Medellín, trots op kunnen zijn, was echter niet zozeer een dappere daad als wel een mijlpaal: voor dit Parque Biblioteca España ontving Mazzanti de prijs voor het beste architectonische werk op de VIe Latijns-Amerikaanse Biënnale voor Architectuur en Urbanisme.

    Maar dit is niet zijn enige project van culturele betekenis voor een kwetsbare, gewelddadige gemeenschap. Bibliotheek La Ladera in Medellín, kleuterschool El Porvenir in Bosa, de Gerardo Molina-school in Suba, het Museo del Caribe in Barranquilla, het Parque Tercer Milenio in San Vitorino, een sportcomplex voor de IXe Latijns-Amerikaanse Spelen in Medellín, en tal van andere projecten – allemaal hebben ze hetzelfde uitgangspunt: eerbied betuigen aan de mensen die het minste hebben, hun laten zien dat een maatschappij er beter op kan worden door scholing.

    ‘Mazzanti is gefascineerd door het onderwerp scholing en heeft op dat gebied een belangrijke rol gespeeld. Hij heeft een nieuwe dimensie aan de architectuur gegeven en deze naar een niveau getild waarvan we niet hadden durven dromen, dankzij zijn talent voor creëren en verrassen,’ zegt architect en historicus Alberto Escovar.

    © Redux Pictures / Hollandse Hoogte
    © Redux Pictures / Hollandse Hoogte

    Giancarlo Mazzanti, die inmiddels 47 jaar oud is, deed al vroeg van zich spreken. Hij was nog maar pas afgestudeerd aan de Javeriana-universiteit van Bogotá, toen hij de prijsvraag won voor het Museo de Arte Moderno van Barranquilla ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Le Corbusier. ‘Hij behoort tot een generatie voor wie al die architectonische paradigma’s – zoals het functionalisme – niet meer voldeden en die zich, mede dankzij het systeem van prijsvragen voor publieke bouwwerken, anders is gaan uiten,’ verklaart Escovar. ‘Door de vele publieke bouwprojecten maakt de Colombiaanse architectuur twee gouden decennia door.’

    Mazzanti voelde zich als kind al aangetrokken tot de stadsmuren van Cartagena, tot forten en tot lego. Hij is totaal niet dogmatisch en respecteert de opvattingen van anderen. Hij is intelligent, theoretisch, geïnteresseerd in geografie en geschiedenis – hij volgde een master in Geschiedenis en Theorie van de Architectuur en het Industrieel Ontwerp aan de Universiteit van Florence – en ook is hij filosofisch onderlegd. Hij citeert Hegel om aan te geven dat hij niet gelooft in het verband tussen esthetiek en ethiek, en [de Mexicaanse auteur] Octavio Paz om het breken met traditie te definiëren als kritische rede, want zonder kritische rede zou er geen vooruitgang bestaan.

    Bij een openbare aanbesteding wordt de goedkoopste beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert

    Hij is een mediafenomeen, maar er zijn ook mensen die twijfelen aan de doelmatigheid van zijn ontwerpen. ‘Ik zie daarin heel fantasierijke, subjectieve ideeën, die de ware taak van de architectuur echter soms in gevaar brengen, namelijk het scheppen van ruimten die geschikt zijn voor het gebruik,’ betoogt architect Daniel Bermúdez, de ontwerper van het pas geopende cultureel centrum Julio Mario Santo Domingo. ‘Zijn oplossingen missen de technische kwaliteit die ze zouden moeten hebben voor duurzame architectuur,’ meent hij. Hoewel hij erkent dat Mazzanti’s ontwerpen moedig zijn, voegt hij eraan toe: ‘Je moet niet overal opvallende, bijzondere dingen willen neerzetten, je moet ook leren bescheiden te zijn.’

    Esthetisch vraagstuk

    Ondanks dit soort kritiek is Mazzanti vast van plan door te gaan met zijn ‘onbescheiden’ ontwerpen. Vanuit zijn glazen studio naast het Museo Nacional filosofeert en schrijft hij, ontwerpt en droomt hij.

    Waarom verkiest u de architectuur van de buitenkant boven die van het interieur?
    In Italië heb ik me beziggehouden met het interieur, maar ik ben vooral geïnteresseerd in de publieke architectuur, want dat is de manier om het sociaal welzijn te bevorderen en culturele activiteiten te genereren. Bovendien werk ik over het algemeen in buitenwijken waar armoede en geweld heersen.

    Wat geeft het publieke bouwwerk u wat de private bouw u niet geeft?
    De betekenis van het publieke bouwwerk is handelen in sociale termen, werken aan welzijn, stedelijke en architectonische verbanden ontwikkelen. Daarbij speelt de politiek een rol, terwijl de private bouw wordt bepaald door persoonlijke smaak en de kans op economisch gewin; het oogmerk ervan is comfort te verschaffen. Als je een huis bouwt, word je geleid door je eigen smaak of door de wensen van een opdrachtgever, en in dat proces raakt het huis op de achtergrond en wordt het een esthetisch vraagstuk.

    De bibliotheek La Ladera, Medellin. Hij is beschikbaar voor de bewoners uit de omliggende slums en er worden o.a. sportaciviteiten, internetcursussen en voorleesuren georganiseerd. © Paul Smith / The New York Times / HH
    De bibliotheek La Ladera, Medellin. Hij is beschikbaar voor de bewoners uit de omliggende slums en er worden o.a. sportaciviteiten, internetcursussen en voorleesuren georganiseerd. © Paul Smith / The New York Times / HH

    Maar de architectuur wordt toch bepaald door de esthetiek van degene die het ontwerp maakt?
    Ja en nee. Wanneer de architectuur een kwestie van goede smaak is, wordt het een subjectieve kwestie. Ik veroordeel het een noch het ander, het zijn alleen twee verschillende dingen. Wat mij interesseert in de architectuur is het bouwen aan de samenleving, architectuur als instrument van politiek handelen. Ons doel – dat van mij en mijn team – is het omvormen en scheppen van politieke voorwaarden in een maatschappij die behoefte heeft aan wezenlijke veranderingen.

    Hoe hebben uw ontwerpen het sociale klimaat veranderd?
    Bij elk bouwwerk ligt dat weer anders. Wat we in Medellín met de Biblioteca España voor ogen hadden was een houvast creëren voor een gestigmatiseerde gemeenschap. We wilden een verwijzingselement creëren, een icoon van het stoere landschap. Bij de kleuterschool El Porvenir, in Bosa, hebben de mensen rechtstreeks toegang tot de groenzone, zonder dat de school daar last van ondervindt, en daardoor behoort het gebied meer toe aan de gemeenschap; hetzelfde gebeurt bij de Gerardo Molina-school in Suba. Alle ontwerpen beogen drie dingen: een meervoudig gebruik, een plaats krijgen binnen de stedelijke structuur als een plek van referentie, en ten derde dat de mensen met het minste geld een eersteklas bouwwerk krijgen dat ze zich kunnen toe-eigenen.

    Volgens u is een groot deel van de Colombiaanse architectuur gebaseerd op angst. Waarom?
    Ik hoor vaak: ‘Pas op, dat moet je zo niet ontwerpen’, ‘dat moet je niet maken, want het materiaal wordt binnen een maand gestolen’. Er is altijd veel angst en verzet tegen verandering. Maar de motor van een stad heet ‘kritische rede’, dat is een begrip van Octavio Paz. Zonder kritische rede geen verandering, en zonder verandering geen vooruitgang. Als ons onderwijs draait om angst, krijgen we angstige mensen die niet in staat zijn met het oude te breken en risico’s te nemen.

    Een door Mazzanti ontworpen bladerdak boven een groot stuk grond dat is bedoeld als dorpsplein voor de zeer gewelddadige en arme sloppenwijk Cazuca, Bogotá, Colombia. © Paul Smith / The New York Times / HH
    Een door Mazzanti ontworpen bladerdak boven een groot stuk grond dat is bedoeld als dorpsplein voor de zeer gewelddadige en arme sloppenwijk Cazuca, Bogotá, Colombia. © Paul Smith / The New York Times / HH

    Vragen mensen die in de buurt van uw bouwwerken wonen zich ook af waarom deze publieke gelden niet worden aangewend voor het verbeteren van hun huizen en straten, of voor openbare voorzieningen?
    Dat komt neer op: geef ik ze vis of leer ik ze vissen? Ik geloof in dat laatste. Een bibliotheek biedt de mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, en die van Santo Domingo Savio functioneert niet alleen als bibliotheek maar ook als een groot gemeenschapscentrum waar workshops in het starten van kleine ondernemingen worden gegeven en waar jongeren worden gestimuleerd om zich niet bij bendes aan te sluiten. Op die manier verander je de samenleving. De architectuur is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale.

    Hoe ziet u de rol van de overheid bij sociale woningbouwprojecten?
    Tegenwoordig vervult de overheid deze taak heel weinig, omdat ze de oplossing van het woningbouwprobleem aan de privésector heeft overgelaten. De overheid moet veel meer ingrijpen. Ze moet meer beleid voeren en meer stedelijke projecten genereren, zoals dat is gebeurd met Metrovivienda – wat een goed voorbeeld van stedenplanning is. De megaprojecten zijn in handen van private partijen en de overheid heeft geen controle over de uiteindelijke kwaliteit.

    Moeten steden in de hoogte of in de breedte groeien?
    Ze moeten wat dichter worden, vooral de onze. En de groei van de periferie moet worden beteugeld, anders zijn steden niet werkzaam.

    Wat voor beleid zou er moeten worden gevoerd bij zo’n hoge mate van informele bouw?
    Moeilijke vraag. We zijn niet in staat de bouw van een stad onder controle te houden als 60 of 70 procent informeel is. We zouden mechanismen moeten creëren die ervoor zorgen dat de woningen een zo goed mogelijke kwaliteit hebben, en dat heeft weer te maken met scholing, met workshops waardoor bouwsystemen verbeteren en ruimten beter worden benut.

    Tegen welke problemen met aannemers bent u aangelopen?
    Tegen de aannemer die bij de bouw uitsluitend geïnteresseerd is in het besparen van zo veel mogelijk geld. Over het algemeen wordt bij een openbare aanbesteding de goedkoopste kandidaat beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert.

    En architectonisch gesproken?
    Ik hoef niet vaak strijd te leveren. Dat komt doordat je ontwerp bij het winnen van een prijsvraag niet ter discussie staat; de aannemer heeft het gewoon uit te voeren. Colombia is in Latijns-Amerika een voorbeeld wat betreft het uitschrijven van prijsvragen, zo gaat het hier al bijna veertig jaar. De prijsvraag is de enige optie in de architectuur om dingen te doorbreken.

    Waar komt de kritiek op uw werk vandaan?
    Die komt van mensen die het moeilijk vinden dingen te waarderen die zijzelf nooit zouden maken, omdat ze daartoe niet in staat zijn of omdat ze die niet mooi vinden. Hun angst is gebaseerd op een dogma, op één enkele zienswijze op de architectuur. Ik zie tot mijn spijt dat ons land op vele gebieden heel fundamentalistisch is.

    Sommige mensen beweren dat u buitenlandse ontwerpen kopieert…
    Ik geloof dat het bouwwerk van ideeën en bouwstijlen niet aan één bepaalde plek toebehoort. Wij zijn westerlingen, en wat we doen is ontwerpen maken zoals die ook in Europa of de Verenigde Staten worden gemaakt. Ik ben niet bang voor een soort ‘vervuiling’ die je zou krijgen door ideeën van elders hier toe te passen. Ik geloof niet in identiteiten, en ook niet dat we één enkele vorm van Colombiaanse architectuur hebben.

    Hoe moeten we ervoor zorgen dat de architectuur vriendelijker voor onze planeet wordt?
    De meesten van ons doen aan duurzame architectuur, en de beroepsgroep meent dat dit voldoende is om druk vanuit de maatschappij te voorkomen.

    Wat is duurzame architectuur?
    Regenwater opvangen, omstandigheden in de buitenomgeving aanwenden om luchtstromen en ventilatie te genereren in plaats van airconditioning te gebruiken. Maar we moeten veel verder gaan, dat we op een andere manier naar de maatschappij en het milieu moeten kijken. Duurzaamheid bestaat niet alleen uit het verbeteren van energieprestaties, het stoppen met bomen kappen en het verwerken van grassen in het dak van een gebouw. Dat is een nogal naïeve gedachte.

    Gekleurd rubber

    Waarom krijgen duurzame materialen zo’n warm onthaal?
    Er zijn materialen die in de loop der tijd worden afgebroken, die door het milieu kunnen worden opgenomen. Ik heb die wel op een paar plaatsen gebruikt, maar in onze context is dat niet makkelijk. We hebben gewerkt met een bepaald type plantaardige bekledingsmaterialen waarmee je de buitentemperatuur kunt reguleren, met materialen die belangrijke thermische isolatie mogelijk maken, en nu met gekleurd rubber – dat lijkt op kurk – gemaakt van hergebruikte banden.

    Waar bent u op dit moment mee bezig?
    Met de plannen voor een park langs de Calle 26, in Bogotá, en de bouw van een kleuterschool in Soledad, en ook nog een in Santa Marta. Ik heb net een sociaal woningbouwproject in Spanje afgerond en ben bezig een ander project te ontwikkelen met de architectengroep Elemental de Chile. En ik ben uitgenodigd projecten in Taiwan en in Bahrein te presenteren.

    Auteur: Amira Abultaif Kadamani
    Vertaler: Harriët Peteri

    El Tiempo
    Colombia, dagblad, oplage 1.100.000
    Grootste krant van Colombia. Uitgesproken conservatief en centrum-rechts, in tegenstelling tot zijn links-liberale concurrent El Espectador , maar bereid om verschillende standpunten te tonen.

  • Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Colombia begint een onteigeningsprocedure tegen de erven van Griselda Blanco, alias ‘de zwarte weduwe’, beter bekend als de peetmoeder van Pablo Escobar. Inzet is onroerend goed met een geschatte waarde van 2,7 miljoen euro.

    Griselda Blanco, de buitenechtelijke dochter van een grondbezitter en zijn dienstmeisje, was de koningin van de wereldwijde cocaïnehandel en peetmoeder van de destijds nog ordinaire autodief Pablo Escobar, voor wie ze de weg plaveide.

    Volgens de legende liet ze jarretels, hakken en bh’s met geheime ruimtes ontwerpen om drugs in te vervoeren. Op het hoogtepunt in haar carrière verscheepte ze meer dan 1500 kilo cocaïne per maand tussen Colombia en de Verenigde Staten. Haar dood drie jaar geleden – ze werd op haar negenenzestigste geliquideerd nadat ze vlees had gekocht bij haar vaste slager – was een onverwachtse afrekening.

    De staat Colombia probeert in een procedure beslag te leggen op vier panden, gelegen in de exclusieve wijk El Poblado van Medellín. De eigendommen zouden zijn gekocht met geld dat afkomstig is uit de drugshandel. De panden ter waarde van ongeveer 2,7 miljoen euro staan op naam van Griselda’s zonen Michael Corleone – vernoemd naar de Godfather – en Dixon Darío Trujillo Blanco, en vertegenwoordigen slechts een klein deel van het fortuin van ‘de weduwe’, ooit een van de rijkste vrouwen ter wereld. Het meeste is via legale verkoop in handen van derden gekomen. Vandaar dat de autoriteiten besloten die zaken niet mee te nemen in het onteigeningsproces. Wel wordt beslag gelegd op enkele eigendommen die Griselda Blanco in de Verenigde Staten wist te bemachtigen.


    Genadeloos

    Griselda’s moeder, Ana Lucía Restrepo, was huishoudster op een landgoed in Cartagena, maar werd ontslagen toen ze zwanger bleek te zijn van haar baas. Moeder en dochter leefden in grote armoede en konden niets anders dan hun heil te zoeken in de sloppenwijken van Medellín. Daar ontwikkelde Griselda, nauwelijks elf jaar oud, zich tot een professionele zakkenroller. Op haar elfde zou Blanco tevens haar eerste moord hebben gepleegd, toen ze samen met leeftijdsgenoten een rijk jongetje ontvoerde in de hoop op losgeld. Toen de familie van het slachtoffer niet snel genoeg reageerde, zette de jonge Blanco een pistool tussen zijn ogen en haalde de trekker over. Deze genadeloosheid 
is kenmerkend voor haar verdere loopbaan. Begin jaren zeventig vermoordde ze haar eerste echtgenoot José Trujillo, een kleine straatcrimineel en Blanco’s jeugdliefde. In de VS trouwde ze cocaïnedealer Alberto Bravo en legde met hem een geraffineerd smokkelnetwerk aan. Maar Blanco verdacht haar man ervan geld achterover te drukken en schoot hem meerdere malen in zijn gezicht. Sindsdien draagt ze de bijnaam ‘de zwarte weduwe’.

    Arrestatiefoto van Griselda Blanco
    Arrestatiefoto van Griselda Blanco

    Griselda Blanco werd in 1975 door een rechtbank in New York bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, het gevolg van de zogenoemde Operatie Bashee, die in dat jaar een zware slag toebracht aan de Colombiaanse kartels die in de Verenigde Staten werkzaam waren.


    Twee kogels

    Haar arrestatie in 1985 maakte een abrupt einde aan Blanco’s loopbaan. Ze werd in Californië opgepakt en veroordeeld tot 25 jaar cel, tien jaar boven op haar eerdere straf. Eind jaren negentig ontsnapte ze ternauwernood aan de doodstraf doordat haar aanklagers een procedurefout maakten. In 2004 kwam ze vrij en werd ze naar haar vaderland gedeporteerd. Daar leidde ze een betrekkelijk onopvallend bestaan, totdat ze in 2012 stierf met twee kogels in haar hoofd toen ze in de wijk Belén de slagerij uitliep.

    Pablo Escobar en Donald Trump

    In Colombia wordt getergd gereageerd op de Amerikaanse serie Narcos (op Netflix) over het leven van Pablo Escobar. ‘De serie overtuigt wellicht de gringo’s in Miami, maar ons absoluut niet’, briest de krant El Tiempo (Bogotá). Al jaren verdraaien Amerikaanse tv-series volgens de krant de werkelijkheid en vergelijken ze Colombia met een narcostaat. ‘Het grappige is ditmaal dat volgens de serie de Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA de klus hebben geklaard. Narcos schetst een even vertekend beeld van Colombia als Donald Trump van de latino’s in het algemeen.’

    Lees ook:
    Hoe latinokinderen griezelen van Donald Trump (360, editie 84)


    (Foto boven: Griselda Blanco met haar voormalige minnaar en partner in crime Charles Cosby. – Still uit de documentaire Cocaine Cowboys)